Mijn Jezus, ikhoud van U, ik noem
U mijn vriend,
want U nam de straf op U die ik had
verdiend.
De grote Verlosser, mijn Redder
bent U;
'k heb van U gehouden, maar nooit
zoveel als nu.
4.
Mijn Jezus, ikhoud van U, want U
hield van mij,
toen U aan het kruis hing, een
wond in uw zi,j.
Voor mij de genade, een
doornenkroon voor U;
'k heb van U gehouden, maar nooit
zoveel als nu.
5.
Ik zal vanU houden in leven en
dood
en ik wil U prijzen, zelfs dan in mijn
nood.
Als ik kom te sterven, dan roep ik
tot U:
'k Heb van U gehouden, maar nooit
zoveel als nu.
6.
Als ik inuw glorie, uw eeuwigheid
kom,
Dan buig ik mij voor U in uw
heiligdom.
Gekroond met uw heerlijkheid zal 'k
zingen voor U:
'k Heb van U gehouden, maar nooit
zoveel als nu.
7.
Welkom
Laatste zondag van het
kerkelijk jaar.
Voorganger ds van Harten – Tip
Organiste mevr Schaper
Thema: “Kom!!”
8.
P 103 –1, 2
Zegen, mijn ziel, de grote naam
des HEREN,
9.
1 Zegen, mijnziel, de grote naam
des HEREN,
laat al wat binnen in mij is Hem eren,
vergeet niet hoe zijn liefd' u heeft
geleid,
gedenk zijn goedheid, die u wil
vergeven,
die u geneest, die uit het graf uw leven
verlost en kroont met
goedertierenheid.
10.
2 Loof Hem,
diezo met gaven u verzadigt,
dat uw bestaan, met glorie
begenadigd,
gelijk een arend nieuw bevleugeld
wordt.
Het volk in druk heeft van Hem recht
verkregen,
Hij heeft aan Mozes eens getoond zijn
wegen,
op Israël zijn zegen uitgestort.
11.
Stil gebed
Votum en groet
Ere zij de Vader en de Zoon
En de Heilige Geest,
Als in den beginne, nu en immer,
En van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen.
3
Hij is eenGod van liefde en genade,
barmhartigheid en goedheid zijn de
daden
van Hem die niet voor altijd met ons
twist,
die ons niet doet naar alles wat wij
deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft
uitgewist.
4
Zo hoog enwijd de hemel staat
gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem
vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd 't westen is van 't
oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil
troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons
bevrijd.
9
Laat heel hetmachtig koninkrijk des
HEREN
zijn grote naam, zijn grote daden eren.
Komt allen tot de lof des HEREN saam.
Lof zij den HEER in hemel en op aarde,
die aan zijn volk zijn liefde
openbaarde,
en zegen gij, mijn ziel, zijn grote naam.
1 O, alledorstigen, komt tot de
wateren, en gij die geen geld hebt,
komt, koopt en eet; ja komt, koopt
zonder geld en zonder prijs wijn en
melk. 2 Waarom weegt gij geld af
voor wat geen brood is en uw
vermogen voor wat niet verzadigen
kan?
26.
Hoort aandachtig naarMij, opdat gij
het goede eet en uw ziel zich in
overvloed verlustige. 3 Neigt uw
oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw
ziel leve; Ik zal met u een eeuwig
verbond sluiten: de betrouwbare
genadebewijzen van David.
7
God zij geprezenmet ontzag.
Hij draagt ons leven dag aan dag,
zijn naam is onze vrede.
Hij is het die ons heeft gered,
die ons in ruimte heeft gezet
en leidt met vaste schreden.
29.
Hij die hetlicht roept in de nacht,
Hij heeft ons heil teweeggebracht,
dat wordt ons niet ontnomen.
Hij droeg ons door de diepte heen,
de HERE Here doet alleen
ons aan de dood ontkomen.
30.
9
God is debron, de klare wel,
springader voor heel Israël,
uit Hem vloeit louter zegen.
Zijn lof ontspringt als een fontein,
zijn volk zal louter vreugde zijn,
komend van allerwege.
31.
God, onze sterkebondgenoot,
toon ons uw macht, uw krachten
groot;
Gij zult uw stad gedenken.
Vorsten van verre bieden Hem
terwille van Jeruzalem
hun eerbied, hun geschenken.
