Zonnevlammen en Coronale Massa Emissies; deZonnevlammen en Coronale Massa Emissies; de
dynamo; Grote Episoden en de overgangen ertussen.dynamo; Grote Episoden en de overgangen ertussen.
De opmerkelijke recente overgang.De opmerkelijke recente overgang.
Wat brengt de toekomst?Wat brengt de toekomst?
C. de JagerC. de Jager
 Grote energie uitbarstingen
 zonnevlammen, vergelijkbaar met een miljard
maal de atoombom op Hiroshima
 Coronale Massa Emissies: nog heviger energie
uitbarstingen
 Waar?
 Wanneer?
 Hoe ontstaan ze?
Hevige explosies

Wat is de zon en wat zal
ermee gebeuren?
Maar eerst ….

De zon: een bol van 1,4 miljoen km
diameter; 200 000 maal de aardmassa
Maar helderheid neemt heel langzaam toe: 0,15 % perMaar helderheid neemt heel langzaam toe: 0,15 % per
miljoen jarenmiljoen jaren

 Slechts 0,15% per miljoen jaren; dat is niet veel!
 Maar zo ontvangt de aarde wel steeds meer
stralingsenergie en wordt ze gestaag warmer
 Na 300 miljoen jaren is de gemiddelde
aardtemperatuur al opgelopen tot ca. 50 graden
Celsius (als er overigens niets verandert)
 En na 600 miljoen jaar is dat reeds 90 graden (als
er overigens ……)
Zonnestraling neemt gestaag toe

 Ja, maar alleen als er overigens niets verandert
 Maar bij die temperatuur zullen de oceanen vrijwel
geheel verdampt zijn
 Aarde heeft dan een dichte atmosfeer, vergelijkbaar met
die van Venus; veel zonlicht wordt gereflecteerd en niet
door aarde opgenomen, dus minder verwarming
 Maar … broeikaseffect zal de temperatuur verder doen
oplopen tot … ?
 De aarde kan dan met recht een echte zusterplaneet van
Venus genoemd worden
Negentig graden?

En over 6 miljard jaar stort de zon stort ineen om het leven te
eindigen als een witte dwergster in een ’planetaire nevel’

Maar nu de korte termijn !
Dit zal het verloop zijn op lange termijn
Actieve gebieden met zonnevlekken, fakkelvelden,Actieve gebieden met zonnevlekken, fakkelvelden,
protuberansen, vlammen, coronale massa emissies en meerprotuberansen, vlammen, coronale massa emissies en meer
……

Zeer kortdurende veranderingen. De
zonnevlekken. Sterk geconcentreerde
magneetvelden

 Magneetvelden met sterkten van de orde van 10.000
maal dat van de aardpolen; magneetvelden remmen
convectieve opstijgen van heet zonnegas, daarom is
vlek donker
 Tegengestelde magnetische polariteit van de leden
van een groep
 Komen voor in de vlekkengordel: op breedten lager
dan ca. 40o
 Leven uren tot dagen, soms weken en sporadisch
nog langer
Vlekken meestal in
paren of groepen

 Vlekken rijzen op uit de diepte – daar worden ze
gevormd.
 Hun structuur is te vergelijken met die van een
hoefijzermagneet
 Magnetisch veld is gesloten. Het zet zich boven het
zonsoppervlak voort (daar meestal onzichtbaar; ijl
gas)
 (want
 een magnetisch veld is altijd gesloten)
hoefijzermagneten

Vlekken zijn de kernen van de
Actieve Gebieden

 Fakkels zijn de heldere gebieden om vlekken;
magneetvelden die met de oprijzende
zonnevlekken uit de diepte zijn meegesleurd
 Zwakkere magneetvelden, slechts enkele
honderden Gauss
 Hogere temperatuur dan omgeving. Ca.
10.000 K
 Dus variabele bronnen van UV straling
Fakkelvelden in Actieve
Gebieden

In actief gebied: zonnevlammen. Gemiddeld 1 – 10 per dag.
Energie-uitstraling ca. miljard Hirosjima bommen

Nabij en in Actieve Gebieden de Coronale
Massa Emissies. Uitgestraald over breed gebied

