Welkom
Noordwolde zingt….
organist Johannes de Vries
VDD P 100
Juicht Gode toe,
1
Juicht Gode toe, bazuint en zingt.
Treedt nader tot gij Hem omringt,
gij aard' alom, zijn rijksdomein,
zult voor den HEER dienstvaardig
zijn.
2
Roept uit met blijdschap: "God is
Hij.
Hij schiep ons, Hem behoren wij,
zijn volk, de schapen die Hij hoedt
en als beminden weidt en voedt.“
3
Treedt statig binnen door de poort.
Hier staat zijn troon, hier woont
zijn Woord.
Heft hier voor God uw lofzang aan:
Gebenedijd zijn grote naam.
4
Want God is overstelpend goed,
die ons in vrede wonen doet.
Zijn goedheid is als morgendauw:
elk nieuw geslacht ervaart zijn
trouw.
VDD G 242
Komt laat ons deze dag
1
Komt laat ons deze dag
met heilig vuur bezingen
en met vernieuwde vreugd,
want God deed grote dingen.
Eens gaf de Heilge Geest
aan velen heldenmoed.
Bidt dat Hij ons vandaag
verlicht met Pinkstergloed.
6
Vul aan wat ons ontbreekt,
want stukwerk is ons pogen.
En wat ons afleidt van
de vrede uit den hoge,
laat dat, verheven licht,
in vuur en wind vergaan.
Houdt Gij ons staande door
het wonder van Gods naam.
7
Wie 's Heren Geest bezielt,
wie 's Heren woord doet zingen,
wie met ons vieren wil
het feest der eerstelingen,
die stemme met ons in
en prijze Gods verbond
dat Hij vandaag vernieuwt
en elke morgenstond.
Welkom
Noordwolde zingt….
organist Johannes de Vries
mededelingen
P 146 – 1, 2, 4, 5
Zing, mijn ziel, voor God uw HERE,
1
Zing, mijn ziel, voor God uw HERE,
zing die u het leven geeft.
Zing, mijn ziel, uw God ter ere,
zing voor Hem zolang gij leeft.
Ziel, gij zijt geboren tot
zingen voor den HEER uw God.
2
Reken niet op mensenwaarde,
want bij mensen is geen baat.
Aarde wordt een mens tot aarde,
als zijn adem uit hem gaat.
Ligt niet alles wat hij wil
met zijn laatste adem stil?
4
Aan wie hongert geeft Hij spijze,
aan verdrukten recht gericht.
Wie geboeid zijn, Hij bevrijdt ze,
blinden geeft Hij het gezicht.
Hij geeft den gebukten moed
en heeft lief wie zijn wil doet.
5
Wees en weduw en ontheemde
doet Hij wonen op zijn erf.
Hij behoedt de weg der vreemden,
maar leidt bozen in 't verderf.
Eeuwig Koning is de HEER!
Sion, zing uw God ter eer!
Opw 167
Samen in de naam van Jezus
Samen in de naam van Jezus
heffen wij een loflied aan,
want de Geest spreekt alle talen
en doet ons elkaar verstaan.
Samen bidden, samen zoeken
naar het plan van onze Heer.
Samen zingen en getuigen,
samen leven tot zijn eer.
Heel de wereld moet het weten
dat God niet veranderd is.
En zijn liefde als een lichtstraal
doordringt in de duisternis.
't Werk van God is niet te keren
omdat Hij er over waakt,
en de Geest doorbreekt de grenzen
die door mensen zijn gemaakt.
Prijst de Heer, de weg is open
naar de Vader, naar elkaar.
Jezus Christus, Triomfator,
mijn Verlosser, Middelaar.
Vader, met geheven handen
breng ik U mijn dank en eer.
't Is uw Geest die mij doet zeggen:
Jezus Christus is de Heer!
Gebed
P 37
Wees niet afgunstig op de
goddeloze,
1
Wees niet afgunstig op de goddeloze,
benijd hem niet die
u met onrecht kwelt.
Al bloeit hij nu,
al groeit hij in het boze,
straks is hij gras dat
wegdort op het veld.
Woon in het land met
die het goede kozen
en die de HEER tot zijn getrouwen
telt.
