BEAUTY LEVEL BASICS 2
HOOFDSTUK 15
HUIDAANDOENINGEN
LEERDOELENLEERDOELEN
 Betekenis, herkennen en effect van huidaandoeningen;
 Kenmerken en oorzaken:
- Huidaandoeningen;
- Fysisch;
- Huidwoekeringen;
- Risicovolle behandelingen en indicaties en
contra-indicaties.
LESINHOUDLESINHOUD
Huidaandoeningen
Bacteriën
Schimmels/ dermatomycose;
Virussen;
Parasieten;
Fysisch
Allergieën;
Kenmerken van verbranding en bevriezing;
Letsel/ trauma;
Wond;
Litteken;
Erythema traumaticum;
Stoornis in de stofwisseling;
Huidwoekeringen
Kenmerken en voorbeelden van benigne tumoren;
Voorbeelden en kenmerken van maligne tumoren;
Risicovolle behandelingen en indicaties en contra- indicaties 
De grenzen van het eigen vakgebied;
Indicaties voor de behandeling;
Contra- indicaties voor de behandeling;
Relatieve contra-indicaties voor de behandeling.
HUIDAANDOENINGENHUIDAANDOENINGEN
VEROORZAAKT DOOR MICRO-VEROORZAAKT DOOR MICRO-
ORGANISMENORGANISMEN
Micro-organismen:
 Bacteriën;
 Schimmels;
 Gisten;
 Virussen.
 Micro-organismen die een ziekte kunnen veroorzaken
noemen we pathogeen.
 Nuttige micro- organismen noemen we commensalen.
MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH
 Bacteriën;
 Schimmels/ dermatomycose;
 Virussen;
 Parasieten.
MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH
Bacteriën
 Eencellige organismen;
 Planten zich voort d.m.v.
celdeling;
 Ze hebben een celdeling en
stofwisseling;
 Bacteriën leven het best bij een
temperatuur tussen de 20 en 40
graad Celsius;
 De afvalstoffen, de toxinen, die
bacteriën afscheiden bepalen
het ziekteverwekkende vermogen
van de bacterie.
MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH
Bacteriën
 Ontstoken haarzakje/ folliculitis;
 Steenpuist/ furunkel;
 Zweetklierabces/ zweetklierontsteking/
hidradenitis;
 Strontje/ hordeolum;
 Lipontsteking/ cheilitis;
 Smetuitslag/ intertrigo;
 Mondhoekontsteking/ angulus infectiosus;
 Seksueel overdraag aandoeningen (SOA):
Chlamydia;
Gonorroe;
Syfilis/ lues.
BACTERIËNBACTERIËN
Ontstoken haarzakje/
folliculitis
 Ontsteking van het haarzakje;
 Rondom het haar ontstaat een puist;
 Veroorzaakt door de stafylococcus aureus;
 Genezing meestal spontaan;
 Behandeling: antibiotica.
BACTERIËNBACTERIËN
Steenpuist/ furunkel
 Diepere ontsteking van het
gehele haarzakje;
 Veroorzaakt door de
stafylococcus aures;
 Kan gepaard gaan met
allerlei ziekteverschijnselen;
 Behandeling:
- Huidverweken, trekzalf;
- Insnijding huisarts;
 Zeer besmettelijk!
BACTERIËNBACTERIËN
Zweetklierabces/
zweetklierontsteking/
hidradenitis
 Zwelling van de zweetklieren;
 Ettervorming;
 Pijnlijke, harde, rode knobbels
die etter afscheiden;
 Komen vooral voor in de oksels.
 Bacteriën, hormonen en aanleg
kunnen een rol spelen;
 Behandeling:
- Hygiëne;
- Medicijnen.
BACTERIËNBACTERIËN
Strontje/ hordeolum
 Etterige ontsteking van de
smeerklieren van de oogharen;
 Veroorzaakt door de stafylococcus
aures;
 Behandeling:
- Antibiotica-oogdruppels.
BACTERIËNBACTERIËN
Lipontsteking/ cheilitis
 Ontstaat door droge
lippen of veel speeksel in
de mondhoeken;
 Scheurtjes in de mondhoeken;
 Gelige korst kan wijzen op een
infectie met een huidbacterie;
 Behandeling:
- Antibiotica zalf.
BACTERIËNBACTERIËN
Smetuitslag/ intertrigo
 Rode vochtige vlekken in
de lichaamsplooien;
 Bacteriën, schimmels en gisten
kunnen zich hier nestelen;
 Candida gist is vaak de
veroorzaker;
 Behandelen met corticosteroïde
crème.
 Gistinfecties met een
antischimmelmiddel;
 Bacteriële infecties met
antibacteriële crème.
BACTERIËNBACTERIËN
Mondhoekontsteking/
angulus infectiosus
 Kloofjes, vlekjes en korstjes
aan de mondhoeken;
 Bij kinderen veroorzaakt
door streptokokken;
 Bij volwassenen door
schimmels.
BACTERIËNBACTERIËN
Seksueel overdraag
aandoening (SOA)
 Bacterie die zich nestelt in
de slijmvliezen van de
geslachtsdelen (vagina,
penis, anus);
 Ontsteking kan ontstaan van
de baarmoedermond, de
plasbuis en de anus;
 Goed te behandelen met
antibioticakuur.
Chlamydia
https://www.sense.info/soas/soorten-soas/chlamydia
BACTERIËNBACTERIËN
Seksueel overdraag
aandoening (SOA)
 Bacteriën kunnen zich
nestelen in de vagina,
penis, anus, keel en ogen;
 Kan overgedragen
worden zonder penetratie;
 Vrouwen krijgen extra
vaginale afscheiding die
vreemd kan ruiken;
 Kan leiden tot
onvruchtbaarheid bij de
vrouw;
 Pijnlijke plasbuis;
 Behandelen met antibiotica.
Gonorroe (‘druiper’)
https://www.sense.info/soas/soorten-
soas/gonorroe
BACTERIËNBACTERIËN
Seksueel overdraag
aandoening (SOA)
 Veroorzaakt door een
spiraalvormige bacterie.
Stadium 1: zweertjes op de
plaats van besmetting.
Stadium 2: vlekken op
lichaam, ziek, voelen
oogklachten, wratjes in de
buurt van de geslachtsdelen.
Stadium 3: sluimerfase, die
langzaam je organen,
zenuwstelsel en botten aantast.
Syfilis/ lues
https://www.sense.info/soas/soorten-so
MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH
Schimmels/
dermatomycosen
 Schimmels aan de voet/ zwemmerseczeem/
tinea pedis;
 Schimmel aan de hand/ tinea manis;
 Schimmel op het lichaam/ ringworm/
tinea corporis;
 Gist/ candida albicans;
 Mondhoekontsteking/ angulus infectiosus.
MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH
Schimmels/
dermatomycosen
 Schimmels zijn meercellige
organismen;
 Gisten zijn eencellige
organismen;
 Laten sporen achter op de
huid, deze bevatten al het
erfelijke materiaal;
 Zeer besmettelijk;
 Kunnen overleven in de
meest ongunstigste
omstandigheden.
SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN
Schimmel aan de voet/
zwemmerseczeem/
tinea pedis
 Infectie met een schimmelsoort die de
menselijk huid kan infecteren;
 Schimmels voeden zich met materiaal van
de hoornlaag.
 Kenmerken:
- Schilfering;
- Kloofjes tussen de tenen;
- Jeukende blaasjes.
 Behandeling met schimmeldodende crème.
SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN
Schimmel aan de hand/
tinea manis
 Kenmerken:
- Eeltvorming;
- Schilfering;
- Roodheid;
- Pijnlijke kloofjes.
 Behandeling met schimmeldodende
crème.
SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN
Schimmel op het lichaam/
ringworm/ tinea corporis
 Schimmels in de hoornlaag, die de
haarzakjes binnen kunnen dringen;
 Kenmerken: jeuk of een brandigere
sensatie;
 Behandeling met schimmeldodende
crème.
SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN
Gist/ candida albicans
 Komt van nature op het
menselijk lichaam voor;
 Gist voelt zich meest prettig
in een warme en vochtige
omgeving;
 Huidklachten ontstaan
doordat Candida kan
doordringen tot in de huid
of de slijmvliezen;
 Behandeling met
schimmeldodende crème.
SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN
Mondhoekontsteking/
angulus infectiosus
 Kloofjes, vlekjes en korstjes aan de
mondhoeken;
 Huid is rood en soms ook wit en zacht;
 Jeuk en/of pijn;
 Wittig beslag wijst op een gist infectie.
MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH
Virussen
 Het bevat een hoeveelheid erfelijk materiaal
(DNA);
 Afgesloten door een omhulsel, eiwit;
 Is afhankelijk van zijn gastheer;
 Dringen de cel binnen en nemen alle functies
over en gebruiken de cel om nieuwe virussen
te maken;
 De cel breekt open, de virussen komen vrij en
nemen nieuwe cellen over;
 Moeilijk te bestrijden en blijven vaak in het
MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH
Virussen
 Gordelroos/ herpes zoster;
 Koortslip/ herpes simplex;
 Gewone wratten/ verrucae vulgaris;
 Weke wratachtige gezwelletjes/
molluscum contagiosum;
 Leverontsteking/ hepatitis A, B, C;
 Menselijk immuun deficiëntievirus/ HIV;
- Aids.
VIRUSSENVIRUSSEN
Gordelroos/ herpes zoster
 Krijg je van het virus dat ook waterpokken
veroorzaakt;
 Het waterpokkenvirus trekt zich terug in
een zenuwcellen in het ruggenmerg en bij
verzwakte weerstand kan dit gordelroos
veroorzaken;
 Op plaatsen waar zenuwbanen lopen;
 Rood, pijnlijk en blaasjes gevuld met
troebel vocht.
VIRUSSENVIRUSSEN
Koortslip/ herpes simplex
 Besmettelijk tijdens het
blaasjesstadium;
 Na indroging geen
besmettingsgevaar meer;
 Gevoeligheid voor
koortsblaasjes blijft bestaan;
 Zon en zonnebank verlaagt
de weerstand en kan
koortsblaasjes opwekken.
VIRUSSENVIRUSSEN
Gewone wratten/
verrucae vulgaris
 Verheven, bloemkoolachtige
vast aanvoelende uitgroeisels
van de huid;
 Kenmerken:
- Rond;
- Scherp begrensd;
- Scherp verhoornd.
 Vooral aan handen, maar ook
ellebogen, knieën en gezicht;
 Genezen vaak vanzelf binnen 2
tot 3 jaar;
 Arts: aanstippen, bevriezen,
wegbranden en uitlepelen.
VIRUSSENVIRUSSEN
Weke wratachtige gezwelletjes/
molluscum contagiosum
 Vooral bij kleine kinderen
en jong volwassenen;
 Half bolvormige,
huidkleurige bultjes zijn
doorschijnend of wit;
 Vooral op de romp, armen
en benen;
 Genezen vaak vanzelf
binnen 2 tot 3 jaar;
 Arts: aanstippen, bevriezen,
wegbranden en uitlepelen.
VIRUSSENVIRUSSEN
Leverontsteking/ hepatitis A, B, C
 Overdraagbaar door seks en bloed/bloed contact;
 Het dringt de slijmvliezen binnen en komt zo in de
bloedbaan terecht en vestigt zich in de lever;
 Het lichaam kan binnen een half jaar het virus te baas
zijn en immuun worden;
 Het kan ook chronisch aanwezig blijven, dan blijf je altijd
besmettelijk voor anderen.
 Symptomen: moeheid, koorts, spier- en
gewrichtspijnen, misselijkheid en buikpijn, terwijl
kleurverandering van urine, ontlasting, ogen en
huid kunnen optreden;
VIRUSSENVIRUSSEN
Leverontsteking/
hepatitis A
 Wordt veelal overgedragen door
uitwerpselen en door eten en water
wat besmet is met menselijk afval;
 Twee tot zes weken na infectie breekt
de ziekte uit;
 Hepatitis vaccinatie, biedt 15 jaar
bescherming.
https://www.youtube.com/watch?v=HW6QQKj_f-k
VIRUSSENVIRUSSEN
Leverontsteking/
hepatitis B
 Besmetting verloopt via speeksel, bloed of
bloedproducten en via seksueel verkeer;
 Kan ook overgedragen worden van
moeder op ongeboren baby;
 Meestal geneest de ziekte wel, maar
soms ontstaat een chronische vorm;
 Na genezing kan de drager van het
virus nog andere mensen besmetten.
https://www.youtube.com/watch?v=WXGGBnDMJ5c
https://www.youtube.com/watch?v=ng22Ucr33aw
VIRUSSENVIRUSSEN
Leverontsteking/
hepatitis C
 Besmetting verloopt via bloed;
 Veroorzaakt in eerste instantie een
(meestal ongemerkte) acute infectie;
 Chronische variant blijft sluimerend
aanwezig, zonder ziekteverschijnselen;
 Na genezing kan de drager van het
virus nog andere mensen besmetten.
https://www.youtube.com/watch?v=VNe0SJnWckQ
MENSELIJK IMMUUN DEFICIËNTIEVIRUS/MENSELIJK IMMUUN DEFICIËNTIEVIRUS/
HIVHIV
AIDS
 Breekt afweersysteem af;
 Virus zit in het bloed, sperma, voorvocht,
vaginaal vocht en moedermelk;
 Hiv-virus is seropositief;
 Behandeling: hiv-remmers
Je spreekt van aids als het afweersysteem
niet meer opgewassen is tegen virussen en
bacteriën;
https://www.youtube.com/watch?v=0PaGgjZIcQQ
https://www.soaaids.nl/nl/soas/veel-voorkomende-soas/hiv
Net besmet: Gevorderde HIV- infectie:
Koorts Vermoeidheid
Algehele malaise Gewichtsverlies
Huiduitslag Koorts
  Nachtzweten
  Diarree
  Kortademigheid
  Huiduitslag
Verschijnselen
PARASIETENPARASIETEN
 Schurft/ scabiës;
 Luis;
 Teek (ziekte van Lyme).
PARASIETENPARASIETEN
Schurft/ scabiës
 Besmetting door intiem contact;
 Kleine spinachtige beestjes, die in de
huid gangetjes graven en daar eitjes leggen; 
 Sterk jeukende huiduitslag met puistjes;
 Behandeling met medicijnen.
PARASIETENPARASIETEN
Luis
 Hoofdluis komt vooral bij kinderen voor;
 Vrouwelijke luis legt eitjes (neten);
 Neten zijn witte puntjes die aan het haar
vastkleven;
 Luis voedt zich door een beet in de
hoofdhuid;
 Hevige jeuk;
 Behandelen met speciale
shampoos/ lotions.
PARASIETENPARASIETEN
Teek
 Bijten zich vast in de huid en leven
van het bloed van de gastheer.
Ziekte van lyme
 Via de beet van een besmette teek;
 Symptomen:
- Verkleuring van de huid op de plek
van de tekenbeet;
- Koorts;
- Gewrichtsklachten, huidklachten,
zenuwklachten of hartklachten.
 Behandelen met antibiotica.
FYSISCHFYSISCH
 Allergie;
 Kenmerken verbranding/ bevriezing;
 Letsel/ trauma;
 Stoornis in de stofwisseling.
ALLERGIEËNALLERGIEËN
 Eczeem;
- Constitutioneel eczeem;
- Contacteczeem/ ortho-ergisch;
- Fyto-/ fotodermatitis;
 Berlock dermatitis;
 Oedeem van Quincke;
 Netelroos/galbulten/urticaria;
 Lipontsteking/cheilitis;
ALLERGIEALLERGIE
Eczeem
 Constitutioneel eczeem;
 Contacteczeem/ ortho- ergisch;
 Fyto-/ fotodermatitis;
 Berlock dermatitis;
 Oedeem van Quincke;
 Netelroos/ galbulten/ urticaria;
 Lipontsteking/ cheilitis.
ECZEEMECZEEM
 Ontstekingsreactie van de huid;
 Varianten:
 Droog en gesloten;
 Open en nattend, gevoelig voor infecties;
 Niet besmettelijk!
ECZEEMECZEEM
Constitutioneel eczeem
 Aangeboren vorm van eczeem;
 Komt vaak voor in combinatie met
andere allergische aandoeningen
zoals astma en hooikoorts;
 Jeukende huiduitslag met roodheid,
zwelling, schilfers, bultjes, blaasjes,
kloofjes, korstjes;
 Vaak voor 1e
levensjaar, maar kan ook
op latere leeftijd verschijnen;
 Allergietest;
 Hormoon crème met corticosteroïden.
ECZEEMECZEEM
Contacteczeem/ ortho-ergisch
 Reactie van de huid op een stof die van
buitenaf de huid binnendringt.
Ortho-ergisch contacteczeem:
 Reactie van de huid op irriterende of
giftige stof;
 Kan bij iedereen voorkomen.
Allergisch contacteczeem:
 Huidreactie als gevolg van een allergie
voor een bepaalde stof;
 Afweersysteem maakt antistoffen tegen
die
bepaalde stof ontstaat contactallergie;
 Reactie op: nikkel, cosmetica, geurstoffen,
ECZEEMECZEEM
Contacteczeem/ ortho-ergisch
 Allergie test;
 Behandeling:
 Hormoon crème met
corticosteroïden;
 Teerzalf;
 Anti-jeukmedicijnen met
antihistaminica.
ALLERGIEALLERGIE
 Overgevoeligheidsreactie kan eenmalig zijn;
 Allergie gaat niet meer over;
 Reactie van het afweersysteem op stoffen van buiten het
lichaam die normaal niet tot een dergelijke reactie leiden;
 Het lichaam maakt antistoffen pas aan nadat iemand een
aantal keer in contact is geweest met de stof in kwestie.
