Successfully reported this slideshow.
Your SlideShare is downloading. ×

Relationeel geweld, risicotaxatie, diagnostiek en indicatiestelling, 2016 2018

Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Upcoming SlideShare
Spiraal van geweld
Spiraal van geweld
Loading in …3
×

Check these out next

1 of 131 Ad

Relationeel geweld, risicotaxatie, diagnostiek en indicatiestelling, 2016 2018

Download to read offline

How to look at couple violence and decide on the best way of intervening? Hoe relationeel / huiselijk geweld taxeren, diagnosticeren en beslissingen nemen t.a.v. de best passende interventie?

How to look at couple violence and decide on the best way of intervening? Hoe relationeel / huiselijk geweld taxeren, diagnosticeren en beslissingen nemen t.a.v. de best passende interventie?

Advertisement
Advertisement

More Related Content

Similar to Relationeel geweld, risicotaxatie, diagnostiek en indicatiestelling, 2016 2018 (20)

Advertisement

Relationeel geweld, risicotaxatie, diagnostiek en indicatiestelling, 2016 2018

  1. 1. Relationeel geweld: Slachtoffers daders en daders slachtoffers? Risicotaxatie, diagnostiek & indicatiestelling. Birgit de Cnodder Klinisch psycholoog / psychotherapeut Onderdeel van een vierdaagse training ‘systemisch werken bij huiselijk geweld’ 2016 – 2018
  2. 2. Auteursrechten / naamsvermelding Tenzij anders vermeld is alles in dit werk gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal - licentie. Wanneer je gebruik wilt maken van dit werk, moet je gepaste credits geven, een link voorzien naar de licentie en kenbaar maken welke veranderingen je hebt aangebracht. Dat moet je doen op een wijze die niet suggereert dat de licentiehouder jou of je veranderingen per definitie onderschrijft. Hanteer voor dit werk de volgende methode van naamsvermelding: B. de Cnodder, Risicotaxatie, diagnostiek en indicatiestelling (2018), CC-BY 4.0 gelicenseerd. Except where otherwise noted, this work is licensed under a Creative Commons BY 4.0 International Licence. You must give appropriate credit, provide a link to the license, and indicate if changes were made. You may do so in any reasonable manner, but not in any way that suggests the licensor endorses you or your use. De volledige licentie-tekst is te lezen op / read complete licence text on https://creativecommons.nl/4-0-licenties/ https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ In de loop van mijn carrière tot nu toe heb ik van velen mogen leren. Deze mensen wil ik recht doen in de bijdrage die zij aan mijn kennis en kunde hebben geleverd. Ik heb getracht om zo zorgvuldig mogelijk aan bronvermelding te doen. Mocht iemand desondanks vinden dat ik hem of haar tekort heb gedaan in genoemde vermelding, nodig ik diegene uit om contact met mij op te nemen en dat bespreekbaar te maken.
  3. 3. Disclosure belangen spreker
  4. 4. Programma dag 1 en 2 Risicotaxatie Diagnostiek Geweld Cliënten Indicatiestelling 4
  5. 5. Vooraf: Wat is geweld eigenlijk in de context van een relatie? 5
  6. 6. Relationeel geweld = Psychologisch, fysiek en / of seksueel geweld dat plaatsvindt in huiselijke kring en gericht is tegen intimi In alle mogelijke familierelaties 6 Bron: Justine van Lawick, 2007
  7. 7. Bijvoorbeeld Slaan, schoppen Schelden, kleineren Dingen stuk maken Negeren Contact verbreken Bedreigen, intimideren ... 7
  8. 8. Niet alle relatieagressie is gewelddadig! https://www.youtube.com/watch?v=t_E4_H0Y_ wM 8
  9. 9. Risicotaxatie
  10. 10. Bij melding ALLEREERST: Veiligheidsmanagement DAARNA: Risicotaxatie 10
  11. 11. Altijd eerst: veiligheid centraal Systemische taxatie van de problematiek die rekening houdt met relatiedynamieken, persoonlijke factoren & context, leidt tot plan van aanpak met aandacht voor alle betrokkenen en hun context 11
  12. 12. Verschil veiligheid - risico Veiligheid gaat over intomen van acuut gevaar daar en dan. Risico wordt bepaald door Persoonskenmerken van beide partners en de interactie daartussen Omgevingsfactoren 12
  13. 13. Diagnostiek Type geweld & functioneren cliënten
  14. 14. Diagnostiek geweld 14
  15. 15. Type geweld 15
  16. 16. Diagnostiek type geweld: voorafgaand aan hulp want eerste beslismoment PRT VS Individueel Niet alle relationeel geweld is hetzelfde! Diagnostiek van het geweld is daarom van fundamenteel belang. 16
  17. 17. Verschillende typen partnergeweld… … hebben verschillende oorzaken … kennen een verschillende ontstaansgeschiedenis ontwikkelingstraject … hebben verschillende effecten & gevolgen … kennen een verschillende dynamiek … vindt plaats vanuit verschillende motivatie … vereisen verschillende interventie- strategieën 17
