Leen Van Dijck, case Letterenhuis

617 views
578 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
617
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
313
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Leen Van Dijck, case Letterenhuis

  1. 1. Digitaal erfgoed en Privacy: Het geval van het LetterenhuisStudiedag 14/05/2013, LeuvenIk ben erg blij dat het Letterenhuis in deze boeiende discussie over het fenomeen privacy zijn duit inhet zakje mag doen. Wij zijn natuurlijk geen experts, maar door de aard van onze collectie wordenwij er uiteraard voortdurend mee geconfronteerd. Want wij bewaren u eenmaal privacy-gevoeligmateriaal: analoog, papieren materiaal al sinds 1933 en recentelijk ook digitale bestanden. Onze corebusiness betreft het verzamelen, bewaren en ter beschikking stellen van archieven van schrijvers(proza, poëzie en theater), maar ook van literaire organisaties (tijdschriftredacties, uitgeverijen,fondsen en stichtingen en vzw’s). Doorgaans bevatten vele van die documenten privacy-gevoeligeinformatie. Dat hebben wij in onze praktijk altijd gedefinieerd als informatie die niet ontstaan is methet oog op “openbaring”.Want daar gaat het dus over: openbaring, publiek maken van gegevens. In principe is er geenwezenlijk verschil tussen het omgaan met privacy-gevoelige informatie in analoge of in digitalepublicaties. Of toch wel? Eén ding is alvast onbetwistbaar: de envergure, de verspreiding, de impacten de bereikbaarheid van digitale informatie is exponentieel groter dan die van analoge publicaties:ze is wereldwijd en verdwijnt nooit in de depots van een bewaarbibliotheek en gaat evenmin in deramsj , wat helaas het lot is van menig boek.Ik wil vanuit de eigen ervaring, vanuit onze deontologische code en vanuit een buikgevoel, dus eenbeetje intuïtief ook, een aantal voetnoten bij de privacy-saga aanreiken.Heel essentieel in mijn verhaal is het thema, het onderwerp: het Letterenhuis verzamelt archievenvan personen en organisaties in verband met de letteren. Tussen de categorie vanpersoonsarchieven en die van bedrijfsarchieven zijn er een aantal verschillen, ik zal ze gescheidenbehandelen.De persoonsarchieven werden doorgaans gevormde door auteurs, mensen die schrijven enessentieel ook: mensen die publiceren, in tijdschriften, in zelfstandige edities (genaamd boeken), inpers en in media. Het gaat dus over bekende Vlamingen of althans Vlamingen die bekend willen zijn,als schrijver! De schrijver als publieke figuur dus. Dit is een heel belangrijk element, want de“vrijheid” die je hebt met (archief)materiaal van , en met informatie over publieke figuren is ruimerdan de beperkingen die worden opgelegd in verband met privé-personen, “gewone” stervelingendus! Bekende Vlamingen, ook schrijvers, worden (al dan niet uitgebreid) beschreven inencyclopedieën (ook digitaal - wikipedia), hebben vaak een website en/of blogs , zitten uitgebreid opfacebook e.d.Algemene biografische gegevens (geboorteplaats/datum, eventueel ook sterfte.., opleiding,beroepsbezigheden), alles is beschikbaar. Die gegevens kunnen dus door het Letterenhuis ookprobleemloos in de databank worden opgenomen, in de ISAAR-module met name. Ook dewerkstukken van een auteur in verband met zijn (gepubliceerde) romans, toneelstukken, gedichten…kunnen niet meteen een groot probleem opleveren: een tekstgenetisch onderzoek daarnaar wordtdoor de schrijver of zijn erven altijd toegejuicht en de oplijsting daarvan in de databank werktonderzoeksbevorderend. Maar het archief van zo’n bekende schrijver kan natuurlijk ook echte
  2. 2. privézaken bevatten, zaken waarvan de archiefvormer of zijn erven de openbaarheid niet wenselijkachten – dagboeken, agenda’s met allerlei afspraken en notities, maar ook, en dat is in dit discoursvan belang, briefwisseling! Inkomende brieven hoofdzakelijk, want de brieven van de schrijver zelfzitten, afgezien van de afschriften of kopies die de auteur zelf bewaarde, in de archieven van zijncorrespondenten. Voor inzage in die private documenten moeten de archiefvormer of zijn ervenexpliciet de toelating geven, voor inzage in de briefwisseling moet bovendien ook de briefschrijverzelf zijn toelating geven. Om die procedure te vergemakkelijken, brachten wij in een niet zo ververleden een vrij gedetailleerd overzicht van die briefwisseling in onze databank in. Het gaat hier dusniet over gedigitaliseerde brieven, maar wel over een oplijsting van de brieven van decorrespondenten, met summiere identificerende metadata zoals datum van de brief,inschrijvingsnummer e.d.Voor alle duidelijkheid: het gaat altijd over bekende correspondenten,collega-schrijvers of figuren uit de culturele wereld. De correspondentie met niet bekendevlamingen, met familie, met minnaars of minaressen werd niet in kaart gebracht. Je zou denken “sofar, so good”?En toch heb ik me wel eens afgevraagd of we daarmee toch ook geen privacygevoelige gegevensprijsgeven. Uit die overzchtslijsten kan je soms al heel wat informatie halen, inclusief informatie die“gevoelig” kan liggen. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het brievenarchief van Willem Elsschot, datook brieven bevat van een aantal collaborateurs, zoals bijvoorbeeld Ward Hermans. De louterevermelding van het feit dat die briefwisseling bestaat, zou als inbreuk op privacy kunnen wordenaangewend, als de auteur of de familie daarover valt.Nu, in dit geval hoeven wij niets te vrezen: alle brieven van/aan Elsschot zijn gepubliceerd in eenbrieveneditie! Ook de biografie van Elsschot is gepubliceerd, waarin deze en andere controversiëleen zeer privacy-gevoelige zaken werden uiteengezet. We hebben ook nooit dergelijke klachten gehadmaar ik kan me voorstellen dat dit problemen zou kunnen opleveren. Anderzijds is deze praktijk vanindividuele objectbeschrijving niet langer prioritair in onze werkwijze…Voor alle duidelijkheid: we gaan er nooit zonder meer toe over om brieven die nog niet tot hetpublieke domein behoren, digitaal aan te bieden, want daar gaan heel wat formaliteiten aan vooraf(i.c. vragen en verkrijgen van toelatingen, regelen van auteursrechten…). Voor de digitalisering vanfoto’s zijn we iets soepeler, maar in bepaalde gevallen zijn we toch behoedzaam. Monika van Paemelposeert bijvoorbeeld naakt op de achterflap van haar boek De amazone met het blauwe voorhoofd.Maar toch hebben we die foto niet zonder meer op het net gegooid. We hebben de schrijfster eerstgepolst of ze dat oké vond, dat vond ze dus niet, bijgevolg staat die foto niet in onze databank.Wij gaan dus wel degelijk omzichtiger te werk dan de tabloids, die het verschijnsel “publiek persoon”vooral misbruiken om alles op het net te gooien. Voor ons blijft het immers cruciaal om een goederelatie, een hechte band met de auteurs of met hun erven op te bouwen.Voor organisaties en verenigingen is het eigenlijk simpeler, hoewel die archieven ookprivaatgevoelig materiaal bevatten: personeelsdossiers, contracten, correspondentie metontevreden auteurs, afwijzingsberichten… Maar deze archieven arriveren doorgaans ook in een meergestructureerde vorm in het Letterenhuis, en in het klassement zijn die series of afdelingen ookmeteen duidelijk te onderscheiden. Bovendien is ook daar altijd de toelating tot inzage vereist van dearchiefvormer zelf.
  3. 3. Daarnet sprak ik over de gegevens in de databank, de toegangen tot het archief, die misschienproblematisch kunnen zijn. Maar dat stelt niets voor in vergelijking met de problemen die opduikenbij de overdracht van digitaal gevormde archieven. Duurzaam en authentiek bewaren van diebestanden is natuurlijk al een hele uitdaging, maar waar ik mijn hart echt voor vasthoud, is hetmoment waarop we die bestanden ook effectief weer ter beschikking moeten stellen, en dan in hetbijzonder het mailverkeer. Bij verenigingen en organisaties is de problematiek nog vrij eenvoudigaan te pakken: de archiefvormer is geautoriseerd om de raadpleging van die digitale bestanden aldan niet toe te staan, aan specifieke onderzoekers bijvoorbeeld. Privacy-gevoelig materiaal zoalspersoneels dossiers of loonadministratie kan er bijvoorbeeld makkelijk worden uitgelicht. Doorgaansis ook het mailverkeer gerubriceerd en zijn de mails in een digitaal klassement opgenomen, zodathet ook makkelijker partieel ter beschikking kan worden gesteld.Maar wat te doen met digitale archieven van privé-personen, van de schrijvers dus? Ik heb het danniet over de tekst-bestanden, die idealiter de ontstaansgeschiedenis van een boek mooi illustreren,dat is perfect onderzoeksmateriaal, waarvoor de schrijver of zijn erven de toelating tot inzage opeenvoudige wijze kan/kunnen verlenen. Maar als ik aan de mailboxen denk, word ik heel ergonzeker. Wie zijn eigen, persoonlijk mailverkeer voor de geest haalt, weet dat dit vaak zeerprivaatgevoelige informatie bevat, om het eufemistisch uit te drukken. Het is een medium dataanzet tot impulsiviteit, omdat het allemaal snel moet gaan… Dat digitale postverkeer is in velegevallen ook niet geclassificeerd, gerubriceerd… Hoe gaan we privaatgevoelige informatie, met namedie informatie die derden schaadt, in die gigantische mailboxen ontdekken en beveiligen? Eenpapieren correspondentie kan je nog eens vluchtig doorbladeren, bij een mailbox is dat uitgesloten.Het