ALLERGIEALLERGIE
Fyto-/ fotodermatitis
 Berlock dermatitis;
 Oedeem van Quincke;
 Netelroos/ galbulten/ urticaria;
 Lipontsteking/ cheilitis.
FYTO-/ FOTODERMATITIS
Berlock dermatitis
 Huidontsteking in de vorm van
grillige pigment vlekken;
 Veroorzaakt door een etherische
oliën in combinatie met zonlicht;
 De meest bekende is bergamot
(citrusgeur);
 Goede SPF gebruiken;
 Laser wordt afgeraden.
FYTO-/ FOTODERMATITIS
Oedeem van Quincke
 Dieper in de huid gelegen haarvaatjes
lekken → lekkage van vocht in weefsel;
 Grotere omvang dan netelroos;
 Veroorzaakt door: medicijnen, voeding,
dranken, etc;
 Treden vooral op aan de oogleden,
wangen, lippen en handruggen;
 Verwijzing naar arts;
 Behandeling:
Antihistaminica;
Corticosteroïden.
FYTO-/ FOTODERMATITIS
Netelroos/ galbulten/ urticaria
 Als reactie op een stof verwijden de
haarvaten in de huid en gaan lekken;
 Histamine verwijdt de haarvaatjes en
veroorzaakt jeuk;
 Heftig jeukende bulten;
 Prikkels: medicijnen, planten (brandnetel),
insectenbeten, cosmetica, ingeademde stoffen.
FYTO-/ FOTODERMATITIS
Lipontsteking/ cheilitis
 Ontstaat door droge lippen of veel
speeksel in de mondhoeken;
 Scheurtjes in de mondhoeken;
 Allergische reactie op bijvoorbeeld
lippenstift, tandpaste, nikkelallergie.
KENMERKEN VERBRANDING/KENMERKEN VERBRANDING/
BEVRIEZINGBEVRIEZING
 Eerstegraads (roodheid/ erythema);
 Tweedegraads (blaarvorming/ bulla);
 Derdegraads (weefselversterf/ necrose);
 Vierdegraads (verkoling);
 Veel voorkomende
 Zonnebrand/ erythema solare;
 Roodheid (of wit) door hitte of bevriezing/
erythema
caloricum.
 Behandeling.
KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING
 Brandwond: gedeeltelijke of een volledige beschadiging van
de huid.
 Bij verbranding verliest de huid een deel van haar vitale
functies:
- Warmteverlies;
- Vochtverlies;
- Infectiegevaar.
 Oorzaken:
- Zonverbranding;
- Hete vloeistofverbranding;
- Contactverbranding;
- Vuur / vlamverbranding;
- Verbranding door elektriciteit;
- Chemische verbranding.
KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING
Eerstegraads
 Ontstaat wanneer je bijvoorbeeld te lang
onbeschermd in de zon hebt gezeten;
 Geen brandwond, maar een verbranding;
 Vergelijk het met een ontstekingsreactie;
 Na enkele dagen gaat het over.
Kenmerken eerstegraads verbranding:
 Geen wond, dus de huid is niet stuk;
 Soms wat opgezwollen;
 Rood en/of roze;
 Droog;
 Prikkelend tot pijnlijk.
KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING
Eerstegraads
Wat kunt u doen bij een eerstegraads
verbranding?
 Koel ongeveer 10 minuten met lauw, zacht
stromend water. Koel alleen de verbrande
lichaamsdelen.
Verzorg de huid met niet-geparfumeerde
crèmes, zoals bijvoorbeeld een niet-
geparfumeerde bodylotion.
 Aandachtspunten:
 Gebruik bij het reinigen geen zeep, reinigen met
water is voldoende;
 Zo nodig pijnstilling;
 Als er toch blaren ontstaan, ook na de tweede
dag, bel dan de huisarts.
KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING
Tweedegraads
 Kenmerken oppervlakkige tweedegraads
brandwond:
 De opperhuid is beschadigd tot in de lederhuid;
 Rood;
 Nat;
 Blaren;
 Pijnlijk;
 Voelt soepel.
Neem altijd contact op met de huisarts als de huid na een
verbranding kapot is of blaren vertoont!
KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING
Derdegraads
 Kenmerken derdegraads brandwond:
 Opperhuid en de lederhuid zijn
volledig beschadigd tot in het
onderhuids vetweefsel;
 Wit, beige tot donkerbruin;
 Droog, leerachtig;
 Nauwelijks pijnlijk;
 Stug.
Waarschuw bij (het vermoeden van) een derdegraads
brandwond ALTIJD een dokter!
KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING
Vierdegraads (verkoling)
 Niet alleen de huid maar ook bot- en spierweefsel vernietigd;
 Huid is verkoold, gekookt (bleek) of rauw;
 Vaak dienen in dit geval delen van het lichaam
geamputeerd te worden.
KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING
Behandeling
Eerste hulpregels:
1.Koel de wond +/- 10 minuten met lauw zacht stromend leidingwater;
2.Voorkom onderkoeling, koel alleen de wond;
3.Verwijder alleen de kleding die niet aan de wond kleeft;
4.Waarschuw altijd een eerst bij blaren, een aangetaste huid of
elektrische en chemische verbrandingen;
5.Smeer niets op een brandwond;
6.Bedek de wond met steriel verband of een schone doek;
7.Geef het slachtoffer geen eten of drinken;
8.Vervoer het slachtoffer zittend.
KENMERKEN BEVRIEZINGKENMERKEN BEVRIEZING
Bevriezing
 Eerstegraads bevriezing:
 Bleek grijze verkleuring;
 Stekende pijn.
 Tweedegraads bevriezing:
 Blaarvorming;
 Stekende pijn.
 Derdegraads bevriezing:
 Huid spierwit, voelt hard aan en is
gevoelloos;
 Weefsel sterft af en wordt zwart.
LETSEL/ TRAUMALETSEL/ TRAUMA
 Litteken(cicatrix)
 Hypertrofisch;
 Keloïd;
 Hypotrofisch.
 Erythema traumaticum
 Bloeduitstorting/ hematoom;
 Kneuzing;
 Plaatselijk letsel of irritatie.
LITTEKEN/ CICATRIXLITTEKEN/ CICATRIX
Hypertrofisch
 Rood, verdikt en verheven;
 Jeuk of zelfs pijn;
 Dezelfde grootte als oorspronkelijke
verwonding;
 Ontstaat binnen enkele weken
na verwonding;
 Kan spontaan genezen;
LITTEKEN/ CICATRIXLITTEKEN/ CICATRIX
Keloïd
 Ernstige woekering van littekenweefsel;
 Harde, gladde, glanzende, rode verhevenheid;
 Jeuken of zelfs pijnlijk;
 Keloïd komt veel voor mij een donkere
huid;
 Behandeling:
 Lokale injectie met corticosteroïden;
 Lasertherapie.
LITTEKEN/ CICATRIXLITTEKEN/ CICATRIX
Hypotrofisch
 Littekens onder het huidoppervlak;
 Kuiltje in de huid;
 Bijvoorbeeld: atrofische littekens,
acne littekens, waterpokken.
ERYTHEMA TRAUMATICUMERYTHEMA TRAUMATICUM
Bloeduitstorting/ hematoom
 Bloedvatbeschadiging in de huid;
 Huid zelf is niet beschadigd;
 Plaatselijke ophoping van gestold
bloed in het weefsel;
 Ontstaan vaak na een trauma;
 Verdwijnen weer vanzelf;
 Na trauma koude kompressen geven;
 Camoufleren.
ERYTHEMA TRAUMATICUMERYTHEMA TRAUMATICUM
Kneuzing
 Beschadiging van de weke delen tussen
huid en bot;
 Pijnlijke, gezwollen plek die later blauw
kan kleuren;
 Geneest meestal vanzelf;
 Behandeling:
 Koelen
STOORNIS IN DE STOFWISSELINGSTOORNIS IN DE STOFWISSELING
 Suikerziekte/ diabetes mellitus
 Type 1 en type 2:
 Complicaties;
 Doorbloedingsstoornissen aan de voeten;
 Ontstekingen.
 Xanthelasma.
SUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUSSUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUS
Type 1
 Alvleesklier maakt geen insuline aan.
 Afweersysteem vernielt de insuline
vormende
cellen.
 Hormoon insuline zorgt voor het omzetten
van suikers regelt de bloedsuikerspiegel.
 Behandeling:
 Insuline injecties;
 Insulinepomp.
 Huidproblemen door een verstoorde
bloedvoorziening slechte
wondgenezing.
 Hygiënisch werken.
SUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUSSUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUS
Type 2
 Alvleesklier maakt te weinig insuline aan;
 Ongevoeligheid voor insuline;
 Behandeling:
Medicijnen;
Voedings- en bewegingsadviezen;
Soms insuline spuiten;
 Oorzaken:
Overgewicht;
Weinig beweging;
Oudere leeftijd;
Erfelijke aanleg.
https://www.youtube.com/watch?v=qdQ5_ZZ1d_Y
SUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUSSUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUS
https://www.youtube.com/watch?v=bZ1j45RM5ZU
STOORNIS IN DE STOFWISSELINGSTOORNIS IN DE STOFWISSELING
Xanthelasma
 Bruingele huidwoekering;
 Ophoping van cholesterol in het
bindweefsel;
 Xanthomen kunnen wijzen op een
stoornis in de vetstofwisseling, de
lever
kan hierbij een rol spelen;
 Arts kan xanthomen verwijderen;
 Aanbeveling: een vetarm dieet.
HUIDWOEKERINGENHUIDWOEKERINGEN
 Benigme tumoren (goedaardig)
 Kenmerken
 Kapselvorming
 Langzame groei (in alle richtingen, expansief)
 Geen uitzaaiingen/ geen metastasen
 Voorbeelden
 Opperhuidgezwellen/ epitheelgezwellen
 Verruca vulgaris;
 Verruca senilis;
 Molluscum contagiosum.
 Bindweefselgezwellen
 Fibroom;
 Keloïd;
 Lipoom ;
 Xanthelasma.
BENIGME TUMORENBENIGME TUMOREN
 Groeien binnen een kapsel;
 Langzame groei in alle richtingen (expansief);
 Dringen niet door in omliggende organen of
weefsels;
 Veroorzaken geen uitzaaiingen (metastasen);
 Kunnen op verschillende plaatsen op de huid
voorkomen.
OPPERHUIDGEZWELLEN/OPPERHUIDGEZWELLEN/
EPITHEELGEZWELLENEPITHEELGEZWELLEN
Verrucae vulgaris
 Verheven, bloemkoolachtige
vast aanvoelende uitgroeisels
van de huid;
 Kenmerken:
- Rond;
- Scherp begrensd;
- Scherp verhoornd.
 Vooral aan handen, maar ook
ellebogen, knieën en gezicht;
 Genezen vaak vanzelf binnen 2
tot 3 jaar;
 Arts: aanstippen, bevriezen,
wegbranden en uitlepelen.
OPPERHUIDGEZWELLEN/OPPERHUIDGEZWELLEN/
EPITHEELGEZWELLENEPITHEELGEZWELLEN
Verruca senilis
 Ouderdomswrat;
 Nemen toe met de leeftijd;
 Verschillende vormen en kleuren;
 Geelbruin, grijsbruin plekje met een ruw
dik oppervlak;
 Niet besmettelijk;
 Behandeling:
Afschrapen;
 Bevriezen;
 Wegbranden;
 Wegsnijden.
OPPERHUIDGEZWELLEN/OPPERHUIDGEZWELLEN/
EPITHEELGEZWELLENEPITHEELGEZWELLEN
Molluscum contagiosum
Vooral bij kleine kinderen
en jong volwassenen;
 Half bolvormige,
huidkleurige bultjes zijn
doorschijnen of wit;
 Vooral op de romp, armen
en benen;
 Genezen vaak vanzelf
binnen 2 tot 3 jaar;
 Arts: aanstippen, bevriezen,
wegbranden en uitlepelen.
BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN
Fibroom/ steelwratje
 Spontane woekering van het
bindweefsel;
 Geen echte wratten (niet door virus
veroorzaakt);
 Liggen boven het huidniveau en
huidkleurig;
Voornamelijk bij oudere mensen;
 Oogleden, hals en okselholte.
 Ze gaan niet vanzelf weg;
 Kan onder verdoving weggeknipt
worden door dermatoloog / huisarts
BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN
Keloïd
 Ernstige woekering van littekenweefsel;
 Harde, gladde, glanzende, rode
verhevenheid;
 Jeuken of zelfs pijnlijk;
 Keloïd komt veel voor mij een donkere
huid;
 Behandeling:
 Lokale injectie met corticosteroïden;
 Lasertherapie.
BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN
Lipoom/ vetgezwel
 Goedaardige onderhuidse zwelling die uit
vetcellen bestaat;
 Het kan zichtbaar zijn in de huid, maar de
huid blijft onveranderd;
 Vaak niet zichtbaar maar wel voelbaar;
 Operatief verwijderen.
BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN
Xanthelasma
 Bruingele huidwoekering;
 Ophoping van cholesterol in het
bindweefsel;
 Xanthomen kunnen wijzen op een
stoornis in de vetstofwisseling, de lever
kan hierbij een rol spelen;
 Arts kan xanthomen verwijderen;
 Aanbeveling: een vetarm dieet.
MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN
(KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG)
 Kenmerken
 Doorgroei naar andere weefselcompartimenten
(infiltratieve groei);
 Uitzaaiing door losgeraakte kankercellen/ metastasering;
 Verstoord evenwicht cel verlies en cel aanmaak.
 Voorbeeld
 Epitheelgezwel
 Plaveiselcarcinoom;
 Basaalcelcarcinoom.
 Bindweefselgezwel
 Sarcoom.
 Pigmentgezwel
 Melanoom.
MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN
(KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG)
Kenmerken
 De mutatie van de cellen leidt tot een grotere toename van
celdelingen;
 Ongeremde groei en er ontstaat infiltratie in het omliggende
weefsel → verwoest het omliggende weefsel;
 Dringt het weefsel/ orgaan in;
 Cellen die loslaten kunnen zich verspreiden via bloed en lymfe
→ uitzaaiingen/ metastasen.
https://www.youtube.com/watch?v=iA6ggedRE2M
MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN
(KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG)
 Huidkanker ontstaat meestal door teveel onbeschermd in de zon;
 Dit geeft een mutatie in het DNA in de kern van de cel;
 Het begint vaak als onschuldig vlekje en groeit dan in een snel
tempo uit tot een maligne tumor;
 Ook zonnebank kan huidkanker veroorzaken.
Kwaadaardige/ maligne gezwellen aan de huid zijn:
Epitheelgezwel;
 Plaveiselcarcinoom;
 Basaalcelcarcinoom.
Bindweefselgezwel;
 Sarcoom.
Pigmentgezwel;
 Melanoom.
MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN
(KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG)
 Drie belangrijke kenmerken:
 Het gezwel groeit ongeremd en verwoest omliggende weefsels;
 Het gezwel dringt binnen in andere weefsels en organen;
 Het gezwel zaait zich uit.
https://www.youtube.com/watch?v=aymWSsVc8GQ
EPITHEELGEZWELEPITHEELGEZWEL
Plaveiselcarcinoom
 Agressieve vorm van huidkanker die wel
kan uitzaaien;
 Begint als een wratachtig knobbeltje, dat
neigt tot verzwering in de diepte;
 Bij tijdige behandeling is de
overlevingskans
groot;
 Operatief verwijderen of bestraling.
https://www.youtube.com/watch?v=6JRzOR16g10
EPITHEELGEZWELEPITHEELGEZWEL
Basaalcelcarcinoom
 Het is een vorm van huidkanker die zeer
goed te genezen is;
 Huidkleurig gezwelletje met korstvorming;
 Onder dat korstje zit een nattend wondje;
 Glazig en glanzend oppervlak met daarin
kleine bloedvaatjes;
 Groeit lokaal, langzaam en zaait niet uit;
 Operatief verwijderen of bestralen.
https://www.youtube.com/watch?
annotation_id=annotation_398820&feature=iv&src_vid=6JRzO
R16g10&v=_yR30NPIxp4
BINDWEEFSELGEZWELBINDWEEFSELGEZWEL
Sarcoom
 Zeldzaam en komen vooral voor bij kinderen en
ouderen;
 Kankervorm in spieren, zenuwen, vet,
bloedvaten, kraakbeen, bot en het weefsel
tussen de organen;
 Kan uitzaaien;
 Oorzaak onbekend; soms speelt erfelijkheid een rol.
 Behandeling:
Operatief verwijderen, chemotherapie of
radiotherapie.
PIGMENTGEZWELPIGMENTGEZWEL
Melanoom
 Kwaadaardige moedervlek;
 Deze vorm van huidkanker gaat uit van de
melanocyten in de huid;
 Meest agressieve vorm van huidkanker die het snelst
uitzaaiingen geeft;
 Kleur- en grootte verandering van een moedervlek,
bloed, jeuk en pijn.
 Risicofactoren zijn:
Licht huidtype, zonverbranding op kinderleeftijd,
moedervlekken en erfelijke aanleg.
 Behandeling:
Operatief verwijderen, onderzoek weefsel,
dan weer huid wegsnijden, lymfeklieronderzoek,
bestraling, 5-10 jaar onderzoek.
https://www.youtube.com/watch?v=evYb-Z_VrKs&list=PLVoI_K5-
tYzIeN9FqMCtKYQgZPtwSkhkq
VRAGENVRAGEN

Pp huidaandoeningen h15 blb 2 (2016 2017)

  • 1.