  18. 18. Symmetrisch Geweld NIET Intentioneel, situationeel bepaald. Verlies van controle. Vechtpaar, zijn aan elkaar gewaagd, geweld wordt over en weer gebruikt. Doel is winnen, aandacht, schaakmat zetten etc. Dader en slachtoffer in relationele zin niet goed onderscheidend te definiëren PRT ‘best practice’ volgens richtlijn familiaal huiselijk geweld 18 Bron: Justine van Lawick, 2007
  19. 19. Complementair Gebruikt geweld intentioneel. Terreur! Ene partij controleert en intimideert, de andere is angstig en ondergeschikt. Kan leiden tot gewelddadig verzet Uitgesproken dader en slachtoffer Doel is de relatie controleren Géén PRT! 19 Bron: Justine van Lawick, 2007
  20. 20. Sleutelwoorden complementair geweld Gebruik geweld intentioneel Langer durend & herhaald Gericht op controle Isolatie Context van terreur Geen verweer mogelijk & geen uitweg ALTIJD BANG 20
  21. 21. Handige vragen om een inschatting te maken m.b.t. intiem terrorisme Denkend aan je partner, zou je dan zeggen dat hij / zij:  … jaloers of bezitterig is?  … probeert ruzies uit te lokken?  … je belet om contact te hebben met familie of vrienden?  … er op staat aldoor te weten in wiens gezelschap je verkeerd?  … scènes maakt en je belachelijk maakt in het bijzijn van anderen?  … je het gevoel geeft dat je niks kan?  … schreeuwt en scheldt?  … je bang maakt?  … voorkomt dat je inzage hebt in jullie financiën en/of kan beschikken over eigen geld? 21 Bron: Michael P. Johnson, 2008
  22. 22. Relationeel geweld: prevalentie in ambulante context Symmetrisch 70 tot 80% Complementair 20 tot 30 % 22
  23. 23. Relationeel geweld: indicatiestelling Symmetrisch PRT Complementair Separate behandeling, zeker in eerste instantie Vaak veiligheids- maatregelen nodig 23
  24. 24. 24 Waarom kunnen ‘daders’ en ‘slachtoffers’ baat hebben bij een gezamenlijke behandeling? Het meeste relationeel geweld is symmetrisch / situationeel bepaald Geweld is aldus een ‘monster TUSSEN twee mensen’ en niet van iets van één van beiden Hét kenmerk van dit type relationeel geweld is ESCALATIE die plaatsvindt tussen twee mensen
  25. 25. Type escalatie en patronen 25
  26. 26. Intern: stilte oorlog Extern: veldslag Zwijgen Terugtrekken Vermijden Aanvallen Verdedigen Schreeuwen Exploderen Willen overtuigen Willen winnen Escalaties: 2 typen
  27. 27. Patronen van escalatie VELDSLAG Aantrekken – afstoten Gewelddadige aanklamper – terugtrekker Afstoten - achtervolgen Gewelddadige terugtrekker - aanklamper Vuurwerk Gewelddadige aanklamper – gewelddadige aanklamper STILTE OORLOG: Wurgende stilte Gewelddadige terugtrekker – terugtrekker 27 Bron: Slootemaecker & Migenrode, 2017
  28. 28. Gewelddadige aanklamper – terugtrekker “Als hij me voortdurend negeert, krijg ik het gevoel dat ik steeds minder voor hem beteken. Uiteindelijk ben ik tot alles in staat om hem te laten luisteren.” Geweld = de partner in de aanklampende positie forceert de terugtrekkende partner om hem of haar dichterbij te kunnen voelen. Het is agressie vanuit verlatingsangst om nabijheid te zoeken. Bron: Slootemaecker & Migenrode, 2017
  29. 29. Aantrekken - afstoten29
  30. 30. Gewelddadige terugtrekker – aanklamper “De verwijten blijven maar komen. Het stopt nooit. Het geeft me het gevoel dat ik niet meer kan ademen.” De terugtrekkende partner voelt dat zijn of haar hechtingsmechanisme van vermijden niet meer voldoende bescherming biedt. Hij of zij raakt innerlijk overspoeld, kan niet meer denken en krijgt het gevoel dat er geen eigen ruimte meer is. Ogenschijnlijke onraakbaarheid slaat dan om in ruimtezoekende agressie. Bron: Slootemaecker & Migenrode, 2017
  31. 31. Afstoten - achtervolgen31
  32. 32. Gewelddadige aanklamper - gewelddadige aanklamper “Ik weet zelfs niet meer waarover de ruzie gaat, maar plots merk ik dat we aan het vechten zijn.” Kenmerkend is dat het tempo van verwijten in de negatieve interactie zo hoog ligt dat beide partners geen tijd krijgen om de eigen emoties te reguleren. Het aanklampende gedrag kan leiden tot een gevaarlijk niveau van agressie. Bron: Slootemaecker & Migenrode, 2017
  33. 33. Vuurwerk 33
  34. 34. Gewelddadige terugtrekker- terugtrekker “Ik weet niet wat ik voel. Ik weet alleen dat ik agressief word.” Geweld in dit patroon ontstaat op momenten dat bij een van de partners het zelf beschermende mechanisme van dissociatie (niet voelen, ontkennen en vermijden) niet langer de nodige bescherming biedt. Bron: Slootemaecker & Migenrode, 2017
