Update 3; twijfels 1

697 views

Published on

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
697
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
64
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Update 3; twijfels 1

  1. 1. Wonderkind: De herhaling van de geschiedenis Twijfels 1 Door ISims2SNFKGGH
  2. 2. Nou, nu hebben jullie de picspamfoto’s en de cover gezien. De cover verteld al een klein beetje over deze update, maar nog lang niet alles! Jullie zullen nu ongetwijfeld denken van ‘oja!’ bij het zien van de picspamfoto’s, maar om er zeker te zijn dat jullie weer precies weten wat er in de vorige update gebeurd is, heb ik nog even een samenvatting. De vorige update begon waar de cliffhanger van de vorige update was geëindigd. Namelijk bij het stuk dat Iris het afstudeerfeest van de studenten was ontvlucht door in Keisha’s auto te stappen en weg te scheuren. Gelukkig kon Sander na een flinke sprint de auto bijhouden en in de wagen springen. In het huis van Dennis en Sander was Serena inmiddels bevallen van een zoontje: Kay. Sander gaf zijn fout toe aan Keisha: hij was inderdaad onverantwoordelijk geweest. Hoewel Keisha redelijk vergeeflijk is, voelt Sander zich steeds schuldiger. Iris krijgt thuis een complete waterval aan bemoeïerige familieleden over zich heen. Het kan haar niks schelen wat de rest van de wereld ervan denkt: ze wilt Sander spreken. Die neemt echt er zijn mobiel een tijdlang niet op. Sander gaat op bezoek bij zijn vader in het ziekenhuis en hoort zijn vage verhalen over een zogenoemd ‘familiegeheim’ aan. Iris komt hem tegen als hij naar huis wilt gaan en geeft toe dat hij de telefoontjes expres niet beantwoordde. Uiteindelijk spreken ze af dat Sander de volgende avond bij Iris thuis komt, zodat ze rustig kunnen praten. Hoewel ze elkaar met een zoen begroeten, laat Sander al gauw weten waar hij zo lang over na had gedacht: hij maakte het uit omdat hij haar niet langer in gevaar wilde brengen. Iris is ontroostbaar en zit de volgende dag in het park tijdens de middagpauze van school. Daar ziet Rosemary haar zitten en komt ze op haar af. Hoewel Iris haar eigenlijk niet mag, vertelt ze Rosemary toch dat Sander het uit heeft gemaakt. Achteraf blijkt Rosemary nog best mee te vallen en als Iris zegt dat niks haar nog kan schelen – zelfs niet als ze zich voor een trein zou gooien of als Rosemary haar nu terplekke zou zoenen – gaat Rosemary er serieus op in. Ze zegt dat Iris zich niet aan moet stellen, maar zegt dat ze wel degelijk het lef zou hebben om Iris te zoenen. Iris had dat idee al, maar daar in het park wordt het bevestigd en zoent Rosemary haar. Sander gaat op visite bij zijn moeder en praat even bij. Ook zijn moeder verteld over vroeger en hij komt erachter dat zijn vader en moeder verschillende oma’s hebben. Als hij weggaat, beloofd hij een verjaardagsfeest voor haar te organiseren omdat ze haar verjaardag nog steeds niet heeft gevierd. ’s Nachts komt Jacky bij Iris langs als ze een nachtmerrie heeft waarin Sander sterft. Nadat Jacky haar gerust heeft gesteld en weer weg is, wordt Iris gewekt door haar oma en neefje Kay. Nienke en Serena komen langs om te melden dat het huis voor de helft klaar is en ’s avonds komt Joey met het voorstel om met zijn allen op vakantie te gaan met Kerst. Iris verteld dat ze de hele verteld dat ze dan bij haar ouders is en daar wordt verschillend op gereageerd. Opnieuw komt Jacky ’s nachts langs om Iris gerust te stellen, maar Iris heeft het gevoel dat niemand haar begrijpt. Ze mist Sander. De update eindigt met een mysterieus stuk met Joe, waarin Bellatrix hem beloofd dat bewijs zal leveren voor iets.
  3. 3. Goed, nu we weer weten waar de vorige update over ging, gaan we het nu over deze update hebben. Ik denk dat jullie je wel zullen afvragen wat Krijn bij zijn zus op de slaapkamer doet en wat er met Sander aan de hand is. Er is maar één manier om erachter te komen en dat is door te lezen! Dus ik zou zeggen: veel leesplezier! Reacties naderhand kan ik waarderen! =D
  4. 4. Eén week later ‘Het is ronduit belachelijk dat dit pas bij een derde onderzoek wordt gevonden!’ Joe’s stem galmde door de grote kasteelzaal. Met grote passen liep hij naar zijn stoel en liet zich erin zakken. ‘Dit is gewoon het bewijs. Hèt bewijs,’ siste Bellatrix en keek de anderen samenzweerderig aan. ‘Ik weet het, Bellatrix. We zijn je allen dan ook uiterst dankbaar voor deze daad.’ Bellatrix schoot overeind. ‘Dacht je dat ik zat te vissen naar een compliment?’ Siste ze tussen haar opeengeklemde kaken door. ‘Alles wat ik bedoelde te zeggen, is dat de bewoners van de externe wereld niets kunnen zonder onze hulp. Die niet-magische nietsnutten zijn waardeloos. Zonder ons was deze wereld nergens. Helemaal nergens!’
  5. 5. Nu was het Lynn die overeind kwam, maar dan wel een keer of vijf zo rustig als Bellatrix zojuist had gedaan. ‘Bellatrix,’ zei ze op kalme toon. ‘Je hebt prima werk geleverd en dat mag niet vergeten worden. Ik denk ook niet dat er hier iemand is die het niet met je eens is, maar zo is je standpunt overduidelijk.’ Bellatrix en liet zich terug in haar stoel vallen. ‘Ik wilde alleen zeggen waar het op staat.’ Ze knikte kort. ‘Maar zoals je wilt.’
  6. 6. Joe was enigszins gekalmeerd en hervatte zijn toespraak. ‘Het is natuurlijk noodzaak dat dit zo snel mogelijk opgelost wordt. Het beste is als we het volk hier zoveel mogelijk buiten laten, maar dat spreekt voor zich lijkt mij. We vooral moeten zorgen dat we dit door de externe wereld loodsen zonder dat één van hen het opmerkt. Daar heb ik jullie hulp voor nodig.’ Iedereen ging automatisch verzitten. Isaura en Bellatrix schoven tegelijkertijd naar het puntje van hun stoel en keken Joe nog geconcentreerder aan als ze al deden. ‘We moeten eerst wat te weten zien te komen over de dader, mogelijk daders. Pas dan kunnen we verder.’ Joe staakte zijn verhaal even om naar Tom, Jason en Chester te kijken die hem toeknikten. ‘Dan kunnen we overgaan tot de aanval, aangezien er nu geen enkele reden meer is waarom wij fout zouden zitten als we dat niet deden. Maar we moeten ten alle tijden voorzichtig zijn. Altijd en bij elke stap die we richting de vijand zetten, zullen we op onze hoede moeten zijn, Isaura.’
  7. 7. Isaura knikte net als de drie mannen daarnet hadden gedaan en ging toen staan. ‘Ik wil dat je uitzoekt hoe ver de vijand is met de voorbereiding op een eventuele aanval of iets dergelijks.’ Een zachte plof volgde toen Isaura zich weer in de stoel liet vallen, maar niemand lette er nog op omdat Joe de volgende instructies doorgaf. ‘Bellatrix, ik wil dat jij het overneemt van je zusje als ze klaar is. Jij weet al wat je dan moet doen.’ Ook Bellatrix stond op. ‘Daar hebben we het vorige week al over gehad.’ Even schoten er een paar van de tien overige hoofden richting Bellatrix maar een lange tijd om erbij stil te staan, hadden de leden van het Raadbeleg niet.
  8. 8. ‘Als jullie een deel hebben volbracht, nemen Tom, Chester en Jason het over. Ik wil dat jullie alle informatie die jullie te weten komen, doorspelen aan Bellatrix en Isaura.’ De twee zussen trokken compleet synchroon hun neus op om vervolgens instemmend te knikken. Nadat ze doorhadden dat ze weer eens wat tegelijk deden, keken ze beiden geërgerd een andere kant uit. ‘Verder wil ik dat Dewi en Daisy me op up-to-date houden over alles wat er gaande is. Als het erop aankomt, schakelen we Tim en Largo in. Daisy, wil jij moeder vragen of ze alles doorbespreekt wat betreft extra overnachtingen in haar huis?’ Daisy knikte even.
  9. 9. ‘Is dat nu wel zo’n goed idee om Largo en Tim…’ Bracht Lynn er zachtjes tegenin. Joe keek zijn vrouw met zo’n gedecideerde blik in zijn ogen aan dat Lynn zeker wist dat het nutteloos was om op antwoord te wachten. ‘Indien het nodig is, zullen zij bereid moeten zijn mee te doen. Ook al zullen ze daarvoor moeten samenwerken. Je weet hoe ze zijn: ze doen wat het beste is voor het volk. Bovendien heeft Theodoor het zelf te druk. Hij zou het niet goedkeuren als te horen dat zijn zoon niet meewerkte aan een missie omdat hij dan samen met Tim moet.’ ‘Ik begrijp het.’
  10. 10. ‘Verder wil ik dat iedereen vooral bezig blijft met hetgeen waar hij of zij mee bezig is. Deze missie blijft alleen onder de leden van het Raadbeleg. Jacky en Dewi, aan jullie de taak om Iris extra goed in de gaten te houden. Ik wil niet dat haar ook maar iets overkomt. Want we weten allemaal dat zij het vatbaarst is van ons allemaal.‘ Joe kwam overeind en schoof zijn zetel naar achteren. Hij verdween een moment uit de kamer om vervolgens weer net zo snel binnen te komen als hij was verdwenen. ‘Ik wil dat dit in het lab onderzocht wordt.’ Joe overhandigde een grote, doorzichtige fles aan Chester. ‘Zoek uit bij wie het vandaan komt en wat erin heeft gezeten.’ ‘Dat kan ik zo wel zien en ruiken. Het was benzine.’ ‘Ik wil dat Tom en jij alsnog naar het lab gaan en het uitzoeken.’ ‘Komt voor elkaar.’
  11. 11. ‘Het enige wat me nog rest jullie met klem te vragen om zij die hier niet aanwezig zijn hierbuiten te laten. Op een aantal personen na. Maar die zullen Lynn en ik persoonlijk bijpraten. Onderling mag er natuurlijk overlegd worden, maar grote besluiten lopen via Lynn en mij.’ ‘Dus dat was het?’ Vroeg Jacky voorzichtig. ‘Had mevrouw misschien nog een kopje thee met een koekje verwacht?’ Bitste Bellatrix. ‘Wat had je dan gedacht?!’ ‘Bellatrix, zo kan het wel weer,’ klonk Joe’s stem streng. ‘Maar inderdaad. Dit was het. Ik had meer informatie willen hebben, maar we hebben nog even geduld nodig tot er meer beschikbaar is.’ Joe slaakte een zucht en wreef even zijn ogen uit. ‘Oké. Ik denk dat jullie allemaal wel kunnen vertrekken wat mij betreft. Het liefst zo snel mogelijk natuurlijk. Er is geen tijd te verliezen, jongens. Vind onze lek.’
  12. 12. Er klonk een kabaal van geschraap van gesteente over gesteente en Bellatrix stoof overeind. ‘We zullen zegevieren!’ Krijste ze hard. Isaura zuchtte geërgerd. ‘Bella, doe alsjeblieft niet zo afschuwelijk opgelaten.’ Bellatrix wendde zich tot haar tweelingzus en Isaura zag de strijdlustige blik in haar ogen. ‘Je weet het nog niet, maar ik weet wat we hiervoor terug kunnen krijgen. Dit wordt de missie van de eeuw. Het wordt ònze missie. Wij gaan geschiedenis schrijven door dit op te lossen. Als we dit goed doen, staan we zeker weten bij hen in het krijt.’ Isaura had dit en ander ongeduldig gewemel al vaak genoeg aangehoord om te weten dat Bellatrix Lynn en Joe bedoelde met ‘hen’. En als we dit hebben gehad...’ Bellatrix begon steeds haastiger en sissender te praten, maar haar laatste zin brak ze halverwege af. ’Dan zal de tijd onze niet-helende wonden helen.’ Na het uitspreken van die woorden verdween Bellatrix door de deur de zaal uit voor Isaura er erg in had. Ze keek haar paar minuten oudere zus na terwijl de woorden door haar hoofd bleven dreunen. Dan zou het niet-helende helen…
  13. 13. ‘Isaura?’ Ontwaakte Lynn het meisje uit haar dagdroom. ‘Is er iets?’ Isaura keek Lynn een moment verdwaasd aan. ‘Nee, niks. Alles is oké,’ antwoordde ze met een klein stemmetje. Lynn glimlachte. ‘Oké dan.’ ‘Ik ga maar eens.’ Lynn knikte. ‘Dat lijkt mij een verstandig plan.’
  14. 14. Zodra Isaura de kamer had verlaten, waren Lynn en Joe er nog. ‘Ik zou wel willen dat het allemaal al achter de rug was. Straks gaat er iets mis. Dat vergeef ik mezelf nooit,’ zuchtte Lynn. ‘Als er iets mis gaat, weten we allemaal door wie het komt,’ grauwde Joe. ‘Joe,’ reageerde Lynn boos. ‘Hier heb ik geen zin in.’ ‘Waarom begin je er dan over? We weten toch allemáál wiens schuld dit is? Dat je na al die jaren…’ Lynn schudde haar hoofd. ‘Hij kan er niets aan doen en dat weet jij ook. Het is maar een simpele ziel en hij weet niet beter. Zo is hij geboren.’
  15. 15. ‘Dat neemt zijn personaliteit niet weg! Heb je enig idee hoe de rest van ons over hem denkt? Niet al te best kan ik je wel melden!’ ‘Het was zijn keus niet.’ ‘Ja, maar toch doet hij het!’ Viel Joe uit. Nu was het Lynn die uitviel – tot verbazing van Joe. ‘Het is verdomme zijn lot. Dat weet je dondersgoed!’
  16. 16. Joe was op slag stil. ‘Oké, laten we het hier niet meer over hebben. Wat wij ook vinden: hij veranderd niet. Maar nog één zet… Nog één zet! En dan draai ik hem eigenhandig zijn nek om!’ Joe draaide zich met een ruk om en beende met grote passen de kamer uit.
