Welkom

  Voorganger dhr Kamphuis
    Organist Joh de Vries

Thema: “Genade voor een dode
           hond”
VDD ELB 161
Komt, laat ons vrolijk zingen
allen:




Komt laat ons vrolijk zingen (EL 161)   t. H. Romer; m. traditional
Komt laat ons vrolijk zingen (EL 161)   t. H. Romer; m. traditional
Komt laat ons vrolijk zingen (EL 161)   t. H. Romer; m. traditional
Komt laat ons vrolijk zingen (EL 161)   t. H. Romer; m. traditional
Komt laat ons vrolijk zingen (EL 161)   t. H. Romer; m. traditional
Komt laat ons vrolijk zingen (EL 161)   t. H. Romer; m. traditional
Welkom

  Voorganger dhr Kamphuis
    Organist Joh de Vries

Thema: “Genade voor een dode
           hond”
JdH 153
Lof zij de Heer
1
Lof zij de Heer, de almachtige Koning der
ere!
Dat aard' en hemel de lof zijner glorie
vermere!
Meng in 't geklank,
ziel, uw aanbiddende dank:
zing' al wat ademt de Here!
2
Lof zij de Heer, die de werelden dacht, en
zij waren,
die al de dropp'len geteld heeft der
golvende baren,
die met zijn staf
heerst van de wieg tot het graf:
psalmzing' uw hart met de snaren!
3
Lof zij de Heer, die u bootst' uit
vergank'lijke aarde,
maar al zijn volheid uw eeuwige geest
openbaarde!
Hij had u lief,
die tot zijn kind u verhief,
hoger dan d' eng'len in waarde.
4
Lof zij de Heer, van wiens leiding de
sterren gewagen,
die ook uw leven op adelaarswiek heeft
gedragen:
breed en geducht
was zijn aanbidd'lijke vlucht,
ruisend met machtige slagen!
5
Lof zij de Heer, die uw bevende vrees zal
beschamen!
Noem Hem uw Vader, de kroon van zijn
heerlijke namen!
Dwars door de dood
neemt Hij u op in zijn schoot;
loof Hem in eeuwigheid? Amen.
Votum en Groet
JdH 94
Heer ik kom tot U
Heer ik kom tot U (EL 302)   t. J. Visser; m. G. Whelpton
Heer ik kom tot U (EL 302)   t. J. Visser; m. G. Whelpton
Heer ik kom tot U (EL 302)   t. J. Visser; m. G. Whelpton
Heer ik kom tot U (EL 302)   t. J. Visser; m. G. Whelpton
Gebed
JdH 150
Welk een Vriend is onze Jezus
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Lezen Sam. 1 Samuel 4 HSV
1 Het woord van Samuel kwam tot heel
     Israël. En Israël trok ten strijde, de
   Filistijnen tegemoet. Zij sloegen hun
    kamp op bij Eben-Haëzer, terwijl de
Filistijnen hun kamp opsloegen bij Afek.
2 De Filistijnen stelden zich op tegenover
   Israël. Toen de strijd zich uitbreidde,
werd Israël door de Filistijnen verslagen;
want zij doodden in de gelederen in het open
veld ongeveer vierduizend man.
3 Toen het volk in het kamp teruggekomen
was, zeiden de oudsten van Israël: Waarom
heeft de HEERE ons vandaag vóór de Filistijnen
verslagen? Laten wij vanuit Silo de ark van het
verbond van de HEERE bij ons nemen, en laat
die in ons midden komen, opdat die ons zal
verlossen uit de hand van onze vijanden.
4 Toen zond het volk boden naar Silo, en men
bracht vandaar de verbondsark van de HEERE
van de legermachten, Die tussen de cherubs
troont; en de twee zonen van Eli, Hofni en
Pinehas, waren daar met de ark van het
verbond van God.
5 En het gebeurde, toen de ark van het
verbond van de HEERE in het kamp kwam, dat
heel Israël zo'n uitbundig gejuich aanhief dat
de aarde dreunde.
6 Toen de Filistijnen het geluid van het gejuich
hoorden, zeiden zij: Wat betekent het geluid
van dit uitbundige gejuich in het kamp van de
Hebreeën? Toen zij vernamen dat de ark van
de HEERE in het kamp gekomen was,
7 werden de Filistijnen bevreesd, want zij
zeiden: God is in het leger gekomen. En zij
zeiden: Wee ons, want iets dergelijks is er
sinds jaar en dag niet gebeurd.
8 Wee ons, wie zal ons redden uit de
hand van deze machtige goden? Dit zijn
dezelfde goden die de Egyptenaren met
alle plagen getroffen hebben, bij de
woestijn.
9 Filistijnen, vat moed en wees mannen,
anders zult u de Hebreeën moeten
dienen zoals zij u gediend hebben. Wees
mannen, en strijd!
10 Toen streden de Filistijnen, en Israël
werd verslagen, en zij vluchtten, ieder
naar zijn tent. De nederlaag was zeer
groot, er viel van Israël dertigduizend
man voetvolk.
11 En de ark van God werd
meegenomen, en de twee zonen van Eli,
Hofni en Pinehas, stierven.
De dood van Eli
12 Toen snelde er een Benjaminiet uit de
gevechtslinie, en deze kwam diezelfde dag nog
in Silo; en zijn kleren waren gescheurd en er
was aarde op zijn hoofd.
13 Toen hij aankwam, zie, Eli zat op de stoel
aan de kant van de weg op de uitkijk, want
zijn hart sidderde vanwege de ark van God.
Toen die man kwam om het in de stad te
vertellen, schreeuwde heel de stad het uit.
14 Eli hoorde het geluid van het schreeuwen,
en hij zei: Wat betekent het geluid van dit
rumoer? Daarop haastte de man zich en kwam