Ongeveer 1 – 6 per dag; gemiddeld per CME
evenveel energie als tien miljard Hiroshima bommen;
zie ook het brede gebied van uitstraling

In stappen ontsluierd
Het mechanisme van
de zonnevlammen

Jaren ’50. Spectra van vlammen onderzocht. Vlam duurt ca.
20 min en heeft temperatuur van ca. 15 000 graden

Jaren ‘60: eerste Röntgen straling van vlammen waargenomen;
voorbeeld de ESRO-2 satelliet (lancering 1968)

 Röntgenstraling wordt uitgezonden door gassen met
temperaturen van miljoenen graden; een vlam heeft
dus ook zeer hete elementen
 De temperatuur toont zich in de golflengte van de
straling
 ‘Zachte’ Röntgenstraling -- enkele miljoenen graden
 ‘Harde’ straling – enkele tientallen miljoenen graden
 Dat vraagt om een heel nieuwe kijk op de vlammen
Röntgenstraling ? !!
Een Nederlands instrument in de eerste Europese
satelliet, ESRO-2 (1968). ‘zachte’ Röntgenstraling
- De Röntgenstraling
- Straling van korte
golflengten (hoogste
temperaturen) lijkt
eerder te komen dan de
straling van langere
golflengte
- Betekent dit dat de vlam
aanvankelijk heter was
en afkoelde?
- Een aanwijzing voor het
vlam mechanisme!
Jaren ‘70: waannemingen in harde Röntgenstraling. Het
Nederlandse instrument in de eerste grote Europese
satelliet TD1A
- Verrassende ontdekking:
in de allereerste minuut
(minuten) korte uitbarsting
in nog hardere straling
- Dit duidt op zeer hoge
begintemperatuur, die heel
kort blijft en daarna
afneemt
- Hoe hoog was die
begintemperatuur?

 De aanvangstemperatuur van vlammen lag tussen 50
en 70 miljoen graden. Afkoeling daarna: straling op
steeds langere golflengten
 Interpretatie: er moeten kleine hete kernen bestaan -
deze werden alvast plasma-nodulen gedoopt
 Maar bestaan die nodulen wel echt? Hoe is hun
realiteit na te gaan?
Analyse van enkele goed
waargenomen vlammen

 We ontwikkelden plannen voor een groot
instrument dat afbeeldingen van de zon
moest kunnen maken in harde
Röntgenstraling; lenzen noch spiegels zijn
daartoe geschikt
 HXIS – Ons instrument ‘Hard X-ray Imaging
Sun‘ werd op 14 februari 1980 gelanceerd in
de Amerikaanse Solar Maximum Mission
Waar zouden die plasma-nodulen
zich bevinden ?

 HXIS nam op 30 april 1980 te 22 uur Nederlandse tijd
twee lussen waar aan de zonsrand; elektrische
stromen tot biljoenen Ampères
 Om 22:15 versmolten die lussen en explodeerde de
vlam – kortsluiting leidde tot de vlam. Dat is dus de
verklaring!
 De vlam werd the Queens’s flare genoemd
(meervoud) – Nederland had die dag immers twee
koninginnen
Een vroege ontdekking: De
koninginnenvlam – 30 april 1980

Een Actief Gebied nabij de zonsrand. Lussen voeren
elektrische stromen met sterkten tot 1012
Ampères.
Lussen worden bijeen gehouden door magnetische velden

Nog meer lussen – de corona op 25-07-
2014

 Op 14 mei 1984 zagen we een radiostoot die ca. een
seconde duurde
 Deze bestond uit een tiental kortere stootjes, elk van
ca. 0,1 seconde
 Analyse leerde dat het gas waar deze stootjes
ontstonden, temperaturen had van 400 tot 500
miljoen graden; afkoelingstijd < 0,1 seconde
 De hoogste temperatuur die ooit in het heelal gemeten
is
Het extreme geval

Coronale massa emissies
(coronal mass ejections – CME’s)
Een ander explosief verschijnsel
op de zon

Coronale massa emissies

Enorme hoeveelheden materie die de zon verlaten.
Gemiddeld per CME 1,6 biljoen kg
Snelheid is al vrij groot bij verlaten zon; maar neemt
onderweg toe
Op aardafstand snelheden tot 3200 km/sec; gemiddeld
500 km/sec
Vermoedelijke verklaring is ook hier magnetische
reconnectie; dit is nog verder uit te zoeken
Eigenschappen en
verklaring

Naast het equatoriale magnetische veld is er ook het polaire
veld. Als het ene maximaal sterk is, is het andere minimaal
Zijn deze sterke magneetvelden te verklaren? Een
actueel thema van onderzoek waaraan hard
wordt gewerkt! ‘De exotische dans van de twee
velden’.