    BEAUTY LEVEL BASICS2 HOOFDSTUK 15 HUIDAANDOENINGEN
  • 2.
    LEERDOELENLEERDOELEN  Betekenis, herkennenen effect van huidaandoeningen;  Kenmerken en oorzaken: - Huidaandoeningen; - Fysisch; - Huidwoekeringen; - Risicovolle behandelingen en indicaties en contra-indicaties.
  • 3.
    LESINHOUDLESINHOUD Huidaandoeningen Bacteriën Schimmels/ dermatomycose; Virussen; Parasieten; Fysisch Allergieën; Kenmerken vanverbranding en bevriezing; Letsel/ trauma; Wond; Litteken; Erythema traumaticum; Stoornis in de stofwisseling; Huidwoekeringen Kenmerken en voorbeelden van benigne tumoren; Voorbeelden en kenmerken van maligne tumoren; Risicovolle behandelingen en indicaties en contra- indicaties  De grenzen van het eigen vakgebied; Indicaties voor de behandeling; Contra- indicaties voor de behandeling; Relatieve contra-indicaties voor de behandeling.
  • 4.
    HUIDAANDOENINGENHUIDAANDOENINGEN VEROORZAAKT DOOR MICRO-VEROORZAAKTDOOR MICRO- ORGANISMENORGANISMEN Micro-organismen:  Bacteriën;  Schimmels;  Gisten;  Virussen.  Micro-organismen die een ziekte kunnen veroorzaken noemen we pathogeen.  Nuttige micro- organismen noemen we commensalen.
  • 5.
    MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH  Bacteriën;  Schimmels/dermatomycose;  Virussen;  Parasieten.
  • 6.
    MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH Bacteriën  Eencellige organismen; Planten zich voort d.m.v. celdeling;  Ze hebben een celdeling en stofwisseling;  Bacteriën leven het best bij een temperatuur tussen de 20 en 40 graad Celsius;  De afvalstoffen, de toxinen, die bacteriën afscheiden bepalen het ziekteverwekkende vermogen van de bacterie.
  • 7.
    MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH Bacteriën  Ontstoken haarzakje/folliculitis;  Steenpuist/ furunkel;  Zweetklierabces/ zweetklierontsteking/ hidradenitis;  Strontje/ hordeolum;  Lipontsteking/ cheilitis;  Smetuitslag/ intertrigo;  Mondhoekontsteking/ angulus infectiosus;  Seksueel overdraag aandoeningen (SOA): Chlamydia; Gonorroe; Syfilis/ lues.
  • 8.
    BACTERIËNBACTERIËN Ontstoken haarzakje/ folliculitis  Ontstekingvan het haarzakje;  Rondom het haar ontstaat een puist;  Veroorzaakt door de stafylococcus aureus;  Genezing meestal spontaan;  Behandeling: antibiotica.
  • 9.
    BACTERIËNBACTERIËN Steenpuist/ furunkel  Diepereontsteking van het gehele haarzakje;  Veroorzaakt door de stafylococcus aures;  Kan gepaard gaan met allerlei ziekteverschijnselen;  Behandeling: - Huidverweken, trekzalf; - Insnijding huisarts;  Zeer besmettelijk!
  • 10.
    BACTERIËNBACTERIËN Zweetklierabces/ zweetklierontsteking/ hidradenitis  Zwelling vande zweetklieren;  Ettervorming;  Pijnlijke, harde, rode knobbels die etter afscheiden;  Komen vooral voor in de oksels.  Bacteriën, hormonen en aanleg kunnen een rol spelen;  Behandeling: - Hygiëne; - Medicijnen.
  • 11.
    BACTERIËNBACTERIËN Strontje/ hordeolum  Etterigeontsteking van de smeerklieren van de oogharen;  Veroorzaakt door de stafylococcus aures;  Behandeling: - Antibiotica-oogdruppels.
  • 12.
    BACTERIËNBACTERIËN Lipontsteking/ cheilitis  Ontstaatdoor droge lippen of veel speeksel in de mondhoeken;  Scheurtjes in de mondhoeken;  Gelige korst kan wijzen op een infectie met een huidbacterie;  Behandeling: - Antibiotica zalf.
  • 13.
    BACTERIËNBACTERIËN Smetuitslag/ intertrigo  Rodevochtige vlekken in de lichaamsplooien;  Bacteriën, schimmels en gisten kunnen zich hier nestelen;  Candida gist is vaak de veroorzaker;  Behandelen met corticosteroïde crème.  Gistinfecties met een antischimmelmiddel;  Bacteriële infecties met antibacteriële crème.
  • 14.
    BACTERIËNBACTERIËN Mondhoekontsteking/ angulus infectiosus  Kloofjes,vlekjes en korstjes aan de mondhoeken;  Bij kinderen veroorzaakt door streptokokken;  Bij volwassenen door schimmels.
  • 15.
    BACTERIËNBACTERIËN Seksueel overdraag aandoening (SOA) Bacterie die zich nestelt in de slijmvliezen van de geslachtsdelen (vagina, penis, anus);  Ontsteking kan ontstaan van de baarmoedermond, de plasbuis en de anus;  Goed te behandelen met antibioticakuur. Chlamydia
  • 16.
  • 17.
    BACTERIËNBACTERIËN Seksueel overdraag aandoening (SOA) Bacteriën kunnen zich nestelen in de vagina, penis, anus, keel en ogen;  Kan overgedragen worden zonder penetratie;  Vrouwen krijgen extra vaginale afscheiding die vreemd kan ruiken;  Kan leiden tot onvruchtbaarheid bij de vrouw;  Pijnlijke plasbuis;  Behandelen met antibiotica. Gonorroe (‘druiper’) https://www.sense.info/soas/soorten- soas/gonorroe
  • 18.
    BACTERIËNBACTERIËN Seksueel overdraag aandoening (SOA) Veroorzaakt door een spiraalvormige bacterie. Stadium 1: zweertjes op de plaats van besmetting. Stadium 2: vlekken op lichaam, ziek, voelen oogklachten, wratjes in de buurt van de geslachtsdelen. Stadium 3: sluimerfase, die langzaam je organen, zenuwstelsel en botten aantast. Syfilis/ lues https://www.sense.info/soas/soorten-so
  • 20.
    MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH Schimmels/ dermatomycosen  Schimmels aande voet/ zwemmerseczeem/ tinea pedis;  Schimmel aan de hand/ tinea manis;  Schimmel op het lichaam/ ringworm/ tinea corporis;  Gist/ candida albicans;  Mondhoekontsteking/ angulus infectiosus.
  • 21.
    MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH Schimmels/ dermatomycosen  Schimmels zijnmeercellige organismen;  Gisten zijn eencellige organismen;  Laten sporen achter op de huid, deze bevatten al het erfelijke materiaal;  Zeer besmettelijk;  Kunnen overleven in de meest ongunstigste omstandigheden.
  • 22.
    SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN Schimmelaan de voet/ zwemmerseczeem/ tinea pedis  Infectie met een schimmelsoort die de menselijk huid kan infecteren;  Schimmels voeden zich met materiaal van de hoornlaag.  Kenmerken: - Schilfering; - Kloofjes tussen de tenen; - Jeukende blaasjes.  Behandeling met schimmeldodende crème.
  • 23.
    SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN Schimmelaan de hand/ tinea manis  Kenmerken: - Eeltvorming; - Schilfering; - Roodheid; - Pijnlijke kloofjes.  Behandeling met schimmeldodende crème.
  • 24.
    SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN Schimmelop het lichaam/ ringworm/ tinea corporis  Schimmels in de hoornlaag, die de haarzakjes binnen kunnen dringen;  Kenmerken: jeuk of een brandigere sensatie;  Behandeling met schimmeldodende crème.
  • 25.
    SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN Gist/candida albicans  Komt van nature op het menselijk lichaam voor;  Gist voelt zich meest prettig in een warme en vochtige omgeving;  Huidklachten ontstaan doordat Candida kan doordringen tot in de huid of de slijmvliezen;  Behandeling met schimmeldodende crème.
  • 26.
    SCHIMMELS/ DERMATOMYCOSENSCHIMMELS/ DERMATOMYCOSEN Mondhoekontsteking/ angulusinfectiosus  Kloofjes, vlekjes en korstjes aan de mondhoeken;  Huid is rood en soms ook wit en zacht;  Jeuk en/of pijn;  Wittig beslag wijst op een gist infectie.
  • 27.
    MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH Virussen  Het bevateen hoeveelheid erfelijk materiaal (DNA);  Afgesloten door een omhulsel, eiwit;  Is afhankelijk van zijn gastheer;  Dringen de cel binnen en nemen alle functies over en gebruiken de cel om nieuwe virussen te maken;  De cel breekt open, de virussen komen vrij en nemen nieuwe cellen over;  Moeilijk te bestrijden en blijven vaak in het
  • 28.