  35. 35. Wurgende stilte35
  36. 36. Passief agressief https://www.youtube.com/watch?v=3vnKPdM XIdo 36
  37. 37. Oefening Maak groepjes van 4 Rollen: een aanklamper, een terugtrekker, een hulpverlener en een observant. Opdracht: neem een casus van 1 van jullie en oefen het eerste hulpverleningscontact in een rollenspel
  38. 38. Dynamiek geweld: een verklaringsmodel voor escalatiepatronen 38
  39. 39. Hoe werkt dat nou tussen hen beiden? Iets over hechting, intieme relaties & emotie(dis)regulatie 39
  40. 40. Veilige gehechtheid stelt je in staat om in een partnerrelatie: 40 verbinding met de ander te hebben zonder jezelf te verliezen én in deze verbinding jezelf te zijn zonder de ander te verliezen
  41. 41. 41 Onveilige hechting in een partnerrelatie is er wanneer je geleerd hebt dat … … anderen niet werkelijk geïnteresseerd zijn in en / of niet adequaat reageren op jouw behoeften. en / of … je uiteindelijk niet in staat bent om op een adequate manier aandacht te vragen voor je behoeften. Birgit de Cnodder en Janny Bylsma voor AFPN Groningen
  42. 42. 42 Centraal bij onveilige hechting staat steeds: angst voor afwijzing en / of verlating Birgit de Cnodder en Janny Bylsma voor AFPN Groningen
  43. 43. 43 Helaas: Angst maakt kwetsbaar Kwetsbaarheid tonen vereist dat je durft te rekenen op geruststelling van de ander Deze voorwaarde is niet voldaan bij een onveilige hechting; angst wordt daarom overdekt door boosheid Dit vermindert de kans dat de ander kan reageren op waar het werkelijk over gaat
  44. 44. Hoe werkt dat dan, die ruzies? En vooral: hoe kom je er uit?
  45. 45. 45 Ruzies… … ontstaan meestal als partners een boodschap van de ander ‘vertalen’ in een wezenlijke afwijzing en de basisvraag bij de hechting negatief beantwoordt zien: neen, ik kan niet op je rekenen, ik tel niet voor je, je neemt me niet serieus etc. … gaan daarom vaak over kleine dingen van grote betekenis (oude pijn wordt getriggerd!) … genereren aldus stress … belemmeren dan het redelijk denken … leiden op die manier tot escalaties Birgit de Cnodder en Janny Bylsma voor AFPN Groningen
  46. 46. Ruzies gaan over kleine dingen van grote betekenis https://www.youtube.com/watch?v=O6- 7Ooymv68 46
  47. 47. Escalatie vindt plaats n.a.v. Revival ‘oud’ gedrag onder stress Vermijdende: terugtrekken Effect op gepreoccupeerde partner: bedreiging verbinding Gepreoccupeerde: drammen, ‘hangen’, claimen... Effect op vermijdende partner: bedreiging autonomie Copingstijl van de ene triggert de kernangst van de ander 47
  48. 48. Geweld is een uiterste poging om de hechtingsbehoefte duidelijk te maken! 48
  49. 49. Meest prominente risico bij relationeel geweld? Contactarmoede Hoe krijg je een veilig contact over wat contact onveilig maakt? 49
  50. 50. Als ze dit effect op elkaar hebben, waarom blijven ze dan bij elkaar? De rol van fragmentatie van de persoonlijkheid en collusies 50
  51. 51. Idealiseren en demoniseren wisselen elkaar vaak af in deze relaties! Ik heb twee relaties: één geweldige en één met geweld Als het ene er is, is het andere er niet en omgekeerd. Het zijn vaak relaties waar extremen elkaar afwisselen. 51
  52. 52. Verband met multiple relatietrauma in de voorgeschiedenis In de actuele relatie wordt de geschiedenis vaak (gedeeltelijk) herhaald Contact over onzegbare dingen & pijn geboren vóór de woorden is een uitdaging = het drama van de herhaling: collusies 52
  53. 53. Collusie Wanneer 2 mensen ‘denken’ dat ze het antwoord kunnen formuleren op de pijn van de ander en een antwoord kunnen krijgen van die ander op hun eigen pijn. Bij een collusie leggen partners elkaar over en weer een rol dwingend op. 53
  54. 54. Diagnostiek cliënten 54
  55. 55. Diagnostiek van een individu: vloeken in de systemische kerk?  De relatie staat centraal in de behandeling  Je interventies stem je af op de relatie maar ook op de relationele (ontwikkelings)mogelijkheden van beide deelnemers → diagnostiek van de deelnemers noodzakelijk  Helpt om de dynamiek te begrijpen, de groeimogelijkheden van beiden en de relatie helder te krijgen en voorspellingen te doen t.a.v. te verwachten valkuilen tijdens het behandeltraject. 55
  56. 56. Systemische diagnostiek  1. Diagnostiek dynamiek  2. Diagnostiek van de deelnemers? 2 in functie van 1 Een systemische behandeling richt zich primair op de relatie, maar je moet de eigenschappen van de bouwstenen kennen waartussen de relatie plaats vindt! 56
