Verdiepingscursus HRD in het regulier onderwijs (P&C)


                             Definitieve paper:


                ...
Introductie

De huidige kennismaatschappij verandert continu en het onderwijs verandert mee, waarbij snel en
adequaat moet...
huidige complexe maatschappij hebben mensen te maken met diverse activiteiten, belangen en
informatie. Volgens cognitieve ...
6   Diensten zijn processen: de samenhang tussen pre-, core- en post- servicecontacten bepalen de
        totaliteit van e...
Empirisch onderzoeksresultaten

Marktgerichte PR beleid in Amerika gericht op imagoverbetering
Stover (2006) toont aan dat...
Authentieke schoolverbetering in Engeland en het effect op schoolimago
Authentieke schoolverbetering kan leiden tot positi...
overleg met MR en ouders, ondersteuning, het gebouw en de aantrekkingskracht van school door
samenwerking met anderen (Bee...
geval is het nodig om de opbrengstgerichtheid bij betrokkenen te stimuleren en deze gerichtheid op
leervorderingen vereist...
Literatuurlijst

Armistead, L. (2002). 10 Steps for planning PR. Education Digist, 67 (6), 57- 61.
Beek, S., & Heuvel, P. ...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Acquisitie in het basisonderwijs

2,925 views

Published on

Published in: Education, News & Politics
0 Comments
3 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
2,925
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
10
Actions
Shares
0
Downloads
63
Comments
0
Likes
3
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Acquisitie in het basisonderwijs

  1. 1. Verdiepingscursus HRD in het regulier onderwijs (P&C) Definitieve paper: Acquisitie in het basisonderwijs Student: A.W. Duit Studentennummer: 3090469 Docent: Hein Broekkamp Datum: 29-12-09 Universiteit: Utrecht
  2. 2. Introductie De huidige kennismaatschappij verandert continu en het onderwijs verandert mee, waarbij snel en adequaat moet worden gereageerd op behoeften van klanten. Klantgericht onderwijs vraagt om een constructivistische leervisie gericht op kennisconstructie, een holistische procesbenadering met aandacht voor zaken als kwaliteit, diversiteit, initiatief nemen en samenwerking in teamverband (Reigeluth, 1999). Continue veranderingsprocessen in het onderwijs vragen om klantgerichte ondernemerschap, waarbij mogelijkheden en middelen om behoeften te vervullen worden herkend. Voor de effectiviteit van schoolorganisaties is het nodig dat doelen en interesses van belanghebbenden worden vervuld. Daarbij is het belangrijk de boodschap helder over te brengen aan interne en externe belanghebbenden (Jones, 2006). Dit toont het belang van een weloverwogen beleid voor Public Relations (PR). Bij PR-beleid hebben basisscholen soms te maken met een imagoprobleem. Indien het aantal kinderen in de wijk daalt versterkt dat de afname van het leerlingenaantal en is imagoherstel belangrijk voor het voortbestaan van de school. Acquisitie in het basisonderwijs, het werven van kinderen, is dan nodig om te zorgen dat ouders kiezen voor deze basisschool. Als PR in het onderwijs wordt ingezet voor imagoherstel en leidt tot meer leerlingen dan is er sprake van marktgericht innovatiemanagement. Praktisch gezien is het nodig om te bevorderen dat meer ouders kiezen voor de school. Maar acquisitie via imagoverbetering lijkt strijdig te zijn met authentieke schoolverbetering, aangezien dat volgens Hopkins (2001) primair is gericht op verbetering van leervorderingen. Het is belangrijk voor de onderwijspraktijk om te weten of en hoe vanuit de theorie PR en schoolverbetering kan worden bevorderd en wat onderzoeksresultaten hierover aangeven. Theoretisch gezien kan de koppeling van onderzoeksresultaten aan theorie een spanningsveld tussen marktgerichte en onderwijskundige benadering aantonen. Daarom is de vraagstelling: Dient bij een imagoprobleem van een basisschool te worden gestreefd naar acquisitie via PR-beleid of naar verbetering van leervorderingen? Naar verwachting zal bij scholen eerst de onderwijskwaliteit in orde moeten zijn om aan PR te kunnen werken, want de core- service