8
Wie Hem behaagt, behoedt Hij op zijn
wegen.
Hij houdt hem vast,
dat hij zijn voet niet stoot.
Zo oud ik werd,
kwam ik geen vrome tegen
dien God verliet, geen kind
dat zocht naar brood.
Wie mild leent is
nooddruftigen ten zegen,
zijn nageslacht is
God een gunstgenoot.
12
Sla de oprechte ga, zie hoe de vrome
die vrede wil ook in
zijn kindren bloeit,
maar wie de strijd met
God heeft opgenomen
zal met zijn nakroost
worden uitgeroeid.
God doet zijn volk
de vijandschap ontkomen.
Het schuilt bij Hem,
veilig en ongemoeid.
P 66
Breek, aarde, uit in jubelzangen,
1
Breek, aarde, uit in jubelzangen,
Gods glorierijke naam ter eer.
Laat van alom Hem lof ontvangen.
Geducht zijn uwe daden, Heer.
Uw tegenstanders, diep gebogen,
aanvaarden veinzend uw beleid.
Heel d'aarde moet uw naam
verhogen,
psalmzingen uwe majesteit.
6
Gij die God vreest, ik zal u spreken
van al wat aan mij is geschied.
Nauw richtte ik tot Hem mijn smeken,
of in mijn hart was reeds een lied.
Zou God mij hebben willen horen,
wanneer ik onrecht had beraamd?
Maar Hij nam mijn gebed ter ore,
Hij heeft mijn bidden niet beschaamd.
P 93
De HEER is Koning, Hij regeert
altijd,
1
De HEER is Koning, Hij regeert altijd,
omgord met macht,
bekleed met majesteit.
Hij grondvest d'aarde,
houdt haar vast in stand.
Onwrikbaar staat het
bouwwerk van zijn hand.
2
Uw troon staat van de
aanvang af gesteld
op vaste pijlers in het oergeweld.
Rivieren slaan, rivieren slaan,
o HEER,
het water stijgt, het water stijgt steeds
meer.
3
Geweldiger dan water en dan wind
is in de hoogte God die overwint.
Geweldig is de HERE die zijn voet
plant op de nek van deze
watervloed.
4
Uw macht is groot, uw trouw zal nooit
vergaan,
al wat Gij ooit beloofd hebt,
blijft bestaan.
Tot sieraad is uw hoge heiligheid
en in die glans trotseert
uw huis de tijd.
Vakantiebijbelgids
Verlangen, God ziet en hoort
P 94 – 7,8 en 9
“De Heer ziet het niet,” zeggen ze, “de
God van Jakob merkt toch niets”.
Kom tot inzicht, onverstandigen.
Dwazen, worden jullie ooit wijs? Hij
heeft het oor geplant –
zou Hij niet horen?
het oog gevormd- zou Hij niet zien?
Het idee dat God ons altijd ziet en
hoort kan behoorlijk intimiderend
zijn. Als gelovigen zullen we
allemaal erkennen dat niets voor
God verborgen blijft, maar toch
leven we soms alsof
Hij even niet oplet.
Wie houden we daar eigenlijk
mee voor de gek??
Jezus’ leerling Johannes geeft ons
in zijn evangelie dit inzicht door:
“De wet is door Mozes gegeven,
maar goedheid en waarheid zijn
(in de persoon van) Jezus Christus
gekomen.” Joh 1 – 27.
Wanneer God ons door Christus
ziet, kunnen we Hem gerust onder
ogen komen. Ook deze tekst mag
je gelovig omarmen: “Dus wie in
Christus Jezus zijn, worden niet
veroordeeld.”Rom 8 – 1.
Het idee dat Gos ons altijd ziet en
hoort is bovenal geruststellend.
We hebben allemaal momenten
dat we ons eenzaam en verloren
voelen en wat is het dan goed te
weten dat God ons ziet en hoort.
We merken misschien niet direct
dat Zijn oog op ons rust, we vragen
ons zelfs weleens af of Hij wel
luistert, maar ons gelovige hart
kent de waarheid.
* Om over na te denken
“Zelfs als ons hart ons aanklaagt:
God is groter dan ons hart,
Hij weet alles”
1 Joh. 3 : 20
* Gebed
Dank U, God, dat U ons in Christus
aanziet en dat we in Zijn naam
mogen bidden.