We kennen het equatoriale magnetische gebied – dat om de zonnevlekken.
Een tweede magnetische gebied ligt om de polen. Heldere vlekken, polaire
fakkels, coronale gaten. De afbeelding is van boven een pool gezien

 Totale magnetische fluxen polair en equatoriaal zijn
ongeveer vergelijkbaar
 Polaire velden hebben maximale sterkten tijdens
minima van het equatoriale veld
 En omgekeerd: maximaal equatoriaal veld tijdens
minimale polaire magnetische flux
 De exotische dans van de twee velden
Polaire en equatoriale
magnetische velden

De elfjaarlijkse pieken tonen de variaties van het equatoriale veld - de
Schwabe cyclus. Zie het Grote Minimum (1630-1710) het Dalton minimum
(1800 -1830) en het Grote Maximum (1924-2008)

Vlinderdiagram
Eerste vlekken van nieuwe cyclus ontstaan op hoge breedten

Polaire activiteit loopt vóór op de equatoriale
Maakt kennis van het polaire veld voorspelling van het
equatoriale mogelijk ?
Zonsactiviteit is gezeteld in de tachoklijnZonsactiviteit is gezeteld in de tachoklijn

 Een elektrische kringstroom produceert een
magnetisch veld. (een eenvoudig experiment kan dat
leren)
 In der natuur komen wervelingen voor.
 Het zonnegas is geïoniseerd (atomen in ionen en
elektronen gesplitst)
 In de wervelende media lopen dus elektrische
kringstromen en zo ontstaan dus magneetvelden
De betekenis van wervels in de
sterrenkunde

 Een magneetveld ontstaat als een elektrische stroom
in een kring loopt. Het zonnegas is elektrisch geladen
 Convectiestromen (op- en neergaande wervelende
gasstromen) komen voor in de bovenste 200 000 km
van de zon; hun kringstromen maken kleinschalige
magneetvelden
 Differentiële rotatiesnelheden (snelheid verloop met
breedte op zon) maakt ook kringstromen – leveren
grootschalige velden
Magneetvelden in de
zon

 Al wervelend ontstaat een laag met dikte van ca. 30
000 km op diepte van ca. 200 000 km; dit is het
gebied waar de convectie begint – op- en
neerdalende gaswolken
 Hierdoor ontstaan enorme wervels
 Het zonnegas is op die diepte geïoniseerd (bestaat uit
elektrisch geladen deeltjes). Dit geeft sterke
elektrische wervelstromen , voornamelijk in een laag
van 30.000 km dik; dit is de tachoklijn
 De magneetvelden die zo ontstaan worden
geleidelijk versterkt door differentiële zons-rotatie
De tachoklijn

Differentiële rotatie versterkt de
magneetvelden. Dit gebeurt in vele
rotaties.

Sterke velden hebben kleiner soortelijk gewicht
dan de omgeving. Delen ervan kunnen oprijzen.

Ze breken los als veld groter is dan ~ 60.000 Gauss.
Na enkele maanden aan oppervlak – vlekkenpaar.