  57. 57. Een visie op cliëntdiagnostiek (1)  Zo min mogelijk en zo veel als nodig; doel is richting behandeling bepalen met in achtneming van noodzakelijke veiligheidsmaatregelen  Diagnostiek is een hulpmiddel om  de cliënten en het paar beter te begrijpen en  het behandelaanbod te kunnen toespitsen op déze cliënten / dit paar met déze klachten en déze vraag en  leidt tot het stellen van een correcte diagnose en het uitwerken van een passend behandelplan  Diagnostiek moet gebeuren op basis van  feitelijke informatie vergaard op basis van dossier en tijdens intake of -in latere fase- tijdens behandeling in combinatie met  informatie die zich laat kennen in de dynamiek tijdens het intake- of behandelgesprek die vervolgens toelaat een gerichte vraag te stellen t.a.v.  testdiagnostiek. 57
  58. 58. Een visie op cliëntdiagnostiek (2)  Forensische aspect van de diagnostiek dient nadrukkelijk aandacht te krijgen → risicotaxatie en delict / incidentanalyse  Diagnostiek vindt expliciet plaats op 2 momenten: ten tijde van de intake ten tijde van de tussentijdse evaluatie (procesdiagnostiek). In dat laatste geval kan nagedacht worden over vragen die gerezen zijn durante de behandeling tot nog toe. 58
  59. 59. Algemeen kijk je naar: Aanleg / kwetsbaarheden Ontwikkeling → In combinatie met elkaar! 59
  60. 60. Intelligentie Persoonlijkheid(sstoornis)? Zelfbeeld en zelfgevoel? Interpersoonlijk functioneren? Contact met anderen? Hechtingsproblemen? Psychologisch functioneren? Mentaliserend vermogen? Stress factoren: schulden, verslavingen, bemoeienis van justitie etc 60
  61. 61. Het gaat vaak om emotioneel nog niet goed ontwikkelde mensen die over het algemeen veel tekort gekomen zijn in hun voorgeschiedenis en die juist in de context van een relatie die er toe doet overspoelt worden door stress waardoor ze de relatie die verschil maakt op het spel zetten! 61
  62. 62. Communicatie gekenmerkt door  Herhalen van standpunten en de ander willen overtuigen  Aanvallen  Verdedigen  Willen winnen  Van alles erbij halen  Verwijten horen in alles wat de ander zegt  Verschil van mening opblazen tot principiële tegenstellingen  Theoretiseren, generalisere  Mensen aan je kant krijgen  Zwart/wit beelden  Stereotyperingen, karikatuur schetsen  Etc… 62 Ongementaliseerd
  63. 63. Hoe ziet dat er uit in gedrag? Voelen – doen Onnavolgbaar, inconsequent Onvoorspelbaar, tegenstrijdigheden Demoniseren of idealiseren van anderen Soms weinig ‘contact met realiteit’ Tunnelvisie, rigide in opvattingen Makkelijk ‘besmet’ door sfeer Waarheden omdraaien, verloochenen etc. Etc. … 63
  64. 64. Kortom… Emotioneel onrijp en onstabiel Sociaal-emotionele leeftijd vaak laag Gevoelig voor overspoeld worden door emoties M.a.w. vaak (trekken van) een persoonlijkheidsstoornis 64
  65. 65. Het verschil zit vaak in wat mensen meegekregen hebben… 65
  66. 66. Diagnostiekvraag  Wie is het die dit gedrag vertoont?  Wie is het die dit gedrag verdraagt? Aanscherping van de vraagstelling bij symmetrisch geweld: Wie is het die dit doet én verdraagt? Hoe werkt dat tussen hen beiden? 68
  67. 67. 2 centrale vragen Hechtingsstijl: hier hangt coping / emotie(co)regulatie in intieme relaties mee samen Persoonlijkheidsorganisatie: kleurt de manier waarop hechtingsgedrag vorm gegeven wordt 69
  68. 68. Waarom zou je het willen weten?  Uit onderzoek is bekend dat er een verband is tussen onveilige hechting, persoonlijkheidsstoornissen en relationeel geweld  Onderzoek wijst voorts uit dat…  … het hebben van een persoonlijkheidsstoornis en / of onveilig gehecht zijn implicaties heeft voor het functioneren in intieme relaties, met name onder druk  … geweld te beschouwen is als een vorm van acting out & acting out kenmerkend is voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis  Bij problemen in hechting en persoonlijkheid wil weten: ‘wat is het diepste putje?’ Wanneer komt de acting out, wat zijn iemands mogelijkheden en wat zijn de limieten van de maakbaarheid?  Diagnostiek van de ‘dragende persoonlijkheidsconstructie’ die het (gewelddadige) gedrag a.h.w. ‘faciliteert’ is noodzakelijk omdat het lang niet altijd direct zichtbaar dat de kwetsbaarheid zo groot is; dat maakt het gedrag in eerste instantie onbegrijpelijk. 70
  69. 69. Implicatie: van Descriptief naar structureel Descriptief = Inventariserend beschrijven van observatie en testmateriaal Structureel = Vanuit de onderliggende theorie hypothesen vormen over de persoonlijkheid die het observeerbare gedrag draagt; ‘onder water kijken’
  70. 70. Waar kijken we naar bij de diagnostiek van de ‘bouwstenen’ ? Stressbestendigheid / kwetsbaarheid & ontwikkelde coping / veerkracht Zelf, zelfbeeld en zelfgevoel Objectrelaties 72 A