P 130
Uit diepten van ellende
1
Uit diepten van ellende /
roep ik tot U, o HEER.
Gij kunt verlossing zenden, /
ik werp voor U mij neer.
O laat uw oor zich neigen /
tot mij, tot mijn gebed.
Laat mij gehoor verkrijgen, /
red mij, o Here, red!
2
Zoudt Gij indachtig wezen /
al wat een mens misdeed,
wie zou nog kunnen leven /
in al zijn angst en leed?
Maar Gij wilt ons vergeven, /
Gij scheldt de schulden kwijt,
opdat wij zouden vrezen /
uw goedertierenheid.
3
Ik heb mijn hoop gevestigd /
op God den HEER die hoort.
Mijn hart, hoezeer onrustig, /
wacht zijn verlossend woord.
Nog meer dan in de nachten /
wachters het morgenlicht,
blijf ik, o Heer, verwachten /
uw lichtend aangezicht.
4
Gij al Gods bondgenoten, /
ziet naar zijn toekomst uit!
De HEER is vast besloten /
tot goedertierenheid!
Hoort aan de goede tijding: /
Hij geeft in zijn geduld
aan Israël bevrijding /
van onrecht en van schuld.
P 127
Wanneer de HEER het huis niet
bouwt,
1
Wanneer de HEER het huis niet bouwt,
is, alle metselwerk ten spijt,
de opbouw niets dan ijdelheid.
Wanneer de HEER de wacht niet
houdt,
geen wachter, die de vijand keert,
geen stadsmuur die zijn aanval weert.
2
Voor dag en dauw reeds op te staan
en op te zijn tot 's avonds laat,
hard werken voor slechts weinig baat
en schamel brood, 't is niets dan
waan.
Hij geeft het immers wie Hij mint,
als in de slaap, als aan een kind.
4
Gelukkig hij die in de strijd
zijn koker vol met pijlen draagt.
Gelukkig hij, die wordt geschraagd
door zonen, tot zijn hulp bereid.
Al pocht de vijand in de poort,
vrijmoedig staat hij hem te woord.
P 142
Tot God den HEER hief ik mijn stem,
1
Tot God den HEER hief ik mijn
stem,
ik riep tot God, ik smeekte Hem.
Alles, alles wat mij benauwt
heb ik den HERE toevertrouwd.
6
Red mij van wie te sterk mij is,
voer mij uit zijn gevangenis,
dat ik U, HEER, dat ik U dan
mijn Heer en God weer loven kan.
7
Al uw getrouwen roep ik saam
als Gij mij zo hebt welgedaan,
zij zullen horen hoe ik zing
uw naam en uw rechtvaardiging.
Gebed
Collecte 1ste chr voor Israël
2de eigen gemeente
P 135
Halleluja! looft den HEER,
1
Halleluja! looft den HEER,
prijst zijn naam en majesteit,
toegewijden aan zijn eer,
die vanouds zijn knechten zijt,
gij die uw verheven plicht
in de tempelhof verricht.
2
Prijst den HEER, want Hij is goed.
Stemt uw snaren en vertolkt
dat zijn naam ons leven doet.
Hij koos Jakob tot zijn volk,
Israël tot kroonsieraad
van zijn goddelijke staat.
10
Zegen, Israël, den HEER,
priesters, looft zijn majesteit,
tempeldienaars, prijst zijn eer,
looft Hem, wie zijn naam belijdt.
Hij woont bij ons in gena.
Prijst den HEER. Halleluja!
G 293
Wat de toekomst brengen moge,
1
Wat de toekomst brengen moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig, kalme moed!
2
Heer, ik wil uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al uw luister,
als ik in uw hemel kom!
3
Laat mij niet mijn lot beslissen:
zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behandlen,
dat alleen de weg niet vindt:
neem mijn hand in uwe handen
en geleid mij als een kind.
4
Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.
Wel thuis,
gezegende week.
20170827 19.00 Noordwolde zingt

20170827 19.00 Noordwolde zingt

  • 1.
  • 2.
  • 3.
