Lied voor de dienst
ELB 212: 1 en 2
Heer wat een voorrecht (EL 212)

t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Heer wat een voorrecht (EL 212)

t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Heer wat een voorrecht (EL 212)

t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Heer wat een voorrecht (EL 212)

t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Voorganger: Ds. Wiekeraad
Organist: Klaas Pesman
Zingen Ps. 24: 1
Psalm 24 (LvdK)

t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
Psalm 24 (LvdK)

t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
Votum en groet
Zingen Ps. 24: 4,5
Psalm 24 (LvdK)

t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
Psalm 24 (LvdK)

t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
Psalm 24 (LvdK)

t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
Psalm 24 (LvdK)

t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
Lezen: Gen. 37: 12 t/m 18
Eens waren zijn broeders
heengegaan om de schapen van
hun vader bij Sichem te weiden.
13 Toen zeide Israël tot Jozef: Uw
broeders weiden immers bij
Sichem? Kom, ik wil u tot hen
zenden. En hij zeide tot hem:
Hier ben ik.
14 Verder zeide hij tot hem: Ga
toch en doe onderzoek naar de
welstand van uw broeders en
naar de welstand van de schapen
en breng mij bescheid. En hij liet
hem gaan uit het dal van Hebron
en hij kwam te Sichem.
15 Toen hij nu in het veld
omdoolde, trof hem een man
aan, die hem vroeg: Wat zoekt
gij? 16 En hij zeide: Ik zoek mijn
broeders; vertel mij toch, waar zij
weiden.
17 Daarop zeide die man: Zij zijn
van hier opgebroken, want ik heb
hen horen zeggen: Laten wij naar
Dotan gaan. Toen ging Jozef zijn
broeders achterna en hij trof hen
aan te Dotan.
18 En zij zagen hem van verre.
Maar voordat hij bij hen gekomen
was, smeedden zij een aanslag
tegen hem om hem te doden.
Lezen: 2 Koningen 6: 8-17
Elisa’s optreden in de oorlog
tegen Aram
8 De koning van Aram was in
oorlog met Israël.
Hij beraadslaagde met zijn
dienaren: Op die en die plaats zal
mijn legerkamp zijn.
9 Maar de man Gods zond aan de
koning van Israël de boodschap:
Neem u in acht niet langs die
plaats te trekken, want de
Arameeërs zijn daarheen
afgedaald.
10 De koning van Israël zond dan
mannen naar de plaats die de
man Gods hem genoemd en
waarvoor hij hem gewaarschuwd
had, zodat hij zich daar in acht
kon nemen, en dat niet slechts
een- of tweemaal.
11 En het hart van de koning van
Aram werd hierover verontrust;
hij ontbood zijn dienaren en zeide
tot hen: Kunt gij mij niet
meedelen, wie van de onzen op
de hand van de koning van Israël
is?
12 Doch een van zijn dienaren
zeide: Neen, mijn heer de koning,
maar Elisa, de profeet in Israël,
deelt aan de koning van Israël de
woorden mee, die gij in uw
slaapkamer spreekt.
13 Toen zeide hij: Gaat en ziet,
waar hij is; dan zal ik hem laten
gevangennemen. Nadat hem
gemeld was; Zie, hij is te Dotan,
14 zond hij daarheen paarden en
wagens, een sterk leger; zij
kwamen des nachts en
omsingelden de stad.
15 Toen de dienaar van de man
Gods des morgens vroeg opstond
en naar buiten trad, zie, een leger
omringde de stad, zowel paarden
als wagens. En zijn knecht zeide
tot hem: Ach, mijn heer! wat
moeten wij doen?
16 Maar hij zeide: Vrees niet,
want zij, die bij ons zijn, zijn
talrijker dan zij, die bij hen zijn.
17 Toen bad Elisa: HERE, open
toch zijn ogen, opdat hij zie.
En de HERE opende de ogen van
de knecht en hij zag en zie, de
berg was vol vurige paarden en
wagens rondom Elisa.
Lezen: Joh. 10:14-16
14 Indien gij Mij iets vraagt in
mijn naam, Ik zal het doen.
15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult
gij mijn geboden bewaren.
16 En Ik zal de Vader bidden en
Hij zal u een andere Trooster
geven om tot in eeuwigheid bij u
te zijn,
Zingen: Gez.119: 1,2,4
Richt op uw macht (LvdK 119)

t. T. Naastepad; m. Genève 1551
Richt op uw macht (LvdK 119)

t. T. Naastepad; m. Genève 1551
Richt op uw macht (LvdK 119)

t. T. Naastepad; m. Genève 1551
Verkondiging
Zingen: Gez. 117: 1,5
Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117)

v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117)

v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117)

v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117)

v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
Geloofsbelijdenis
Zingen: Gez.291: 1,2
Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291)

t. H. van Alphen; m. Genève 1562
Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291)

t. H. van Alphen; m. Genève 1562
Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291)

t. H. van Alphen; m. Genève 1562
Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291)

t. H. van Alphen; m. Genève 1562
Gebeden
Collecte:
1: Stichting Mensenkinderen
2: Kerk
Slotzang: Gez. 296: 1-2
Ik kom met haast (LvdK 296)

t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
Ik kom met haast (LvdK 296)

t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
Ik kom met haast (LvdK 296)

t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
Ik kom met haast (LvdK 296)

t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
Zegen
Amen, amen, amen
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus, onze Heer
Amen, God Uw naam ter eer.
Gezegende week toegewenst
2013  01 12 19.30 uur

