VGT-vragen thorax April 2008
Toetsstof thorax Webb WR, Higgins CB. Thoracic Imaging: pulmonary and cardiovascular radiology. Lippincott Williams & Wilkins, 2005 Hoofdstuk 1 t/m 30
Bronchiale atresie resulteert in consolidatie van het aangedane longsegment ten gevolge van afwezige ventilatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Bronchiale atresie ontwikkelingstoornis vernauwing of obstructie lobaire/(sub)segmentele bronchus LBK > RBK > RMK > onderkwabben Meestal asymp/toevalsbevinding , soms infectie  Distale long: lucent en hypovasc (90%), vergroot volume, mucus in distale bronchi (80%), airtrapping bij expiratie-scan Bij oudere patient: uitsluiten endobronchiale tumor
Bronchiale atresie resulteert in consolidatie van het aangedane longsegment ten gevolge van afwezige ventilatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Totale anomalie van de pulmonale veneuze drainage bij een symptomatische patiënt is altijd geassocieerd met een septum defect van het hart. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Anomalie van de pulmonale veneuze drainage Drainage van een (tak v een) pulmonale vene in het re atrium, sinus coronarius of syst vene. Re: VCS, IVC, v azygos en re atrium; li: v brachiocephalica sin, li VCS, sinus coronarius Links-rechts shunt Partiele APVD: 0,5% tot pop., meestal asymp. Totale APVD behoort tot de congenitale hartziekte en moet zijn geass met een septumdefect.
Totale anomalie van de pulmonale veneuze drainage bij een symptomatische patiënt is altijd geassocieerd met een septum defect van het hart. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Karakteristiek voor extralobaire sequestratie van de long is de veneuze drainage in een systemische vene. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Bronchopulmonale sequestratie Intralobair Meest voorkomend In viscerale pleura 65% li dorsobasaal 75% arterieën v aorta thor > a abd/intercost Veneuze drainage via pulm venen>(hemi)azygos Kliniek: recidiv. infectie>hemoptoe Beeldvorming: alles kan! homogene massa (multi)cysteus lucht en vocht hyperlucent en hypovasc Of combi! Extralobair Minder voorkomend Eigen pleura envelope 90% li basaal Art meestal v aorta abd Veneuze drainage bijna altijd systemisch Dus: links-rechts shunt Zelden: lokatie in of onder diafragma Kliniek: zelden infecties, vaak andere cong long/diafragma afw. Beeldvorming: Scherpbegrensde massa zonder lucht Meestal homog, maar soms cystes Cong malformatie van ongeorganiseerd longparenchym Geen normale connectie van bronchi en arterieën.
Karakteristiek voor extralobaire sequestratie van de long is de veneuze drainage in een systemische vene. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Op een X-thorax wordt een lobaire consolidatie gezien. Een Stafylococcus aureus infectie staat hoog in de differentiaal diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Lobaire consolidatie Vorm van focale consolidatie Rond/ovale cons, (sub)segm cons, focale patchy cons (Staph, Haemophilus, Pseudomonas    bronchopneumonie of lobulaire pneumonie) Meest typisch voor pneumonie (S. pneumoniae, Klebsiella, Legionella, TB) en post-obstructieve pneumonie of atelectase Kan ook door lokale tumorverspreiding (lepidic growth bij bv BAC of lymfoom) Onwrs door LE, pulm oedeem of bloeding Andere vormen van focale consolidatie
Staphylococcus aureus pneumonie Zeldzame community acquired, maar vaak voork nosocomial pneumonie Infectie via tracheobroncheale boom > hematogeen (bij endocarditis/cellulitis) Kliniek: vaak bij onderliggend lijden of na influenza; acute chestpain, koorts, hoesten, groen/bloederig sputum Beeldvorming: Bronchopneumonie, multifocaal/patchy Vaak: onderkwabben, vol verlies, abces+holtevorming, 50% PV Meestal niet: luchtbronchogrammen Soms: pneumatoceles CT: seg cons + tree in bud of centrilob nodules Split-pleura sign, septic embilisatie, feeding vessel sign
Op een X-thorax wordt een lobaire consolidatie gezien. Een Stafylococcus aureus infectie staat hoog in de differentiaal diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Een kleincellig longcarcinoom presenteert zich in iets meer dan de helft van de gevallen als een longhaard. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Kleincellig longcarcinoom Neuroendocriene origine 3 e  meest voorkomende longca Sterk geass met roken 90% stadium IV bij diagnose Meest in hoofd- of lobaire bronchus Bijna nooit endobronchiaal Vaak: forse endobronchiale invasie, path lln, atelectase, VCS-syndroom Presentatie als longnodule < 5%
Een kleincellig longcarcinoom presenteert zich in iets meer dan de helft van de gevallen als een longhaard. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Een primaire longtumor die het parietale pericard ingroeit is per definitie stadium T4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Classificatie longtumoren T0 geen tumor Tis carc in situ T1 =<3cm + omgeven door visc pleura of  long + gn invasie prox lobaire bronchus T2 >3cm of invasie hoofdbronchus of visc  pleura of geeft atelectase cq infiltraat T3 invasie thoraxwand/ diafragma/ pleura  mediastinum/ pericardium par of < 2cm dist v carina T4 invasie mediastinum of WK of maligne pleura- of pericardvocht of satelliet tumor in dezelfde kwab
Een primaire longtumor die het parietale pericard ingroeit is per definitie stadium T4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
De lingula heeft twee segmenten: het superior en het inferior segment. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
 
