Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Kennis kring - Brein & Creativiteit

2,022 views

Published on

  • Be the first to comment

Kennis kring - Brein & Creativiteit

  1. 1. AVANS HOGESCHOOL-ADVANCED BUSINESS CREATION dr IDEA GENERATION BREIN & CREATIVITEIT Linde van Erp 2010Oktober 2010, ‘s-Hertogenbosch - Begeleider: Yvonne Koert
  2. 2. BREIN & CREATIVITEITINHOUDSOPGAVE Pag. 1. Inleiding: Innovatie & ideeën 2 2. Het brein & creativiteit 3 3. Kennis & creativiteit 6 4. Het stimuleren van ideation 11 5. De toekomst van onderwijs 17 Conclusie 24 Literatuurlijst 25 Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 1
  3. 3. INLEIDING - INNOVATIE & IDEEËN “Another word for creativity is courage” – George PrinceNaar aanleiding van het ons aangewezen thema idea generation voor het project Kennis kring, ben ikbegonnen aan een literatuur onderzoek. Een onderzoek naar hoe een idee nou werkelijk tot standkomt in de hersenen en hoe dit ideation proces te stimuleren is. Vele onderzoeken en bronnenkwamen voorbij bij het beantwoorden van de centrale vraag in dit rapport:Hoe start het ideation proces in de hersenen , hoe is ideation te stimuleren en wat kan deze kennisbetekenen voor Advanced Business Creation?Om überhaupt aan dit rapport te kunnen beginnen, was het belangrijk om twee zaken duidelijk tehebben. 1. Wat is innovatie? 2. Wat is idea generation?Ik heb deze begrippen als volgt gedefinieerd:Innovatie is het veranderen of vernieuwen van producten of productiemethoden of het introducerenvan nieuwe producten, productieprocessen of nieuwe markten waarbij men vraag/behoeften oftoegevoegde waarbij creëert & biedt voor de consument. Diensten vallen hier ook onder het begripproduct.Deze definitie is gebaseerd op bestaande definities als die van Jose Campos, The American heritagedictionary en van Joseph Schumpeter die innovatie als volgt beschrijft: ‘The introduction of newgoods, new methods of production, the opening of new markets, the conquest of new sources ofsupply and the carrying out of a new organization of any industry.’Idea generation -ook wel ideation genoemd- wordt in dit rapport gezien als het creatieve proces vanhet generen en ontwikkelen van nieuwe ideeën, dat start in het brein van het individu.Idea generation is een onderdeel van het innovatieproces. Innovatie start namelijk allemaal met eenidee. Zo zegt ook Jack Foster(1996): ‘Nieuwe ideeën zijn het wiel van vooruitgang.’ Alle productenen diensten zijn ontstaan aan de hand van een idee. Dit is dus vitaal voor het innovatieproces. Zekerin een markt waar de concurrentie groot is, is het belangrijk dat een bedrijf zich onderscheidt doorbijzondere waarden te bieden. Innovatie is hiervoor erg belangrijk en lijkt ook steeds belangrijker teworden gevonden door bedrijven. Maar aangezien het allemaal bij een idee begint, beginnen wij ookbij het idee.Dit rapport bevat een aantal hoofdstukken. Het begint met hoe een idee in het brein tot stand komt.Vervolgens wordt er gekeken naar de noodzaak van kennis om ideeën te kunnen genereren in hetbrein. Hoofdstuk 3 omschrijft weetjes, regels, methoden en dergelijke om het ideation proces testimuleren. Tot slot - om vervolgens de centrale vraag te kunnen beantwoorden met betrekking totde studie Advanced Business Creation - gaat hoofdstuk 4 wat dieper in op het onderwerp onderwijs.Er worden in dit hoofdstuk visies besproken over onderwijs in de toekomst, waar het geheleonderwijssysteem aangepast zou moeten worden op de werking van het brein van de student. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 2
  4. 4. 1. HET BREIN & CREATIVITEITOm een inzicht te krijgen in hoe ideeën gegenereerd kunnen worden, is het belangrijk dat je een ideehebt van hoe het brein werkt. Dit zal ik dan ook in dit hoofdstuk nader toelichten. De vraag is hier:Hoe komt een idee tot stand in de hersenen en wat is precies de link tussen brein & creativiteit?De linker en rechter hersenhelft ‘Does the left brain know what the right brain is doing?’- NeumeierDe hersenen zijn het meest complexe orgaan in je lichaam. Er is al veel onderzoek naar gedaan ennieuwe rapporten komen nog steeds met erg verrassende bevindingen maar een aantal zaken isduidelijk. Het bovenste deel van de hersenen bestaat zoals je waarschijnlijk al weet, uit twee delen:de linkerhelft en de rechterhelft. Professor Roger Sperry ontdekte dat deze twee helften iedergespecialiseerd zijn in verschillende taken. De linkerhelft houdt zich vooral bezig met de taken alstaal, rekenen, volgorde, spraak, details en dergelijke en is dus vrij analytisch. De rechterhelftdaarentegen is het creatieve brein; denk hierbij aan beelden, muziek en kleur maar ook aan ritme,patronen en dromen. Het punt is alleen dat de creatieve gedachten niet alleen plaats vinden in derechterhelft maar juist voortkomen uit goed gebruik van beide hersenhelften. Het gebruik van beidehersenhelften samen, versterkt elkaar dan ook. Het zorgt ervoor dat we het brein beter benutten. Zoschrijft ook Jan-Willem van den Brandhof, eigenaar van een Brain Training centrum en schrijver vandiverse boeken over het brein en hoe hier het best mee om te gaan.Werking van de zenuwcellenIets ingewikkelder is de werking van de zenuwcellen. De hersenen op zich bestaan uit verschillendezenuwcellen, ook wel neuronen genoemd. Ieder brein heeft meer dan honderd miljard neuronen ennog meer ondersteuningscellen, ook wel gliacellen genoemd. Deze zenuwcellen hebben ieder veleingangen en één uitgang. Deze ingangen heten dendrieten, een soort tak aan de zenuwcel. Iederneuron kan er tot honderdduizend van hebben. Bij goed gebruik van de hersenen heeft de zenuwcelvele dendrieten. Door deze dendrieten loopt een soort elektrisch stroompje. Jan-Willem van denBrandhof beschrijft dit als volgt: ‘Het elektrisch stroompje door de dendrieten zorgt voor eenchemische reactie tussen de chemicaliën of neurotransmitters die in de spleet zitten tussen dedendrieten. Die chemische reactie tussen de neurotransmitters zorgt ervoor dat er een stroompjegaat lopen in het andere dendrietje. Zo wordt informatie overgedragen’. De uitgang van de zenuwcelheet axon of neuriet. Iedere cel heeft zoals al eerder gezegd maar één uitgang die signalen kankrijgen via de “kern” van de zenuwcel: het cellichaam. De axon kan de opgewekte signalen op haarbeurt weer doorgeven aan andere cellen. De lengte van de uitgang (neuriet) kan verschillen.In de hersenen kunnen er zo wel tot honderd biljoen verbindingen ontwikkeld worden.In de cel kunnen wel tienduizenden signalen binnenkomen vanuit verschillende dendrieten.Deze worden verwerkt in het cellichaam enuiteindelijk verwerkt tot een signaal dat via deaxon uit het cellichaam gaat en zo weer op eenander punt aankomt en weer een van detienduizenden signalen wordt in het cellichaamwaar het naar toe is gestuurd. Deze signalen zelfzijn weer opgebouwd uit de eerder genoemdeneurotransmitters: een combinatie van Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 3
  5. 5. verschillende stoffen in een signaal. Hierboven is een zenuwcel in beeld gebracht om het verhaal vande werking van de hersenen duidelijker te maken.(Creatief) denkenCreatief denken wordt door Igor Byttebier (schrijver van het boek: Creativiteit. Hoe? Zo!)omschreven als patroondoorbrekend denken. Denken zelf is het proces waar informatie verwerktwordt. Het kan hier onder andere gaan over een beeld, voorstelling, herinnering of idee. VolgensByttebier is het denksysteem juist efficiënt door het herkennen, gebruiken en eventueel aanpassenvan denkpatronen. Dit zijn ‘clusters van gegevens die we als cluster kunnen herkennen en die wezullen opslaan als we er succes mee hebben. Ervaring is het totaal van al de patronen en gewoontendie we hebben opgebouwd in het verleden, zodat we heel efficiënt kunnen handelen in een bepaaldecontext.’ De succesvolle patronen worden vaak herhaald en lijken daarom automatisch, denk hierbijbijvoorbeeld aan ontbijten en tanden poetsen in de ochtend. Dit denken op zich gebeurt via designalen tussen de verschillende hersencellen. Deze volgen een bepaalde weg van de ene naar deandere hersencel, ofwel via verbindingen. Dit kunnen zowel bestaande verbindingen zijn als nieuwedie aangemaakt worden. Er komen dan wel nauwelijks hersencellen bij gedurende ons leven maar erworden wel steeds nieuwe verbindingen gelegd tussen deze bestaande hersencellen. Zoals gezegdworden de patronen die vaak worden herhaald soms zelfs automatisch. Dit komt omdat deverbindingen die gemaakt zijn tussen de hersencellen en regelmatig herhaald worden, wordenversterkt elke keer dat de verbinding weer gebruikt wordt. Deze herhaling van een activiteit zorgtervoor, dat de waarschijnlijkheid dat deze verbinding de keer daarop weer gebruikt wordt, verhoogt.Creatief denken gaat daarentegen juist over het doorbreken van de patronen en over het vergrotenvan de kans tot het maken van nieuwe verbindingen. Juist de nieuwe verbindingen die wordengelegd tussen twee of meer onderwerpen, informatiebronnen, zorgen voor een nieuwe kijk: eeninnovatie. “Innovatie is alles wat je voor het eerst doet” – ByttebierInnovatie door middel van het cerebellum Larry R. Vandervert schrijft het artikel ‘The Neurophysiological Basis of Innovation’. Dit is te lezen in het boek ‘Handbook on Innovation’. Vandervert schrijft over innovatie en hoe dit in het brein tot stand komt. Dit is een andere benadering dan die hierboven beschreven wordt. Vandervert schrijft namelijk dat innovatie een recursief neurofysiologisch proces is, waarbij het denken constant gereduceerd wordt tot patronen. Net zoals het in wiskunde werkt: het gaat om het zien van relaties en patronen tussen verschillende zaken. Bij innovatie is het van belang dater constant nieuwe en efficiëntere verbindingen worden gecreëerd. Innovatie ontstaat doorsamenwerking van het werkgeheugen en patronen die gegenereerd worden in het cerebellum. Hetcerebellum is volgens Wikipedia: ‘een onderdeel van het centraal zenuwstelsel. De eerste functie vanhet cerebellum is de coördinatie van bewegingen om ze vlot en nauwkeurig te maken’.Drie algemene theorieënInnovatie kan met behulp van 3 algemene theorieën onderbouwd worden:1. Innovatie is als een evolutieproces. Evolutie staat voor ontwikkeling en zo gaat het ook bij innovatie. Er worden steeds nieuwe producten bedacht, die andere producten vervangen, net zoals in de evolutietheorie wordt omschreven. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 4