het Eli vertellen. 15 Eli nu was een man van
achtennegentig jaar, en zijn ogen waren star
geworden, zodat hij niet meer zien kon.
16 En die man zei tegen Eli: Ik kom uit de
gevechtslinie; vandaag nog ben ik uit de
gevechtslinie gevlucht. Hij zei: Wat is er
gebeurd, mijn zoon?
17 Toen antwoordde de boodschapper en zei:
Israël is voor de Filistijnen uit gevlucht, en ook
is er een grote slachting onder het volk
geweest. Bovendien zijn uw twee zonen, Hofni
en Pinehas, gestorven en is de ark van God als
buit meegenomen. 18 En het gebeurde, toen
hij van de ark van God melding maakte, dat Eli
achterover van de stoel viel, aan de kant van
de poort, zijn nek brak en stierf; want de man
was oud en zwaar. En hij had veertig jaar
leiding gegeven aan Israël.
19 En zijn schoondochter, de vrouw van
Pinehas, was zwanger en zou baren. Toen zij
het bericht hoorde dat de ark van God als buit
meegenomen was en dat haar schoonvader en
haar man gestorven waren, kromde zij zich en
baarde, want haar weeën overvielen haar.
20 En omstreeks de tijd van haar sterven
spraken de vrouwen die bij haar stonden:
Wees niet bevreesd, want u hebt een zoon
gebaard. Maar zij antwoordde niet en nam het
niet ter harte.
21 En zij noemde het jongetje Ikabod, en
zei: De eer is weggevoerd uit Israël. Dit
zei ze, omdat de ark van God als buit
meegenomen was, en vanwege haar
schoonvader en haar man.
22 En zij zei: De eer is weggevoerd uit
Israël, want de ark van God is als buit
meegenomen.
JdH 542
Wilt u van zonde en schuld
        zijn verlost?
Wilt u van zonde en schuld zijn
verlost?
Daar's kracht in het bloed!
Daar's kracht in het bloed!
Weet, dat uw redding zoveel heeft
gekost.
Daar's kracht in het bloed van het
Lam.
Refrein:
Daar is kracht, kracht,
wonderbare kracht
in het bloed van het Lam.
Daar is kracht, kracht,
wonderbare kracht
in het dierbaar bloed van het Lam.
Satan gaat rond
als een briesende leeuw.
Daar's kracht in het bloed!
Daar's kracht in het bloed!
Wilt u verlost zijn
en witter dan sneeuw?
Daar's kracht
in het bloed van het Lam.
Refrein:
Daar is kracht, kracht,
wonderbare kracht
in het bloed van het Lam.
Daar is kracht, kracht,
wonderbare kracht
in het dierbaar bloed van het Lam.
Komt dan tot Jezus,
Hij stierf ook voor U.
Daar's kracht in het bloed!
Daar's kracht in het bloed!
Hoort naar zijn woord
en gelooft in Hem nu.
Daar's kracht
in het bloed van het Lam
Refrein:
Daar is kracht, kracht,
wonderbare kracht
in het bloed van het Lam.
Daar is kracht, kracht,
wonderbare kracht
in het dierbaar bloed van het Lam.
Lezen Hebr. 12 : 18 t/m 24
Onze God is een verterend vuur
18 Want u bent niet tot een tastbare berg
genaderd, en tot een brandend vuur, tot
donkerheid, duisternis en stormwind,
19 tot bazuingeschal en het geluid van
woorden. Zij die dat hoorden, smeekten
dat het woord niet meer tot hen gericht
zou worden,
20 want zij konden wat hun bevolen werd niet
verdragen: zelfs als een dier de berg aanraakt,
zal het gestenigd of met een pijl doorschoten
worden. 21 En wat zij zagen was zo
verschrikkelijk, dat Mozes zei: Ik ben zeer
bevreesd en sta te beven. 22 Maar u bent
genaderd tot de berg Sion en tot de stad van
de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en
tot tienduizendtallen van engelen,
23 tot een feestelijke vergadering en de
gemeente van de eerstgeborenen, die in de
hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de
Rechter over allen, en tot de geesten van de
rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn
gekomen,
24 en tot de Middelaar van het nieuwe
verbond, Jezus, en tot het bloed van de
besprenging, dat van betere dingen spreekt
dan dat van Abel.
25 Let er dan op dat u Hem Die spreekt, niet
verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die
hem verwierpen die op aarde aanwijzingen
van God deed horen, veelmeer zullen wij niet
ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die
vanuit de hemelen spreekt. 26 Zijn stem
bracht indertijd de aarde aan het wankelen.
Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd: Nog
eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook
de hemel doen beven.
27 Dit ‘nog eenmaal’ duidt op de verandering
van de dingen die kunnen wankelen als van
dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die
onwankelbaar zijn, zouden blijven.
28 Laten wij daarom, omdat wij een
onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de
genade vasthouden en daardoor God dienen
op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en
eerbied.
29 Want onze God is een verterend vuur.
Genade voor een
  dode hond
Opw 263
Er is een Verlosser
allen:




