WelkomWelkom
Voorganger:Voorganger:
Invulling doorInvulling door
kerkenraadkerkenraad
Organist:Organist:
J. de VriesJ. de Vries
Zingen voor deZingen voor de
dienst:dienst:
Ps. 42: 1,3 en7Ps. 42: 1,3 en7
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
WelkomWelkom
MededelingenMededelingen
Voorganger:Voorganger:
invulling doorinvulling door
KerkenraadKerkenraad
Organist:Organist:
J. de VriesJ. de Vries
Zingen Ps. 118:Zingen Ps. 118:
1,2 en 51,2 en 5
Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Stil gebedStil gebed
Zegen en GroetZegen en Groet
Zingen:Zingen:
Erelied Gez. 255:Erelied Gez. 255:
1,21,2
Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
Gebed voor deGebed voor de
dienstdienst
Zingen:Zingen:
KinderliedKinderlied
Elb 430Elb 430
Een wijs man (EL 430) t. & m. H.D. Loes
Een wijs man (EL 430) t. & m. H.D. Loes
Een wijs man (EL 430) t. & m. H.D. Loes
Een wijs man (EL 430) t. & m. H.D. Loes
Een wijs man (EL 430) t. & m. H.D. Loes
Een wijs man (EL 430) t. & m. H.D. Loes
BijbellezingBijbellezing
Marcus 15: 1-15Marcus 15: 1-15(nbg)(nbg)
Jezus voor Pilatus​ ​Jezus voor Pilatus​ ​
1 En terstond, des morgens vroeg,1 En terstond, des morgens vroeg,
stelden de overpriesters met destelden de overpriesters met de
oudsten en schriftgeleerden, de​oudsten en schriftgeleerden, de​
gehele Raad, een besluit vast, engehele Raad, een besluit vast, en
zij boeiden Jezus en zij leidden​ ​zij boeiden Jezus en zij leidden​ ​
Hem weg en leverden Hem overHem weg en leverden Hem over
aan Pilatus.​aan Pilatus.​
2 En Pilatus ondervroeg Hem:​ ​2 En Pilatus ondervroeg Hem:​ ​
Zijt Gij de Koning der Joden?​Zijt Gij de Koning der Joden?​
En Hij antwoordde hem enEn Hij antwoordde hem en
zeide: Gij zegt het.zeide: Gij zegt het.
3 En de overpriesters brachten3 En de overpriesters brachten
vele beschuldigingen tegenvele beschuldigingen tegen
Hem in.Hem in.
4 En Pilatus vroeg Hem wederom​ ​4 En Pilatus vroeg Hem wederom​ ​
[en zeide]: Geeft Gij niets ten[en zeide]: Geeft Gij niets ten
antwoord? Zie, hoeveleantwoord? Zie, hoevele
beschuldigingen zij tegen Ubeschuldigingen zij tegen U
inbrengen.inbrengen.
5 Doch Jezus gaf hem niets meer​ ​5 Doch Jezus gaf hem niets meer​ ​
ten antwoord, zodat Pilatus zich​ ​ten antwoord, zodat Pilatus zich​ ​
verwonderde.verwonderde.
Jezus en Barabbas​Jezus en Barabbas​
6 En bij elk feest liet hij hun een6 En bij elk feest liet hij hun een
gevangene los, voor wie zij ditgevangene los, voor wie zij dit
vroegen.vroegen.
7 Nu was er iemand, genaamd7 Nu was er iemand, genaamd
Barabbas, gevangen gezet met deBarabbas, gevangen gezet met de
oproermakers, die in het oproeroproermakers, die in het oproer
een moord begaan hadden.​ ​een moord begaan hadden.​ ​
8 En de schare kwam naar8 En de schare kwam naar
voren en begon te eisen, dat hijvoren en begon te eisen, dat hij
hun deed, zoals hij gewoonhun deed, zoals hij gewoon
was.was.
9 Pilatus antwoordde en zeide​ ​9 Pilatus antwoordde en zeide​ ​
tot hen: Wilt gij, dat ik u detot hen: Wilt gij, dat ik u de
Koning der Joden loslaat?​ ​Koning der Joden loslaat?​ ​
10 Want hij bemerkte, dat de10 Want hij bemerkte, dat de
overpriesters Hem uit nijdoverpriesters Hem uit nijd
overgeleverd hadden.overgeleverd hadden.
11 Doch de overpriesters zetten11 Doch de overpriesters zetten
de schare op, dat hij hun lieverde schare op, dat hij hun liever
Barabbas zou loslaten.Barabbas zou loslaten.
