DE MEDIA-EXPLOSIE
   AUTEUR: KEES VAN WIJK

MINORMARKETINGCOMMUNICATIE
        GROEP E3L3
EIGENSCHAPPEN VAN DE
MEDIA-EXPLOSIE

● Opkomst meerder communicatie middelen
● Groei in aanbod en diversificatie van producten
	 en boodschappen
● Scheidslijn tussen inter-persoonlijke communicatie
	 en massacommunicatie vervaagd
● Digitalisering van media
● Uitbreiding zintuiglijke ervaring
● Groei communicatiespecialismen
COMMUNICATIE BENADERINGEN
VANUIT VERSCHILLENDE INVALSHOEKEN BEKEKEN




● Accent op intentie van de zender

● Effectiviteit van de communicatie

● Interactiviteit (nieuwe ontwikkeling)
	   (wederkerigheid van contact, dit is de nieuwste grote ontwikkeling binnen

massacommunicatie, de ontvangers zijn in staat binnen de massamedia te

zenders te worden, waardoor de rollen steeds omdraaien.

Gelijk aan inter-persoonlijke communicatie)
MEDIUM EN KANAAL
HET ONDERSCHEID


Kanaal
Technische en fysieke vorm van de ‘boodschapdrager’

Medium
Gebruikt zender en ontvanger, voorbrengen van
betekenis(‘de boodschapdrager’)
COMMUNICATIE
2 CRUCIAAL VERSCHILLENDE ZIENSWIJZE




Informatie Transport
een proces van zakelijke informatie overdracht
(transport gedachte)

Cultureel Ritueel
Een symbolisch Proces van gemeenschappelijke
betekenisgeving en betekenisuitwisseling
KLASSIEKE VERSUS
MODERNE MASSACOMMUNICATIE

Klassieke opvatting:          Moderne opvatting:
1. Openbaar                   1. Openbaar

2. Door technische middelen

3. Indirect

4. Eenrichtingsverkeer

5. Verspreid publiek


Bij moderne massacommunicatie zijn interactiviteit en
cultureel-ritueel belangrijke invalshoeken.
UNIFORME MASSA VS MODERN
PLURIFORM, VEELKOPPIG PUBLIEK

Verleden:        Heden:

Homogene massa   Per communicatiesituatie is
                 een onderscheid te maken in:
Elite VS massa
                 publieksgroepen

                 doelgroepen

                 en stakeholders.
DE HUIDIGE SITUATIE WORD STEEDS
COMPLEXER

Door toename in media, boodschappen, informatie, kanalen
en mediatypes.
Hierbij komen kwantitatieve en kwalitatieve aspecten kijken



Om de invloed en werking te achterhalen is een goede
analyse nodig
MEDIABOODSCHAP ASPECTEN
DEZE ASPECTEN ZIJN BRUIKBAAR BIJ DE ANALYSE




Referentieël
(betekenislaag, inhoud)
Relationeel
(manier waarop de zender de ontvanger aanspreekt)
Expressief
(Uitspraak, kleur, lijnspel en montage)
Appellerend
(aansporing tot actie)
CODEREN EN DECODEREN
VERTALING VAN BOODSCHAP ANALYSEREN


De zender ‘codeert’ een boodschap, de ontvanger
‘decodeert’ een boodschap

Denotatie:
Deel van de betekenis van het woord of beeld dat
voor iedere taalgebruiker op de zelfde verwijst naar iets
uit de werkelijkheid.

Conotatie: (interpretatie)
Betekenis die persoonlijk word gegeven aan woord
en beeld, wat komt er in je op als je een reclame ziet?
DE ROL VAN MEDIAFUNCTIES
ANALYSEREN


Intentiefuncties (de bedoeling van de zender)
1. Vermeerderen kennis
2. beïnvloeden mening, houding, gedrag
3. streven naar ontspanning

Gevolg functies (het effect van de boodschap)
1. Berichtgeving en nieuws
2. Opinievorming en commentaar
3. Cultuuroverdracht en educatie
4. Amusement en ontspanning
DE ROL VAN MEDIAFUNCTIES
ANALYSEREN


Bewust en duidelijke intenties:
Manifeste functies
Verborgen intenties:
Latente functies

Eufunctioneel
Maatschappelijk goede organisatie

Disfunctioneel
Maatschappelijk slechte organisatie


Opzettelijke ‘slecht’ effect is een manifeste functie,
onbedoeld ‘slecht’ effect is een latente functie
15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN
EEN HULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN




1. Afleiding
Politici ontwijken moeilijke vragen


2. Aperte bewering:
enkele voorbeelden zijn ‘voetbal is oorlog’ en ‘Leontien en Inge zijn de
koninginnen van de Olympische spelen’


3. Bandwagoneffect:
Emotioneel beroep op de ontvanger om een bepaalde partij te steunen.



4. Belachelijk maken:
De spot met iemand drijven
15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN
EEN HULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN




5. Cradstacking:
met een bepaalde selectie van feiten slechts één kant van de zaak belichten



6. Etikettering en stereotypering:
Je doet een emotioneel beroep op je publiek om je eigen positie te versterken.
Bij een issue probeer je hiermee de voostelling van de concurrent of tegenpartij
in diskrediet te brengen.



7. Getuigenis afleggen:
in de reclame wordt vaak de getuigenis van een beroemd persoon aangehaald
om de aangeprezen producten aantrekkelijker te maken.
15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN
EEN HULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN




8. Herhaling
Een boodschap wordt regelmatig herhaald in de media om
het beoogde effect te krijgen.


9. Identificatie
Is een vereenzelviging met een bewonderde persoon, groep, product of ideologie.
Je wilt het zelfde gedrag vertonen als dat van je aanbeden voorbeeld.


