In gesprek overGod en de BijbelIn gesprek over God en de Bijbel
Preek over de Emmausgangers en geloofsoverdarcht
3.
Lied voor dedienst
El. 140
‘Kroon hem met gouden kroon’
4.
Lied voor dedienst: – El. 140
1. Kroon Hem met gouden Kroon,
het Lam op zijne troon
Hoor, hoe het hemels loflied al
verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak, mijn ziel en zing
van Hem, die voor u stierf.
En prijs Hem in all’ eeuwigheên,
die ’t heil voor u verwierf.
5.
Lied voor dedienst – El. 140
2. Kroon Hem, der liefde Heer!
Aanschouw Hem, hoe Hij leed;
Zij wonden tonen ’t gans heelal
wat Hij voor ’t mensdom deed.
De eng’len om Gods troon,
all’ overheid en macht,
zij buigen dienend zich ter neer
voor zulke wond’re pracht.
6.
Lied voor dedienst – El. 140
3. Kroon Hem, de Vredevorst!
wiens macht eens heersen zal
van pool tot pool, van zee tot zee;
’t klinke over berg en dal.
Als alles voor Hem buigt
en vrede heerst alom,
wordt d’ aarde weer een paradijs.
Kom, Here Jezus, kom!
5.
O Heer, wijzijn het volk door U verkoren,
wij zijn de schapen die uw roepstem horen,
Gij, onze herder, zult ons veilig leiden
aan stille waatren en in groene weiden.
Geslacht meldt aan geslacht / uw goedheid en
uw kracht,
de grootheid van uw daden.
Zo gaat een blinkend spoor / van lof de eeuwen
door.
Wij prijzen uw genade.
Refrein:
Als je bidtzal Hij je geven.
Als je klopt aan de deur
zal Hij open doen.
Als je zoekt dan zul je ’t vinden,
halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
25.
Als je deVader vraagt om ’n
brood,
geeft Hij je zeker nooit een
steen.
Al je gebeden klein of groot,
heus, Hij vergeet er niet één.
Refrein
26.
Refrein:
Als je bidtzal Hij je geven.
Als je klopt aan de deur
zal Hij open doen.
Als je zoekt dan zul je ’t vinden,
halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
27.
Als je mijnVader iets wil
vragen,
vraag in mijn Naam,
Ik zal het doen.
Ik ben met je alle dagen
Ik ben dezelfde als toen.
Refrein
28.
Als je bidtzal Hij je geven.
Als je klopt aan de deur
zal Hij open doen.
Als je zoekt dan zul je ’t vinden,
halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
Kinderen gaan naar de
kindernevendienst
In gesprek overGod en de Bijbel
Lukas 24 : 13 – 35
De Emmaüsgangers
13
En zie, twee van hen waren juist op die dag( dag
van de opstanding van de Here Jezus) op weg naar
een dorp, zestig stadiën ( 11 km) van Jeruzalem
verwijderd, genaamd Emmaüs, ( is huidige plaatsje
Latrun met toen als belangrijkste inwoners een
Romeins garnizoen,het ligt op de weg van
Jeruzalem naar Tel Aviv) 14
en zij spraken met
elkander over al wat voorgevallen was.
31.
(1)De gelegenheid opzoeken/de tijd er voor
nemen
15
En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en
van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam
en met hen medeging.
16
Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem
niet herkenden.
17
Hij zeide tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken,
die gij al wandelende met elkander voert?
En zij bleven met somber gelaat staan.
32.
18
Eén dan vanhen (dat is van de leerlingen van
Jezus) , genaamd Kleopas (naam komt alleen hier
voor) , antwoordde en zeide tot Hem: Zijt Gij de
enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet
wat daar dezer dagen geschied is?
(2) Doorvragen
19
En Hij zeide tot hen: Wat dan?
33.
(3) Luisteren
Zij zeidentot Hem: Hetgeen geschied is
met Jezus de Nazarener, een man, die
een profeet was, machtig in werk en woord voor
God en het ganse volk, 20
en hoe Hem onze
overpriesters en oversten overgegeven hebben om
Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd
hebben. 21
Wij echter leefden in de hoop, dat Hij
het was, die Israël verlossen zou. Maar met dit al is
het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is.
