Surrealisme - prsentatie
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Surrealisme - prsentatie

on

  • 5,912 views

Presentatie over het Surrealisme

Presentatie over het Surrealisme

Statistics

Views

Total Views
5,912
Views on SlideShare
5,883
Embed Views
29

Actions

Likes
1
Downloads
27
Comments
0

4 Embeds 29

http://www.slideshare.net 23
https://www.itslearning.com 3
http://sintermeerten.itslearning.com 2
http://www.itslearning.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Surrealisme - prsentatie Presentation Transcript

  • 1. Surrealisme De wetten van het wonderbaarlijke
  • 2. Surrealisme
    • “ Zuiver psychisch automatisme, dat ten doel heeft, zowel in woord en geschrift het werkelijke gedachtenproces uit te drukken. Gedachten onttrokken aan elke controle door het verstand en onafhankelijk van elk esthetisch of moreel vooroordeel.’
    • Deze definitie van het Surrealisme is van Andr é Breton, de dichter/schrijver, die de vader van de surrealistische beweging wordt genoemd.
    • Oorspronkelijk is het surrealisme een literaire beweging, met grote invloed vanuit het Dadaïsme.
    • Breton studeerde tijdens de Eerste Wereldoorlog medicijnen en werkte in een psychiatrische kliniek. Daar leerde hij het werk van Sigmund Freud kennen, een psycho-analyticus die het gedrag van mensen toeschreef aan het onderbewuste. In dromen, hallucinaties en bij het ijlen werd de echte persoon zichtbaar .
  • 3.
    • In 1924, na een ‘periode van ontwaken’, had Breton in Parijs het bureau voor Surrealistisch onderzoek gesticht, het tijdschrift ‘La R évolution Surréaliste’ opgericht en een Surrealistisch Manifest gepubliceerd.Veel jonge schrijvers en schilders, veelal afkomstig uit Dada, sloten zich bij hem aan. Zij wilden in de nieuwe beweging taboes doorbreken, vooral op gebied van geweld en sexualiteit.
    • In 1925 is de eerste tentoonstelling van Surrealistische schilderijen, georganiseerd door Breton. Er was werk te zien van Miro, Max Ernst en Masson
    • Het was een bonte expositie: frottages, willekeurige collages van afval, abstracte minitieuse schilderijen, automatische tekeningen. Elke kunstenaar was vrij zijn vormen te kiezen
    • In een latere fase worden op bijna fotografische wijze absurde of niet bestaande situaties als hallucinaties en dromen in beeld gebracht.
    • Het lijken dromen, maar uiteindelijk zijn het door de schilder ‘geconstrueerde dromen’, waarin hij zijn verlangens, veelal sexueel, tot uiting bracht. Freud benadrukte in zijn psycho-analyse de sexualiteit als drijfveer voor het menselijk handelen.
  • 4. Max Ernst: Au rendez-vous des amis, 1922 Ernst beeldt in dit schilderij alle belangrijke personen af in de Surrealistische beweging.
  • 5. Max ernst: Vogels, vissen, slangen, 1919-20
    • Ernst zoekt naar technieken die het ‘wonderbaarlijke’ mogelijk maken. De frottage is zo’n techniek. Allerlei bestaande dingen, zoals bladeren, houtstructuren, worden onder een vel papier gelegd en vervolgens door ‘wrijving’ zichtbaar gemaakt. Dit schilderij gaat aan die techniek vooraf. De twee koppen van de vogel symboliseren de splitsing van het bewustzijn.
  • 6. Max Ernst: Europa na de regen II (detail), 1940-42
    • Dit schilderij staat geheel in het teken van metamorfose en ontbinding en met name van de ondergang van het door de oorlog verwoeste Europa.
    • De techniek heet ‘d é calcomanie’: afwisselend dik en dun opgebrachte verf wordt door een voorwerp platgedrukt, waardoor allerlei structuren ontstaan.
  • 7. Max Ernst: De olifant Celebes, 1921
    • Dit schilderij laat de vitaliteit van de dierlijke wereld zien. Ernst combineert in een beeld verschillende standpunten. Het naar het model van een Afrikaanse korenopslag gevormde lichaam van de olifant heeft een arm in de vorm van een slurf die in een stierekop eindigt. Het monster laat de angst van de mens zien die oog in oog staat met het onbekende.
  • 8. Max Ernst: De mensen zullen hiervan niets weten, 1923