  71. 71. Relatievaardigheden die voortvloeien uit de kenmerken van de ‘bouwstenen’. Representatiedifferentiatie & responsflexibiliteit VERSUS rigiditeit Wederkerigheid; Empathie, Compassie & Coöperativiteit VERSUS Instrumentaliteit & Zelfgerichtheid Reparabiliteit VERSUS Wrok & Wraak 73 B
  72. 72. 74 A B taxatie van het vermogen om te mentaliseren, nodig om bv. te de-escaleren
  73. 73. 75 De-escaleren = bv. (1)  Uit je eigen belevingswereld stappen, inleven in ideeën en gevoelens van de ander zonder jezelf te verliezen afgegrensd zijn van de ander, empathisch kunnen zijn  Doorvragen: wat bedoel je? Hoe zie jij dat? representatiedifferentiatie  Je kunnen voorstellen dat die ander mogelijk niet bedoelt wat je er van maakt representatiedifferentiatie, positieve objectrelatierepresentatie  Je eerste impuls kunnen beheersen en iets anders doen redelijke window of tolerance, responsflexibiliteit
  74. 74. 76 De-escaleren = bv. (2)  Verschil van standpunten en belevingen aanvaarden en waarderen; Aanvaarden dat er meerdere perspectieven kunnen zijn (subjectieve waarheid) eigenwaarde op peil houden zonder constante bevestiging van de ander  Nuanceren en relativeren, kleur in plaats van zwart / wit responsflexibiliteit  De inhoud centraal houden, zich beperken tot wat er nu aan de orde is en geen oude koeien uit de sloot halen objectconstantie, enige window of tolerance  Zoeken naar verbinding, compromissen; je kunnen toevertrouwen durven binden, epistemic trust
  75. 75. Hechting – en Persoonlijkheidsdiagnostiek in het kader van relationeel geweld: bronnen Observatie & Intake Testmateriaal 77
  76. 76. In observatie & (intake)gesprek Luisteren naar toon, sfeer etc. Tegenstrijdigheden opmerken Gebruik maken van elementen uit interview technieken uit bv. het kernberginterview of het gehechtheidsbiografisch interview 78 Interpreteren testonderzoek Theoriegestuurd, profielmatig & contextueel
  77. 77. Doel testonderzoek Tot op heden gegenereerde hypothesen toetsen Verder zicht krijgen op de intrapsychische elementen die bijdragen tot de interactie 79
  78. 78. Testmateriaal bv.  persoonlijkheid NVM NPV2  Klachten, coping, symptoomgedrag UCL SCL-90 NRV Roos van Leary  Projectief materiaal als TAT, ZAT etc. 80
  79. 79. Testonderzoek: Theoriegestuurd, profielmatig & contextueel  Met behulp van theorie wordt aan de verschillende schalen een ruimere betekenis toegekend  De hoogte van een scores beoordeel je:  in verhouding tot de scores op andere schalen  in context van de setting & de gepresenteerde pathologie (observatie!) Een lage score betekent niet per definitie geen pathologie.  Combinaties van schalen worden op basis van theorie voorzien van betekenis; geheel meer is dan de som der delen en leveren hypothese op over de onderliggende structurele kenmerken van de persoonlijkheid
  80. 80. Structurele kenmerken van de persoonlijkheid zijn gerelateerd aan differentiatie in ‘rijpheid’ STRUCTURELE CRITERIA Identiteits- integratie Kwaliteit Afweer Realiteits- toetsing Neurotisch: conflict Stabiele integratie Overwegend convergerend Intact Borderline: defect Gemankeerd Overwegend divergerend Gebrekkig onder druk Psychotisch: defect Diffuus Divergerend Niet intact 82
  81. 81. Structureel kijken in systemische context  Uitgangspunt: via zelfrapportage (in gesprek of via vragenlijsten) taxeren welk beeld patiënt van zichzelf heeft, inclusief tegenstrijdigheden & wat hij wel en niet bij zichzelf kan onderkennen  Geheel van signalen in (behandel)contact, inhoud zelfrapportage & tegenstrijdigheden worden geïnterpreteerd op basis van theorie; dit leidt tot een hypothese over de innerlijke dynamiek van elk van de partners.  Op basis van het beeld van de innerlijke dynamiek van beide partners en op basis van wat zij samen laten zien in gesprek met jou worden hypothesen gegenereerd over de kenmerken van hun onderlinge interactie en de patronen in de relatie 83
  82. 82. Intermezzo Relatieontwikkeling bij mensen met vroege problematiek: een samenvatting in beelden 84
  83. 83. Idealiseren
  84. 84. Illusies aan diggelen
  85. 85. … wordt overdekt door…
  86. 86. en vanwege de gefragmenteerde persoonlijkheid is de interne beleving wellicht
  87. 87. All sad All angry O F
  88. 88. All angry O F All sad All angry All sad
  89. 89. Gevoel bij escalatie
  90. 90. Hoe krijg je een veilig contact over wat contact onveilig maakt?
  91. 91. En hoe blijf je dan uit de wanhoop en verdoving?
  92. 92. en vanwege de fragmentatie in de persoonlijkheid na elke ruzie wellicht