De lingula heeft twee segmenten: het superior en het inferior segment. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Hilaire lymfklierverkalkingen op een X-thorax komen vaker voor bij patiënten die een Morbus Hodgkin hebben doorgemaakt dan bij patiënten die een pneumocystis jiroveci (i.e. P. carinii) infectie hebben gehad. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
M. Hodgkin Piek incidentie 3 de  en 8 ste  decade Reed-Sternbergcellen Thorax lokatie in 85% tijdens diagnose Dan ook bijna altijd lln pathologie: 98% sup med; 85% mult groepen; 10-20% lage densiteit; vaak verkalk+residu lln na therapie Long path: 10% bij diagnose directe infiltratie, nodules of consolidatie Soms luchtbronchogram en holtevorming Longrecurrence kan zonder path lln Pleuravocht in 15%, door lymfe-obstructie
Pneumocystis jiroveci Wrs schimmelinfectie Vrijwel altijd geass met onderliggend lijden Sterk geass met CD4 level Kliniek: dyspnoe d’effort, droge hoest en hoge koorts X-thorax: Begin: bilat perihilair matglas of interstitiele verdikking of slecht afgrensbare vaten Later: multifocale consolidatie Geen pleuravocht! Soms pneumatocele in bovenkwabben (cave pneu) (HR)CT-thorax: zie X-thorax Zelden fibrose na genezing Soms kleine longnodules bij granulomateuze reactie
Hilaire lymfklierverkalkingen op een X-thorax komen vaker voor bij patiënten die een Morbus Hodgkin hebben doorgemaakt dan bij patiënten die een pneumocystis jiroveci (i.e. P. carinii) infectie hebben gehad. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Op een HR CT-thorax wordt een solitaire pulmonale nodulus gezien met een diameter van 2 cm. In de nodulus is een luchtbronchogram zichtbaar. Het luchtbronchogram pleit tegen een maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Longcarc als solitaire nodule Diameter > 2 cm Meestal bovenkwabben Onscherp, irr, gespiculeerd of gelobuleerd Luchtbronchogrammen of pseudocavitatie Cavitatie met dikke wand, zonder lucht/vloeistofspiegel Saleliet nodules afwezig Calc afwezig of net-typisch voor benigne Aankleuring> 15HU Verdubbelingstijd 30-200
longkanker Plaveiselcelcarc: 30% longca Sterk geass met roken 65% hoofd of (sub)segm bronchi: Endobrochiaal, obstructie, hilaire massa, vaak atelectase en consolidatie 30% solitaire nodule, vaak cavitatie Late metastasering Rel goede prognose Adenocarc: 30-35% longca nauwelijks geass met roken, wel met fibrose 75% perifere nodule Vaak bovenkwabben Vaak gespiculeerd BAC: Subtype adenoca Niet invasief (lepidic) 60% nodule (mucineus): Ill-def/matglass Luchtbronchogram en cysteus Exc prognose 40% diffuus of patchy nodules (non-mucineus) Consolidatie CT angiogramsign Slechte prognose
longkanker Kleincellig Grootcellig: 10% v longca Niet plaveisel of adenocarc > 60% > 4cm Radiologisch = adenocarc Slechte prognose Wel sterk geass met roken
Op een HR CT-thorax wordt een solitaire pulmonale nodulus gezien met een diameter van 2 cm. In de nodulus is een luchtbronchogram zichtbaar. Het luchtbronchogram pleit tegen een maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Op een HR CT-thorax wordt uitgebreide honeycombing van met name de onderkwabben gezien. UIP (usual interstitial pneumonia) is meer waarschijnlijk dan een NSIP (non-specific interstitial pneumonia). A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Honeycombing = reflects eindstadium longfibrose =  dik-wandige, met luchtgevulde cystes (3mm-1cm) gelegen in meerdere lagen aan pleurale opp DD: Usual interstitial pneumoniae (UIP): Idiopathische pulmonale fibrose (60-70%) Collageen vasculaire ziekte Medicijn gerelateerde fibrose Asbestosis Eindstadium hypersensitivity pneumonitis of sarcoidose Nonspecific interstitial pneumoniae (NSIP) Bestraling Eind stadium ARDS
UIP 1 van de idiopathische interstitiele pneumoniae (diffuse longziekte zonder bekende oorzaak) UIP is histiologische beeld bij idiopathische longfibose (kan echter ook door med etc) Kliniek: >50jr, prog dyspnoe, > 3mnd, afw longfunctie, ineffec therapie, 3-4 mean surv HRCT: honeycombing, reticulatie, vooral subpleuraal en basaal, weinig matglas
NSIP Minder vaak voorkomend dan UIP Histologisch varieteit aan int inflammatie en fibrose (vandaar non-specific) Kliniek: 40-50jr, prog dyspnoe > 18mnd, afw longfunctie (<UIP), cortico’s vaak suc6, goede prognose HRCT: matglas, irr reticulair, patchy cons, honeycombing soms minimaal, subpleurale sparing
Op een HR CT-thorax wordt uitgebreide honeycombing van met name de onderkwabben gezien. UIP (usual interstitial pneumonia) is meer waarschijnlijk dan een NSIP (non-specific interstitial pneumonia). A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Het tree-in-bud fenomeen in de longen op een CT-thorax pleit eerder voor infectie dan voor endobronchiale verspreiding van tumor. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Tree-in-bud Duidt op dilatatie en impactie van kleine centrilobulaire bronchioli en bevestigt luchtwegziekte. Bijna altijd door infectie of luchtwegziekten met infectie (CF en bronchiectasieen) Zelden door: mucusplugging bij astma Allergische brochopulmonale aspergillose Endobronchiale tuorverspreiding BAC
Het tree-in-bud fenomeen in de longen op een CT-thorax pleit eerder voor infectie dan voor endobronchiale verspreiding van tumor. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
