1
Komt laat onsdeze dag
met heilig vuur bezingen
en met vernieuwde vreugd,
want God deed grote dingen.
Eens gaf de Heilge Geest
aan velen heldenmoed.
Bidt dat Hij ons vandaag
verlicht met Pinkstergloed.
9.
6
Vul aan watons ontbreekt,
want stukwerk is ons pogen.
En wat ons afleidt van
de vrede uit den hoge,
laat dat, verheven licht,
in vuur en wind vergaan.
Houdt Gij ons staande door
het wonder van Gods naam.
10.
7
Wie 's HerenGeest bezielt,
wie 's Heren woord doet zingen,
wie met ons vieren wil
het feest der eerstelingen,
die stemme met ons in
en prijze Gods verbond
dat Hij vandaag vernieuwt
en elke morgenstond.
P 146 –1, 2, 4, 5
Zing, mijn ziel, voor God uw HERE,
13.
1
Zing, mijn ziel,voor God uw HERE,
zing die u het leven geeft.
Zing, mijn ziel, uw God ter ere,
zing voor Hem zolang gij leeft.
Ziel, gij zijt geboren tot
zingen voor den HEER uw God.
14.
2
Reken niet opmensenwaarde,
want bij mensen is geen baat.
Aarde wordt een mens tot aarde,
als zijn adem uit hem gaat.
Ligt niet alles wat hij wil
met zijn laatste adem stil?
15.
4
Aan wie hongertgeeft Hij spijze,
aan verdrukten recht gericht.
Wie geboeid zijn, Hij bevrijdt ze,
blinden geeft Hij het gezicht.
Hij geeft den gebukten moed
en heeft lief wie zijn wil doet.
16.
5
Wees en weduwen ontheemde
doet Hij wonen op zijn erf.
Hij behoedt de weg der vreemden,
maar leidt bozen in 't verderf.
Eeuwig Koning is de HEER!
Sion, zing uw God ter eer!
Samen in denaam van Jezus
heffen wij een loflied aan,
want de Geest spreekt alle talen
en doet ons elkaar verstaan.
Samen bidden, samen zoeken
naar het plan van onze Heer.
Samen zingen en getuigen,
samen leven tot zijn eer.
19.
Heel de wereldmoet het weten
dat God niet veranderd is.
En zijn liefde als een lichtstraal
doordringt in de duisternis.
't Werk van God is niet te keren
omdat Hij er over waakt,
en de Geest doorbreekt de grenzen
die door mensen zijn gemaakt.
20.
Prijst de Heer,de weg is open
naar de Vader, naar elkaar.
Jezus Christus, Triomfator,
mijn Verlosser, Middelaar.
Vader, met geheven handen
breng ik U mijn dank en eer.
't Is uw Geest die mij doet zeggen:
Jezus Christus is de Heer!
1
Wees niet afgunstigop de goddeloze,
benijd hem niet die
u met onrecht kwelt.
Al bloeit hij nu,
al groeit hij in het boze,
straks is hij gras dat
wegdort op het veld.
24.
Woon in hetland met
die het goede kozen
en die de HEER tot zijn getrouwen
telt.
25.
8
Wie Hem behaagt,behoedt Hij op zijn
wegen.
Hij houdt hem vast,
dat hij zijn voet niet stoot.
Zo oud ik werd,
kwam ik geen vrome tegen
dien God verliet, geen kind
dat zocht naar brood.
26.
Wie mild leentis
nooddruftigen ten zegen,
zijn nageslacht is
God een gunstgenoot.
27.
12
Sla de oprechtega, zie hoe de vrome
die vrede wil ook in
zijn kindren bloeit,
maar wie de strijd met
God heeft opgenomen
zal met zijn nakroost
worden uitgeroeid.
28.
God doet zijnvolk
de vijandschap ontkomen.
Het schuilt bij Hem,
veilig en ongemoeid.
1
Breek, aarde, uitin jubelzangen,
Gods glorierijke naam ter eer.
Laat van alom Hem lof ontvangen.
Geducht zijn uwe daden, Heer.
Uw tegenstanders, diep gebogen,
aanvaarden veinzend uw beleid.
Heel d'aarde moet uw naam
verhogen,
psalmzingen uwe majesteit.
31.
6
Gij die Godvreest, ik zal u spreken
van al wat aan mij is geschied.
Nauw richtte ik tot Hem mijn smeken,
of in mijn hart was reeds een lied.
Zou God mij hebben willen horen,
wanneer ik onrecht had beraamd?
Maar Hij nam mijn gebed ter ore,
Hij heeft mijn bidden niet beschaamd.
1
De HEER isKoning, Hij regeert altijd,
omgord met macht,
bekleed met majesteit.
Hij grondvest d'aarde,
houdt haar vast in stand.
Onwrikbaar staat het
bouwwerk van zijn hand.
34.
2
Uw troon staatvan de
aanvang af gesteld
op vaste pijlers in het oergeweld.
Rivieren slaan, rivieren slaan,
o HEER,
het water stijgt, het water stijgt steeds
meer.
35.
3
Geweldiger dan wateren dan wind
is in de hoogte God die overwint.
Geweldig is de HERE die zijn voet
plant op de nek van deze
watervloed.