van een dienstverlenende organisatie moet voldoende kwaliteit hebben om aan de minimum klantverwachting te voldoen (Tettero & Viehoff, 2006). Als alternatief kan PR-beleid en schoolverbetering gelijktijdig starten. Om de vraagstelling te beantwoorden wordt begonnen met theorie over PR, imagoverbetering, acquisitie in het onderwijs en authentieke schoolverbetering. Daarna volgen onderzoeksresultaten over PR-beleid gericht op imagoverbetering, effect van PR op onderwijs, effect van authentieke schoolverbetering op schoolimago, diverse imago’s en dan schoolverbetering en PR bij zeer zwakke scholen. Tot slot volgt een discussie over het spanningsveld tussen onderwijskundig en marktgericht perspectief met afsluitend de conclusie. Theoretische achtergrond PR-beleid gericht op de verschillende publieksoorten met bijbehorende strategieën PR-beleid is gericht op de relaties die een organisatie heeft met zijn publiek. Belangrijk is de soorten publiek waarmee een organisatie te maken heeft te onderscheiden, omdat de mate van kennis over en betrokkenheid bij een organisatie varieert. Er is sprake van actief publiek (veel kennis, erg betrokken); bewust publiek (veel kennis, weinig betrokken); inactief publiek (weinig kennis, weinig betrokken); gewekt publiek (weinig kennis, erg betrokken) en non- publiek (geen kennis, niet betrokken). In de 1
  3. 3. huidige complexe maatschappij hebben mensen te maken met diverse activiteiten, belangen en informatie. Volgens cognitieve psychologen kan men, vanwege mogelijke cognitieve overbelasting, beperkt informatie verwerken. Mensen zijn selectief betrokken bij enkele kwesties, gaan relaties aan met een aantal individuen en een paar organisaties (vaak scholen en werkgevers). De overige relaties zijn oppervlakkiger en beperkter. Niet alle verhoudingen zijn even belangrijk, bij PR moet niet elke relatie op dezelfde manier worden behandeld (Hallahan, 2000). Voor elk soort publiek zijn bepaalde strategieën, zoals bij actief publiek dialoog aanmoedigen en onderhandelen; bewust publiek gedrag beïnvloeden en monitoren; inactief publiek activeringsbron begrijpen en gerichte informatie geven; gewekt publiek communicatiemogelijkheden creëren en non publiek negeren of reden voor kennis/betrokkenheid creëren (Hallahan, 2000). Bij PR-beleid moeten organisaties als scholen rekening houden met de publieksoorten en passende strategieën toepassen. Effectieve PR bij scholen en imagoverbetering via een PR-plan Goede communicatie tussen school en publiek is nodig voor support en effectieve PR. Dit laatste vraagt om systematische communicatieplanning voor diverse publieksgroepen als leerlingen, ouders en het algemene publiek. Belangrijk is dat in school betrokkenen elkaar respectvol benaderen en accepteren. Als dat niet gebeurt ontstaan er negatieve gevoelens bij het algemene publiek. Daarom moeten problemen niet voortduren, maar worden opgelost. Ook dienen ouders te worden geïnformeerd over relevante zaken via nieuwsbrieven en dergelijke. Verder moet de omgeving en de school zelf schoon, opgeruimd en representatief zijn. Indien dat niet zo is valt het meteen op en bepaalt de eerste indruk van de school. Als kinderen meehelpen met het schoonhouden van het gebouw ontstaat er een gezamenlijke trots en dit is, naast systematisch geplande communicatie, essentieel (Ediger, 2001). Imagoverbetering betreft een positievere beeldvorming en is te bereiken via een PR-plan met als stappen het publiek bepalen; vasthouden aan de gekozen boodschap; bronnen vaststellen; boodschap over media verspreiden; samenwerkingspartners vaststellen; PR-plan schrijven en resultaten meten (Rosalis, 2006). Verbetering van PR kan op diverse manieren planmatig gebeuren. Zo kan het nieuws van school meer naar buiten bekend worden gemaakt, bijvoorbeeld via de lokale media. PR-effecten worden ook groter door uitgebreidere adressenlijsten voor mailings en persoonlijk contact zorgt dat de informatie van school ook wordt gebruikt (McElmeel, 2000). Ook bij scholen is PR te plannen via een stappenplan. Communicatie is in het