  93. 93. met als risico voor de volgende generatie
  94. 94. All sad All angry O F
  95. 95. All angry O F All sad All angry All sad
  96. 96. Emotioneel onrijpe mensen & partnerkeuze Mensen trachten in een intieme relatie een antwoord te krijgen op hun kinderpijn. Ze herhalen in de relatie vervolgens vaak wat ‘bekend’ is en lopen nieuwe verwondingen op. 105
  97. 97. Filmpje partnerkeuze: gevaar van herhaling  https://youtu.be/Hvysy11716g  https://youtu.be/pFeDOqgoE-k Let op: het hoéft niet zo te gaan!!! 106
  98. 98. OEFENING Neem een casus in gedachte en bespreek met je buurman of buurvrouw of je het geschetste beeld herkent ❑ Wat valt je op? ❑ Waar denk je dat de pijn van deze 2 mensen precies in zit? ❑ Welk effect heeft dat op de manier waarop ze de relatie aan gaan met elkaar? ❑ Aan welke relatievaardigheden zou je aandacht willen schenken bij de begeleiding? 107
  99. 99. Indicatiestelling
  100. 100. Indicatiestelling moet aansluiten bij zowel diagnostiek als risicotaxatie! 109
  101. 101. Interventies Daderbehandeling & slachtofferopvang of stel samen in training & therapie? Hangt af van het type geweld! 110
  102. 102. Bij symmetrisch geweld: bij voorkeur PRT 111 T.O. & agressieregulatie: training in geweldloos conflicten hanteren en grenzen stellen essentieel Oorzaak van conflict opzoeken Communicatietraining: waar gaat het echt over? Toezicht op middelenmisbruik
  103. 103. Exclusiecriteria partnerrelatietherapie Verregaande mate van dissociatie en afsplitsing van geweld; gevoel van totale hopeloosheid Psychoses Fors middelenmisbruik en -afhankelijkheid Fors complementair geweld Voortdurende angst bij ten minste een van beide Schaamteloos rechtvaardigen van geweld 112
  104. 104. OEFENING Neem opnieuw de cliënt uit de vorige oefening in gedachte. ❑ Wat herken je? ❑ Welke indicatie was er? ❑ Ben je het daar (nog steeds) mee eens? 113
  105. 105. 114 Kalmeren (tijdig een time-out nemen) Uitgestelde reactie (tot 10 tellen) Frustratietolerantie (je hebt/krijgt nu eenmaal niet altijd gelijk) Echter: In je eentje kan je niet de-escaleren Centraal thema in de training: De-escaleren
  106. 106. 115 De-escaleren: relatievaardigheden toepassen  Uit je eigen belevingswereld stappen, inleven in ideeën en gevoelens van de ander zonder jezelf te verliezen  Doorvragen: wat bedoel je? Hoe zie jij dat?  Verschil van standpunten en belevingen aanvaarden en waarderen  Aanvaarden dat er meerdere perspectieven kunnen zijn (subjectieve waarheid)  Nuanceren en relativeren, kleur in plaats van zwart / wit  De inhoud centraal houden, zich beperken tot wat er nu aan de orde is en geen oude koeien uit de sloot halen  Zoeken naar verbinding, compromissen
  107. 107. 116 Echter… Om te kunnen de-escaleren, moet je dus eerst weer kunnen nadenken Om te kunnen nadenken, moeten heftige emoties eerst afnemen Voordat heftige emoties kunnen zakken, moet je eerst UIT de situatie stappen
  108. 108. 117 Daarom Eerst Time – Out Training pas daarna Partnerrelatietherapie
  109. 109. 118 Kortom In je uppie wordt je niet handiger in het contact met je partner Relationeel geweld laat zich het beste beteugelen als de therapie zich richt op het relationeel leren hanteren van beider beperkingen in de interactie met elkaar
  110. 110. Tot slot: diagnostiek moet de behandeling dienen! Van actie naar verbalisatie en veilig contact Van fragmentatie naar integratie en verbinding met behoud van eigenheid 119
  111. 111. Deze presentatie een onderdeel van een vierdaagse training die ik van 2016 tot en met 2018 samen met een aantal collega’s verzorgde. Met Janny Bylsma, systeemtherapeut, en later ook Marijke Snippe, eveneens inmiddels systeemtherapeut heb ik het meeste samengewerkt. Deze handout betreft alleen mijn eigen bijdrage aan de training en is een compilatie van de verschillende versies die ik in de loop van de jaren gebruikt heb. Contact: info@praktijkdecnodder.nl www.prakijkdecnodder.nl Birgit de Cnodder 120
  112. 112. Literatuur Relationeel geweld121
  113. 113. Literatuur hechting en partnerrelatie122
  114. 114. Literatuur DTI123 NB: dit is iets anders dan alleen maar psychodynamisch denken! Aanpak = een integratie van verschillende denkkaders!!