  17. 17. ‘Dus toen zei ik: ‘Als we dat nou eens niet doen.’ Maar wat dacht je? Ze begon alleen maar harder te tieren! Ik dacht dat ik doodging!’ Greke deed hun lerares Duits na en begon te gieren van het lachen. Als vanzelf lachte Iris mee. ‘Zeg,’ begon Greke toen ze weer uitgelachen waren. ‘Wat als we dit weekend nu eens uitgaan?’ ‘Naar De Gemmit?’ Iris fronste haar wenkbrauwen en ze wist zeker dat Greke dat wist. Zelfs al zag ze haar niet omdat ze telefoneerden.
  18. 18. ‘Nee, nee, niet naar De Gemmit. Gewoon even er tussenuit. Ik bedoel… Dit is het laatste weekend voor de proefwerkweek.’ ‘Daar heb je gelijk in. Mijn opa en oma zullen me vast wel laten gaan, desondanks de proefwerkweek. Ik denk dat ze allang blij zijn dat ik de deur even uitga.’ ‘Precies!’ Riep Greke. ‘We gaan gewoon weer eens even lol maken met zijn tweeën zodat je niet de hele tijd aan Sander hoeft te denken!’ Iris kromp ineen bij het horen van zijn naam en vlug dwong ze zichzelf haar gedachten te verzetten. ‘Ehmm, waar zat je aan te denken?’ ‘Jaaa,’ zei Greke met een mysterieuze ondertoon. ‘Daar zul je nog van opkijken.
  19. 19. Dat weekend ‘En, wat vind je ervan?’ ‘Leuke bikini!’ Greke lachte. ‘Dat bedoelde ik niet! Ik bedoel dat we naar het zwembad zijn gegaan!’ ‘O. Nou, gezellig natuurlijk!’ Greke schudde lachend haar hoofd. ‘Wat nou?’ Riep Iris verontwaardigd. ‘Kom nou maar. Dan duiken we erin.’
  20. 20. Samen liepen ze naar de rand van het zwembad. Net voordat Greke haar mee het water in trok, sperde Iris haar ogen wijd open. Luid proestend kwam ze weer boven water. ‘Sorry! Gaat het wel?’ Vroeg Greke geschrokken. ‘Ik dacht dat je wel doorhad dat ik je meetrok.’ Iris probeerde het water uit haar mond te krijgen, maar was zo druk bezig met hoesten dat ze telkens even opnieuw onder water verdween.
  21. 21. Tot ze plots twee sterke handen om haar bovenarmen voelde klemmen en ze uit het water werd getrokken. ‘Gaat het?’ Hoorde ze nogmaals iemand vragen. Dit keer was het echter niet de stem van Greke die zo bezorgd klonk. ‘Idde?’ wist Iris stomverbaasd uit te brengen. Grekes wenkbrauwen schoten omhoog en ze keek haar vriendin vragend aan. Iris merkte niet dat Greke met haar ogen seinde dat ze haar aan Idde voor moest stellen: kennelijk had Iris het toch goed gezien. Het was inderdaad Idde geweest die zijn hand had opgestoken voor Iris in het water was verdwenen.
  22. 22. ‘Ik eh…’ Stamelde ze. ‘Nee, het gaat wel. Nee, ik bedoel… Ik ben in orde hoor.’ ‘Weet je het zeker?’ Vroeg Greke achterdochtig. Iris had nooit eerder zo’n twijfel in de stem van Greke gehoord. ‘Ik weet het zeker,’ antwoordde Iris zonder haar blik af te wenden van Iddes gezicht.
  23. 23. Ze wendden beiden hun gezicht pas af toen ze Iddes naam hoorden roepen. ‘Hé Idde! Zit toch niet eeuwig en altijd achter de meiden aan man!’ Idde kwam lachend overeind en stak zijn hand uit naar Iris om haar overeind te helpen. ‘Wacht even, Cooper!’ Riep Idde terug. ‘Ik ga ehm…’ ‘Bedankt voor…’ ‘Het is oké,’ zei Idde met een glimlach. Vervolgens wees hij over zijn schouder. ‘Ik ga maar eens.’ ‘Doei.’ ‘Dag,’ zei Iris zacht.
  24. 24. Verbluft keek Iris toe hoe Idde zich omdraaide en terugliep naar een stel jongens tot ze een zachte por tegen haar arm voelde. ‘Hallo, contact?’ ‘Wat?’ Probeerde Iris zo luchtig mogelijk te zeggen.’ Greke doorzag Iris’ laconieke gedrag en begon te lachen. ‘Uitleg alsjeblieft? Is Idde een ex van je ofzo?’ ‘Ach,’ zuchtte Iris en ging aan de rand van het zwembad zitten.
  25. 25. Greke plofte direct naast haar neer. ‘Hij heeft nog steeds een oogje op je,’ ging ze onverstoorbaar verder. ‘En jij ook op hem. Dat was wel duidelijk.’ Iris draaide haar hoofd met een rukt naar Greke toe. ‘Nou ja zeg!’ Greke lachte. ‘Ontken het maar niet. Waarom reageer je anders zo aangebrand?’ ‘Hij is mijn ex niet. En ik reageer helemaal niet aangebrand!’ ‘Oh nee joh?’ Greke grijnsde. ‘Wat dan?’
  26. 26. Iris liet haar benen in het water bungelen. ‘Doe normaal. We kennen elkaar amper!’ ’Maak dat de kat wijs. Ik heb wel gezien hoe jullie ogen elkaar bijna doorboorden.’ Iris kon het niet laten om de kleine glimlach op haar gezicht iets te laten vergroten. ‘Dat overdrijf je ook alleen maar.’ ‘Heus waar niet. Hij keek je echt aan van… Nou ja. Maar waar ken je hem van dan?’ Zodra Iris de herinnering weer naar voren haalde, werd de glimlach op haar gezicht een brede grijns. ‘Het is nogal een raar verhaal. Ik liep een keer buiten – lang geleden – en toen knalde ik tegen hem op. Het regende en daardoor keken we niet echt uit waar we liepen en… Tsja, ik weet niet. Nadat ik boos op hem was geworden en hij zich had verontschuldigd, liepen we allebei weer door.’
  27. 27. ‘Zo heb je hem ontmoet?’ Vroeg Greke ongeloofwaardig. ‘Ja, zo is het gegaan.’ ‘Oh. Nou, ik geloof er geen bal van.’ Greke lachte hard. ‘Hoe weet hij dan je naam?’ ‘Van de keer daarna.’ ‘Hmm. Dus je bent nog een keer tegen hem opgeknald?’ De meiden lachten weer.
  28. 28. ‘Nee,’ antwoordde Iris uiteindelijk. ‘Ik kwam hem tegen in de supermarkt. Toen hebben we even gepraat. Hij zei nog een keer dat het hem speet van de vorige keer en ik ook zoiets. Dat ik overdreven kwaad was geworden en dat soort dingen. Daarna vertelde dat hij hier nog niet lang woonde. Hij wees waar de koffiefilters stonden, omdat ik die niet kon vinden en uhm… Tsja, dat was het wel zo’n beetje. Hij zei dat we elkaar vast wel een keer weer zouden tegenkomen.’ ‘Maar voor de rest?’ ‘Voor de rest niets.’ ‘Dat was het?’ Iris knikte. ‘Dat was het.’ Het deel dat Iddes vader de baas was van De Gemmit wilde ze voor zichzelf houden, want ze wist hoe Greke was.
  29. 29. Greke was even stil en keek naar de andere twee jongens waarmee Idde optrok. ‘Hmm,’ deed ze. Iris zei niets en samen keken ze hoe Cooper, overduidelijk de ongeduldigste van de drie, van de duikplank sprong en een bommetje maakte. Vervolgens spette hij iedereen nat en een moeder keek geërgerd van het drietal naar haar boek – dat nu nat was – en weer terug. De jongens hadden er geen erg in en waren druk bezig met elkaar onder water te duwen.
  30. 30. ‘Jezus, Iris. Weet je hoe oud hij is?’ Iris schokschouderde en probeerde onverschillig over te komen. ‘Zoiets als ons tweeën geloof ik. Hij zit in elk geval wel bij ons op school.’ Met een ruk draaide Greke haar hoofd. ‘Echt?!’ Iris lachte. ‘Zoveel scholen zijn er hier niet in de buurt.’ ‘Dat is waar. Maar ik heb hem nog nooit gezien en ik heb geen zin om te wachten. – Ga je mee?’ ‘Wat doen?’ ‘Er naartoe natuurlijk!’ Iris’ ogen vergrootten even. ‘Het spijt me dat ik je eraan moet helpen herinneren, maar jij hebt al een vriendje.’ ‘Ik zeg ook niet dat ìk met hem uitga.’ Greke grijnsde en trok Iris overeind.
  31. 31. ‘Oh nee,’ zei Iris. ‘Ik ga hem echt niet mee uit vragen!’ Greke lachte. ‘Je moet wel blind zijn als je niet ziet dat hij je leuk vindt – meer dan dat zelfs!’ Iris trok een gezicht. ‘Maar…’ ‘Maar wat? Iris, wat is het probleem? Jullie kunnen toch naar De Gemmit gaan ofzo? Wat is er mis met een leuke avond? Ook al is het er maar één?’ Iris zuchtte. Ze had kunnen weten dat Greke erop door zou gaan. Plotseling voelde ze een natte arm langs haar lichaam glijden en deed ze een stap opzij. Ze keek degene na die voorbij liep en liep opslag rood aan toen ze zag dat het Idde was. Hij glimlachte verontschuldigend naar haar in het voorbijgaan en ietwat verlegen wendde Iris haar blik af.
  32. 32. Voor ze het doorhad, had Greke haar hand gepakt en werd ze meegetrokken. ‘Waar ben je mee bezig?’ Greke grijnsde. ‘We gaan achter ze aan.’ Iris wilde haar vriendin zeggen dat ze niet wilde, maar plots stonden ze pal achter de drie jongens. ‘Ik vind het best,’ hoorden ze Idde zeggen. ‘Maar dan ren ik eerst even naar de kluisjes om geld te halen.’ Iris en Greke wisselden even van blik. Iris heftig van nee maar Greke had andere plannen. ‘Dit is juist je kans,’ siste ze in Iris’ oor toen ze haar een duwtje gaf.
  33. 33. Iris vloog zo’n stuk vooruit dat ze zich vast moest grijpen aan een openstaande deur om niet uit te glijden. Ze liep opnieuw rood aan en staarde naar de vloer toen Idde zich omdraaide, haar herkende en naar haar toekwam. Hij lachte zijn witte tanden bloot en stak een hand uit. ‘Jij hebt ook altijd mazzel hè?’ Een zenuwachtige giechel ontsnapte uit Iris’ mond. ‘Als je mij toch niet had…’ ‘Dank je,’ zei Iris met een glimlach. ‘Och joh, het is niks. Ik liep eigenlijk net naar de kluisjes. Loop je mee? Of moet je terug naar je vriendin?’
  34. 34. Iris schudde haar hoofd. ‘Die is ehm… Even bellen,’ verzon ze vlug en liep met Idde mee de deur door. ‘Wat dat toch met jou en mij dat wij elkaar tegenkomen op momenten waarop je het niet verwacht?’ Iris lachte. ‘Ik heb absoluut geen idee,’ wist ze nerveus uit te brengen toen ze zich realiseerde dat dit zo’n beetje de eerste zin was die ze niet had gelogen. Ze was blij dat ze even niets hoefde te zeggen, omdat Idde het kluisje opende. ‘Maar het is ook nooit op een moment waarop je het wel verwacht,’ zei Idde. Iris pijnigde haar hersens na te denken wat hij bedoelde, waar ze het ook alweer over hadden daarnet. ‘Inderdaad, het is altijd…’
  35. 35. ‘Ik vind het wel geinig,’ zei Idde. ‘Maar het blijft gewoon… Nou ja…’ Iddes lippen stopten met bewegen en ook zijn arm liet hij in het midden van het kluisje hangen. Iris dacht een moment dat haar hart een paar slagen oversloeg – wat ook het geval was. Zodra haar longen om lucht schreeuwden, haalde ze langzaam adem. Normaal gesproken haalde ze altijd paniekerig adem als ze in ademnood zat, maar nu leek het amper tot haar door te dringen dat het levensgevaarlijk was om dingen te doen waarbij ze veel kans had om hartritmestoornissen op te lopen, omdat ze nu immers een slecht hart had. Opeens leek de lucht die ze nu zo langzaam inademde niet meer zo van essentieel belang zoals altijd het geval was geweest. Dat het goed voelde, merkte ze amper. Het voelde goed, maar ze voelde zich niet voldaan.
  36. 36. Traag kwam er weer beweging in Iddes lichaam. Langzaam knipperde hij met zijn ogen – alsof hij was vergeten hoe dat ook alweer moest. Tegelijkertijd deden ze langzaam een klein stapje naar voren. Iris voelde hoe zijn ogen haar naar zich toe zogen en onwillekeurig hield ze haar adem in. Idde tilde zijn arm op terwijl hij haar bleef aankijken. Een zachte zucht ontsnapte uit Iris’ mond toen diezelfde hand haar wang streelde.
  37. 37. Na beiden nog een stap te hebben gedaan, stonden ze tegen elkaar aan. Iris legde haar handen zacht tegen Iddes borst. Ondertussen keek ze in zijn ogen – die afwachtend in de hare keken. Hij wachtte niet omdat hij twijfelde. Hij wachtte niet omdat hij dacht dat zij twijfelde, maar omdat zijn hele lichaam gevuld zat met verlangen. Verlangen naar haar. Iris, die gewend was om op haar tenen te moeten staan, sloeg haar armen zonder enige twijfel om Iddes heupen. Alsof het voor hem het teken was om de volgende stap te zetten, drukte hij zacht zijn lippen op de hare en opende hij zijn ogen na een paar seconden weer.
  38. 38. Iris voelde hoe haar hart wild tekeer ging. Haar ogen schoten van Iddes rechter naar Iddes linker oog. Nu de vonk eenmaal overgeslagen was, wilde ze maar één ding. Idde aaide een pluk nat haar uit Iris’ gezicht en hij deed zijn mond open om wat te zeggen, maar klapte zijn kaken toch weer op elkaar. Zacht trok Iris hem naar zich toe en zoende hem opnieuw.
  39. 39. ‘En toen?’ Vroeg Greke. ‘En toen niks.’ Iris haalde laconiek haar schouders op. Greke hield haar vriendin tegen toen ze op wilde staan van het bankje. ‘Waarom loop je nu weg? Ik weet dat je het niet wilt vertellen, maar doe alsjeblieft niet zo flauw. Ik vertel jou toch ook altijd alles? – Hé, je gaat toch niet lopen? De bus komt zo!’
