Van betoog naar
beschouwing
Wat weet je nog van het betoog?
FUNCTIE
STRUCTUUR
INLEIDING
ARGUMENTEN
BOUWPLAN
STIJL
SPELLING / GRAMMATICA
Opbouw betoog
Inleiding:
- aandachtstrekker
- uiteenzetting feiten
- standpunt
- (overgangszin)
Midden:
- verdieping met argumenten (twee voor en een tegen met
weerlegging: zilver, brons, goud)
Slot:
- (samenvatting)
- conclusie
- uitsmijter
Beschouwing
 Probleem of kwestie
 Meningen
 Oordeel aan de lezer
 Objectiviteit van de schrijver
Opbouw beschouwing
Inleiding:
- aandachtstrekker
- uiteenzetting feiten: introductie onderwerp
- probleemstelling/vraagstelling
- (overgangszin)
Midden:
- verschillende meningen, verschillende oorzaken verschijnsel, verschillende
oplossingen voor een probleem
Slot:
- (samenvatting)
- aftastend antwoord
- (uitsmijter)
Tekststructuren
 Kern, p. 63
Meest geschikt voor beschouwing zijn:
 Voor- en nadelenstructuur
 Probleem/oplossingenstructuur
 Verklaringsstructuur
 Verleden-heden-toekomststructuur
Moet bij een ongeluk
de schuldvraag
centraal staan?
Woningtekort en
bouwopgave: de
hoogte in of naar
buitengebied?
Vrouwenquotum: emancipatie of
vrouwendiscriminatie?
voor- en nadelenstructuur
1. Inleiding met vraag
2. Kern met daarin:
voordelen
nadelen
3. Slot: afweging (geen conclusie)
Uitstellen van
schooladvies goed
idee?
Probleem/oplossingenstructuur
1. Inleiding  probleem
2. Kern
waarom probleem?
oplossingen
3. Slot (voorkeur uitspreken)
Gevaar: betogen (lezer van jouw voorkeur willen overtuigen)
Hoe moeten we
massatoerisme
aanpakken?
verklaringsstructuur
1. Inleiding  verschijnsel
2. Kern
oorzaken, gevolgen
andere verklaringen
3. Slot
Gevaar: uiteenzetten (gebrek aan meningen)
Is de betrokkenheid van
generatie Z voor
klimaatproblematiek
oprecht?
verleden-heden-(toekomst) structuur
1. Inleiding  onderwerp
2. Kern met daarin:
zo was het
zo is het
zo zou het kunnen gaan worden.
3. Slot
Gevaar: uiteenzetten (gebrek aan meningen)
Moeten we weer meer
kinderen krijgen?
Inleiding
Standaardopbouw inleiding
1. Aandachtstrekker
2. Uiteenzetting feiten
3. Probleemstelling/ vraagstelling
4. (Overgang: aankondiging middenstuk)
- Voel jij je soms ook zo lusteloos in de winter? (over winterdepressie)
- Vorige week verscheen een rapport over misbruik in de gemeente
van Jehovah’s getuigen. (over de publicatie van het rapport)
- In zijn presidentscampagne gebruikte Obama vaak de leus “fired up
and ready to go”. Die had hij niet zelf bedacht, maar eigenlijk
geleerd van een oud omaatje dat hij tijdens de campagne was
tegengekomen. (over het beïnvloeden van mensen via taal)
- Het was 31 januari 1953. Een zware storm zorgde voor stormvloed
terwijl het die avond springtij was. Alle ingrediënten voor een
watersnoodramp waren daar. (over dijken in Nederland)
Welke manieren van aandachttrekken worden hier gebruikt?
- Voel jij je soms ook zo lusteloos in de winter? (over winterdepressie)
belang lezer
- Gisteravond vond wederom een persconferentie plaats over de
coronacrisis en de maatregelen die het kabinet genomen heeft.
