De civiele ruimte vrijwaren voor een vitale democratie
Presentatie 'De civiele ruimte vrijwaren voor een vitale democratie' van Lode Vermeersch, Stijn Oosterlynck, Filip De Rynck en Bram Verschuere - conferentie 'De civiele ruimte vrijwaren voor een vitale democratie' (15 mei 2025)
Opzet en methode
•Kennisdossier gericht op breed publiek, geen klassiek
onderzoeksrapport
• Basis:
§ wetenschappelijke literatuur en expert-rapporten over
krimpende civiele ruimte
§ individuele en groepsinterviews (26+3) met
middenveldorganisaties (incl. bovenbouw), academici en
Vlaamse administratie
§ feedback op bevindingen door klankbordgroep (20 leden)
● Analyse en waarschuwing voor gevolgen van inperken van civiele
ruimte, inclusief pleidooi om te handelen om sterke civiele ruimte
te vrijwaren
3.
DEEL 1.
Wat isciviele ruimte en hoe
veranderingen van de civiele
ruimte beoordelen?
4.
Civiele ruimte?
• =maatschappelijke sfeer die ontstaat wanneer burgers gebruik
maken van recht op vereniging, op vreedzaam vergaderen en op
vrije meningsuiting en via allerlei soorten acties invloed proberen uit
te oefenen op hoe samenleving vorm krijgt
• = geen restruimte die overblijft als markt, overheid en private sfeer
van familie en vrienden plaats hebben ingenomen: gericht
communicatie en dialoog, en dus cruciaal voor publiek debat
5.
Civiele ruimte?
• Omvatniet alleen meningsvorming en opinies, maar ook
maatschappelijke actie
• Middenveld vormt belangrijk deel van civiele ruimte, maar ook
universiteiten en hogescholen, media en kunstenaars dragen eraan bij
• Middenveld bestaat uit burgers die zich uit vrije wil samen met andere
burgers organiseren (‘collectief’), gedreven door een
maatschappelijke missie (‘normatief’).
6.
Vitale democratie
• Civieleruimte, middenveld en rechtsstaat zijn basiselementen van
vitale democratie
• Actiegerichte benadering van democratie waarbij representatieve,
participatieve en rechtstreekse democratie worden gecombineerd
om in te spelen op veranderende samenleving. Houdt ook
machtsdeling in.
• Bijdrage van middenveld aan democratie:
o Oefenschool voor democratie
o Hefboom voor mensenrechten
o Platform voor open debat
o Draagvlak voor maatschappelijke instituties
o Buffer tegen een mogelijk ontsporende overheid
o Versterken van de representativiteit van de democratie
o Innovatie stimuleren
7.
Perspectief: mensenrechten
of actievesubsidiariteit?
• Krimpen van civiele ruimte is kwestie van afbrokkelen van mensenrechten,
vooral recht op verenigen, vergaderen en vrije meningsuiting
• Diagnose die internationaal opgang maakt in context van opkomst van
illiberale democratieën:
§ wel nog verkiezingen
§ maar individuele rechten en vrijheden worden beperkt
§ uitvoerende macht versterkt (‘primaat van politiek’) ten koste van andere
machten en spelers (minder machtsdeling)
• Vlaamse discussie verwijst vaker naar perspectief van actieve subsidiariteit:
§ erkenning middenveld door overheid als volwaardige gesprekspartner
§ luisteren en meenemen van adviezen in besluitvorming
§ autonomie krijgen om missie na te streven
§ financieel ondersteuning door overheid
8.
Perspectief: mensenrechten of
actievesubsidiariteit?
• Vlaanderen veel geïnstitutionaliseerd overleg tussen overheid en
middenveld en ruime financiële ondersteuning > goed ondersteunde civiele
ruimte
• Wel tanend draagvlak bij overheid – en bij bevolking? - voor gesubsidieerd
partnerschap tussen overheid en middenveld
• In mindere mate ook afbrokkelen van mensenrechten (maar niet te
verwaarlozen)
• Waar verdedigen van mensenrechten cruciaal is voor civiele ruimte …
§ … zijn concrete institutionele arrangementen van actieve
subsidiariteit tussen overheid en middenveld onvermijdelijk deel van
democratisch debat
§ … maar alert zijn voor noodzaak aan machtsdeling voor vitale
democratie
9.