10. Ongeoorloofde stilte
Bewust verzwijgen belangrijke feiten en opzettelijk
verkondigen van halve waarheden.


11. Rationalisatie
Met logisch klinkende verklaringen worden fouten goed gepraat.
15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN
EEN HULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN




12. Retoriek
mooie praatjes zonder veel inhoud. Retorische middelen zijn
ironie, sarcasme en overdrijving.


13. Simplificatie
ingewikkelde zaken eenvoudiger voorstellen dan ze zijn.


14. Suggestie
Je weet mensen tot andere gedachten te brengen, waarin ze zelf gaan geloven.


15. Zondebokmechanisme
Een persoon of groep wordt verantwoordelijk gesteld voor een vervelende
situatie waar je in terecht bent gekomen.
GESCHIEDENIS VAN
MASSACOMMUNICATIE
          DEEL 2
     MEDIAREVOLUTIES
GROTSCHILDERING TOT INTERNET
DE MEDIAREVOLUTIES

Door de eeuwen heen zijn 3 wereldveranderende
mediarevoluties geweest:

1. De Ontwikkeling van het schrift

2. De Uitvinding van de boekdrukkunst (rond 1650)

3. De Ontwikkeling van massamedia en digitalisering van
de media
MEDIA REVOLUTIE 1
DE ONTWIKKELING VAN HET ALPHABET EN DE SCHRIFTCULTUUR




1. Ontwikkeling symbolische beeldtekens

2. Indirecte vorm van communicatie ontstond

3. Tekengebruik leidt tot alfabetisering

4. Schrijf en leescultuur ontwikkelen

5. Schrift cultuur zorgt voor ideeverspreiding
MEDIA REVOLUTIE 2
DE ONTWIKKELING VAN DE BOEKDRUKKUNST


1. Informatiedeling werd veel gemakkelijker

2. Zorgde voor wetenschappelijke ontplooiing

3. 19de eeuw kwam printmedia tot grote bloei

4. Pas begin 20ste eeuw was alfabetisme voor
de hele bevolking weg gelegd

De ‘elite’ willen de revoluties tegenhouden om de
macht te kunnen behouden.
MEDIA REVOLUTIE 3
ELEKTRONISCHE INFORMATICAREVOLUTIE

1. De ontwikkeling van massamedia
film, radio, televisie en internet


2. Ontwikkeling van beeldcultuur

3. Nieuwe elektronische media verbind de continenten direct

4. Eenrichtingsverkeer word tweerichtingsverkeer

5. Digitalisering van media grijpt diep in maatschappij

6 Interactiviteit ontwikkeld zich op massacommunicatie niveau
INTERNET
DE EIGENSCHAPPEN


● Open elektronische omgeving

● Remedieerde inter-persoonlijke contacten

● Plaatsonafhankelijk gebruik

● Multimediaal aanbod
MASSACOMMUNICATIE
VANDAAG DE DAG
SAMENVATTING




● Openbare communicatie

● Scheiding met Inter-persoonlijke communicatie vervaagt

● Interactief

● Cultureel-ritueel als invalshoek
WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
  VAN MASSACOMMUNICATIE
           DEEL 3
VISIES, BEGRIPPEN, METHODEN
HET ONDERZOEKEN VAN DE
MEDIA-EXPLOSIE
DE EIGENSCHAPPEN


● Open elektronische omgeving

● Remedieerde inter-persoonlijke contacten

● Plaatsonafhankelijk gebruik

● Multimediaal aanbod
FASES IN THEORIEVORMING
DE GESCHIEDENIS VAN MASSAMEDIATHEORIEEN


Fase 1 De almacht van de media (1900)

Fase 2 De inbreng van de opinie leider(1940)

Fase 3 Inspelen op de ontvanger(1950)

Fase 4 De sturende macht van de media (1965)

Fase 5 Naar een nieuw denken over massamedia
(1990-2012)
FASE 1:
DE ALMACHT VAN MEDIA

One-step-flow-theory of injectienaald theorie (vanaf 1900)

● Invloed van massamedia staat buiten kijf

● De ontvangers zullen als weerloze sponsjes reageren

● Er is direct verband tussen de inhoud van het aanbod
en de effecten op de ontvangers

● Massamedia bereiken de massa heel effectief
FASE 2:
DE INBRENG VAN DE OPINIELEIDER

Two-step-flow-theory / Multi-step-flow-theory
● Houd rekening met sociale context
● Massamedia zouden beperkte effecten hebben
● De opinieleiders beïnvloeden de mening en houding
van de mensen

Opinieleiders zijn:
● Invloedrijke adviseurs (Influentials)
● Publieke figuren/leiders die gezag hebben over de
publieke opinie
FASE 3:
INSPELEN OP DE ONTVANGERS

Vanaf 2de wereld oorlog wereld de vraag: niet meer wat
media met mensen doen, maar andersom.

Zwamvlokken model:
● Verwachtingen van de gebruikers bepalen mediagebruik
● Mediagebruikers kiezen bewust mediumtype en
boodschap
● Waarden, motieven en verlangens van ontvangers
zijn uitgangspunten
● Mediagebruikers geven zelf betekenis aan mediabeleving
FASE 4:
DE STURENDE MACHT VAN DE MEDIA
Aandacht voor soort informatie verschaffing,
Specifieke mediawerking
bewerking en manipulatie van publiek.

● Verscheidene Theorieën:
● Agendasetting
● Culturele indicatoren
● Kenniskloof
● Kritische mediatheorie: Cultuurindustrie en
media-imperialisme
● Culturele studies
MEDIAMACHT BEKRITISEERD
VANAF 1965 DOOR



Marxistische maatschappij kritiek
Mensen gingen zich opzetten tegen alle daagse dingen, zoals de emancipatie
van de vrouw, democratisering van universiteiten etc. Veel sociologen en filosofen
geloofden dat de massamedia de maatschappijveranderingen tegenhielden.


Culturele studies
In de laatste twintig jaar werd er onderzoek gedaan naar sociale achterstand en
 ongelijkheid in mediaboodschappen.