    1 Juicht Gode toe,bazuint en zingt. Treedt nader tot gij Hem omringt, gij aard' alom, zijn rijksdomein, zult voor den HEER dienstvaardig zijn.
  • 4.
    2 Roept uit metblijdschap: "God is Hij. Hij schiep ons, Hem behoren wij, zijn volk, de schapen die Hij hoedt en als beminden weidt en voedt.“
  • 5.
    3 Treedt statig binnendoor de poort. Hier staat zijn troon, hier woont zijn Woord. Heft hier voor God uw lofzang aan: Gebenedijd zijn grote naam.
  • 6.
    4 Want God isoverstelpend goed, die ons in vrede wonen doet. Zijn goedheid is als morgendauw: elk nieuw geslacht ervaart zijn trouw.
  • 7.
    VDD G 242 Komtlaat ons deze dag
  • 8.
    1 Komt laat onsdeze dag met heilig vuur bezingen en met vernieuwde vreugd, want God deed grote dingen. Eens gaf de Heilge Geest aan velen heldenmoed. Bidt dat Hij ons vandaag verlicht met Pinkstergloed.
  • 9.
    6 Vul aan watons ontbreekt, want stukwerk is ons pogen. En wat ons afleidt van de vrede uit den hoge, laat dat, verheven licht, in vuur en wind vergaan. Houdt Gij ons staande door het wonder van Gods naam.
  • 10.
    7 Wie 's HerenGeest bezielt, wie 's Heren woord doet zingen, wie met ons vieren wil het feest der eerstelingen, die stemme met ons in en prijze Gods verbond dat Hij vandaag vernieuwt en elke morgenstond.
  • 11.
  • 12.
    P 146 –1, 2, 4, 5 Zing, mijn ziel, voor God uw HERE,
  • 13.
    1 Zing, mijn ziel,voor God uw HERE, zing die u het leven geeft. Zing, mijn ziel, uw God ter ere, zing voor Hem zolang gij leeft. Ziel, gij zijt geboren tot zingen voor den HEER uw God.
  • 14.
    2 Reken niet opmensenwaarde, want bij mensen is geen baat. Aarde wordt een mens tot aarde, als zijn adem uit hem gaat. Ligt niet alles wat hij wil met zijn laatste adem stil?
  • 15.
    4 Aan wie hongertgeeft Hij spijze, aan verdrukten recht gericht. Wie geboeid zijn, Hij bevrijdt ze, blinden geeft Hij het gezicht. Hij geeft den gebukten moed en heeft lief wie zijn wil doet.
  • 16.
    5 Wees en weduwen ontheemde doet Hij wonen op zijn erf. Hij behoedt de weg der vreemden, maar leidt bozen in 't verderf. Eeuwig Koning is de HEER! Sion, zing uw God ter eer!
  • 17.
    Opw 167 Samen inde naam van Jezus
  • 18.
    Samen in denaam van Jezus heffen wij een loflied aan, want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan. Samen bidden, samen zoeken naar het plan van onze Heer. Samen zingen en getuigen, samen leven tot zijn eer.
  • 19.
    Heel de wereldmoet het weten dat God niet veranderd is. En zijn liefde als een lichtstraal doordringt in de duisternis. 't Werk van God is niet te keren omdat Hij er over waakt, en de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt.
  • 20.
    Prijst de Heer,de weg is open naar de Vader, naar elkaar. Jezus Christus, Triomfator, mijn Verlosser, Middelaar. Vader, met geheven handen breng ik U mijn dank en eer. 't Is uw Geest die mij doet zeggen: Jezus Christus is de Heer!
  • 21.
  • 22.
    P 37 Wees nietafgunstig op de goddeloze,
  • 23.
    1 Wees niet afgunstigop de goddeloze, benijd hem niet die u met onrecht kwelt. Al bloeit hij nu, al groeit hij in het boze, straks is hij gras dat wegdort op het veld.
  • 24.
    Woon in hetland met die het goede kozen en die de HEER tot zijn getrouwen telt.
  • 25.
    8 Wie Hem behaagt,behoedt Hij op zijn wegen. Hij houdt hem vast, dat hij zijn voet niet stoot. Zo oud ik werd, kwam ik geen vrome tegen dien God verliet, geen kind dat zocht naar brood.