Naar een beoordelingskader
•Vorm die civiele ruimte moet aannemen is deels normatief
vraagstuk, geen louter wetenschappelijke vraagstuk:
afwegingskader voor actoren in civiele ruimte om eigen
beoordeling te maken
• Onderscheid tussen evoluties op:
§ macroniveau: grootschalige maatschappelijke en politieke
tendensen zoals individualisering of digitalisering
§ mesoniveau: specifieke beleidsdomeinen of
maatschappelijke sferen zoals milieusector
§ microniveau: individuele organisaties en hun relaties met
overheden en bedrijven
§ evoluties op verschillende niveaus tegelijkertijd maken
eenduidige beoordeling evoluties in civiele ruimte moeilijker
10.
Naar een beoordelingskader
•Criterium 1: mensenrechten en actieve subsidiariteit
§ Sluiten elkaar niet uit, recht op vereniging, vergadering en vrije
meningsuiting voorwaarde voor actieve subsidiariteit
§ Actieve subsidiariteit stelt meer specifieke eisen aan
institutionele arrangementen tussen overheid en middenveld (bv.
wanneer is beslissing rond toekenning van subsidies indicatie
van krimpende ruimte?)
• Criterium 2: maatschappelijke veranderingen (macro) en
intentionele ingrepen (meso en micro)
§ Maatschappelijke veranderingen met impact op civiele ruimte:
commercialisering van media, veranderende evaluatiecriteria
aan universiteiten, etc.
§ Vaak verweven tussen maatschappelijke veranderingen en
intentionele ingrepen, bv. ‘primaat van politiek’
11.
Naar een beoordelingskader
•Criterium 3: selectiviteit van intentionele ingrepen (meso,
micro)
§ Is druk op bepaalde segmenten van middenveld (bv.
migratie) democratische keuze of bedreiging van civiele
ruimte?
§ Bescherming van minderheden is kernelement van vitale
democratie
§ Historisch referentiepunt: minder grote organisaties, maar
grotere waaier aan kleine organisaties (o.i.v. pluralisering
maatschappij)
1. Machtsingrepen
De vraag:wie heeft macht op basis waarvan?
Hoe?
• Benadrukken van het ‘primaat van de politiek’ > sterkere
positie van de partijpolitiek en uitvoerende macht
• Het bagatelliseren van de democratische legitimiteit van
(niet-verkozen) middenveld
Impact
• Minder spreekrecht voor middenveldorganisaties
• Risico: maatschappelijke systemen zoals onderwijs, justitie,
kunstensector… slechts instrumenten van een heersende
meerderheid
Maar…
• Ideologische stellingnames zijn van alle tijden
• Eigen aan machtsverschuivingen: zeker verzuilde
organisaties voelen zich minder geruggesteund door
politieke zijde
15.
2. Ingrepen inbeleidskaders
Hoe?
• Aanpassingen aan regelgeving is meer dan louter
technisch…
• Bv. tendering, kortlopende projectsubsidies, … > competitie
in een “pop up” middenveld
Voorbeeld: Decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk
• Complex decreet
• Grotere politieke beslissingsbevoegdheid
• Geen begrenzingen aan subsidiebepalingen
• Extra verantwoording bij de organisaties
• Besparingen op het ambtenarenapparaat
• …
Impact
• Geeft kansen, maar ook onzekerheid en de ruimte om
organisaties langs politieke zijde te raken
16.
3. Financiële ingrepen
Hoe?
•Grote subsidieafhankelijkheid
• Wie met kostenintensieve methodieken en gevoelige
thema’s of kwetsbare doelgroepen werkt, kan niet anders
• Grote kwetsbaarheid: rechtstreekse subsidie-ingrepen,
maar ook onrechtstreekse ingrepen (afschaffen duolegaten,
voornemen om fiscale aftrekbaarheid giften terug te
brengen, …)
Impact: asymmetrische machtsrelatie
• Strenge overheid verschuift “de richting” van een
organisatie
Maar…
• Afhankelijkheid werkt in twee richtingen: ook overheden zijn
afhankelijk van middenveld
17.
4. Juridische ingrepen
Despanning middenveld-overheid eindigt vaker in de rechtbank
Hoe?
• Procederen is een strategie geworden, ook voor het middenveld
(Woonzaak, Klimaatzaak, kinderopvang, …)
• “We willen niet maar we moeten wel…”
Impact: vooral psychologisch
• Een overheid die juridische actie onderneemt lijkt vooral civiel
initiatief te problematiseren of criminaliseren (bv. processen-
verbaal)
• Maar juridisch ingrijpen door de overheid soms ook goed voor
de civiele ruimte!