  115. 115. Geraadpleegde literatuur hechting en geweld  Ciesa, M., Cirasola, A.; Willams, R. & Fonagy, P. (2016) Categorical and dimensional approaches in the evaluation of the relationship between attachment and personality disorders: an empirical study Article in Attachment & Human Development November 2016  Cnodder, de, B. (2010). Geweld samen te lijf. Groepsbehandeling voor paren die kampen met relationeel geweld. Tijdschrift voor Systeemtherapie 4, 23-249  Cnodder, de B. (2012). Incidentanalyse bij symmetrisch relationeel Geweld. Een diagnostisch en therapeutisch instrument in partnerrelatietherapie. Tijdschrift voor psychotherapie. 38, 88-103  Cnodder, de, B. (2016). Hechting en relationeel geweld. GGZWetenschappelijk, pp 37-49  In 2015 eerder verschenen in: F. Koenraadt, K. ’t Lam, L. Eurelings-Bontekoe, M. Lancel (red) (2015). Hechting of hechtenis? Uitgeverij Wolf Legal Publishers, Oisterwijk, pp 161- 177  Dijk, T. van, Flight, S. Oppenhuis, E. & Duesmann, B. (1999). Huiselijk geweld: Aard, omvang en hulpverleing. Den Haag: Ministerie van Justitie 124
  116. 116.  Dijkstra, P. (2005). Omgaan met hechtingsproblemen. Bohn Stafleu van Loghum  Johnson, M. P. Ph.D., PP Intimate Terrorism and Other Types of Domestic Violence, dd 14-10-2008  Johnson, S. (2010). Houdt me vast. KOSMOS uitgeverij  Fraiberg onderzoek (Fraiberg, S., Adelson, E. & Shapiro, V., (1975) Gohsts in the nursery: a psychoanalytic approach to the problems of impaired infant-mother relationships. American Academy of Child and Adolescent Psycholgy 14 (3), 378- 421  Fruzetti, A. (2006). The High Conflict Couple.New Harbringer Publications, Inc  Groen, M. & Lawick, van J. (2008). Intieme Oorlog. Van Gennep uitgeverij  Gehele themanummer Huiselijk Geweld (december 2010) op www.NVRG.nl  Herman, J. L. (2010). Trauma en herstel. Wereldbibliotheek.  Lawick, van, J. PP Geweld in families, bijzonder gewoon. NtVP congres dd 28-11- 2007  Lawick, van, J. PP Van huiselijk geweld naar familiaal huiselijk geweld, een systemische visie. dd 17-11-2008 125
  117. 117.  Mikulincer, M. & Shaver, P. R. (2010a). Attachment bases of psychopathology. In: M. Mikulincer& P.R. Shaver (Eds), Attachment in adulthood. Structure, dynamics and change (pp 369-404). New York/Londen: Guilford Press.  Mikulincer, M. & Shaver, P. R. (2010b). Attachment process and couple functioning. In: M. Mikulincer & P.R. Shaver (Eds), Attachment in adulthood. Structure, dynamics and change (pp 285-323). New York/Londen: Guilford Press.  Scalia, J. (2002). Intimate Violence. Attaks upon psychic interiority. Columbia University Press, New York  Slootemaecker, J. & Migenrode, M. (2017) Patronenen van parntergeweld – over koppels die vechten voor berbinding. Tijdschrift voor systeemtherapie, vol (1), 6- 23  Vliegen en Rexwinkel (2011). Handboek infant mental health  Wallin, D. J. (2010). Gehechtheid in psychotherapie. Uitgeverij Nieuwezijds  Wittbrood, K. & Veldheer, V. 92005). Partnergeweld in Nederland. Een secundaire analyse met de Intromart-onderzoek naar huiselijk geweld. Tijdschrift voor Criminologie, 47, 3-23 126
  118. 118. Geraadpleegde literatuur DPI & Hechting  Eurelings-Bontekoe, E.H.M en Snellen, W.M (2004). Theoriegestuurde multidimensionele multitrait-diagnostiek: Theorie en relevantie voor de psychotherapie. Tijdschrift voor Psychotherapie, 30, 6, 397-413.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M. & Snellen, W.M. (2005). Dupliek op het kritische commentaar van Jaspers. Tijdschrift voor Psychotherapie, 31,1, 59-66.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M. & Snellen, W.M. (2005). Theoriegestuurd en contextueel. Repliek op Smid & Kamphuis. De Psycholoog, 40, 4, 193-197.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M. en Snellen, W.M. (2005). Reactie op de discussie over de NVM-profielinterpretatie. Tijdschrift voor Psychotherapie, 31, 4, 315-318.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Snellen, W.M. en Pieper-de Vries, I.(2005). Twee methoden van dynamische persoonlijkheidsdiagnostiek: het ontwikkelingsprofiel en de theoriegetsuurde profielinterpretatie van persoonlijkheidsvragenlijsten-een analyse van hun onderlinge verhouding. In R.E. Abraham (Red.), Het Ontwikkelingsprofiel in de praktijk (pp 121-136). Assen uitgeverij. 127