onderwijs belangrijker dan voorheen en het plannen van PR en communicatie is essentieel voor het succes van scholen. Dergelijke PR-plannen houden rekening met de diversiteit van het publiek (Armistaed, 2002). Acquisitie in het basisonderwijs Acquisitie in het basisonderwijs is gericht op werving van leerlingen. Om marktgericht acquisitie te voeren als een ondernemer is het nodig helder de boodschap over te brengen. Volgens Kwakman (2002) leidt werving van klanten (leerlingen/ouders) tot het leveren van een dienst. Dit is het resultaat van de ontwikkelde relatie tussen professional en klant. Volgens Tettero en Viehoff (2006) behoort het onderwijs tot de dienstverlenende sector vanwege de algemene kenmerken van dienstverlening: 1 Ontastbaarheid: de klant richt zich voor kwaliteit daarom op zichtbare, fysieke zaken. 2 De afnemer produceert mee: dit vraagt om gunstige klantvoorwaarden en condities. 3 De productie en consumptie vallen samen: hierbij is personeel cruciaal. 4 De dienstaanbod is vergankelijk: voorraadvorming is niet mogelijk. 5 Een dienst is persoonsgebonden: organisatiekwaliteit wordt afgemeten aan personeelscontact. 2
  4. 4. 6 Diensten zijn processen: de samenhang tussen pre-, core- en post- servicecontacten bepalen de totaliteit van een dienst. Met de pre- en post- service kan de organisatie scoren, mits de core- service in orde is. Maar de zwakste schakel van de keten bepaalt de kwaliteit. Van invloed is de personeelperformance, dienstkwaliteit en klantverwachting. Het servicecontact zorgt voor een directe, persoonlijke relatie tussen klanten en personeel. Belangrijk is dat klanten vertrouwen hebben of krijgen in de dienst. Bij PR moet de boodschap zekerheid uitstralen, het tastbaar maken van het ontastbare centraal staan en de klant de dienstverlening krijgen zoals die wordt voorgeschoteld (Tettero & Viehoff, 2006). Voor het imago is belangrijk dat klanten vertrouwen hebben of krijgen in school. Bij acquisitie gaat het om de voorkeur van klanten, die ontstaat door het oordeel over de: 1 Tastbaarheid: het oordeel wordt bepaald op grond van waarneembare zaken. 2 Betrouwbaarheid: de mate waarin personeel beloftes nakomt of moeite daartoe doet. 3 Alertheid: bereidheid van personeel om te helpen en de snelheid van die reactie 4 Zekerheid: de mate waarin organisatie/personeel vertrouwen oproept en betrouwbaar oogt 5 Invoelend vermogen: aandacht, zorg en persoonlijke belangstelling voor klanten. Bij dienstenmarketing draait het om de verkoop van zekerheid (Tettero & Viehoff, 2006). Zo wordt vertrouwen gewekt en kan door scholen via PR beleid aan acquisitie worden gedaan. Authentieke schoolverbetering Authentieke schoolverbetering is niet gericht op verkoop van zekerheid, maar op leervorderingen. Om van scholen plaatsen te maken waar leerlingen beter kunnen leren is volgens Hopkins (2001) de focus op de kwaliteit van lesgeven door leerprocessen van leerkrachten te ondersteunen. Daartoe vindt verandering van processen in de klas en managementprocessen in school plaats. Hopkins (2001) noemt het belang van communicatie en bijbehorende procedures zonder de term PR te gebruiken. Authentieke schoolverbetering vraagt om diverse strategieën, afhankelijk van de type school. Bij scholen zonder veranderingscapaciteit, die zichzelf en de leervorderingen niet verbeteren vraagt dit om andere schoolleiding, intensieve externe steun, dataverzameling over de school en veranderingen op korte termijn. Dit laatste betreft management gericht op leren, intensieve bijscholing van leerkrachten, herstructurering van de school (betere leiderschap, samenwerking en planning) en verminderde druk vanuit de inspectie. Bij weinig veranderingscapaciteit is dit meer ruimte voor het tonen van leiderschap, alle betrokkenen betrekken bij het streven naar gewenste leerresultaten, externe steun, verlengde lestijden en een betere werkomgeving voor leerkrachten en leerlingen. Bij scholen met goede verandercapaciteit gaat het om hoge verwachtingen stellen, waarden specifiek benadrukken, leerlingen betrekken bij de ontwikkeling van