Rutte deed vooral aan verwachtingsmanagement (over het beleid
van de regering tijdens de coronacrisis) actualiteit
- In zijn presidentscampagne gebruikte Obama vaak de leus “fired up
and ready to go”. Die had hij niet zelf bedacht, maar eigenlijk
geleerd van een oud omaatje dat hij tijdens de campagne was
tegengekomen. In de maanden die volgden zouden haar
gevleugelde woorden Obama helpen om de verkiezingen glansrijk
te winnen. (over het beïnvloeden van mensen via taal) voorbeeld
- Het was 31 januari 1953. Een zware storm zorgde voor stormvloed
terwijl het die avond springtij was. Alle ingrediënten voor een
watersnoodramp waren daar. (over dijken in Nederland)
geschiedenis
Bouwplan en alinea’s
Vóór je begint te schrijven…
… weten wat je gaat doen.
Hoe begin je?
Je moet voorbeelden/oorzaken/meningen zoeken en je verhaal kaderen
in de inleiding: hoe bedenk je informatie?
1. vrije brainstorm (gedachten in steekwoorden)
2. gerichte brainstorm (topische vragen/W-vragen)
3. Bronnenonderzoek (meningen van (gezaghebbende) anderen (met
bronvermelding!))
Gerichte brainstorm
a. topische vragen
-objectieve vragen voor de inleiding zoals wat, wie,
waar, wanneer en hoe?
- en objectieve/subjectieve voor de argumentatie,
zoals waarom?
Gericht brainstormen: andere (topische) vragen
1. Waarmee is het te vergelijken (of juist niet)? vergelijking
2. Wat is een specifiek voorbeeld ervan? voorbeeld
3. Wat is de oorsprong/oorzaak? oorzaak
4. Waar leidt het toe/wat zijn de gevolgen ervan? gevolg
5. Waar hangt het mee samen? samenhang
6. Welke veranderingen heeft het ondergaan? wijziging
7. Uit welke onderdelen/elementen bestaat het? geheel-deel
8. Tot welk groter geheel/fenomeen behoort het? deel-geheel
9. Waar is het een voorbeeld van? categorie
10. Welk gevoel geeft het? gevoel
11. Hoe is het te beoordelen? beoordeling
12. In welke situatie is het toe te passen? toepasbaarheid
Alinea Doel Inhoud (probleem-oplossingsstructuur)
Inleiding 1 Aandacht trekken,
probleem stellen
Aandachtstrekker: ik geef leerlingen een boekenopdracht op, er wordt luid geprotesteerd
Probleemstelling: steeds meer jongeren vinden lezen niet leuk
2 Probleem
verduidelijken
Waarom is dit inderdaad een probleem? Inlevingsvermogen, analytisch denken, concentratie, creativiteit,
kennis maken met andere inzichten…
Midden 3 Oplossing 1 “Een eerste mogelijke oplossing wordt voorgesteld door professor Huppeldepup: ‘Geef lezen een grotere
invloed op het cijfer.’”
Nadeel: extrinsieke motivatie
4 Oplossing 2 “Als we de intrinsieke motivatie van jongeren willen verhogen, zit er maar één ding op: lezen leuker
maken.”
- leesuurtjes met kopje thee erbij, voorlezen, naast boek ook film bespreken, leesclubjes oprichten, meer
genres toestaan op leeslijst, geen lastige literatuurtoetsen meer
Nadeel: komen we dan nog wel toe aan verhaalanalyse en dieper begrip?
5 Oplossing 3 “Een laatste mogelijke oplossing is het lezen voor iedere leerling persoonlijker te maken.”
- Persoonlijke opdrachten
- Vrije keuze van boeken en/of opdrachten
- Interesseveld bepalen
Nadeel: ontdekken ze dan ook nog iets nieuws?