  40. 40. Iris liet haar vriendin uitratelen, stopte bij een lantaarnpaal en draaide zich lachend om. Natuurlijk ga ik niet lopen,’ antwoordde ze. ‘Maar ik heb geen zin om alles te vertellen.’ Er verscheen een grote grijns op Grekes gezicht. ‘Zie je wel!’ Kirde ze. ‘Jullie hebben dus echt gezoend!’ Iris rolde met haar ogen maar de kleine glimlach rond haar mond kon ze niet onderdrukken. Greke keek haar altijd nog ongeduldig en afwachtend aan. ‘Nou?’
  41. 41. ‘Nou wat? Je weet toch al wat er gebeurd is?’ Nu was het Greke die met haar ogen rolde om op haar manier te zeggen ‘kom op nou’. ‘Zoende hij goed?’ Wilde ze weten. Iris plofte met een zucht terug naast haar vriendin neer. ‘Wanneer ben je klaar met je kruisverhoor?’ Vroeg ze, duidelijk niet op haar gemak. ‘Klaar? Ik ben nog maar net begonnen!’ Riep Greke op plagerige toon. ‘Maar je draait om mijn vraag heen.’
  42. 42. Iris voelde het gevoel van opluchting haar overspoelde toen ze de bus aan zag komen en ging staan. Ze wist dat Greke brutaal kon zijn als ze wilde, maar ook de dingen die ze af en toe deed hadden grenzen. Ze zou zoiets niet in het openbaar bespreken waar iedereen hen kon horen. En Iris kreeg gelijk. Zodra ze een kaartje hadden gekocht en op een bank waren neergeploft, begon Greke ergens anders over.
  43. 43. ‘Ik heb echt geen zin in volgende week.’ ‘Waarom?’ Vroeg Iris. ‘Proefwerkweek.’ ‘Hmm,’ deed Iris. Ze probeerde te doen alsof ze naar haar vriendins daarop volgende geklaag luisterde, maar in werkelijkheid zat ze met haar gedachten heel ergens anders. Stiekem hoopte ze dat de bus onderweg niet zo vaak en lang hoefde op te stoppen om andere passagiers op te pikken, want ze was moe en wilde naar huis.
  44. 44. ‘Ik weet niet of jullie er nou wel zo verstandig aan doen om met zijn allen samen te gaan leren.’ In Cathelijns voorhoofd verscheen een frons. ‘Hoezo niet?’ Wierp Melvin tegen. ‘Omdat er dan meer gekletst wordt dan geleerd.’ Krijn slaakte een ergerlijke zucht. ‘Kom op nou. Dat hebben we alle jaren al gedaan sinds we op het vwo zaten. Heeft dat ooit voor problemen gezorgd?’ ‘Inderdaad, ma. Zo onderhand kunnen wel zelf ook wel inschatten wat belangrijker is,’ voegde Auke aan zijn broers poging om hun moeder te overtuigen toe. ‘Vooruit dan. Maar Joey en ik gaan jullie wel overhoren!’
  45. 45. Joey kreeg een scheve glimlach op zijn gezicht waardoor de woorden van zijn vrouw minder streng klonken dan de bedoeling was geweest. Iris slaakte een zucht van verlichting toen haar broertje en ooms naar de voordeur liepen waar hun schooltassen al klaar stonden. Stiekem was ze jaloers – anderzijds ook niet.
  46. 46. Melvin had gezegd dat ze zich niet zo aan moest stellen toen ze zei dat ze niet mee wilde omdat ze koppijn had, maar gelukkig had Auke hem na een niet al te lange tijd weten te overtuigen dat ze haar maar moesten laten als ze niet mee wilde. Ze was allang blij dat ze er onderuit kon komen, zodat ze niet de kans liep om alsnog uitgehoord te worden door Greke. De middag had op de een of de andere manier zijn sporen nagelaten van vermoeidheid. Maar van plan om vroeg naar bed te gaan, was Iris niet.
  47. 47. Of de proefwerkweek nou wel of niet aanstaande week zou beginnen. Zacht legde ze haar hand tegen haar spiegel die bijna net zo koel was als de temperatuur buiten. Ze zag hoe het meisje in de spiegel haar verlangend aankeek en besefte dat ze liever door de spiegel zou verdwijnen dan alleen te zijn. Even ontsnappen. Even helemaal weg. Maar dat kon niet. Stel dat haar grootouders even een kijkje kwamen nemen als ze Kay naar bed brachten? Nee, wegsluipen was geen optie. ‘Kom op, Iris, loop niet te zeuren,’ mompelde ze tegen zichzelf. ‘Je hebt een leuke middag gehad.’ Maar toen ze daaraan terug dacht, voelde ze zich alleen nog maar rotter.
  48. 48. Vastbesloten keek ze zichzelf aan en draaide toen met een ruk weg van de spiegel. Ze liep naar haar slaapkamerdeur, bedacht zich iets en liep toen even naar haar kast om haar portemonnee te zoeken. Nadat ze er wat geld uit had gegrist en in haar zak had gestoken, liep naar beneden. Daar werd ze raar aangekeken door haar oma. ‘Lag jij niet op bed?’ Vroeg die met opgetrokken wenkbrauwen. ‘Jup. Ik heb net even op bed gelegen,’ loog Iris. ‘Waar is de buggy? Ik ga even een ommetje met Kay maken.’
  49. 49. Cathelijn nam Iris van top tot teen op en fronste met haar wenkbrauwen. ‘Iris,’ zei ze zacht. ‘Je weet toch dat je me alles kunt vertellen?’ Iris fronste nu ook. Lang keek ze haar oma aan die haar onafgebroken bezorgd aankeek. ‘Dat weet ik, oma,’ zei Iris langzaam. ‘Maar er is niets. Ik ben gewoon niet in zo’n vrolijke bui en ik heb lichte hoofdpijn.’ De frons verdween langzaam van Cathelijns gezicht. ‘En daarom ga je nu met Kay lopen?’ ‘Frisse lucht doet ons vast goed.’ Iris knikte naar Kay die voor de tv zat. ‘Misschien wordt dat kind wat vermoeider van een paar rondjes lopen.’ Toen wendde ze zich tot het kleine mannetje. ‘Kom Kay, we gaan wandelen!’
  50. 50. Kay rukte zijn blik los van de tv. ‘Wanden? Maar…’ Het ventje wees naar de tv en trok een moeilijk gezicht. ‘Seesestraat!’ Iris drukte een kus op Kay’s voorhoofd en zette hem op de grond. ‘Kijk eens.’ Iris wees met haar vinger naar de buggy die voor hen stond. Kay rende er enthousiast op af. De televisie was hij alweer helemaal vergeten. Iris gaf haar oma een kus op haar wang. ‘Tot straks.’
  51. 51. Cathelijn mompelde een groet terwijl ze keek hoe Kay zijn riempje in de buggy probeerde vast te krijgen. ‘Hoho, je moet wel eerst je jas aan. Het is koud buiten,’ zei Iris. Cathelijn liet het tweetal begaan en wierp toen een blik naar de voordeur waar Iris een paar minuten later door verdween. Met een gezicht dat ietwat bezorgd stond, bleef Cathelijn achter. Ze schrok licht toen ze een hand op haar schouder voelde.
  52. 52. ‘Leuk hè? Dat ze met zijn tweetjes zomaar weggaan, bedoel ik.’ Cathelijn keek recht in het glimlachende gezicht van Joey toen ze zich omdraaide. Langzaam verdween die glimlach toen hij haar gezicht zag. ‘Wat is er, lieverd?’ ‘Ik geloof dat er weer iets met Iris aan de hand is,’ zei Cathelijn zacht terwijl ze in de verte staarde. ‘Eerst voelde zich nog zo beroerd dat ze niet mee wilde met de jongens. Nu komt ze ineens haar kamer uit en lijkt ze zich kiplekker te voelen,’ legde Cathelijn uit nadat Joey haar een poosje afwachtend aan had gekeken, omdat hij wist dat haar verklaring zelf zou volgen. ‘Lieverd, maak je je nu alweer zorgen?’ Joey glimlachte. ‘De vorige keer…’
  53. 53. ‘Had ik ook gelijk. Joey, geloof me alsjeblieft als ik zeg dat ik voel dat er iets mis is. Het is gewoon een voorgevoel. Er is iets mis.’ Joey drukte een kus op Cathelijn haar voorhoofd en glimlachte opnieuw. ‘Het komt wel in orde met onze Iris. Neem dat nou maar van mij aan. Ze is net zo’n geweldige meid als de vrouw die haar opvoedt.’ Cathelijn slaakte een zucht. ‘Ik zeg het niet graag, maar ze lijkt op haar moeder. Ze zondert zich vaker af dan gewoon is voor een tiener van haar leeftijd en praat nooit ergens over als er wat aan de hand is.’
  54. 54. Joey drukte zacht maar dwingend in Cathelijns onderrug richting de bank. ‘Kom eens zitten, lieverd.’ Cathelijn deed wat haar man zei en keek hem afwachtend aan. ‘Ik weet wel hoe je je voelt. Ik voel namelijk precies hetzelfde. Het is eng om haar los te laten. Het klinkt misschien raar, maar ze is anders dan de rest en dat weet jij ook wel. Ze heeft altijd meer aandacht nodig gehad, heel haar leven al. Daarom is het nu moeilijk om te accepteren dat ze minder aandacht opeist dan we haar altijd gewend waren te geven. Misschien heeft ze het daar zelf ook wel moeilijk mee maar wilt ze dat niet laten blijken. Ze wilt ons gewoon niet onnodig ongerust maken.’
  55. 55. ‘Zou je denken?’ Stamelde Cathelijn na een tijdje. ‘Zo had ik het nog helemaal niet bekeken.’ Joey sloeg zijn armen om Cathelijn heen. ‘Je bent nooit te oud om te leren,’ fluisterde hij plagerig. Toen werd zijn blik weer serieus. ‘Ze is misschien dan wel net zo’n grote prater als haar moeder maar als er wat is, is Iris prima in staat dingen op te lossen. Dat weet ik zeker. Soms maakt ze fouten. Ook al zou ze die fouten zelf kunnen hebben voorkomen: ze lost ze wel op. Ze heeft hetzelfde verantwoordelijkheidsgevoel als haar moeder en als jij. Dat mag je niet vergeten.’ ‘Ik vind het gewoon zo moeilijk te bevatten. Zelf heb ik nooit een moeder gehad die er voor me was. Daarom probeer ik dat zelf altijd zo goed mogelijk wel te doen voor mijn kinderen en natuurlijk ook mijn kleinkinderen. Ze moeten weten dat ze altijd op me kunnen terugvallen als dat nodig is.’
  56. 56. ‘Dat weten ze ook wel,’ zei Joey. ‘Echt waar. Nu ligt er misschien wel enorm veel stress op alle vier de kinderen door de proefwerkweek en je weet hoe ze zijn. Ze zijn koppig en eigenwijs. Ze vinden dat uitdagingen er zijn om aan te gaan en problemen er zijn om opgelost te worden. Als ze er alleen niet uitkomen, is de familie groot genoeg. Straks is dit hele gedoe met school voorbij en dan zitten ze vanzelf wel weer wat beter in hun vel. Het is jammer dat de vakantie niet door kan gaan, maar misschien hebben ze het juist wel nodig om even alle vier vrij van elkaar te zijn. Dan wordt het hier ook wat rustiger. Dat is voor ons allemaal wat beter.’
  57. 57. Cathelijn zuchtte. ‘Rustig is het op een begraafplaats. Dat is het hier toch echt niet en ik hoop ook dat het nog heel lang duurt voor het erop begint te lijken.’ Joey lachte, nam Cathelijns hoofd in zijn handen en keek haar recht in haar ogen. ‘Liefje, maak je nu maar geen zorgen. Als de vierling het huis uit is, hebben we nog genoeg andere kinderen en kleinkinderen om ons zorgen om te maken. Wij zijn nog veel te hard nodig.’ Er verscheen een voorzichtige glimlach op Cathelijns gezicht.
  58. 58. ‘Zie je nu wel?’ Fluisterde Joey. ‘Tijd genoeg. We hoeven ons niet te haasten, omdat er niets voorbij zal gaan wat we zouden kunnen missen. We zitten overal middenin. Op de voorste rang. Wij samen.’ Joey drukte zijn lippen op die van zijn vrouw en glimlachte van oor tot oor. ‘Jij bent anders ook gewild,’ fluisterde Cathelijn in Joey’s oor. ‘Ze zijn weg. Allemaal. De rust begint nu al op me in te werken, maar wie zegt dat ik wil dat het rustig is?’ Haar ogen schitterden ontdeugend en langzaam kwam ze overeind.
  59. 59. Ruim een half uur later klonk het geluid van een sleutel die in de voordeur werd omgedraaid en duwde Iris deze verder open zodat ze de buggy naar binnen kon rijden. Nadat ze haar eigen jas had uitgedaan, haalde de slapende Kay voorzichtig uit de buggy, deed ook zijn jas uit en liep met hem de trap op naar boven. Bij elke stap ging het kinderhoofdje – met de opgeblazen, bolle wangetjes – zachtjes op en neer. Nog voor Iris de bovenste trede van de trap had bereikt, ging de slaapkamerdeur van haar grootouders open. ‘Zo, zei Iris opa op bestraffende toon. ‘Ik dacht dat jullie maar even weg zouden blijven. Moet je Kay zien,’ siste Joey bij het zien van zijn slapende jongste kleinzoon. ‘Dit doen we dus niet nog een keer.’
  60. 60. ‘Sorry, opa,’ zuchtte Iris en gaf Kay uit handen. ‘Je oma was doodongerust. De volgende keer blijf je niet zo lang weg, begrepen?’ Iris verontschuldigde zich nogmaals en draaide zich toen om richting haar slaapkamer. Een zachte ‘welterusten’ kwam er nog over haar lippen voor ze haar slaapkamerdeur sloot.
  61. 61. Binnen wachtte ze een paar minuten voor ze bij de deur vandaan liep, zodat ze zeker wist dat ze niet meer lastiggevallen zou worden door haar grootouders. Iris deed het vest dat ze droeg uit en trok een felgroene trui met donkerblauwe sterretjes aan. Daarna ging ze opzoek naar die ene korte broek die zo lekker zat. Ze verklaarde zichzelf voor gek toen ze zichzelf in de spiegel zag – haar spiegelbeeld keek haar met een scheve grijns op haar gezicht aan.
