Monique & Alwin
“Je snapt toch wel dat dat niet zomaar kan?! Dan komen we nooit
rond!” Monique kreunt. Alwin en zij hebben ruzie. Ze weet zeker dat
de tijd rijp is om met pensioen te gaan, maar Alwin weet zeker dat hij
moet blijven werken.
3.
“Je luistert ooknooit naar me! Ik zeg dat het niet kan en dan gebeurt
het ook niet!” roept Monique boos uit. Geïrriteerd draait Alwin zich om.
“Jij kunt soms ook zó bazig zijn, het is mijn werk, ik zou de gene
moeten zijn die dat bepaalt.” gromt hij.
4.
Alwin beent naarde kapstok, trekt zijn jas er van af en maakt de deur
open. Monique bijt op haar lip. “Alwin, wat ga je doen?” vraagt ze
zachtjes. “Ik moet blijven werken. Dan ben ik tenminste niet de hele
dag thuis.” sist Alwin als antwoord. Hij slaat de deur achter zich dicht.
5.
Een paar kilometerverderop, bij de plaatselijke bar, stapt Alwin uit zijn
auto. Slechtgehumeurd duwt hij de deur open en hangt hij zijn jas aan
de kapstok.
6.
Met een zuchtschuift hij aan de bar aan. Strak staart hij naar het
vlammetje van de kaars, zo min mogelijk contact met anderen
zoekend.
7.
Een langharige blondevrouw, in een iets te kort zwart-wit jurkje leunt
naar voren op de bar. “U had gewild?” vraagt ze, in haar platte accent.
“Een groot glas rosé graag.” antwoord Alwin.
8.
Glas na glasslaat Alwin achteloos achterover. Zijn zorgen worden
langzaam weggeduwd naar een donker hoekje, zijn stemming word
steeds vrolijker en zorgelozer.
9.
Met nu welde moed ervoor, kijkt Alwin opzij. Twee stoelen verderop
zit een prachtige jonge vrouw. Van over zijn zesde glas rosé, ziet ze er
uit als de mooiste vrouw die hij ooit heeft gezien. Vol goede moed
schuift hij schaamteloos door naar de stoel naast haar.
10.
De vrouw, metduidelijk ook een grote hoeveelheid alcohol op, kijkt
enkel even op. “Dus, wat is jouw naam?” vraagt Alwin geïnteresseerd,
af en toe even over zijn woorden struikelend. “Rachel.” antwoord ze,
met haar sierlijke stem.
11.
De rest vande avond is voor Alwin een zwarte vlek. Hoewel hij
donders goed weet dat hij en Rachel die nacht naar buiten zijn
gegaan, en hij haar lichaam dichterbij heeft gezien dan hij ooit had
durven dromen…
12.
Justin & Carine
Het is nog maar net zeven uur als Justin al rechtop in zijn bed zit. Hij
rekt zich uitgebreid uit en kijkt even op de wekker. Te vroeg voor een
normale zaterdag, maar voor vandaag niet.
13.
Even kijkt hijom naar zijn vrouw. Hij glimlacht als hij ziet dat ze nog
slaapt. Des te beter. Vandaag is voor hun allebei de dag dat ze oudere
worden, en voor die verjaardag heeft hij behoorlijk wat plannen staan
waar Carine niets van weet.
14.
Haastig beent hijnaar de keuken, en verzamelt wat ingrediënten voor
een omelet. Justin lacht om zijn eigen stress. Het is allemaal een
beetje doorwerken, maar dat heeft hij maar al te graag over voor zijn
vrouw. Ten slotte, hoe lang is het wel niet geleden dat ze samen echt
een leuk gezellig uitje hebben gehad? Voor hun huwelijk ergens?
Justin zet de twee dampende borden, met heerlijk geurende omeletten
erop, op tafel. Daarna sluipt hij op zijn tenen naar de telefoon in de
woonkamer.
15.
Vluchtig kijkt hijnaar buiten, waar de zon al omhoog komt. Hij toetst
het nummer van zijn werk in en wacht tot er opgenomen word.
“Dag Oswald.” begroet hij zijn collega zachtjes. “Ik zou graag een
dagje vrij opnemen.” “…” “Ja, Bruijn. En vergeet Carine niet, ik maak
er een leuke dag van voor onze verjaardag.” “…” Justin lacht. “Dankje,
fijne dag nog!”
16.
De zon isal volledig op als Carine in haar pyjama door de keuken
loopt. “Justin? Waar zit je?” “Hierzo!” roept Justin vanuit de eetkamer
terug. Lachend loopt Carine haar neus achterna.
17.
Daar treft zeJustin met een grote grijns en een bord omeletten aan.