Maar
• Procederen is duur & risicovol
• Beperkte impact (meestal één case, wet of maatregel)
• Kan leiden tot “nabranden”
18.
5. Bureaucratische ingrepen
Hoe?
•Regulitis
Voorbeelden
• Vzw’s juridisch gelijkstellen aan vennootschappen
• Aansprakelijkheidsregels voor bestuurders
• Administratieve verplichtingen bij de bank
• Procedures voor het aanvragen van betoging
• …
Impact
• Vorm van ‘externe sturing’ waarbij organisaties zich moeten
inschakelen in formats van anderen (niet meer handelen op de
manier die zelf passend vinden)
• Kost veel tijd en werkt ontmoedigend
19.
6. Psychologische ingrepen
Eenspel van uitdaging en intimidatie… de interactie tussen
middenveld en andere maatschappelijke sferen is verhard
Hoe?
• Scherpe bewoordingen: verwijten, naming & shaming,
dreigement/ultimatums, … of goedbedoelde initiatieven in
slecht daglicht of cases uitvergroten
• … of geen woorden: niet uitnodigen, negeren, …
Impact
• Woorden zijn ook daden, ze komen hard aan
• ‘Chilling effect’
Maar…
• Symptoom van deze tijden?
• Wie de bal kaatst moet die terug verwachten…
20.
7. Discursieve ingrepen
Ingrepenvia klassieke en nieuwere media
Hoe?
• Bepaalde sociale media: arena’s voor bitse confrontaties:
vijandige tweets, trollencampagnes, haatmail,
shadowbanning…
• Klassieke media: ze gaan “voor de quote”, voor expert
(personencultus), … minder voor klassieke
middenveldorganisaties
Impact
• “Sturen we onze medewerkers wel naar de radiostudio?”
Maar…
• Media vergroten ook de ruimte… online media bieden een
platform voor mensen die anders geen stem hebben
21.
Zeven soorten ingrepen…
•… die de civiele ruimte voor middenveldorganisaties van
buitenaf (kunnen) veranderen.
• … vele ingrepen hebben een echte impact op
middenveldorganisaties (zelfs harde woorden zijn reëel in hun
consequenties)
• De zeven ingrepen zijn vaak verstrengeld… en ten dele
sequentieel: het begint met talige & psychologische ingrepen…
en eindigt met financiële drooglegging
22.
DEEL 3.
Hoe blijvenwerken aan een
sterke civiele ruimte voor een
vitale democratie?
Basiscondities & suggesties
23.
De ‘basisinfrastructuur’
• Sterkedemocratie, gezonde publieke sfeer, brede civiele ruimte,
respect voor de rechtsstaat, …
§ Het belang van (o.a.) het middenveld als ‘waakhond’ in een
systeem van checks & balances, voornamelijk tegenover de
uitvoerende macht
§ Het belang van het middenveld als beleidsactor,
spreekbuis en vertegenwoordiger van kwetsbare groepen
• Overheid moet die rol respecteren: zuinig zijn met beperkingen
en autonomie vrijwaren.
• Fundamenteel blijft dit principe overeind, maar het dreigt
precair(der) te worden in de uitwerking (vb. sociaal overleg)
24.
Strategisch navigeren -een
conceptueel kader
Drie niveaus van ‘reageren’ op ontwikkelingen
• In samenleving (macro)
• In bepaalde sector of rond bepaald thema (meso)
• Waarmee organisatie geconfronteerd wordt (micro)
Twee brede categorieën van strategieën
• Samenwerkingsgericht
• Contesteringsgericht
Contingenties
• Verschil in beleidsthema’s en draagvlak daarvoor
• Verschil in soort/type organisatie en banden met overheid
Enkele conclusies…
• Deinfrastructuur wordt stilaan opgetuigd om,
als men dat wil, de uitvoerende macht absoluut
te maken
• De bezorgdheid in het middenveld zorgt ook
intern voor vernieuwde strategische debatten
over rol en positie (bv. subsidies, soms
‘hardere’ verhoudingen)
• De percepties en posities verschillen ook: het
ene middenveld is het andere niet
• Niet het middenveld alleen is bezorgd, het
gaat breder: internationale organisaties,
rechterlijke macht, de samenleving ook …