Slot 5 Samenvatten,
uitsmijter
(Herhalen mogelijk oplossingen.) Misschien werkt de ene oplossing beter voor de ene leerling dan voor
de andere. Uitproberen is noodzakelijk.
Uitsmijter: Na de leesopdracht zijn er in ieder geval twee leerlingen die opgewekt komen vertellen dat ze
het echt leuk hebben gevonden. Dat is in ieder geval winst.
Alinea
 1 alinea = 1 samenhangend geheel
 Niet meerdere onderwerpen proberen te behandelen in 1 alinea
 Waar je alinea over gaat, zie je in de kernzin
Kernzin
 De zin die je hele alinea samenvat: datgene wat de lezer moet onthouden
 Aan het begin, eerste of tweede zin, OF aan het einde van de alinea
 De rest van de alinea licht je kernzin toe.
SEXI
- Formuleer elke alinea SEXI (State – EXplain – Illustrate) ofwel: kernzin,
uitwerking en voorbeeld/toelichting)
Gebruik signaalwoorden
opsomming argumenten: ten eerste, vervolgens, bovendien, daarnaast,
een ander argument, ook, …
overgang van argumenten voor naar argumenten tegen die weerlegd
moeten worden: maar, hier tegenover staat, anderzijds, niettemin, toch, …
NB’s bij Beschouwing
Een titel mag vragend, hoeft niet.
 De titel kan lokkend of zakelijk bedoeld zijn.
 Voorbeelden:
 Duimpje omhoog of naar beneden? (lokkend)
 Stoppen met Facebook? (zakelijk)
 Facebook en de toekomst (zakelijk)
De kwestie
 De eerste alinea neemt de lezer mee naar het onderwerp: een
probleem of dilemma. Het is in onze beschouwingsopzet (zo’n 5
alinea’s) zinvol om de kwestie meteen te beschrijven
 Je kunt natuurlijk wel een originele startzin hebben.
 Voorbeeld: Energie-alternatieven voor de oprakende fossiele brandstoffen zijn
wereldwijd een hot-item. (Nog wat informatie toevoegen)
 Eindig met de vraag/probleemstelling die je gaat bespreken.
 Voorbeeld: Waarom is de keuze voor windmolens geen gelopen race?
 Verboden: argumenten in de inleiding of meer vragen
tegelijk.
Let op!
 Formuleer altijd een probleem- of vraagstelling in de inleiding!
 Splits je kern zo op dat je een standpunt/visie/gevolg per alinea bespreekt.
 Kies voor een structuur en houdt die vast. (Dus gooi geen oplossingen
lukraak in een voor- en nadelenstructuur)
 Laat je niet verleiden tot betogen!
‘argument’ mag je niet gebruiken (geen
betoog), maar wat dan wel?
plus min
Een gunstig aspect Een bezwaar hiertegen betreft
Een voordeel Een nadeel
Pluspunt Risico
Positieve gevolgen Nadelige gevolgen
Aan de ene kant Aan de andere kant
Gezien vanuit de …. Daar tegenover hebben de ….
Slotalinea en woordgebruik
 Al met al,
 Kortom,
 Samenvattend zien we …
Slotzin:
 Binnen tien jaar zullen we …
 Amsterdam wil in 2030…. Op welke energiebronnen kunnen we dan rekenen?
 Verboden: alles herhalen wat genoemd is
Formuleren
 Let op zinsbegrenzing door juist interpunctiegebruik! Komma’s en punten.
 Let op verwijswoorden
 Lees je tekst altijd na! Ik kom veel incorrecte zinnen tegen met fouten die
alleen door slordigheid ontstaan zijn.
Tot slot
 Laat ‘iets van jezelf’ zien: Hopelijk…Misschien dat we ….Ik zal zeker……..
Opdracht: kwestie in kaart (NRC)
Kwestie in kaart
Een visuele weergave van verschillende
argumenten rond een actuele kwestie.
Op papier en online, wekelijks te zien bij
NRC.