  6. 6. 2. De voordelen van innovatie komen voort uit efficiencyslagen die voortvloeien uit een relatie tussen het werkgeheugen en de perceptuele, cognitieve functies van het cerebellum.3. De manier waarop de hersenen samenwerken met de cortex en het cerebellum en het automatiseren in patronen, zorgt ervoor dat men efficiënter kan werken. De cortex is de korst van de hersenen die de beelden die binnen komen, ziet. Door deze te koppelen aan het geheugen kunnen er patronen gecombineerd worden in het cerebellum. In het werkgeheugen komt informatie binnen, die toegevoegd wordt aan de al opgeslagen informatie en zo het geheugen up-to-date houdt. Hoe meer verbindingen en hoe vaker deze gebruikt worden, hoe efficiënter men kan werken. Dit zijn de verbindingen waren we het eerder ook al over hadden. Door grote hoeveelheden verbindingen en patronen is men beter in het oplossen van problemen en in die zin ook intelligenter.Het cerebellum ontwikkelt zich zelfs sneller dan de axon (de uitgang van de zenuwcel zoals eerderomschreven) en kent zowel een feedback als feedforward model. Met het feedforward model in dehersenen is de mens in staat een voorstelling te maken met bestaande kennis uit het werkgeheugen.Deze combineert huidige kennis met nieuwe informatie die de hersenen binnenkomt en verbeterthet in een voorstelling in het hoofd, zo wordt een idee verbeeld. Wanneer een beeld uit een domeinmet beeld of informatie uit een ander domein wordt gecombineerd in het cerebellum tot een nieuwpatroon, voelt het ook als een innovatie in het hoofd. Dit is hoe een idee in de hersenen tot standkomt volgens Vandervert.Voorbeeld: Methode tot innovatieAbstraheren is een methode om te innoveren. Hier wordt beeld of informatie terug naar de essentiegehaald. Men kijkt dan bijvoorbeeld naar dans, reuk, beeld, muziek die bij hen opkomt bij opgeslageninformatie. Op deze manier is er sneller een nieuw overkoepelend patroon te zien. Einstein maakteook gebruik van deze methode door naar muziek te luisteren. Dit bracht hem weer tot ideeëndoordat er weer een nieuwe link werd gemaakt in het cerebellum tussen de huidige opgeslageninformatie en de muziek.ConclusieDe werking van de hersenen is heel erg gecompliceerd. Tussen de zenuwcellen in de hersenenbestaan verschillende verbindingen. De informatie wordt opgeslagen in het werkgeheugen en in hetcerebellum worden deze in patronen gegenereerd. Vooral de patronen of verbindingen die vaakgebruikt worden, lijken automatisch te werken. De waarschijnlijkheid dat deze verbindingen vakergebruikt worden, neemt namelijk toe door herhaling. Deze axons & dendrieten worden dikker.Creatief denken is echter patroondoorbrekend denken. Het gaat hierbij dan ook om het leggen vannieuwe verbindingen: innovatie. Innovatie kan tot drie algemene theorieën onderbouwd worden,namelijk: Innovatie is een evolutieproces dat in de hersenen van start gaat. Ten tweede komen devoordelen van innovatie voort uit efficiencyslagen en tot slot zorgen de patronen die voortvloeien uitde samenwerking tussen de cortex en het cerebellum in de hersenen, voor een efficiënte manier vanwerken. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 5
  7. 7. 2. KENNIS & CREATIVITEITNu we op de hoogte zijn van hoe innovatie in het brein tot stand komt, belanden we bij de vraag:In hoeverre is kennis noodzakelijk bij idea generation en in hoeverre beperkt dit juist decreativiteit? In het vorige hoofdstuk kwamen we tot de conclusie dat er bij innovatie, ofwel het totstand komen van een idee, nieuwe patronen en verbindingen in het cerebellum worden gelegdtussen informatie uit het werkgeheugen. Juist een verbinding die ongewoon lijkt en nieuw is, zorgtvaak voor een vernieuwend idee. Patroondoorbrekend denken is dus cruciaal bij idea generation. Omüberhaupt verbindingen te kunnen leggen, is mijn hypothese dan ook dat kennis enigszinsnoodzakelijk is. Maar is kennis ook remmend voor patroondoorbrekend denken?Het nut van een ideeDe studie: ‘Intelligence, general knowledge and personality as predictors of creativity’ (door Batey,Furnham en Safiullia) gaat over de groeiende interesse naar hoe de werking van het breingeïntegreerd zou kunnen worden in het onderwijs. Hier gaan we later in het rapport wat dieper opin. Batey, Furnham en Safiullia schrijven ook over de relatie tussen intelligentie en creativiteit. Hierbijwordt creativiteit gedefinieerd als een idee wat nieuw en nuttig is. Het nut van een idee kan hierbijvoorbeeld voor esthetisch gebruik of technische noodzaak zijn. Denk hier bijvoorbeeld aan deuitvinding van het internet. Ook de relativiteitstheorie waarbij het gaat om het begrijpen van dewerking van de natuur, is een voorbeeld van het nut van een idee. In dit onderzoek wordenverschillende eerdere studies besproken. Zo is een van de eerste modellen van het creatieve procesbeschreven door Walles in 1926, die bij zijn geformuleerde model een beroep deed op het eerderewerk van Helmholtz in 1826. Het proces bestaat volgens Walles uit 5 stappen: 1. Het preparaat: de verwerking van vaardigheden. 2. Incubatie: waar het probleem daadwerkelijk intern gesignaleerd wordt. 3. Aanduiding: waar een gevoel ontstaat dat er een oplossing tot stand komt. 4. Verlichting: een plotselinge uitbarsting van inzicht. 5. Controle: waar het idee is getoetst aan de realiteit en uiteindelijk wordt toegepast.Divergerend- en convergerend denkenVerschillende psychometrische onderzoekers maakten al vroeg een onderscheid tussen tweedenkprocessen: het lineaire logische denkproces, waarbij er convergerend wordt gedacht en hetproces van meer diffuse en impressionele denkpatronen (divergerend denken). Over dit onderscheidwordt nog steeds geschreven en de termen zijn waarschijnlijk bij ieder van ons op de ABC opleidingbekend.Bij divergerend denken probeert men zoveel mogelijk oplossingen of ideeën te bedenken voor eenbepaalde situatie of in ons geval voor een bepaald bedrijf. Hier gaat het niet zozeer om de kwaliteitmaar met name over de kwantiteit. Vervolgens gaat men convergerend denken door de hoeveelheidideeën terug te dringen naar een klein aantal, de meest kwalitatieve ideeën.ControversiesCreativiteit staat in vergelijking tot onderzoeken naar het IQ nog in de kinderschoenen. Er zijn nogsteeds verschillende controversies. Zo gelooft een groep onderzoekers dat creativiteit een gevolg isvan intelligentie, terwijl een andere groep gelooft dat creativiteit helemaal niet in relatie staat metintelligentie en andere sociale factoren als het gezonde verstand. De meeste onderzoekers zijn het Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 6
  8. 8. er echter wel over eens dat er een samenhang is tussen intelligentie en creativiteit tot een bepaaldIQ (van ongeveer 120). Daarna worden ze onafhankelijk van elkaar. In een artikel over de NationaleIQ test wordt geschreven dat een gemiddelde MBO+’er en HBO’er een IQ van tussen de 111 en 120heeft, waar studenten aan HBO+ of WO gemiddeld tussen de 121 en 130 zitten. Bij een IQ van bovende 130 ben je hoogbegaafd. Dit zou voor ons betekenen dat we als ABC-studenten gemiddeld rondeen IQ van 120 zitten. Dit zou volgens een aantal onderzoekers betekenen, dat er bij ons geensamenhang meer plaats vindt tussen intelligentie en creativiteit. De Nationale IQ-test is echter geenofficiële IQ-test en verschillende andere bronnen als Resing & Blok en Wechsler geven aan dat een IQvan 120 toch al wel in de categorie begaafd kan worden geplaatst. Van begaafd spreekt men bij hetIQ van een WO- student. Hieronder zie je een normale verdeling van het IQ. Ik verwacht naaraanleiding van verschillende bronnen dan ook dat wij als studenten van ABC een IQ hebben van rondde 110-115 en dat er dus nog net een relatie zou moeten zijn tussen ons IQ en creativiteit volgens o.aBarron & Harrington(1981).Bron: http://www.wikiwijs-wiskunde.nl/w/index.php?title=Normale_verdeling_totaalbeeld_(HAVO_a)Sommige onderzoekers als Herr, Moore, Hasen (1965) en Simonton (1994) zien echter helemaalgeen link tussen het IQ en creativiteit. Wel zijn bijna alle onderzoekers het erover eens datintelligentie en met name de verwerving van ‘domeinspecifieke’ vaardigheden en kennis, ofwel devoorbereiding die opgeslagen is in het werkgeheugen, noodzakelijk zijn voor het creatieve procesmaar niet genoeg om te kunnen verzekeren dat er creativiteit plaats zal vinden (Heil, Nadeau &Berversdorf, 2003). Zo lijkt mijn hypothese te kloppen. Want in het artikel wordt eigenlijk gezegd dater kennis en informatie nodig is uit het werkgeheugen om een verbinding te kunnen leggen tussenhet ene en het andere onderwerp. Iedereen beschikt al over basis kennis. Maar wanneer men eenopdracht vanuit een bedrijf krijgt, is het belangrijk hier ook het een en het ander over te wetenvoordat men aan de brainstormtafel plaats neemt. Wanneer men namelijk de achtergrondinformatieover het bedrijf en/of het product niet kent, kan men hier ook geen link mee leggen en niet tot eeninnovatie komen die relevant is voor het desbetreffende product of bedrijf. Marktonderzoek is danook belangrijk bij een projectopdracht. Innovaties kunnen wel bedacht worden zonder kennis overeen bedrijf, product of markt maar dit zijn dan naar mijn idee innovaties die mogelijk niet directbetrekking hebben op de opdracht. Bovendien weet je niet of een idee een innovatie is als je nietenigszins op de hoogte bent van de markt en of zoiets al bestaat. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 7
