MAATSCHAPPELIJKE HEFBOOM
• Allekinderen/ jongeren ontwikkelen
• Alle kinderen/jongeren kansen bieden, rekening houdend met
hun talenten en interesses
KENNIS EN KUNDE DOORGEVEN
• Kinderen moeten leren
6.
VOLWAARDIGE ONTPLOOIING VAN
KINDERENTOT MENS
• Onderwijs draagt bij tot de ontwikkeling van de totale persoonlijkheid van
jongeren
• gezin is niet langer de primaire socialisator
EXCELLEREN
• Excellent onderwijs= alle scholen bieden kwaliteitsvol onderwijs
• Niet eenzijdig invullen als cognitieve begaafdheid
10.
INNOVEREN
• School vande vorige eeuw gedomineerd door muren en plafonds
• Leren in de 21ste eeuw = nood aan (veel meer) openheid.
• Dynamische groepsvormingen en creëren mogelijkheden om op eigen
tempo vorderingen te maken.
• Leerlingen uitdagen om kennis en vaardigheden uit verschillende vakken
en domeinen te combineren bij uitvoeren van complexe taken.
11.
DIFFERENTIËREN
• Mensen verschillen,in hun voorkennis, in hun competenties en
interesses en belangen.
• In de manier waarop ze leren en de snelheid waarmee ze bepaalde
vaardigheden verwerven.
• → verschillen positief waarderen.
ALGEMEEN
• leervaardigheden (wetenhoe men best kan leren)
• lees-, schrijf- en rekenvaardigheden
• communicatieve vaardigheden
• creatief denken en probleemoplossende vaardigheden
• persoonlijk management (zelfwaardegevoel, motivatie)
• effectief in groep kunnen werken (interpersoonlijke vaardigheden)
• kunnen omgaan met invloed (leiderschap en het begrijpen van functionele
structuren)
14.
KENNIS TOEPASSEN
• Tijdvan pure kennisoverdracht en reproductie is voorbij
• Oplossingsgerichtheid en flexibiliteit worden belangrijker
• Elke lerende heeft kennis nodig om bekwaam te zijn in bepaalde
vaardigheden
• Daarnaast heeft hij ook de gepaste attitudes nodig om die vaardigheden
op een correcte en verantwoorde manier toe te passen
15.
SOCIALE RELATIES ZIJNBELANGRIJK
• Scholen werken ook aan de brede vorming van kinderen en jongeren
• daarbij komen allerlei vormen van educatie aan de orde
• school krijgt ook belangrijkere rol in de opvoeding van kinderen en
jongeren
= leren samenwerken,
= andere culturen en standpunten leren respecteren
16.
BELANG VAN TECHNOLOGIEËN
•Leren aanwenden van technologieën
• Maar ook digitale geletterdheid, die jongeren in staat stelt om met het
grote aanbod aan multimedia kritisch te leren omgaan.
• Technologie moet leven comfortabeler maken, maar ook aandacht voor
veiligheid.
• Onderwijs van de 21ste eeuw = ook multimediaal en digitaal.
17.
LEVENSLANG LEREN
• Leerlingenmoeten niet alleen studeren om onmiddellijke opdrachten op
te lossen
= competentie van LLL moet worden ontwikkeld.
= leerlingen ook zelfstandig leren beslissen en onafhankelijk leren denken.
LEERKRACHTEN MAKEN HETVERSCHIL
• Onderwijskwaliteit hangt van de leerkracht af.
• Om de onderwijsopdracht te kunnen waarmaken, wordt veel van een leerkracht
gevraagd
• Nood aan diepgaande vakkennis
Maar :
• Constructivistische benadering doet ons afstappen van de leraar als expert
20.
DE LEERKRACHT GAATER VAN UIT DAT
• niet alle lerenden op dezelfde manier leren
• dat er niet altijd klassikaal en confronterend moet lesgegeven worden
= de leraar fungeert eerder als coach, tutor, mediator of facilitator
= lerenden krijgen naarmate ze evolueren een steeds groter aandeel in de
manier waarop ze welke kennis en vaardigheden opbouwen
21.
LERAAR ZIJN VEREISTVERSCHILLENDE
COMPETENTIES
• een breed repertoire van werkvormen en strategieën, een alert paar
ogen en oren die leerlingen observeren
• Openheid
22.
LERAAR ZIJN ISVERTROUWEN GEVEN
• Leraren mogen hoge verwachtingen hebben voor elke leerling
• Leraren mogen/moeten elke leerling uitdagen
• Hebben een groot vertrouwen in de leerbereidheid van de leerlingen
• Ze bouwen bruggen tussen de school en de buitenwereld
• Zorgen voor samenwerking – sociale component en zorgen er zo voor
dat leerlingen samen leren leren en samen leren leven.
• Ze differentiëren en houden er rekening mee dat leerlingen leren volgens
een eigen ritme
23.
LERARENOPLEIDING = CRUCIAAL
•De lerarenopleiding bereidt de leerkracht optimaal voor op zijn
multidisciplinaire functie in een onderwijs met toenemende aandacht
voor competentieontwikkeling.
• Kritische vraagstelling bij huidige opleidingen
24.
OPEN VRAGEN VERDERDEBAT
• Instapkenmerken :
- vooraf bekijken?
- of selectie door praktijk van het beroepsleven?
• Vakkennis? Brede vorming?
• Instructie? Constructie?
• Flexibiliteit? Differentiëren? Innoveren?
• Nieuwe media
• Leren Leren? Rekening houden met halveringswaarde kennis in de tijd?
• Waar leren? Dichter aansluiten bij de onderwijspraktijk?
• Waarden overdracht?
25.
SAMENWERKEN
• Het GO!wenst de samenwerking met de lerarenopleidingen te
versterken op het vlak van stages en kruisbestuiving van expertise.
• Wij steken ook hand uit vanuit pedagogische begeleidingsdienst en
nascholing naar lerarenopleidingen
• Samenwerken binnen eenzelfde visie kan alleen maar opbrengen.
26.
WAT NA DELERARENOPLEIDING ?
• Het mag uiteraard niet stoppen met de lerarenopleiding
• Willen we jonge mensen zin geven om dit mooie beroep op te nemen, dan moeten
wij als werkgever ook het nodige doen.
• GO! 2020 zet in op een sterk en professioneel personeelsbeleid zodat elke
medewerker van het GO! zich een VIP voelt.
• Onthaalbeleid
• Coaching
• Vorming
• Netwerking
• Kijken ook uit naar loopbaandebat