DIP (desquamative interstitial pneumonia) is een typisch aan roken gerelateerde ziekte. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Desquamatieve interstitiele pneumonie Vorm van idiopathische interstitiele pneumonie Zeldzaam Histologisch: met macrofagen gevulde alveaoli, milde inflam alveoli en minimale fibrose, diffuus 90% roker Respiratoire bronchilitis (RB) =lokale peribronchiale DIP RB + symptomen = RB-ILD Kliniek: 30-50jr, langz prog dyspnoe + droge hoest, goede prognose DIP HRCT: diffuus pachy matglas, mn posterobasaal (60-75%), zeld fibrose, cysteuze afw of emfyseem, airtrapping RB-ILD HRCT: normaal of centrilobulair of patchy matglas, mn bovenkwab (60-75%), bronchuswandverdikking
DIP (desquamative interstitial pneumonia) is een typisch aan roken gerelateerde ziekte. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
COP (cryptogenic organising pneumonia), de nieuwe term voor BOOP, wordt onder andere gekenmerkt door interstitiele fibrose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
COP/BOOP/OP Ook vorm van IIP Histologische patroon: patchy area’s v org pneumonie in distale luchtwegen OP is vaak idiopatisch = COP, maar ook geass met vele ziekten (infectie, bronchusobstructie..) Kliniek: typ. Mndn (< IPF) droge hoest, lage koorts, malaise, kortademig, mean 55jr Goede prognose + responce op cortico’s HRCT: Geen longfibrose Patchy cons (80%) of matglas (60%), vaak subpleuraal of peribronchiaal Kleine wazige nodules (30-50%) peribronchiaal Grote irr nodules of massa’s Focale of lobaire cons Atoll-sign = ring- of sikkelvormige cons met matglas in het centrum
COP (cryptogenic organising pneumonia), de nieuwe term voor BOOP, wordt onder andere gekenmerkt door interstitiele fibrose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
De meerderheid van de patienten die zich voor het eerst presenteert met de ziekte van Wegener heeft multipele nodulaire afwijkingen op de thoraxfoto. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Ziekte van Wegener Multisysteem ziekte: bijna 100% BLW, 90% long en glomerulonefritis 80% 30-60 jr C-ANCA + in 90% 75% abnormale X-thorax: Mult nodules en massa’s: 2-4cm, vaak cavitaties    worden dunwandig met therapie Longcons door bloeding Tracheawandverdikking (meest subglottisch), lumenvernauwing
De meerderheid van de patienten die zich voor het eerst presenteert met de ziekte van Wegener heeft multipele nodulaire afwijkingen op de thoraxfoto. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Aneurysmata van de arteria pulmonalis zijn een typisch kenmerk van de ziekte van Behcet. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Ziekte van Behcet Behoort tot syst vasculitiden (door neerslaan immuuncomplexen) Zeldzaam, meestal 20-35jr Kliniek: aften, genitale ulcers, uveitis, huidleasies, thrombose, vasc obstructie, aneurysma, soms vaatruptuur Gewrichten, hart, nieren, GI en long (5-10%) vaak betrokken A pulm aneurysma: uni-of bilat ronde (peri)hilaire densiteiten, tot enkele cm diam, kunnen leiden tot bloeding A pulm thrombose geass infarct of bloeding Thrombose VCS/v brachiocephalica leiden tot VCS-synd Pleuravocht kan worden gezien
Aneurysmata van de arteria pulmonalis zijn een typisch kenmerk van de ziekte van Behcet. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Het begrip metastatische calcificaties vewijst naar verkalkingen die door morfologie en distributiepatroon sterk verdacht zijn voor een onderliggende maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Metastatische calcificaties Komt door abnormale calcium en fosfaat metabolisme en representeert afzetting van calcium in wekedelen Geass met hypercalciemie, vaak bij nierfalen, hyperparathyreoidie en hemodialyse Vaak in longinterstitium, kan zijn geass longfibrose, vaak bovenkwabben (alkalischer) CT: matglas, cons of calcificatie
Het begrip metastatische calcificaties vewijst naar verkalkingen die door morfologie en distributiepatroon sterk verdacht zijn voor een onderliggende maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
In de bronchiaalboom, komend van centraal naar perifeer, is de terminale bronchiolus het eerste niveau waar gaswisseling plaatsvindt. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Bronchi: lucht vervoerende wegen met kraakbeen in wand. Bronchioli: luchtwegen zonder kraakbeen, max 3mm diam + wand= 0,3mm. Terminale bronchioli is de laatste puur luchtvervoerende weg, dus geen gaswisseling, +/- 0,7mm Respiratoire bronchioli: grootste luchtweg waar die alveoli op uitkomen en dus wel gaswisseling Alveolaire ducti en alveoli
In de bronchiaalboom, komend van centraal naar perifeer, is de terminale bronchiolus het eerste niveau waar gaswisseling plaatsvindt. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Bronchoceles en/of mucoceles komen voor bij patienten met Allergische Bronchopulmonale Aspergillose (ABPA). Daarbij zijn de onderkwabben een typische voorkeurslokatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Allergische Bronchopulmonale Aspergillose Hypersensitiviteitsreactie op aspergillose APE TRICS= asthma, precipitating antibodies voor A. fumigatus, eosinophilie, positieve huidtest, rad tek v longziekte, verhoogd IgE, centrale bronchectasieen Kliniek: IgE-gemed (type I)   niezen; IgG-gemed (type III)   bronchiectasieen X-thorax: Consolidatie Centrale bronchiectasieen +/- mucusplug vinger-in-handschoen Gedilateerde dikwandige bronchus = bronchocele Brochocele + mucusplug = mucocele Bronchiectasieen + mucocele + brochocele vaak bovenkwabben Atelectase of airtrapping Vroege stadium lijkt op CF, later stadium op doorgemaakte TBC