 Het equatoriale (toroïdale) veld breekt dan uiteen in
vele kleinere lussen met geringer veldsterkte
 Stijgen langzaam op wegens kleinere opstijgende
krachten
 Door de Coriolis kracht draaien ze ongeveer 90o
 Zo ontstaat aan de polen het polaire (poloïdale) veld,
terwijl het equatoriale veld ongeveer tegelijk naar
zijn minimum gaat – de Schwabe cyclus is dan
voltooid
Aan het eind van Schwabe
cyclus:

Grote Maxima en Minima
Schwabe cycli zijn lang niet alle
gelijk in sterkte en in aantallen
vlekken

 Er zijn perioden van een kleine 100 jaren dat
er bijna geen zonsactiviteit is: De Grote
Minima: voorbeeld Het Maunder Minimum
 De Grote Maxima laten het tegendeel zien:
sterke 11-jaarlijkse cycli
 Tussen 1923 en 2000 was de zon actiever dan
ooit in de laatste tienduizend jaar: het Grote
20e
eeuwse Maximum
Grote variatie in de sterkte van
de zonnecycli

Kosmogenische radionucleiden zijn maat voor de hoeveelheid
uitgestraald zonnemagnetisme. Ze tonen zonsvariatie ook
in de tijd voordat we vlekken konden zien.
Zie de Grote Minima

Extreme gevallen: De twee Grote Maxima (van de
20e
eeuw en van 110 eeuwen geleden). Diepste
minima om de ca. 2200 jaren : Hallstatt cyclus

 1730 – ‘40: overgang van Groot Minimum
(Maunder) naar Regelmatige Oscillaties
 1923: van Regelmatige Oscillaties naar Groot
Maximum
 2008: overgang van Groot Maximum naar
een andere Grote Episode; wat zal dat
worden?
Recente overgangen tussen
Episodes vonden plaats in:

 De recente eigenschappen van de tachoklijn tonen
onze verwachtingen (S. Duhau en CdeJ, 2011):
 de komst van Regelmatige Oscillaties zoals tussen
1740 en 1924
 En op grond van het polaire veld in de
overgangsperiode verwachtten wij (SD+CdJ, 2015)
dat de nu lopende Schwabe cyclus het begin is van
een periode die het best te vergelijken on met die van
de Regulaire pulsatie (1740- 1924)
 We denken dat deze regelmatige oscillaties enkele
eeuwen zullen blijven
Voorspellingen

Zwakke zonnevlekken-cyclus na de Transitie – we
voorspellen dat dit nog enkele eeuwen zo aanhoudt
Wonderlijk gedrag van de zonnedynamoWonderlijk gedrag van de zonnedynamo
tijdens en voor de recente Grote Overgangtijdens en voor de recente Grote Overgang
(2005 – 2011)(2005 – 2011)

Transitie gekenmerkt door lang uitgerekt minimum
sinds ca. 2000 (vgl. 1982 met 2002). Rood: vlekken; roze:
polair veld

Kenmerk van de Transitie: magnetisch veld van
vlekken werd zwakker

Minimum magnetisch veld van vlekken is ca.
2000 Gauss. ; dit was een tot voor kort
onbekend fenomeen

Veldsterkte over langer tijdinterval toont pulserend
karakter

 Magnetisch veld van de protovlek op diepte van de tachoklijn
is 60.000 Gauss.
 Bij opstijgen groeit vlek in omvang in de steeds ijlere
omgeving; zo neemt veldsterkte af
 Hoe dieper de tachoklijn des te zwakker de uiteindelijke
veldsterkte van de vlek aan het oppervlak
 Dit leidt tot de hypothese dat de tachoklijn op een
ingewikkelde wijze op en neer gaat – pulseert hij?
 Tussen 2005 en 2012 kwam de tachoklijn 0,03 zonnestraal
dieper te liggen – ca. 20 000 km
Verklaring: pulsatie van de tachoklijn
Het onderzoek van tachoklijn pulsaties is juistHet onderzoek van tachoklijn pulsaties is juist
begonnen; wat zal de toekomst ons leren?begonnen; wat zal de toekomst ons leren?

In oktober 2016 verscheen onze lange publicatie over de
Transitie in het wetenschappelijke tijdschrift Space
Science Reviews (band 201, blz. 109 145) - wie volgt?

 De presentatie en het artikel kunnen nagelezen
worden op deze website: www.cdejager.com.
 Voor de presentatie ga men naar het blad presentaties
en daar naar veranderende zon
 Ga voor het artikel naar sun-earth publications en daar
naar 000-2016-space-sci-rev
Dank voor uw aandacht !