    MICROBIOLOGISCHMICROBIOLOGISCH Virussen  Gordelroos/ herpeszoster;  Koortslip/ herpes simplex;  Gewone wratten/ verrucae vulgaris;  Weke wratachtige gezwelletjes/ molluscum contagiosum;  Leverontsteking/ hepatitis A, B, C;  Menselijk immuun deficiëntievirus/ HIV; - Aids.
  • 29.
    VIRUSSENVIRUSSEN Gordelroos/ herpes zoster Krijg je van het virus dat ook waterpokken veroorzaakt;  Het waterpokkenvirus trekt zich terug in een zenuwcellen in het ruggenmerg en bij verzwakte weerstand kan dit gordelroos veroorzaken;  Op plaatsen waar zenuwbanen lopen;  Rood, pijnlijk en blaasjes gevuld met troebel vocht.
  • 30.
    VIRUSSENVIRUSSEN Koortslip/ herpes simplex Besmettelijk tijdens het blaasjesstadium;  Na indroging geen besmettingsgevaar meer;  Gevoeligheid voor koortsblaasjes blijft bestaan;  Zon en zonnebank verlaagt de weerstand en kan koortsblaasjes opwekken.
  • 31.
    VIRUSSENVIRUSSEN Gewone wratten/ verrucae vulgaris Verheven, bloemkoolachtige vast aanvoelende uitgroeisels van de huid;  Kenmerken: - Rond; - Scherp begrensd; - Scherp verhoornd.  Vooral aan handen, maar ook ellebogen, knieën en gezicht;  Genezen vaak vanzelf binnen 2 tot 3 jaar;  Arts: aanstippen, bevriezen, wegbranden en uitlepelen.
  • 32.
    VIRUSSENVIRUSSEN Weke wratachtige gezwelletjes/ molluscumcontagiosum  Vooral bij kleine kinderen en jong volwassenen;  Half bolvormige, huidkleurige bultjes zijn doorschijnend of wit;  Vooral op de romp, armen en benen;  Genezen vaak vanzelf binnen 2 tot 3 jaar;  Arts: aanstippen, bevriezen, wegbranden en uitlepelen.
  • 33.
    VIRUSSENVIRUSSEN Leverontsteking/ hepatitis A,B, C  Overdraagbaar door seks en bloed/bloed contact;  Het dringt de slijmvliezen binnen en komt zo in de bloedbaan terecht en vestigt zich in de lever;  Het lichaam kan binnen een half jaar het virus te baas zijn en immuun worden;  Het kan ook chronisch aanwezig blijven, dan blijf je altijd besmettelijk voor anderen.  Symptomen: moeheid, koorts, spier- en gewrichtspijnen, misselijkheid en buikpijn, terwijl kleurverandering van urine, ontlasting, ogen en huid kunnen optreden;
  • 34.
    VIRUSSENVIRUSSEN Leverontsteking/ hepatitis A  Wordtveelal overgedragen door uitwerpselen en door eten en water wat besmet is met menselijk afval;  Twee tot zes weken na infectie breekt de ziekte uit;  Hepatitis vaccinatie, biedt 15 jaar bescherming. https://www.youtube.com/watch?v=HW6QQKj_f-k
  • 35.
    VIRUSSENVIRUSSEN Leverontsteking/ hepatitis B  Besmettingverloopt via speeksel, bloed of bloedproducten en via seksueel verkeer;  Kan ook overgedragen worden van moeder op ongeboren baby;  Meestal geneest de ziekte wel, maar soms ontstaat een chronische vorm;  Na genezing kan de drager van het virus nog andere mensen besmetten. https://www.youtube.com/watch?v=WXGGBnDMJ5c https://www.youtube.com/watch?v=ng22Ucr33aw
  • 36.
    VIRUSSENVIRUSSEN Leverontsteking/ hepatitis C  Besmettingverloopt via bloed;  Veroorzaakt in eerste instantie een (meestal ongemerkte) acute infectie;  Chronische variant blijft sluimerend aanwezig, zonder ziekteverschijnselen;  Na genezing kan de drager van het virus nog andere mensen besmetten. https://www.youtube.com/watch?v=VNe0SJnWckQ
  • 37.
    MENSELIJK IMMUUN DEFICIËNTIEVIRUS/MENSELIJKIMMUUN DEFICIËNTIEVIRUS/ HIVHIV AIDS  Breekt afweersysteem af;  Virus zit in het bloed, sperma, voorvocht, vaginaal vocht en moedermelk;  Hiv-virus is seropositief;  Behandeling: hiv-remmers Je spreekt van aids als het afweersysteem niet meer opgewassen is tegen virussen en bacteriën; https://www.youtube.com/watch?v=0PaGgjZIcQQ https://www.soaaids.nl/nl/soas/veel-voorkomende-soas/hiv
  • 38.
    Net besmet: GevorderdeHIV- infectie: Koorts Vermoeidheid Algehele malaise Gewichtsverlies Huiduitslag Koorts   Nachtzweten   Diarree   Kortademigheid   Huiduitslag Verschijnselen
  • 39.
    PARASIETENPARASIETEN  Schurft/ scabiës; Luis;  Teek (ziekte van Lyme).
  • 40.
    PARASIETENPARASIETEN Schurft/ scabiës  Besmettingdoor intiem contact;  Kleine spinachtige beestjes, die in de huid gangetjes graven en daar eitjes leggen;   Sterk jeukende huiduitslag met puistjes;  Behandeling met medicijnen.
  • 41.
    PARASIETENPARASIETEN Luis  Hoofdluis komtvooral bij kinderen voor;  Vrouwelijke luis legt eitjes (neten);  Neten zijn witte puntjes die aan het haar vastkleven;  Luis voedt zich door een beet in de hoofdhuid;  Hevige jeuk;  Behandelen met speciale shampoos/ lotions.
  • 42.
    PARASIETENPARASIETEN Teek  Bijten zichvast in de huid en leven van het bloed van de gastheer. Ziekte van lyme  Via de beet van een besmette teek;  Symptomen: - Verkleuring van de huid op de plek van de tekenbeet; - Koorts; - Gewrichtsklachten, huidklachten, zenuwklachten of hartklachten.  Behandelen met antibiotica.
  • 43.
    FYSISCHFYSISCH  Allergie;  Kenmerkenverbranding/ bevriezing;  Letsel/ trauma;  Stoornis in de stofwisseling.
  • 44.
    ALLERGIEËNALLERGIEËN  Eczeem; - Constitutioneeleczeem; - Contacteczeem/ ortho-ergisch; - Fyto-/ fotodermatitis;  Berlock dermatitis;  Oedeem van Quincke;  Netelroos/galbulten/urticaria;  Lipontsteking/cheilitis;
  • 45.
    ALLERGIEALLERGIE Eczeem  Constitutioneel eczeem; Contacteczeem/ ortho- ergisch;  Fyto-/ fotodermatitis;  Berlock dermatitis;  Oedeem van Quincke;  Netelroos/ galbulten/ urticaria;  Lipontsteking/ cheilitis.
  • 46.
    ECZEEMECZEEM  Ontstekingsreactie vande huid;  Varianten:  Droog en gesloten;  Open en nattend, gevoelig voor infecties;  Niet besmettelijk!
  • 47.
    ECZEEMECZEEM Constitutioneel eczeem  Aangeborenvorm van eczeem;  Komt vaak voor in combinatie met andere allergische aandoeningen zoals astma en hooikoorts;  Jeukende huiduitslag met roodheid, zwelling, schilfers, bultjes, blaasjes, kloofjes, korstjes;  Vaak voor 1e levensjaar, maar kan ook op latere leeftijd verschijnen;  Allergietest;  Hormoon crème met corticosteroïden.
  • 48.
    ECZEEMECZEEM Contacteczeem/ ortho-ergisch  Reactievan de huid op een stof die van buitenaf de huid binnendringt. Ortho-ergisch contacteczeem:  Reactie van de huid op irriterende of giftige stof;  Kan bij iedereen voorkomen. Allergisch contacteczeem:  Huidreactie als gevolg van een allergie voor een bepaalde stof;  Afweersysteem maakt antistoffen tegen die bepaalde stof ontstaat contactallergie;  Reactie op: nikkel, cosmetica, geurstoffen,
  • 49.
    ECZEEMECZEEM Contacteczeem/ ortho-ergisch  Allergietest;  Behandeling:  Hormoon crème met corticosteroïden;  Teerzalf;  Anti-jeukmedicijnen met antihistaminica.
  • 50.
    ALLERGIEALLERGIE  Overgevoeligheidsreactie kaneenmalig zijn;  Allergie gaat niet meer over;  Reactie van het afweersysteem op stoffen van buiten het lichaam die normaal niet tot een dergelijke reactie leiden;  Het lichaam maakt antistoffen pas aan nadat iemand een aantal keer in contact is geweest met de stof in kwestie.
