Met haar hand ondersteunend onder haar kin luistert Cleo
maar half naar wat haar docent Nederlands te vertellen heeft.
Ze onderdrukt een gaap, en wrijft in haar oog.
Onwillekeurig kijkt ze naar Pim, die de aantekening van het bord
overschrijft, en ondertussen met zijn vrienden kletst.
Ze kijkt in haar eigen schrift, dat er erg leeg uit ziet, en pakt
haar pen op.
Het laatste wat ze wil is ook nog is onvoldoendes gaan halen, en
dus begint ze te schrijven.
Ze schrikt op als de bel gaat, die het einde van de les betekent.
Ze heeft pas de helft van de aantekening overgeschreven, maar
meneer Plaatte veegt het bord al uit.
Met een zucht pakt ze haar boeken bij elkaar en stopt ze in
haar tas.
Nogmaals kijkt ze naar Pim, die met zijn rugzak over zijn
schouder het lokaal uit loopt.
Het klaslokaal is helemaal leeg als ze naar de deur loopt, maar
meneer Plaatte roept haar terug.
‘Cleo, ik zag dat je wat afwezig was deze les.’ Begint hij met een
frons op zijn gezicht en zijn pen in zijn hand.
‘Is er misschien iets aan de hand?’
Even kijkt ze hem aan, valt haar gedrag dan zo op?
Snel herstelt ze zich. ‘Nee hoor, ik heb een beetje slecht
geslapen vannacht.’ Verzint ze snel.
‘Oké, nou als er iets is, weet je me te vinden.’ Zegt hij met nog
steeds diezelfde frons.
‘Oké, dank u wel.’ Antwoord ze beleefd voor ze het lokaal uit
loopt.
Met een zucht ploft ze neer op één van de bankjes in de aula.
Snel haalt ze haar brood uit haar tas, en pakt haar wiskunde
boek.
‘Shit.’ Ze bijt op haar lip als ze ziet dat ze nog zo’n zeven
opdrachten moet maken.
Dat kan ze onmogelijk redden voor het volgende lesuur, ze
heeft maar twintig minuten pauze.
Kwaad stopt ze haar boek terug in haar tas, het frustreert haar
dat ze de oude Cleo niet meer is.
De oude Cleo, die altijd ruim op tijd haar huiswerk af had en
leerde voor toetsen.
En nu? Nu moest ze waarschijnlijk nog nablijven ook, omdat ze
het helemaal niet had gemaakt.
Drie lesuren later slentert ze naar het biologie lokaal.
Ze had geluk gehad, meneer de Dooiier had nét vandaag niet
gecontroleerd.
Ze ziet dat ze één van de eerste is die bij het lokaal aankomt, en
gaat op de verwarming zitten.
Hoelang ze er al zit, weet ze niet, maar opeens merkt ze dat al
haar klasgenoten om haar heen staan te kletsen.
Meneer Wessels opent de deur, en langzaam stroomt iedereen
het lokaal in.
Verveeld pakt Cleo haar boeken erbij. Dit is het laatste lesuur,
ze moet nu nog even volhouden.
Jammer genoeg denkt meneer Wessels daar anders over, en
begint één of andere saaie uitleg over een nieuw project, dat ze
in groepjes van twee moeten gaan doen.
Waar het over gaat weet ze eigenlijk niet, ze moet toegeven dat
ze nauwelijks luistert.
Ze klikt wat met haar pen, tot dat meneer Wessels opeens een
lijst tevoorschijn haalt.
Even kijkt Cleo om zich heen, maar iedereen kijkt
geconcentreerd naar de docent.
Ze neemt aan dat er iets belangrijks wordt aangekondigd, en
dus wacht ze vol spanning af.
‘Jullie mogen niet zelf groepjes maken..’ Begint meneer
Wessels, waarop er al meteen tegenspraak vanuit de klas
klinkt.
‘Hé! We weten allemaal dat dat veel te gezellig word.’ Zegt hij
met een strenge blik richting een aantal kinderen.
‘Dus, uit voorzorg heb ik groepjes gemaakt, en die zijn als
volgt.’
Cleo zucht zachtjes, ze heeft er een hekel aan als er groepjes
worden gemaakt.
Dan doet ze projecten nog liever alleen.
Meneer Wessels begint met het opnoemen van de groepjes, iets
wat eeuwen lijkt te duren.