12 Pilatus antwoordde en zeide​ ​12 Pilatus antwoordde en zeide​ ​
wederom tot hen: Wat moet ikwederom tot hen: Wat moet ik
dan doen met Hem, die gij dedan doen met Hem, die gij de
Koning der Joden noemt?​ ​Koning der Joden noemt?​ ​
13 En zij schreeuwden13 En zij schreeuwden
wederom: Kruisig Hem!​ ​wederom: Kruisig Hem!​ ​
14 Pilatus zeide tot hen: Wat​ ​14 Pilatus zeide tot hen: Wat​ ​
heeft Hij dan voor kwaadheeft Hij dan voor kwaad
gedaan? Zij schreeuwden desgedaan? Zij schreeuwden des
te meer: Kruisig Hem!​ ​te meer: Kruisig Hem!​ ​
15 Pilatus oordeelde het​ ​15 Pilatus oordeelde het​ ​
geraden de schare haar zin tegeraden de schare haar zin te
geven en hij liet hun daaromgeven en hij liet hun daarom
Barabbas los en gaf Jezus, na​Barabbas los en gaf Jezus, na​
Hem gegeseld te hebben, overHem gegeseld te hebben, over
om gekruisigd te worden.om gekruisigd te worden.
ZingenZingen
Opw. 124: 1,2,3Opw. 124: 1,2,3
Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
PreekPreek
Zingen:Zingen:
JdH 698: 1,2 en 4JdH 698: 1,2 en 4
Er was Eén,Er was Eén,
Die gewillig Zijn leven eens gaf,Die gewillig Zijn leven eens gaf,
't Was Gods Zoon,'t Was Gods Zoon,
Die hier neerdeeld' op aard,Die hier neerdeeld' op aard,
Die zich kruisigen liet,Die zich kruisigen liet,
daalde neer in het graf,daalde neer in het graf,
Voor de mens,Voor de mens,
die genaden onwaard.die genaden onwaard.
Ja, genageld aan 't kruis (2x)Ja, genageld aan 't kruis (2x)
Heeft de Heiland gedragen mijnHeeft de Heiland gedragen mijn
schuld,schuld,
en het bloed uit Zijn zijen het bloed uit Zijn zij
spreekt van zonde mij vrij,spreekt van zonde mij vrij,
Hij heeft d' eis van Gods wetHij heeft d' eis van Gods wet
gans vervuld.gans vervuld.
O, hoe liefd'rijk, barmhartig enO, hoe liefd'rijk, barmhartig en
teder heeft Hijteder heeft Hij
Gans gereinigd mijn zondigGans gereinigd mijn zondig
gemoed,gemoed,
en nu treft mij geen oordeel: iken nu treft mij geen oordeel: ik
weet, 'k ben nu vrij,weet, 'k ben nu vrij,
en mijn schuld is verzoend dooren mijn schuld is verzoend door
Zijn bloed.Zijn bloed.
Ja, genageld aan 't kruis (2x)Ja, genageld aan 't kruis (2x)
Heeft de Heiland gedragen mijnHeeft de Heiland gedragen mijn
schuld,schuld,
en het bloed uit Zijn zijen het bloed uit Zijn zij
spreekt van zonde mij vrij,spreekt van zonde mij vrij,
Hij heeft d' eis van Gods wetHij heeft d' eis van Gods wet
gans vervuld.gans vervuld.
Ben ik zwak, Hij is sterk als ikBen ik zwak, Hij is sterk als ik
blijf slechts in Hem,blijf slechts in Hem,
Maakt tot dienen Hij daag'lijksMaakt tot dienen Hij daag'lijks
bekwaam.bekwaam.
Met een lied in het hart en eenMet een lied in het hart en een
lied met de stem,lied met de stem,
Leef ik blij en tot eer van ZijnLeef ik blij en tot eer van Zijn
naam.naam.
Ja, genageld aan 't kruis (2x)Ja, genageld aan 't kruis (2x)
Heeft de Heiland gedragen mijnHeeft de Heiland gedragen mijn
schuld,schuld,
en het bloed uit Zijn zijen het bloed uit Zijn zij
spreekt van zonde mij vrij,spreekt van zonde mij vrij,
Hij heeft d' eis van Gods wetHij heeft d' eis van Gods wet
gans vervuld.gans vervuld.