effectieve leerprocessen, gezamenlijke taal en planningen ontwikkelen, eventuele externe steun, leerkrachten laten experimenteren en samen successen vieren. De hoeveelheid benodigde externe steun hangt af van de verandercapaciteit van scholen. Hoe minder veranderingscapaciteit hoe meer externe steun nodig is. Bij meer veranderingscapaciteit kan meer worden vertrouwd op interne initiatieven, voor effectieve scholen met goede verandercapaciteit is externe steun niet noodzakelijk. Bij ineffectieve scholen is gerichtheid op enkele organisatorische of onderwijskundige basisvraagstukken nodig, bij meer veranderingscapaciteit kunnen meer ontwikkelingsprioriteiten worden verfijnd (Hopkins, 2001). 3
  5. 5. Empirisch onderzoeksresultaten Marktgerichte PR beleid in Amerika gericht op imagoverbetering Stover (2006) toont aan dat in Amerikaanse staten als Arizona, Michigan en Minnesota scholen zich ‘verkopen’ aan ouders bij de schoolkeuze vanwege toenemende concurrentiestrijd tussen scholen. Bij imagoverbetering wordt om sluiting van scholen te voorkomen gekeken naar ouderbehoeften. Zo profileert de ene school zich als ‘kleinschalig’ om tegemoet te komen aan behoefte van veiligheid en is de andere school al vanaf zeven uur ’s ochtends open. Scholen experimenteren met services als het kunnen volgen van leerresultaten door ouders via internet. Ouderbehoeftes moeten worden onderzocht, omdat de school die het beste aansluit bij criteria van ouders in aanmerking komt voor de schoolkeuze (Stover, 2006). Voor een onderwijsorganisatie is het belangrijk als ondernemer vanuit marketing perspectief via PR te werken aan imagoverbetering. Uit ander Amerikaans onderzoek blijkt dat mensen een schoolorganisatie vertrouwen als zij geloven dat die integer, welwillend en competent is. Bij imagoverbetering wordt PR ingezet om vertrouwen te herstellen of verbeteren. Effectieve PR werkt systematisch en strategisch aan het opbouwen van een waardevolle relatie tussen de schoolorganisatie en mensen die bijdragen aan het organisatiesucces. Belangrijk bij de communicatie vanuit scholen is: 1. Transparantie zorgt voor vertrouwen: met benaderbare leiding, een transparante organisatie. 2. PR is meetbaar: specifieke meetinstrumenten voor PR worden vooraf geselecteerd. 3. Deelname op basis van betrokkenheid: betere communicatie vergroot de ouderbetrokkenheid. 4. Relaties zijn de sleutel: een gedeeld voordeel draagt bij aan organisatiesucces. 5. Investeer in communicatie: via een geplande, systematische PR (Carr, 2007). Hieruit blijkt dat bij scholen transparantie nodig is om vertrouwen te kweken, PR via een plan met instrumenten meetbaar kan worden en betrokkenheid, relaties en communicatie belangrijk zijn. Het effect van marketing en PR in het Engels en Amerikaans onderwijs Marketing in het onderwijs heeft geleid tot concurrentie tussen scholen en tot tegenstrijdige percepties. In Engeland wordt marketing enerzijds gezien als een organisatieactiviteit voor concurrerende scholen, anderzijds als een negatieve activiteit voor het onderwijs. Dit is een dilemma voor de schoolleiding, zo blijkt uit de analyse van Oplatka en Hemsley-Brown (2004) op basis van 25 studies over PR in het basis- en voortgezet onderwijs. In de praktijk wordt na een sterkte/zwakte analyse een PR-plan opgesteld en als kern van het marketingproces systematisch uitgevoerd. Hoewel beschikbare service voorwaarde is voor klantenwerving is de schoolleiding niet toegankelijker geworden voor ouders en leerlingen. Wel wordt er in school meer leerlingenwerk gepresenteerd en veel tijd gestoken in PR via de media. Scholen blijken vaak niet in staat om PR-impact te meten. Als wordt gesteld dat PR effectief is blijkt er niet systematisch te zijn geëvalueerd. Veel onderzoek is gedaan naar de kwaliteit van de dienst, maar aan de verwachting van ouders kan nooit volledig worden gedaan en ook mond op mond reclame is van invloed (Oplatka & Hemsley-Brown, 2004). Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat ouders traditioneel gezien de dichtstbijzijnde school kiezen, maar soms past die school niet bij de wensen van ouders. Aan die wensen passen scholen zich aan door het bieden van meer mogelijkheden. Het is een voordeel voor leerlingen en ouders, maar voor schoolorganisaties bemoeilijkt dit het voorspellen van en anticiperen op toekomstige inschrijvingen (Kennedy, 2007). 4