Mag bij de toets

Mag bij de toets

  • 1.
  • 2.
    Wat weet jenog van het betoog? FUNCTIE STRUCTUUR INLEIDING ARGUMENTEN BOUWPLAN STIJL SPELLING / GRAMMATICA
  • 3.
    Opbouw betoog Inleiding: - aandachtstrekker -uiteenzetting feiten - standpunt - (overgangszin) Midden: - verdieping met argumenten (twee voor en een tegen met weerlegging: zilver, brons, goud) Slot: - (samenvatting) - conclusie - uitsmijter
  • 4.
  • 5.
     Probleem ofkwestie  Meningen  Oordeel aan de lezer  Objectiviteit van de schrijver
  • 6.
    Opbouw beschouwing Inleiding: - aandachtstrekker -uiteenzetting feiten: introductie onderwerp - probleemstelling/vraagstelling - (overgangszin) Midden: - verschillende meningen, verschillende oorzaken verschijnsel, verschillende oplossingen voor een probleem Slot: - (samenvatting) - aftastend antwoord - (uitsmijter)
  • 7.
    Tekststructuren  Kern, p.63 Meest geschikt voor beschouwing zijn:  Voor- en nadelenstructuur  Probleem/oplossingenstructuur  Verklaringsstructuur  Verleden-heden-toekomststructuur Moet bij een ongeluk de schuldvraag centraal staan? Woningtekort en bouwopgave: de hoogte in of naar buitengebied? Vrouwenquotum: emancipatie of vrouwendiscriminatie?
  • 8.
    voor- en nadelenstructuur 1.Inleiding met vraag 2. Kern met daarin: voordelen nadelen 3. Slot: afweging (geen conclusie) Uitstellen van schooladvies goed idee?
  • 9.
    Probleem/oplossingenstructuur 1. Inleiding probleem 2. Kern waarom probleem? oplossingen 3. Slot (voorkeur uitspreken) Gevaar: betogen (lezer van jouw voorkeur willen overtuigen) Hoe moeten we massatoerisme aanpakken?
  • 10.
    verklaringsstructuur 1. Inleiding verschijnsel 2. Kern oorzaken, gevolgen andere verklaringen 3. Slot Gevaar: uiteenzetten (gebrek aan meningen) Is de betrokkenheid van generatie Z voor klimaatproblematiek oprecht?
  • 11.
    verleden-heden-(toekomst) structuur 1. Inleiding onderwerp 2. Kern met daarin: zo was het zo is het zo zou het kunnen gaan worden. 3. Slot Gevaar: uiteenzetten (gebrek aan meningen) Moeten we weer meer kinderen krijgen?
  • 12.
  • 13.
    Standaardopbouw inleiding 1. Aandachtstrekker 2.Uiteenzetting feiten 3. Probleemstelling/ vraagstelling 4. (Overgang: aankondiging middenstuk)
  • 14.
    - Voel jijje soms ook zo lusteloos in de winter? (over winterdepressie) - Vorige week verscheen een rapport over misbruik in de gemeente van Jehovah’s getuigen. (over de publicatie van het rapport) - In zijn presidentscampagne gebruikte Obama vaak de leus “fired up and ready to go”. Die had hij niet zelf bedacht, maar eigenlijk geleerd van een oud omaatje dat hij tijdens de campagne was tegengekomen. (over het beïnvloeden van mensen via taal) - Het was 31 januari 1953. Een zware storm zorgde voor stormvloed terwijl het die avond springtij was. Alle ingrediënten voor een watersnoodramp waren daar. (over dijken in Nederland) Welke manieren van aandachttrekken worden hier gebruikt?
  • 15.