  62. 62. ‘Als het maar fijn zit,’ mompelde Iris. De kleren van die dag liet ze voor wat het was: een hoopje in de hoek van haar kledingkast. Voor ze haar afgetrapte schoenen bovenop de stapel gooide, tastte ze haar broekzakken nog even af. ‘Hebbes,’ mompelde ze zacht. Een moment keek ze naar een klein rood met wit pakje dat ze zojuist uit haar broekzak had gevist. Toen wipte ze het klepje omhoog en peuterde ze tussen de strakke, nette rijen één sigaret uit. Uit de andere broekzak haalde ze een aansteker en keek ze een moment van de sigaret naar de aansteker en weer terug. Voor ze een vlam onder de sigaret hield, stopte ze de hele handel nog even onder haar kussen en luisterde ze met gespitste oren of er niemand aan kwam. Het bleek muisstil. Hoe kon het ook anders? Iedereen sliep natuurlijk al.
  63. 63. Nonchalant haalde ze haar schouders op voor niemand in het bijzonder behalve haarzelf. Nadat ze alles weer onder haar kussen vandaan had gehaald, liep ze naar het raam en opende die. Opnieuw stak ze de sigaret tussen haar lippen, maar dit keer hield ze de vlam van de aansteker eronder. Na een paar trekken te hebben genomen, besloot ze het pakje te verstoppen in één van de twee ladekasten in haar kledingkast tussen de bh’s. Iris viste haar iPod tussen wat spullen vandaan en zette het ding aan. Steunend met haar ellebogen in het raamkozijn zette ze een andere artiest op.
  64. 64. Naarmate het intro van het nummer vorderde, voelde Iris een rotgevoel opkomen. Ze sloot haar ogen en luisterde naar de stem van de zanger. De stem die ze al heel vaak had gehoord – samen met Sander. Plotseling ging Iris’ slaapkamerdeur open. Iris probeerde met een strakke blik over haar schouder te kijken, maar de angst schemerde meer door dan ze had gewild. Tot haar opluchting zag ze dat het niet haar opa of oma was die in de deuropening naar haar stond. Desondanks overwoog ze alsnog om de sigaret naar buiten te gooien. Maar tevergeefs: zij had niet alleen Krijn gezien, maar hij haar ook. ‘Man, wat meurt het hier!’ Krijn wapperde met zijn hand heen en weer en trok een gezicht. ‘Je bent echt ongelooflijk. Weet je dat?’ ‘Roep het nog harder,’ mompelde Iris terwijl ze wat rook uitblies en haar hoofd weer richting het raam draaide.
  65. 65. Krijn had verwacht en gehoopt dat zijn zus feller zou reageren, zodat hij een reden had om zelf ook fel terug te reageren. Op de één of andere manier bedacht hij zich en hield hij zich rustig. Langzaam liep hij op zijn zus af. ‘Ik vind dit best kansloos van je. Ik weet dat je laatst die joint hebt gerookt met Sander, maar nu ook al vast roken…’ Iris trok zich niks aan van haar broertje en de manier waarop hij zijn woorden neerbuigend uitsprak. Plagerig blies ze rook in haar broertjes gezicht. Krijn rolde met zijn ogen maar liet zich ook niet op de kast jagen.
  66. 66. ‘Ik wist niet dat je zo was,’ mompelde hij. Iris grinnikte. Er was zoveel dat hij niet wist. Uiteindelijk leek hij zijn pogingen om haar te sarren te staken. ‘Waar luister je naar?’ ‘Ray,’ antwoordde Iris kortweg terwijl ze haar oortjes op de grond liet vallen en haar iPod in de vensterbank liet staan. ‘LaMontagne?’ Iris knikte, drukte de sigaret uit en schoot de peuk tussen duim en wijsvinger door het raam naar buiten. Daarna sloot ze het raam en zakte ze langs de muur naar beneden. Krijn deed hetzelfde. ‘Zeg zus, waarom hebben wij eigenlijk zo’n kutrelatie?’ De vraag had spottend kunnen zijn, maar zo klonk het niet. In Krijns voorhoofd verscheen een denkrimpel.
  67. 67. Met een zucht haalde Iris haar schouders op. ‘Is dat niet hoe het hoort te zijn?’ Ze wist zelf ook wel dat er 1001 dingen in haar leven waren die ‘niet zo waren als ze hoorden te zijn’ maar van merendeels van de helft was Krijn niet op de hoogte. ‘Misschien,’ mompelde Krijn. ‘Maar het is niet altijd cool om ruzie met je te maken.’ Iris glimlachte. ‘Dat vind ik ook. Maar soms ben je ook wel lief, hoor.’ Krijn – die zijn zus normaal gesproken hoogstwaarschijnlijk een klap had verkocht – sloeg een arm om zijn zus heen en wreef over haar schouder. ‘Jaja, het is al goed.’ Daarna haalde hij zijn arm weer weg. Het was even stil en ze wisten beiden niets te zeggen.
  68. 68. Tot Krijn zijn mond weer opende en zijn arm wegtrok. ‘Sinds wanneer rook je eigenlijk?’ ‘Oh. Misschien al wel langer dan een jaar.’ ‘Zo lang al?’ Vroeg Krijn ongelovig. Iris schokschouderde en merkte dat Krijn haar half aanstaarde – nog steeds ietwat verbouwereerd. Iris gaf hem een speelse stomp tegen zijn schouder. ‘Oh, kom op zeg. Alsof jij nooit…’ Krijn deed alsof hij geconcentreerd was op een willekeurig voorwerp in de kamer van zijn zus en Iris stopte midden in haar zin. Krijn had het door en probeerde zijn zus – die hem nu aanstaarde in plaats van andersom – te negeren. ‘Neuh,’ antwoordde hij uiteindelijk. ‘Ik niet. Ik heb nog nooit gerookt.’ Zijn ogen schoten door de kamer.
  69. 69. ‘Waar bewaar je die crap eigenlijk?’ Vroeg hij terwijl hij overeind krabbelde. ‘Oh nee. Nee, Krijn!’ Krijn hoefde niet uit te leggen wat hij van plan was. Voor Iris was het een kwestie van één seconden denkwerk voor het tot haar doordrong. Krijn was haar kledingkast al ingedoken. Twee seconden later had hij het pakje te pakken. ‘Hoe wist je dat?’ Vroeg Iris stomverbaasd. ‘Iris, we zijn een tweeling. We moeten toch wat gemeen hebben? Nou, ik zocht gewoon het eerst waar ik zulke dingen ook zou verstoppen.’ Antwoordde hij met een grijns. Iris’ ogen begonnen te twinkelen. ‘Zulke dingen?’ Krijn spitte opnieuw haar la met bh’s door. ‘Aansteker, lucifers?’ Negeerde hij haar vraag. ‘Nee, echt niet. Als je wilt roken, koop je zelf maar,’ was Iris’ nurkse antwoord. Ze moest zich tegelijkertijd inhouden om niet te lachen, want zo slim om gewoon in het pakje te kijken, was Krijn niet.
  70. 70. ‘Gierigaard.’ Ze had het nog niet gedacht of Krijn had het flapje omhoog geduwd. ‘Trouwens,’ zei hij terwijl hij een sigaret tussen haar lippen klemde ‘alsof je deze nog wilt hebben.’ Iris krabbelde overeind. ‘Als je dan zo nodig wilt, moet je het zelf maar weten. Zolang je je mond maar houdt.’ ‘Geloof je nu echt dat ik zo kinderachtig ben, mijn lieve zusje?’ ‘Slijmbal,’ mompelde Iris terwijl ze ook een sigaret uit het pakje trok. ‘Maar wel een lieve, toch?’ ‘Wel een lieve,’ antwoordde Iris terwijl ze naast haar broertje voor het opnieuw geopende raam ging staan.
  71. 71. Dinsdag Sander nam een slok bier en zette het flesje weer terug op de glazen tafel. ‘Het is hartstikke mooi dat Abel en Emine nu zeker weten toegewezen zijn,’ zei hij door de telefoon. ‘Duurt het nog lang voordat het zover is?’ Sander was even stil en luisterde hoe enthousiast Justin vertelde over zijn aanstaande vaderschap. ‘Uhuh, dat begrijp ik wel. Ja… Nee, inderdaad. Welkom zijn ze inderdaad.’ Het was een tijdlang stil omdat Justin nu uitgebreid vertelde hoe het zou gaan de komende tijd. Hij sloot zijn verhaal af met een luide gaap. ‘Ik geloof dat we allebei maar moeten gaan slapen.’ Justin stemde ermee in en wenste hem een goede nachtrust toe. ‘Hetzelfde. En hé, doe je de groeten aan de andere aanstaande vader daar in huis? – Oké dan, doei!’
  72. 72. Sander drukte het gesprek weg en wreef in zijn ogen. Eigenlijk was hij doodmoe, maar hij wist dat hij nu toch niet zou kunnen slapen als hij dat wilde. Dus stond hij op en pakte hij de lange aansteker van tafel. Het was nu de derde dag dat hij officieel in zijn nieuwe huis woonde en er was nog niet één avond voorbij gegaan zonder dat hij zijn openhaard aan had gehad. Hij deed niets liever dan naar de houtstapels kijken die werden omhuld in een jas van vlammen die langzaam overgingen van oranjegeel vuur naar grijs-zwarte wolken. Op de één of andere manier voelde hij zich er ’s avonds minder opgelaten door.
  73. 73. Maar het gevoel van eenzaamheid was nog net zo aanwezig als voordat hij het vuur aanstak. Justin en Jim zouden binnenkort vader worden en daar was hij blij om. Maar ergens diep vanbinnen bestond er iets te ontstaan wat aan hem knaagde. Het was vergelijkbaar met een vuurtje dat al lang brandde, maar telkens net even wat harder aanwakkerde zodra hij eraan toegaf. Het was dan ook een gevoel dat hij het liefst zo diep mogelijk in zich weg wilde stoppen en daar houden, maar nu hij hoorde van iedereen dat het leven zo geweldig was en het op rolletjes liep, werd het steeds moeilijker om het te negeren. Hij had een hekel aan egoïsme en had zich dan ook voorgenomen het niet meer te zijn, maar de levens van anderen waren schijnbaar zo geweldig dat iedereen het daar te druk mee had.
  74. 74. Onwillekeurig dacht Sander aan zijn vader waarbij hij vandaag de dag steeds vaker op bezoek ging. Het ging steeds slechter met hem en het zou ook niet meer beter gaan volgens de dokters. Ondanks dat Sander nooit echt een band met zijn vader had gehad, voelde hij de behoefte om elke minuut dat het nog kon bij zijn vader in de buurt te zijn. Sander dacht aan de onzin die zijn vader steeds vaker begon uit te kramen en de kleine foutjes die hij steeds meer begon te maken. Zoals dat hij niet meer wist wat de broeders en zusters in zijn kamer kwamen, dat hij namen van verscheidene Sims door elkaar begon te halen en zoals dat hij niet meer wist waar de wc was. Dingen die hij af en toe even vergat.
  75. 75. Het was nu drie maanden geleden dat hij was opgenomen en de foutjes veranderden steeds meer in fouten. Maar het vervelendst had Sander die ene dag gevonden waarop Noah maar bleef vragen wanneer Evi kwam. Alsof hij zich al die jaren dat ze nu uit elkaar waren was vergeten. Met een peinzende blik in zijn ogen had Sander naar zijn tante gekeken, maar zelfs zij vond het moeilijk om haar zwager gerust te stellen met leugens. Maar ook al was het moeilijk om sommige dingen tegen hem te zeggen: Sander bleef langsgaan. Hij vond dat hij het niet kon maken om zijn vader alleen te laten. Dat zou hij ook niet willen. Daarom zou hij ook blijven komen tot aan het eind. Ook al was dat eind misschien net zo pijnlijk als de uitslag. Ook al was die uitslag de snelle vorm van Alzheimer.
  76. 76. Donderdag ‘Iris, je mobieltje gaat!’ Iris hoorde haar oma onderaan de trap roepen en liep naar beneden. Op de trap strekte ze haar vingers die pijn deden van het vele schrijven. Ze had zich voorgenomen zo lang mogelijk te wachten tot ze zou pauzeren van het vele leerwerk wat ze nog had te gaan, maar nu haar oma haar had geroepen had ze toch wel degelijk een excuus.
  77. 77. ‘Iris de Bof,’ zei Iris bij het zien van een onbekend nummer dat haar belde. ‘Iris!’ Klonk een opgewekte jongensstem aan de andere kant van de lijn. ‘Hoe is het?!’ ‘Sorry, maar met wie spreek ik?’ ‘Oh, ehm, sorry,’ zei de jongensstem lachend. ‘Ik ben het, Idde!’ Er verscheen een grote glimlach op Iris’ gezicht. ‘Hé!’ ‘Verrast?’ ‘Ja, eigenlijk wel.’ Opnieuw klonk Iddes lach uitnodigend door de telefoon. ‘Ik ben aan het leren voor de proefwerkweek,’ zuchtte hij. ‘Ik had me voorgenomen nog lang niet te stoppen met als excuus dat ik nog zoveel te gaan heb. Maar zelfs zo’n voornemen helpt niet tegen mijn wil om jou te bellen.’ Iris lachte hard. ‘Dat voornemen had ik ook!’ ‘Maar goed dat ik even bel dan.’ Ze lachten kort.
  78. 78. ‘Maar waarom ik dus belde…’ Het bleef even stil aan de andere kant. ‘Ik… Zullen we wat afspreken?’ ‘Wanneer?’ ‘Uhm… Tsja, we waren net zo druk aan het leren,’ klonk Iddes quasispijtige stem. ‘Maar…’ ‘Ben je thuis?’ Onderbrak Iris hem. Door de stem waarmee ze het zei, leek het alsof ze voor het eerst sinds een lange tijd adem haalde. Alsof haar longen zich met lucht vulden omdat het moest, maar ruzie hadden met de woorden die Iris’ stembanden tegelijkertijd over haar lippen stootte. ‘Ja, maar ik weet niet of je nu wel kunt komen...’ ‘Hmm, want?’
  79. 79. ‘Mijn pa is net weg.’ ‘Des te beter toch?’ Iris begon te grijnzen. ‘Hij vroeg of ik het eten wilde verzorgen.’ Iris’ grijns werd breder. ‘Maar dat vind ik geen probleem! Ik kan prima koken al zeg ik het zelf. Dus ik vind het helemaal niet erg om je nu te komen helpen.’ Cathelijn seinde met haar ogen maar Iris deed of ze het niet zag en keek weg. ‘Je weet zeker dat je wilt komen?’ Verzekerde Idde.