Allergische Bronchopulmonale Aspergillose HRCT: 85% bronchiectasieen: variceus of cylindrisch Zie verder X-thorax Soms lucht/vloeistof in luchtwegen of aspergilloom 25% mucusplug > HU dan wekendelen (>100HU), wrs door calciumoxalaat conc Tree-in-bud, echter meestal perifere bronchioli normaal 40%: consolidatie, matglas, collapse, bullae in bovenkwabben In acuut exacerbatie: foci eosinophile pneumonie
Bronchoceles en/of mucoceles komen voor bij patienten met Allergische Bronchopulmonale Aspergillose (ABPA). Daarbij zijn de onderkwabben een typische voorkeurslokatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Mosaic perfusion is een typisch kenmerk van bronchiolitis obliterans. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Bronchiolitis obliterans Fibrose submucosa en peribrochiaal weefsel van term en resp bronchioli    abn vernauwing/obliteratie Soms bronchiectasieen grotere luchtwegen Oorzaken: infectie, inhalatie intox, med, collageen/vasc-ziekte (mn RA), chron LTX rejectie, BMTX met graft vs host X-thorax: 1/3 normaal 60% hyperinflatie Perifere afn vaten 35% centrale bronchiectasieen Meestal bilateraal Swyer-James syndroom –> unilat BO door (viraal)LWI als kind
Bronchiolitis obliterans HRCT: Veel gevoeliger dan X-thorax 85%-90% focale gebieden van verminderde densiteit + afname vaatdiam (mozaiekpatroon) Lobair, segmenteel of individuele sec pulm lobules Typisch airtrapping (kan de enige afw zijn) Bronchiectasieen in lucente gebieden
Mosaic perfusion is een typisch kenmerk van bronchiolitis obliterans. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Een man met bekende pleurale verkalkingen toont op een follow-up X-thorax voor het eerst pleuravocht. Het laatste asbestcontact is meer dan 30 jaar geleden. Dit maakt mesothelioom als oorzaak van het pleuravocht onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Mesothelioom 5% incidentie bij asbest exposure Latente periode van 20-40jr Mean lft 60jr Kliniek: thoracale pijn, dyspnoe, gewichtsverlies Uitgaand van pleura: 50% epitheel, 25% sarcomateus, 25% mixed Epitheliale vorm tov sarcomateuze vorm betere prognose + vaak pleuravocht Slechte prognose
Mesothelioom X-thorax: pleuravocht Gelobuleerde pleurale verdikking Verdikking fissura major Frozen mediastinum sign Asbestplaques CT-thorax: 75% PV (verdwijnt later door vergroeiing pleura) 90% pleurale nodulaire concentrische verdikking (soms lage HU, moeilijk onderscheid met vocht) 40% hemithorax fixed
Een man met bekende pleurale verkalkingen toont op een follow-up X-thorax voor het eerst pleuravocht. Het laatste asbestcontact is meer dan 30 jaar geleden. Dit maakt mesothelioom als oorzaak van het pleuravocht onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Bij CT moet een intramuraal hematoom in de aorta ascendens worden beschouwd als een type A-dissectie. De prognose van een intramuraal hematoom is echter beter dan die van andere type A-dissecties. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Aorta dissectie Separatie intima van media door intimascheur Kan leiden tot: bloeding (pericardholte, mediastinum, pleuraholte), occlusie arterieen. Intramuraal heamtoom is vorm van dissectie: door bloeding vasa vasorum Type A (aorta asc) en B (alleen aorta desc) Type A heeft ernstige compl    chirurgie Type B    conservatief Echter type A intramuraal hematoom betere prognose met medicijnen dan type A dissectie
Bij CT moet een intramuraal hematoom in de aorta ascendens worden beschouwd als een type A-dissectie. De prognose van een intramuraal hematoom is echter beter dan die van andere type A-dissecties. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Patiënten met rechts-isomerisme hebben bijna altijd een  middenkwab in de linker long. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Bronchiale isomerisme Symmetrie van bronchiaal boom en dus de kwabben Rechts isomerisme: bdz rechter bronchiale anatomie, geass met asplenie Links visa versa, geass met polysplenie
Patiënten met rechts-isomerisme hebben bijna altijd een  middenkwab in de linker long. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Het bepalen van de vitaliteit van myocard na ischemisch letsel kan op meerdere manieren met behulp van MRI. Een manier is analyse van de wandbewegingen tijdens  (lage dosis) dobutamine stress. Een andere methode is late-enhancement MRI. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Het bepalen van de vitaliteit van myocard na ischemisch letsel kan op meerdere manieren met behulp van MRI. Een manier is analyse van de wandbewegingen tijdens  (lage dosis) dobutamine stress. Een andere methode is late-enhancement MRI. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Het bepalen van calciumgehalte van de coronair arterien met CT is een manier om het risico op myocardischemie in te schatten. Het grote voordeel van dit onderzoek is dat ook duidelijk is welk stroomgebied daarbij het meest “at risk” is. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Het bepalen van calciumgehalte van de coronair arterien met CT is een manier om het risico op myocardischemie in te schatten. Het grote voordeel van dit onderzoek is dat ook duidelijk is welk stroomgebied daarbij het meest “at risk” is. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet

Vgt voorjaar 2008 thorax

  • 1.
  • 2.
    Toetsstof thorax WebbWR, Higgins CB. Thoracic Imaging: pulmonary and cardiovascular radiology. Lippincott Williams & Wilkins, 2005 Hoofdstuk 1 t/m 30
  • 3.
    Bronchiale atresie resulteertin consolidatie van het aangedane longsegment ten gevolge van afwezige ventilatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 4.
