Heer, 'k wilU danken,
U loven en prijzen
voor alles wat U doet voor mij.
Heer, ik wil daag'lijks U hulde bewijzen
door te leven zoals Gij.
Ik wil de weg gaan die U hebt gewezen.
U zult mij steeds weer de kracht
daarvoor geven.
Dank, Heer, dat ik in de hemel woon
en met U zitten mag op de troon.
4.
Dank Heer, datondanks de listen van satan,
ondanks de nood van deze tijd,
ik deel mag hebben aan 't machtige
heilsplan,
dat mij leidt tot volkomenheid.
Vol van uw kracht, Heer, en zonder te beven,
wil ik getuigen: U geeft een nieuw leven.
Alles herstelt U wat is ontwricht.
U maakt het duister tot stralend licht.
5.
Dank Heer, datU boven bidden en denken
in alle dingen rijk voorziet.
Dank, dat U mij uw bescherming wilt
schenken,
daartoe uw engelenwacht gebiedt.
Blijdschap en vrede hebt U mij gegeven.
Uw Naam zij daarvoor geloofd en geprezen.
U wil ik geven steeds meer en meer
glorie en lofprijs, ja, dank en eer.
Looft nu denHEER, want Hij is goed,
die met zijn liefde ons ontmoet.
Zijn trouw houdt stand te allen tijde.
Wie prijst zijn daden woord voor
woord?
Wie kan zijn heerlijkheid belijden?
Wie looft Hem zodat elk het hoort?
9.
Verlos ons, HERE,onze God,
verhef uw aanschijn, wend ons lot,
verzamel ons uit alle streken,
opdat wij eenmaal allen saam
van de vervulling mogen spreken,
lof brengen aan uw heilge naam.
10.
Stil gebed
Votum engroet
aansluitend G 21 – 7
Roemt dan, gij mensen,
en lofzingt tezamen
11.
7
Roemt dan, gijmensen,
en lofzingt tezamen
Hem die zo grote dingen doet.
Alles wat adem heeft, roepe nu amen,
zinge nu blijde: God is goed!
Love dan ieder die Hem vreest
Vader en Zoon en Heilge Geest!
Halleluja! Halleluja!
4
Leer mij naaruw wil te handlen,
laat mij in uw waarheid wandlen.
Voeg geheel mijn hart tezaam
tot de vrees van uwen naam.
HEER mijn God, ik zal U loven,
heffen 't ganse hart naar boven.
Ja, uw naam en majesteit
loof ik tot in eeuwigheid.
1
In het beginlag de aarde verloren,
in het begin in de duisternis;
God sprak zijn woord en het licht werd
geboren,
't licht dat vandaag onze dag nog is.
25.
2
In het beginzijn de wolken en luchten,
in het begin is de hemel ontstaan.
God sprak zijn woord en de wateren
vluchtten:
zo bracht Hij scheiding en ruimte aan.
26.
3
In het beginis de aarde gekomen,
in het begin uit de diepte der zee.
In het begin kwam het gras en de
bomen,
bloeiden de bloemen en graasde het
vee.
27.
4
In het beginzijn de sterren gaan
branden,
in het begin kwam de zon en de maan.
Boven het land de zee en de stranden
wijzen zij wegen en tijden aan.
28.
5
In het beginkwamen vogels gevlogen,
in het begin werd hun lied al gehoord.
Vissen in 't water, wat leeft op het
droge:
God schiep de dieren, elk naar hun
soort.
29.
6
In het beginriep God mensen tot leven,
in het begin was het woord in hun
mond.
Wat was het goed om op aarde te
wonen,
wat was God blij dat de wereld
bestond.
31 In diedagen trad Johannes de Doper
op en hij predikte in de woestijn van
Judea, 2 en zei: Bekeer u, want het
Koninkrijk der hemelen is
nabijgekomen. 3 Want deze is het over
wie gesproken werd door
de profeet Jesaja toen hij zei: De stem
van een die roept in de woestijn: Maak
de weg van de Heere gereed, maak Zijn
paden recht.
33.
