Welkom
Voorganger dhr Pasterkamp
organist Joh de Vries
Thema: “De stem van God”
VDD JdH 82
Zouden wij ook eenmaal …
Zouden wij ook eenmaal komen,
waar de levensstroom ontspringt,
en aan d' altijd groene zomen,
Christus' Kerk Zijn lof steeds zingt?
Refrein:
Laat ons streven eens te komen,
aan de zilv'ren, zilv'ren stromen,
waar aan d' altijd groene zomen,
Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
Zalig, heerlijk zal 't ons wezen,
daar, verlost van zonde en pijn,
rein van alle smet genezen,
meer dan d' englen Gods te zijn
Refrein:
Laat ons streven eens te komen,
aan de zilv'ren, zilv'ren stromen,
waar aan d' altijd groene zomen,
Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
Laat ons in die hope leven;
God, Die ons haar vreugde biedt,
wil Zijn Geest als pand ons geven,
dat genade ons is geschied.
Refrein:
Laat ons streven eens te komen,
aan de zilv'ren, zilv'ren stromen,
waar aan d' altijd groene zomen,
Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
Haastig spoedt ons leven henen,
maar het uur breekt spoedig aan,
dat, van hemelglans omschenen,
saam voor Jezus' troon wij staan.
Refrein:
Laat ons streven eens te komen,
aan de zilv'ren, zilv'ren stromen,
waar aan d' altijd groene zomen,
Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
Welkom
Voorganger dhr Pasterkamp
organist Joh de Vries
Thema: “De stem van God”
P 42 -1
Even als een moede hinde
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 42 (LvdK) t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Stil gebed
Votum en groet
Ere zij de Vader en de Zoon
En de Heilige Geest,
Als in den beginne, nu en immer,
En van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen.
JdH 94
Heer ik kom tot U
Heer ik kom tot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
Heer ik kom tot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
Heer ik kom tot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
Heer ik kom tot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
Gebed
Maak een vrolijk geluid voor de Heer
ELB 462
Maak een vrolijk geluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Maak een vrolijk geluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Maak een vrolijk geluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Maak een vrolijk geluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Maak een vrolijk geluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Maak een vrolijk geluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Wij gaan,
Tot straks!!
Lezen Hand. 8 : 3 t/m 8 NBG
3 En Saulus verwoestte
de gemeente, en hij ging het ene
huis na het andere binnen en
sleurde mannen en vrouwen
mede, en hij leverde hen over in de
gevangenis.
4 Zij dan, die verstrooid werden,
trokken het land door,
het evangelie verkondigende.
5 En Filippus daalde af naar de stad
van Samaria en predikte hun
de Christus. 6 En toen de scharen
Filippus hoorden en tekenen zagen, die
hij deed, hielden zij zich eenparig aan
hetgeen door hem gezegd werd. 7 Want
van velen, die onreine geesten hadden,
gingen deze onder luid geroep uit en
vele verlamden en kreupelen werden
genezen; 8 en er kwam grote blijdschap
in die stad.
JdH 330 – 1
Leer mij Uw weg o Heer
Leer mij uw weg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
Leer mij uw weg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
Lezen Hand. 8 : 26 t/m 40 NBG
De kamerling uit Morenland
26 En een engel des Heren sprak tot
Filippus en zeide: Sta op en ga tegen de
middag de weg op, die van Jeruzalem
afdaalt naar Gaza. Deze is
eenzaam. 27 En hij stond op en ging. En
zie, een Ethiopiër, een kamerling, een
rijksgrote van Kandake,
de koningin der Ethiopiërs, haar
opperschatbewaarder, was naar
Jeruzalem gegaan om te aanbidden;
28 en hij was op de terugweg en las,
in zijn wagen gezeten,
de profeet Jesaja. 29 En de Geest
zeide tot Filippus: Treed toe en
voeg u bij deze wagen. 30 En
Filippus liep snel erheen en
hoorde hem
de profeet Jesaja lezen en zeide:
Verstaat gij wat gij leest? 31 En hij
zeide: Hoe zou ik dit kunnen, als
niet iemand mij de weg wijst?
En hij verzocht Filippus in te stappen
en naast hem te komen zitten. 32 En het
gedeelte van de Schrift, dat hij las, was
dit: Gelijk een schaap werd Hij ter
slachting geleid;
en gelijk een lam stemmeloos is
tegenover de scheerder,
zo doet Hij zijn mond niet open.