probleem is eigenlijk nog fundamenteler: wie is de auteur van een ellenlange “kettingmail”waarin diverse correspondenten, ook die in CC of BCC, hun zegje doen… aan wie moet je dus allemaaltoelating tot inzage vragen???Misschien zien we spoken en maken we ons nodeloos zorgen. Want als je ziet hoe (ook) schrijverszich vaak schaamteloos blootstellen aan de openbaarheid, op facebook, blogs, twitter of wat voordigitaal medium ook, dan vraag je je af waarom wij zo scrupuleus willen zijn.Bovendien, ik zei het al bij het begin van dit praatje: het Letterenhuis bewaart archieven vanschrijvers! En dat is het uitgelezen bronnenmateriaal voor… biografen, die zich met enthousiasmelaven aan indiscreties, aan geheimen, aan privacy-gevoelig materiaal. En in de meeste gevallen komtdie biograaf er nog mee weg ook.De Nederlandse Aleid Truijens gaat bijvoorbeeld het levensverhaal schrijven van Hella S. Haasse, mettoestemming van de erven weliswaar, maar met de wetenschap dat de schrijfster kort voor haardood nog te kennen had gegeven geen biografie te willen.Af en toe komt er een rechtzaak van. De erfgenamen van Etienne Nkazi-A-Kanda–Ndotepelo, u kenthem wel, de oude man op de cover van David van Reybroecks Congo, hebben op 11/04/2013 aan deBrusselse correctionele rechtbank gevraagd de auteur, de fotograaf Stephan Vanfleteren en deuitgeverij de Bezige Bij principieel te veroordelen voor het gebruik van de foto, omdat de man nooitzijn toestemming heeft gegeven om de foto te gebruiken, zeker niet als cover. Inbreuk op de pivacydus…. De vertalingen van Congo hebben alvast een andere cover…
  4. 4. Nog geruchtmakender is het geval van de biografie van de Nederlandse schrijver Gerard Reve met detitel Kroniek van een schuldig leven. De biograaf, Nop Maas, had daarvoor de toestemming vanReve’s laatste partner, Joop Schafthuizen en kon op zijn medewerking rekenen.Deel 1 en deel 2 verschenen respectievelijk in het najaar van 2009 en in het voorjaar van 2010. Metdeel 3, dat handelde over “de late jaren”, gingen de poppen aan het dansen. Schafthuizen las hettyposcript, vond het te compromitterend (ook voor hemzelf) en eiste weglatingen en verzwijgingen.De uitgever ging op zijn eisen in. Maar dat bleek nog onvoldoende te zijn want in mei 2011 vroegSchafthuizen via de rechter een dwangsom van 100.000 euro per overtreding als de uitgeverij VanOorschot dat derde deel toch besloot uit te geven. Schafthuizen vond de inhoud toch nog tekwetsend, want de biograaf schetste zijn relatie met Reve als een karikatuur, die alleen maar omseks, drank en geld draaide. Hij beriep zich andermaal op “een ontoelaatbare inbreuk op zijnpersoonlijke levenssfeer”, maar dat werd niet meteen aanvaard als juridisch argument omdat nietkon worden aangetoond dat er onjuistheden werden geponeerd! Een uitweg werd dan gevonden inhet auteursrecht. De relatie Reve –Schafthuizen werd geschetst op basis van ongepubliceerdbronnenmateriaal, mat name brieven en dagboeken… waarvoor Joop Schafthuizen als wettigeerfgenaam geen toestemming tot publicatie had gegeven. Om een lang verhaal kort te maken, wanter volgden nog heel wat (beroeps)procedures: uiteindelijk besliste de rechter in juni 2012 dat deel 3van de Reve-biografie toch mocht verschijnen, in zijn saaie, gecensureerde vorm. Succes verzekerd!Ik hoor u al opmerken: wat heeft dit alles nu te maken met privacy in de digitale omgeving?Een aantal dingen, eigenlijk:-De wetten ter bescherming van de privacy gelden voor alle publicaties en bekendmakingen, of dienu digitaal of analoog zijn, dat maakt geen verschil.-Vaak wordt het auteursrecht ingeroepen om het privacy-argument te doen gelden.-Schrijvers zijn publieke figuren, en hun archieven, digitaal of analoog, zijn de bronnen voor denoodzakelijke biografieën en onderzoeken.Vorig jaar hadden we in het Letterenhuis een colloquium over “indiscreties in biografiën”. Uit degetuigenissen van de talrijke biografen bleek telkens weer dat zij heel scrupuleus met hunbronnenmateriaal omgaan, en de vertrouwelijkheden, geheimen en indiscreties heel omzichtig encorrect behandelen.De digitale wereld luidt natuurlijk een heel nieuw hoofdstuk in, waarvoor de geplogenheden en debetamelijkheden nog moeten worden geëxpliciteerd. Maar in principe moeten dezelfde regelsgelden, of het nu over digitaal of over fysiek archief gaat. Privacy-gevoelige data en documentenbewaren is 1 ding, ze ter beschikking stellen van een onderzoeker die ze contextueel publiek wilmaken, dat is een andere zaak, natuurlijk. En daar gaat het hier vandaag over. En het is goed dat wemekaar hierover horen!Leen van DijckDirecteur Letterenhuis

×