    • Ernst tracht hier beeldende tekens te vinden voor de grenzeloze ruimte en het menselijke lot. Het laat het zichtbare en het onzichtbare zien, maar ook de mannelijke en vrouwelijke erotiek. Beide geslachten houden elkaar in evenwicht.
  • 9. Joan Mir ó: Het carnaval der harlekijns, 1924-25
    • Mir ó vertegen-
    • woordigt het mediterane, speelse levensgevoel. Door het surrealisme beschikt hij over een methode om beelden uit zijn kinderjaren te laten zien in zijn werk. Hierdoor kan hij volkskunst, primitivisme, Spaanse groteske en zijn eigen intuïtie onder een noemer brengen met surrealisme en erotische mystiek.
  • 10. Joan Mir ó: Hond, tegen de maan blaffend, 1926
    • In 1926 ontwierp Miró bontgevlekte kostuums voor het Russische ballet ‘Romeo en Julia’ van Diaghilev. De humoristische en bizarre compositie van dit schilderij doet sterk aan de sfeer van het theater denken.
  • 11. Joan Mir ó: Personnages en hond voor de zon, 1949
    • Volgens Mir ó is er tussen schilderkunst en poëzie geen verschil.De kunstenaar heeft nooit de bedoeling iets bepaalds te schilderen, maar gaat gewoon aan het werk. Automatisch ontstaan beelden en tekens waarmee telkens opnieuw andere verhalen verteld kunnen worden. Dit schilderij toont de rijke mogelijkheden van deze werkwijze.
  • 12. Joan Mir ó: Personen in de storm, 1949
    • Kleurvlakken en spontaan geschilderde figuren die in lange colonnes uit het niets opduiken en als marionetten in de ruimte zweven, betwisten elkaar het terrein. Menselijke en dierlijke wezens verdringen elkaar in een fantastisch landschap, alsof ze samen een spookachtige komedie opvoeren.
  • 13. Yves Tanguy: Het lint der uitersten, 1932
    • De verbeelding van Tanguy wordt gevoed door het Bretonse landschap waarin hij opgroeide. In zijn droomwerelden zijn de wijdse hoogvlakten van Bretagne, de onderwaterwereld aan de voet van de rotsen, de dingen die in de getijdestroom voorbijdrijven, te herkennen.
  • 14. Yves Tanguy: Duizendmaal, 1929
    • De ‘woestijnen’ en ‘onderzeese landschappen’ van Tanguy zijn dus geconcentreerde herinneringen, die als ‘landschappen van de ziel’ ervaren dienen te worden.
  • 15. Pablo Picasso: Het baden, 1937
    • Ook Picasso onderging tussen1926 en 1939 de invloed van het surrealisme. In deze periode laat hij enorme gedeformeerde vrouwengestalten zien in een aantal ‘Strandgezichten’. De beelden zijn geen droomgezichten, maar zijn fantastische verbeeldingen van een wereldbeschouwing die zijn symbolen ontleent aan de mythe van de stiermens Minotaurus.
  • 16. Salvador Dali: Atavistische ru ïnen na de regen, 1934
    • In 1929 trad Dali toe tot de Surrealistische beweging. Hij brengt een aantal nieuwe elementen in, die het Surrealisme weer in de belangstelling plaatste:
    • hij maakte met Bun ŭ el een Surrealistische film: Le Chien Andalou;
    • hij presenteerde zichzelf op een zeer opvallende manier;
    • hij gebruikte opvallend veel sexuele symbolen;
    • hij introduceerde de ‘parano ïsche kritische activiteit’.
  • 17. Salvador Dali: Weke constructie met gekookte bonen. Voorgevoel van de burgeroorlog, 1936
    • De ‘parano ïsche kritischeactiviteit’ heeft niets te maken met de medische wetenschap.Hij bedoelt hiermee het weergeven van twee voorstellingen in een beeld.
    • Dali bewerkt zijn neurotische voorstellingen tot een overzichtelijk en beheersbaar systeem om van zijn surreële ervaringen te kunnen genieten en ze in beelden te kunnen verheerlijken.
  • 18. Salvador Dali: De bekoring van de H.Antonius, 1946
    • In 1946 nam Dali deel aan een prijsvraag, uitgeschreven door een filmmaatschappij in Hollywood. Dit schilderij was zijn bijdrage. In een ontzaglijk, vanuit een bovenaards perspectief waargenomen ruimte, laat Dali het lijden van de heilige zien als hij geconfronteerd wordt met de aardse lusten. De schijnbaar na ïve enscenering is vol dubbelzinnige betekenissen.
  • 19. Salvador Dali:De brandende giraf, 1936-37