  6. 6. Authentieke schoolverbetering in Engeland en het effect op schoolimago Authentieke schoolverbetering kan leiden tot positieve invloed op het schoolimago. Zo gebruikt het leesproject ‘Just Read’ van de Hempshill Hall School in Nottingham communicatiemiddelen als een leesportefeuille, die leerlingen meenemen van school naar huis en andersom. Naast leesvorderingen is ook het schoolimago verbeterd van achterstandsschool naar een goede, effectieve school met bovengemiddelde prestaties ten opzichte van vergelijkbare scholen (Hopkins, 2001). Een ander voorbeeld is de Big Wood School in dezelfde plaats, die door het slechte imago en dalend leerlingenaantal met sluiting werd bedreigd. Een nieuwe schoolleider heeft na onderzoek als doelen geformuleerd imagoverbetering, betere relaties met toeleverende scholen en cultuurverandering tegen normaal gevonden lage prestaties. Door het onderwijzen en leren centraal te stellen, waarbij leerkrachten zich in eigen tempo ontwikkelen heeft de gewenste cultuurverandering plaats gevonden. Ook hier heeft authentieke schoolverbetering geleid tot een beter schoolimago en tot het oplossen van het imagoprobleem (Hopkins, 2001). Schoolimago in Nederland en de schoolverbetering en PR bij zeer zwakke scholen Een onderzoek naar het imago van hogescholen onder belanghebbenden van de HBO-raad toont aan dat er per groep belanghebbenden niet een, maar meerdere imago’s zijn. Dit blijkt uit interviews met 35 respondenten en was niet verwacht. Wel hebben interne belanghebbenden grotendeels hetzelfde beeld van de hogescholen, waardoor zij een consistent imago uitdragen. Maar er is een diffuus beeld bij externen als journalisten, adviesorganisaties en belangenverenigingen (Verschueren, 2005). Dit bevestigt dat scholen bij PR-beleid rekening moeten houden met diverse publieksoorten en -groepen. In Nederland vragen zwak presterende scholen aandacht, daarom is er een beleidsmatige procesevaluatie gedaan naar het onderwijskansenbeleid 2000-2002 dat is gericht op bestrijding van onderwijsachterstand. Het gaat om een documentenanalyse en aanvullende interviews bij 64 basisscholen en tien VMBO-scholen. Het blijkt dat, na selectie door de gemeente op grond van inspectiegegevens, er drie redenen zijn om onderwijskansenschool te worden: een slecht imago met een dalend leerlingenaantal, het bevorderen van kansen en een impuls voor gewenste innovatie. Bij 48 basisscholen (75 %) is er aantoonbare externe steun bij het ontwikkelingsplan geweest. Naast algemene streefdoelen zijn er doelen gericht op leerresultaten, leerhouding en sociaal emotionele ontwikkeling. Ook zijn er doelen voor leerkrachten, team, management en bovenschools niveau. Activiteiten zijn vooral gericht op beter (taal)onderwijs, professionalisering/scholing, ICT en visie/missie/draagvlak/team. Ouderbetrokkenheid wordt wel genoemd, maar PR-beleid gericht op imagoverbetering niet (Kuiper, Lubberman, Klein, Ledoux, Felix & Elshof, 2002). Er is weinig informatie over het werken met verbeterplannen en interventies bij zeer zwakke scholen volgens Beek en van den Heuvel (2007), daarom is dit bij veertien besturen van zeer zwakke scholen onderzocht. De onderwijsinspectie beoordeelt een school als zeer zwak als de eindopbrengsten (onderwijsresultaten) en minstens twee van de zeven normindicatoren van het onderwijsleerproces onvoldoende is. Bij onduidelijke eindopbrengsten wordt ook gekeken of minstens de helft van de indicatoren voor de kwaliteitszorg voldoende is. Scholen krijgen vervolgens twee jaar om onder geïntensiveerd inspectietoezicht een aanvaardbaar niveau te bereiken. De meeste besturen maken gebruik van externe steun. Volgens de besturen zijn de oorzaken van de kwalificatie ‘zeer zwak’ de directie, het team, de leerlingen en omgevingsfactoren. Bestuurlijke interventies zijn op deze oorzaken gericht en op bestuursverbetering. Gericht op de omgeving wordt geïnvesteerd in PR, communicatie, 5