6-veranderende-zon

  • 1.
    Zonnevlammen en CoronaleMassa Emissies; deZonnevlammen en Coronale Massa Emissies; de dynamo; Grote Episoden en de overgangen ertussen.dynamo; Grote Episoden en de overgangen ertussen. De opmerkelijke recente overgang.De opmerkelijke recente overgang. Wat brengt de toekomst?Wat brengt de toekomst? C. de JagerC. de Jager
  • 2.
     Grote energieuitbarstingen  zonnevlammen, vergelijkbaar met een miljard maal de atoombom op Hiroshima  Coronale Massa Emissies: nog heviger energie uitbarstingen  Waar?  Wanneer?  Hoe ontstaan ze? Hevige explosies
  • 3.
     Wat is dezon en wat zal ermee gebeuren? Maar eerst ….
  • 4.
     De zon: eenbol van 1,4 miljoen km diameter; 200 000 maal de aardmassa
  • 5.
    Maar helderheid neemtheel langzaam toe: 0,15 % perMaar helderheid neemt heel langzaam toe: 0,15 % per miljoen jarenmiljoen jaren
  • 6.
      Slechts 0,15%per miljoen jaren; dat is niet veel!  Maar zo ontvangt de aarde wel steeds meer stralingsenergie en wordt ze gestaag warmer  Na 300 miljoen jaren is de gemiddelde aardtemperatuur al opgelopen tot ca. 50 graden Celsius (als er overigens niets verandert)  En na 600 miljoen jaar is dat reeds 90 graden (als er overigens ……) Zonnestraling neemt gestaag toe
  • 7.
      Ja, maaralleen als er overigens niets verandert  Maar bij die temperatuur zullen de oceanen vrijwel geheel verdampt zijn  Aarde heeft dan een dichte atmosfeer, vergelijkbaar met die van Venus; veel zonlicht wordt gereflecteerd en niet door aarde opgenomen, dus minder verwarming  Maar … broeikaseffect zal de temperatuur verder doen oplopen tot … ?  De aarde kan dan met recht een echte zusterplaneet van Venus genoemd worden Negentig graden?
  • 8.
     En over 6miljard jaar stort de zon stort ineen om het leven te eindigen als een witte dwergster in een ’planetaire nevel’
  • 9.
     Maar nu dekorte termijn ! Dit zal het verloop zijn op lange termijn
  • 10.
    Actieve gebieden metzonnevlekken, fakkelvelden,Actieve gebieden met zonnevlekken, fakkelvelden, protuberansen, vlammen, coronale massa emissies en meerprotuberansen, vlammen, coronale massa emissies en meer ……
  • 11.
     Zeer kortdurende veranderingen.De zonnevlekken. Sterk geconcentreerde magneetvelden
  • 12.
      Magneetvelden metsterkten van de orde van 10.000 maal dat van de aardpolen; magneetvelden remmen convectieve opstijgen van heet zonnegas, daarom is vlek donker  Tegengestelde magnetische polariteit van de leden van een groep  Komen voor in de vlekkengordel: op breedten lager dan ca. 40o  Leven uren tot dagen, soms weken en sporadisch nog langer Vlekken meestal in paren of groepen
  • 13.
      Vlekken rijzenop uit de diepte – daar worden ze gevormd.  Hun structuur is te vergelijken met die van een hoefijzermagneet  Magnetisch veld is gesloten. Het zet zich boven het zonsoppervlak voort (daar meestal onzichtbaar; ijl gas)  (want  een magnetisch veld is altijd gesloten) hoefijzermagneten
  • 14.
     Vlekken zijn dekernen van de Actieve Gebieden
  • 15.
      Fakkels zijnde heldere gebieden om vlekken; magneetvelden die met de oprijzende zonnevlekken uit de diepte zijn meegesleurd  Zwakkere magneetvelden, slechts enkele honderden Gauss  Hogere temperatuur dan omgeving. Ca. 10.000 K  Dus variabele bronnen van UV straling Fakkelvelden in Actieve Gebieden
  • 16.
     In actief gebied:zonnevlammen. Gemiddeld 1 – 10 per dag. Energie-uitstraling ca. miljard Hirosjima bommen
  • 17.
     Nabij en inActieve Gebieden de Coronale Massa Emissies. Uitgestraald over breed gebied