    • ‘ De brandende giraf’ is een nachtelijk visioen dat ons confronteert met tot marionetten verstarde vrouwenlichamen; zij belichamen de dood in het leven, zoals de vlammende giraf het plotseling opflakkeren van het visionaire inzicht symboliseert. Dali neemt zijn dromen letterlijk en vergeet geen enkel detail. Hij laat de droom zien in zo herkenbaar mogelijke symbolen en in een realistische weergave.
  • 20. Salvador Dali: De Christus van de H.Johannes van het Kruis, 1951
    • Dali besluit na 1950 zich volledig te wijden aan de klassieke schilderkunst, atoomtijdperk en spiritualisme. ‘In een geniale sprankeling van idee ën besloot ik mij op de schilderkunstige oplossing van de kwantumtheorie te storten en vond om de zwaartekracht te beheersen het ‘gekwantumde realisme’ uit.’
  • 21. Andr é Masson: Irokesisch landschap, 1942
    • Masson wil zijn droomervaringen zo direct en spontaan mogelijk in beelden vertalen. Met het realisme van Dali wilde hij niets te maken hebben. Hij blijft de methode van het automatisme gebruiken en hij ontdekt de techniek van de zandschildering. Het linnen wordt gedeeltelijk met een lijmlaag bedekt, daarop wordt zand gestrooid, dat alleen blijft plakken aan de met lijm bedekte delen. In de achterblijvende structuren ontdekt Masson zijn droombeelden.
  • 22. Andr é Masson: Het Labyrinth, 1938
    • Onder de druk van de crisissituatie in de jaren dertig wijdde hij zich aan het thema’Massacres’ (Bloedbaden) en maakt hij illustraties voor het tijdschrift ‘Minotaure’. In Labyrinth concentreert hij zich op de mythe van de Minotaurus, waarin het motief van de doolhof in aanraking wordt gebracht met allerlei ineengestrengelde beelden van verwoesting, dood en ontbinding. Het schilderij is een waarschuwing voor de bedreiging waaraan het in eigengemaakte kooien versmachtende mensengeslacht bloot staat.
  • 23. Ren é Magritte: Dubbel geheim, 1927
    • In een ultra-realistische stijl wil Magritte zich bezig houden met de problemen van de betrouwbaarheid van de zichtbare wereld. In een heldere ruimte bevinden zich slechts ten dele zichtbare figuren die op een onduidelijke manier met elkaar communiceren. In dit schilderij is de hoofdhuid van de rechtse vrouw vervangen door met klokjes gegarneerde textiel. De klokjes zijn waarschijnlijk jeugdherinneringen: de rinkelende bellen van de paarden in de straten van Brussel.
  • 24. Ren é Magritte: La condition humaine I, 1933
    • De kunst van Magritte kan gekarakteriseerd worden als een kunst die ‘het denken in beeld brengt en daardoor het mysterie van de ervaring zichtbaar maakt’. In dit schilderij blijk de waarneming van de zichtbare wereld niet te kloppen: het schilderij voor het raam neemt de plaats in van het landschap dat zichtbaar moet zijn door het venster. De werkelijkheid is in te ruilen voor een andere werkelijkheid.. De dingen zijn niet zoals ze lijken.
  • 25. Paul Delvaux: De rode stad, 1944
    • De motieven van Delvaux zijn eenzaamheid, narcistische vervreemding en geheime erotiek.
  • 26. Paul delvaux: De grote allee, 1964
    • De vrouw, meestal naakt, en altijd verstard bij het wachten, is alomtegenwoordig. Ze wacht in de klassieke wachtruimte van de wereld: stations of ru ïnen.
  • 27. Roberto Matta: Pijnloos lichtgeven, 1955
    • Uit dunne, met lappen op het doek overgebrachte kleursluiers,doemen mistige onduidelijke vormen op, die zowel vloeibaar, gasvormig als gekristalliseerd kunnen zijn. Driften, energie ën, gevoelens en visioenen tekenen zich af zonder vaste vorm aan te nemen
  • 28. Ernst Fuchs: Moses voor het brandende braambos, 1956
    • Ernst Fuchs behoort tot de groep schilders uit Wenen die hun eigenlijke leerschool doorliepen in het Kunsthistorische Museum en daar leerden van de schilders uit het Mani ërisme van de 16e eeuw. Hun schilderstechniek is precies. Ze willen inzicht krijgen in de oorsprong van spiritualiteit, natuur en religie.
  • 29. Rudolf Hausner: De ark van Odysseus, 1953-56
    • Hausner onderzoekt de gelaatstrekken van Adam, de eerste mythische mens, die hij in verband brengt met zijn eigen leven.