  • 26.
    Wie mild leentis nooddruftigen ten zegen, zijn nageslacht is God een gunstgenoot.
  • 27.
    12 Sla de oprechtega, zie hoe de vrome die vrede wil ook in zijn kindren bloeit, maar wie de strijd met God heeft opgenomen zal met zijn nakroost worden uitgeroeid.
  • 28.
    God doet zijnvolk de vijandschap ontkomen. Het schuilt bij Hem, veilig en ongemoeid.
  • 29.
    P 66 Breek, aarde,uit in jubelzangen,
  • 30.
    1 Breek, aarde, uitin jubelzangen, Gods glorierijke naam ter eer. Laat van alom Hem lof ontvangen. Geducht zijn uwe daden, Heer. Uw tegenstanders, diep gebogen, aanvaarden veinzend uw beleid. Heel d'aarde moet uw naam verhogen, psalmzingen uwe majesteit.
  • 31.
    6 Gij die Godvreest, ik zal u spreken van al wat aan mij is geschied. Nauw richtte ik tot Hem mijn smeken, of in mijn hart was reeds een lied. Zou God mij hebben willen horen, wanneer ik onrecht had beraamd? Maar Hij nam mijn gebed ter ore, Hij heeft mijn bidden niet beschaamd.
  • 32.
    P 93 De HEERis Koning, Hij regeert altijd,
  • 33.
    1 De HEER isKoning, Hij regeert altijd, omgord met macht, bekleed met majesteit. Hij grondvest d'aarde, houdt haar vast in stand. Onwrikbaar staat het bouwwerk van zijn hand.
  • 34.
    2 Uw troon staatvan de aanvang af gesteld op vaste pijlers in het oergeweld. Rivieren slaan, rivieren slaan, o HEER, het water stijgt, het water stijgt steeds meer.
  • 35.
    3 Geweldiger dan wateren dan wind is in de hoogte God die overwint. Geweldig is de HERE die zijn voet plant op de nek van deze watervloed.
  • 36.
    4 Uw macht isgroot, uw trouw zal nooit vergaan, al wat Gij ooit beloofd hebt, blijft bestaan. Tot sieraad is uw hoge heiligheid en in die glans trotseert uw huis de tijd.
  • 37.
  • 38.
    P 94 –7,8 en 9 “De Heer ziet het niet,” zeggen ze, “de God van Jakob merkt toch niets”. Kom tot inzicht, onverstandigen. Dwazen, worden jullie ooit wijs? Hij heeft het oor geplant – zou Hij niet horen? het oog gevormd- zou Hij niet zien?
  • 39.
    Het idee datGod ons altijd ziet en hoort kan behoorlijk intimiderend zijn. Als gelovigen zullen we allemaal erkennen dat niets voor God verborgen blijft, maar toch leven we soms alsof Hij even niet oplet.
  • 40.
    Wie houden wedaar eigenlijk mee voor de gek?? Jezus’ leerling Johannes geeft ons in zijn evangelie dit inzicht door: “De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn (in de persoon van) Jezus Christus gekomen.” Joh 1 – 27.
  • 41.
    Wanneer God onsdoor Christus ziet, kunnen we Hem gerust onder ogen komen. Ook deze tekst mag je gelovig omarmen: “Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet veroordeeld.”Rom 8 – 1.
  • 42.
    Het idee datGos ons altijd ziet en hoort is bovenal geruststellend. We hebben allemaal momenten dat we ons eenzaam en verloren voelen en wat is het dan goed te weten dat God ons ziet en hoort.
  • 43.
    We merken misschienniet direct dat Zijn oog op ons rust, we vragen ons zelfs weleens af of Hij wel luistert, maar ons gelovige hart kent de waarheid.
  • 44.
    * Om overna te denken “Zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, Hij weet alles” 1 Joh. 3 : 20
  • 45.
    * Gebed Dank U,God, dat U ons in Christus aanziet en dat we in Zijn naam mogen bidden.
  • 46.
    P 130 Uit dieptenvan ellende
  • 47.
    1 Uit diepten vanellende / roep ik tot U, o HEER. Gij kunt verlossing zenden, / ik werp voor U mij neer. O laat uw oor zich neigen / tot mij, tot mijn gebed. Laat mij gehoor verkrijgen, / red mij, o Here, red!
