Begeleiden en leidenSturen en volgen Confronteren en verzoenen Corrigeren en stimuleren
4.
5.
Anne: Tijdens eenkringgesprek over een praatplaat, stel ik bewust vragen aan de leerlingen. Marlieke: Nadat ik zag dat twee schoolvriendinnen niet meer met elkaar omgingen, heb ik de meiden hier naar gevraagd, ze hadden een conflict waar ze niet uitkwamen, ik heb hierbij bemiddeld. Marliesa: In mijn stageklas is een meisje dat eigenlijk heel goed weet wat ze moet doen, maar toch om uitleg vraagt. Als het dan uitgelegd is wil ze dat je bij haar blijft en haar helpt. Ik probeer haar altijd op weg te helpen, maar zeg dan dat ze de rest zelf moet doen. Uiteindelijk kan ze het altijd heel goed zelf.
6.
Een veilige leeromgevingcreëren Modelgedrag vertonen Betrekken bij ontwikkeling leerlingen Liefdevolle autoriteit uitstralen Theoretische en methodische inzichten hebben.
7.
Kent zijn groep.Signaleert stagnaties. Is consequent is zijn handelen. Kan orde houden Zorgt voor een goede sfeer Stimuleert respect en waardering
8.
Anne: Ik hebme aangepast aan de belevingswereld van de kinderen, door in de Sinterklaasperiode een les te geven over het zetten van je schoen. Marlieke: Tijdens taal- en schrijflessen houd ik twee dyslectische kinderen in de gaten of ze de stof begrijpen en help ik ze hier mee als dit nodig is. Marliesa: Ik help een jongetje dat erg veel moeite heeft met de Nederlandse taal. Ik help hem bij het rekenen. Ik probeer zo duidelijk mogelijk de stof uit te leggen.
9.
Culturele bagage eigenmaken Een krachtige leeromgeving ontwerpen De zelfstandigheid bevorderen Duidelijk demonstreren en uitleggen De cognitieve ontwikkelingen bijhouden Gebruik maken van moderne middelen Ruimte bieden voor differentiatie
10.
Maakt lesopdrachten foutloos.Bereidt lessen voor. Reflecteert en anticipeert. Evalueert resultaten. Spoort aan tot taakgerichtheid. Differentieert.
11.
Anne: Tijdens mijnles over kleding, heb ik gebruik gemaakt van ondersteunende materialen door eigen kleding mee te nemen. Marlieke: Na de lesinstructie vraag ik altijd of mijn uitleg voor iedereen duidelijk is geweest, zo niet, dan ga ik in op deze onduidelijkheden. Marliesa: Als de kinderen uit de klas de aandacht dreigen te verliezen, probeer ik ze weer bij de les te krijgen. Ik vraag dan ook of kinderen het niet snappen
12.
Zorgen voor ordelijkheid,overzichtelijkheid en taakgerichtheid Volgens tijdschema’s en planningen werken Flexibel zijn Gebruik maken van organisatievormen, leermiddelen en materialen.
13.
Maakt duidelijk water wordt verwacht. Stelt regels. Richt het lokaal veilig in. Blijft rustig bij een onverwachte situatie. Kan tijdens een les de tijd bewaken.
14.
Anne: Tijdens voorbereidendrekenen heb ik mijn les eerder afgerond dan gepland, omdat ik merkte dat de concentratieboog van de leerlingen zijn toppuint had bereikt. Marlieke: Tijdens het opstarten van een les in een kring, neem ik vaak de kringregels nog even met de kinderen door. Marliesa: Bij een gegeven taalles was de concentratie zo laag dat ik mijn tweede taalles achterwege liet. Dit kwam later wel.
15.
Tijdens het makenvan de opdracht hebben we: Gekeken hoe anderen de opdracht hadden gemaakt. Geen tijdslimiet opgesteld. Lang gepraat om ideeën te verzamelen.
16.
Bedankt voor jullie aandacht . Marlieke Branbergen Marliesa Cnossen Anne Diepeveen