36.
4
Uw macht isgroot, uw trouw zal nooit
vergaan,
al wat Gij ooit beloofd hebt,
blijft bestaan.
Tot sieraad is uw hoge heiligheid
en in die glans trotseert
uw huis de tijd.
P 94 –7,8 en 9
“De Heer ziet het niet,” zeggen ze, “de
God van Jakob merkt toch niets”.
Kom tot inzicht, onverstandigen.
Dwazen, worden jullie ooit wijs? Hij
heeft het oor geplant –
zou Hij niet horen?
het oog gevormd- zou Hij niet zien?
39.
Het idee datGod ons altijd ziet en
hoort kan behoorlijk intimiderend
zijn. Als gelovigen zullen we
allemaal erkennen dat niets voor
God verborgen blijft, maar toch
leven we soms alsof
Hij even niet oplet.
40.
Wie houden wedaar eigenlijk
mee voor de gek??
Jezus’ leerling Johannes geeft ons
in zijn evangelie dit inzicht door:
“De wet is door Mozes gegeven,
maar goedheid en waarheid zijn
(in de persoon van) Jezus Christus
gekomen.” Joh 1 – 27.
41.
Wanneer God onsdoor Christus
ziet, kunnen we Hem gerust onder
ogen komen. Ook deze tekst mag
je gelovig omarmen: “Dus wie in
Christus Jezus zijn, worden niet
veroordeeld.”Rom 8 – 1.
42.
Het idee datGos ons altijd ziet en
hoort is bovenal geruststellend.
We hebben allemaal momenten
dat we ons eenzaam en verloren
voelen en wat is het dan goed te
weten dat God ons ziet en hoort.
43.
We merken misschienniet direct
dat Zijn oog op ons rust, we vragen
ons zelfs weleens af of Hij wel
luistert, maar ons gelovige hart
kent de waarheid.
44.
* Om overna te denken
“Zelfs als ons hart ons aanklaagt:
God is groter dan ons hart,
Hij weet alles”
1 Joh. 3 : 20
45.
* Gebed
Dank U,God, dat U ons in Christus
aanziet en dat we in Zijn naam
mogen bidden.
1
Uit diepten vanellende /
roep ik tot U, o HEER.
Gij kunt verlossing zenden, /
ik werp voor U mij neer.
O laat uw oor zich neigen /
tot mij, tot mijn gebed.
Laat mij gehoor verkrijgen, /
red mij, o Here, red!
48.
2
Zoudt Gij indachtigwezen /
al wat een mens misdeed,
wie zou nog kunnen leven /
in al zijn angst en leed?
Maar Gij wilt ons vergeven, /
Gij scheldt de schulden kwijt,
opdat wij zouden vrezen /
uw goedertierenheid.
49.
3
Ik heb mijnhoop gevestigd /
op God den HEER die hoort.
Mijn hart, hoezeer onrustig, /
wacht zijn verlossend woord.
Nog meer dan in de nachten /
wachters het morgenlicht,
blijf ik, o Heer, verwachten /
uw lichtend aangezicht.
50.
4
Gij al Godsbondgenoten, /
ziet naar zijn toekomst uit!
De HEER is vast besloten /
tot goedertierenheid!
Hoort aan de goede tijding: /
Hij geeft in zijn geduld
aan Israël bevrijding /
van onrecht en van schuld.
1
Wanneer de HEERhet huis niet bouwt,
is, alle metselwerk ten spijt,
de opbouw niets dan ijdelheid.
Wanneer de HEER de wacht niet
houdt,
geen wachter, die de vijand keert,
geen stadsmuur die zijn aanval weert.
53.
2
Voor dag endauw reeds op te staan
en op te zijn tot 's avonds laat,
hard werken voor slechts weinig baat
en schamel brood, 't is niets dan
waan.
Hij geeft het immers wie Hij mint,
als in de slaap, als aan een kind.
54.
4
Gelukkig hij diein de strijd
zijn koker vol met pijlen draagt.
Gelukkig hij, die wordt geschraagd
door zonen, tot zijn hulp bereid.
Al pocht de vijand in de poort,
vrijmoedig staat hij hem te woord.
1
Halleluja! looft denHEER,
prijst zijn naam en majesteit,
toegewijden aan zijn eer,
die vanouds zijn knechten zijt,
gij die uw verheven plicht
in de tempelhof verricht.
63.
2
Prijst den HEER,want Hij is goed.
Stemt uw snaren en vertolkt
dat zijn naam ons leven doet.
Hij koos Jakob tot zijn volk,
Israël tot kroonsieraad
van zijn goddelijke staat.
64.
10
Zegen, Israël, denHEER,
priesters, looft zijn majesteit,
tempeldienaars, prijst zijn eer,
looft Hem, wie zijn naam belijdt.
Hij woont bij ons in gena.
Prijst den HEER. Halleluja!
1
Wat de toekomstbrengen moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig, kalme moed!
67.
2
Heer, ik wiluw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al uw luister,
als ik in uw hemel kom!
68.
3
Laat mij nietmijn lot beslissen:
zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behandlen,
dat alleen de weg niet vindt:
neem mijn hand in uwe handen
en geleid mij als een kind.
69.
4
Waar de wegmij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.