Ze glimlacht. “Kijk, dat noem ik nou een prettige verassing.” Justin
grinnikt. “Ga zitten en neem er een.”
18.
Nieuwsgierig proeft Carineeen stukje van haar omelet. Een grote
glimlach verschijnt tijdens het kauwen om haar lippen. “Justin, paprika
en kerrie, precies zoals ik altijd zeur…” “Dat ik moet doen, ja.” maakt
Justin lachend haar zin af.
19.
Over tafel pakthij Carine’s hand. “We gaan van vandaag een speciale
dag maken, dat is veel te lang geleden.” In stilte eten de twee op hun
gemak het omelet op.
20.
Zodra de bordenop een paar kleine kruimeltjes na helemaal leeg zijn,
staat Justin op en stapelt de vaat op. “Ga je maar aankleden, wij gaan
shoppen.” Carine lacht. “Shoppen? Maar dat wil je toch nooit?” Justin
glimlacht. “Vandaag word jouw dag.” Hij blaast vanuit de deuropening
een kushandje naar haar en brengt dan de vaat naar de keuken. In
een impuls laat Carine haar vingers over haar wang glijden. Ze grijnst.
21.
Precies zoals Justinbeloofd had, zitten ze even later in de auto naar
Svezette. De regen word compleet genegeerd.
22.
Maar enkele minutenlater staan ze al voor de modezaak. Justin pakt
Carine’s hand. “Het is echt een leuk zaakje geworden, geloof me, ik
ben er al eens eerder geweest.” Met een mondhoek omgekruld kijkt
Carine opzij naar hem. Justin lacht. “Oke, oke, ik houd niet van
shoppen, maar als je nichtje een kledingwinkel begint…” Carine
grinnikt zachtjes. “Ze hebben ook teddyberen!” roept Justin als
verdediging uit.
23.
Binnen laat Carinezich helemaal los op de kledingrekken. Met moeite
kijkt ze tussen de kleding voor ouderen. Justin staat er een beetje bij.
“Het is echt moeilijk, je weet niet precies hoe je er uitziet als je oudere
bent, en passen gaat dus ook niet. Vind je ook niet Jus?” ratelt Carine.
“Hmhmm.” mompelt Justin. Carine lacht. “Ga maar met Suze praten,
ik zoek wel wat voor jou uit.” Dankbaar loopt Justin naar zijn nichtje.
24.
Even wat Suzein de update sneaken. *muwhahaha*
“Nichtje!” roept Justin uit. Lachend draait Suze zich om. “Jus!” “Hoe
gaat het in de winkel?” vraagt Justin nieuwsgierig. “Prima hoor, Sven
raakt gewend aan de kassa, en volgens mij ken ik nu de kneepjes van
het vak ook wel redelijk goed.”
25.
“Zag ik Svezettenou in de krant staan vorige week?” Suze lacht trots.
“Zeker weten, er is een reporter langs geweest, en die heeft een
stukje geschreven, pas aan het eind van zijn bezoek heeft hij dat
bekend gemaakt.”
26.
“Eh, Suze, ikwil geen familiemoment bederven, maar ik wil graag
afrekenen.” Suze grinnikt en loopt naar de kassa. Onhandig tikt ze
een paar knopjes in. “Sven heeft griep, dus ik sta er vandaag alleen
voor. Sven doet de kassa altijd.” verontschuldigt ze zich. Carine lacht
en geeft haar een briefje van honderd aan.
27.
Eenmaal thuis loodstJustin Carine naar de bank. “Ga even zitten, ik
wil even een voorstel doen.” Gehoorzaam ploft Carine op de bank
neer. “Brand los, ik ben hartstikke nieuwsgierig.” grinnikt ze. Justin
glimlacht even en knielt bij haar neer.
28.
“Oke, je weethoe je de laatste tijd zegt, dat sinds Hope weg is, er
twee kamers helemaal niet gebruikt worden, en het huis dus eigenlijk
wat te groot is voor ons tweeën.” Carine knikt voorzichtig. Justin gaat
op de bank zitten en zet zijn laptop op schoot.
29.
“Kijk, ik hebeen beetje rondgezocht, en toen vond ik dus…” Justin
klikt een pagina open. “Dit huisje. Als je wilt, als je het echt wilt,
zouden we er morgen al in kunnen trekken.” Carine slaat haar handen
voor haar mond. “Justin, wat snel, kan dat wel, klopt het allemaal
wel?” Justin knikt. “Ik heb het allemaal nagekeken, het is hartstikke
betrouwbaar.”
30.
Tussen de deuropeningdoor werpt Carine een blik op Snoopy, die
rustig ligt te slapen. “Hij kan natuurlijk gewoon mee.” meent Justin, en
hij maakt een gebaar naar het katertje.
31.