    Bronchiale atresie ontwikkelingstoornisvernauwing of obstructie lobaire/(sub)segmentele bronchus LBK > RBK > RMK > onderkwabben Meestal asymp/toevalsbevinding , soms infectie Distale long: lucent en hypovasc (90%), vergroot volume, mucus in distale bronchi (80%), airtrapping bij expiratie-scan Bij oudere patient: uitsluiten endobronchiale tumor
  • 5.
    Bronchiale atresie resulteertin consolidatie van het aangedane longsegment ten gevolge van afwezige ventilatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 6.
    Totale anomalie vande pulmonale veneuze drainage bij een symptomatische patiënt is altijd geassocieerd met een septum defect van het hart. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 7.
    Anomalie van depulmonale veneuze drainage Drainage van een (tak v een) pulmonale vene in het re atrium, sinus coronarius of syst vene. Re: VCS, IVC, v azygos en re atrium; li: v brachiocephalica sin, li VCS, sinus coronarius Links-rechts shunt Partiele APVD: 0,5% tot pop., meestal asymp. Totale APVD behoort tot de congenitale hartziekte en moet zijn geass met een septumdefect.
  • 8.
    Totale anomalie vande pulmonale veneuze drainage bij een symptomatische patiënt is altijd geassocieerd met een septum defect van het hart. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 9.
    Karakteristiek voor extralobairesequestratie van de long is de veneuze drainage in een systemische vene. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 10.
    Bronchopulmonale sequestratie IntralobairMeest voorkomend In viscerale pleura 65% li dorsobasaal 75% arterieën v aorta thor > a abd/intercost Veneuze drainage via pulm venen>(hemi)azygos Kliniek: recidiv. infectie>hemoptoe Beeldvorming: alles kan! homogene massa (multi)cysteus lucht en vocht hyperlucent en hypovasc Of combi! Extralobair Minder voorkomend Eigen pleura envelope 90% li basaal Art meestal v aorta abd Veneuze drainage bijna altijd systemisch Dus: links-rechts shunt Zelden: lokatie in of onder diafragma Kliniek: zelden infecties, vaak andere cong long/diafragma afw. Beeldvorming: Scherpbegrensde massa zonder lucht Meestal homog, maar soms cystes Cong malformatie van ongeorganiseerd longparenchym Geen normale connectie van bronchi en arterieën.
  • 11.
    Karakteristiek voor extralobairesequestratie van de long is de veneuze drainage in een systemische vene. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 12.
    Op een X-thoraxwordt een lobaire consolidatie gezien. Een Stafylococcus aureus infectie staat hoog in de differentiaal diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 13.
    Lobaire consolidatie Vormvan focale consolidatie Rond/ovale cons, (sub)segm cons, focale patchy cons (Staph, Haemophilus, Pseudomonas  bronchopneumonie of lobulaire pneumonie) Meest typisch voor pneumonie (S. pneumoniae, Klebsiella, Legionella, TB) en post-obstructieve pneumonie of atelectase Kan ook door lokale tumorverspreiding (lepidic growth bij bv BAC of lymfoom) Onwrs door LE, pulm oedeem of bloeding Andere vormen van focale consolidatie
  • 14.
    Staphylococcus aureus pneumonieZeldzame community acquired, maar vaak voork nosocomial pneumonie Infectie via tracheobroncheale boom > hematogeen (bij endocarditis/cellulitis) Kliniek: vaak bij onderliggend lijden of na influenza; acute chestpain, koorts, hoesten, groen/bloederig sputum Beeldvorming: Bronchopneumonie, multifocaal/patchy Vaak: onderkwabben, vol verlies, abces+holtevorming, 50% PV Meestal niet: luchtbronchogrammen Soms: pneumatoceles CT: seg cons + tree in bud of centrilob nodules Split-pleura sign, septic embilisatie, feeding vessel sign
  • 15.
    Op een X-thoraxwordt een lobaire consolidatie gezien. Een Stafylococcus aureus infectie staat hoog in de differentiaal diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 16.
    Een kleincellig longcarcinoompresenteert zich in iets meer dan de helft van de gevallen als een longhaard. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 17.
    Kleincellig longcarcinoom Neuroendocrieneorigine 3 e meest voorkomende longca Sterk geass met roken 90% stadium IV bij diagnose Meest in hoofd- of lobaire bronchus Bijna nooit endobronchiaal Vaak: forse endobronchiale invasie, path lln, atelectase, VCS-syndroom Presentatie als longnodule < 5%
  • 18.
    Een kleincellig longcarcinoompresenteert zich in iets meer dan de helft van de gevallen als een longhaard. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 19.
    Een primaire longtumordie het parietale pericard ingroeit is per definitie stadium T4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 20.
    Classificatie longtumoren T0geen tumor Tis carc in situ T1 =<3cm + omgeven door visc pleura of long + gn invasie prox lobaire bronchus T2 >3cm of invasie hoofdbronchus of visc pleura of geeft atelectase cq infiltraat T3 invasie thoraxwand/ diafragma/ pleura mediastinum/ pericardium par of < 2cm dist v carina T4 invasie mediastinum of WK of maligne pleura- of pericardvocht of satelliet tumor in dezelfde kwab
  • 21.
    Een primaire longtumordie het parietale pericard ingroeit is per definitie stadium T4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 22.
    De lingula heefttwee segmenten: het superior en het inferior segment. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 23.
  • 24.
    De lingula heefttwee segmenten: het superior en het inferior segment. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 25.
    Hilaire lymfklierverkalkingen opeen X-thorax komen vaker voor bij patiënten die een Morbus Hodgkin hebben doorgemaakt dan bij patiënten die een pneumocystis jiroveci (i.e. P. carinii) infectie hebben gehad. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 26.
