Doden in het maanlicht - Hoofdstuk 1: Rouw
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Doden in het maanlicht - Hoofdstuk 1: Rouw

on

  • 444 views

 

Statistics

Views

Total Views
444
Views on SlideShare
401
Embed Views
43

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 43

http://www.weebly.com 35
http://brentswriteandartplace.weebly.com 8

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Doden in het maanlicht - Hoofdstuk 1: Rouw Doden in het maanlicht - Hoofdstuk 1: Rouw Presentation Transcript

  • {Hoofdstuk 1. Rouw
  • De dag was nog jong, maar de helderblauwe hemel verraadde al dat het een prachtdag zouworden. De zon verlichtte met al haar stralen het hele dorp, een zachte wind waaide door defrisgroene blaadjes van de bomen en de vogeltjes floten en vlogen al vrolijk in het rond. Het leekerop dat de zomer was aangebroken.
  • Je zou amper geloven dat er iets ongewoons aan de hand was. Dat dacht Stella de Groot ook. Stellawas een jonge vrouw die samen met haar vriend Maarten Bosmans in een klein huisje net buitenhet dorp woonde. Om de één of andere reden wilde niemand daar wonen, maar Stella en Maartenvonden het daar best gezellig.
  • Stella opende de gordijnen van haar slaapkamer en liet de zonnestralen haar kamer verlichten.Uiteraard was Maarten al wakker, want hij moet altijd vroeg opstaan. Maarten was turnleraar in dedorpsschool. De school lag in het centrum van het dorp en met een krakkemikkig autootje duurdehet wel eventjes vooraleer je daar was. Stella had meer geluk: ze moest nooit vroeg op staan. Zewerkte in het kruideniertje van haar beste vriendin: Katrien Van Hoof. Katriens winkeltje ging pasopen om 10 uur, waardoor Stella ’s morgens zeeën van tijd had, want ze was écht geenochtendmens.
  • Stella strompelde naar de keuken en met een halve slaapkop schonk ze wat koffie in haar kop endeed er teveel suiker in. Haar dag begon nooit goed zonder koffie. Stella dronk een slok van haarkoffie en spuwde het gelijk weer uit. Ze was de melk vergeten. Dé smaakmaker van koffie, vond zezelf toch. Dus ze nam het brik melk uit de koelkast en goot die bij de koffie. Daarna nam ze eenkom uit de keukenkast en deed er wat cornflakes met magere melk bij.
  • De koffie had haar ondertussen al wat wakkerder gemaakt en met een lepel schepte ze de door-de-melk-verslapte cornflakes op. Stella wist dat dit ontbijt niet het ideale was en dat je voor je ontbijtuitgebreid de tijd moest nemen, maar met een zwakke maag, die ze elke ochtend had, kon je maarbeter opletten.
  • Toen ze klaar was, zette ze haar kom en kopje bij de opgestapelde vaat en friste zich daarna op bijde wasbak in de badkamer. Nadat ze zich volledig had opgefrist, nam Stella haar roestige fiets, diein de tuin stond, en reed daarmee elke ochtend, zoals gewoonlijk, naar Katrien.
  • Het viel Stella meteen op dat het dorpsplein verlaten was en dat alle winkels gesloten waren.Meestal bruiste het van het volk op het plein en zeker op een warme zomerdag. Stella stapte af vanhaar fiets en liep richting de winkel van Katrien waar ze haar fiets parkeerde. Stella vond het maareng. Het leek wel een tafereel van een horrorfilm. Een verlaten plek, een zacht briesje, alles leekrustig en dan…
  • Aan de deur van Katriens kruidenierszaak hing er nog het bordje met ‘gesloten’ op. Ook de deurwas nog vast. Stella fronste haar wenkbrauwen.“Vreemd”, dacht ze. Het gerinkel van de deurbel verstoorde de rust op het dorpsplein. Er klonkallerlei gestommel vanuit het huis en er leek iemand van de trap te komen. De deur ging met eenhard piepgeluid open.