DankenDanken
BiddenBidden
VoorbedenVoorbeden
Collecte:Collecte:
1. Nederlands bijbel1. Nederlands bijbel
genootschapgenootschap
2. Kerk2. Kerk
Slotlied:Slotlied:
JdH 399: 1,2,3JdH 399: 1,2,3
Middelpunt van ons verlangen,Middelpunt van ons verlangen,
Trooster van 't ontrust gemoed,Trooster van 't ontrust gemoed,
Jezus, onze dankb're zangenJezus, onze dankb're zangen
loven Uwe liefdegloed.loven Uwe liefdegloed.
Gij woudt van de hemel dalenGij woudt van de hemel dalen
op deez' diep bedorven aardop deez' diep bedorven aard
en voor ons de schuld betalen,en voor ons de schuld betalen,
die ons bang gemoed bezwaartdie ons bang gemoed bezwaart
Liefde, Gij moest spottaal horen,Liefde, Gij moest spottaal horen,
die U drong door merg en been.die U drong door merg en been.
Ja, Gij droegt Uws Vaders toren,Ja, Gij droegt Uws Vaders toren,
Gij voor allen, Gij alleen.Gij voor allen, Gij alleen.
Welk een beker moest GijWelk een beker moest Gij
drinkendrinken
op het aak'lig Golgotha!op het aak'lig Golgotha!
Daar liet G' U aan 't kruishoutDaar liet G' U aan 't kruishout
klinken,klinken,
daar aanbidden w' Uw genâ!daar aanbidden w' Uw genâ!
Liefd in U is al ons leven;Liefd in U is al ons leven;
Gij, Gij zijt ons hoogste goed.Gij, Gij zijt ons hoogste goed.
Ja, Uw kruis heeft ons gegeven,Ja, Uw kruis heeft ons gegeven,
wat ons eeuwig juichen doet.wat ons eeuwig juichen doet.
O, hoe zijn w aan U verbonden,O, hoe zijn w aan U verbonden,
Jezus, Redder, 's Vaders Zoon!Jezus, Redder, 's Vaders Zoon!
Onze harten onze monden,Onze harten onze monden,
juichen dankbaar tot Uw troon!juichen dankbaar tot Uw troon!
ZegenZegen
Zegenlied:Zegenlied:
Nlb 425Nlb 425
Vervuld van uw zegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
Vervuld van uw zegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
Vervuld van uw zegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
Vervuld van uw zegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
Fijne zondag!Fijne zondag!
26 maart 2017 09.30

26 maart 2017 09.30

  • 1.
  • 2.
    Zingen voor deZingenvoor de dienst:dienst: Ps. 42: 1,3 en7Ps. 42: 1,3 en7
  • 3.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 4.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 5.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 6.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 7.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 8.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 9.
  • 10.
    Zingen Ps. 118:ZingenPs. 118: 1,2 en 51,2 en 5
  • 11.
    Psalm 118 (LvdK)t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 12.
    Psalm 118 (LvdK)t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 13.
    Psalm 118 (LvdK)t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 14.
    Psalm 118 (LvdK)t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 15.
    Psalm 118 (LvdK)t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 16.
    Psalm 118 (LvdK)t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 17.
    Stil gebedStil gebed Zegenen GroetZegen en Groet
  • 18.
  • 19.
    Ere zij aanGod de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 20.
    Ere zij aanGod de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 21.
    Ere zij aanGod de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 22.
    Ere zij aanGod de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 23.
    Gebed voor deGebedvoor de dienstdienst
  • 24.
  • 25.
    Een wijs man(EL 430) t. & m. H.D. Loes
  • 26.
    Een wijs man(EL 430) t. & m. H.D. Loes
  • 27.
    Een wijs man(EL 430) t. & m. H.D. Loes
  • 28.
    Een wijs man(EL 430) t. & m. H.D. Loes
  • 29.
    Een wijs man(EL 430) t. & m. H.D. Loes
  • 30.
    Een wijs man(EL 430) t. & m. H.D. Loes
  • 31.
  • 32.
    Jezus voor Pilatus​​Jezus voor Pilatus​ ​ 1 En terstond, des morgens vroeg,1 En terstond, des morgens vroeg, stelden de overpriesters met destelden de overpriesters met de oudsten en schriftgeleerden, de​oudsten en schriftgeleerden, de​ gehele Raad, een besluit vast, engehele Raad, een besluit vast, en zij boeiden Jezus en zij leidden​ ​zij boeiden Jezus en zij leidden​ ​ Hem weg en leverden Hem overHem weg en leverden Hem over aan Pilatus.​aan Pilatus.​
  • 33.
    2 En Pilatusondervroeg Hem:​ ​2 En Pilatus ondervroeg Hem:​ ​ Zijt Gij de Koning der Joden?​Zijt Gij de Koning der Joden?​ En Hij antwoordde hem enEn Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het.zeide: Gij zegt het. 3 En de overpriesters brachten3 En de overpriesters brachten vele beschuldigingen tegenvele beschuldigingen tegen Hem in.Hem in.
  • 34.
    4 En Pilatusvroeg Hem wederom​ ​4 En Pilatus vroeg Hem wederom​ ​ [en zeide]: Geeft Gij niets ten[en zeide]: Geeft Gij niets ten antwoord? Zie, hoeveleantwoord? Zie, hoevele beschuldigingen zij tegen Ubeschuldigingen zij tegen U inbrengen.inbrengen. 5 Doch Jezus gaf hem niets meer​ ​5 Doch Jezus gaf hem niets meer​ ​ ten antwoord, zodat Pilatus zich​ ​ten antwoord, zodat Pilatus zich​ ​ verwonderde.verwonderde.
  • 35.
    Jezus en Barabbas​Jezusen Barabbas​ 6 En bij elk feest liet hij hun een6 En bij elk feest liet hij hun een gevangene los, voor wie zij ditgevangene los, voor wie zij dit vroegen.vroegen. 7 Nu was er iemand, genaamd7 Nu was er iemand, genaamd Barabbas, gevangen gezet met deBarabbas, gevangen gezet met de oproermakers, die in het oproeroproermakers, die in het oproer een moord begaan hadden.​ ​een moord begaan hadden.​ ​
  • 36.
    8 En deschare kwam naar8 En de schare kwam naar voren en begon te eisen, dat hijvoren en begon te eisen, dat hij hun deed, zoals hij gewoonhun deed, zoals hij gewoon was.was. 9 Pilatus antwoordde en zeide​ ​9 Pilatus antwoordde en zeide​ ​ tot hen: Wilt gij, dat ik u detot hen: Wilt gij, dat ik u de Koning der Joden loslaat?​ ​Koning der Joden loslaat?​ ​
  • 37.
    10 Want hijbemerkte, dat de10 Want hij bemerkte, dat de overpriesters Hem uit nijdoverpriesters Hem uit nijd overgeleverd hadden.overgeleverd hadden. 11 Doch de overpriesters zetten11 Doch de overpriesters zetten de schare op, dat hij hun lieverde schare op, dat hij hun liever Barabbas zou loslaten.Barabbas zou loslaten.
  • 38.
    12 Pilatus antwoorddeen zeide​ ​12 Pilatus antwoordde en zeide​ ​ wederom tot hen: Wat moet ikwederom tot hen: Wat moet ik dan doen met Hem, die gij dedan doen met Hem, die gij de Koning der Joden noemt?​ ​Koning der Joden noemt?​ ​ 13 En zij schreeuwden13 En zij schreeuwden wederom: Kruisig Hem!​ ​wederom: Kruisig Hem!​ ​
  • 39.
    14 Pilatus zeidetot hen: Wat​ ​14 Pilatus zeide tot hen: Wat​ ​ heeft Hij dan voor kwaadheeft Hij dan voor kwaad gedaan? Zij schreeuwden desgedaan? Zij schreeuwden des te meer: Kruisig Hem!​ ​te meer: Kruisig Hem!​ ​
  • 40.
    15 Pilatus oordeeldehet​ ​15 Pilatus oordeelde het​ ​ geraden de schare haar zin tegeraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daaromgeven en hij liet hun daarom Barabbas los en gaf Jezus, na​Barabbas los en gaf Jezus, na​ Hem gegeseld te hebben, overHem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.om gekruisigd te worden.
  • 41.
  • 42.
    Ik bouw opU (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 43.
    Ik bouw opU (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 44.
    Ik bouw opU (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 45.
    Ik bouw opU (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 46.
    Ik bouw opU (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 47.
    Ik bouw opU (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 48.
  • 49.
    Zingen:Zingen: JdH 698: 1,2en 4JdH 698: 1,2 en 4
  • 50.
    Er was Eén,Erwas Eén, Die gewillig Zijn leven eens gaf,Die gewillig Zijn leven eens gaf, 't Was Gods Zoon,'t Was Gods Zoon, Die hier neerdeeld' op aard,Die hier neerdeeld' op aard, Die zich kruisigen liet,Die zich kruisigen liet, daalde neer in het graf,daalde neer in het graf, Voor de mens,Voor de mens, die genaden onwaard.die genaden onwaard.
  • 51.
    Ja, genageld aan't kruis (2x)Ja, genageld aan 't kruis (2x) Heeft de Heiland gedragen mijnHeeft de Heiland gedragen mijn schuld,schuld, en het bloed uit Zijn zijen het bloed uit Zijn zij spreekt van zonde mij vrij,spreekt van zonde mij vrij, Hij heeft d' eis van Gods wetHij heeft d' eis van Gods wet gans vervuld.gans vervuld.
  • 52.
    O, hoe liefd'rijk,barmhartig enO, hoe liefd'rijk, barmhartig en teder heeft Hijteder heeft Hij Gans gereinigd mijn zondigGans gereinigd mijn zondig gemoed,gemoed, en nu treft mij geen oordeel: iken nu treft mij geen oordeel: ik weet, 'k ben nu vrij,weet, 'k ben nu vrij, en mijn schuld is verzoend dooren mijn schuld is verzoend door Zijn bloed.Zijn bloed.
  • 53.
    Ja, genageld aan't kruis (2x)Ja, genageld aan 't kruis (2x) Heeft de Heiland gedragen mijnHeeft de Heiland gedragen mijn schuld,schuld, en het bloed uit Zijn zijen het bloed uit Zijn zij spreekt van zonde mij vrij,spreekt van zonde mij vrij, Hij heeft d' eis van Gods wetHij heeft d' eis van Gods wet gans vervuld.gans vervuld.
  • 54.
    Ben ik zwak,Hij is sterk als ikBen ik zwak, Hij is sterk als ik blijf slechts in Hem,blijf slechts in Hem, Maakt tot dienen Hij daag'lijksMaakt tot dienen Hij daag'lijks bekwaam.bekwaam. Met een lied in het hart en eenMet een lied in het hart en een lied met de stem,lied met de stem, Leef ik blij en tot eer van ZijnLeef ik blij en tot eer van Zijn naam.naam.
  • 55.
    Ja, genageld aan't kruis (2x)Ja, genageld aan 't kruis (2x) Heeft de Heiland gedragen mijnHeeft de Heiland gedragen mijn schuld,schuld, en het bloed uit Zijn zijen het bloed uit Zijn zij spreekt van zonde mij vrij,spreekt van zonde mij vrij, Hij heeft d' eis van Gods wetHij heeft d' eis van Gods wet gans vervuld.gans vervuld.
  • 56.
  • 57.
    Collecte:Collecte: 1. Nederlands bijbel1.Nederlands bijbel genootschapgenootschap 2. Kerk2. Kerk
  • 58.
  • 59.
    Middelpunt van onsverlangen,Middelpunt van ons verlangen, Trooster van 't ontrust gemoed,Trooster van 't ontrust gemoed, Jezus, onze dankb're zangenJezus, onze dankb're zangen loven Uwe liefdegloed.loven Uwe liefdegloed. Gij woudt van de hemel dalenGij woudt van de hemel dalen op deez' diep bedorven aardop deez' diep bedorven aard en voor ons de schuld betalen,en voor ons de schuld betalen, die ons bang gemoed bezwaartdie ons bang gemoed bezwaart
  • 60.
    Liefde, Gij moestspottaal horen,Liefde, Gij moest spottaal horen, die U drong door merg en been.die U drong door merg en been. Ja, Gij droegt Uws Vaders toren,Ja, Gij droegt Uws Vaders toren, Gij voor allen, Gij alleen.Gij voor allen, Gij alleen. Welk een beker moest GijWelk een beker moest Gij drinkendrinken op het aak'lig Golgotha!op het aak'lig Golgotha! Daar liet G' U aan 't kruishoutDaar liet G' U aan 't kruishout klinken,klinken, daar aanbidden w' Uw genâ!daar aanbidden w' Uw genâ!
  • 61.
    Liefd in Uis al ons leven;Liefd in U is al ons leven; Gij, Gij zijt ons hoogste goed.Gij, Gij zijt ons hoogste goed. Ja, Uw kruis heeft ons gegeven,Ja, Uw kruis heeft ons gegeven, wat ons eeuwig juichen doet.wat ons eeuwig juichen doet. O, hoe zijn w aan U verbonden,O, hoe zijn w aan U verbonden, Jezus, Redder, 's Vaders Zoon!Jezus, Redder, 's Vaders Zoon! Onze harten onze monden,Onze harten onze monden, juichen dankbaar tot Uw troon!juichen dankbaar tot Uw troon!
  • 62.
  • 63.
    Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
  • 64.
    Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
  • 65.
    Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
  • 66.
    Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
  • 67.