33 In de vernedering werd zijn oordeel
weggenomen:
wie zal zijn afkomst verhalen?
Want zijn leven wordt van de
aarde weggenomen.
34 En de kamerling antwoordde, en
zeide tot Filippus: Ik vraag u, van
wie zegt de profeet dit? Van
zichzelf of van iemand anders?
35 En Filippus opende zijn mond,
en uitgaande van dat schriftwoord,
predikte hij hem Jezus.
36 En terwijl zij onderweg waren,
kwamen zij bij een water, en de
kamerling zeide: Zie, daar is water; wat
is ertegen, dat ik gedoopt word? 37 [En
hij zeide: Indien gij van ganser harte
gelooft, is het geoorloofd. En hij
antwoordde en zeide: Ik geloof,
dat Jezus Christus de Zoon van
God is.] 38 En hij liet de wagen
stilhouden en beiden daalden af in het
water,
zowel Filippus als de kamerling,
en hij doopte hem. 39 En toen zij
uit het water gekomen waren, nam
de Geest des Heren Filippus weg
en de kamerling zag hem niet
meer, want hij ging zijn weg met
blijdschap. 40Maar Filippus bleek
te Asdod te zijn; en hij trok rond
om het evangelie te prediken aan
alle steden, totdat hij te Caesarea
kwam.
JdH 330 – 2, 4
Leer mij Uw weg o Heer
Leer mij uw weg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
Leer mij uw weg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
Leer mij uw weg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
Leer mij uw weg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
“De stem van God”
JdH 523 – 1, 3
Veilig in Jezus armen
Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
Gebed
Collecte
1ste Open Doors
2de eigen gemeente
JdH 945
Heer God U loven wij
Heer, God, U loven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
Heer, God, U loven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
Heer, God, U loven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
Heer, God, U loven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
Heer, God, U loven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
Zegen,
Aansluitend Opw 42
‘K stel mijn vertrouwen
’k Stel mijn vertrouwen (EL 188) t. & m. T. van Pageé
De stem van God

De stem van God

  • 1.
    Welkom Voorganger dhr Pasterkamp organistJoh de Vries Thema: “De stem van God”
  • 2.
    VDD JdH 82 Zoudenwij ook eenmaal …
  • 3.
    Zouden wij ookeenmaal komen, waar de levensstroom ontspringt, en aan d' altijd groene zomen, Christus' Kerk Zijn lof steeds zingt?
  • 4.
    Refrein: Laat ons streveneens te komen, aan de zilv'ren, zilv'ren stromen, waar aan d' altijd groene zomen, Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
  • 5.
    Zalig, heerlijk zal't ons wezen, daar, verlost van zonde en pijn, rein van alle smet genezen, meer dan d' englen Gods te zijn
  • 6.
    Refrein: Laat ons streveneens te komen, aan de zilv'ren, zilv'ren stromen, waar aan d' altijd groene zomen, Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
  • 7.
    Laat ons indie hope leven; God, Die ons haar vreugde biedt, wil Zijn Geest als pand ons geven, dat genade ons is geschied.
  • 8.
    Refrein: Laat ons streveneens te komen, aan de zilv'ren, zilv'ren stromen, waar aan d' altijd groene zomen, Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
  • 9.
    Haastig spoedt onsleven henen, maar het uur breekt spoedig aan, dat, van hemelglans omschenen, saam voor Jezus' troon wij staan.
  • 10.
    Refrein: Laat ons streveneens te komen, aan de zilv'ren, zilv'ren stromen, waar aan d' altijd groene zomen, Christus' Kerk 't Hosanna zingt.
  • 11.
    Welkom Voorganger dhr Pasterkamp organistJoh de Vries Thema: “De stem van God”
  • 12.
    P 42 -1 Evenals een moede hinde
  • 13.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 14.
    Psalm 42 (LvdK)t. J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 15.
    Stil gebed Votum engroet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  • 16.
    JdH 94 Heer ikkom tot U
  • 17.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 18.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 19.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 20.
    Heer ik komtot U (EL 302) t. J. Visser; m. G. Whelpton
  • 21.
  • 22.
    Maak een vrolijkgeluid voor de Heer ELB 462
  • 23.
    Maak een vrolijkgeluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 24.
    Maak een vrolijkgeluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 25.