  • “Stella?” zei een verwonderde, zachte en hoge stem.Katrien stond, in haar blauwe pyjama, in het deurgat. Haar altijd zo zwarte en nette haar lag nu inde war alsof er een bom in ontploft was. Ze had ook donkere kringen rond haar oogleden waardoorhaar mooie, helderblauwe ogen uit de toon vielen. Katrien leek zich overslapen te hebben.“W… wat doe jij hier?” vroeg Katrien in de war.“Ik kom werken”, zei Stella alsof het de normaalste zaak van de wereld was.“Ik dacht dat het vanzelfsprekend was dat je niet zo komen werken.”
  • Stella dacht even na. Ze kon zich niet herinneren dat Katrien haar vrij had gegeven.“Volgens mij is er een klein communicatiefoutje”, zei Stella aarzelend.“Heb je de krant dan niet gelezen?” vroeg Katrien.“Nee, want het duurt een eeuwigheid wanneer die er is bij mij thuis. Een nadeel als je net buitenhet dorp woont.” En als de post ecologisch wilt zijn en de brieven per fiets wil rond brengen, vulde Stellamet haar gedachten aan.“Kom even mee naar binnen”, zei Katrien.
  • Stella en Katrien liepen de krakende trap op en gingen Katriens appartement binnen. Het zag erduizend keer mooier uit dan die verdufte gang, maar als je er een schoonmaker zou binnen zetten,zou die een hartaanval krijgen.“Koffie?” vroeg Katrien.“Nee, ik heb al gehad.”Toch liep Katrien naar het koffiezetapparaat om voor zichzelf koffie te maken.“Wat was er nu zo dringend, waardoor ik naar binnen moest komen?” vroeg Stella die de helesituatie nog steeds niet begreep.
  • Katrien antwoordde niet, maar duwde plots een krant onder Stella’s neus. Stella las de grootstekop:Graaf van Maandorp tragisch omgekomen“Mijn god”, zei Stella geschrokken, “Wanneer is dat gebeurd?”“Gisterenavond’, antwoordde Katrien, “Er reden allemaal politiewagens langs het dorpsplein eniedereen vroeg zich af wat er gebeurd was. Later die avond kregen we te horen dat de graafvermoord was.”Stella slikte.
  • “Toen hebben we met alle winkeliers van het marktplein beslist om vandaag de winkels te sluitenuit respect voor de graaf. Dat stond trouwens ook in de krant. Ach, ik had jou moeten bellen, danwas je helemaal niet naar hier gekomen.”“Dat is niet erg”, zei Stella, “Hebben ze trouwens al verdachten gevonden?”“Alleen de gravin. Volgens sommigen zou ze de graaf vermoord hebben voor zijn erfenis.”“Iedereen weet toch dat de gravin pas de erfenis krijgt als hij aan een natuurlijke dood sterft?”benadrukte Stella.“Ja, maar sommigen beweren dat de graaf zijn testament veranderd heeft. Volgens mij zijn datallemaal roddels.”
  • De gravin, Elodie, slaakte geïrriteerd een zucht. Ze zat al uren op het politiebureau omdat zijzogezegd haar man vermoord had. Elodie had al zo’n vermoeden over wie dat allemaalrondbazuinde: de mensen die haar haatten omdat ze volgens hen op het geld van de graaf uit was.Het is niet omdat ze 30 jaar jonger was dan hem, dat ze niet van hem hield. Het waren ookdezelfde mensen die haar vaak uitscholden als Afrikaans troela, want ze is oorspronkelijk eenCongolese, Hadden die mensen dan geen respect voor haar? Kon ze gewoon niet rustig om haarman rouwen in plaats van als moordenares beschouwd te worden?