  • 51.
    ALLERGIEALLERGIE Fyto-/ fotodermatitis  Berlockdermatitis;  Oedeem van Quincke;  Netelroos/ galbulten/ urticaria;  Lipontsteking/ cheilitis.
  • 52.
    FYTO-/ FOTODERMATITIS Berlock dermatitis Huidontsteking in de vorm van grillige pigment vlekken;  Veroorzaakt door een etherische oliën in combinatie met zonlicht;  De meest bekende is bergamot (citrusgeur);  Goede SPF gebruiken;  Laser wordt afgeraden.
  • 53.
    FYTO-/ FOTODERMATITIS Oedeem vanQuincke  Dieper in de huid gelegen haarvaatjes lekken → lekkage van vocht in weefsel;  Grotere omvang dan netelroos;  Veroorzaakt door: medicijnen, voeding, dranken, etc;  Treden vooral op aan de oogleden, wangen, lippen en handruggen;  Verwijzing naar arts;  Behandeling: Antihistaminica; Corticosteroïden.
  • 54.
    FYTO-/ FOTODERMATITIS Netelroos/ galbulten/urticaria  Als reactie op een stof verwijden de haarvaten in de huid en gaan lekken;  Histamine verwijdt de haarvaatjes en veroorzaakt jeuk;  Heftig jeukende bulten;  Prikkels: medicijnen, planten (brandnetel), insectenbeten, cosmetica, ingeademde stoffen.
  • 55.
    FYTO-/ FOTODERMATITIS Lipontsteking/ cheilitis Ontstaat door droge lippen of veel speeksel in de mondhoeken;  Scheurtjes in de mondhoeken;  Allergische reactie op bijvoorbeeld lippenstift, tandpaste, nikkelallergie.
  • 56.
    KENMERKEN VERBRANDING/KENMERKEN VERBRANDING/ BEVRIEZINGBEVRIEZING Eerstegraads (roodheid/ erythema);  Tweedegraads (blaarvorming/ bulla);  Derdegraads (weefselversterf/ necrose);  Vierdegraads (verkoling);  Veel voorkomende  Zonnebrand/ erythema solare;  Roodheid (of wit) door hitte of bevriezing/ erythema caloricum.  Behandeling.
  • 57.
    KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING Brandwond: gedeeltelijke of een volledige beschadiging van de huid.  Bij verbranding verliest de huid een deel van haar vitale functies: - Warmteverlies; - Vochtverlies; - Infectiegevaar.  Oorzaken: - Zonverbranding; - Hete vloeistofverbranding; - Contactverbranding; - Vuur / vlamverbranding; - Verbranding door elektriciteit; - Chemische verbranding.
  • 58.
    KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING Eerstegraads Ontstaat wanneer je bijvoorbeeld te lang onbeschermd in de zon hebt gezeten;  Geen brandwond, maar een verbranding;  Vergelijk het met een ontstekingsreactie;  Na enkele dagen gaat het over. Kenmerken eerstegraads verbranding:  Geen wond, dus de huid is niet stuk;  Soms wat opgezwollen;  Rood en/of roze;  Droog;  Prikkelend tot pijnlijk.
  • 59.
    KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING Eerstegraads Watkunt u doen bij een eerstegraads verbranding?  Koel ongeveer 10 minuten met lauw, zacht stromend water. Koel alleen de verbrande lichaamsdelen. Verzorg de huid met niet-geparfumeerde crèmes, zoals bijvoorbeeld een niet- geparfumeerde bodylotion.  Aandachtspunten:  Gebruik bij het reinigen geen zeep, reinigen met water is voldoende;  Zo nodig pijnstilling;  Als er toch blaren ontstaan, ook na de tweede dag, bel dan de huisarts.
  • 60.
    KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING Tweedegraads Kenmerken oppervlakkige tweedegraads brandwond:  De opperhuid is beschadigd tot in de lederhuid;  Rood;  Nat;  Blaren;  Pijnlijk;  Voelt soepel. Neem altijd contact op met de huisarts als de huid na een verbranding kapot is of blaren vertoont!
  • 61.
    KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING Derdegraads Kenmerken derdegraads brandwond:  Opperhuid en de lederhuid zijn volledig beschadigd tot in het onderhuids vetweefsel;  Wit, beige tot donkerbruin;  Droog, leerachtig;  Nauwelijks pijnlijk;  Stug. Waarschuw bij (het vermoeden van) een derdegraads brandwond ALTIJD een dokter!
  • 62.
    KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING Vierdegraads(verkoling)  Niet alleen de huid maar ook bot- en spierweefsel vernietigd;  Huid is verkoold, gekookt (bleek) of rauw;  Vaak dienen in dit geval delen van het lichaam geamputeerd te worden.
  • 63.
    KENMERKEN VERBRANDINGKENMERKEN VERBRANDING Behandeling Eerstehulpregels: 1.Koel de wond +/- 10 minuten met lauw zacht stromend leidingwater; 2.Voorkom onderkoeling, koel alleen de wond; 3.Verwijder alleen de kleding die niet aan de wond kleeft; 4.Waarschuw altijd een eerst bij blaren, een aangetaste huid of elektrische en chemische verbrandingen; 5.Smeer niets op een brandwond; 6.Bedek de wond met steriel verband of een schone doek; 7.Geef het slachtoffer geen eten of drinken; 8.Vervoer het slachtoffer zittend.
  • 64.
    KENMERKEN BEVRIEZINGKENMERKEN BEVRIEZING Bevriezing Eerstegraads bevriezing:  Bleek grijze verkleuring;  Stekende pijn.  Tweedegraads bevriezing:  Blaarvorming;  Stekende pijn.  Derdegraads bevriezing:  Huid spierwit, voelt hard aan en is gevoelloos;  Weefsel sterft af en wordt zwart.
  • 65.
    LETSEL/ TRAUMALETSEL/ TRAUMA Litteken(cicatrix)  Hypertrofisch;  Keloïd;  Hypotrofisch.  Erythema traumaticum  Bloeduitstorting/ hematoom;  Kneuzing;  Plaatselijk letsel of irritatie.
  • 66.
    LITTEKEN/ CICATRIXLITTEKEN/ CICATRIX Hypertrofisch Rood, verdikt en verheven;  Jeuk of zelfs pijn;  Dezelfde grootte als oorspronkelijke verwonding;  Ontstaat binnen enkele weken na verwonding;  Kan spontaan genezen;
  • 67.
    LITTEKEN/ CICATRIXLITTEKEN/ CICATRIX Keloïd Ernstige woekering van littekenweefsel;  Harde, gladde, glanzende, rode verhevenheid;  Jeuken of zelfs pijnlijk;  Keloïd komt veel voor mij een donkere huid;  Behandeling:  Lokale injectie met corticosteroïden;  Lasertherapie.
  • 68.
    LITTEKEN/ CICATRIXLITTEKEN/ CICATRIX Hypotrofisch Littekens onder het huidoppervlak;  Kuiltje in de huid;  Bijvoorbeeld: atrofische littekens, acne littekens, waterpokken.
  • 69.
    ERYTHEMA TRAUMATICUMERYTHEMA TRAUMATICUM Bloeduitstorting/hematoom  Bloedvatbeschadiging in de huid;  Huid zelf is niet beschadigd;  Plaatselijke ophoping van gestold bloed in het weefsel;  Ontstaan vaak na een trauma;  Verdwijnen weer vanzelf;  Na trauma koude kompressen geven;  Camoufleren.
  • 70.
    ERYTHEMA TRAUMATICUMERYTHEMA TRAUMATICUM Kneuzing Beschadiging van de weke delen tussen huid en bot;  Pijnlijke, gezwollen plek die later blauw kan kleuren;  Geneest meestal vanzelf;  Behandeling:  Koelen
  • 71.
    STOORNIS IN DESTOFWISSELINGSTOORNIS IN DE STOFWISSELING  Suikerziekte/ diabetes mellitus  Type 1 en type 2:  Complicaties;  Doorbloedingsstoornissen aan de voeten;  Ontstekingen.  Xanthelasma.
  • 72.
    SUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUSSUIKERZIEKTE/DIABETES MELLITUS Type 1  Alvleesklier maakt geen insuline aan.  Afweersysteem vernielt de insuline vormende cellen.  Hormoon insuline zorgt voor het omzetten van suikers regelt de bloedsuikerspiegel.  Behandeling:  Insuline injecties;  Insulinepomp.  Huidproblemen door een verstoorde bloedvoorziening slechte wondgenezing.  Hygiënisch werken.
  • 73.
    SUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUSSUIKERZIEKTE/DIABETES MELLITUS Type 2  Alvleesklier maakt te weinig insuline aan;  Ongevoeligheid voor insuline;  Behandeling: Medicijnen; Voedings- en bewegingsadviezen; Soms insuline spuiten;  Oorzaken: Overgewicht; Weinig beweging; Oudere leeftijd; Erfelijke aanleg. https://www.youtube.com/watch?v=qdQ5_ZZ1d_Y
  • 74.