  80. 80. ‘Heel zeker,’ antwoordde Iris. ‘Ik wil niet wachten tot vanavond.’ ‘Ik ook niet. Zie ik je zo dan?’ ‘Zeker. Tot zo!’ Iris drukte het gesprek weg, sloeg het nummer op en stak haar mobieltje in de zak van haar rokje. ‘Ik ben weg,’ kondigde ze vervolgens aan. ‘Reken er maar niet op dat ik mee-eet.’ ‘Wat? Ik heb net een kwartier geleden boodschappen gedaan voor het eten!’ Riep Cathelijn verontwaardigd.
  81. 81. ‘Sorry, maar dan maak je dat morgen maar klaar. Anders warm ik mijn portie wel op. Maar misschien eet ik ook wel wat onderweg. Dat weet ik nog niet. Ik moet een vriendin helpen met het avondeten. Haar vriendje komt vanavond eten en ze heeft advies nodig,’ loog Iris onherkenbaar. ‘En je leerwerk dan?’ ‘Och… Ik was toch al bijna klaar. De rest komt vanavond wel.’ ‘Hoe laat is dat? Over welke vriendin hebben we het hier eigenlijk?’ Iris zuchtte. ‘Gewoon een vriendin. Maar ik ga nu. Anders hoeft het straks al niet meer.’
  82. 82. ‘Oké. Maar bel wel even hoe laat het wordt.’ ‘Zal ik doen. Tot straks, oma.’ Iris gaf Cathelijn een vlugge zoen op haar wang en ging de voordeur uit. Haar oma liet ze ietwat geërgerd achter. Cathelijn haatte het als ze ‘oma’ genoemd werd.
  83. 83. Een kwartier later kwam Iris aan bij De Gemmit. Het was raar om hier als enige te staan, wetend dat ze niet kwam voor een avondje uit. Toen ze op de bel drukte, hoorde ze een zoem en daarna Iddes stem. ‘Wie is daar?’ ‘Ik ben het, Iris,’ zei Iris met een stralende glimlach bij het horen van zijn stem. ‘Kom verder!’ Iris duwde tegen de deur die gemakkelijker open ging dan ze had gedacht dat hij zou gaan. Na een aantal schaars verlichtte gangen door te hebben gelopen kwam ze uit bij een drietal trappen. Even twijfelde ze over welke ze zou nemen, niet zeker wetend dat het de goede zou zijn. ‘Kom verder!’ Hoorde ze Iddes stem nogmaals roepen. Hij klonk nu dichterbij dan eerst. Iris holde de trap voor haar op en voelde een arm op haar schouder. Vervolgens voelde ze een hand op haar arm die haar naar binnen trok. ‘Hé, schoonheid,’ zei Iddes stem zacht terwijl hij de voordeur met zijn voet dichtdrukte. Hij ritste de rits van Iris’ jas naar beneden en deed hem haar uit.
  84. 84. Iris giechelde, plotseling nerveus, maar keek hem serieus in zijn ogen. ‘Hoi.’ ‘Ik heb je gemist,’ fluisterde Idde en trok Iris zachtjes en langzaam naar zich toe. Iris hield haar adem in en liet Idde zijn hoofd in haar haar begraven. ‘Ik jou ook,’ wist ze uit te brengen toen zijn handen haar rug streelden. ‘Het spijt me als ik ietwat haastig ben geweest – iets tè haastig wellicht - maar ik kon niet langer wachten voor ik je weer zou zien.’
  85. 85. ‘Het maakt niet uit. Ik ook niet. Concentreren kon ik me totaal niet op mijn schoolwerk. Je bent geen seconde uit mijn gedachten geweest.’ Iris zorgde ervoor dat meer woorden niet langer nodig waren door haar lippen op die van Idde te drukken. Hartstochtelijk zoenden ze elkaar. Langzaam schuifelden Idde en Iris achteruit terwijl ze elkaar geen seconde loslieten.
  86. 86. Iddes hand tastte de muur een moment af maar op een gegeven moment had hij hem gevonden: de deurknop. Hij duwde het ding omlaag en zonder elkaar los te laten, vielen ze half de kamer binnen. Ze stoorden zich er niet aan maar zetten hun hartstocht zonder twijfel verder. Tot Iris zich zachtjes loswerkte uit Iddes armen. Ze gaf een knik richting Iddes bed. ‘Wat dacht je?’ Ze keek hem afwachtend aan: haar ogen schoten van Iddes linker oog naar zijn rechter oog. ‘Oh, ik wilde je geen verkeerd beeld geven! Ik bedoel… Maar ik dacht dat we beter hier konden zijn als mijn vader…’
  87. 87. ‘Verkeerd beeld?’ Quasiniet-begrijpend keek Iris Idde aan. Ze pakte Idde opnieuw vast. ‘Ja, je moet niet denken dat ik...’ Hakkelde Idde. Iris pakte Idde zijn hand vast een legde die op haar hart. ‘Voel je het bonzen? Dan weet je toch dat het klopt.’ Idde glimlachte van oor tot oor. ‘Het klopt inderdaad. Dat je me gek maakt van verlangen.’
  88. 88. Daarna werd er niets meer gezegd, maar was er alleen een smakkend geluid te horen dat werd aangevuld door zachte, schuifelende voetstappen op houten parket en uiteindelijk een dof geluid dat verdacht veel leek op een zachte plof op een bed.
  89. 89. ‘Idde, ik ben thuis!’ Riep een stem waar zowel Idde als Iris van opschrok. Vervolgens klonk er het harde, dreunende geluid van een deur dat in een zwaar slot werd gegooid. Idde kwam bliksemsnel overeind en keek naar zijn wekker. ‘Shit, dat is mijn vader!’ Siste hij. Vlug greep hij wat kleren bij elkaar en begon hij zich aan te kleden. Iris keek het schouwspel een moment aan maar toen won haar verstand het van haar liefde en zocht ook zij haar kleren bij elkaar. Idde was al aangekleed toen zij enkel haar ondergoed aan had weten te trekken.
  90. 90. ‘Wacht hier,’ fluisterde Idde. ‘Ik houd hem eerst wel aan de praat.’ ‘Moet ik weggaan?’ Vroeg Iris, eveneens op fluistertoon. ‘Ik zou door de voordeur kunnen glippen als jij hem afleid. Dat bespaard je vast een hoop gedoe.’ Idde pakte Iris’ handen vast en keek haar recht in de ogen. ‘Ik wil niet dat je weggaat. Ik heb je gebeld om te vragen of je hierheen kwam, wetend dat mijn vader erop zou rekenen dat ik het eten zou doen. Het is mijn probleem. Niet het jouwe.’ ‘Maar het is wel mijn schuld.’ Idde drukte zijn lippen op die van Iris. ‘Wacht gewoon een minuutje of twee bij mijn bureau. Dan kom ik je halen. Leg maar een paar boeken open ofzo.’
  91. 91. Iris knikte en liep naar Iddes bureau. Achter zich hoorde Iris dat Idde de deur al had geopend en ze griste vlug een willekeurig boek en een schrift. Toen ze was neergeploft en de boeken had opengeslagen, merkte ze dat ze dat het schrift bij een ander boek hoorde dan dat ze had opengeslagen. ‘Dus je bent door het leren pal vergeten om eten te koken? Mooi is dat!’ Hoorde Iris een stem roepen – ongetwijfeld die van Iddes vader. Gelukkig klonk het eerder lachend dan boos. ‘Sorry, pap. Ik wil alsnog wel even vlug wat klaarmaken.’
  92. 92. Iris wist dat wist dat ze op Idde moest wachten totdat hij haar kwam halen. Maar op de één of andere manier voelde het beste als ze nu persoonlijk de kamer in zou lopen. ‘Idde,’ sprak Iris zo zacht en op zo’n onschuldig mogelijke manier. ‘Wilde je mijn aantekeningen nog overnemen voor ik ga?’ De twee mannen in de keuken draaiden zich om. Iris zag dat de man naast Idde ongetwijfeld zijn vader moest zijn. Er verscheen een brede glimlach op het gezicht van de man met dezelfde lichtblauwe ogen als Idde.
  93. 93. ‘Jij bent vast befaamde Iris?’ De man – misschien was jongeman een beter woord – stak zijn vrije hand joviaal uit en Iris schudde hem met een glimlach. ‘Dat klopt. Ik ben Iris,’ antwoordde Iris. ‘Hartstikke leuk om je eindelijk te ontmoeten! Ik ben Remy, de vader van Idde.’
  94. 94. Idde sloeg een arm om Iris heen. Met een schuldgevoel schuifelde ze dichter naar hem toe. ‘De befaamde Iris’ had Remy gezegd. Idde had zijn vader dus verteld over haar. ‘Maar hoe doen we dat nu met het eten?’ Remy wierp een blik op de wandklok. Iris zag het en beet op haar onderlip. Ze had het gevoel dat ze iets moest zeggen. ‘Het is mijn schuld. Ik bleef maar bezig over school. Daardoor hield ik Idde ook bezig. We hebben zo lang gestudeerd dat we de tijd zijn vergeten.’
  95. 95. Remy draaide zich om en begon de inhoud van de papieren zak uit te pakken. Schijnbaar had hij boodschappen gedaan. ‘Voor welk vak hebben Julie zo lang en intensief zitten blokken?’ Idde en Iris – die meer met elkaar bezig waren dan te luisteren naar Remy – lieten elkaar los en keken een moment verward in elkaars ogen. ‘Voor biologie,’ antwoordde Idde uiteindelijk. Het kwam er niet bepaald vastberaden uit maar Remy leek het niet op te merken. Hij verfrommelde de papieren zak tot een bal en gooide hem in de prullenbak.
  96. 96. ‘Dus,’ zei hij. ‘Aangezien biologie jullie drie uur in zijn ban heeft gehouden, zullen we een andere oplossing moeten vinden voor het eten.’ ‘We halen wel wat,’zei Idde. ‘Patat, Chinees, pizza? Zeg maar wat je wilt. Dan kook ik morgen wel.’ ‘Nou,’ zei Remy. ‘Wat wil jij het liefst eten, Iris? Mij maakt het niet uit, maar al boven al ben en blijf jij hier de gast.’ ‘Oh,’ stamelde Iris en keek naar de grond. ‘Ik ehm heb geen geld bij me…’ ‘Je bent hier te gast, zoals ik al zei,’ herhaalde Remy. ‘Zeg het maar. Wat zou jij het liefste eten?’ ‘Het maakt mij niet echt uit.’
  97. 97. ‘Echt niet, of niet echt?’ Vroeg Remy met een glimlach. ‘Echt niet.’ ‘Oké dan. Dan zien jullie maar lekker wat jullie halen.’ Remy haalde zijn portemonnee tevoorschijn en gaf Idde een briefje van twintig. ‘Ik loop nog even gauw op en neer naar Charles. Sms je me als jullie het eten hebben?’ Idde knikte. ‘Zal ik doen. Doe Charles maar de groeten van me.’ ‘Oké Ik wacht jullie sms’je wel af. Tot zo.’ ‘Tot zo,’ zei Iris zacht nog net voor de deur in het slot viel.
  98. 98. Direct daarna wendde ze zich tot Idde. ‘Zullen we dan maar eten gaan halen?’ ‘Ben jij gek? We laten het gewoon bezorgen.’ ‘Hmm.’ Iris staarde niets ziend in de verte. Idde zag het ondanks dat hij pizza stond te bestellen. ‘Hé, wat is er?’ Vroeg hij nadat hij zijn mobiel had dichtgeklapt en in zijn zak had gestoken. ‘Ik wil je vader gewoon niet nog langer laten wachten. Ik denk niet dat hij dat erg zou kunnen waarderen.’
  99. 99. Idde pakte Iris’ hoofd met beide handen vast. ‘Luister eens. Je moet je niet schuldig gaan voelen dat hij moest wachten met het eten. De pizza’s zijn al onderweg.’ Idde drukte glimlachend zijn lippen op die van Iris. ‘Echt, je hoeft je niet schuldig te voelen. Het is mijn sch…’ Iris voelde aankomen wat hij ging zeggen, dus nu was zij het die haar hoofd naar voren bewoog. Pas toen er een zoemer in de woonkamer klonk, lieten ze elkaar weer los. ‘Ik geloof dat de pizza’s er zijn,’ fluisterde Iris.
  100. 100. Bij het eten kreeg Iris een glas wijn. Dit was ze totaal niet gewend, hoewel Remy en Idde het dagelijks deden. Eerst had ze lichtelijk geprotesteerd, maar even later had ze toch toegestemd. Ze was nooit zo gek geweest van wijn. Desondanks had de rode wijn haar prima gesmaakt. Remy had zich algauw ontpopt als grappenmaker, maar bovenal een behoorlijk vriendelijke vent. Hoewel Iris over zijn leeftijd zo haar twijfels had, had ze hem niet naar zijn leeftijd durven vragen. Buiten dat had ze zich even helemaal nergens druk om gemaakt.
  101. 101. Totdat haar mobiel plots afging en ze werd wakker gemaakt uit de droom waar ze het liefst nog even in had willen blijven zitten. Haar oma had op ongeruste toon laten weten dat ze niet gediend was van dit gedoe. Nadat Iris even naar de badkamer was gelopen, zodat haar leugens niet aan alle kanten zouden opvallen, had ze hakkelen verklaard dat het vriendje van haar vriendin langer was blijven plakken dan ze hadden gedacht. Hij bleek erg goed te zijn in biologie en ze had nog een heel verhaal opgehangen met veel details zodat het geloofwaardiger zou klinken. Daarna had Iris haar oma uiteindelijk kweten te overtuigen.
  102. 102. Net nadat Cathelijns moederachtige preek was afgelopen, klopte Idde op de badkamerdeur. ‘Doet je moeder moeilijk?’ Iris deed de deur van het slot en keek Idde met een hopeloze blik aan. ‘Zeg anders dat je blijft slapen,’ stelde Idde voor. ‘Is dat soms die vriend?’ Klonk Cathelijns stem argwanend. Iris voelde ergernis opborrelen, maar hield zich in. ‘Ja, dat is hem,’ antwoordde ze.
  103. 103. Idde keek haar vragend aan en Iris hield even de hand op de telefoon. ‘Ze loopt enorm te zeuren, zeg.’ Idde grinnikte en liep weer terug naar de woonkamer nadat hij een poosje afwachtend had staan kijken. ‘Ik hoorde het wel,’ zei Cathelijn. ‘Maar hoe doe je dat dan met school? Je tas staat nog hier.’ ‘Dat is niet echt een probleem. Ik…’ ‘Oh nee, je hebt natuurlijk niets nodig! Je hebt proefwerkweek.’ Merkte Cathelijn op. Iris had het idee dat ze het meer tegen zichzelf had dan tegen haar. Ze zag haar kans schoon om door te vragen. ‘Maar mag het dan?’