4 Deze Johanneshad kleding van
kameelhaar en een leren gordel om zijn
middel; zijn voedsel was sprinkhanen
en wilde honing. 5 Toen liep Jeruzalem,
heel Judea en heel het land rondom
de Jordaan naar hem uit,
6 en zij werden door hem gedoopt in
de Jordaan, terwijl zij hun zonden
beleden.
34.
7 Toen hijvelen van de Farizeeën
en Sadduceeën op zijn doop zag
afkomen, zei hij tegen hen:
Adderengebroed! Wie heeft u laten
weten dat u moet vluchten voor de
komende toorn?
8 Breng dan vruchten voort in
overeenstemming met de bekering,
35.
9 en denkniet dat u bij uzelf kunt
zeggen: Wij hebben Abraham als vader;
want ik zeg u dat God zelfs uit deze
stenen voor Abraham kinderen kan
verwekken.
10 De bijl ligt zelfs al aan de wortel van
de bomen;
36.
elke boom dandie geen goede vrucht
voortbrengt, wordt omgehakt en in het
vuur geworpen.
11 Ik doop u wel met water tot bekering,
maar Hij Die na mij komt, is sterker dan
ik; ik ben het niet
waard Hem Zijn sandalen na te dragen.
Hij zal u dopen met de Heilige Geest en
met vuur.
37.
12 Zijn wanis in Zijn hand en Hij zal
Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn
tarwe in de schuur verzamelen en Hij
zal het kaf met onuitblusbaar vuur
verbranden.
38.
Johannes doopt Jezus
13Toen kwam Jezus van Galilea naar
de Jordaan, naar Johannes, om door
hem gedoopt te worden.
Toen Jezus bijhet water kwam,
waar Hem Johannes wachtte,
werd Hij gedoopt, het zuiver Lam,
de volheid der geslachten.
Hij daalde neer in de Jordaan,
Zijn leven neemt ons sterven aan!
41.
Dit is Godswil; het water is
niet water slechts, is leven.
Zo zegt ons het getuigenis
door woord en Geest gegeven.
Gods stem weerklinkt: dit is mijn Zoon,
Het Lam, gekomen van de troon.
42.
Gij zegt hetzelf: wie op U hoopt
-dit moet de wereld horen-
wie U gelooft, in U gedoopt,
die is uit U geboren.
En zonder werken van de wet,
wordt hij gereinigd en gered.
43.
15 Maar Jezusantwoordde hem en zei:
Laat het nu gebeuren, want op deze
wijze past het ons alle gerechtigheid te
vervullen. Toen liet hij het Hem toe.
“De doop van Jezus”
Hij, die heerstop 's hemels troon,
Here Christus, Vaders Zoon,
wordt geboren uit een maagd
op de tijd die God behaagt.
Zonne der gerechtigheid,
woord dat vlees geworden zijt,
tussen alle mensen in
in het menselijk gezin.
Hoor, de englen zingen de eer
van de nieuw geboren Heer!
46.
Lof aan Udie eeuwig leeft
en op aarde vrede geeft,
Gij die ons geworden zijt
taal en teken in de tijd,
al uw glorie legt Gij af
ons tot redding uit het graf,
dat wij ongerept en rein
nieuwgeboren zouden zijn.
Hoor, de englen zingen de eer
van de nieuw geboren Heer!
1
Wij leven vande wind
die aanrukt uit den hoge
en heel het huis vervult
waar knieën zijn gebogen,
die doordringt in het hart,
in de verborgen hof,
en uitbreekt in een lied
en opstijgt God ten lof.
51.
2
Wij delen inhet vuur
dat neerstrijkt op de hoofden,
de vonk die overspringt
op allen die geloven.
Vuurvogel van de vloed,
duif boven de Jordaan,
versterk in ons de gloed,
wakker het feestvuur aan.
52.
3
Wij teren ophet woord,
het brood van God gegeven,
dat mededeelzaam is
en kracht geeft en nieuw leven.
Dus zegt en zingt het voort,
geeft uit met gulle hand
dit manna voor elk hart,
dit voedsel voor elk land.