Carine glimlacht meteen blik op hun trouwfoto. “Oke, het lijkt me echt
geweldig. Maar ik wil eerst zien waarvoor ik teken.” Justin knikt. “Dat
snap ik.” Er volgt een stilte. “Zullen we dan de taart maar gaan pakken
en opgroeien?”
32.
Justin haalt detaart uit de koelkast en steekt de kaasjes aan. Lachend
buigt Carine zich erover. “Ik weet dat ik oud word, maar zoveel
kaarsen?” grinnikt ze. Justin haalt lachend zijn schouders op.
33.
In één ademblaast Carine alle kaarsjes uit en doet ze een stap naar
achteren. “Daar gaan we dan.” mompelt ze, als ze de bekende
tintelingen voor de laatste keer in haar benen voelt.
34.
Als Carine weerop de grond staat, kan ze het niet laten te lachen.
“Wat is dit?” Ze pakt een pluk van haar haren. “Rood haar, zwarte
wenkbrauwen, en die kleren!” giert ze.
35.
Sorry voor devage overgang, maar van wege de bug moesten ze toen al meteen verhuizen :E
De volgende ochtend staan de twee voor hun potentiele nieuwe
huisje. Dat wil zeggen, potentieel zou best weggelaten kunnen
worden. “Jus, het is práchtig!” roept Carine uit. “Je hebt gelijk, het is
echt geweldig.”
36.
Justin lacht. “Datweet ik toch, ik heb altijd gelijk.” Carine stoot haar
man aan. “Nou moet je niet overdrijven he?” grinnikt ze.
37.
Snoopy zit voorde trap al op het stel te wachten. Het katertje miauwt
luid. Justin knikt. “Je hebt gelijk jongen, laten we het maar van binnen
gaan bekijken.” Snoopy staat op dat moment op en springt trede voor
trede de trap op.
In de woonkamerploffen ze op de bank neer. “Het is perfect, ik zie
ons er nu gewoon al in wonen.” vind Justin. Carine knikt. “Het is
gewoon te perfect. Weet je zeker dat we het allemaal kunnen betalen,
en dat het allemaal wel klopt?”
47.
Justin slaat eenarm om haar heen. “Heel zeker. Betekend dat dat je
tot een beslissing gekomen bent?” Carine lacht. “Ja, dat betekend dat
ik besloten heb. Het mag dan snel zijn, maar dit huisje lijkt wel voor
ons geschapen. Dat moeten we niet laten schieten.”
48.
Justin trekt haardicht tegen zich aan. Op dat moment voelt Carine
kleine pootjes op haar schoot springen. Onschuldig kijkt Snoopy vanaf
haar schoot door de kamer. Carine schiet in de lach.
49.
Hope
“22, 23, 24, 25, 26…” Hope lacht. “Wat doe je?” “Ik tel je sproetjes, ik
wil jouw hoofd perfect voor me kunnen zien als je niet bij me bent.”
antwoord Noah zachtjes. Een glimlach speelt om Hope haar lippen.
“Dat lukt mij al wel.”
50.
“En nu moetik weer opnieuw beginnen, je lijd me af.” moppert Noah.
Hope lacht. “Ik zal proberen stil te zitten.”
51.
Noah lacht vrolijkmet haar mee. “Laat ook maar zitten ook,” Lachend
gaan ze hand in hand rechtop zitten. Hope’s gezicht word serieus. Ze
zucht. “Ik vind het zonde dat Ella het niet kan weten. Ze zou woedend
worden.”
52.
Noah knijpt inhaar hand. “Het komt wel goed. Ooit vertellen we het
haar, en dan zal ze het moeten accepteren. Ik zal altijd bij jou blijven,
wat er ook gebeurt.”
53.
De dagen inhet studentenhuis vinden voor Hope maar langzaam
routine. Na haar eerste examen lijken de dagen tot het eindexamen
van de eerste jaar steeds langzamer te gaan. Het leren word steeds
oninteressanter, en Noah blijft steeds meer in haar gedachten
hangen…
54.
Verveeld ligt Hopeop haar bed. Ze heeft haar sms’jes gelezen, haar
nagels erg kunstig gelakt en enkele nummers op haar Ipod geluisterd.
Ze werpt een blik op haar boek en zucht. Ze moet echt beginnen,
morgen is het al zover, en ze kan het nooit goed genoeg kennen.
55.
Even staart zenaar buiten. Misschien kan ze nog een zelftoets
maken. Echt, in volle concentratie. Ze draait zich om naar haar
werkboek en komt moeizaam van het bed af.
56.
Even kijkt zeopzij als ze ziet dat de plek naast Noah vrij is. Ze zucht
en loopt door naar de keuken. Grote verleiding, maar dan zou ze
zéker weten afgeleid zijn.