  104. 104. ‘Wat?’ ‘Blijven slapen.’ Iris’ stem klonk hoopvol. Er klonken voetstappen en Idde stond weer voor haar neus. ‘Nou, vooruit dan. Het is ook al laat. Te laat om terug naar huis te gaan. Maar dit flik je me niet nog een keer, dame! Het laatste woord is hier nog niet over gesproken.’ Iris slaakte een geïrriteerde zucht en sloeg haar ogen ten hemel. ‘Tss.’ Ze zag Iddes blik veranderen en drukte in een opwelling het gesprek weg met de telefoon nog aan haar oor. ‘Tot straks dan,’ voegde ze eraan toe. Pas toen liet Iris haar arm zakken. ‘Het mag niet.’ Idde beet op zijn onderlip. ‘Was ze erg boos?’ ‘Tsja… Zo is ze nu eenmaal.’ Iris zuchtte en keek naar de vloer.
  105. 105. ‘Maar je moet ook wel streng zijn tegen de jeugd van tegenwoordig,’ klonk een derde stem. Remy verscheen met een brede grijns op zijn gezicht achter zijn zoon. Toen werd zijn blik ernstig. ‘Maar als jouw ouders het afkeuren, sta ik erop dat ik je nu met de auto naar huis toe breng,’ beaamde Remy. Hij had zijn jas al aan. ‘Dat is echt heel erg vriendelijk, maar ik red me wel,’ zei Iris vlug. ‘Ik heb liever niet dat je op dit tijdstip nog in je eentje over straat gaat, Iris. Ik breng je liever persoonlijk naar huis.’ ‘Dat hoeft niet. Ik red me wel. Ik ga gewoon met de bus. Het is tien voor elf. Dat is nog maar tien minuten wachten.’ Remy keek even bedenkelijk. ‘Je mag haar niet eens meer naar huis brengen, pa. Je hebt teveel wijn gehad.’ ‘Daar heb je gelijk in. Nou, vooruit dan maar,’ stemde Remy uiteindelijk in. Maar zijn stem liet weten dat hij het er nog steeds niet volledig mee eens was.
  106. 106. Idde sloot Iris in zijn armen. ‘Het was gezellig. Ik zie je morgen dan wel op school. Ik durf te wedden dat ik dankzij jou nu echt een hoog cijfer ga halen voor biologie. Anders weet ik het ook niet meer.’ Hij gaf haar een vlugge knipoog die Remy niet kon zien en drukte een bescheiden kusje op haar wang. ‘Slaap strekken voor als je straks thuis bent. Zeg maar dat het mijn schuld was, oké?’ Iris schudde haar hoofd. ‘Nee, Idde… Maar ik zal je nog wel sms’en zodra ik thuis ben. Dat ik veilig ben aangekomen en hoe het ging.’
  107. 107. Remy kuchte. ‘Duifjes, als het zo doorgaat, slapen jullie na middernacht nog niet. Bovendien mist Iris dan haar bus en komt er nog meer trammelant. Dat willen we natuurlijk niet.’ De twee lieten elkaar met tegenzin los. ‘Vertel het me anders morgen maar, oké?’ ‘Oké.’ ‘Maar dan ook alles.’ Iris knikte.
  108. 108. ‘Nou, Iris,’ zei Remy toen Iris haar jas aan had gedaan. ‘Het was me een waar genoegen. Kom gauw nog eens langs.’ Iris schudde Remy’s hand. ‘Laat echt even wat van je horen als je thuis bent zodat we weten dat het goed zit.’ Iris knikte met een glimlach en pakte de deurknop van de voordeur vast. Toen ze de deur wilde openen, voelde ze Iddes hand op haar schouder. Ze draaide zich om en werd omhelsd door Idde die ietwat nerveus naar zijn vader keek. ‘Tot de volgende keer, Iris,’ zei Remy. ‘Tot de ziens. Bedankt voor alles,’ zei Iris waarna Remy een andere deur opende en die kamer inliep.
  109. 109. Alles wat Iris daarna zag, waren Iddes lichtblauwe ogen. ‘Ik vond het geweldig. Ik vond jou geweldig. Nee, ik vind je geweldig. Ik vond het geweldig dat je hier was.’ Idde drukte gedecideerd zijn lippen op die van Iris. ‘We zijn nog niet zo lang samen. Maar ik ben echt knettergek op je. Ik meen het, Iris.’ Hij keek Iris een tijdlang aan alsof hij nog wat wilde zeggen. Uiteindelijk drukte hij zijn lippen langdurig op de hare. Iris voelde kippenvel opkomen toen ze zijn adem haar huid voelde strelen. Het was bijna heet vergeleken met de winterse kou van buiten.
  110. 110. Ook Iris kon het niet laten haar armen nog één keer om Idde heen te slaan. ‘Tot morgen,’ verzuchtte ze zodra ze weer in staat was om door haar mond te ademen. ‘Tot morgen.’ Onwillig lieten Iddes armen Iris los. Spijt was in zijn ogen te zien. ‘Ik ga. De bus gaat zo.’ Ondanks haar woorden bleef Iris gewoon staan. ‘Ja,’ klonk het zacht uit Iddes mond. Hij zag wat Iris voelde: haar adem stokte in haar keel. Ze wilde wat zeggen, maar het lukte niet. Opnieuw nam Idde Iris’ hoofd tussen zijn handen en zoende hij haar. Voor de laatste keer, want Iris trok zich zachtjes los. ‘Doei,’ zei ze zacht. ‘Dag Iris. Tot morgen.’
  111. 111. Iris draaide zich om en liep naar de trap. Ze keek niet om – niet één keer – maar liep meteen naar beneden. Beneden liep ze naar het einde van de straat, naar het park. Bij de bushalte plofte ze neer op het bankje. Ze zou een andere bus nemen dan die naar haar huis ging. Waarheen wist ze niet. Maar naar huis wist ze niet. Even keek ze op het bordje hoe laat de bus die ze wilde nemen zou komen, maar bedacht zich toen dat ze geen geld bij zich had. Ze zou moeten lopen.
  112. 112. Met een zucht stond ze rustig op en sjokte ze bij het bushokje vandaan. Ze haatte de winterse kou en voelde zich alleen nog maar beroerder toen ze dacht aan naar huis gaan. Haar opa en oma zouden vast opnieuw een preek geven van minstens een kwartier. Dan moest ze haar leugens gaan onderbouwen en uitbreiden met nog meer leugens. Een moment dacht ze eraan hoe het zou zijn als ze de waarheid zou vertellen. Het idee was aanlokkelijk omdat ze dan misschien eindelijk van het gezeur over Sander af zou zijn. Maar aan de andere kant merkte iedereen dan dat ze niet alleen anders in haar vel zat dan anders vanwege Sander.
  113. 113. Verwoedt schudde Iris haar hoofd en probeerde zo de gedachte aan Sander te verdringen, maar tevergeefs. Normaal gesproken zou ze wel weten wie ze gebeld had om vannacht of in elk geval vanavond te blijven. Maar als ze Sander op het moment nog had kunnen bellen, had ze hier nu niet gelopen. Want nu had ze ‘een ander’. Zou Sander nu blij voor haar zijn? Hij had zo graag gewild dat ze niet op hem wachtte, dat ze gelukkig zou worden met iemand anders. Gelukkig… Iris schudde haar hoofd weemoedig. Ze moest maken dat ze in de buurt kwam van een grote spiegel. Alles waar ze aan kon denken wanneer ze haar gedachten aan Sander wilde onderdrukken, was weggegaan door de spiegel. Ze moest denken aan Tim en de keer dat hij zo verdrietig was geweest om Largo. Jane en Iris hadden met hem een romantische komedie gekeken terwijl ze met zijn drieën een bak met ijs leegaten. Bij de herinnering da ze er voor hem was geweest, voelde ze een steek vanbinnen. Het had zo fijn gevoeld om er voor hem te zijn, omdat ze wist dat hij haar nodig had gehad. Hij had zelfs op haar schouder uitgehuild en zijn hart bij haar gelucht. Dat hij dat had gedurfd, betekende dat hij zich op zijn gemak had gevoeld bij haar. Plotseling voelde ze het brandende verlangen om Tim weer te zien, hem nog een keer een tijdlang zo vast te houden. Ze zou niet persé iets over haar gevoelens willen uiten.
  114. 114. Ze zou niet persé iets over haar gevoelens willen uiten. Alleen maar zo staan zou haar al genoeg troosten. Niet dat ze ook maar één spoor van verdriet zou laten blijken. Als ze dat al had gekund, gedurfd. Nee, of dan Jane. Met Jane had Iris misschien niet op dezelfde manier een hechte band als met Tim, maar de woorden die Jane zei om je gerust te stellen, waren ook daadwerkelijk geruststellend. Samen met Tim had Jane Iris toch wel het meest gerustgesteld op de dag van haar kroning. Al sinds de eerste dat ze hen kende, had ze op hen kunnen rekenen. Ook al zou Iris Jane en Tim – of één van beiden – maar even kunnen vasthouden, omarmen… Het zou misschien haar leegte voelen. Het gevoel van armen om haar heen dat ze zo miste. Onwillekeurig kreeg Iris kippenvel – weer niet door de kou en ook niet door de regen die nu opeens begon te vallen.
  115. 115. Plotsklaps moest ze denken aan Rosemary – eveneens onbewust. De manier waarop ze nu aan Jane dacht… Kon dat wel als je vriendinnen was? Iris hoorde gelijk een stemmetje in haar hoofd zeggen dat ze niet zo raar moest doen, maar toch bleven haar gedachten even bij Rosemary hangen. Stiekem vergeleek ze haar met Jane en andersom. Die keer dat Rosemary Iris had gezoend, had niets voorgesteld. Afgezien daarvan hadden Rosemary en Jane toch wat gemeen. Je kon met ze lachen, over koetjes en kalfjes praten, maar als je ergens mee zat, kon je dat ongetwijfeld ook bij hen kwijt. Onverhoeds bleef Iris staan. Ze kon niet naar Tim of Jane door de spiegel. Maar ze kon wel naar Rosemary. Of kon ze het niet meer maken om op dit tijdstip nog te bellen? Het was al bijna half twaalf. Ze keek besluitloos naar haar mobiel in haar hand. Ze besloot maar een sms’je te sturen: Hoi Rose. Ben je ook nog wakker? Goed geleerd voor morgen? Ik wel. Xx_Iris
  116. 116. Met een zucht bedacht Iris zich dat ze Idde nog moest sms’en. Inmiddels zou ze nu wel bijna thuis moeten zijn als ze daadwerkelijk naar huis was gegaan. Toen ze haar mobiel weer weg wilde stoppen zodra ze Idde had ge-sms’t, voelde ze haar mobiel trillen. Het oplichtende scherm bevestigde haar gedachten: ze had een sms’je van Rosemary. Hey Iris! Jup, ben nog wakker. Heb niet echt geleerd. Word wel makkelijk. Boek ligt nog wel voor me op tafel maar zit meer op (verlaten) msn. Verveel me. Zie ik je morgen nog ff? XX Rose Iris fronste haar wenkbrauwen. Ergens verbaasde dit antwoord haar totaal niet. Vlug antwoordde ze. Oh, oké. Ik weet niet of ik je morgen nog zie. Ik moet van 9 tot 11. Jullie klas ook? Xx Iris Net nadat Iris op Verzenden had gedrukt, lichtte het scherm opnieuw even op. Dit keer was het een sms’je van Idde. Maar ze had geen zin om hem te lezen. Dus liet ze het bericht ongeopend. Opeens klonk het liedje van Paramore waar Iris zo dol op was. Het duurde een paar seconden voor Iris besefte dat het haar mobiel was – dat ze werd gebeld. Verbaasd nam ze op. ‘Rose?’
  117. 117. ‘Ik heb even de huistelefoon gepakt. Mijn beltegoed is op. Maar ik vroeg me af, hè… Heb jij dat rooster misschien nog van de proefwerkweek? Ik ben mijn blaadje kwijt dus ik heb geen idee hoe laat ik op school moet zijn. Ik geloof dat op dat blaadje de tijden van alle laatstejaars staan.’ ‘Oh, ehm,’ stamelde Iris. ‘Je hebt hem ook niet meer? Sorry als ik lastig ben, maar zou je misschien voor me op de kamer van je broertje of één van je ooms willen kijken?’ ‘Ehm, dat gaat nogal moeilijk. Ik ben bij een klasgenoot.’ ‘Oh! Heeft diegene dat blaadje nog?’
  118. 118. Iris zuchtte. Dit ging niet werken. Ze kon het maar beter opgeven en de waarheid vertellen. Rosemary kennende zou ze alleen de vragen stellen waar zij wat aan had. Niet zoiets als ‘wat doe je nu nog, om half twaalf, bij een klasgenoot terwijl je morgen proefwerkweek hebt?’ of ‘vinden je grootouders dat wel oké?’. ‘Oké,’ zei Iris uiteindelijk. ‘Ik geef het toe: ik loop buiten.’ ‘Buiten?’ Het was even stil en Iris beet op de binnenkant van haar wang. ‘Wat doe je buiten om half twaalf?’ Even was Iris verbaasd – net zo oprecht verbaasd als Rosemary. ‘Oh, ik ehm… Was bij iemand van school. Maar nu niet meer.’ ‘Nou ja. In elk geval bedankt voor de moeite. Zie je Auke nog vanavond? Wil je hem dan de groeten doen?’ ‘Dat wil ik wel, maar ik kom niet meer thuis vandaag.’ ‘Waar ga je heen?’ Iris was even stil. Hoe moest ze dit nu uitleggen? Moest ze dit überhaupt wel uitleggen? ‘Niet naar huis,’ antwoordde ze uiteindelijk. Iris probeerde nonchalant te klinken, maar haar stem brak bij het laatste woord.
  119. 119. ‘Hé.’ Rose’ stem had plotseling een ietwat strenge ondertoon. ‘Je bent toch geen gekke dingen aan het doen?’ Iris schudde haar hoofd. ‘Nee.’ ‘Waar ben je dan?’ ‘Ik ehm…’ Iris draaide een rondje. ‘Heb geen idee, eigenlijk. Ergens in de buurt van De Gemmit.’ ‘Dat is niet zo ver van mijn huis vandaan. In welke straat?’ Iris keek of ze een straatnaambordje kon zien en noemde de naam die erop stond. ‘Blijf waar je bent en ga geen gekke dingen, oké?’ Klonken Rose’ woorden waarschuwend maar behoedzaam.