  • 48.
    2 Zoudt Gij indachtigwezen / al wat een mens misdeed, wie zou nog kunnen leven / in al zijn angst en leed? Maar Gij wilt ons vergeven, / Gij scheldt de schulden kwijt, opdat wij zouden vrezen / uw goedertierenheid.
  • 49.
    3 Ik heb mijnhoop gevestigd / op God den HEER die hoort. Mijn hart, hoezeer onrustig, / wacht zijn verlossend woord. Nog meer dan in de nachten / wachters het morgenlicht, blijf ik, o Heer, verwachten / uw lichtend aangezicht.
  • 50.
    4 Gij al Godsbondgenoten, / ziet naar zijn toekomst uit! De HEER is vast besloten / tot goedertierenheid! Hoort aan de goede tijding: / Hij geeft in zijn geduld aan Israël bevrijding / van onrecht en van schuld.
  • 51.
    P 127 Wanneer deHEER het huis niet bouwt,
  • 52.
    1 Wanneer de HEERhet huis niet bouwt, is, alle metselwerk ten spijt, de opbouw niets dan ijdelheid. Wanneer de HEER de wacht niet houdt, geen wachter, die de vijand keert, geen stadsmuur die zijn aanval weert.
  • 53.
    2 Voor dag endauw reeds op te staan en op te zijn tot 's avonds laat, hard werken voor slechts weinig baat en schamel brood, 't is niets dan waan. Hij geeft het immers wie Hij mint, als in de slaap, als aan een kind.
  • 54.
    4 Gelukkig hij diein de strijd zijn koker vol met pijlen draagt. Gelukkig hij, die wordt geschraagd door zonen, tot zijn hulp bereid. Al pocht de vijand in de poort, vrijmoedig staat hij hem te woord.
  • 55.
    P 142 Tot Godden HEER hief ik mijn stem,
  • 56.
    1 Tot God denHEER hief ik mijn stem, ik riep tot God, ik smeekte Hem. Alles, alles wat mij benauwt heb ik den HERE toevertrouwd.
  • 57.
    6 Red mij vanwie te sterk mij is, voer mij uit zijn gevangenis, dat ik U, HEER, dat ik U dan mijn Heer en God weer loven kan.
  • 58.
    7 Al uw getrouwenroep ik saam als Gij mij zo hebt welgedaan, zij zullen horen hoe ik zing uw naam en uw rechtvaardiging.
  • 59.
  • 60.
    Collecte 1ste chrvoor Israël 2de eigen gemeente
  • 61.
  • 62.
    1 Halleluja! looft denHEER, prijst zijn naam en majesteit, toegewijden aan zijn eer, die vanouds zijn knechten zijt, gij die uw verheven plicht in de tempelhof verricht.
  • 63.
    2 Prijst den HEER,want Hij is goed. Stemt uw snaren en vertolkt dat zijn naam ons leven doet. Hij koos Jakob tot zijn volk, Israël tot kroonsieraad van zijn goddelijke staat.
  • 64.
    10 Zegen, Israël, denHEER, priesters, looft zijn majesteit, tempeldienaars, prijst zijn eer, looft Hem, wie zijn naam belijdt. Hij woont bij ons in gena. Prijst den HEER. Halleluja!
  • 65.
    G 293 Wat detoekomst brengen moge,
  • 66.
    1 Wat de toekomstbrengen moge, mij geleidt des Heren hand; moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land. Leer mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed! Leer mij slechts het heden dragen met een rustig, kalme moed!
  • 67.
    2 Heer, ik wiluw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet. Zalig hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet. Schijnen mij uw wegen duister, zie, ik vraag U niet: waarom? Eenmaal zie ik al uw luister, als ik in uw hemel kom!
  • 68.
    3 Laat mij nietmijn lot beslissen: zo ik mocht, ik durfde niet. Ach, hoe zou ik mij vergissen, als Gij mij de keuze liet! Wil mij als een kind behandlen, dat alleen de weg niet vindt: neem mijn hand in uwe handen en geleid mij als een kind.
  • 69.
    4 Waar de wegmij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand, loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land.
  • 70.