    Maak een vrolijkgeluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 26.
    Maak een vrolijkgeluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 27.
    Maak een vrolijkgeluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 28.
    Maak een vrolijkgeluid voor de Heer (BvL 1.103) t. & m. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 29.
  • 30.
    Lezen Hand. 8: 3 t/m 8 NBG
  • 31.
    3 En Saulusverwoestte de gemeente, en hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mede, en hij leverde hen over in de gevangenis. 4 Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende.
  • 32.
    5 En Filippusdaalde af naar de stad van Samaria en predikte hun de Christus. 6 En toen de scharen Filippus hoorden en tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. 7 Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen; 8 en er kwam grote blijdschap in die stad.
  • 33.
    JdH 330 –1 Leer mij Uw weg o Heer
  • 34.
    Leer mij uwweg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
  • 35.
    Leer mij uwweg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
  • 36.
    Lezen Hand. 8: 26 t/m 40 NBG De kamerling uit Morenland
  • 37.
    26 En eenengel des Heren sprak tot Filippus en zeide: Sta op en ga tegen de middag de weg op, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza. Deze is eenzaam. 27 En hij stond op en ging. En zie, een Ethiopiër, een kamerling, een rijksgrote van Kandake, de koningin der Ethiopiërs, haar opperschatbewaarder, was naar Jeruzalem gegaan om te aanbidden;
  • 38.
    28 en hijwas op de terugweg en las, in zijn wagen gezeten, de profeet Jesaja. 29 En de Geest zeide tot Filippus: Treed toe en voeg u bij deze wagen. 30 En Filippus liep snel erheen en hoorde hem de profeet Jesaja lezen en zeide: Verstaat gij wat gij leest? 31 En hij zeide: Hoe zou ik dit kunnen, als niet iemand mij de weg wijst?
  • 39.
    En hij verzochtFilippus in te stappen en naast hem te komen zitten. 32 En het gedeelte van de Schrift, dat hij las, was dit: Gelijk een schaap werd Hij ter slachting geleid; en gelijk een lam stemmeloos is tegenover de scheerder, zo doet Hij zijn mond niet open. 33 In de vernedering werd zijn oordeel weggenomen: wie zal zijn afkomst verhalen?
  • 40.
    Want zijn levenwordt van de aarde weggenomen. 34 En de kamerling antwoordde, en zeide tot Filippus: Ik vraag u, van wie zegt de profeet dit? Van zichzelf of van iemand anders? 35 En Filippus opende zijn mond, en uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus.
  • 41.
    36 En terwijlzij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? 37 [En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.] 38 En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water,
  • 42.
    zowel Filippus alsde kamerling, en hij doopte hem. 39 En toen zij uit het water gekomen waren, nam de Geest des Heren Filippus weg en de kamerling zag hem niet meer, want hij ging zijn weg met blijdschap. 40Maar Filippus bleek te Asdod te zijn; en hij trok rond om het evangelie te prediken aan alle steden, totdat hij te Caesarea kwam.
  • 43.
    JdH 330 –2, 4 Leer mij Uw weg o Heer
  • 44.
    Leer mij uwweg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
  • 45.
    Leer mij uwweg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
  • 46.
    Leer mij uwweg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
  • 47.
    Leer mij uwweg (EL 185) t. J. de Heer; m. B. Mans / C. Ramsey
  • 48.
  • 49.
    JdH 523 –1, 3 Veilig in Jezus armen
  • 50.
    Veilig in Jezus’armen(EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  • 51.
    Veilig in Jezus’armen(EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  • 52.
    Veilig in Jezus’armen(EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  • 53.
    Veilig in Jezus’armen(EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  • 54.
    Veilig in Jezus’armen(EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  • 55.
    Veilig in Jezus’armen(EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  • 56.
  • 57.
  • 58.
    JdH 945 Heer GodU loven wij
  • 59.
    Heer, God, Uloven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
  • 60.
    Heer, God, Uloven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
  • 61.
    Heer, God, Uloven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
  • 62.
    Heer, God, Uloven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
  • 63.
    Heer, God, Uloven wij (EL 341) t. & m. E. Gebhardt
  • 64.
    Zegen, Aansluitend Opw 42 ‘Kstel mijn vertrouwen
  • 65.
    ’k Stel mijnvertrouwen (EL 188) t. & m. T. van Pageé