Overeenkomsten en verschillen:
● Zetten zich beiden af tegen de traditionele wetenschapsbeoefening.
● Letten allebei sterk op het verzwijgen of verbergen van machtsbelangen
● Gaan uit van lange termijnwerking
● Publiek is homogeen of Juist veel verschillende soorten publiekgroepen
FASE 5: NAAR EEN NIEUW DENKEN
OVER MASSACOMMUNICATIE

Complex en gevarieerde omstandigheden:
● Communicatie situaties
● Soorten media
● En het soort communicatie spel, dat zender en ontvanger
met elkaar spelen
● Effecten worden sterk bepaald door sociale omgeving en
persoonlijke ervaring



Veranderende invulling van mediafuncties
● Verguizing van de massa
● Voorkeur voor woordcultuur en afkeer van beeldcultuur
● Professionalisering van mediaorganisaties
OPTIMISTISCHE BLIK OP INTERNET
BIJ DE INTRODUCTIE VAN INTERNET




● Optimistische visie zag internet/digitale technologie als
motor van de maatschappelijke verandering

● Een duidelijk positieve breuk met het industriële verleden

● De aantocht van de Postmoderne samenleving zal leiden
tot een ‘computopie’ zo verwachten de optimisten

● Techniek als oplossing van alle sociale problemen
PESSIMISTISCHE BLIK OP INTERNET
BIJ DE INTRODUCTIE VAN INTERNET

● De aangekondigde veranderingen van optimisten
breekt niet aan.

● Ze wantrouwen vooruitgangsoptimisme

● Communicatie zal onpersoonlijker worden

● De kloof tussen arm en rijk zal nog groter worden
(op internationaal niveau)

● Mensenrechten worden bedreigd door toepassing van ICT
VOORBIJ OPTIMISME EN
PESSIMISME
● De beginfase van internet is inmiddels voorbij.
● Het is een volwassen medium geworden met vele miljoenen
gebruikers
● Mensen hebben leren omgaan met internet en weten de
voor- en nadelen
● Ook zijn de verwachtingen niet overspannen en realistischer
● Doorbreken vooroordelen van de beginsituatie
Technologiepositieve consumenten
(negatieve kanten nemen ze op de koop toe)

● Of internet voor vereenzaming en vervlakking zorgen,
kan onderzocht worden.
TRENDS IN MASSACOMMUNICATIE

            DEEL 3
DE ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN
  ONDERWERPEN IN ONZE TIJD
WAT ZIJN TRENDS?
Trends zijn algemene, tamelijk zelfstandige
ontwikkelingslijnen die in het heden zichtbaar zijn en de
toekomst richting geven.

De belangrijkste kenmerken van trends zijn:
● Trends geven een ontwikkelingslijn aan.
● Trends zijn algemene en tamelijk zelfstandige ontwikkelingen.
● Trends dienen zichtbaar en liefst meetbaar te zijn.
● Trends spelen zich in een bepaald tijdsbestek af.
● Trends zullen zich voortzetten en de nabije toekomst
richting geven.
SOORTEN TRENDS

Macro- megatrends 10-20 jaar
Zelfstandige maatschappelijke ontwikkelingen
Geen individuele invloed

Meso-trends 5-10 jaar
Consumenten trends die berusten op langzaam veranderende
patronen van voorkeuren ,wensen en behoeften

Microtrends 1 tot 2 jaar,
maximaal 5
Gaan over concrete consumenten producten
INDELING VAN TRENDS
Schaalgrootte
Lokaal, nationaal, continentaal of mondiaal

Trendsoorten
Macro, meso of micro

Soortomgeving en sector
● Interne omgeving (organisatiemodel): De wereld van de organisatie zelf.

● Externe omgeving (transactioneel): De wereld van stakeholders en
publieksgroepen.

● Maatschappelijke omgeving (contextueel):
Deze omgeving bestaat uit alle relevante ontwikkelingen op politieke, economische,
culturele en technologisch gebieden, die hun weerslag hebben op de organisatie.
MONITORING VAN TRENDS
OM TRENDS OP TE SPOREN


Monitoring
Systematisch patronen van verandering in kaart brengen

Trendwatching
Oppikken van belangrijke trends die nog niet duidelijk
zichtbaar zijn
TRENDS EN ISSUES
             DEEL 4
IN KAART BRENGEN, BEOORDELEN,
      (CRISIS) EN MANAGEN
WAT IS EEN ISSUE?
2 VOORGESTELDE DEFINITIES




Een issue is een maatschappelijk probleem dat door de
overheid moet worden opgelost en onderwerp van politieke
discussie is.

Een issue is de gezamenlijke noemer van de onderneming
en het grote publiek. Een issue is derhalve hetgeen een
onderneming en het grote publiek gemeen hebben.
ISSUES IN TRENDS
DE ABSTRACTIE VAN EEN ISSUE UIT TRENDS




Verschillende issues zijn afleidbaar uit trends:

● Een belangrijke issue voor een bedrijf en zijn stakeholders
word een ‘beleidsissue’

● Een beleidsissue in de publiciteit kan overgaan in een
publieksissue
DE PUBLIEKSISSUE


● Is een brandende maatschappelijke kwestie die in
openbaarheid komt

● Conflict tussen organisaties en publieksgroepen

● Kan een eigen leven gaan leiden

● De rol van mediapubliciteit is doorslaggevend voor de
beeldvorming bij publieksgroepen
10 KENMERKEN VAN EEN ISSUE
ER IS SPRAKEN VAN EEN ISSUE, ALS 3 KENMERKEN AANWEZIG ZIJN

1. Een issue concretiseert en symboliseert een maatschappelijk probleem.
2. Een issue haakt in op belangrijke normen en waarden, welke vaak verpersoonlijkt
worden door bepaalde mensen.
3. Een issue heef een hoge attentiewaarde en vormt een onderwerp voor de ont
vangersagenda van de publieksgroepen.
4. Een issue heeft nieuwswaarde: het is actueel, wijkt af van het gangbare patroon
en zorgt voor veel media-aandacht.
5. Een issue heeft vergeleken met een trend een kortere levensduur en doorloop
doorgaans een vaste fasering: voorfase, geboorte, verscherping, verbreding, con
solidatie en verdwijning.
6. Een issue is affectief geladen en roept hevige emoties op bij publieksgroepen.
7. Een issue bevat conflictstof en roept tegengestelde meningen op bij stakeholders.
8. Een issue leidt tot opinievorming onder grote publieksgroepen.
9. Een issue maakt deel uit van een meer omvattende trend en is daaruit af te leiden.
10. Een issue kan de reputatie van een organisatie versterken of doen verminderen.
FASERINGSSCHEMA ONTWIKKELING