  120. 120. ‘Oké.’ Hoewel hij nog steeds huilerig klonk, had Iris’ stem langzamerhand weer wat houvast gekregen. Ze bleef staan met haar mobiel in haar hand hoewel Rosemary al had opgehangen. Nog geen twee minuten later kwam ze de hoek om op haar scooter. Ze sprong behendig van het zadel en rende het laatste stukje. ‘Hé,’ zei Rosemary. ‘Wat is er gebeurd? Je staat te trillen als een rietje!’ Bezorgd keek Rosemary haar vriendin aan. Iris probeerde sterk Rose’ blik te ontwijken. Ze zag überhaupt niks door de tranen, maar durfde Rose nog steeds niet aan te kijken tot ze haar arm om Iris heen sloeg. ‘Wat er ook gebeurd is, ik… Je kunt alles bij me kwijt.’
  121. 121. Met horten en stoten wist Iris uit te brengen dat ze dat wel wist, maar toen ze gekalmeerd was, wist ze nog steeds geen zinnig woord uit te brengen. ‘Kijk me eens aan.’ Rosemary’s stem klonk niet boos maar er zat wel enigszins een dwingende klank in. ‘Heb je iets doms gedaan?’ Iris schudde haar hoofd en probeerde tevergeefs haar tranen te bedwingen. ‘Heeft iemand jou iets aangedaan?’ Iris schudde heftig haar hoofd. Het idee alleen al dat Idde haar iets aandeed… ‘Heeft het iets met thuis te maken? Heb je mot gehad met één van de jongens, je grootouders?’ Iris zweeg en veegde haar wangen droog. ‘Dat is het dus. Hé, kom eens hier? Waar denken je grootouders dat je bent? Je bent toch niet weggelopen?’ ‘Nee, ze denken dat ik bij een vriendin logeer,’ wist Iris moeizaam uit te brengen. Rosemary knikte. ‘Oké. Dan stappen we nu op mijn scooter. Ik ga je niet zo op straat laten staan. Je kunt bij blijven vannacht. Maar eerst wil ik weten wat er aan de hand is.’ Ietwat twijfelachtig keek Iris van Rose’ scooter naar Rose zelf en weer terug. ‘Ik houd mijn mond als je dat wilt. We praten er gewoon over,’ vervolgde ze iets zachtaardiger.
  122. 122. Dat trok Iris over de streep. Zodra ze beiden zaten, Rosemary het voertuig had gestart, drukte Iris zich dicht tegen Rosemary aan. Dit was – net als de vorige keer dat ze achterop een scooter had gezeten – om dramatische redenen. Alhoewel ze best bang was om Rosemary te gaan vertellen wat er op haar hart zat, wist ze dat dit de reden was waarom ze niet had gelogen. Rosemary was haar vriendin en Iris hoopte alleen maar dat ze haar troost kon bieden. Al was het alleen door te luisteren. Maar dit was Rose. De armen zouden vanzelf komen. Toch wenste ze dat ze nu niet op deze scooter zat, maar dat ze weer achterop de donkergroene van de vorige keer had gezeten. Dan had ze haar relatie met Sander nog voor zich gehad en had ze zoveel goed kunnen doen wat fout was gegaan. Maar daar was het nu te laat voor. Nu was het voorbij. Meer dan ooit.
  123. 123. Aangekomen bij het appartement waar Rosemary woonde, zette Rose de motor af. Terwijl Iris wachtte tot Rosemary de scooter aan de ketting had gelegd, probeerde ze niet te gaan klappertanden en keek ze naar de lucht. ‘Ik geloof dat het niet lang meer gaat duren voor de eerste sneeuw valt,’ merkte Rosemary op toen ze net als Iris even naar de lucht keek. ‘Kom maar gauw. Binnen zal het wel wat warmer zijn.’ Gelukkig was Rosemary’s huis op de begane grond en was het één van de eerste appartementen aan de linker kant, zodat ze niet zo ver hoefden te lopen. Toen Rosemary Iris’ jas had aangenomen, merkte Iris op dat ze de warmte in het kleine appartementje haar wel beviel. Ze keek door de kamer en zag dat bijna alles in de kamer nog exact hetzelfde was als de vorige keer dat ze hier was geweest – behalve dat het nu donker was.
  124. 124. Nu stond er een laptop op de eetkamertafel die de kamer schaars verlichtte. Wat Iris naast de laptop zag staan, liet haar wenkbrauwen een paar centimeter omhoog schieten. Ze keek van de asbak naar Rosemary en weer terug. ‘Oh, let niet op dat ding. Is van Neal.’ ‘Neal?’ ‘Ik heb toch wel eens verteld dat ik hier samenwoon met mijn broer? Hij is er nu alleen niet en wees maar niet bang: hij zal voorlopig ook nog niet thuis komen. Maargoed. Wat te drinken?’ Iris schokschouderde. ‘Nee, hoeft niet.’
  125. 125. Rosemary plofte neer op de bank en klopte op de lege plek naast haar. Iris slaakte een zucht. Hier ging ze dan. Er ging zo gebeuren waar ze als een berg tegenop zag, maar ze plofte toch net als Rose op de bank. ‘Waar ben je vanavond eigenlijk geweest?’ Vroeg Rose direct. ‘Bij Idde. Hij zit bij ons op school. Niet bij mij in de klas, maar ook in het laatste jaar. Ik ehm…’ ‘Idde? Die ene jongen van het zwembad?’ Iris fronste. ‘Heeft Greke dat verteld?’
  126. 126. Rosemary knikte. ‘Toen we met zijn allen gingen leren – ik geloof dat het afgelopen zondag was. Waar jij niet bij was.’ ‘Ik weet wat je bedoelt,’ zei Iris vluchtig. ‘Wat heeft ze gezegd?’ ‘Ze heeft niet geroddeld, hoor,’ stelde Rosemary Iris gerust toen ze haar ietwat argwanende blik zag. ‘Ze heeft gezegd dat ze een jongen aan je heeft weten te koppelen waarvan overduidelijk was dat je hem al heel lang heel leuk vond en andersom ook. Dat is alles wat ze zei. En dat ze blij voor je was. Maar vertel. Was je bij hem thuis?’ Iris knikte. ‘Hij belde me vanmiddag rond half vier ofzo. We leerden voor de proefwerkweek maar konden onze gedachten er niet bij houden. Hij vroeg of ik met hem af wilde spreken. Ik stemde in, omdat… Ik toch geen zin had om te leren en het een goed excuus vond. En…’ ‘En je miste hem?’ ‘Ik dacht eerst van wel. Maar nu... Nu weet ik het niet meer.’
  127. 127. ‘Wat is er dan gebeurd?’ ‘Niks specifieks. Het ligt niet aan hem of door iets dat hij gedaan heeft. Het ligt eerder aan mezelf. Hij is juist heel lief voor me. En hij is zo gek op me. Zo gek...’ Iris ging steeds zachter praten. ‘Maar jij niet op hem,’ merkte Rose onbevangen op. Iris haalde haar schouders op. Alleen niet vanwege onverschilligheid. ‘Ik weet het niet,’ gaf ze eerlijk toe. ‘Ik weet het echt niet meer.’ ‘Wat maakte je aan het twijfelen?’ Iris schudde haar hoofd. Het was belachelijk dat ze hier zo zat. ‘Ging Idde verder dan je wilde?’ ‘Pff, nee. Hij deed eerst nog heel twijfelachtig. Ik was juist degene die hem vastpakte en hem richting het bed trok. Niet dat er veel aan te merken was, maar ik geloof dat het zijn eerste keer was.’ ‘Hè? Die van jou niet dan?’ Rosemary keek Iris even verbaasd aan. Toen veranderde haar blik. ‘Natuurlijk – Sander,’ zei ze toen zacht.
  128. 128. Iris knikte. ‘Inderdaad. Het was niet zo dat Idde iets fout deed. Het was gewoon alles samen… Hij nam de schuld volledig op zich om iets waar ik ook schuld aan had en nam me in bescherming tegenover zijn vader. Nou ja, Remy werd niet eens echt boos…’ ‘Idde deed je denken aan Sander?’ Nu was het Iris die een moment verbaasd keek. ‘Ja.’ Zowel Rosemary als Iris zweeg nu een tijdje. ‘Ik denk gewoon dat ik even geen zin meer heb in jongens om me heen. Nou ja. Niet als ze meer dan vrienden zijn, althans.’ ‘Ik begrijp het ergens wel. Ik denk je over Sander heen dacht te zijn, maar je dat heel erg verkeerd hebt ingeschat.’ Iris keek haar vriendin met een frons aan. Zon antwoord had ze niet van Rose verwacht. ‘Zou je denken? Ik weet het niet, hoor. Idde vond ik al zo lang leuk… Zelfs voor en tijdens ik met Sander was. Als ik Idde tegenkwam dan… Was ik klunzig, maakte ik blunders.
  129. 129. Mijn hart leek hem moeilijk te verdragen – hoewel dat natuurlijk gewoon aan mijn zwakke hart zelf ligt.’ Rosemary lachte. ‘Jaja. Maar zo te horen klink je gewoon verliefd. Alleen ben je niet zo weg van hem als je van Sander was, bent.’ Iris kromp ineen bij het horen van die laatste zin. Meteen laaide het schuldgevoel weer op. ‘Ik… Denk dat ik het ga uitmaken met Idde.’ ‘Maar je hebt er zo je twijfels over,’ merkte Rosemary. ‘Ik weet het. Maar toch ook weer niet. Wat ik voor hem voel, bedoel ik. En of ik überhaupt iets voor hem voel. En zo ja: tot in hoeverre.’ ‘Klinkt alsof je meer weet dan je denkt.’ ‘Waarom?’ ‘Wil je weten wat ik denk?’ Rosemary wachtte niet op antwoord omdat ze dat al wist. Ze zag Iris’ vragende blik. ‘Ik denk dat je hem gewoon heel graag mag. Je zoekt gewoon troost bij je vrienden. Daar is helemaal niks mis mee. Maar met je hoofd zit je veel bij Sander. Daardoor kun je niet altijd even helder nadenken.’ Met haar laatste woorden had ze even gewacht, alsof ze eerst andere woorden had willen gebruiken.
  130. 130. Iris keek stilletjes voor zich uit. Rosemary keek haar afwachtend aan en onderzocht haar gezicht op uitdrukken. Die zag ze niet. Iris wist dat Rosemary gelijk had. Het had niet beschuldigend geklonken wat ze had gezegd, maar hoe langer Iris er over nadacht en hoe vaker de woorden zich in haar hoofd herhaalden, hoe schuldiger ze zich begon te voelen tegenover Idde. Ze mocht hem zeker weten. Daar was geen twijfel over mogelijk. Maar ze wilde hem niet kwetsen, hem iets niet in de ban laten van iets dat mogelijk niet zo was. Ze wilde hem niet doen geloven dat zij net zo gek was op hem als hij op haar. Dat was nog iets dat ze zeker wist. Plotseling voelde Iris een steek van onbehagen door haar maag. Het idee was haar een moment door het hoofd geschoten. Desondanks de duur kon ze het niet negeren. Was dit hetzelfde wat Sander had gedacht toen hij zijn plan had uitgedacht over hoe hij het zou uitmaken met haar? Dat zijn handelingen van tevoren bedacht waren geweest stond vast. Maar had hij het uitgemaakt omdat zij meer van hem hield – meer dan hij ooit van haar zou kunnen houden? Nee, zo was Sander niet. Hij had veel streken en had veel moed, maar Iris kende hem al heel haar leven. Zoiets zou Sander nooit kunnen verzwijgen voor haar. Of wel?
  131. 131. ‘Iris, waar denk je aan?’ ‘Hoe ik het ga uitmaken,’ antwoordde Iris vastbesloten. ‘Hmm.’ Het was Rosemary ook niet ontgaan: waarschijnlijk had Iris de zin net zo vastbesloten uitgesproken als hoe ze het besluit had genomen in haar hoofd. Een poosje was het weer stil in de kamer. ‘Weet je wat ik me net bedacht? Mijn schoolspullen liggen nog thuis.’ Er verscheen een glimlach op Rose’ gezicht. ‘Boeien. We hebben proefwerkweek. Dat komt echt wel in orde.’ Even legde ze haar hand op Iris’ schouder en stond toen op. ‘Maar kom. We moeten er morgen vroeg uit. Laten we naar boven gaan.’
  132. 132. Ze klapte de laptop in de keuken dicht en liep naar het stopcontact om de voeding eruit te halen. ‘Ik doe nog even de laptop in de tas. Ga maar vast naar boven, hoor. Je weet waar mijn kamer is.’ Bij de trap wachtte Iris tot Rose ook kwam. Die stootte geschrokken tegen de voerbak van haar kat Poeken op toen ze Iris – ietwat laat – zag staan. ‘Ik dacht dat je al naar boven was.’ Iris zei niets maar keek haar alleen aan. Rose glimlachte flauwtjes naar haar en sloeg haar armen om Iris heen. ‘Het maakt niet uit. Het komt wel weer goed.’
  133. 133. Iris vroeg zich af of ze zoveel verdriet op haar gezicht te raden had staan, maar zat er niet langer mee. Haar schouders raakten los van die van Rose en een moment keken ze elkaar aan. Tussen hun gezichten zat enkel een afstand van vijf centimeter. Een fractie van een seconde voelde Iris hetzelfde gevoel oplaaien dat ze slechts één keer eerder had gevoeld. Het gevoel dat ze iets volkomen ongewoons ging doen waar door ieder individu anders op gereageerd werd. Iets totaal impulsiefs, maar desondanks weloverwogen. Haar armen gingen traag omhoog en haar handen omvatten Rosemary’s schouders. Zacht trok ze haar naar zich toe. Zacht en teder voelden de lippen – die Iris eveneens slechts één keer eerder had gevoeld. Hoewel ze van tevoren had geweten dat het zou gebeuren, was zij toen degene geweest die stil had gezeten.
  134. 134. Een moment hield Iris op haar lippen te bewegen om Rose’ reactie af te wachten. Toen haar lippen zacht tegen die van Iris duwden, duwde Iris haar zacht tegen de muur. Haar handen gleden omhoog via Rose’ nek en stopten op haar hoofd. Met haar duimen streelde Iris Rose’ oren en ze deed haar hoofd wat naar achteren om adem te halen, maar Rose dacht er anders over. Nu drukte zij Iris tegen de muur. Haar lippen begonnen op Iris’ wang en bewogen subtiel naar beneden over haar kaak, verder naar beneden. Toen Iris haar zachte, ietwat vochtige lippen op haar hals voelde, sloot ze haar ogen en kon ze zich niet langer inhouden. Een zucht van genoegen verliet haar mond. Haar armen grepen Rosemary opnieuw vast en draaiden haar mee om. Rose stond nu weer tegen de muur en nu was zij degene met de gesloten ogen – in tegenstelling tot die van Iris. Rose’ armen ontspanden zich langs haar hoofd zodra Iris ze losliet en zorgden ervoor dat de weg naar haar heupen vrij was. Iris liet haar handen naar beneden glijden, trok aan de zoom van Rose haar shirtje en liet haar handen eronder glijden. Vervolgens gleden ze weer omhoog en op dat moment hoorde Iris hoe Rose haar naam fluisterde.