  119. 119.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M., & Snellen, W.M. (2005) Psychodiagnostische methoden bij volwassenen. In W. Everaerd et al. (Red.), Handboek Klinische Psychologie. (pp 2-32). Houten: Bohn, Stafleu Van Loghum.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M. en Snellen, W.M. (2006). Persoonlijkheidsvragenlijsten. In C. de Ruiter en M. Hildebrand (Red.), Handboek Psychodiagnostiek (pp 21-59). Amsterdam: Harcourt International.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M. en Koelen, J.A.(2007). De Somatisatie-Ernstige Psychopathologie combinatie binnen de theoriegestuurde profielinterpretatie van de NVM: Somatisatie als affectregulator en maat voor sociale (in)competentie. Tijdschrift Klinische Psychologie, 37, 2, 107-122.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Verheul, R. en Snellen, W.M. (Red.) (2007). Handboek persoonlijkheidspathologie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. ISBN: 9789031 346608.Gorcum BV  Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Koelen, J.A. en Snellen, W.M. (2007). Psychodynamische modellen. Van Freud tot Fonagy. In E.H.M. Eurelings- Bontekoe, R. Verheul en W.M. Snellen (Red.), Handboek Persoonlijkheidspathologie (pp 185-202) . Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. 128
  120. 120.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Luyten, P., Remijsen, M. en Koelen, J.A. (2010). The relationship between personality organization as assessed by theory driven profiles of the Dutch Short Form of the MMPI and self-reported features of personality organization. Journal of Personality Assessment, 92,6,599-609.  Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Luyten, P., IJssennagger, M., Van Vreeswijk, M. & Koelen, J.A. (2010). Relationship between personality organization and Young's cognitive model of personality pathology. Personality and Individual Differences, 49, 198-203.  Kate, ten, C.A., Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Muller, N. en Spinhoven, Ph.(2007). Persoonlijkheidsstoornissen in de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg. Prevalentie, kenmerken, behandelindicatie en drop out. Tijdschrift voor Psychiatrie, 49, 597-609.  Koelen, J.A., Luyten,. P. en Eurelings-Bontekoe, E.H.M. (2007). Visies op het borderline concept: verleden, heden, toekomst. In E.H.M. Eurelings-Bontekoe, R. Verheul en W.M. Snellen (Red.), Handboek Persoonlijkheidspathologie (pp 103- 142). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.  Koelen, J.A. en Eurelings-Bontekoe, E.H.M. (2008). De behandeling van de borderline persoonlijkheidsstoornis: een overzicht en implicaties voor onderzoek. Tijdschrift voor Psychotherapie, 34, 1, 3-26. 129
  121. 121.  Koelen, J.A., Luyten, P., Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Diguer, L., Vermote, R., Lowyck, B., en Buhring, M. (2012). The impact of personality organization on treatment response: A systematic review. Psychiatry: Interpersonal and Biological Processes ,75, 4, 355-374.  Kok, E. en Eurelings-Bontekoe, E.H.M. (2007). NVM en Autisme Spectrum Stoornissen. Wetenschappelijk Tijdschrift voor Autisme, 1, 34-42  Muller, N. en Eurelings-Bontekoe, E.H.M. (2007). Internaliserende pathologie in de jeugd als risicofactor voor het ontstaan van persoonlijkheidspathologie in de volwassenheid. In E.H.M. Eurelings-Bontekoe, R. Verheul en W.M. Snellen (Red.), Handboek Persoonlijkheidspathologie (pp 64-72). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.  Mosterman, R.M., Eurelings-Bontekoe, E.H.M. en Hofstee, W.K.B. (2016) Voorspellers van behandelresultaat. De samenhang tussen diagnostiek, indicatie, problemen tijdens therapie en behandelresultaat. Tijdschrift Klinische Psychologie, 2, 98-118  Scholte, W., Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Tiemens, B.G., Verheul, R., Meerman, A. en Hutschemaekers, G. (2014). Personality Organization and outcome of inpatient psychotherapy for personality disorders. An explorative study. Bulletin of the Menninger Clinic, vol. 78, no2, 160-176. 130
  122. 122.  Koelen, J.A., Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Stuke, F., & Luyten, P. (2015). Insecure attachment strategies are associated with cognitive alexithymia in patients with severe somatoform disorder. International Journal of Psychiatry in Medicine, 49, 4, 264-278.  Koelen, J.A., Eurelings-Bontekoe, E.H.M. & Kemke, S. Cognitive Alexithymia Mediates the Association between Avoidant Attachment and Interpersonal Problems in Patients with Somatoform Disorder. Submitted.  Snellen, W.M. & Eurelings-Bontekoe, E.H.M. (2005). Terug naar af of stap voorwaartsReactie op Derksen. De Psycholoog, 40, 9, 462-464.  Snellen, W.M. & Eurelings-Bontekoe, E.H.M. (2007). Indicatiestellling bij persoonlijkheidspathologie. In E.H.M. Eurelings-Bontekoe, R. Verheul en W.M. Snellen (Red.), Handboek Persoonlijkheidspathologie (pp 203-217). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.  Wineke, J.; Eurelings-Bontekoe, E.H.M.; Moene, F.; Van Dijke, A., & Van Gool, A. (2015). Do patients with somatoform disorders present with illusionary mental health? In press: Psychology and Psychotherapy. 131

×