    M. Hodgkin Piekincidentie 3 de en 8 ste decade Reed-Sternbergcellen Thorax lokatie in 85% tijdens diagnose Dan ook bijna altijd lln pathologie: 98% sup med; 85% mult groepen; 10-20% lage densiteit; vaak verkalk+residu lln na therapie Long path: 10% bij diagnose directe infiltratie, nodules of consolidatie Soms luchtbronchogram en holtevorming Longrecurrence kan zonder path lln Pleuravocht in 15%, door lymfe-obstructie
  • 27.
    Pneumocystis jiroveci Wrsschimmelinfectie Vrijwel altijd geass met onderliggend lijden Sterk geass met CD4 level Kliniek: dyspnoe d’effort, droge hoest en hoge koorts X-thorax: Begin: bilat perihilair matglas of interstitiele verdikking of slecht afgrensbare vaten Later: multifocale consolidatie Geen pleuravocht! Soms pneumatocele in bovenkwabben (cave pneu) (HR)CT-thorax: zie X-thorax Zelden fibrose na genezing Soms kleine longnodules bij granulomateuze reactie
  • 28.
    Hilaire lymfklierverkalkingen opeen X-thorax komen vaker voor bij patiënten die een Morbus Hodgkin hebben doorgemaakt dan bij patiënten die een pneumocystis jiroveci (i.e. P. carinii) infectie hebben gehad. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 29.
    Op een HRCT-thorax wordt een solitaire pulmonale nodulus gezien met een diameter van 2 cm. In de nodulus is een luchtbronchogram zichtbaar. Het luchtbronchogram pleit tegen een maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 30.
    Longcarc als solitairenodule Diameter > 2 cm Meestal bovenkwabben Onscherp, irr, gespiculeerd of gelobuleerd Luchtbronchogrammen of pseudocavitatie Cavitatie met dikke wand, zonder lucht/vloeistofspiegel Saleliet nodules afwezig Calc afwezig of net-typisch voor benigne Aankleuring> 15HU Verdubbelingstijd 30-200
  • 31.
    longkanker Plaveiselcelcarc: 30%longca Sterk geass met roken 65% hoofd of (sub)segm bronchi: Endobrochiaal, obstructie, hilaire massa, vaak atelectase en consolidatie 30% solitaire nodule, vaak cavitatie Late metastasering Rel goede prognose Adenocarc: 30-35% longca nauwelijks geass met roken, wel met fibrose 75% perifere nodule Vaak bovenkwabben Vaak gespiculeerd BAC: Subtype adenoca Niet invasief (lepidic) 60% nodule (mucineus): Ill-def/matglass Luchtbronchogram en cysteus Exc prognose 40% diffuus of patchy nodules (non-mucineus) Consolidatie CT angiogramsign Slechte prognose
  • 32.
    longkanker Kleincellig Grootcellig:10% v longca Niet plaveisel of adenocarc > 60% > 4cm Radiologisch = adenocarc Slechte prognose Wel sterk geass met roken
  • 33.
    Op een HRCT-thorax wordt een solitaire pulmonale nodulus gezien met een diameter van 2 cm. In de nodulus is een luchtbronchogram zichtbaar. Het luchtbronchogram pleit tegen een maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 34.
    Op een HRCT-thorax wordt uitgebreide honeycombing van met name de onderkwabben gezien. UIP (usual interstitial pneumonia) is meer waarschijnlijk dan een NSIP (non-specific interstitial pneumonia). A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 35.
    Honeycombing = reflectseindstadium longfibrose = dik-wandige, met luchtgevulde cystes (3mm-1cm) gelegen in meerdere lagen aan pleurale opp DD: Usual interstitial pneumoniae (UIP): Idiopathische pulmonale fibrose (60-70%) Collageen vasculaire ziekte Medicijn gerelateerde fibrose Asbestosis Eindstadium hypersensitivity pneumonitis of sarcoidose Nonspecific interstitial pneumoniae (NSIP) Bestraling Eind stadium ARDS
  • 36.
    UIP 1 vande idiopathische interstitiele pneumoniae (diffuse longziekte zonder bekende oorzaak) UIP is histiologische beeld bij idiopathische longfibose (kan echter ook door med etc) Kliniek: >50jr, prog dyspnoe, > 3mnd, afw longfunctie, ineffec therapie, 3-4 mean surv HRCT: honeycombing, reticulatie, vooral subpleuraal en basaal, weinig matglas
  • 37.
    NSIP Minder vaakvoorkomend dan UIP Histologisch varieteit aan int inflammatie en fibrose (vandaar non-specific) Kliniek: 40-50jr, prog dyspnoe > 18mnd, afw longfunctie (<UIP), cortico’s vaak suc6, goede prognose HRCT: matglas, irr reticulair, patchy cons, honeycombing soms minimaal, subpleurale sparing
  • 38.
    Op een HRCT-thorax wordt uitgebreide honeycombing van met name de onderkwabben gezien. UIP (usual interstitial pneumonia) is meer waarschijnlijk dan een NSIP (non-specific interstitial pneumonia). A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 39.
    Het tree-in-bud fenomeenin de longen op een CT-thorax pleit eerder voor infectie dan voor endobronchiale verspreiding van tumor. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 40.
    Tree-in-bud Duidt opdilatatie en impactie van kleine centrilobulaire bronchioli en bevestigt luchtwegziekte. Bijna altijd door infectie of luchtwegziekten met infectie (CF en bronchiectasieen) Zelden door: mucusplugging bij astma Allergische brochopulmonale aspergillose Endobronchiale tuorverspreiding BAC
  • 41.
    Het tree-in-bud fenomeenin de longen op een CT-thorax pleit eerder voor infectie dan voor endobronchiale verspreiding van tumor. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 42.
    DIP (desquamative interstitialpneumonia) is een typisch aan roken gerelateerde ziekte. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 43.