  9. 9. Overige studies creativiteit Verder wordt er in dit artikel beschreven dat de meeste mensen hun creatieve gedachten als spontaan ervaren en hierbij een creatief inzicht als een verlichting zien terwijl men soms juist weloverwogen ideeën probeert te bedenken, puur op wilskracht. Het artikel geeft aan dat verschillende onderzoekers er nog steeds niet uit zijn waar vooral ideation tot stand komt in de hersenen. Hier wordt wel over termen als ‘frontal lobes’ gesproken (zoals hiernaast weergegeven), een gebied in de hersenen. Sommige bronnen zeggen in dit artikel dat alles wat tot creatieve acties leidt, zich afspeelt in die ‘frontallobes’. Het onderzoek is er nog niet uit of juist hogere- of lagere activiteit in de ‘frontal lobes’ leidt toteen hogere kwaliteit en output van creativiteit.Wat betreft spontane creativiteit suggereren rapporten dat rust, ontspanning, meditatie, slaap endromen van groot nut kunnen zijn om spontaan tot creatieve ideeën te komen.Ook andere studies komen in dit artikel naar voren (Martindale & Greenough 1973; Martindale &Hasenfus, 1978; Martindale & Hines, 1975). Zo presenteerde een EEG studie - dit is eenonderzoeksmethode waarbij de hersenfunctie wordt onderzocht - dat hoog creatieve individuenverschillen van “normale” mensen op de volgende gebieden: - De activiteit in de rechter ‘parieto temporalen’ is groter. - Zij hebben een hogere alfa activiteit tijdens momenten van “inspiratie”. - Zij hebben een grotere neiging tot het laten zien van fysiologische overreactie (fysiologie gaat over de wetenschap van de stofwisseling van levende organismen).De 2e studie die aangekaart wordt, laat zien dat er een grotere complexe samenhang is tot meergebieden in de hersenen bij het ondernemen van divergente denktaken dan bij convergentedenktaken. De controle op de aandacht zou namelijk tijdens het divergente denkproces meerworden losgelaten (Molle, 1996).De 3e studie, ditmaal van Jausovec, vergeleek getalenteerde, intelligente, creatieve en gemiddeldeindividuen. Zij werden allen uitgedaagd om een creatief probleem op te lossen. Hieruit bleek dat depersonen waarbij een lager niveau van mentale activiteit plaats vond, juist de individuen waren diecreatief op een hoog niveau waren ontwikkeld. Dit in vergelijking met een gemiddeld persoon.Jausovec deed ook onderzoek bij 115 “normale” mensen, die ingedeeld werden in maatschappelijkelagen. Daaruit concludeerde hij dat de EEG coherentie significant in relatie staat tot decreativiteitsscores. EEG coherentie wordt gebruikt om de samenhang van de hersenactiviteit tussende verschillende gebieden weer te geven.Alles bij elkaar wijzen de studies op de belangrijkheid van de ‘posterior’ gebieden in de hersenen ende meer verspreide actie in de frontale hersenen tijdens het uitvoeren van creatieve opdachten.Onderzoek relatie witte hersenmassa & creativiteitOnderzoekers van de Universiteit van New Mexico komen met een logische maar verrassendeconclusie na een onderzoek onder 72 verschillende proefpersonen. Onder leiding van Rex Jung zijnde deelnemers onder een MRI-scan geweest om te meten hoe snel de witte hersenmassa van de Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 8
  10. 10. proefpersonen informatie door kon geven. Voordat de scan gemaakt werd, waren deze deelnemersgetest op hun capaciteit tot divergerend denken, ofwel patroondoorbrekend denken.Jung en zijn collega’s vonden een samenhang tussen creativiteit en lage waarden van het chemischeN- acetylaspartate. Deze stof zit in de neuronen en lijkt de neurale gezondheid (gezondheid van dehersenen) en de stofwisseling te bevorderen. De grijze hersenmassa bestaat hoofdzakelijk uitneuronen en wordt traditioneel het meest geassocieerd met denkkracht in plaats van creativiteit.Jung legde naar aanleiding hiervan meer focus op de witte hersenmassa om de creativiteit teonderzoeken. De witte massa bestaat hoofdzakelijk uit ‘myelineschede’ vetzuren, een stof die deneuronen verpakt. Minder ‘myelineschede’ in de witte hersenmassa zorgt voor een lagere integriteitwaardoor informatie langzamer wordt doorgegeven. Verschillende recente studies suggereren datwitte hersenmassa met een hogere integriteit in de cortex een hogere intelligentie betekent omdatdit geassocieerd wordt met een hogere mentale functie. Deze mensen kunnen namelijk snellerprobleemoplossend denken dan iemand met een gemiddelde integriteit van de witte hersenmassa.Jung gebruikte voor zijn onderzoek naast een MRI-scan ook een DTI (Defusor Tension Imaging). Dit iseen methode die de richting meet waarin water zich verspreidt door de witte hersenmassa. Ditlaatste is een indicatie van de integriteit in de hersenmassa. Hij ontdekte echter iets anders in zijnonderzoek over de relatie tussen creativiteit en intelligentie dan andere onderzoeksresultatenaangaven. Zijn bevindingen zijn dat de meest creatieve mensen een lagere integriteit in de wittehersenmassa hebben in de Thalamus. Dit is het gebied dat de prefrontale cortex met haar dieperestructuur verbindt. Dit in vergelijking met hun minder creatieve proefpersonen. Jung suggereert hierdus dat langzame communicatie tussen verschillende gebieden in de hersenen mensen creatievermaakt. ‘Dit kan zorgen voor de koppeling van meer uiteenlopende ideeën, meer nieuwheid en meercreativiteit’, zegt hij.Andere studies geven aan dat de witte hersenmassa aangedaan is in sommige mensen metpsychiatrische afwijkingen. Dit versterkt de link die daartussen al gevonden is. Een van de triggersvoor de studie van Jung is, dat hij gevonden heeft dat wanneer de witte hersenmassa begint af tebreken bij mensen met dementie, zij vaak creatiever worden. ‘De resultaten zijn verassend omdat dehoge integriteit van de witte hersenmassa normaal gesproken wordt beschouwd als iets positiefsomdat het iets zegt over de intelligentie van een individu’, zegt Paul Thomsen, Universiteit California.Hij bevestigt dat snelle informatie overdracht misschien niet van vitaal belang is voor creativiteit ,eerder andersom. Het mag dan wel heel handig zijn bij schaken en andere denkspellen maar nietzozeer voor het bedenken van innovaties. Jung geeft wel aan dat intelligentie en creativiteit weldegelijk hand in hand gaan. Ze worden echter ieder in een verschillend gebied in de wittehersenmassa aangestuurd. Ze functioneren dus relatief onafhankelijk van elkaar, zo kan iemand meteen hoge intelligentie nog steeds heel creatief zijn doordat de integriteit tussen de massa in decortex en diepere gebieden in de hersenen vrij laag is.Zoals eerder aangegeven, is dit onderzoeksgebied nog onontgonnen gebied. Ieder onderzoek brengtdus weer nieuw inzicht in het landschap van de hersenen en de relatie tot creativiteit. Het voordeel isdat door de nieuwe onderzoeksresultaten ook mentale ziektes steeds beter in kaart kunnen wordengebracht, zoals stotteren. Het gaat dan met name over hoe de informatie doorgestuurd wordt. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 9
  11. 11. ConclusieHet onderzoeksgebied staat nog in de kinderschoenen en er zijn veel controversies wat betreft derelatie tussen kennis en creativiteit. Aan de hand van onderzoeken die ik hierboven behandeld heb, ismijn veronderstelling als volgt. Ik denk dat kennis wel degelijk noodzakelijk is om tot ideation tekomen. Zoals veel onderzoekers als Heil, Nadeau & Berversdorf al aangeven, denk ik dat intelligentieen met name de verwerving van ‘domeinspecifieke’ vaardigheden en kennis noodzakelijk zijn voorhet creatieve proces. Maar niet genoeg om te kunnen verzekeren dat er creativiteit zal plaats vinden.Er is dus kennis nodig in het werkgeheugen om een verbinding te kunnen leggen tussen het ene enhet andere onderwerp. Zeker wanneer het om een bedrijfsopdracht gaat is het noodzakelijk dat menook iets over het bedrijf, de markt en dus het product of dienst weet. Marktonderzoek is dan ookessentieel bij een projectopdracht om het nut van een idee te doen toenemen en het idee te kunnenonderbouwen. Ik denk dat innovaties wel degelijk bedacht worden zonder kennis over een bedrijf,product of markt. Dit zijn dan naar mijn idee innovaties die niet direct betrekking hebben op eenopdracht. Het gaat dan om spontane ideation.Kennis kan echter ook remmend werken tijdens de divergerende fase. Zo geeft ook het onderzoekvan Jung en dat van Molle aan. Jung geeft in zijn onderzoek aan dat de meest creatieve mensen eenlagere witte hersenmassa integriteit hebben. De langzame communicatie tussen de verschillendegebieden in de hersenen maakt mensen creatiever. Iets wat normaal juist een slecht teken is wanteen hogere integriteit in de cortex wordt meestal geassocieerd met een hogere intelligentie.Normaliter betekent het dat men snel probleemoplossend kan denken. Op zich vind ik ditonderzoeksresultaat erg logisch aangezien mensen met veel kennis en ervaring waarschijnlijk veelsterke verbindingen hebben die door ervaring bijna automatisch zijn geworden. Het is voor zoiemand waarschijnlijk moeilijker om uit mogelijk verstarde denkpatronen te komen (zo zegt ook JeffGaspersz, Hoogleraar Innovatie aan de Universiteit Nijenrode & tevens AdviseurInnovatiemanagement in zijn rapport ‘Concurreer met creativiteit’). Bij mensen met dementiebreken juist de witte hersenmassa en hiermee denk ik ook de automatische verbindingen af. Datbetekent dat men weer makkelijker patroondoorbrekend kan denken. Net zoals dit voor kinderenwaarschijnlijk makkelijker is, omdat zij zogezegd niet worden gehinderd door enige kennis. Al met alis kennis dus enigszins noodzakelijk maar kan het anderzijds ook remmend werken bij hetpatroondoorbrekend denken. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 10