Er is een Verlosser (Opw 263)   t. & m. M. Green; v. A. Muurling
Er is een Verlosser (Opw 263)   t. & m. M. Green; v. A. Muurling
Er is een Verlosser (Opw 263)   t. & m. M. Green; v. A. Muurling
Er is een Verlosser (Opw 263)   t. & m. M. Green; v. A. Muurling
Er is een Verlosser (Opw 263)   t. & m. M. Green; v. A. Muurling
Gebed
Collecte
  1ste Ark Mission
2de eigen gemeente
Opw 392
Mijn Jezus ik hou van U
allen:




Mijn Jezus, ik hou van U (Opw 392)   t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
Mijn Jezus, ik hou van U (Opw 392)   t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
Mijn Jezus, ik hou van U (Opw 392)   t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
Mijn Jezus, ik hou van U (Opw 392)   t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
Zegen
3 x amen
Genade voor een dode hond

Genade voor een dode hond

  • 1.
    Welkom Voorgangerdhr Kamphuis Organist Joh de Vries Thema: “Genade voor een dode hond”
  • 2.
    VDD ELB 161 Komt,laat ons vrolijk zingen
  • 3.
    allen: Komt laat onsvrolijk zingen (EL 161) t. H. Romer; m. traditional
  • 4.
    Komt laat onsvrolijk zingen (EL 161) t. H. Romer; m. traditional
  • 5.
    Komt laat onsvrolijk zingen (EL 161) t. H. Romer; m. traditional
  • 6.
    Komt laat onsvrolijk zingen (EL 161) t. H. Romer; m. traditional
  • 7.
    Komt laat onsvrolijk zingen (EL 161) t. H. Romer; m. traditional
  • 8.
    Komt laat onsvrolijk zingen (EL 161) t. H. Romer; m. traditional
  • 9.
    Welkom Voorgangerdhr Kamphuis Organist Joh de Vries Thema: “Genade voor een dode hond”
  • 10.
  • 11.
    1 Lof zij deHeer, de almachtige Koning der ere! Dat aard' en hemel de lof zijner glorie vermere! Meng in 't geklank, ziel, uw aanbiddende dank: zing' al wat ademt de Here!
  • 12.
    2 Lof zij deHeer, die de werelden dacht, en zij waren, die al de dropp'len geteld heeft der golvende baren, die met zijn staf heerst van de wieg tot het graf: psalmzing' uw hart met de snaren!
  • 13.
    3 Lof zij deHeer, die u bootst' uit vergank'lijke aarde, maar al zijn volheid uw eeuwige geest openbaarde! Hij had u lief, die tot zijn kind u verhief, hoger dan d' eng'len in waarde.
  • 14.
    4 Lof zij deHeer, van wiens leiding de sterren gewagen, die ook uw leven op adelaarswiek heeft gedragen: breed en geducht was zijn aanbidd'lijke vlucht, ruisend met machtige slagen!
  • 15.
    5 Lof zij deHeer, die uw bevende vrees zal beschamen! Noem Hem uw Vader, de kroon van zijn heerlijke namen! Dwars door de dood neemt Hij u op in zijn schoot; loof Hem in eeuwigheid? Amen.
  • 16.
  • 17.
    JdH 94 Heer ikkom tot U
  • 18.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 19.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 20.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 21.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 22.
  • 23.
    JdH 150 Welk eenVriend is onze Jezus
  • 24.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 25.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 26.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 27.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 28.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 29.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 30.
    Lezen Sam. 1Samuel 4 HSV
  • 31.
    1 Het woordvan Samuel kwam tot heel Israël. En Israël trok ten strijde, de Filistijnen tegemoet. Zij sloegen hun kamp op bij Eben-Haëzer, terwijl de Filistijnen hun kamp opsloegen bij Afek. 2 De Filistijnen stelden zich op tegenover Israël. Toen de strijd zich uitbreidde, werd Israël door de Filistijnen verslagen;
  • 32.