  • Commissaris Louis Debock en inspecteur Anja Kaals kwamen de verhoorkamer binnen en gingenvoor Elodie zitten.“Mevrouw Oboté, we hebben erg interessante informatie over u gevonden”, vertelde decommissaris.Elodie keek verwonderd op en was benieuwd wat voor informatie dat was.“Het blijkt dat u enkele maanden geleden een privédetective hebt ingehuurd om uw man te latenschaduwen.”Elodie knikte.
  • “Dat klopt, commissaris”, vertelde Elodie, “Ik merkte dat mijn man zich met louche zaakjes bezighield en ik wilde dat discreet laten onderzoeken.”“Wat voor zaakjes waren dat dan?” vroeg inspecteur Kaals.“Ik vermoedde dat mijn man bezig was met fraude want ik vond enkele documenten die daar opwezen. Toen ik echter op een dag thuis kwam, zag ik nog net dat Gerard die documenten in deopenhaard gooide. Hij bleek iets te vermoeden en toen heb ik de privédetective ontslagen.”‘Daarna hebt u uw man vermoord omdat hij te veel wist’, voegde de commissaris er aan toe.
  • “Ik weet dat ik die detective nooit had mogen inhuren, maar ik zou Gerard nooit vermoorden. Ikhield nog steeds van hem, hoewel hij grote fouten gemaakt had. Het is gewoon mijn instinct omkwaad te bestrijden. Ik heb de pest aan mensen die zich niet aan de wet houden.”“Dus dan besloot u om het recht in eigen handen te nemen?” vulde de commissaris nogmaals aan.“Hoe vaak moet ik jullie nog vertellen dat ik Gerard niet vermoord heb!” snauwde Elodie.De inspecteur nam een doorzichtig zakje met een mes er in.“Op dit mes hebben we bloedsporen van uw man gedetecteerd en uw vingerafdrukken”, verteldeze.
  • “Het is nogal logisch dat ik dat mes aangeraakt heb. Het is mijn eigen keukenmes.”“Hoe verklaart u het bloed dan?” vroeg de inspecteur.“Mijn man heeft zich gesneden toen hij een ananas aan het snijden was”, verklaarde Elodie.“Hebt u daar geen personeel voor?” vroeg de commissaris.“Ja, maar Gerard is erg ongeduldig. Hij doet de dingen vaak zelf als hij vindt dat het personeel erte lang over doet.”De commissaris en de inspecteur keken naar elkaar. Ze hadden allebei dezelfde mening: zegeloofden de gravin niet.
  • “We vragen het je nog één keer”, zei de inspecteur, “Heeft u uw man vermoord of niet?”“Nee, ik heb hem niet vermoord!” riep Elodie voor de zoveelste keer, “Zoals ik al zei: ik zat in badtoen er aangebeld werd en het afgrijselijk geschreeuw van mijn man hoorde.”Elodie keek de commissaris en de inspecteur boos aan. Ze zou hen wel kunnen doodbliksemen.“Ik heb jullie verder niets meer te vertellen. Als jullie me nog willen spreken, doe dat dan via mijnadvocaat. Ik zweer jullie, als mijn onschuld bewezen wordt, dan zal het jullie beste dag niet zijn!”
  • “Moet ik echt mee?” vroeg Stella aan Maarten die avond.“De burgemeester zei dat er zoveel mogelijk mensen aanwezig moesten zijn,” legde Maarten uit,“en omdat we deel uitmaken van de dorpsraad, zijn we zelfs verplicht.”Stella slaakte een teleurgestelde zucht.“Ik weet dat je liever uit eten wou gaan met me, maar dat zullen we volgende keer zeker doen”,zei Maarten.“Dat zeg je nou elke keer. Ons etentje is al ik-weet-niet-hoeveel keer uitgesteld.”“Echt, ik beloof het je, maar nu moeten we echt weg. We zijn bijna te laat.”