  12. 12. 3. HET STIMULEREN VAN IDEATIONZoals ik al in het vorige hoofdstuk schreef, kan het soms erg moeilijk zijn om patronen te doorbrekenzeker wanneer iemand een hoge integriteit van de witte hersenmassa heeft. Voor mensen met veelkennis en ervaring kan het erg moeilijk zijn om uit hun verstarde denkpatronen te komen. De vraag isin dit hoofdstuk dan ook: Hoe kan het ideation proces en dus het patroondoorbrekend denkengestimuleerd worden?Creativiteit: de voeding van innovatie Het is vaak moeilijk te zeggen hoe we creativiteit kunnen sturen en wat de grenzen zijn van onze creativiteit. ‘Eigenlijk kennen we creativiteit door wat het voortbrengt’, zegt Jeff Gaspersz, Hoogleraar Innovatie aan de Universiteit Nijenrode. ‘Met creativiteit hebben mensen problemen in hun werk en leven overwonnen en nieuwe kansen gerealiseerd. Door creativiteit te combineren met daadkracht is de mensheid individueel of In gemeenschappen tot vooruitgang en vernieuwing gekomen.’ Het gaat bij ideation nietalleen over volstrekt nieuwe gedachten maar ideation kan ook ontstaan door het combineren vanreeds bestaande suggesties. Hier is creativiteit volgens Gaspersz de voeding van innovatie. Inbedrijfscontext is innovatie dan ook steeds belangrijker voor een goede concurrentiepositie. Het isbelangrijk dat bedrijven open staan voor vernieuwing en een open sfeer creëren voor medewerkerszodat iedereen met ideeën kan en durft te komen. ‘Voor de aanmoediging en benutting van dezewaardevolle creatieve uitingen is doordacht management van creativiteit nodig.’ Zo houdt Toyotajaarlijks een ideeëntoernooi onder medewerkers. Dit zorgt voor duizenden ideeën wat weer kanleiden tot bijvoorbeeld het ontwerp van een nieuwe auto.Comfort zoneVooral het durven onder medewerkers van bedrijven of onder studenten is naar mijn idee belangrijk.Zo schrijft ook Mary Lou Leistikow in het boek ‘Creatief denken en doen’, dat volwassenen zich vaaklaten remmen door routines. Als kind was je voortdurend nieuwsgierig. Je durfde bijna alles te vragenen te fantaseren. Bij het volwassen worden lijkt het wel of we een soort streep trekken: ‘tot zovermogen we gaan om nieuwe dingen te leren of om vragen te stellen. Onbewust wil iedereen binnenzijn comfort zone blijven.’ “It is better to have enough ideas for some of them to be wrong, than to be always right by having no ideas at all.” — Edward de Bono50.000 ideeën per dagKoen de Vos schrijft in zijn boek ‘Brainstormen, 50.000 ideeën per dag’ over het aantal gedachten datiemand per dag heeft. Verschillende onderzoekers hebben een dag hun gedachten geteld. Eenprofessor kwam na 24 uur op een stand van 50.000. Volgens sommigen zijn het er 200.000 enanderen beweren een aantal van 5.000. Natuurlijk speelt de manier van tellen en hun definiëringvan ‘gedachten’ een grote rol bij de eindstand maar uitgaande van 50.000 ideeën per dag betekent Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 11
  13. 13. dat toch wel dat iedere 2 seconden een idee ontstaat. In groepsverband is dit aantal na een jaarhelemaal rigoureus. Vos geeft echter aan dat 90% van alle gedachten van vandaag dezelfde zullenzijn als die van gisteren. Ondanks dat dit een hoog percentage is, blijven er nog steeds 500 ideeën perdag over. Er zijn twee benaderingen voor deze enorme hoeveelheid aan gedachten: - ‘Plaats maken voor nieuwe gedachten: Misschien is het niet levensnoodzakelijk dat we 90% van onze gedachten de volgende dag herhalen. Als we minder herhalen, maken we plaats voor nieuwe, constructieve gedachten.’ - ‘Gedachten constructiever richten: Stel dat je dat enorme potentieel van gedachten beter richt, effectiever organiseert en creatiever inzet voor jezelf of voor een ambitieuze organisatie?’Brainstormen Het boek ‘Brainstormen, 50.000 ideeën per dag’ geeft gestructureerd brainstormen als een oplossing om het ideation proces te stimuleren. Brainstormen is een methode om snel en structureel veel nieuwe ideeën te bedenken al geeft het natuurlijk geen garantie op ideeën. Het is hier belangrijk dat ideation wordt onderverdeeld in een divergerende fase en een convergerende fase. Wanneer men bij het bedenken van ideeën al begint te oordelen, dan zullen mensen nooit uit hun ‘comfort zone’ komen. Men is dan bang dat hun idee wordt afgekeurd of men voelt zich geroepen om in de verdediging te gaan. At bevordert het ideation procesniet. De brainstorm regels die ook op het ABC meerdere malen aan bod zijn gekomen, komen ook inverschillende brainstorm boeken weer naar voren.Hieronder zie je ze nogmaals op een rijtje (de regels hebben betrekking op de divergerende fase): - Uitstel van oordeel. - Kwantiteit gaat voor kwaliteit. - Geen idee is slecht en geen idee is gek genoeg: ‘Freewheelen’. Wees open binnen de creatieve groep. Geef hierbij juist extra aandacht aan naïeve ideeën. - Combineer ideeën en borduur erop door. - Scheiding genereren en evalueren. - Iedereen is gelijk.Het is zeker bij brainstormen in groepen van belang dat een idee als neutraal wordt gezien. Een ideeis geen mening en vraagt dus ook niet om verdediging. Een idee is als een steen waarmee aan eenoplossing wordt gebouwd. Iedereen moet dan ook vrij zijn om zijn of haar “steentje bij te kunnendragen”. Zoals al eerder gezegd is een open cultuur dus ontzettend belangrijk tijdens dedivergerende fase. Vos schrijft over drie punten die een brainstorm tot een succes maken, namelijk‘een gerichte creatieve vraag, een open en veilige idee generatiefase die alle denkrichtingen toestaaten tot slot een uitwerkingsfase’.MindfulnessOok in het boek ‘Mindfulness’ wordt er geschreven over gedachten. Al is dit meer eenpsychologische benadering, toch neem ik het mee in dit rapport. Maex schrijft in dit boek namelijkhet volgende: ‘Over het ontstaan van ideeën hebben we weinig controle. Wat we ‘denken’ noemen, Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 12
  14. 14. is een proces van selectie. De enorme maar soms lukrake productie van gedachten maakt onscreatief. De kunst zit in het selecteren van de gedachten waar we verder mee willen.’Dit is waar mindfullness aan werkt. Het selecteren van gedachten en de instelling van een bepaaldpersoon kan ook een rol spelen in het creatieve proces. Al kan controle soms ook hetpatroondoorbrekend denken juist verstarren. Creativity is allowing yourself to make mistakes. Art is knowing which ones to keep.” -Scott AdamsOplossing? Oefenen!Igor Byttebier geeft heel concreet aan dat het ideation proces gestimuleerd kan worden enmakkelijker en sneller kan plaats vinden door veel te oefenen (bijvoorbeeld door middel van decreatieve basisvaardigheden). Je wordt hierdoor steeds beter in het bedenken van nieuweoplossingen en het zien van nieuwe invalshoeken en kansen. Natuurlijk is dit wel een klein beetjekort door de bocht geformuleerd maar dit is eigenlijk wel waar het op neer komt. Wel zijn er puntenen regels zoals al eerder opgesomd waaraan men zich moet houden tijdens het brainstormen. Ookzijn er verschillende methoden voor het genereren van ideeën.Creatieve basisvaardighedenByttebier schrijft over vijf basisvaardigheden: 1. Creatief waarnemenVia zintuigen ervaren we (en soms vormen we hierdoor zelfs) de werkelijkheid. ‘Dit betekent dat derealiteit mee kan veranderen als de waarneming verandert, en dat is voor creativiteit heel belangrijk.’Dit is echter best moeilijk omdat de patronen/verbindingen die je in de hersenen vaak legt,dominanter worden en hierdoor moeilijker zijn om los te laten. 2. Uistel van oordeelDit is een bekende aangezien uitstel van oordeel ook onder het rijtje brainstormregels valt maar hetis ook een basisvaardigheid. Een idee wordt vaak door groepsgenoten of medewerkers of door jezelfafgekeurd. Er zijn eigenlijk drie niveaus van oordeel die soms moeilijk te onderscheiden zijn. Heteerste oordeel gebeurt meestal onbewust waarbij je soms niet eens een idee hoort je men er nietvoor open staat. Het tweede niveau gaat over het verkennen van een nieuw idee. Hier denk je nogiets verder na over het idee en schat je de gevolgen in. Ook op dit niveau wordt er makkelijk een ideeafgekeurd. Bij het derde niveau vraag je je af of je er iets mee gaat doen of niet. Door het uistellenvan oordelen, sta je meer open voor anders denkenden en hiermee ook voor andere inzichtenwaardoor je ook jezelf meer openstelt tot het bedenken van ideeën. 3. Flexibel associërenHier gaat het om het associëren van verschillende onderwerpen. En vooral om de vernieuwendeverbindingen in tegenstelling tot de sterke, bijna automatische verbindingen en associaties waar jemeteen aan denkt. Zo voorkom je dat je met voor de hand liggende ideeën komt. Dit kun jeverbeteren door eerst te proberen om te dissociëren. Hier realiseer je een patroondoorbreking,doordat je uit een voor de hand liggend spoor ontsnapt. Vervolgens ressocieer je weer. Je maakt hiereen terugkoppeling naar het bekende spoor waardoor je dus een nieuwe verbinding legt. Einsteindeed dit bijvoorbeeld door te luisteren naar muziek. Dit is de eerder besproken methode‘abstraheren’. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 13