1. Voorfase

2. Geboorte

3. Uitbreiding en verscherping

4. Vergroting en verbreding

5. Consolidatie

6. Verbleken en verdwijnen
DE ISSUEMANAGER
VANUIT BEDRIJFSCOMMUNICATIE


● Monitoren en scannen omgeving op gevoelige
onderwerpen en belangrijke trends

● Geeft aan wat een brandende kwestie kan worden

● Kansen of bedreigingen voor het imago van het bedrijf

● Leid issues af uit markttrends, producttrends, en
consumenten trends

● Goed omgaan met publieke opinie
ISSUE ONDERZOEK

● Centrale probleemstelling
● Aandachtspunten voor interne en externe analyse
● Analyse van fasering van het issueverloop
Fase 1: Trendanalyse en issuetracking
Fase 2: Issuescanning van uitbreken
Fase 3: Issuescanning van verscherping
Fase 4: Issuescanning van vergroting en verbreding
Fase 5 en 6: Issuescanning van consolidatie en verdwijning.
● Slot
PER FASE DE VOLGENDE STAPPEN

Monitoring
(periodiek volgen)

Scanning
(verzamelen van indrukken en opinies)

Framing
(Prioriteiten en opties vastleggen)

Labeling
(hoe je een issue benoemt)


Framing en vooral Labeling stuurt de manier waarop
stakeholders de emotionele aantrekkingskracht van een
organisatie beoordelen.
STAPPENPLAN VOOR
ISSUEMANAGEMENT

● Uit de resultaten van het Issueonderzoek kan een
stappenplan voor het issuemanagement gemaakt worden.

● Om met oog op de nabije toekomst lering uit het verleden
te trekken

Zie het 5 stappenplan verderop in de slides
ISSUE ONDERZOEK

● Centrale probleemstelling
● Aandachtspunten voor interne en externe analyse
● Analyse van fasering van het issueverloop
Fase 1: Trendanalyse en issuetracking
Fase 2: Issuescanning van uitbreken
Fase 3: Issuescanning van verscherping
Fase 4: Issuescanning van vergroting en verbreding
Fase 5 en 6: Issuescanning van consolidatie en verdwijning.
● Slot
DE REPUTATIE


● Is de wijze waarop anderen over iemand of iets denken

● Een belangrijke maatstaf om het succes van een
organisatie te bepalen

● Verhogen of verliezen van reputatie speelt omgang met
maatschappelijk issues een belangrijke rol
KERNBEGRIPPEN
REPUTATIEMANAGEMENT

Imago
Het beeld van de organisatie, dat extern bestaat bij de
publieksgroepen van de organisatie.

Identiteit
De objectief waarneembare werkelijkheid van de
organisatie (zoals die door deskundige buitenstaanders of
door interne waarnemers vastgesteld wordt)

Stakeholders
Vertegenwoordigers van verschillende bedrijven, instituten,
of georganiseerde publieksgroepen, die voor een bepaalde
organisatie van direct belang zijn.

Organisatiereputatie
De waarneming, beoordeling en waardering van een organisatie door alle
interne en externe stakeholders.
MEEBEPALENDE FACTOREN

● De omvang van de organisatie.
● Het soort bedrijfstak of branche.
● De mate van bekendheid.
● Het land van herkomst.

Reputatievorming
De subjectieve, collectieve waardering
van de betrouwbaarheid en oprechtheid van organisaties.
5-STAPPENPLAN
ISSUEMANAGEMENT
● Identificeren van issues:
Bepaal de relevante issues.
Monitor de trends.
Zorg voor informatieverzameling.
● Arena-analyse:
Bepaal de knelpunten voor je organisatie.
Geef de positie van stakeholders en publieksgroepen.
● Strategie:
Stel communicatiedoelen vast.
Kies de te benaderen stakeholders.
Wat voor benadering kies je (bridging*/overbruggen of buffering*/afhouden)?
● Uitvoering:
Formuleer kernidee (framing en labeling).
Kies communicatiemiddelen en mediacontacten.
Maak planning en begroting.
● Evaluatie:
Evalueer met geselecteerde stakeholders.
Bepaal wat goed en fout ging.
BRIDGING EN BUFFERING


Bridging
Hoe bouw je een brug?

Buffering
Hoe blijf je buiten schot?
CRISISCOMMUNICATIE


● Hiervan spreek je op het moment dat negatieve publiciteit
en acties van stakeholders de voortgang van het
organisatieproces bedreigen

● Crisiscommunicatie heeft vaak een relatie met
issuesmanagement.

● Keuze tussen bridging en buffering speelt een hoofdrol
DE LAATSTE OPMERKINGEN

● Als een organisatie niet open communiceert over een
belangrijke issue, dan zorgen journalisten en stakeholders
voor openheid van zaken

● Communiceer zo gericht mogelijk met stakeholders,
media en publieksgroepen

● Je kunt stellen dat goed issuemanagement
crisiscommunicatie weet te voorkomen
CREDITS
Minor Marketingcommunicatie Avans Hogeschool,
najaar 2012

Mochten er onduidelijkheden zijn in de slideshare, horen we dit graag van u.