    want zij dooddenin de gelederen in het open veld ongeveer vierduizend man. 3 Toen het volk in het kamp teruggekomen was, zeiden de oudsten van Israël: Waarom heeft de HEERE ons vandaag vóór de Filistijnen verslagen? Laten wij vanuit Silo de ark van het verbond van de HEERE bij ons nemen, en laat die in ons midden komen, opdat die ons zal verlossen uit de hand van onze vijanden.
  • 33.
    4 Toen zondhet volk boden naar Silo, en men bracht vandaar de verbondsark van de HEERE van de legermachten, Die tussen de cherubs troont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar met de ark van het verbond van God. 5 En het gebeurde, toen de ark van het verbond van de HEERE in het kamp kwam, dat heel Israël zo'n uitbundig gejuich aanhief dat de aarde dreunde.
  • 34.
    6 Toen deFilistijnen het geluid van het gejuich hoorden, zeiden zij: Wat betekent het geluid van dit uitbundige gejuich in het kamp van de Hebreeën? Toen zij vernamen dat de ark van de HEERE in het kamp gekomen was, 7 werden de Filistijnen bevreesd, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want iets dergelijks is er sinds jaar en dag niet gebeurd.
  • 35.
    8 Wee ons,wie zal ons redden uit de hand van deze machtige goden? Dit zijn dezelfde goden die de Egyptenaren met alle plagen getroffen hebben, bij de woestijn. 9 Filistijnen, vat moed en wees mannen, anders zult u de Hebreeën moeten dienen zoals zij u gediend hebben. Wees mannen, en strijd!
  • 36.
    10 Toen stredende Filistijnen, en Israël werd verslagen, en zij vluchtten, ieder naar zijn tent. De nederlaag was zeer groot, er viel van Israël dertigduizend man voetvolk. 11 En de ark van God werd meegenomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven.
  • 37.
    De dood vanEli 12 Toen snelde er een Benjaminiet uit de gevechtslinie, en deze kwam diezelfde dag nog in Silo; en zijn kleren waren gescheurd en er was aarde op zijn hoofd. 13 Toen hij aankwam, zie, Eli zat op de stoel aan de kant van de weg op de uitkijk, want zijn hart sidderde vanwege de ark van God. Toen die man kwam om het in de stad te vertellen, schreeuwde heel de stad het uit.
  • 38.
    14 Eli hoordehet geluid van het schreeuwen, en hij zei: Wat betekent het geluid van dit rumoer? Daarop haastte de man zich en kwam het Eli vertellen. 15 Eli nu was een man van achtennegentig jaar, en zijn ogen waren star geworden, zodat hij niet meer zien kon. 16 En die man zei tegen Eli: Ik kom uit de gevechtslinie; vandaag nog ben ik uit de gevechtslinie gevlucht. Hij zei: Wat is er gebeurd, mijn zoon?
  • 39.
    17 Toen antwoorddede boodschapper en zei: Israël is voor de Filistijnen uit gevlucht, en ook is er een grote slachting onder het volk geweest. Bovendien zijn uw twee zonen, Hofni en Pinehas, gestorven en is de ark van God als buit meegenomen. 18 En het gebeurde, toen hij van de ark van God melding maakte, dat Eli achterover van de stoel viel, aan de kant van de poort, zijn nek brak en stierf; want de man was oud en zwaar. En hij had veertig jaar leiding gegeven aan Israël.
  • 40.
    19 En zijnschoondochter, de vrouw van Pinehas, was zwanger en zou baren. Toen zij het bericht hoorde dat de ark van God als buit meegenomen was en dat haar schoonvader en haar man gestorven waren, kromde zij zich en baarde, want haar weeën overvielen haar. 20 En omstreeks de tijd van haar sterven spraken de vrouwen die bij haar stonden: Wees niet bevreesd, want u hebt een zoon gebaard. Maar zij antwoordde niet en nam het niet ter harte.
  • 41.
    21 En zijnoemde het jongetje Ikabod, en zei: De eer is weggevoerd uit Israël. Dit zei ze, omdat de ark van God als buit meegenomen was, en vanwege haar schoonvader en haar man. 22 En zij zei: De eer is weggevoerd uit Israël, want de ark van God is als buit meegenomen.