  15. 15. 4. DivergerenBij divergeren gaat het erom dat je verder gaat met het genereren van ideeën wanneer je eigenlijk alde neiging had te stoppen. Je denkt verder dan wat spontaan in je opkomt. Het divergeren maaktgebruik van alle andere creatieve basisvaardigheden. 5. Verbeeldingskracht ontwikkelen‘Geen enkele creatieve oplossing, hoe eenvoudig ook, kan worden bedacht, vormgegeven engerealiseerd zonder verbeelding.’ Het gaat hier om het vermogen een voorstelling in de geest temaken van iets wat eigenlijk nog niet fysiek bestaat of is waar te nemen. Dit is een van debelangrijkste vaardigheden. Bron: http://www.cre8ng.com/images/crayonbreakerb-w.jpgBROKEN CRAYONSLeistikow schrijft over het acroniem ‘BROKEN CRAYONS’. Deze wordt in verschillende Amerikaanseboeken en artikelen over creativiteit gebruikt. Elke letter vertegenwoordigt hier een eigenschap ofvaardigheid die kan helpen om creativiteit verder te ontwikkelen. Hieronder neem ik de meestepunten door: - Broaden your interests: Oriënteer en interesseer je zo ruim mogelijk en kijk hierbij ook naar minder voor de hand liggende gebieden. Dit is ook wat Google doet met de 70-20-10 regel (deze wordt ook beschreven in het boek ‘Nieuwe producten bedenken’ door Gijs van Wulfen). Hierbij besteed je 70 procent van je werktijd aan de core business, 20 procent aan daaraan gerelateerde zaken en 10 procent van je tijd aan dingen waar je eigen voorkeur naar uitgaat. Zo mogen de werknemers van Google 10 procent van hun werktijd steken in bijvoorbeeld het volgen van cursussen e.d. in hun interessegebied. Dit zorgt ervoor dat Google als bedrijf, met al haar medewerkers, ruim georiënteerd is. - Reverse viewpoints: Hier bekijk je zaken vanuit een ander perspectief en ga je na wat dit oplevert. - Open yourself: ‘Sta open voor oneindig veel mogelijkheden.’ Het is belangrijk dat je open staat voor veel dingen. Zo laat je zelf ook meer ideeën toe. Geen idee is namelijk gek (genoeg). Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 14
  16. 16. - Kick back: Reageer spontaan en laat je verbeelding werken. Zoals Byttebier ook al aangaf is het belangrijk om ideeën te kunnen verbeelden in je hoofd, alsof ze al werkelijk bestaan. - Eliminate steps in procedures: Vermijd complexiteit. Als iets niet lukt, ga dan op zoek naar een makkelijkere manier om datgene te doen. Juist de ideeën die het meest simpel lijken, zijn vaak de beste, hier begrijpt iedereen ook in één oogopslag wat de bedoeling is en/of wat het inhoudt. - Never say never: Zeg nooit nooit! Blijf positief en geloof het onmogelijke. Want geloven in maakt de kans op waarmaken al groter. - Combine ideas: ‘Combineer ideeën: nieuwe en oude ideeën, beproefde en experimentele ideeën, dingen waarvan je denkt dat ze zullen werken en dingen waarvan je denkt dat ze dat niet zullen doen.’ - Rearrange: ‘Reorganiseer stappen, feiten, gegevens, mensen, ideeën om nieuwe unieke benaderingen voor het probleem te scheppen.’ - Adapt or alter: Pas bestaande ideeën aan of verander ze zo dat er weer iets nieuws ontstaat. - Yield not to temptation to give up: Geef niet toe aan de verleiding om op te geven. Juist het doorgaan op de momenten dat je wilt stoppen zorgt ervoor dat je van je bestaande spoor gaat en nieuwe verbindingen legt. - Orient differently: Oriënteer je op zoveel mogelijk verschillende manieren. ‘Verwissel, verander, combineer.’ Een brede oriëntatie zorgt ervoor dat je je meer openstelt en nieuwe verbindingen aanlegt. Door je breed en op verschillende manieren te oriënteren, sta je ook meer open voor andersdenkenden.Open cultuur & open ruimteZoals eerder aangegeven is een open sfeer in een bedrijf of werkgroep erg belangrijk. Wanneermensen zich veilig en begrepen voelen in een omgeving, durven ze ook meer. Zo gaven ookonderzoeken aan dat rust, ontspanning, meditatie, slaap en dromen een belangrijke bron zijn vanideeën. Het zijn de momenten dat je jezelf rust en inspiratie gunt, die het best werken om op ideeënte komen. Het is dan ook belangrijk dat een bedrijfslocatie een rustgevende sfeer creëert. Wat ookdoor Van Wulfen wordt aangegeven, is dat een brainstorm sessie het beste op een andere locatiegehouden kan worden. Een locatie die inspirerend en vooral anders is als de bedrijfslocatie. Zokomen de medewerkers weer op andere ideeën. De open sfeer zal ervoor zorgen dat men eerder uitzijn of haar comfort zone durft te komen en een andere omgeving zorgt voor inspiratie. Een open ruimte en veilige sfeer nodigen uit tot inspiratie. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 15
  17. 17. ConclusieHet patroondoorbrekend denken en hiermee ook het ideation proces kan simpelweg gestimuleerdworden door veel te oefenen. Door veel te oefenen wordt het maken van nieuwe verbindingennamelijk makkelijker. Er is naar mijn idee niet één verbinding die leidt tot creativiteit en die doorherhaling dikker en dominanter wordt want het gaat juist om het leggen van nieuwe verbindingen.Verschillende denkvaardigheden, brainstormregels, een open sfeer, een inspirerendebrainstormruimte en het toepassen van het acroniem ‘BROKEN CRAYONS’ helpen je creativiteitverder ontwikkelen en stimuleren. Vooral in groepsverband is de open sfeer en het niet oordelentijdens de divergerende fase erg belangrijk , het maakt het makkelijker voor de deelnemers om uithun comfort zone te komen. Door je zo ruim mogelijk te interesseren en te oriënteren kun je zakenmakkelijker vanuit een ander perspectief bekijken, de 70-20-10 regel is hier een voorbeeld van.Dus oefenen, oefenen, oefenenen & "we will either find a way, or make one." – Hannibal Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 16
  18. 18. 4. DE TOEKOMST VAN ONDERWIJSOm na dit alles de centrale vraag te kunnen beantwoorden met betrekking tot de studie AdvancedBusiness Creation, gaat dit hoofdstuk wat dieper in op het onderwerp onderwijs. Er zijn in dit rapportal vele onderzoeken belicht maar wat kan bijvoorbeeld neurowetenschap nou allemaal voor detoekomst van het onderwijs betekenen? Dit is een vraag die natuurlijk moeilijk te beantwoorden isomdat niemand de toekomst kan voorspellen. Toch gaat het in dit hoofdstuk over de toekomst vanhet onderwijs. Mijn vraag is: Zal het onderwijs in de toekomst veranderen en hoe zouneurowetenschap het best in het onderwijs geïntegreerd kunnen worden? Het is duidelijk dat hierniet slechts één antwoord op gegeven kan worden. Vandaar dat ik ervoor kies om vooral mijn eigeninterpretatie van de kennis & visies die ik heb opgedaan of gelezen, zal gebruiken om de vraag tebeantwoorden.Onderzoek, onderzoek & nog eens onderzoek: over FMRI- & PET-scansZoals al meerdere keren aangegeven, staat hersenonderzoek en dan met name het hersenonderzoekin relatie tot creativiteit en/of onderwijs nog in de kinderschoenen. Er zijn nog vele controversies ennog weinig harde feiten maar het aantal onderzoeksresultaten op dit gebied is in het begin van de21e eeuw is al aanzienlijk gestegen. Er komen steeds meer nieuwe methoden om de hersenen teonderzoeken en er worden fikse bedragen geïnvesteerd aan scans e.d., die ons moeten zeggen hoede hersenen werken en wat de activiteit is in de hersenen. Martin Lindström is een van dieonderzoekers. Hij organiseerde het duurste marketingonderzoek ooit, ook wel ‘neuromarketing’genoemd waarbij wetenschap en marketing samengaan. Hij maakte hier gebruik van een FMRI-scan(Functional Magnetic Resonance Imaging) om meer te weten te komen over het koopgedrag van deconsument. Lindström is van mening dat de huidige manier van marktonderzoek niet de juisteonderzoeksmanier is, het komt tot bevindingen die niet overeenkomen met het werkelijkekoopgedrag. Door middel van een FMRI-scan komt Lindström erachter wat de consument nou echtprikkelt en wat niet. Dit doordat FMRI de hoeveelheid van ‘oxygenated’ ofwel ‘zuurstofrijk’ bloeddoor de hersenen kan meten en lokaliseren. Je ziet zo wanneer een brein werkt op een specifieketaak omdat het dan meer ‘fuel-mainly oxygen’ (zuurstof en glucose) verbruikt. Dit betekent dat hoeharder een regio in de hersenen moet werken, hoe groter de ‘fuel’ consumptie en hoe groter destroom van zuurstofrijk bloed zal zijn in die richting of naar dat gebied van de hersenen. Tijdens deFMRI wordt het deel in de hersenen verlicht dat op dat moment gebruikt wordt. Lindström kwam zotot verrassende resultaten. Zo zorgen de waarschuwingstekens op de pakjes sigaretten alleen maarvoor een grotere afname van het product. Het stimuleert namelijk juist het roken. Ook een mooievrouw in een autoreclame werkt niet, zij leidt alleen maar de aandacht van de auto af. FMRI is eennuttige methode voor neuropsychiatrie waarbij psychiatrische aandoeningen, met inbegrip vanpsychose en sociopathie onderzocht worden. FMRI is dus een van die methoden die de activiteit inde hersenen inzichtelijker maakt.Een PET-scan is ook zo’n voorbeeld. Deze werd in 1988 voor het eerst gebruikt en is een modernevorm van brain imaging. Een PET-scan is gebaseerd op het injecteren van een kleine hoeveelheidradioactief suiker in een bepaald persoon. Het suiker gaat vervolgens naar een gebied in dehersenen, waar het gebruikt wordt door neuronen. Hoe actiever de neuronen zijn, des te meer suikerze gebruiken. Zo wordt inzichtelijk welke hersengebieden actief zijn bij het oplossen van eenprobleem. Haier & Jung kwamen door middel van deze scan tot een verrassend resultaat. Namelijk Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 17