Groep E3L3

Job van Hooff - Voorzitter
Fleur de Laat
Fleur Vugs - Coordinatie samenvattingen
Denise Groenewegen
Kay van Meel
Niels van Giessen - Slideshare inhoud & productie

De Media-Explosie

  • 1.
    DE MEDIA-EXPLOSIE AUTEUR: KEES VAN WIJK MINORMARKETINGCOMMUNICATIE GROEP E3L3
  • 2.
    EIGENSCHAPPEN VAN DE MEDIA-EXPLOSIE ●Opkomst meerder communicatie middelen ● Groei in aanbod en diversificatie van producten en boodschappen ● Scheidslijn tussen inter-persoonlijke communicatie en massacommunicatie vervaagd ● Digitalisering van media ● Uitbreiding zintuiglijke ervaring ● Groei communicatiespecialismen
  • 3.
    COMMUNICATIE BENADERINGEN VANUIT VERSCHILLENDEINVALSHOEKEN BEKEKEN ● Accent op intentie van de zender ● Effectiviteit van de communicatie ● Interactiviteit (nieuwe ontwikkeling) (wederkerigheid van contact, dit is de nieuwste grote ontwikkeling binnen massacommunicatie, de ontvangers zijn in staat binnen de massamedia te zenders te worden, waardoor de rollen steeds omdraaien. Gelijk aan inter-persoonlijke communicatie)
  • 4.
    MEDIUM EN KANAAL HETONDERSCHEID Kanaal Technische en fysieke vorm van de ‘boodschapdrager’ Medium Gebruikt zender en ontvanger, voorbrengen van betekenis(‘de boodschapdrager’)
  • 5.
    COMMUNICATIE 2 CRUCIAAL VERSCHILLENDEZIENSWIJZE Informatie Transport een proces van zakelijke informatie overdracht (transport gedachte) Cultureel Ritueel Een symbolisch Proces van gemeenschappelijke betekenisgeving en betekenisuitwisseling
  • 6.
    KLASSIEKE VERSUS MODERNE MASSACOMMUNICATIE Klassiekeopvatting: Moderne opvatting: 1. Openbaar 1. Openbaar 2. Door technische middelen 3. Indirect 4. Eenrichtingsverkeer 5. Verspreid publiek Bij moderne massacommunicatie zijn interactiviteit en cultureel-ritueel belangrijke invalshoeken.
  • 7.
    UNIFORME MASSA VSMODERN PLURIFORM, VEELKOPPIG PUBLIEK Verleden: Heden: Homogene massa Per communicatiesituatie is een onderscheid te maken in: Elite VS massa publieksgroepen doelgroepen en stakeholders.
  • 8.
    DE HUIDIGE SITUATIEWORD STEEDS COMPLEXER Door toename in media, boodschappen, informatie, kanalen en mediatypes. Hierbij komen kwantitatieve en kwalitatieve aspecten kijken Om de invloed en werking te achterhalen is een goede analyse nodig
  • 9.
    MEDIABOODSCHAP ASPECTEN DEZE ASPECTENZIJN BRUIKBAAR BIJ DE ANALYSE Referentieël (betekenislaag, inhoud) Relationeel (manier waarop de zender de ontvanger aanspreekt) Expressief (Uitspraak, kleur, lijnspel en montage) Appellerend (aansporing tot actie)
  • 10.
    CODEREN EN DECODEREN VERTALINGVAN BOODSCHAP ANALYSEREN De zender ‘codeert’ een boodschap, de ontvanger ‘decodeert’ een boodschap Denotatie: Deel van de betekenis van het woord of beeld dat voor iedere taalgebruiker op de zelfde verwijst naar iets uit de werkelijkheid. Conotatie: (interpretatie) Betekenis die persoonlijk word gegeven aan woord en beeld, wat komt er in je op als je een reclame ziet?
  • 11.
    DE ROL VANMEDIAFUNCTIES ANALYSEREN Intentiefuncties (de bedoeling van de zender) 1. Vermeerderen kennis 2. beïnvloeden mening, houding, gedrag 3. streven naar ontspanning Gevolg functies (het effect van de boodschap) 1. Berichtgeving en nieuws 2. Opinievorming en commentaar 3. Cultuuroverdracht en educatie 4. Amusement en ontspanning
  • 12.
    DE ROL VANMEDIAFUNCTIES ANALYSEREN Bewust en duidelijke intenties: Manifeste functies Verborgen intenties: Latente functies Eufunctioneel Maatschappelijk goede organisatie Disfunctioneel Maatschappelijk slechte organisatie Opzettelijke ‘slecht’ effect is een manifeste functie, onbedoeld ‘slecht’ effect is een latente functie
  • 13.
    15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN EENHULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN 1. Afleiding Politici ontwijken moeilijke vragen 2. Aperte bewering: enkele voorbeelden zijn ‘voetbal is oorlog’ en ‘Leontien en Inge zijn de koninginnen van de Olympische spelen’ 3. Bandwagoneffect: Emotioneel beroep op de ontvanger om een bepaalde partij te steunen. 4. Belachelijk maken: De spot met iemand drijven
  • 14.
    15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN EENHULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN 5. Cradstacking: met een bepaalde selectie van feiten slechts één kant van de zaak belichten 6. Etikettering en stereotypering: Je doet een emotioneel beroep op je publiek om je eigen positie te versterken. Bij een issue probeer je hiermee de voostelling van de concurrent of tegenpartij in diskrediet te brengen. 7. Getuigenis afleggen: in de reclame wordt vaak de getuigenis van een beroemd persoon aangehaald om de aangeprezen producten aantrekkelijker te maken.
  • 15.
    15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN EENHULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN 8. Herhaling Een boodschap wordt regelmatig herhaald in de media om het beoogde effect te krijgen. 9. Identificatie Is een vereenzelviging met een bewonderde persoon, groep, product of ideologie. Je wilt het zelfde gedrag vertonen als dat van je aanbeden voorbeeld. 10. Ongeoorloofde stilte Bewust verzwijgen belangrijke feiten en opzettelijk verkondigen van halve waarheden. 11. Rationalisatie Met logisch klinkende verklaringen worden fouten goed gepraat.