2013 01 12 19.30 uur

  • 1.
    Lied voor dedienst ELB 212: 1 en 2
  • 2.
    Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 3.
    Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 4.
    Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 5.
    Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 6.
  • 7.
  • 8.
    Psalm 24 (LvdK) t.J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  • 9.
    Psalm 24 (LvdK) t.J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  • 10.
  • 11.
    Psalm 24 (LvdK) t.J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  • 12.
    Psalm 24 (LvdK) t.J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  • 13.
    Psalm 24 (LvdK) t.J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  • 14.
    Psalm 24 (LvdK) t.J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  • 15.
    Lezen: Gen. 37:12 t/m 18
  • 16.
    Eens waren zijnbroeders heengegaan om de schapen van hun vader bij Sichem te weiden. 13 Toen zeide Israël tot Jozef: Uw broeders weiden immers bij Sichem? Kom, ik wil u tot hen zenden. En hij zeide tot hem: Hier ben ik.
  • 17.
    14 Verder zeidehij tot hem: Ga toch en doe onderzoek naar de welstand van uw broeders en naar de welstand van de schapen en breng mij bescheid. En hij liet hem gaan uit het dal van Hebron en hij kwam te Sichem.
  • 18.
    15 Toen hijnu in het veld omdoolde, trof hem een man aan, die hem vroeg: Wat zoekt gij? 16 En hij zeide: Ik zoek mijn broeders; vertel mij toch, waar zij weiden.
  • 19.
    17 Daarop zeidedie man: Zij zijn van hier opgebroken, want ik heb hen horen zeggen: Laten wij naar Dotan gaan. Toen ging Jozef zijn broeders achterna en hij trof hen aan te Dotan.
  • 20.
    18 En zijzagen hem van verre. Maar voordat hij bij hen gekomen was, smeedden zij een aanslag tegen hem om hem te doden.
  • 21.
  • 22.
    Elisa’s optreden inde oorlog tegen Aram 8 De koning van Aram was in oorlog met Israël. Hij beraadslaagde met zijn dienaren: Op die en die plaats zal mijn legerkamp zijn.
  • 23.
    9 Maar deman Gods zond aan de koning van Israël de boodschap: Neem u in acht niet langs die plaats te trekken, want de Arameeërs zijn daarheen afgedaald.
  • 24.
    10 De koningvan Israël zond dan mannen naar de plaats die de man Gods hem genoemd en waarvoor hij hem gewaarschuwd had, zodat hij zich daar in acht kon nemen, en dat niet slechts een- of tweemaal.
  • 25.
    11 En hethart van de koning van Aram werd hierover verontrust; hij ontbood zijn dienaren en zeide tot hen: Kunt gij mij niet meedelen, wie van de onzen op de hand van de koning van Israël is?
  • 26.
    12 Doch eenvan zijn dienaren zeide: Neen, mijn heer de koning, maar Elisa, de profeet in Israël, deelt aan de koning van Israël de woorden mee, die gij in uw slaapkamer spreekt.
  • 27.
    13 Toen zeidehij: Gaat en ziet, waar hij is; dan zal ik hem laten gevangennemen. Nadat hem gemeld was; Zie, hij is te Dotan, 14 zond hij daarheen paarden en wagens, een sterk leger; zij kwamen des nachts en omsingelden de stad.
  • 28.
    15 Toen dedienaar van de man Gods des morgens vroeg opstond en naar buiten trad, zie, een leger omringde de stad, zowel paarden als wagens. En zijn knecht zeide tot hem: Ach, mijn heer! wat moeten wij doen?
  • 29.
    16 Maar hijzeide: Vrees niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn. 17 Toen bad Elisa: HERE, open toch zijn ogen, opdat hij zie.
  • 30.
    En de HEREopende de ogen van de knecht en hij zag en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa.
  • 31.
  • 32.
    14 Indien gijMij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.
  • 33.
    15 Wanneer gijMij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
  • 34.
    16 En Ikzal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn,
  • 35.
  • 36.
    Richt op uwmacht (LvdK 119) t. T. Naastepad; m. Genève 1551
  • 37.
    Richt op uwmacht (LvdK 119) t. T. Naastepad; m. Genève 1551
  • 38.
    Richt op uwmacht (LvdK 119) t. T. Naastepad; m. Genève 1551
  • 39.
  • 40.
  • 41.
    Hoe zal ikU ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  • 42.
    Hoe zal ikU ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  • 43.
    Hoe zal ikU ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  • 44.
    Hoe zal ikU ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  • 45.
  • 46.
  • 47.
    Nooit kan ‘tgeloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  • 48.
    Nooit kan ‘tgeloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  • 49.
    Nooit kan ‘tgeloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  • 50.
    Nooit kan ‘tgeloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  • 51.
  • 52.
  • 53.
  • 54.
    Ik kom methaast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  • 55.
    Ik kom methaast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  • 56.
    Ik kom methaast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  • 57.
    Ik kom methaast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  • 58.
    Zegen Amen, amen, amen Datwij niet beschamen Jezus Christus, onze Heer Amen, God Uw naam ter eer.
  • 59.