  135. 135. ‘Iris,’ klonk het zacht. Iris hield op en haar ogen keken onderzoekend in die van Rosemary. Die wendde haar blik af en sloot haar ogen. Ongestoord ging Iris verder. Tot Rosemary haar armen liet zakken en met haar handen Iris’ polsen omklemde. Ietwat verbaasd keek Iris Rosemary aan. Die duwde Iris’ handen weg en liet ze los. Vervolgens liep ze naar de salontafel. ‘Rosemary, wat…’ Iris hoorde hoe hees haar stem klonk. Verder dan twee woorden kwam ze niet. Verbluft keek ze Rosemary na. Die rommelde wat in haar laptoptas en haalde er vervolgens een aansteker uit. Met open mond keek Iris hoe haar vriendin het pakje tabakswaar tevoorschijn toverde. Met grote passen liep Iris naar Rosemary en pakte haar pols beet. ‘Wat doe je in godsnaam?’ Met een ruk trok Rosemary haar pols los. Iris kromp ineen en stond als aan de grond genageld. Dat Rosemary boos was, was duidelijk. Toen hoorde Iris haar een diepe, lange zucht slaken.
  136. 136. ‘Het is niet dat ik het niet wil, begrijp me niet verkeerd. Maar… Ik weet dat jij het niet wilt.’ Haar lippen omklemden de sigaret en haar gezicht werd even verlicht door het licht van de aansteker. Iris zag dat Rose’ blik niet boos stond. Haar ogen keken Iris eerder… onderzoekend aan. Bezorgd haast. Alsof ze op het moment niets liever wilde dan in Iris’ hoofd kijken. ‘Wat bedoel je? Natuurlijk wil ik het. Ik begon zelf,’ wierp Iris tegen. ‘Ik bedoel dat jij niet zo gek bent op mij als ik op jou.’ Iris fronste even. ‘Je weet toch dat ik…’ ‘Niet op meiden val,’ maakte Rosemary Iris’ zin af. ‘Ja. Ik weet dat jij dat denkt.’ Iris voelde iets samenklonteren in haar maag. Het deed haar denken aan een groot touw waar een knoop in was gelegd en nu stevig werd aangetrokken. Maar deze knoop was niet van touw, maar van vlees vol zenuwen. Het deed pijn. ‘Het is zo,’ zei Iris met de klemtoon op het middelste woord.
  137. 137. Rosemary keek Iris aan met een veelbetekenende blik en liep vervolgens richting het raam. ‘Hoe kom je er in godsnaam bij?’ Wilde Iris weten. ‘Je was knettergek op Idde. Tenminste, dat dacht je. Maar je zei zelf dat je niets voelde toen jullie…’ ‘Dat hoeft niets te zeggen over het feit waarop ik val!’ Viel Iris uit. ‘Niet persé, nee. Maar waarom zou je het anders hebben gedaan? De allereerste keer al. Die zoen...’ Iris beet op haar onderlip en keek naar de grond. ‘Gewoon, ik was nieuwsgierig…’ Bracht ze zachtjes uit. ‘Nieuwsgierig zijn we allemaal,’ beaamde Rosemary op rustige toon. ‘Wat is dan het probleem?’ Ze hoopte vurig dat Rosemary zich omdraaide. Ze kon er niet tegen als ze de blik van anderen niet kon zien.
  138. 138. Alsof Rosemary haar gedachten kon lezen en Iris haar zin gaf, draaide ze zich om. ‘Dat ik geen zin heb om me te voelen zoals Idde zich zou voelen als jij het uit zou maken.’ Iris kromp ineen en slikte in een poging doen de grote brok in haar keel weg te krijgen. Het hielp niet. ‘Hij zou hij je alles willen geven – alles wat hij maar kon – maar het zou niet genoeg zijn. Dat zou hij ook weten. Hij zou zich minderwaardig voelen, misschien zelfs alsof je hem niet goed genoeg vond. Buiten de reden waarom je het uitmaakt.’ Iris slaakte een diepe, trillerige zucht. ‘Ik denk toch dat ik het ga doen. Ik wil hem niet in de waan laten dat ik verliefd op hem ben als ik dat misschien niet eens ben. Ik ga de gevoelens proberen uit te leggen waar ik wel zeker van ben. Meer dan dat kan ik niet doen.’ Nu slaakte Rosemary een zucht. ‘Het zou kunnen zijn dat hij het niet begrijpt.’ ‘Dat zou kunnen. Maar dat weet ik alleen als ik het heb verteld. Trouwens, wat maakt jou het nu uit wat hij vindt?’
  139. 139. Rosemary wierp een boze blik naar Iris. ‘Doe eens niet zo.’ ‘Hoe?’ ‘Gewoon, zo!’ Rose drukte de peuk uit in de asbak. ‘Dit ben jij helemaal niet,’ vervolgde ze toen weer rustiger. ‘Hoe ben ik dan?’ Iris hield haar hoofd schuin en keek Rosemary afwachtend aan. Rose leek te twijfelen over hoe ze haar woorden moest formuleren. ‘Ik weet niet hoe jij bent. Ik weet alleen hoe jij op mij overkomt. Voor mij ben jij zoals je op mij overkomt.’ ‘Hmm.’ Iris dacht even na en wilde verder vragen, maar bedacht zich toen er een andere vraag opborrelde. ‘Waarom zou jij je zo voelen als Idde? Dat we… dit nu gedaan hebben, hoeft toch niet te betekenen dat we wat hebben ofzo?’ Rosemary schudde haar hoofd en keek naar de vloer. Iris tandenknarste toen ze bedacht dat Rose haar misschien niet aan zou kijken wanneer ze zou antwoorden – als ze dat al zou doen. ‘Dat is ook niet wat ik ermee bedoel te zeggen. Maar ik kan niet… Ik wil mijn gevoelens voor jou niet toestaan als je achteraf van gedachten gaat veranderen.’
  140. 140. Plotseling was het Iris duidelijk. Had Rosemary daarom al deze woorden gezegd en Idde erbij betrokken? Ze had de woorden niet kwetsend bedoeld. Ze had het alleen geprobeerd uit te leggen. Iris ontspande enigszins en voelde dat ze zich niet langer groot kon houden. ‘Maar ik wil al helemaal niet dat dit tussen jou en mij komt in te staan. Daar mag ik je veel te graag voor. Bovendien kan ik Aukes hart niet breken!’ Riep Iris met een trillende stem. ‘Ik ook niet,’ fluisterde Rosemary. ‘Waar zijn we dan in godsnaam mee bezig?’ Zei Iris, eveneens op fluistertoon. Ze durfde niet harder te praten, omdat ze bang was dat haar stem haar zou verraden. Met een ruk keek Rosemary Iris aan. ‘Huil je?’ Shit. Rosemary had het dus toch gemerkt.
  141. 141. ‘Hé,’ zei Rose zacht. Ze liep naar Iris toe en sloeg haar armen om haar heen. ‘Het geeft niet. Ik begrijp je ook wel dat je het niet weet. Jou geef ik ook niet de schuld. Ik wil alleen niet gekwetst worden…’ Iris zei niets maar hield Rosemary alleen maar vast. Hoe lang ze daar stonden, wist ze niet.
  142. 142. Op een gegeven moment hoorden ze een belletje rinkelen en keken ze verschrikt naar de voordeur. Rosemary liet een zucht van opluchting ontsnappen. ‘Poeken, je liet me schrikken.’ ‘Mrauw.’ De kater gaf even een kopje langs het been van zijn baasje en liep hoek van de kamer. Rosemary en Iris keken een poosje toe hoe de kater uit zijn etensbakje begon te schransen.
  143. 143. Iris voelde Rose’ hand in de hare en samen liepen ze naar de trap. Boven stond Iris ietwat vertwijfeld in de deuropening van Rosemary’s slaapkamer. ‘Kom, je slaapt gewoon bij mij. Of wil je liever alleen in mijn bed?’ Iris schudde loom haar hoofd en liep langzaam naar Rose’ bed. Die kwam overeind en gooide de kussens die erop lagen op de bank. ‘Hé, het hoeft echt niet als je niet wilt hoor. Ik begrijp het wel als je het niet wilt.’ Iris wist haar tranen nauwelijks te bedwingen door de rustige stem waarmee Rosemary dit alles zei. Rosemary had het weer door en trok Iris tegen zich aan.
  144. 144. Geen van beiden zei nog iets en Iris liet zich mee op bed trekken. Rosemary trok Iris dicht tegen zich aan en sloeg haar armen om haar heen. Ze drukte een zachte kus op Iris’ hoofd en Iris kneep even in Rose’ armen die beschermend om haar heen waren geslagen. ‘Huil maar,’ fluisterde Rosemary terwijl ze Iris’ uitgelopen mascara wegveegd. ‘Het geeft niet. Huil maar.’ Pas zodra Iris de blik in Rose’ ogen zag – die even oprecht waren als de klank van haar stem – kon Iris haar tranen echt op de vrije loop laten.
  145. 145. Een uur of twee later werd Iris wakker. Ze keek even verbaasd om zich heen en herinnerde zich toen weer waar ze was. Even keek ze naar de slapende Rosemary naast haar. Een paar seconden maar om kippenvel op haar armen te krijgen. Daarna voelde ze alleen nog een stekende pijn in haar hoofd. Met een kreun legde ze haar hand op haar voorhoofd. Het voelde alsof ze een flinke kater had. Maar ze had toch niets gedronken? Toen herinnerde ze zich de wijn. Had ze daar zoveel van gedronken? Ze voelde een warme hand op haar schouder.
  146. 146. ‘Wat is er?’ Fluisterde de schorre stem van Rosemary in haar oor. ‘Voel je je niet goed?’ Iris schudde haar hoofd. ‘Ik heb zo’n ongelooflijke koppijn…’ ‘Ga maar even liggen. Ik pak wel wat voor je.’ Rosemary kwam overeind en liep in het donker de kamer uit. Iris zuchtte en liet zich weer achterover vallen. Een paar seconden later kwam Rose terug met een glas water en een aspirine. ‘Alsjeblieft.’ ‘Dank je.’ Iris slikte het pilletje weg en klokte het glas water er achteraan. Een paar seconden staarde ze naar het raam voor haar en Rosemary deed hetzelfde. ‘Ik geloof dat het vannacht gaat sneeuwen,’ zei Iris zacht terwijl ze het lege glas op het nachtkastje zette. ‘Het is al nacht,’ merkte Rosemary grinnikend op. ‘Gaat het weer een beetje?’ Iris schokschouderde. ‘Ik weet niet, maar meestal duurt het wel even voor een aspirine helpt.’ Beide meiden grinnikten en Rose kroop weer naast Iris op het bed. ‘Heb je het koud?’
  147. 147. Iris knikte en ze gingen van het dekbed af om de deken open te slaan. ‘Oh, wacht. Wil je een pyjama?’ Iris schudde haar hoofd en zag hoe Rosemary haar shirt over haar hoofd trok en zich verder uit begon te kleden. Iris deed hetzelfde en ze rolden onder de deken. Opnieuw kropen ze tegen elkaar aan maar geen van beiden deden ze hun ogen dicht. ‘Weet je…’ Begon Iris. Ze wachtte tot Rosemary haar aankeek. ‘Eigenlijk zou ik het best willen. Samenwonen met zijn allen, bedoel ik. Afgezien van alle problemen.’ Rosemary glimlachte en drukte een kus op Iris’ wang. Zwijgend keken ze naar de grijze lucht waar langzaam witte puntjes uit naar beneden vielen. Het was begin december en de feestsneeuw was aan het vallen.
  148. 148. Slaperig wreef Iris in haar ogen toen ze op haar ellebogen steunend overeind kwam, omdat Rosemary de kamer in kwam. ‘Jij kunt.’ Met een zucht keek ze naar het lichaam van Rosemary dat amper aangekleed was. Ze stopte bij haar overvolle ladekast en keek draaide ze om zodat ze Iris even aan kon kijken. ‘Of wilde je niet douchen?’
  149. 149. Iris zag dat ze nog wel even tijd hadden en besloot toch maar een douche te nemen. Toen ze onder de douche stond, hoorde ze dat Rosemary de badkamer in en uit bleef lopen. Tussendoor hoorde Iris haar zachtjes vloeken. ‘Verrekte mousse. Kom op nou.’ De stralen van de warme douche leken Iris goed te doen. Ze maakten haar niet slaperig – zoals meestal het geval was wanneer ze ’s morgens onder de douche ging als ze net wakker was. ‘Wat is er? Durf je er niet onder uit?’ Iris grinnikte en trok het douchegordijn open. ‘Natuurlijk wel. Ik vond het alleen fijn om onder de douche te staan.’
  150. 150. ‘Mooi.’ Rosemary’s uitspraak klonk oprecht. Ze liep de kamer weer uit en spitte haar make-upkistje door naar haar mascara. ‘Je mag gerust wat van mijn make-up. Het zit in dat kistje op het tafeltje onder mijn spiegel. Net als mijn föhn trouwens. Die mag je ook gebruiken als je dat wilt!’ Riep ze vanuit haar slaapkamer. Iris grinnikte wederom. ‘Nee, dank je.’ ‘Als je honger hebt: je weet waar de keuken is. Ik eet meestal niet zoveel ’s ochtends. Maar goed. Het brood dat we hebben, is nog van gistermiddag. Ligt in de eerste la van het aanrecht naast de koelkast.’
  151. 151. Uiteindelijk waren Rose’ voorzorgsmaatregelen overbodig. Ze was klaar met haar make-up toen Iris weer aangekleed was en ze gingen samen naar beneden. Nadat Rose vlug een schaaltje yoghurt naar binnen had gewerkt, hoorde zowel zij als Iris het geluid van een sleutel in de deur. ‘Ik ben thuis!’ Klonk een stem die veel weg had van die van Rosemary – hoewel deze zwaarder klonk. Iris zag hoe een vrij lange man de woonkamer in kwam. Een moment keek hij met opgetrokken wenkbrauwen naar de zo ongeveer volle asbak. Intussen had hij zijn jas uit gedaan en zijn schoenen uitgeschopt. De lange sjaal om zijn nek hing, kwam bijna tot op de grond. Hij nam de moeite niet om hem af te doen. ‘Dag logé,’ zei hij met een vriendelijke glimlach tegen Iris.

×