‘Sjoerd gaat met Annamarie, Pim gaat met Cleo, Menno gaat
met Lori..’
Bij het horen van haar naam had ze even verbaasd opgekeken.
Er had gejoel uit de klas geklonken, maar eigenlijk had ze niet
gehoord met wie ze nou moest.
‘En dan blijven er dus twee over, Bart en Patrick, jullie gaan ook
samen.’
Even kijkt ze om, om te zien hoe Bart en Patrick elkaar een
high-five geven.
Ze rolt met haar ogen, hoe kan Wessels nou zelf groepjes
maken en dan toch Bart en Patrick samen zetten?
Lang staat ze er niet bij stil, want de bel klinkt, en nog eerder
als alle anderen heeft ze haar boeken in haar tas gestopt.
Weekend, eindelijk.
Snel loopt ze het lokaal uit, en gaat richting de kapstok.
Als ze snel was kon ze de drukte bij de fietsen misschien nog
voorkomen.
‘Cleo! Cleo wacht even!’ Hijgend komt Pim achter haar
aangerend.
‘Wat?’ Verbaasd kijkt ze hem aan.
‘Het project..?’ Zegt hij alsof dat alles duidelijk moet maken.
‘Hoe gaan we dat doen?’ Voegt hij er vragend aan toe als ze
hem onbegrijpend aan blijft kijken.
Dan lijkt het kwartje te vallen, ze moest dus samen met Pim.
Fijn.
‘Ehm, ik..’ Begint ze hakkelend.
‘Nouja, het hoeft nog lang niet af, we bespreken maandag wel
verder.’ Zegt Pim snel als hij een paar klasgenoten
veelbetekenende blikken op hem en Cleo ziet werpen.
‘Is goed.’ Antwoord ze zachtjes als ze zijn blik volgt en merkt
dat hij zich voor haar schaamt.
‘Dan zie ik je maandag, fijn weekend Cleo!’
Voor ze hem hetzelfde kan wensen is hij de gang al uitgerend,
achter zijn vrienden aan.
Tw iwit 10

Tw iwit 10

  • 2.
    Met haar handondersteunend onder haar kin luistert Cleo maar half naar wat haar docent Nederlands te vertellen heeft. Ze onderdrukt een gaap, en wrijft in haar oog.
  • 3.
    Onwillekeurig kijkt zenaar Pim, die de aantekening van het bord overschrijft, en ondertussen met zijn vrienden kletst. Ze kijkt in haar eigen schrift, dat er erg leeg uit ziet, en pakt haar pen op.
  • 4.
    Het laatste watze wil is ook nog is onvoldoendes gaan halen, en dus begint ze te schrijven. Ze schrikt op als de bel gaat, die het einde van de les betekent.
  • 5.
    Ze heeft pasde helft van de aantekening overgeschreven, maar meneer Plaatte veegt het bord al uit. Met een zucht pakt ze haar boeken bij elkaar en stopt ze in haar tas.
  • 6.
    Nogmaals kijkt zenaar Pim, die met zijn rugzak over zijn schouder het lokaal uit loopt. Het klaslokaal is helemaal leeg als ze naar de deur loopt, maar meneer Plaatte roept haar terug.
  • 7.
    ‘Cleo, ik zagdat je wat afwezig was deze les.’ Begint hij met een frons op zijn gezicht en zijn pen in zijn hand. ‘Is er misschien iets aan de hand?’
  • 8.
    Even kijkt zehem aan, valt haar gedrag dan zo op? Snel herstelt ze zich. ‘Nee hoor, ik heb een beetje slecht geslapen vannacht.’ Verzint ze snel.
  • 9.
    ‘Oké, nou alser iets is, weet je me te vinden.’ Zegt hij met nog steeds diezelfde frons. ‘Oké, dank u wel.’ Antwoord ze beleefd voor ze het lokaal uit loopt.
  • 10.
    Met een zuchtploft ze neer op één van de bankjes in de aula. Snel haalt ze haar brood uit haar tas, en pakt haar wiskunde boek.
  • 11.
    ‘Shit.’ Ze bijtop haar lip als ze ziet dat ze nog zo’n zeven opdrachten moet maken. Dat kan ze onmogelijk redden voor het volgende lesuur, ze heeft maar twintig minuten pauze.
  • 12.
    Kwaad stopt zehaar boek terug in haar tas, het frustreert haar dat ze de oude Cleo niet meer is. De oude Cleo, die altijd ruim op tijd haar huiswerk af had en leerde voor toetsen.