    Desquamatieve interstitiele pneumonieVorm van idiopathische interstitiele pneumonie Zeldzaam Histologisch: met macrofagen gevulde alveaoli, milde inflam alveoli en minimale fibrose, diffuus 90% roker Respiratoire bronchilitis (RB) =lokale peribronchiale DIP RB + symptomen = RB-ILD Kliniek: 30-50jr, langz prog dyspnoe + droge hoest, goede prognose DIP HRCT: diffuus pachy matglas, mn posterobasaal (60-75%), zeld fibrose, cysteuze afw of emfyseem, airtrapping RB-ILD HRCT: normaal of centrilobulair of patchy matglas, mn bovenkwab (60-75%), bronchuswandverdikking
  • 44.
    DIP (desquamative interstitialpneumonia) is een typisch aan roken gerelateerde ziekte. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 45.
    COP (cryptogenic organisingpneumonia), de nieuwe term voor BOOP, wordt onder andere gekenmerkt door interstitiele fibrose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 46.
    COP/BOOP/OP Ook vormvan IIP Histologische patroon: patchy area’s v org pneumonie in distale luchtwegen OP is vaak idiopatisch = COP, maar ook geass met vele ziekten (infectie, bronchusobstructie..) Kliniek: typ. Mndn (< IPF) droge hoest, lage koorts, malaise, kortademig, mean 55jr Goede prognose + responce op cortico’s HRCT: Geen longfibrose Patchy cons (80%) of matglas (60%), vaak subpleuraal of peribronchiaal Kleine wazige nodules (30-50%) peribronchiaal Grote irr nodules of massa’s Focale of lobaire cons Atoll-sign = ring- of sikkelvormige cons met matglas in het centrum
  • 47.
    COP (cryptogenic organisingpneumonia), de nieuwe term voor BOOP, wordt onder andere gekenmerkt door interstitiele fibrose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 48.
    De meerderheid vande patienten die zich voor het eerst presenteert met de ziekte van Wegener heeft multipele nodulaire afwijkingen op de thoraxfoto. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 49.
    Ziekte van WegenerMultisysteem ziekte: bijna 100% BLW, 90% long en glomerulonefritis 80% 30-60 jr C-ANCA + in 90% 75% abnormale X-thorax: Mult nodules en massa’s: 2-4cm, vaak cavitaties  worden dunwandig met therapie Longcons door bloeding Tracheawandverdikking (meest subglottisch), lumenvernauwing
  • 50.
    De meerderheid vande patienten die zich voor het eerst presenteert met de ziekte van Wegener heeft multipele nodulaire afwijkingen op de thoraxfoto. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 51.
    Aneurysmata van dearteria pulmonalis zijn een typisch kenmerk van de ziekte van Behcet. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 52.
    Ziekte van BehcetBehoort tot syst vasculitiden (door neerslaan immuuncomplexen) Zeldzaam, meestal 20-35jr Kliniek: aften, genitale ulcers, uveitis, huidleasies, thrombose, vasc obstructie, aneurysma, soms vaatruptuur Gewrichten, hart, nieren, GI en long (5-10%) vaak betrokken A pulm aneurysma: uni-of bilat ronde (peri)hilaire densiteiten, tot enkele cm diam, kunnen leiden tot bloeding A pulm thrombose geass infarct of bloeding Thrombose VCS/v brachiocephalica leiden tot VCS-synd Pleuravocht kan worden gezien
  • 53.
    Aneurysmata van dearteria pulmonalis zijn een typisch kenmerk van de ziekte van Behcet. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 54.
    Het begrip metastatischecalcificaties vewijst naar verkalkingen die door morfologie en distributiepatroon sterk verdacht zijn voor een onderliggende maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 55.
    Metastatische calcificaties Komtdoor abnormale calcium en fosfaat metabolisme en representeert afzetting van calcium in wekedelen Geass met hypercalciemie, vaak bij nierfalen, hyperparathyreoidie en hemodialyse Vaak in longinterstitium, kan zijn geass longfibrose, vaak bovenkwabben (alkalischer) CT: matglas, cons of calcificatie
  • 56.
    Het begrip metastatischecalcificaties vewijst naar verkalkingen die door morfologie en distributiepatroon sterk verdacht zijn voor een onderliggende maligniteit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 57.
    In de bronchiaalboom,komend van centraal naar perifeer, is de terminale bronchiolus het eerste niveau waar gaswisseling plaatsvindt. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 58.
    Bronchi: lucht vervoerendewegen met kraakbeen in wand. Bronchioli: luchtwegen zonder kraakbeen, max 3mm diam + wand= 0,3mm. Terminale bronchioli is de laatste puur luchtvervoerende weg, dus geen gaswisseling, +/- 0,7mm Respiratoire bronchioli: grootste luchtweg waar die alveoli op uitkomen en dus wel gaswisseling Alveolaire ducti en alveoli
  • 59.
    In de bronchiaalboom,komend van centraal naar perifeer, is de terminale bronchiolus het eerste niveau waar gaswisseling plaatsvindt. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 60.
    Bronchoceles en/of mucoceleskomen voor bij patienten met Allergische Bronchopulmonale Aspergillose (ABPA). Daarbij zijn de onderkwabben een typische voorkeurslokatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 61.
    Allergische Bronchopulmonale AspergilloseHypersensitiviteitsreactie op aspergillose APE TRICS= asthma, precipitating antibodies voor A. fumigatus, eosinophilie, positieve huidtest, rad tek v longziekte, verhoogd IgE, centrale bronchectasieen Kliniek: IgE-gemed (type I)  niezen; IgG-gemed (type III)  bronchiectasieen X-thorax: Consolidatie Centrale bronchiectasieen +/- mucusplug vinger-in-handschoen Gedilateerde dikwandige bronchus = bronchocele Brochocele + mucusplug = mucocele Bronchiectasieen + mucocele + brochocele vaak bovenkwabben Atelectase of airtrapping Vroege stadium lijkt op CF, later stadium op doorgemaakte TBC
  • 62.