  • 16.
    15 COMMUNICATIE TECHNIEKEN EENHULPMIDDEL OM DE BOODSCHAP TE CATHEGORISEREN 12. Retoriek mooie praatjes zonder veel inhoud. Retorische middelen zijn ironie, sarcasme en overdrijving. 13. Simplificatie ingewikkelde zaken eenvoudiger voorstellen dan ze zijn. 14. Suggestie Je weet mensen tot andere gedachten te brengen, waarin ze zelf gaan geloven. 15. Zondebokmechanisme Een persoon of groep wordt verantwoordelijk gesteld voor een vervelende situatie waar je in terecht bent gekomen.
  • 17.
    GESCHIEDENIS VAN MASSACOMMUNICATIE DEEL 2 MEDIAREVOLUTIES GROTSCHILDERING TOT INTERNET
  • 18.
    DE MEDIAREVOLUTIES Door deeeuwen heen zijn 3 wereldveranderende mediarevoluties geweest: 1. De Ontwikkeling van het schrift 2. De Uitvinding van de boekdrukkunst (rond 1650) 3. De Ontwikkeling van massamedia en digitalisering van de media
  • 19.
    MEDIA REVOLUTIE 1 DEONTWIKKELING VAN HET ALPHABET EN DE SCHRIFTCULTUUR 1. Ontwikkeling symbolische beeldtekens 2. Indirecte vorm van communicatie ontstond 3. Tekengebruik leidt tot alfabetisering 4. Schrijf en leescultuur ontwikkelen 5. Schrift cultuur zorgt voor ideeverspreiding
  • 20.
    MEDIA REVOLUTIE 2 DEONTWIKKELING VAN DE BOEKDRUKKUNST 1. Informatiedeling werd veel gemakkelijker 2. Zorgde voor wetenschappelijke ontplooiing 3. 19de eeuw kwam printmedia tot grote bloei 4. Pas begin 20ste eeuw was alfabetisme voor de hele bevolking weg gelegd De ‘elite’ willen de revoluties tegenhouden om de macht te kunnen behouden.
  • 21.
    MEDIA REVOLUTIE 3 ELEKTRONISCHEINFORMATICAREVOLUTIE 1. De ontwikkeling van massamedia film, radio, televisie en internet 2. Ontwikkeling van beeldcultuur 3. Nieuwe elektronische media verbind de continenten direct 4. Eenrichtingsverkeer word tweerichtingsverkeer 5. Digitalisering van media grijpt diep in maatschappij 6 Interactiviteit ontwikkeld zich op massacommunicatie niveau
  • 22.
    INTERNET DE EIGENSCHAPPEN ● Openelektronische omgeving ● Remedieerde inter-persoonlijke contacten ● Plaatsonafhankelijk gebruik ● Multimediaal aanbod
  • 23.
    MASSACOMMUNICATIE VANDAAG DE DAG SAMENVATTING ●Openbare communicatie ● Scheiding met Inter-persoonlijke communicatie vervaagt ● Interactief ● Cultureel-ritueel als invalshoek
  • 24.
    WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK VAN MASSACOMMUNICATIE DEEL 3 VISIES, BEGRIPPEN, METHODEN
  • 25.
    HET ONDERZOEKEN VANDE MEDIA-EXPLOSIE DE EIGENSCHAPPEN ● Open elektronische omgeving ● Remedieerde inter-persoonlijke contacten ● Plaatsonafhankelijk gebruik ● Multimediaal aanbod
  • 26.
    FASES IN THEORIEVORMING DEGESCHIEDENIS VAN MASSAMEDIATHEORIEEN Fase 1 De almacht van de media (1900) Fase 2 De inbreng van de opinie leider(1940) Fase 3 Inspelen op de ontvanger(1950) Fase 4 De sturende macht van de media (1965) Fase 5 Naar een nieuw denken over massamedia (1990-2012)
  • 27.
    FASE 1: DE ALMACHTVAN MEDIA One-step-flow-theory of injectienaald theorie (vanaf 1900) ● Invloed van massamedia staat buiten kijf ● De ontvangers zullen als weerloze sponsjes reageren ● Er is direct verband tussen de inhoud van het aanbod en de effecten op de ontvangers ● Massamedia bereiken de massa heel effectief
  • 28.
    FASE 2: DE INBRENGVAN DE OPINIELEIDER Two-step-flow-theory / Multi-step-flow-theory ● Houd rekening met sociale context ● Massamedia zouden beperkte effecten hebben ● De opinieleiders beïnvloeden de mening en houding van de mensen Opinieleiders zijn: ● Invloedrijke adviseurs (Influentials) ● Publieke figuren/leiders die gezag hebben over de publieke opinie
  • 29.
    FASE 3: INSPELEN OPDE ONTVANGERS Vanaf 2de wereld oorlog wereld de vraag: niet meer wat media met mensen doen, maar andersom. Zwamvlokken model: ● Verwachtingen van de gebruikers bepalen mediagebruik ● Mediagebruikers kiezen bewust mediumtype en boodschap ● Waarden, motieven en verlangens van ontvangers zijn uitgangspunten ● Mediagebruikers geven zelf betekenis aan mediabeleving
  • 30.
    FASE 4: DE STURENDEMACHT VAN DE MEDIA Aandacht voor soort informatie verschaffing, Specifieke mediawerking bewerking en manipulatie van publiek. ● Verscheidene Theorieën: ● Agendasetting ● Culturele indicatoren ● Kenniskloof ● Kritische mediatheorie: Cultuurindustrie en media-imperialisme ● Culturele studies
  • 31.
    MEDIAMACHT BEKRITISEERD VANAF 1965DOOR Marxistische maatschappij kritiek Mensen gingen zich opzetten tegen alle daagse dingen, zoals de emancipatie van de vrouw, democratisering van universiteiten etc. Veel sociologen en filosofen geloofden dat de massamedia de maatschappijveranderingen tegenhielden. Culturele studies In de laatste twintig jaar werd er onderzoek gedaan naar sociale achterstand en ongelijkheid in mediaboodschappen. Overeenkomsten en verschillen: ● Zetten zich beiden af tegen de traditionele wetenschapsbeoefening. ● Letten allebei sterk op het verzwijgen of verbergen van machtsbelangen ● Gaan uit van lange termijnwerking ● Publiek is homogeen of Juist veel verschillende soorten publiekgroepen