  • Stella en Maarten kwamen aan. Het dorpsplein was nog drukker dan op marktdag. Tientallenmensen, Stella kon er wel bijna honderd tellen, verzamelden zich voor het gemeentehuis.“Ik wist niet dat de burgemeester bedoelde met: zoveel mogelijk mensen, dat hij het hele dorpbedoelde”, merkte Maarten op.
  • Het was merkwaardig dat al die mensen in het gemeentehuis zouden gepropt worden. Stella zageen aantal vrienden van haar, waaronder Katrien en Isaura met haar dochter. Isaura de Boeck wasnogal een vreemde vogel onder de dorpsbewoners, maar wel een aardige vrouw. Ze geloofde inallerlei bovennatuurlijke dingen. Daarom werd ze door sommigen gek verklaard. Velen dachtendan ook dat haar ex-man, Hugo, daarom bij haar was weggegaan.
  • Isaura’s dochter, Bieke, was de jongere versie van haar moeder. De arme meid werd vaak gepest opschool. Dat wist Stella van Maarten, die op de school werkte.
  • Stilletjes aan ging het volk naar binnen. Iedereen probeerde een plaatsje te bemachtigen, liefstvooraan. Voor de menigte dook een grijsharig hoofd op. Het was het hoofd van de burgemeester.Even later verscheen ook zijn lichaam. Burgemeester Gustaaf van der Hoochen stond op eenpodium, want hij was veel te klein om boven de menigte uit te steken. De burgemeester was eenklein dik ventje en had een piepstemmetje. Hij was ook bijna kaal. Een aantal grijze plukkenzorgden ervoor dat hij nog een beetje haar had. Gelukkig had hij zijn hoed op, dan viel zijn bijnakale hoofd niet op.
  • Het was dan ook een komisch zicht als hij naast zijn vrouw Helena stond. Die was graatmager enhad de lengte van een basketbalspeler. Haar kapsel, kledij en make-up zorgden voor de vrouwelijketouch.
  • “Welkom, mijn waardevolle burgers”, begon de burgemeester de toespraak met zijn gebruikelijkepiepstem. Enkele tieners lachten daarmee. De burgemeester leek het niet gehoord te hebben of hijnegeerde het. Hij ging verder met zijn toespraak:“Zoals jullie vernomen hebben, is onze graaf helaas gestorven. Vermoord. Ik weet ook dat erenkele roddels zijn over dit geval.” Daarmee verwees hij naar de gravin als hoofdverdachte. Degravin werd bijgestaan door twee agenten. Ze wilde de toespraak van de burgemeester immers nietmissen. Ook al was ze de hoofdverdachte, ze bleef gravin en haar verzoeken zouden gebeuren.
  • “Ik wil jullie echter duidelijk maken dat niemand onschuldig een moordenaar wordt genoemd. Depolitie zal zelf beslissen wat waar is en wat niet.”“Ze is schuldig! Ze heeft haar man vermoord!” riep een groepje mensen vooraan. De gravin barstein huilen uit en liep weg, gevolgd door de twee agenten. Er heerste even een pijnlijke stilte en deburgemeester keek het groepje streng aan.
  • “Dat staat natuurlijk niet in de weg dat jullie mogen helpen als jullie iets weten én als jullie hardebewijzen hebben.”De burgemeester keek het groepje nog steeds aan.“Ik zeg het zeer nadrukkelijk: waarschuw de politie als je harde bewijzen hebt. Je burgerplichtnakomen, kan later positieve gevolgen hebben. De echte moordenaar wordt dan misschien gepakten de naam van de gravin zal gezuiverd worden.”
  • Iemand van dat groepje wilde iets zeggen maar werd tegengehouden door een wijzer iemand.
  • “Goed”, zei de burgemeester daarna met een nepglimlach op zijn mond geplakt, “Ik hoop datiedereen veilig thuis komt en ik hoop u te zien op de begrafenis morgen. Ik zal tijdens dedorpsraad, die op het einde van de week plaatsvindt, dit onderwerp ook behandelen.”