10 En hijzeide tot mij: Verzegel de
woorden van de profetie van dit
boek niet, want de tijd is nabij. 11
Wie onrecht doet, hij doe nog meer
onrecht; wie vuil is, hij worde nog
vuiler; wie rechtvaardig is, hij
bewijze nog meer rechtvaardigheid;
wie heilig is, hij worde nog meer
geheiligd.
34.
12 Zie, Ikkom spoedig en mijn loon
is bij Mij om een ieder te vergelden,
naardat zijn werk is. 13 Ik ben de
alfa en de omega, de eerste en de
laatste, het begin en het einde. 14
Zalig zij, die hun gewaden wassen,
opdat zij recht mogen hebben op
het geboomte des levens en door
de poorten ingaan in de stad.
35.
15 Buiten zijnde honden en de
tovenaars, de hoereerders, de
moordenaars, de afgodendienaars
en ieder, die de leugen liefheeft en
doet.
16 Ik, Jezus, heb mijn engel
gezonden, om ulieden dit te
betuigen voor de gemeenten. Ik ben
de wortel en het geslacht van
David, de blinkende morgenster.
36.
17 En deGeest en de bruid zeggen:
Kom! En wie het hoort, zegge:
Kom! En wie dorst heeft, kome, en
wie wil, neme het water des levens
om niet.
18 Ik betuig aan een ieder, die de
woorden der profetie van dit boek
hoort: Indien iemand hieraan
toevoegt
37.
God zal hemtoevoegen de plagen,
die in dit boek beschreven zijn; 19
en indien iemand afneemt van de
woorden van het boek dezer
profetie, God zal zijn deel afnemen
van het geboomte des levens en
van de heilige stad, welke in dit
boek beschreven zijn.
38.
20 Hij, diedeze dingen getuigt,
zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen,
kom, Here Jezus!
21 De genade van de Here Jezus zij
met allen.
1
Eens, als debazuinen klinken
uit de hoogte, links en rechts,
duizend stemmen ons omringen,
ja en amen wordt gezegd,
rest er niets meer dan te zingen, -
Heer, dan is uw pleit beslecht.
51.
4
Als de gravenopenbreken
en de mensenstroom vangt aan
om de loftrompet te steken
en uw hofstad in te gaan:
Heer, laat ons dan niet ontbreken,
want de traagheid grijpt ons aan.
52.
6
Van die dagkan niemand weten,
maar het woord drijft aan tot spoed,
zouden wij niet haastig eten,
gaandeweg Hem tegemoet,
Jezus Christus, gistren, heden,
komt voor eens en komt voor goed!
53.
Wij zien terugop het afgelopen
kerkelijke jaar:
“Afscheid” (Nel Benschop)
54.
Afscheid
Ik dank UHeer, voor al het goede -
het was véél,
Ik dank U voor het brood van mijn
bescheiden deel
en voor Uw kracht, die in mijn
zwakheid werd volbracht;
Ik dank U voor het licht in elke
donk’re nacht;
55.
Ik dank Uvoor de vriendschap die
ik ondervond,
Ik dank U, dat U mij juist met Uw
boodschap zond.
Dank voor Uw liefde, die ik overal
ontving,
Voor al Uw goedheid, Vader, ben ik
te gering.
56.
Ik dank Uvoor dit leven - het is
goed geweest.
Maar boven alles dank ik voor Uw
Heilige Geest.
Gij weet van al mijn zonden en Gij
weet van mijn berouw:
Ik voel mij klein en nietig. –
Here Jezus, kom maar gauw!
1
HEER, die mijziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,
Gij volgt mij waar ik zit of sta.
Wat mij ten diepste houdt bewogen,
't ligt alles open voor uw ogen.
8
Ik loof Udie mijn schepper zijt,
die met uw liefde mij geleidt,
Gij hebt mijn oerbegin
aanschouwd,
in 't diepst der aarde opgebouwd.
Niets blijft er voor uw oog
verborgen.
Ja, Gij omringt mij met uw zorgen.
9
Gij zijt mijoveral nabij,
uw ogen waken over mij
van toen ik vormloos ben ontstaan.
Gij wist hoe het zou verder gaan.
Ja, in uw boek stond reeds te lezen,
wat eens mijn levensweg zou
wezen.