  7. 7. overleg met MR en ouders, ondersteuning, het gebouw en de aantrekkingskracht van school door samenwerking met anderen (Beek & van den Heuvel, 2007). Uit een review over zeer zwakke scholen in het basis en voortgezet onderwijs blijkt dat er in januari 2009 volgens de onderwijsinspectie 166 zeer zwakke scholen waren. Oorzaken zijn interne redenen als onvoldoende leerlingenzorg en externe redenen als groei of krimp van de school. Iedere school loopt het risico een zwakke school te worden, cruciaal is of risico’s en problemen tijdig worden ontdekt. Preventie van zwakke scholen vereist goed bestuur en kwaliteitszorg. Goed bestuur vraagt om afstemming tussen sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden. Hiervoor is interne en externe communicatie nodig met heldere positionering en profilering. Kwaliteitszorg vereist een systematisch uitgevoerde plan van aanpak. Fataal is het ontbreken van een opbrengstencultuur, verankerd in de structuren, systemen en betrokken mensen. Investeringen in de schoolorganisatie bevorderen betere leerprestaties. Bij zeer zwakke scholen moet de opbrengstgerichtheid worden gestimuleerd bij leerlingen, ouders, docenten en het schoolbestuur (Beek, van den Heuvel & van de Kant, 2009). Discussie over het spanningsveld tussen marktgericht en onderwijskundig perspectief Tettero en Viehoff (2006) benoemen het belang van marktgericht PR-beleid bij dienstverlening zoals schoolorganisaties, maar kan deze klantgerichtheid onderwijskundig gezien wel? Dat het huidige onderwijs snel en adequaat handelt, zodat leerlingen zich tot competente burgers kunnen ontwikkelen sluit aan bij de constructivistische leervisie (Reigeluth, 1999). Maar de kwaliteitsbeleving is subjectief, dynamisch en alleen positief als de personeelperformance groter is dan de verwachting. De klant verwacht maximale core- service (het onderwijs), maar is vaak ondeskundig en onbekend met de voorwaarden. Als door omstandigheden de core- service niet lukt is de kwaliteitsbeleving negatiever. Het onderwijs is zo een marktstrategische variabele die zelf nooit scoort, een primaire voorwaarde om op pre- en post- service te kunnen scoren (Tettero en Viehoff, 2006). De negatieve invloed van marktgerichtheid op onderwijskwaliteit vormt een dilemma voor Engelse schoolleiding (Oplatka & Hemsley-Brown, 2004). Het is dus de vraag of bij imagoproblemen moet worden gestreefd naar acquisitie via PR- beleid of naar verbetering van leerresultaten. Dit laatste sluit aan bij authentieke schoolverbetering, waarbij leerresultaten door de kwaliteit van lesgeven te stimuleren worden bevorderd (Hopkins, 2001). Overeenkomsten tussen marktgerichtheid en authentieke schoolverbetering zijn de cruciale rol van onderwijspersoneel en de doelgerichte, systematische, planmatige aanpak. Mogelijk verschil is dat imagoverbetering meer gericht is op korte termijn, authentieke schoolverbetering meer op langere termijn. Hopkins (20001) toont met Engelse voorbeelden dat werken aan schoolverbetering kan leiden tot imagoverbetering. Voor Nederlandse scholen met onderwijsachterstand is een slecht imago met een verminderd leerlingenaantal mede aanleiding om onderwijskansenschool te worden, de primaire focus blijkt toch onderwijsverbetering en professionalisering van docenten te zijn (Kuiper et al., 2002). Dit duidt op authentieke schoolverbetering. Maar bij zeer zwak presterende scholen wordt tevens in systematisch geplande PR geïnvesteerd (Beek & van den Heuvel, 2007). Opvallend is dat deze scholen behalve steun ook geïntensiveerde inspectietoezicht ontvangen, terwijl volgens Hopkins (2001) authentieke schoolverbetering bij dergelijke scholen naast externe steun juist verminderde toezicht vereist. In ieder 6