  • De burgemeester ging weg. De hal liep langzaam leeg.
  • Het leek alsof de zon begreep dat het vandaag een triestige dag zou worden. De lucht was bedektmet grauwe en grijze wolken en er dreigde elk moment een stortbui uit de lucht te vallen.
  • Zo goed als het hele dorp zat lekker warm binnen in de kerk. Verschillende mensen vanverschillende standen kwam vandaag bijeen. Vandaag zou de graaf symbolisch begraven worden.Zijn lichaam werd nog niet vrijgegeven door de politie, maar de gravin eiste een begrafenis.Niemand wist namelijk hoe lang het nog zou duren voor de hele zaak rond zou zijn. De priester dievoor het altaar stond, nam het woord:
  • “Vandaag moeten we helaas afscheid nemen van een begeerd man. Een man die zich inzette voorhet dorp en voor de mensen. Het is een raadsel waarom dit Gods wil is, maar het kwaad zal hoedan ook geschieden. Enkele mensen zullen hun laatste woorden aan de graaf verkondigen. Alseerste mag de gravin naar voor komen.”
  • Ook nu werd de gravin bijgestaan door twee agenten. Het was immers de begrafenis van haar manen daar wilde ze absoluut bij zijn. De gravin stapte snikkend naar voren. Ze ging achter demicrofoon staan.
  • “Dag, schat, ik snap niet hoe dit ooit is gebeurd. Waarom jij? Waarom? Ik weet dat we vaak ups endowns hadden en de laatste tijd vooral downs, maar ik houd nog steeds evenveel van je. Ik weetdat niet iedereen voor onze relatie was te vinden, maar we sloegen ons er toch door. We bewezendat onze relatie gebaseerd was op liefde en niet op geld en macht. Spijtig genoeg kende onssprookje geen “happy end”, maar onthoud: ik houd nog steeds heel veel van je.”
  • De gravin barstte in tranen uit.
  • Stella, ook aanwezig, dacht na. Ze kon niet geloven dat de geruchten over de gravin waar waren.Zag haar daar staan. Een emotioneel wrak. Zoiets kon je toch niet acteren? Of was Elodie een echtnatuurtalent?
  • Na Elodie kwamen ook andere mensen vertellen over hoe geweldig de graaf wel niet was. Iedereenwas geshockt dat dit moest gebeuren. De graaf was een geliefd persoon. Hij was joviaal, vriendelijken je zag hem nooit sip rondlopen. Hij maakte zich ook zorgen als er problemen waren met deburgers. De graaf was een soort van 2de burgemeester. Iedereen zou hem liever als burgemeestergehad hebben dan de huidige. Burgemeester Gustaaf van der Hoochen was chaotisch en kon amperzijn dorp leiden. Hij zocht altijd naar steun bij de graaf en meestal was hij het die de problemenoploste. Het was dan ook voor iedereen een raadsel waarom de burgemeester altijd herkozen werd.
  • De dienst was afgelopen. Een zwarte menigte kwam met een slakkengangetje de kerk uit. Menigetranen vloeiden langs hun wangen. De mannen droegen zwarte kostuums. Wanhopig probeerdenze hun tranen te bedwingen. Vooraan de menigte liepen twee mannen met een houten, zwarte enlege kist.
  • Slenterend liep de menigte naar het kerkhof dat vlak naast de kerk lag. Het stond vol met onkruid,verwilderde planten en grote, bijna dode, treurwilgen. De grafzerken waren echter mooiopgepoetst en de bloemen stonden in bloei.
  • Aan de andere kant van het kerkhof stopten ze. Daar stond een klein gebouwtje dat dienst deed alsgrafkelder voor de familie van de graaf. Een vrouw ging naar de kist. Aan haar fitte en donkerelichaam was te zien dat het de gravin was. Ze legde een boeket bloemen op de doodskist en maakteeen kruisteken. Iedereen mocht nog een bloem op de kist leggen. Nadat iedereen aan de beurt wasgeweest namen de twee mannen de kist op. Stilletjes daalden ze de trap van de donkere grafkelderaf.