    SUIKERZIEKTE/ DIABETES MELLITUSSUIKERZIEKTE/DIABETES MELLITUS https://www.youtube.com/watch?v=bZ1j45RM5ZU
  • 75.
    STOORNIS IN DESTOFWISSELINGSTOORNIS IN DE STOFWISSELING Xanthelasma  Bruingele huidwoekering;  Ophoping van cholesterol in het bindweefsel;  Xanthomen kunnen wijzen op een stoornis in de vetstofwisseling, de lever kan hierbij een rol spelen;  Arts kan xanthomen verwijderen;  Aanbeveling: een vetarm dieet.
  • 76.
    HUIDWOEKERINGENHUIDWOEKERINGEN  Benigme tumoren(goedaardig)  Kenmerken  Kapselvorming  Langzame groei (in alle richtingen, expansief)  Geen uitzaaiingen/ geen metastasen  Voorbeelden  Opperhuidgezwellen/ epitheelgezwellen  Verruca vulgaris;  Verruca senilis;  Molluscum contagiosum.  Bindweefselgezwellen  Fibroom;  Keloïd;  Lipoom ;  Xanthelasma.
  • 77.
    BENIGME TUMORENBENIGME TUMOREN Groeien binnen een kapsel;  Langzame groei in alle richtingen (expansief);  Dringen niet door in omliggende organen of weefsels;  Veroorzaken geen uitzaaiingen (metastasen);  Kunnen op verschillende plaatsen op de huid voorkomen.
  • 78.
    OPPERHUIDGEZWELLEN/OPPERHUIDGEZWELLEN/ EPITHEELGEZWELLENEPITHEELGEZWELLEN Verrucae vulgaris  Verheven,bloemkoolachtige vast aanvoelende uitgroeisels van de huid;  Kenmerken: - Rond; - Scherp begrensd; - Scherp verhoornd.  Vooral aan handen, maar ook ellebogen, knieën en gezicht;  Genezen vaak vanzelf binnen 2 tot 3 jaar;  Arts: aanstippen, bevriezen, wegbranden en uitlepelen.
  • 79.
    OPPERHUIDGEZWELLEN/OPPERHUIDGEZWELLEN/ EPITHEELGEZWELLENEPITHEELGEZWELLEN Verruca senilis  Ouderdomswrat; Nemen toe met de leeftijd;  Verschillende vormen en kleuren;  Geelbruin, grijsbruin plekje met een ruw dik oppervlak;  Niet besmettelijk;  Behandeling: Afschrapen;  Bevriezen;  Wegbranden;  Wegsnijden.
  • 80.
    OPPERHUIDGEZWELLEN/OPPERHUIDGEZWELLEN/ EPITHEELGEZWELLENEPITHEELGEZWELLEN Molluscum contagiosum Vooral bijkleine kinderen en jong volwassenen;  Half bolvormige, huidkleurige bultjes zijn doorschijnen of wit;  Vooral op de romp, armen en benen;  Genezen vaak vanzelf binnen 2 tot 3 jaar;  Arts: aanstippen, bevriezen, wegbranden en uitlepelen.
  • 81.
    BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN Fibroom/ steelwratje  Spontanewoekering van het bindweefsel;  Geen echte wratten (niet door virus veroorzaakt);  Liggen boven het huidniveau en huidkleurig; Voornamelijk bij oudere mensen;  Oogleden, hals en okselholte.  Ze gaan niet vanzelf weg;  Kan onder verdoving weggeknipt worden door dermatoloog / huisarts
  • 82.
    BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN Keloïd  Ernstige woekeringvan littekenweefsel;  Harde, gladde, glanzende, rode verhevenheid;  Jeuken of zelfs pijnlijk;  Keloïd komt veel voor mij een donkere huid;  Behandeling:  Lokale injectie met corticosteroïden;  Lasertherapie.
  • 83.
    BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN Lipoom/ vetgezwel  Goedaardigeonderhuidse zwelling die uit vetcellen bestaat;  Het kan zichtbaar zijn in de huid, maar de huid blijft onveranderd;  Vaak niet zichtbaar maar wel voelbaar;  Operatief verwijderen.
  • 84.
    BINDWEEFSELGEZWELLENBINDWEEFSELGEZWELLEN Xanthelasma  Bruingele huidwoekering; Ophoping van cholesterol in het bindweefsel;  Xanthomen kunnen wijzen op een stoornis in de vetstofwisseling, de lever kan hierbij een rol spelen;  Arts kan xanthomen verwijderen;  Aanbeveling: een vetarm dieet.
  • 85.
    MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN (KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG) Kenmerken  Doorgroei naar andere weefselcompartimenten (infiltratieve groei);  Uitzaaiing door losgeraakte kankercellen/ metastasering;  Verstoord evenwicht cel verlies en cel aanmaak.  Voorbeeld  Epitheelgezwel  Plaveiselcarcinoom;  Basaalcelcarcinoom.  Bindweefselgezwel  Sarcoom.  Pigmentgezwel  Melanoom.
  • 86.
    MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN (KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG) Kenmerken De mutatie van de cellen leidt tot een grotere toename van celdelingen;  Ongeremde groei en er ontstaat infiltratie in het omliggende weefsel → verwoest het omliggende weefsel;  Dringt het weefsel/ orgaan in;  Cellen die loslaten kunnen zich verspreiden via bloed en lymfe → uitzaaiingen/ metastasen. https://www.youtube.com/watch?v=iA6ggedRE2M
  • 87.
    MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN (KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG) Huidkanker ontstaat meestal door teveel onbeschermd in de zon;  Dit geeft een mutatie in het DNA in de kern van de cel;  Het begint vaak als onschuldig vlekje en groeit dan in een snel tempo uit tot een maligne tumor;  Ook zonnebank kan huidkanker veroorzaken. Kwaadaardige/ maligne gezwellen aan de huid zijn: Epitheelgezwel;  Plaveiselcarcinoom;  Basaalcelcarcinoom. Bindweefselgezwel;  Sarcoom. Pigmentgezwel;  Melanoom.
  • 88.
    MALIGNE TUMORENMALIGNE TUMOREN (KWAADAARDIG)(KWAADAARDIG) Drie belangrijke kenmerken:  Het gezwel groeit ongeremd en verwoest omliggende weefsels;  Het gezwel dringt binnen in andere weefsels en organen;  Het gezwel zaait zich uit. https://www.youtube.com/watch?v=aymWSsVc8GQ
  • 89.
    EPITHEELGEZWELEPITHEELGEZWEL Plaveiselcarcinoom  Agressieve vormvan huidkanker die wel kan uitzaaien;  Begint als een wratachtig knobbeltje, dat neigt tot verzwering in de diepte;  Bij tijdige behandeling is de overlevingskans groot;  Operatief verwijderen of bestraling. https://www.youtube.com/watch?v=6JRzOR16g10
  • 90.
    EPITHEELGEZWELEPITHEELGEZWEL Basaalcelcarcinoom  Het iseen vorm van huidkanker die zeer goed te genezen is;  Huidkleurig gezwelletje met korstvorming;  Onder dat korstje zit een nattend wondje;  Glazig en glanzend oppervlak met daarin kleine bloedvaatjes;  Groeit lokaal, langzaam en zaait niet uit;  Operatief verwijderen of bestralen. https://www.youtube.com/watch? annotation_id=annotation_398820&feature=iv&src_vid=6JRzO R16g10&v=_yR30NPIxp4
  • 91.
    BINDWEEFSELGEZWELBINDWEEFSELGEZWEL Sarcoom  Zeldzaam enkomen vooral voor bij kinderen en ouderen;  Kankervorm in spieren, zenuwen, vet, bloedvaten, kraakbeen, bot en het weefsel tussen de organen;  Kan uitzaaien;  Oorzaak onbekend; soms speelt erfelijkheid een rol.  Behandeling: Operatief verwijderen, chemotherapie of radiotherapie.
  • 92.
    PIGMENTGEZWELPIGMENTGEZWEL Melanoom  Kwaadaardige moedervlek; Deze vorm van huidkanker gaat uit van de melanocyten in de huid;  Meest agressieve vorm van huidkanker die het snelst uitzaaiingen geeft;  Kleur- en grootte verandering van een moedervlek, bloed, jeuk en pijn.  Risicofactoren zijn: Licht huidtype, zonverbranding op kinderleeftijd, moedervlekken en erfelijke aanleg.  Behandeling: Operatief verwijderen, onderzoek weefsel, dan weer huid wegsnijden, lymfeklieronderzoek, bestraling, 5-10 jaar onderzoek. https://www.youtube.com/watch?v=evYb-Z_VrKs&list=PLVoI_K5- tYzIeN9FqMCtKYQgZPtwSkhkq
  • 93.