  • 18.
     Ongeveer 1 –6 per dag; gemiddeld per CME evenveel energie als tien miljard Hiroshima bommen; zie ook het brede gebied van uitstraling
  • 19.
     In stappen ontsluierd Hetmechanisme van de zonnevlammen
  • 20.
     Jaren ’50. Spectravan vlammen onderzocht. Vlam duurt ca. 20 min en heeft temperatuur van ca. 15 000 graden
  • 21.
     Jaren ‘60: eersteRöntgen straling van vlammen waargenomen; voorbeeld de ESRO-2 satelliet (lancering 1968)
  • 22.
      Röntgenstraling wordtuitgezonden door gassen met temperaturen van miljoenen graden; een vlam heeft dus ook zeer hete elementen  De temperatuur toont zich in de golflengte van de straling  ‘Zachte’ Röntgenstraling -- enkele miljoenen graden  ‘Harde’ straling – enkele tientallen miljoenen graden  Dat vraagt om een heel nieuwe kijk op de vlammen Röntgenstraling ? !!
  • 23.
    Een Nederlands instrumentin de eerste Europese satelliet, ESRO-2 (1968). ‘zachte’ Röntgenstraling - De Röntgenstraling - Straling van korte golflengten (hoogste temperaturen) lijkt eerder te komen dan de straling van langere golflengte - Betekent dit dat de vlam aanvankelijk heter was en afkoelde? - Een aanwijzing voor het vlam mechanisme!
  • 24.
    Jaren ‘70: waannemingenin harde Röntgenstraling. Het Nederlandse instrument in de eerste grote Europese satelliet TD1A - Verrassende ontdekking: in de allereerste minuut (minuten) korte uitbarsting in nog hardere straling - Dit duidt op zeer hoge begintemperatuur, die heel kort blijft en daarna afneemt - Hoe hoog was die begintemperatuur?
  • 25.
      De aanvangstemperatuurvan vlammen lag tussen 50 en 70 miljoen graden. Afkoeling daarna: straling op steeds langere golflengten  Interpretatie: er moeten kleine hete kernen bestaan - deze werden alvast plasma-nodulen gedoopt  Maar bestaan die nodulen wel echt? Hoe is hun realiteit na te gaan? Analyse van enkele goed waargenomen vlammen
  • 26.
      We ontwikkeldenplannen voor een groot instrument dat afbeeldingen van de zon moest kunnen maken in harde Röntgenstraling; lenzen noch spiegels zijn daartoe geschikt  HXIS – Ons instrument ‘Hard X-ray Imaging Sun‘ werd op 14 februari 1980 gelanceerd in de Amerikaanse Solar Maximum Mission Waar zouden die plasma-nodulen zich bevinden ?
  • 27.
      HXIS namop 30 april 1980 te 22 uur Nederlandse tijd twee lussen waar aan de zonsrand; elektrische stromen tot biljoenen Ampères  Om 22:15 versmolten die lussen en explodeerde de vlam – kortsluiting leidde tot de vlam. Dat is dus de verklaring!  De vlam werd the Queens’s flare genoemd (meervoud) – Nederland had die dag immers twee koninginnen Een vroege ontdekking: De koninginnenvlam – 30 april 1980
  • 28.
     Een Actief Gebiednabij de zonsrand. Lussen voeren elektrische stromen met sterkten tot 1012 Ampères. Lussen worden bijeen gehouden door magnetische velden
  • 29.
     Nog meer lussen– de corona op 25-07- 2014
  • 30.
      Op 14mei 1984 zagen we een radiostoot die ca. een seconde duurde  Deze bestond uit een tiental kortere stootjes, elk van ca. 0,1 seconde  Analyse leerde dat het gas waar deze stootjes ontstonden, temperaturen had van 400 tot 500 miljoen graden; afkoelingstijd < 0,1 seconde  De hoogste temperatuur die ooit in het heelal gemeten is Het extreme geval
  • 31.
     Coronale massa emissies (coronalmass ejections – CME’s) Een ander explosief verschijnsel op de zon
  • 32.
  • 33.