34.
22
Maar ook hebbenenige vrouwen uit ons midden
ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij
het graf geweest 23
en hadden zijn lichaam niet
gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook
een verschijning vanengelen gezien hadden, die
zeiden, dat Hij leeft.24
En enigen van de onzen zijn
naar het grafgegaan en hebben het zo bevonden, als
de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hém hebben
zij niet gezien.
35.
(4) Confronteren enreageren met rode
draad van Bijbelse gegevens
25
En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en
tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de
profeten gesproken hebben!26
Moest de Christus dit
niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?
27
En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en
legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem
betrekking had.
36.
(5) Laat ziendat je bent wat je gelooft
28
En zij naderden het dorp, waar zij heengingen,
en Hij deed, alsof Hij verder zou gaan. 29
En zij
drongen sterk bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons,
want het is tegen de avond en de dag is reeds
gedaald. En Hij ging binnen om bij hen te
blijven. 30
En het geschiedde, toen Hij met hen
aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak,
het brak en hun toereikte.
37.
31
En hun ogenwerden geopend en zij herkenden
Hem; en Hij verdween uit hun midden.
( Is deze herkenning bij het breken van het
brood door de herinnering aan het
avondmaal op Witte Donderdag of gingen
de ogen open door de geopende handen
waarin ze zagen de doorboorde handen?
Beiden kan want in beiden ligt er de directe
link met Jezus lijden – zowel bij gebroken
brood als bij doorboorde handen)
38.
33
En zij stondenop en keerden terzelfder tijd terug
naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij
hen waren, vergaderd, 34
en dezen zeiden: De Here
is waarlijk opgewekt en is aan Simon
verschenen. 35
En zij verhaalden wat onderweg
gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij
het breken van het brood.
39.
‘Mijn Jezus, ikhoud van U, ik noem U mijn vriend,’
Zingen:
Mijn Jezus ik houd van U, ik noem
U mijn vriend El.371
40.
Mijn Jezus, ikhoud van U, ik noem U mijn vriend,
want U nam de straf op U die ik had verdiend.
De groteVerlosser, mijn Redder bent U;
’k heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu.
41.
Mijn Jezus, ikhoud van U, want U hield van mij,
toen U aan het kruis hing, een wond in uw zij.
voor mij de genade, een doornenkroon voor U;
’k heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu.
42.
Ik zal vanU houden in leven en dood.
en ik wil U prijzen, zelfs dan in mijn nood.
Als ik kom te sterven, dan roep ik tot U:
’k Heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu.
43.
Als ik inUw Glorie, uw eeuwigheid kom,
dan buig ik mij voor U in uw heiligdom.
Gekroond met Uw heerlijkheid zal ’k zingen voor U:
’k Heb van U gehouden, maar nooit zo veel als nu.
(1)De gelegenheid opzoeken/de tijd er voor
nemen
(2)Luisteren is beginnen bij waar de ander
zit
In gesprek over God en de
Bijbel
50.
(1)De gelegenheid opzoeken/de tijd er voor
nemen
(2)Luisteren is beginnen bij waar de ander zit
(3)Doorvragen
In gesprek over God en de Bijbel
51.
(1)De gelegenheid opzoeken/de tijd er voor nemen
(2)Luisteren en beginnen bij waar de ander zit
(3)Doorvragen
(4)Confronteren en reageren met rode draad van
Bijbelse gegevens
In gesprek over God en de Bijbel
52.
(1)De gelegenheid opzoeken/de tijd er voor nemen
(2)Luisteren is beginnen bij waar de ander zit
(3)Doorvragen
(4)Confronteren en reageren met rode draad van
Bijbelse gegevens
(5) Laat zien dat je bent wat je gelooft
In gesprek over God en de Bijbel
U zij deglorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend stromen,
daald' een engel af,
heeft de steen genomen
van 't verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
62.
Ziet Hem verschijnen,Jezus onze Heer!
Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren,
blijd' en welgezind,
en zegt telkenkere: Christus overwint!
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
63.
Zou ik nogvrezen, nu Hij eeuwig leeft,
die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?
In zijn godd'lijk wezen
is mijn glorie groot,
niets heb ik te vrezen in leven en dood.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.