  8. 8. geval is het nodig om de opbrengstgerichtheid bij betrokkenen te stimuleren en deze gerichtheid op leervorderingen vereist aandacht voor systematisch geplande PR (Beek et al., 2009). Conclusie Het positieve effect van authentieke schoolverbetering op het schoolimago bij twee Engelse achterstandsscholen toont aan dat er vanuit een focus op leervorderingen gewerkt kan worden aan imagoverbetering (Hopkins, 2001). Daarbij is systematisch geplande PR en goede communicatie essentieel voor het succes van een school (Armistaed, 2002; Ediger, 2001). PR-beleid moet via passende strategieën rekening houden met de diversiteit van het publiek en scholen dienen klantgericht te zijn. Ook is bij imagoverbetering meer vertrouwen in school essentieel en past bij een marktgerichte dienstverlening (Tettero en Viehoff, 2006). Het marktgerichte versus onderwijskundig perspectief is wel een dilemma voor Engelse schoolleiding, want de aandacht voor marketing kan het onderwijs negatief beïnvloeden. (Oplatka& Hemsley-Brown, 2004). Maar marktgerichtheid kan de onderwijskwaliteit ook versterken als de core- service (het onderwijs) in orde is. Door betere pre- en post- service kan het vertrouwen in school verbeteren. Als het personeel zorgt voor zichtbare zaken en betrouwbaar, alert, zeker en invoelend handelt leidt dat tot de voorkeur van (potentiële) ouders. Een beter imago wordt bewerkstelligd via een PR-plan en klantgericht personeel, waardoor vertouwen in de school toeneemt en meer ouders kiezen voor de school (Tettero en Viehoff, 2006). Bij zeer zwakke scholen moet de gerichtheid op leervorderingen bij alle betrokkenen worden gestimuleerd en vraagt tevens om aandacht voor systematisch geplande PR. Door het onderwijzen en leren centraal te stellen, waarbij leerkrachten zich in eigen tempo ontwikkelen kan de gewenste cultuurverandering plaats vinden (Beek et al., 2009). Bij een imagoprobleem kan dus, tegen de verwachting in, schoolverbetering en acquisitie via PR-beleid gelijktijdig gebeuren, mits verbetering van leervorderingen de primaire focus is. 7
  9. 9. Literatuurlijst Armistead, L. (2002). 10 Steps for planning PR. Education Digist, 67 (6), 57- 61. Beek, S., & Heuvel, P. van den (2007). Het stoplicht sprong op rood! Verslag van onderzoek naar bestuurlijke interventies naar zeer zwakke scholen.’s- Hertogenbosch: KPC groep. Beek, S., Heuvel, P. van den, & Kant, H. van de (2009). Overzicht van onderzoek naar zeer zwakke scholen in het primair en voortgezet onderwijs.’s- Hertogenbosch: KPC groep. Carr, N. (2007). Research and PR. American School Board Journal, 194 (8), 44-45. Ediger, M. (2001). Effective school public relations. Education, 121, 743-750. Hallahan, K. (2000). Inactive publics: the forgotten publics in public relations. Public relations review, 26 (4), 499-515. Hopkins, D. (2001). School improvement for real education and change development. London: Routledge Falmer. Jones, G. R. (2007). Organizational Theory, Design, and Change. Upper Saddle River (NJ): Pearson Prentice Hall. Kennedy, M. (2007). Public choices. American School & University, 97 (9), 18-26. Kuiper, C., Lubberman, J., Klein, T., Ledoux, G., Felix, C. & Elshof, D. (2002). Onderwijskansenbeleid 2000-2000 Een beleidsmatige evaluatie. Leiden: Research voor Beleid. Kwakman, F. (2002). Professionals & Acquisitie Succesvol opdrachten verwerven in de zakelijke dienstverlening. Den Haag: Sdu Uitgevers bv. McElmeel, S. L. (2000). Making PR an outreach activity. Book Report, 19 (1), 10-11. Oplatka, I., & Hemsley-Brown, J. (2004). The research on school marketing. Journal of Educational Administration, 42 (3), 375-400. Reigeluth, C. M. (1999). What is Instructional-Design Theory and How is it Changing? In C. M. Reigeluth (Ed.), Instructional-Design Theories and Models, Volume II. (pp. 5-29). Mahwah, NJ: LEA. Rosalis, J. (2006). Making a good impression. NEA Today, 24 (5), 23-23. Stover, D. (2006). Public schools advertise for students. Educational Digest, 67 (6), 52- 55. Tettero, J. H. R. J. P., & Viehof, J. H. R. M. (2006). Marketing voor dienstverlenende organisatie. Deventer: Kluwer. Verschueren, K. (2005). Het imago van hogescholen onder de stakeholders van de HBO- raad. Enschede: Universiteit Twente. 8

×