    - Voel jijje soms ook zo lusteloos in de winter? (over winterdepressie) belang lezer - Gisteravond vond wederom een persconferentie plaats over de coronacrisis en de maatregelen die het kabinet genomen heeft. Rutte deed vooral aan verwachtingsmanagement (over het beleid van de regering tijdens de coronacrisis) actualiteit - In zijn presidentscampagne gebruikte Obama vaak de leus “fired up and ready to go”. Die had hij niet zelf bedacht, maar eigenlijk geleerd van een oud omaatje dat hij tijdens de campagne was tegengekomen. In de maanden die volgden zouden haar gevleugelde woorden Obama helpen om de verkiezingen glansrijk te winnen. (over het beïnvloeden van mensen via taal) voorbeeld - Het was 31 januari 1953. Een zware storm zorgde voor stormvloed terwijl het die avond springtij was. Alle ingrediënten voor een watersnoodramp waren daar. (over dijken in Nederland) geschiedenis
  • 16.
  • 17.
    Vóór je begintte schrijven… … weten wat je gaat doen.
  • 18.
    Hoe begin je? Jemoet voorbeelden/oorzaken/meningen zoeken en je verhaal kaderen in de inleiding: hoe bedenk je informatie? 1. vrije brainstorm (gedachten in steekwoorden) 2. gerichte brainstorm (topische vragen/W-vragen) 3. Bronnenonderzoek (meningen van (gezaghebbende) anderen (met bronvermelding!))
  • 19.
    Gerichte brainstorm a. topischevragen -objectieve vragen voor de inleiding zoals wat, wie, waar, wanneer en hoe? - en objectieve/subjectieve voor de argumentatie, zoals waarom?
  • 20.
    Gericht brainstormen: andere(topische) vragen 1. Waarmee is het te vergelijken (of juist niet)? vergelijking 2. Wat is een specifiek voorbeeld ervan? voorbeeld 3. Wat is de oorsprong/oorzaak? oorzaak 4. Waar leidt het toe/wat zijn de gevolgen ervan? gevolg 5. Waar hangt het mee samen? samenhang 6. Welke veranderingen heeft het ondergaan? wijziging 7. Uit welke onderdelen/elementen bestaat het? geheel-deel 8. Tot welk groter geheel/fenomeen behoort het? deel-geheel 9. Waar is het een voorbeeld van? categorie 10. Welk gevoel geeft het? gevoel 11. Hoe is het te beoordelen? beoordeling 12. In welke situatie is het toe te passen? toepasbaarheid
  • 21.
    Alinea Doel Inhoud(probleem-oplossingsstructuur) Inleiding 1 Aandacht trekken, probleem stellen Aandachtstrekker: ik geef leerlingen een boekenopdracht op, er wordt luid geprotesteerd Probleemstelling: steeds meer jongeren vinden lezen niet leuk 2 Probleem verduidelijken Waarom is dit inderdaad een probleem? Inlevingsvermogen, analytisch denken, concentratie, creativiteit, kennis maken met andere inzichten… Midden 3 Oplossing 1 “Een eerste mogelijke oplossing wordt voorgesteld door professor Huppeldepup: ‘Geef lezen een grotere invloed op het cijfer.’” Nadeel: extrinsieke motivatie 4 Oplossing 2 “Als we de intrinsieke motivatie van jongeren willen verhogen, zit er maar één ding op: lezen leuker maken.” - leesuurtjes met kopje thee erbij, voorlezen, naast boek ook film bespreken, leesclubjes oprichten, meer genres toestaan op leeslijst, geen lastige literatuurtoetsen meer Nadeel: komen we dan nog wel toe aan verhaalanalyse en dieper begrip? 5 Oplossing 3 “Een laatste mogelijke oplossing is het lezen voor iedere leerling persoonlijker te maken.” - Persoonlijke opdrachten - Vrije keuze van boeken en/of opdrachten - Interesseveld bepalen Nadeel: ontdekken ze dan ook nog iets nieuws? Slot 5 Samenvatten, uitsmijter (Herhalen mogelijk oplossingen.) Misschien werkt de ene oplossing beter voor de ene leerling dan voor de andere. Uitproberen is noodzakelijk. Uitsmijter: Na de leesopdracht zijn er in ieder geval twee leerlingen die opgewekt komen vertellen dat ze het echt leuk hebben gevonden. Dat is in ieder geval winst.