  19. 19. dat hoe meer gebieden in de hersenen worden geactiveerd bij het oplossen van een probleem, deste lager de score op de probleemoplossende tests. Dus de mensen met de hoogste scores op de testverbruikten minder energie in de hersenen om de problemen op te lossen. Hier zijn de sterkedominantie verbindingen door kennis en ervaring waarschijnlijk van doorslaggevend belang terwijlcreativiteit juist vraagt om meer nieuwe en dus dunne verbindingen.Haier en Benbow (1995) gebruikten de PET-scan ook om sekseverschillen in de werking van dehersenen duidelijk in beeld te brengen. Wat uit dit - maar ook uit andere onderzoeken – bleek, wasdat mannen en vrouwen van verschillende gebieden in de hersenen gebruik maken om dezelfdecognitie te bereiken. Zij gebruiken de hersenen dus op een andere manier. Voor het onderwijs vraagtdit om een aanpak die de neurowetenschappelijke onderzoeken erkent, het belang van deindividuele verschillen inziet en hiermee ook de noodzaak om iedere leerling als individu teevalueren. Dit gaf Haier in 2007 al aan.De PET- en FMRI-scans zijn zo maar twee voorbeelden van methoden om een beter inzicht in dewerking van de hersenen te krijgen. Wie weet wat de toekomst nog zal bieden op dit gebied!De toekomst van het onderwijs met implementatie van neurowetenschapAlle nieuwe onderzoeken die gebruik gaan maken van nieuwe technische mogelijkheden, zullen erwaarschijnlijk voor zorgen dat dit ‘vakgebied’ in de toekomst alleen maar inzichtelijker wordt.Doordat er nog vele controversies zijn, wordt er nu nog vrij weinig en naar mijn idee misschien wel téweinig gedaan met de resultaten die er al zijn. De vraag is ook of het onderwijs überhaupt wel klaar isvoor verandering? Het artikel ‘Intelligence, general knowledge & personality as predictors ofcreativity’ geschreven door Batey, Furnham & Safiullina schrijft over de werking van de hersenen encreativiteit en dit in relatie tot het onderwijs. Zij kwamen tot de volgende bevindingen: - Niet alle hersenen werken op dezelfde manier - Sommige optimale combinaties van weefseldichtheid en activiteit in de frontale en meer posterieure hersengebieden lijken beiden ten grondslag te liggen aan intelligentie en creativiteit. - In sommige gevallen geldt de regel ‘less is more’ . Dit karakteriseert de resultaten van neuroimaging het best . Het gaat hier om termen als ‘efficiëntie’ in de hersengebieden, waarbij minder verbindingen zorgen voor het sneller oplossen van problemen.Deze neurowettenschappelijke bevindingen wijzen naar manieren van onderwijs waarbij sterkte- enzwakte punten van de hersenen van individuen beoordeeld zouden moeten worden om zo hetonderwijs meer aan te passen aan de individuele student. Zo noemen zij in dit artikel ook hetvolgende voorbeeld. Wanneer iedere student vooraf een MRI-scan ondergaat van 20 minuten, dankan er vastgesteld worden met de P-FIT in wat voor patronen de grijze en witte hersenmassa werkenwat weer relevant is voor de intelligentie. Het patroon kan zo aangeven wat voor de desbetreffendepersoon de beste manier of oefening is om zich beter te kunnen concentreren en wat de besteeducatieve strategieën zijn om beter en sneller te kunnen leren.Een ander neurowetenschappelijk onderzoek suggereert dat er sprake kan zijn van neurale factorendie de groei van de witte en grijze hersenmassa kunnen verhogen. Als er sprake is van deze factoren,dan zouden er medicijnen ontwikkeld kunnen worden om de witte en grijze hersenmassa te Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 18
  20. 20. stimuleren. Of dit werkelijk mogelijk is en of deze eventuele medicijnen dan beter werken bijkinderen dan bij volwassen of bij mannen dan bij vrouwen, is nog onduidelijk. Dit klinkt nog ergextreem en of zo’n dergelijk middel überhaupt zou worden geaccepteerd door de overheid enopvoeders is nog maar de vraag. Maar wat ik probeer duidelijk te maken is dat wanneerneurowettenschappelijke onderzoeken op dit gebied in de toekomst inzichtelijker worden en hetmodel van onderwijs zich hierop aanpast en meer gepersonaliseerd te werk zou gaan, dan biedt ditoneindig veel mogelijkheden.Professor Jelle Jolles, directeur van Centrum Brein & Leren is wetenschappelijk onderzoeker engeregistreerd Neuropsycholoog. Hij schrijft ook over het brein en onderwijs. Ook hij praat over deforse verschillen die bestaan tussen kinderen in hun individuele ontwikkeling. Uit verschillendeonderzoeken is gebleken dat de hersenen veel langer doorrijpen dan tot nu toe gedacht, namelijkwel tot na het twintigste jaar. Dit betekent dat de hersenen ook bij studenten nog flink ontwikkelenwat dus een belangrijk gegeven is voor het onderwijs. Het functioneren van een kind en hetontwikkelen van diens talenten, is hierbij niet alleen afhankelijk van genetische factoren maar ookomgevingsfactoren (en dus ook van het onderwijs) spelen hierbij een rol. Jolles omschrijft het alsvolgt: ‘De genen zijn te vergelijken met het product van de architect: ze zijn de blauwdruk of hetbouwplan. De omgeving is dan als het ware de aannemer; die maakt van het bouwplan eendriedimensionaal huis, en zal vaak aanpassingen moeten doen in het bouwplan omdat dat in debouw gewoon niet anders kan.’ ‘Ten aanzien van de ontwikkeling van talenten, aanleg en vermogensgeldt dus ook: een basisaanleg is biologisch van aard. Het is de omgeving die bepalend is voor ‘wat eruit komt: wat geactualiseerd wordt’.’Hier moet ook worden gelet op de psychologische verwerkingvan een kind of adolescent. Deze kan zowel een positieve als negatieve werking hebben op deontwikkeling van zijn of haar vaardigheden. Zeker in een ‘tijdperk’ waarin men van mening is dat ercondities moeten worden gecreëerd voor een kind om zich optimaal te ontwikkelen en zo ‘alles eruitte halen wat er in zit’ wat betreft begaafdheden en talenten.Neuropsychologie, ofwel de wetenschap van hersenen en gedrag, kan heel nuttig zijn wanneer ditwordt toegepast in het onderwijs. Hier wordt bijvoorbeeld gekeken naar welke factoren bepalen ofhet talent zich werkelijk ontwikkelt. Nu werkt het namelijk nog vaak zo in het onderwijs (zeker bijbasisscholen) dat kinderen die beter zijn dan gemiddeld worden ondergestimuleerd omdat er meeraandacht wordt gegeven aan kinderen die moeite hebben met bepaalde taken of vakken.In de presentatie ‘Hersenen & Leren: bouwen aan ons brein’ van Jolles wordt ook een aantalbelangrijke punten aangekaart. Zeker vanwege de ontdekking dat men zich ook nog na zijn of haartwintigste jaar verder ontwikkelt, zijn deze kennis en bevindingen ook relevant voor onze studie. Zobleek uit neuropsychologisch onderzoek dat vele adolescenten steun en sturing nodig hebben voorhun (beroeps/studie-)keuze. Zij hebben kennis, structuur en inspiratie nodig en het zou dan ook eenverbetering in het onderwijs zijn als de docent niet alleen docent is maar ook dient als ‘inspirator, desturende docent, de verhalenverteller én de begeleider.’ Ervaring en oefening zijn daarnaast tweeheel belangrijke begrippen, zeker voor studenten. Tenslotte moet je je klaarmaken voor het werkveldwaar je later in terecht komt. Een voorbeeld van oefening baart kunst, is vioolspelen. Hier is eendirect verband tussen vaardigheid en uren oefening. De onderwijzenden en opvoeders zijn essentieelvoor de ontwikkeling omdat talenten zich onder invloed van de omgeving en ervaringenontwikkelen. Zo blijkt dat door steun, sturing en ervaringen de niet-efficiënte verbindingdingen in dehersenen verdwijnen. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 19