    Allergische Bronchopulmonale AspergilloseHRCT: 85% bronchiectasieen: variceus of cylindrisch Zie verder X-thorax Soms lucht/vloeistof in luchtwegen of aspergilloom 25% mucusplug > HU dan wekendelen (>100HU), wrs door calciumoxalaat conc Tree-in-bud, echter meestal perifere bronchioli normaal 40%: consolidatie, matglas, collapse, bullae in bovenkwabben In acuut exacerbatie: foci eosinophile pneumonie
  • 63.
    Bronchoceles en/of mucoceleskomen voor bij patienten met Allergische Bronchopulmonale Aspergillose (ABPA). Daarbij zijn de onderkwabben een typische voorkeurslokatie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 64.
    Mosaic perfusion iseen typisch kenmerk van bronchiolitis obliterans. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 65.
    Bronchiolitis obliterans Fibrosesubmucosa en peribrochiaal weefsel van term en resp bronchioli  abn vernauwing/obliteratie Soms bronchiectasieen grotere luchtwegen Oorzaken: infectie, inhalatie intox, med, collageen/vasc-ziekte (mn RA), chron LTX rejectie, BMTX met graft vs host X-thorax: 1/3 normaal 60% hyperinflatie Perifere afn vaten 35% centrale bronchiectasieen Meestal bilateraal Swyer-James syndroom –> unilat BO door (viraal)LWI als kind
  • 66.
    Bronchiolitis obliterans HRCT:Veel gevoeliger dan X-thorax 85%-90% focale gebieden van verminderde densiteit + afname vaatdiam (mozaiekpatroon) Lobair, segmenteel of individuele sec pulm lobules Typisch airtrapping (kan de enige afw zijn) Bronchiectasieen in lucente gebieden
  • 67.
    Mosaic perfusion iseen typisch kenmerk van bronchiolitis obliterans. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 68.
    Een man metbekende pleurale verkalkingen toont op een follow-up X-thorax voor het eerst pleuravocht. Het laatste asbestcontact is meer dan 30 jaar geleden. Dit maakt mesothelioom als oorzaak van het pleuravocht onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 69.
    Mesothelioom 5% incidentiebij asbest exposure Latente periode van 20-40jr Mean lft 60jr Kliniek: thoracale pijn, dyspnoe, gewichtsverlies Uitgaand van pleura: 50% epitheel, 25% sarcomateus, 25% mixed Epitheliale vorm tov sarcomateuze vorm betere prognose + vaak pleuravocht Slechte prognose
  • 70.
    Mesothelioom X-thorax: pleuravochtGelobuleerde pleurale verdikking Verdikking fissura major Frozen mediastinum sign Asbestplaques CT-thorax: 75% PV (verdwijnt later door vergroeiing pleura) 90% pleurale nodulaire concentrische verdikking (soms lage HU, moeilijk onderscheid met vocht) 40% hemithorax fixed
  • 71.
    Een man metbekende pleurale verkalkingen toont op een follow-up X-thorax voor het eerst pleuravocht. Het laatste asbestcontact is meer dan 30 jaar geleden. Dit maakt mesothelioom als oorzaak van het pleuravocht onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 72.
    Bij CT moeteen intramuraal hematoom in de aorta ascendens worden beschouwd als een type A-dissectie. De prognose van een intramuraal hematoom is echter beter dan die van andere type A-dissecties. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 73.
    Aorta dissectie Separatieintima van media door intimascheur Kan leiden tot: bloeding (pericardholte, mediastinum, pleuraholte), occlusie arterieen. Intramuraal heamtoom is vorm van dissectie: door bloeding vasa vasorum Type A (aorta asc) en B (alleen aorta desc) Type A heeft ernstige compl  chirurgie Type B  conservatief Echter type A intramuraal hematoom betere prognose met medicijnen dan type A dissectie
  • 74.
    Bij CT moeteen intramuraal hematoom in de aorta ascendens worden beschouwd als een type A-dissectie. De prognose van een intramuraal hematoom is echter beter dan die van andere type A-dissecties. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 75.
    Patiënten met rechts-isomerismehebben bijna altijd een middenkwab in de linker long. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 76.
    Bronchiale isomerisme Symmetrievan bronchiaal boom en dus de kwabben Rechts isomerisme: bdz rechter bronchiale anatomie, geass met asplenie Links visa versa, geass met polysplenie
  • 77.
    Patiënten met rechts-isomerismehebben bijna altijd een middenkwab in de linker long. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 78.
    Het bepalen vande vitaliteit van myocard na ischemisch letsel kan op meerdere manieren met behulp van MRI. Een manier is analyse van de wandbewegingen tijdens (lage dosis) dobutamine stress. Een andere methode is late-enhancement MRI. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 79.
    Het bepalen vande vitaliteit van myocard na ischemisch letsel kan op meerdere manieren met behulp van MRI. Een manier is analyse van de wandbewegingen tijdens (lage dosis) dobutamine stress. Een andere methode is late-enhancement MRI. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 80.
    Het bepalen vancalciumgehalte van de coronair arterien met CT is een manier om het risico op myocardischemie in te schatten. Het grote voordeel van dit onderzoek is dat ook duidelijk is welk stroomgebied daarbij het meest “at risk” is. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 81.
    Het bepalen vancalciumgehalte van de coronair arterien met CT is een manier om het risico op myocardischemie in te schatten. Het grote voordeel van dit onderzoek is dat ook duidelijk is welk stroomgebied daarbij het meest “at risk” is. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet