Welkom Voorganger dsHuitemaOrganist Joh de VriesThema: “Ik ben de opstanding en het leven”
2.
VDD ELB 136– 1, 2, 4Wij groeten u, o dag der dagen,
3.
1Wij groeten u,o dag der dagen,o morgen der verrijzenis.De Heer trok door de dood, verslagenligt wat de mens tot dreiging is:Hij leidt ons uit de dood naar 't leven;de laatste vrees is uitgedreven.
4.
2Hij laat ons,mensen, mee ontstijgenaan al wat ons ten gronde richten achten wij de aarde ons eigen,Hij gaat ons voor, wij zien in 't lichtdat Hij ontsteekt het ware leven,ons door de hemel weergegeven.
5.
4De hemel zelflegt nieuwe zangeneen nieuwe aarde in de mond,nu hopen, vrezen en verlangenzijn opgegaan in 't nieuw verbondvan God met ons, van eeuwig leven:waar is, o dood, uw schrik gebleven?
6.
Welkom Voorganger dsHuitemaOrganist Joh de VriesThema: “Ik ben de opstanding en het leven”
1U loof ik,Heer, met hart en ziel,in eerbied kniel / ik voor U neder.Ja, in de tegenwoordigheidder goden wijd / ik U mijn beden.Naar 't heiligdom waar Gij vertoefthef ik het hoofd, / ik zal U prijzen.Gij zult, o Here, wijd en zijduw heerlijkheid / en trouw bewijzen.
9.
4Als ik, omringddoor tegenspoed,bezwijken moet, / schenkt Gij mij leven.Wanneer mijn vijands toorn ontbrandt,uw rechterhand / zal redding geven.De HEER is zo getrouw als sterk,Hij zal zijn werk / voor mij voleinden.Verlaat niet wat uw hand begon,o Levensbron, / wil bijstand zenden.
10.
Votum en groetKleinGloriaEre zij de Vader en de ZoonEn de Heilige Geest,Als in den beginne, nu en immer,En van eeuwigheid tot eeuwigheid.Amen
1 Mijn kinderkens,dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; 2 en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld.
18.
Gez 408 –3, 4Een arts is ons gegevendie zelve is het leven:
19.
3Een arts isons gegevendie zelve is het leven:Christus, voor ons gestorven,heeft ons het heil verworven.
20.
4Hij heeft aanons vergevende schuld en schenkt ons leven.Bij U, o God, bezittenwij schatten ongeweten.
1 Laat debroederlijke liefde blijven. 2 Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd. 3 Denkt aan de gevangenen, alsof gij met hen gevangen waart; aan hen, die mishandeld worden, als (mensen), die ook zelf een lichaam hebt.
23.
4 Het huwelijkzij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen. 5 Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. 6 Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen:
24.
De Here ismij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?7 Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot u hebben gesproken; let op het einde van hun wandel en volgt hun geloof na.
17 Toen Jezusdan aankwam, bevond Hij, dat hij reeds vier dagen in het graf lag. 18 Betanië nu was dicht bij Jeruzalem gelegen, op een afstand van ongeveer vijftien stadiën. 19 Velen uit de Joden waren tot Marta en Maria gekomen om haar te troosten over haar broeder. 20 Toen nu Marta hoorde, dat Jezus kwam, ging zij Hem tegemoet,
27.
doch Maria bleefin huis zitten. 21 Marta dan zeide tot Jezus: Here, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn. 22 Ook nu weet ik, dat God U geven zal al wat Gij van God begeert. 23 Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal opstaan. 24 Marta zeide tot Hem: Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage.
28.
25 Jezus zeidetot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 26 en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat? 27 Zij zeide tot Hem: Ja, Here, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou.
29.
41 Zij namendan de steen weg. En Jezus sloeg de ogen opwaarts en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. 42 Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
30.
43 En nadit gezegd te hebben, riep Hij met luider stem: Lazarus, kom naar buiten! 44 De gestorvene kwam naar buiten, de voeten en de handen gebonden met grafdoeken, en er was een zweetdoek om zijn gelaat gebonden. Jezus zeide tot hen: Maakt hem los en laat hem heengaan.
47 De eerstemens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. 48 Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. 49 En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen.
33.
50 Dit spreekik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. 51 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden,
34.
52 in eenondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.
1Eens, als debazuinen klinkenuit de hoogte, links en rechts,duizend stemmen ons omringen,ja en amen wordt gezegd,rest er niets meer dan te zingen, -Heer, dan is uw pleit beslecht.
41.
2Scheurt het voorhangvan de wolken,wordt uw aangezicht onthuld,vaart de tijding door de volkendat Gij alles richten zult:Heer, dan is de dood verzwolgen,want de schriften zijn vervuld.
42.
6Van die dagkan niemand weten,maar het woord drijft aan tot spoed,zouden wij niet haastig eten,gaandeweg Hem tegemoet,Jezus Christus, gistren, heden,komt voor eens en komt voor goed!
Opw 213 –2, 3Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!
46.
Ziet Hem verschijnen,Jezus onze Heer!Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.Weest dan volk des Heren,blijd' en welgezind,en zegt telkenkere: Christus overwint!U zij de glorie, opgestane Heer,U zij de victorie, nu en immermeer.
47.
Zou ik nogvrezen, nu Hij eeuwig leeft,die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?In zijn godd'lijk wezen is mijn glorie groot,niets heb ik te vrezen in leven en dood.U zij de glorie, opgestane Heer,U zij de victorie, nu en immermeer.