  • Stella zuchtte wanneer ze samen met Maarten in de auto stapte.“Waarom moeten begrafenissen altijd zo emotioneel zijn?” vroeg Stella zich af.Maarten startte de motor.“Het is niet aardig om dit zeggen,” begon hij, “maar misschien zorgt de dood van de graaf welvoor iets goeds. Hopelijk beseft de burgemeester eindelijk dat hij niets is zonder hem en dat hij zijncarrière als burgemeester moet opgeven.”Stella knikte.
  • “Ik hoop dat zijn zoon, Harry, dan de nieuwe burgemeester wordt”, zei ze, “Hij is duizend keerbeter dan zijn vader en hij weet tenminste hoe hij een dorp moet leiden.”Maarten grinnikte.“Wat?” vroeg Stella die het niet begreep.“Of wil je dat hij burgemeester wordt omdat hij knap, gespierd en zéér galant is?” vroeg Maartenmet een grote grijns op zijn mond.“Nee, helemaal niet!” zei Stella vlug.Maarten moest weer lachen.
  • “Ik hoor alle vrouwen zo over hem praten en het zou me niets verbazen dat je dat ook denkt.”Stella keek beschamend weg. Toch bleef Maarten grijnzend doorrijden.Dat vond Stella leuk aan Maarten. Hij was bijna nooit jaloers als ze begon over knappere mannen.Natuurlijk dacht geen haar op haar hoofd er aan om hem te verlaten, maar ze durfde wel eens naarandere mannen kijken.
  • Een heldere maan, een prachtige sterrenhemel en enkele lantaarnpalen verlichtten ’s nachts hetdorp. Alles was verlaten. Er reed geen enkele auto meer, er was geen mens te bekennen en hetlicht in de huizen was uit.
  • Maar het dorp leek niet helemaal verlaten. Een vrouw, zo’n 35 à 40 jaar, liep haastig over hetdorsplein.“Gewoon doorlopen totdat je thuis bent, Liedewij”, dacht de vrouw, “Alles is waarschijnlijk veilig,maar je kan niet voorzichtig genoeg zijn.”Het maakte Liedewij niets uit dat ze in plassen of in kauwgum stapte. Haar enige doel was: thuiszijn. Liedewij naderde het kleine, doodlopende steegje. Als ze daar voorbij was, was ze bijna thuis.
  • Ze werd opgeschrikt toen ze iets hoorde ritselen en vallen in het steegje. Haar ogen waren op hetsteegje gericht. Haar hart bonsde in haar keel.
  • Stapje voor stapje wandelde Liedewij het steegje in, hoewel haar geweten haar tegensprak. Zekwam tot stilstand en ze beefde.“H… hallo, is daar iemand?” Er kwam geen antwoord.Haar ogen raakten langzaamaan gewend aan het licht. Het enige wat ze kon onderscheiden in dezeduisternis was een hoop rommel, verder was het steegje verlaten.
  • Plots voelde Liedewij iets langs haar rug voorbij glippen. Stilletjes draaide ze zich om. Haarademhaling versnelde.“Ga weg! Ga hier weg!” riep een stemmetje in haar hoofd.
  • Liedewij kon echter geen stap verzetten. Ze voelde zich bekeken en kon plots iemand’s ijskoudeadem op haar rug voelen. Ze sloot vlug haar ogen en zuchtte even. Daarna draaide ze zich om.
  • Liedewij zag iets dat het daglicht niet had mogen zien. Twee felle ogen keken haar bestuderendaan. Liedewij wist het zeker: ze keek de dood recht in de ogen.
  • Een afgrijselijk geschreeuw was mijlenver te horen. Als er een voorbijganger was geweest, had dienog net een aantal zwarte schimmen het dorpsplein kunnen zien aflopen. Recht naar het bos…__________