57.
Moeizaam buigt Hopezich over de ingewikkelde opgaven. Haar studie
Kunst mag interessant zijn, de vragen over de schilderijen uit de
renaissance zijn best wel pittig.
58.
De volgende morgenzitten de studenten rond zeven uur al beneden,
terwijl hun ogen de boeken in hun handen zo min mogelijk loslaten.
Het is de ochtend van hun examen. Na deze ochtend zullen ze
tweedejaars worden. Als ze tenminste slagen…
59.
“En, zijn jullieer klaar voor?” vraagt Hope, met een zenuwachtige
ondertoon in haar stem. Ella haalt zorgeloos lachend haar schouders
op. “Ach, vast wel, en zo niet, boeiend, een jaar extra lol op de uni.”
Hope schud haar hoofd. Ze kan niet begrijpen dat het haar vriendin
dan werkelijk zo weinig kan schelen.
60.
Noah glimlacht. “Hetkomt wel goed.” sust hij. Mieke, die naast hem
zit, lacht. “Kom jongens, het is maar een examen, het eerste ging toch
ook goed?”
61.
“Ja hoor, tuurlijkMieke, máár een examen.” Emmy rolt met haar ogen.
“Het is niet zo maar een examen. Hierna zijn we tweedejaars. En
trouwens, elk examen is belangrijk.”
62.
Met een zenuwachtiglachje staat Hope op. “Ik weet niet hoe het met
jullie zit, maar ik ben niet van plan te laat te komen op een examen,
dat trekken ze zo van je tijd af.” Ze zet haar studieboek terug in de
kast en trekt haar jas aan.
63.
Maar bijna meteenals ze haar paraplu heeft opgestoken, lopen Noah
en Ella ook al met haar mee. Enkel Noah heeft geen paraplu. “Watjes,
je gaat niet dood van een beetje regen,” lacht hij. Ella schud haar
hoofd en loopt vooruit.
64.
Vlug gaat Noahnaast Hope onder de paraplu lopen. “Veel succes,
schoonheid.” fluistert hij. Hope glimlacht. De eeuwige vlinders in haar
buik vliegen een rondje. Ze voelt zich plots klaarder voor het examen
dan ooit.
65.
Pas twee uurlater komen de studenten terug de kavel op. “Oh, ik ben
zó blij dat ze het meteen na hebben kunnen kijken.” meent Hope. Ze
heeft het gevoel dat ze vliegt, kan een mens zoveel geluk wel aan?
Breekt dat niet? Ella geeft een klopje op haar schouder. “Goed
gedaan joh, een tien, niet normaal.” Hope lacht. “Ja, jij dan, je zei dat
het je niets kon schelen, maar je hebt wel goed genoeg geleerd om
een tien te halen.” Hoofdschuddend loopt ze naar het studentenhuis.
“Hee, ik ga even op mijn kamer zitten.” Ella knikt. “Wat jij wil.”
66.
Maar als zeop haar kamer komt, weet ze meteen dat ze niet toe zal
komen aan wat ze wou gaan doen. Noah zit op haar bed. “Zo
schoonheid, zo maar een tien gehaald?” glimlacht hij. Hope grinnikt.
“Je zegt het alsof het een misdaad is, en toch heb ook jij een tien.”
67.
Noah staat open slaat een arm om haar heen. Hope slaat haar armen
om zijn nek. Noah grijnst. “Je bent sexy als je zo ongelofelijk blij bent,
weet je dat wel?” Hope lacht. “Kijk maar uit.” Noah schud zijn hoofd.
“Toch komt er niemand aan míjn meisje.”
68.
Hope glimlacht. Devlinders in haar buik kunnen het niet laten om alle
kanten op te springen. Hij noemde haar zijn meisje. Nog nooit had
iemand dat tegen haar gezegd. Noah lacht en drukt haar achterover
op het bed.
69.
“Toe, wees nietzo, dan zal je me tot dingen dwingen.” grinnikt hij, met
een ondeugende blik in zijn ogen. Hope glimlacht. Haar ogen
twinkelen ondeugend. “Ik kan het niet helpen, dat weet je toch?”
70.
Kledingstuk voor kledingstukverdwijnt ongeduldig op de grond, en
uiteindelijk verdwijnt het stel onder samen onder de dekens. Het is
uren later als Noah boven de dekens haar hand vastpakt. “Weetje
Noah?” fluistert Hope. “Nou?” glimlacht Noah. “Ik houd van je.”
71.
Geschrokken greep Hopenaar haar buik. Voelde ze wat ze dacht
dat ze voelde? Het leek er wel op. “Oh god…” Ze beet op haar lip.
“Oh god, nee, nee...”