  • 42.
    JdH 542 Wilt uvan zonde en schuld zijn verlost?
  • 43.
    Wilt u vanzonde en schuld zijn verlost? Daar's kracht in het bloed! Daar's kracht in het bloed! Weet, dat uw redding zoveel heeft gekost. Daar's kracht in het bloed van het Lam.
  • 44.
    Refrein: Daar is kracht,kracht, wonderbare kracht in het bloed van het Lam. Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht in het dierbaar bloed van het Lam.
  • 45.
    Satan gaat rond alseen briesende leeuw. Daar's kracht in het bloed! Daar's kracht in het bloed! Wilt u verlost zijn en witter dan sneeuw? Daar's kracht in het bloed van het Lam.
  • 46.
    Refrein: Daar is kracht,kracht, wonderbare kracht in het bloed van het Lam. Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht in het dierbaar bloed van het Lam.
  • 47.
    Komt dan totJezus, Hij stierf ook voor U. Daar's kracht in het bloed! Daar's kracht in het bloed! Hoort naar zijn woord en gelooft in Hem nu. Daar's kracht in het bloed van het Lam
  • 48.
    Refrein: Daar is kracht,kracht, wonderbare kracht in het bloed van het Lam. Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht in het dierbaar bloed van het Lam.
  • 49.
    Lezen Hebr. 12: 18 t/m 24
  • 50.
    Onze God iseen verterend vuur 18 Want u bent niet tot een tastbare berg genaderd, en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, 19 tot bazuingeschal en het geluid van woorden. Zij die dat hoorden, smeekten dat het woord niet meer tot hen gericht zou worden,
  • 51.
    20 want zijkonden wat hun bevolen werd niet verdragen: zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het gestenigd of met een pijl doorschoten worden. 21 En wat zij zagen was zo verschrikkelijk, dat Mozes zei: Ik ben zeer bevreesd en sta te beven. 22 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen,
  • 52.
    23 tot eenfeestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, 24 en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, en tot het bloed van de besprenging, dat van betere dingen spreekt dan dat van Abel.
  • 53.
    25 Let erdan op dat u Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt. 26 Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd: Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven.
  • 54.
    27 Dit ‘nogeenmaal’ duidt op de verandering van de dingen die kunnen wankelen als van dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die onwankelbaar zijn, zouden blijven. 28 Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied. 29 Want onze God is een verterend vuur.
  • 55.
  • 56.
    Opw 263 Er iseen Verlosser
  • 57.
    allen: Er is eenVerlosser (Opw 263) t. & m. M. Green; v. A. Muurling
  • 58.
    Er is eenVerlosser (Opw 263) t. & m. M. Green; v. A. Muurling
  • 59.
    Er is eenVerlosser (Opw 263) t. & m. M. Green; v. A. Muurling
  • 60.
    Er is eenVerlosser (Opw 263) t. & m. M. Green; v. A. Muurling
  • 61.
    Er is eenVerlosser (Opw 263) t. & m. M. Green; v. A. Muurling
  • 62.
  • 63.
    Collecte 1steArk Mission 2de eigen gemeente
  • 64.
    Opw 392 Mijn Jezusik hou van U
  • 65.
    allen: Mijn Jezus, ikhou van U (Opw 392) t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
  • 66.
    Mijn Jezus, ikhou van U (Opw 392) t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
  • 67.
    Mijn Jezus, ikhou van U (Opw 392) t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
  • 68.
    Mijn Jezus, ikhou van U (Opw 392) t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
  • 69.