     Enorme hoeveelheden materiedie de zon verlaten. Gemiddeld per CME 1,6 biljoen kg Snelheid is al vrij groot bij verlaten zon; maar neemt onderweg toe Op aardafstand snelheden tot 3200 km/sec; gemiddeld 500 km/sec Vermoedelijke verklaring is ook hier magnetische reconnectie; dit is nog verder uit te zoeken Eigenschappen en verklaring
  • 34.
     Naast het equatorialemagnetische veld is er ook het polaire veld. Als het ene maximaal sterk is, is het andere minimaal Zijn deze sterke magneetvelden te verklaren? Een actueel thema van onderzoek waaraan hard wordt gewerkt! ‘De exotische dans van de twee velden’.
  • 35.
     We kennen hetequatoriale magnetische gebied – dat om de zonnevlekken. Een tweede magnetische gebied ligt om de polen. Heldere vlekken, polaire fakkels, coronale gaten. De afbeelding is van boven een pool gezien
  • 36.
      Totale magnetischefluxen polair en equatoriaal zijn ongeveer vergelijkbaar  Polaire velden hebben maximale sterkten tijdens minima van het equatoriale veld  En omgekeerd: maximaal equatoriaal veld tijdens minimale polaire magnetische flux  De exotische dans van de twee velden Polaire en equatoriale magnetische velden
  • 37.
     De elfjaarlijkse piekentonen de variaties van het equatoriale veld - de Schwabe cyclus. Zie het Grote Minimum (1630-1710) het Dalton minimum (1800 -1830) en het Grote Maximum (1924-2008)
  • 38.
     Vlinderdiagram Eerste vlekken vannieuwe cyclus ontstaan op hoge breedten
  • 39.
     Polaire activiteit looptvóór op de equatoriale Maakt kennis van het polaire veld voorspelling van het equatoriale mogelijk ?
  • 40.
    Zonsactiviteit is gezeteldin de tachoklijnZonsactiviteit is gezeteld in de tachoklijn
  • 41.
      Een elektrischekringstroom produceert een magnetisch veld. (een eenvoudig experiment kan dat leren)  In der natuur komen wervelingen voor.  Het zonnegas is geïoniseerd (atomen in ionen en elektronen gesplitst)  In de wervelende media lopen dus elektrische kringstromen en zo ontstaan dus magneetvelden De betekenis van wervels in de sterrenkunde
  • 42.
      Een magneetveldontstaat als een elektrische stroom in een kring loopt. Het zonnegas is elektrisch geladen  Convectiestromen (op- en neergaande wervelende gasstromen) komen voor in de bovenste 200 000 km van de zon; hun kringstromen maken kleinschalige magneetvelden  Differentiële rotatiesnelheden (snelheid verloop met breedte op zon) maakt ook kringstromen – leveren grootschalige velden Magneetvelden in de zon
  • 43.
      Al wervelendontstaat een laag met dikte van ca. 30 000 km op diepte van ca. 200 000 km; dit is het gebied waar de convectie begint – op- en neerdalende gaswolken  Hierdoor ontstaan enorme wervels  Het zonnegas is op die diepte geïoniseerd (bestaat uit elektrisch geladen deeltjes). Dit geeft sterke elektrische wervelstromen , voornamelijk in een laag van 30.000 km dik; dit is de tachoklijn  De magneetvelden die zo ontstaan worden geleidelijk versterkt door differentiële zons-rotatie De tachoklijn
  • 44.
     Differentiële rotatie versterktde magneetvelden. Dit gebeurt in vele rotaties.
  • 45.
     Sterke velden hebbenkleiner soortelijk gewicht dan de omgeving. Delen ervan kunnen oprijzen.
  • 46.
     Ze breken losals veld groter is dan ~ 60.000 Gauss. Na enkele maanden aan oppervlak – vlekkenpaar.
  • 47.
      Het equatoriale(toroïdale) veld breekt dan uiteen in vele kleinere lussen met geringer veldsterkte  Stijgen langzaam op wegens kleinere opstijgende krachten  Door de Coriolis kracht draaien ze ongeveer 90o  Zo ontstaat aan de polen het polaire (poloïdale) veld, terwijl het equatoriale veld ongeveer tegelijk naar zijn minimum gaat – de Schwabe cyclus is dan voltooid Aan het eind van Schwabe cyclus:
  • 48.
     Grote Maxima enMinima Schwabe cycli zijn lang niet alle gelijk in sterkte en in aantallen vlekken
  • 49.
      Er zijnperioden van een kleine 100 jaren dat er bijna geen zonsactiviteit is: De Grote Minima: voorbeeld Het Maunder Minimum  De Grote Maxima laten het tegendeel zien: sterke 11-jaarlijkse cycli  Tussen 1923 en 2000 was de zon actiever dan ooit in de laatste tienduizend jaar: het Grote 20e eeuwse Maximum Grote variatie in de sterkte van de zonnecycli
  • 50.
     Kosmogenische radionucleiden zijnmaat voor de hoeveelheid uitgestraald zonnemagnetisme. Ze tonen zonsvariatie ook in de tijd voordat we vlekken konden zien. Zie de Grote Minima
  • 51.
     Extreme gevallen: Detwee Grote Maxima (van de 20e eeuw en van 110 eeuwen geleden). Diepste minima om de ca. 2200 jaren : Hallstatt cyclus
  • 52.
      1730 –‘40: overgang van Groot Minimum (Maunder) naar Regelmatige Oscillaties  1923: van Regelmatige Oscillaties naar Groot Maximum  2008: overgang van Groot Maximum naar een andere Grote Episode; wat zal dat worden? Recente overgangen tussen Episodes vonden plaats in:
  • 53.
      De recenteeigenschappen van de tachoklijn tonen onze verwachtingen (S. Duhau en CdeJ, 2011):  de komst van Regelmatige Oscillaties zoals tussen 1740 en 1924  En op grond van het polaire veld in de overgangsperiode verwachtten wij (SD+CdJ, 2015) dat de nu lopende Schwabe cyclus het begin is van een periode die het best te vergelijken on met die van de Regulaire pulsatie (1740- 1924)  We denken dat deze regelmatige oscillaties enkele eeuwen zullen blijven Voorspellingen
  • 54.
     Zwakke zonnevlekken-cyclus nade Transitie – we voorspellen dat dit nog enkele eeuwen zo aanhoudt
  • 55.
    Wonderlijk gedrag vande zonnedynamoWonderlijk gedrag van de zonnedynamo tijdens en voor de recente Grote Overgangtijdens en voor de recente Grote Overgang (2005 – 2011)(2005 – 2011)
  • 56.
     Transitie gekenmerkt doorlang uitgerekt minimum sinds ca. 2000 (vgl. 1982 met 2002). Rood: vlekken; roze: polair veld
  • 57.
     Kenmerk van deTransitie: magnetisch veld van vlekken werd zwakker
  • 58.
     Minimum magnetisch veldvan vlekken is ca. 2000 Gauss. ; dit was een tot voor kort onbekend fenomeen
  • 59.
     Veldsterkte over langertijdinterval toont pulserend karakter
  • 60.
      Magnetisch veldvan de protovlek op diepte van de tachoklijn is 60.000 Gauss.  Bij opstijgen groeit vlek in omvang in de steeds ijlere omgeving; zo neemt veldsterkte af  Hoe dieper de tachoklijn des te zwakker de uiteindelijke veldsterkte van de vlek aan het oppervlak  Dit leidt tot de hypothese dat de tachoklijn op een ingewikkelde wijze op en neer gaat – pulseert hij?  Tussen 2005 en 2012 kwam de tachoklijn 0,03 zonnestraal dieper te liggen – ca. 20 000 km Verklaring: pulsatie van de tachoklijn
  • 61.
    Het onderzoek vantachoklijn pulsaties is juistHet onderzoek van tachoklijn pulsaties is juist begonnen; wat zal de toekomst ons leren?begonnen; wat zal de toekomst ons leren?
  • 62.
     In oktober 2016verscheen onze lange publicatie over de Transitie in het wetenschappelijke tijdschrift Space Science Reviews (band 201, blz. 109 145) - wie volgt?
  • 63.
      De presentatieen het artikel kunnen nagelezen worden op deze website: www.cdejager.com.  Voor de presentatie ga men naar het blad presentaties en daar naar veranderende zon  Ga voor het artikel naar sun-earth publications en daar naar 000-2016-space-sci-rev Dank voor uw aandacht !