  • 22.
    Alinea  1 alinea= 1 samenhangend geheel  Niet meerdere onderwerpen proberen te behandelen in 1 alinea  Waar je alinea over gaat, zie je in de kernzin
  • 23.
    Kernzin  De zindie je hele alinea samenvat: datgene wat de lezer moet onthouden  Aan het begin, eerste of tweede zin, OF aan het einde van de alinea  De rest van de alinea licht je kernzin toe.
  • 24.
    SEXI - Formuleer elkealinea SEXI (State – EXplain – Illustrate) ofwel: kernzin, uitwerking en voorbeeld/toelichting)
  • 25.
    Gebruik signaalwoorden opsomming argumenten:ten eerste, vervolgens, bovendien, daarnaast, een ander argument, ook, … overgang van argumenten voor naar argumenten tegen die weerlegd moeten worden: maar, hier tegenover staat, anderzijds, niettemin, toch, …
  • 26.
  • 27.
    Een titel magvragend, hoeft niet.  De titel kan lokkend of zakelijk bedoeld zijn.  Voorbeelden:  Duimpje omhoog of naar beneden? (lokkend)  Stoppen met Facebook? (zakelijk)  Facebook en de toekomst (zakelijk)
  • 28.
    De kwestie  Deeerste alinea neemt de lezer mee naar het onderwerp: een probleem of dilemma. Het is in onze beschouwingsopzet (zo’n 5 alinea’s) zinvol om de kwestie meteen te beschrijven  Je kunt natuurlijk wel een originele startzin hebben.  Voorbeeld: Energie-alternatieven voor de oprakende fossiele brandstoffen zijn wereldwijd een hot-item. (Nog wat informatie toevoegen)  Eindig met de vraag/probleemstelling die je gaat bespreken.  Voorbeeld: Waarom is de keuze voor windmolens geen gelopen race?  Verboden: argumenten in de inleiding of meer vragen tegelijk.
  • 29.
    Let op!  Formuleeraltijd een probleem- of vraagstelling in de inleiding!  Splits je kern zo op dat je een standpunt/visie/gevolg per alinea bespreekt.  Kies voor een structuur en houdt die vast. (Dus gooi geen oplossingen lukraak in een voor- en nadelenstructuur)  Laat je niet verleiden tot betogen!
  • 30.
    ‘argument’ mag jeniet gebruiken (geen betoog), maar wat dan wel? plus min Een gunstig aspect Een bezwaar hiertegen betreft Een voordeel Een nadeel Pluspunt Risico Positieve gevolgen Nadelige gevolgen Aan de ene kant Aan de andere kant Gezien vanuit de …. Daar tegenover hebben de ….
  • 31.
    Slotalinea en woordgebruik Al met al,  Kortom,  Samenvattend zien we … Slotzin:  Binnen tien jaar zullen we …  Amsterdam wil in 2030…. Op welke energiebronnen kunnen we dan rekenen?  Verboden: alles herhalen wat genoemd is
  • 32.
    Formuleren  Let opzinsbegrenzing door juist interpunctiegebruik! Komma’s en punten.  Let op verwijswoorden  Lees je tekst altijd na! Ik kom veel incorrecte zinnen tegen met fouten die alleen door slordigheid ontstaan zijn.
  • 33.
    Tot slot  Laat‘iets van jezelf’ zien: Hopelijk…Misschien dat we ….Ik zal zeker……..
  • 34.
    Opdracht: kwestie inkaart (NRC) Kwestie in kaart Een visuele weergave van verschillende argumenten rond een actuele kwestie. Op papier en online, wekelijks te zien bij NRC.