  21. 21. Bron: http://www.hersenenenleren.nl/pdf/actueel/presentaties/91111BredaVolkshogeschAdoloJJ.pdfHet lijkt een proces van conditioneren. Dit kan echter voor creativiteit en dus patroondoorbrekenddenken mogelijk ook negatief zijn. Zowel de vele niet-efficiënte als het aanleggen van nieuweverbindingen, zijn interessant voor creativiteit.Ook Jolles schrijft over het feit dat er onvoldoende gebruik wordt gemaakt van andereleerstrategieën en strategieën van informatieverwerking. Denk hier bijvoorbeeld naast verbaal ookaan ruimtelijk, haptische en handelingsgerichte verwerking en het lichaamsschema. Dit geldt nietalleen voor basisonderwijs maar ook voor hoger onderwijs . Alleen maar luisteren naar de docentwerkt niet. Het brein heeft de paden niet klaar die ‘taalbegrip’ omzetten in ‘handeling’. Zeker voorjongens werkt het niet om alleen maar woorden te gebruiken. Alleen praten en het samen uitzoekenis ook niet de ideale oplossing. De kracht ligt waarschijnlijk in de combinatie ervan. Wat betreftsociale interactie zijn spiegelneuronen essentieel. Ook Lindström spreekt hierover in zijn boek ‘Koopmij’. We hebben namelijk als mens de neiging het gedrag van anderen na te bootsen en we levenmee met de mensen in wie we ons kunnen verplaatsen. Denk hier bijvoorbeeld aan het juichenwanneer je favoriete voetbalteam scoort of aan het huilen wanneer Feyenoord met 10-0 van PSVverliest. De hele stad Rotterdam leeft mee en lijkt dezelfde pijn te voelen. Zo zijn de spiegelneuronende eerste stap naar het begrijpen van anderen wat belangrijk is voor de ontwikkeling van het socialebrein. De psychosociale rijpheid ‘piekt’ namelijk veel later dan de intellectuele rijpheid.Jolles: ‘Naast schoolse vaardigheden zijn ook bewegen, drama, sociale vaardigheden en interesseessentieel.’ Dit is zowel voor de ontwikkeling van een persoon belangrijk als voor zijn/haarcreativiteit. Jolles komt in zijn conclusie nog met een aantal stellingen die het onderwijs kunnenverbeteren: - Differentieer in lesmethoden. - Geef meer steun, biedt meer motivatie, meer kennis. - Kijk meer naar talentontwikkeling van een individu. - Kom met meer leerstrategieën, zodat de informatie beter verwerkt kan worden in het brein. - Biedt een omgeving aan waarin een student kan kiezen want kiezen moet je leren. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 20
  22. 22. Er zijn wel scholen die al werken aan een nieuw onderwijssysteem. Zo zijn het meestal niet dedocenten die slecht werk verrichten maar eerder de systemen. Zo schreef ook Chris Lehmann ‘How isit that we have so many passionate dedicated educators and so many really failing schools? Theproblem is, that when you put a good person in a bad system, the system wins every time.. We needto change the system.’ Lehmann is schooldirecteur van een nieuwe school in Philadelphia: de ScienceLeadership Academy. Het verschil tussen deze academie en vele andere is, dat voor de leerlingen eenindividueel leerplan wordt ontwikkeld op basis van de vragen: ‘How do we learn? What can wecreate?’ en ‘What does it mean to lead?’ In dit plan worden leerlingen zelf uitgedaagd tot hetbedenken van vragen en deze vervolgens te beantwoorden. Ervaringsleren staat hier voorop, in realworld situaties, een principe dat ABC deelt met deze studie. De insteek van deze opleiding is: ‘We teach kids, not subjects!’- LehmannOnderwijs 2.0Een term die steeds vaker wordt gebruikt (ook in onze opleiding) is het 2.0 werken. Vooral de 2.0-tools ter bevordering van effectiviteit en efficiëntie, zijn veel besproken begrippen. Er lijkt echter nogweinig geïnvesteerd te worden in ‘onderwijs 2.0’. Frankwatching licht deze term helder toe. Zeschrijven onder andere over de visionair Ken Robinson, die het er ook mee eens is dat onzeonderwijssystemen niet meer voldoen in de huidige sociaal-maatschappelijke context. Er wordtnamelijk te weinig gekeken naar de mogelijkheden van het individu. Een punt wat in bijna alle eerderbesproken onderzoeken en artikelen in dit hoofdstuk naar voren kwam. Ook volgens Robinson is erdus duidelijk een transformatie nodig waarbij echt wordt gekeken naar intelligentie, mogelijkheden,economische doeleinden en wat mensen zelf nodig hebben. Hij vindt dat onderwijs gebaseerd moetzijn op een ‘model of personhood’ die door veranderingen in de maatschappij en technologie isgedreven. De ‘(digitale) generatie’ heeft namelijk behoefte om ‘vers te denken, te innoveren, nieuwesociale systemen te bouwen, frisse manieren om met andere mensen te binden én met zichzelf. Hethuidige onderwijssysteem probeert de toekomst te ontmoeten door te blijven doen wat het deed.’“Het huidige onderwijs esthetiseert (zoals Robinson zegt), het daagt niet uit, het bestaat uitproductielijnen, schoolbellen om het uur, specialisatie in aparte onderwerpen en je doorloopt hetonderwijs op basis van leeftijd (the ‘date of manufacturing’); niet gedreven door wat je nodig hebt ofwaar je goed in bent. Je leert dat één antwoord het goede is. Dat je dat zelf moet weten teachterhalen, want als je kopieert dan kijk je af en dat wordt bestraft. Buiten de school heet dattrouwens samenwerken. Een erg geïndustrialiseerde kijk op de wereld.In deze tijd hebben we behoefte aan innovatie, aan verschillende manieren om naar een vraagstuk te Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 21
  23. 23. kijken en aan diversiteit in oplossingen. Oftewel: aan originele ideeën die waarde toevoegen (wattrouwens de definitie van Robinson is voor creativiteit). Daarvoor legt Robinson de parallel naar hetparadigma van een organisme. De meest bijzondere groei ontstaat in groepsverband, door samen tewerken. Op basis van gevoelens, verbindingen, motivatie en eigenwaarde, een gevoel van identiteiten gemeenschapszin.” (Jacqueline van der Loo over het Pleidooi van Robinson).Volgens Jacqueline van der Loo mag er gesproken worden van een kloof tussen het huidige leren enhet nieuwe werken. Waar werk de 2.0 tools probeert op te nemen in het werk, blijft onderwijshetzelfde. Leerlingen leren de interactie op school eerst af om vervolgens dit in het bedrijfslevenweer aan te leren. Het gaat namelijk in een bedrijf om ‘originaliteit, authenticiteit, zicht op eigentalenten en ontwikkelingsmogelijkheden, zelfredzaamheid en de wens om te groeien en teprofessionaliseren door verbindingen aan te gaan’. Robinson heeft het over een shift naar een leven lang leren, ‘anyplace, anytime, anywhere’. Een systeem waar je verbindingen creëert met de mensen die je helpen in je persoonlijke en sociale ontwikkeling, het leren. Het gaat hier niet zozeer om de methode, eerder over de basisprincipes waarop de methode rust. Bij onderwijs 2.0 moet dit anders. Het gaat hier om impact op drie niveaus: 1. Onderwijsrelatie docent en student 2. Organisatie van onderwijsinstelling 3. Het individu in het onderwijsHet individu staat in onderwijs 2.0 dus centraal waarbij de docent meer de rol aanneemt van expert.De relatie tussen student en docent is geen eenrichtingsverkeer meer maar een dialoog. De schoolwordt voor ieder individu anders ingericht als een soort ‘eco-systeem’ waarin rondom de leerwensengroepen ontstaan. Diplomering is niet meer gebaseerd op generieke meetlatten maar op rating enwaardering door leden van het eigen en andere ‘eco-systemen’. ‘School 2.0 – For the first time in history, we’re preparing kids to a future that we cannot clearly describe.’ – Frankwatching.com /Robinson. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 22
  24. 24. ConclusieHet onderwijssysteem zal in de toekomst waarschijnlijk helemaal omgegooid worden. Doordat dewerking van de hersenen steeds inzichtelijker zal worden, komen we ook meer te weten overconcentratie, intelligentie e.d. Aangezien voor ieder persoon de werking van de hersenen anders is,zal educatie ook op ieder individu afgestemd moeten worden. Neurowetenschap kan een essentiëlebron zijn voor het inrichten van een nieuw onderwijssysteem. Er zijn andere leerstrategieën nodig ende functie van een docent zal compleet veranderen. Er wordt ook wel gesproken over de termonderwijs 2.0. De visie van Robinson over dit soort onderwijs belooft veel. Hier staat - zoals ook inalle neurowetenschappelijke onderzoeken met betrekking tot onderwijs geadviseerd wordt - hetindividu centraal. De school zal een hele andere inrichting krijgen, afgestemd op de behoeften vanhet individu. De universiteit in Philadelphia heeft onder leiding van Lehmann al een poging gedaantot herinrichting van het onderwijssysteem en is dus een concreet voorbeeld. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 23
  25. 25. CONCLUSIEHoe start het ideation proces in de hersenen , hoe is ideation te stimuleren en wat kan deze kennisbetekenen voor Advanced Business Creation?Het ideation proces start allemaal in de hersenen. De werking van de hersenen is erg gecompliceerd.Tussen de zenuwcellen in de hersenen bestaan verschillende verbindingen. De informatie die dehersenen binnenkomt, wordt opgeslagen in het werkgeheugen en in het cerebellum worden deze inpatronen gegenereerd. Vooral de patronen of verbindingen die vaak gebruikt worden, lijkenautomatisch te werken. De waarschijnlijkheid dat deze verbindingen vaker gebruikt worden, neemtnamelijk toe door herhaling. Creatief denken is echter patroondoorbrekend denken. Het gaat hierbijdan ook om het leggen van nieuwe verbindingen: innovatie.Om tot een innovatie te komen is kennis nodig. Zeker wanneer het om een bedrijfsopdracht gaat ishet noodzakelijk dat men ook iets over het bedrijf, de markt en dus het product of dienst weet.Marktonderzoek is dan ook essentieel bij een projectopdracht om het nut van een idee te doentoenemen en het idee te kunnen onderbouwen. Kennis en ervaring kan echter ook een remmendewerking hebben in het creativiteitsproces.Het genereren van ideeën -en dus het aanleggen van een nieuwe verbinding in de hersenen- is doormiddel van verschillende methoden en technieken te stimuleren. Brainstormen is hier een van. Het iseen methode om gestructureerd meer ideeën te generen. De brainstormregels en creatievebasisvaardigheden zijn hier erg belangrijk. Een open sfeer, een inspirerende brainstormruimte en hettoepassen van het acroniem ‘BROKEN CRAYONS’ helpen ook je creativiteit verder te ontwikkelen ente stimuleren. Vooral in groepsverband is de open sfeer en het niet oordelen tijdens de divergerendefase erg belangrijk , het maakt het makkelijker voor de deelnemers om uit hun comfort zone tekomen. De beste manier is nog steeds oefenen. Door veel te oefenen wordt het maken van nieuweverbindingen namelijk makkelijker. Er is naar mijn idee niet één verbinding die leidt tot creativiteit endie door herhaling dikker en dominanter wordt want het gaat juist om het leggen van nieuweverbindingen.Voor ABC betekent dit dat we al op de goede weg zijn. Binnen ABC voldoen we al aan de volgendecriteria van onderwijs 2.0: het opdoen van real world ervaringen, het werken in projectgroepen en devrijheid om zelf vragen te formuleren en daar antwoorden bij te onderzoeken. ABC zou eenvoortrekkersrol kunnen vervullen in het toepassen van up-to-date informatie op gebied vanneurowetenschap. Het is van groot belang om op de hoogte te zijn van de state-of-the-artonderzoekstechnieken en resultaten. ABC is tenslotte een opleiding waar innovatie centraal staat.Waarom zouden we dan ook niet de eerste in Nederland zijn die onderwijs 2.0 implementeert?Hierbij wordt de rol van de docent als inspirator en begeleider bij het ideation proces nogbelangrijker. De student staat centraal en moet zich binnen een groep waarin hij of zij zich vrij voelt,ruim kunnen ontwikkelen en oriënteren naar eigen interesse. Weliswaar binnen de richtlijnen vanABC. De 70-20-10 regel zou hierin toegepast kunnen worden. If you always do what you’ve always done you will always get what you always got.’ - Anthony Robbins. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 24
  26. 26. BRONNENLIJSTLiteratuur Auteur: Brandhof, Jan-Willem, van den Titel: Leer als een speer Jaar van uitgave: 2004 Plaats van uitgave: Maastricht Druk: 4e Dit boek omschrijft de werking onder andere dewerking van de hersenen en hoe de hersencapiciteit beter te benutten. Auteur: Byttebier, Igor Titel: Creativiteit, hoe? Zo! Jaar van uitgave: 2002 Plaats van uitgave: Tielt Druk: 12e Dit boek omschrijft onder andere het creatieve proces dat in de hersenen begint. Het kan daarom dienen als basis bron voor mijn onderzoek. Auteur: Maex, Edel Titel: Mindfulness Jaar van uitgave: 2006 Plaats van uitgave: Tielt Druk: 10e Het boek gaat over mindfulness,het nieuwe basiswoord voor wie beter wol omgaan met de onvermijdelijke stress van het leven. Mindfulness vindt zijn oorsprong in boeddhistische meditatietechnieken. In dit boek wordt veel geschreven over hetleren managen van gedachten in het hoofd. Hierdoor zou men best eens ook het bedenken vanideeën kunnen stimuleren. Auteur: Leistikow, Mary Lou Titel: Creatief denken & doen Jaar van uitgave: 2003 (1e druk 1999) Plaats van uitgave: Den Haag Druk: 4e Dit boek gaat over creativiteit en het onwikkelen van je persoonlijke creativiteit of creativiteit binnen een organisatie. Ook wordt hier de acroniem ‘BROKEN CRAYONS’ uitgelicht. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 25
  27. 27. Auteur: Lindstrom, Martin Titel: Koop mij Jaar van uitgave: 2008 Druk: 1e Dit boek schrijft over de waarheid en leugens van koopgedrag. Lindstrom koos dit te onderzoeken door middel van een FMRI-scan die de hersenen onderzoekt. Want hersenen liegen niet. Auteur: Shavinina, Larisa, van Titel: Handbook on innovation Jaar van uitgave: 2003 Plaats van uitgave: Druk: Dit boek geeft heel uitgebreid en specifiek aan wat innovatie is en hoe het allemaal in de hersenen begint. In het artikel ‘The Neurophysiological Basis of Innovation’geschreven door Larry R. Vandervert wordt duidelijk beschreven hoe innovatie in de hersenen totstand komt. Auteur: Vos, Koen, de Titel: Brainstormen, 50.000 ideeën per dag! Jaar van uitgave: 2006 (april) Plaats van uitgave: Amsterdam Druk: 1e Dit boek gaat over brainstormen, de essentie hiervan en hoe tot meer ideeën te komen, namelijk door middel van verschillende brainstorm technieken toe te passen en dit vooral vaak te doen. Auteur: Wulfen, Gijs, van Titel: Nieuwe producten bedenken, 2e editie Jaar van uitgave: 2006 (april) Plaats van uitgave: Amsterdam Druk: 2e editie, 2009 Dit boek biedt een oplossing voor iedereen die nieuwe producten en diensten wil ontwikkelen door middel van de VOORT innovatiemethode.DatabankenEBSCO HOSTAuteur: Geddes, LindaTitel artikel: Slow thinking may nurture creativityJaar van uitgave: 2010 (maart)Source: New ScientistDeze auteur schrijft over een uitgevoerd onderzoek waar men tot de conclusie kwam dat mensenmet slomere connecties en witte hersenmassa, creatiever zijn. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 26
  28. 28. EBSCO HOSTAuteur: Batey, Mark, Furnham, Adrian, Safiullina, XeniyaTitel artikel: Intelligence, general knowledge and personality as predictors of creativityJaar van uitgave: 2010 (oktober)Source: Learning & Individual DifferencesDit artikel gaat over intelligentie en de relatie tussen kennis en creativiteit en welke invloed kennisover dit onderwerp kan hebben op educatie.RapportenAuteur: Glassman, Brian ScottTitel: Improving idea generation & idea management in order to better manage the fuzzy front end of innovationJaar van uitgave: 2009Plaats van uitgave: West Lafayette IndianaRequirements for the Degree of: Doctor of Philosophy (Purdue University)Dit afstudeerproject gaat over het verbeteren van idea generation en het idee management.Het beschrijft verschillende visies over onder andere de waarde van ideëen en innovatie en deInnovation value chain.Auteur: Gaspersz, JeffTitel: Concurreer met creativiteitJaar van uitgave: 2005Dit is een Essay voor Innovation Lecture ‘Compete with Creativity 2005’, georganiseerd door hetMinisterie van Economische Zaken. Jeff Gaspersz zelf is hoogleraar innovatie, Universiteit Nyenrode& adviseur innovatiemanagement. Het rapport gaat onder andere over creativiteitsgerichtleiderschap en over de rol die de overheid zou kunnen hebben in het stimuleren van creativiteit.Auteur: Prof. Dr. Jolles, JelleTitel: Bouwen aan het brein over talenten en creativiteit in relatie tot hersenen cognitieve ontwikkelingJaar van uitgave: 2007 (maart)Plaats van uitgave: Maastricht (universiteit Maastricht)Onderneming: Instituut Hersenen & Gedrag,In dit artikel wordt geschreven over het brein, talenten en creativiteit in relatie tot de hersenencognitieve ontwikkeling. ‘Prof dr Jelle Jolles is hoogleraar aan de VU University in Amsterdam. Hij isdaar directeur van het Centrum Brein & Leren en van het onderzoeksinstituut LEARN!. Hij iswetenschappelijk onderzoeker en als geregistreerd Neuropsycholoog ook een praktijk-professional.Zijn leeropdracht aan de VU heeft te maken met ‘Hersenen, gedrag & educatie’. Daarin ligt eennadruk op leerprocessen en het onderwijs.’ Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 27
  29. 29. Internet09-10-10 http://innovationzen.com/blog/2006/11/17/the-definition-of-innovation/ Hier zijn verschillende definities van innovatie te vinden zoals o.a. die van Joseph Schumpeter.25-09-10 http://nl.wikipedia.org/wiki/Cerebellum Defintie Cerebellum30-09-10 http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Wetenschap/261574/Onderzoek-Trage- hersenen-goed-voor-creativiteit.htm?rss=true Deze link verwijst naar het artikel van Elsevier: ‘Trage hersenen goed voor creativeit’ Hier wordt de conclusie uit een onderzoek van de Universiteit van New Mexico onder leiding van Rex Jung beschreven.02-10-10 http://wetenschap.infonu.nl/diversen/13661-nationale-iq-test.html Deze link verwijst naar een artikel over de Nationale IQ-test. Hier wordt een indicatie gegeven van de hoogte van het IQ per (studie)niveau.02-10-10 http://nl.wikipedia.org/wiki/Intelligentiemeting Hier wordt de definitie van IQ beschreven en de kanttekeningen die er worden geplaatst aan deze momentopname.02-10-10 http://www.hersenenenleren.nl/downloads Dit is de (brein)blog van Professor Jelle Jonnes over Educational Neuropsychology over Brein, Leren & Educatie. Er wordt geschreven over wetenschappelijke vondsten die onderzoekers de laatste tijd hebben gedaan. De breinblog gaat in op deze kennis en inzichten en geeft commentaar over de mogelijke waarde ervan. ‘Prof dr Jelle Jolles is hoogleraar aan de VU University in Amsterdam. Hij is daar directeur van het Centrum Brein & Leren en van het onderzoeksinstituut LEARN!. Hij is wetenschappelijk onderzoeker en als geregistreerd Neuropsycholoog ook een praktijk-professional. Zijn leeropdracht aan de VU heeft te maken met ‘Hersenen, gedrag & educatie’. Daarin ligt een nadruk op leerprocessen en het onderwijs.’05-10-10 http://www.cre8ng.com/brokencrayons.shtml Op deze website wirdt geschreven over Robert Alan Black. Ph.D., CSP. Hij was International Creative Workplace Consultant en schreef ook over de acronym ‘BROKEN CRAYONS’.25-10-10 http://www.helikon.nl/blog/2007/09/08/onderwijs-20/ http://www.helikon.nl/blog/2008/11/03/teach-different-chris-lehmann-en-de-sla/ Helikon is een bedrijf en tevens een weblog van Fons van den Berg. Het probeert scholen bij te staan in het maken van leuk, creatief en innovatief onderwijs en mag zich sinds 2007 ook Apple Distinguished Educater noemen. Hij schrijft op zijn blok Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 28
  30. 30. onder andere over onderwijs 2.0 en over een nieuw onderwijs model in Amerika. Dit is ook waar de bron naar verwijst.25-10-10 http://www.frankwatching.com/archive/2008/11/14/onderwijs-20-een-ware- transformatie/ Frankwatching, een onafhankelijk crossmedia platform voor marketing, communicatie, social media, enz., schrijft hier over de nog vrije nieuwe term: ‘Onderwijs 2.0’. Idea generation, Brein & Creativiteit Linde van Erp 29

×