  • 32.
    FASE 5: NAAREEN NIEUW DENKEN OVER MASSACOMMUNICATIE Complex en gevarieerde omstandigheden: ● Communicatie situaties ● Soorten media ● En het soort communicatie spel, dat zender en ontvanger met elkaar spelen ● Effecten worden sterk bepaald door sociale omgeving en persoonlijke ervaring Veranderende invulling van mediafuncties ● Verguizing van de massa ● Voorkeur voor woordcultuur en afkeer van beeldcultuur ● Professionalisering van mediaorganisaties
  • 33.
    OPTIMISTISCHE BLIK OPINTERNET BIJ DE INTRODUCTIE VAN INTERNET ● Optimistische visie zag internet/digitale technologie als motor van de maatschappelijke verandering ● Een duidelijk positieve breuk met het industriële verleden ● De aantocht van de Postmoderne samenleving zal leiden tot een ‘computopie’ zo verwachten de optimisten ● Techniek als oplossing van alle sociale problemen
  • 34.
    PESSIMISTISCHE BLIK OPINTERNET BIJ DE INTRODUCTIE VAN INTERNET ● De aangekondigde veranderingen van optimisten breekt niet aan. ● Ze wantrouwen vooruitgangsoptimisme ● Communicatie zal onpersoonlijker worden ● De kloof tussen arm en rijk zal nog groter worden (op internationaal niveau) ● Mensenrechten worden bedreigd door toepassing van ICT
  • 35.
    VOORBIJ OPTIMISME EN PESSIMISME ●De beginfase van internet is inmiddels voorbij. ● Het is een volwassen medium geworden met vele miljoenen gebruikers ● Mensen hebben leren omgaan met internet en weten de voor- en nadelen ● Ook zijn de verwachtingen niet overspannen en realistischer ● Doorbreken vooroordelen van de beginsituatie Technologiepositieve consumenten (negatieve kanten nemen ze op de koop toe) ● Of internet voor vereenzaming en vervlakking zorgen, kan onderzocht worden.
  • 36.
    TRENDS IN MASSACOMMUNICATIE DEEL 3 DE ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN ONDERWERPEN IN ONZE TIJD
  • 37.
    WAT ZIJN TRENDS? Trendszijn algemene, tamelijk zelfstandige ontwikkelingslijnen die in het heden zichtbaar zijn en de toekomst richting geven. De belangrijkste kenmerken van trends zijn: ● Trends geven een ontwikkelingslijn aan. ● Trends zijn algemene en tamelijk zelfstandige ontwikkelingen. ● Trends dienen zichtbaar en liefst meetbaar te zijn. ● Trends spelen zich in een bepaald tijdsbestek af. ● Trends zullen zich voortzetten en de nabije toekomst richting geven.
  • 38.
    SOORTEN TRENDS Macro- megatrends10-20 jaar Zelfstandige maatschappelijke ontwikkelingen Geen individuele invloed Meso-trends 5-10 jaar Consumenten trends die berusten op langzaam veranderende patronen van voorkeuren ,wensen en behoeften Microtrends 1 tot 2 jaar, maximaal 5 Gaan over concrete consumenten producten
  • 39.
    INDELING VAN TRENDS Schaalgrootte Lokaal,nationaal, continentaal of mondiaal Trendsoorten Macro, meso of micro Soortomgeving en sector ● Interne omgeving (organisatiemodel): De wereld van de organisatie zelf. ● Externe omgeving (transactioneel): De wereld van stakeholders en publieksgroepen. ● Maatschappelijke omgeving (contextueel): Deze omgeving bestaat uit alle relevante ontwikkelingen op politieke, economische, culturele en technologisch gebieden, die hun weerslag hebben op de organisatie.
  • 40.
    MONITORING VAN TRENDS OMTRENDS OP TE SPOREN Monitoring Systematisch patronen van verandering in kaart brengen Trendwatching Oppikken van belangrijke trends die nog niet duidelijk zichtbaar zijn
  • 41.
    TRENDS EN ISSUES DEEL 4 IN KAART BRENGEN, BEOORDELEN, (CRISIS) EN MANAGEN
  • 42.
    WAT IS EENISSUE? 2 VOORGESTELDE DEFINITIES Een issue is een maatschappelijk probleem dat door de overheid moet worden opgelost en onderwerp van politieke discussie is. Een issue is de gezamenlijke noemer van de onderneming en het grote publiek. Een issue is derhalve hetgeen een onderneming en het grote publiek gemeen hebben.
  • 43.
    ISSUES IN TRENDS DEABSTRACTIE VAN EEN ISSUE UIT TRENDS Verschillende issues zijn afleidbaar uit trends: ● Een belangrijke issue voor een bedrijf en zijn stakeholders word een ‘beleidsissue’ ● Een beleidsissue in de publiciteit kan overgaan in een publieksissue
  • 44.
    DE PUBLIEKSISSUE ● Iseen brandende maatschappelijke kwestie die in openbaarheid komt ● Conflict tussen organisaties en publieksgroepen ● Kan een eigen leven gaan leiden ● De rol van mediapubliciteit is doorslaggevend voor de beeldvorming bij publieksgroepen
  • 45.
    10 KENMERKEN VANEEN ISSUE ER IS SPRAKEN VAN EEN ISSUE, ALS 3 KENMERKEN AANWEZIG ZIJN 1. Een issue concretiseert en symboliseert een maatschappelijk probleem. 2. Een issue haakt in op belangrijke normen en waarden, welke vaak verpersoonlijkt worden door bepaalde mensen. 3. Een issue heef een hoge attentiewaarde en vormt een onderwerp voor de ont vangersagenda van de publieksgroepen. 4. Een issue heeft nieuwswaarde: het is actueel, wijkt af van het gangbare patroon en zorgt voor veel media-aandacht. 5. Een issue heeft vergeleken met een trend een kortere levensduur en doorloop doorgaans een vaste fasering: voorfase, geboorte, verscherping, verbreding, con solidatie en verdwijning. 6. Een issue is affectief geladen en roept hevige emoties op bij publieksgroepen. 7. Een issue bevat conflictstof en roept tegengestelde meningen op bij stakeholders. 8. Een issue leidt tot opinievorming onder grote publieksgroepen. 9. Een issue maakt deel uit van een meer omvattende trend en is daaruit af te leiden. 10. Een issue kan de reputatie van een organisatie versterken of doen verminderen.