  • 13.
    En nu? Numoest ze waarschijnlijk nog nablijven ook, omdat ze het helemaal niet had gemaakt.
  • 14.
    Drie lesuren laterslentert ze naar het biologie lokaal. Ze had geluk gehad, meneer de Dooiier had nét vandaag niet gecontroleerd.
  • 15.
    Ze ziet datze één van de eerste is die bij het lokaal aankomt, en gaat op de verwarming zitten. Hoelang ze er al zit, weet ze niet, maar opeens merkt ze dat al haar klasgenoten om haar heen staan te kletsen.
  • 16.
    Meneer Wessels opentde deur, en langzaam stroomt iedereen het lokaal in. Verveeld pakt Cleo haar boeken erbij. Dit is het laatste lesuur, ze moet nu nog even volhouden.
  • 17.
    Jammer genoeg denktmeneer Wessels daar anders over, en begint één of andere saaie uitleg over een nieuw project, dat ze in groepjes van twee moeten gaan doen.
  • 18.
    Waar het overgaat weet ze eigenlijk niet, ze moet toegeven dat ze nauwelijks luistert. Ze klikt wat met haar pen, tot dat meneer Wessels opeens een lijst tevoorschijn haalt.
  • 19.
    Even kijkt Cleoom zich heen, maar iedereen kijkt geconcentreerd naar de docent. Ze neemt aan dat er iets belangrijks wordt aangekondigd, en dus wacht ze vol spanning af.
  • 20.
    ‘Jullie mogen nietzelf groepjes maken..’ Begint meneer Wessels, waarop er al meteen tegenspraak vanuit de klas klinkt.
  • 21.
    ‘Hé! We wetenallemaal dat dat veel te gezellig word.’ Zegt hij met een strenge blik richting een aantal kinderen. ‘Dus, uit voorzorg heb ik groepjes gemaakt, en die zijn als volgt.’
  • 22.
    Cleo zucht zachtjes,ze heeft er een hekel aan als er groepjes worden gemaakt. Dan doet ze projecten nog liever alleen.
  • 23.
    Meneer Wessels begintmet het opnoemen van de groepjes, iets wat eeuwen lijkt te duren. ‘Sjoerd gaat met Annamarie, Pim gaat met Cleo, Menno gaat met Lori..’
  • 24.
    Bij het horenvan haar naam had ze even verbaasd opgekeken. Er had gejoel uit de klas geklonken, maar eigenlijk had ze niet gehoord met wie ze nou moest.
  • 25.
    ‘En dan blijvener dus twee over, Bart en Patrick, jullie gaan ook samen.’ Even kijkt ze om, om te zien hoe Bart en Patrick elkaar een high-five geven.
  • 26.
    Ze rolt methaar ogen, hoe kan Wessels nou zelf groepjes maken en dan toch Bart en Patrick samen zetten? Lang staat ze er niet bij stil, want de bel klinkt, en nog eerder als alle anderen heeft ze haar boeken in haar tas gestopt.
  • 27.
    Weekend, eindelijk. Snel looptze het lokaal uit, en gaat richting de kapstok. Als ze snel was kon ze de drukte bij de fietsen misschien nog voorkomen.
  • 28.
    ‘Cleo! Cleo wachteven!’ Hijgend komt Pim achter haar aangerend. ‘Wat?’ Verbaasd kijkt ze hem aan.
  • 29.
    ‘Het project..?’ Zegthij alsof dat alles duidelijk moet maken. ‘Hoe gaan we dat doen?’ Voegt hij er vragend aan toe als ze hem onbegrijpend aan blijft kijken.
  • 30.
    Dan lijkt hetkwartje te vallen, ze moest dus samen met Pim. Fijn. ‘Ehm, ik..’ Begint ze hakkelend.
  • 31.
    ‘Nouja, het hoeftnog lang niet af, we bespreken maandag wel verder.’ Zegt Pim snel als hij een paar klasgenoten veelbetekenende blikken op hem en Cleo ziet werpen.
  • 32.
    ‘Is goed.’ Antwoordze zachtjes als ze zijn blik volgt en merkt dat hij zich voor haar schaamt. ‘Dan zie ik je maandag, fijn weekend Cleo!’
  • 33.
    Voor ze hemhetzelfde kan wensen is hij de gang al uitgerend, achter zijn vrienden aan.