  • 46.
    FASERINGSSCHEMA ONTWIKKELING 1. Voorfase 2.Geboorte 3. Uitbreiding en verscherping 4. Vergroting en verbreding 5. Consolidatie 6. Verbleken en verdwijnen
  • 47.
    DE ISSUEMANAGER VANUIT BEDRIJFSCOMMUNICATIE ●Monitoren en scannen omgeving op gevoelige onderwerpen en belangrijke trends ● Geeft aan wat een brandende kwestie kan worden ● Kansen of bedreigingen voor het imago van het bedrijf ● Leid issues af uit markttrends, producttrends, en consumenten trends ● Goed omgaan met publieke opinie
  • 48.
    ISSUE ONDERZOEK ● Centraleprobleemstelling ● Aandachtspunten voor interne en externe analyse ● Analyse van fasering van het issueverloop Fase 1: Trendanalyse en issuetracking Fase 2: Issuescanning van uitbreken Fase 3: Issuescanning van verscherping Fase 4: Issuescanning van vergroting en verbreding Fase 5 en 6: Issuescanning van consolidatie en verdwijning. ● Slot
  • 49.
    PER FASE DEVOLGENDE STAPPEN Monitoring (periodiek volgen) Scanning (verzamelen van indrukken en opinies) Framing (Prioriteiten en opties vastleggen) Labeling (hoe je een issue benoemt) Framing en vooral Labeling stuurt de manier waarop stakeholders de emotionele aantrekkingskracht van een organisatie beoordelen.
  • 50.
    STAPPENPLAN VOOR ISSUEMANAGEMENT ● Uitde resultaten van het Issueonderzoek kan een stappenplan voor het issuemanagement gemaakt worden. ● Om met oog op de nabije toekomst lering uit het verleden te trekken Zie het 5 stappenplan verderop in de slides
  • 51.
    ISSUE ONDERZOEK ● Centraleprobleemstelling ● Aandachtspunten voor interne en externe analyse ● Analyse van fasering van het issueverloop Fase 1: Trendanalyse en issuetracking Fase 2: Issuescanning van uitbreken Fase 3: Issuescanning van verscherping Fase 4: Issuescanning van vergroting en verbreding Fase 5 en 6: Issuescanning van consolidatie en verdwijning. ● Slot
  • 52.
    DE REPUTATIE ● Isde wijze waarop anderen over iemand of iets denken ● Een belangrijke maatstaf om het succes van een organisatie te bepalen ● Verhogen of verliezen van reputatie speelt omgang met maatschappelijk issues een belangrijke rol
  • 53.
    KERNBEGRIPPEN REPUTATIEMANAGEMENT Imago Het beeld vande organisatie, dat extern bestaat bij de publieksgroepen van de organisatie. Identiteit De objectief waarneembare werkelijkheid van de organisatie (zoals die door deskundige buitenstaanders of door interne waarnemers vastgesteld wordt) Stakeholders Vertegenwoordigers van verschillende bedrijven, instituten, of georganiseerde publieksgroepen, die voor een bepaalde organisatie van direct belang zijn. Organisatiereputatie De waarneming, beoordeling en waardering van een organisatie door alle interne en externe stakeholders.
  • 54.
    MEEBEPALENDE FACTOREN ● Deomvang van de organisatie. ● Het soort bedrijfstak of branche. ● De mate van bekendheid. ● Het land van herkomst. Reputatievorming De subjectieve, collectieve waardering van de betrouwbaarheid en oprechtheid van organisaties.
  • 55.
    5-STAPPENPLAN ISSUEMANAGEMENT ● Identificeren vanissues: Bepaal de relevante issues. Monitor de trends. Zorg voor informatieverzameling. ● Arena-analyse: Bepaal de knelpunten voor je organisatie. Geef de positie van stakeholders en publieksgroepen. ● Strategie: Stel communicatiedoelen vast. Kies de te benaderen stakeholders. Wat voor benadering kies je (bridging*/overbruggen of buffering*/afhouden)? ● Uitvoering: Formuleer kernidee (framing en labeling). Kies communicatiemiddelen en mediacontacten. Maak planning en begroting. ● Evaluatie: Evalueer met geselecteerde stakeholders. Bepaal wat goed en fout ging.
  • 56.
    BRIDGING EN BUFFERING Bridging Hoebouw je een brug? Buffering Hoe blijf je buiten schot?
  • 57.
    CRISISCOMMUNICATIE ● Hiervan spreekje op het moment dat negatieve publiciteit en acties van stakeholders de voortgang van het organisatieproces bedreigen ● Crisiscommunicatie heeft vaak een relatie met issuesmanagement. ● Keuze tussen bridging en buffering speelt een hoofdrol
  • 58.
    DE LAATSTE OPMERKINGEN ●Als een organisatie niet open communiceert over een belangrijke issue, dan zorgen journalisten en stakeholders voor openheid van zaken ● Communiceer zo gericht mogelijk met stakeholders, media en publieksgroepen ● Je kunt stellen dat goed issuemanagement crisiscommunicatie weet te voorkomen
  • 59.
    CREDITS Minor Marketingcommunicatie AvansHogeschool, najaar 2012 Mochten er onduidelijkheden zijn in de slideshare, horen we dit graag van u. Groep E3L3 Job van Hooff - Voorzitter Fleur de Laat Fleur Vugs - Coordinatie samenvattingen Denise Groenewegen Kay van Meel Niels van Giessen - Slideshare inhoud & productie