Waarom de jeugd van tegenwoordig
eigenlijk best heel bijzonder is.
En wat jij daarvan kunt leren.
Jeugd                                                     Hoe
van                                                       hierop
tegenwoordig                                              inspelen?
.                                                         Hoe niet?
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.     Voorbeelden.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Niét volledig. Wél waar.

Herkenbaar? Waarschijnlijk wel.
Nuttig? Dat bepaal je lekker zelf.
Anders?
Misschien.
Anders?
Misschien.
Anders?
Misschien.
Hoe heeft het toch zo ver kunnen komen?
Het 123’tje.
1. The medium = The message
   Het medium heeft veel invloed op leren;
   het medium is een boodschap ansich.

2. Het brein reageert heftig op beloning;
   competitie, heldendom, status.




Anders?      Waarom?
Misschien.   Oorzaken.
1. The medium = The message
   Het medium heeft veel invloed op leren;
   het medium is een boodschap ansich.

2. Het brein reageert heftig op beloning;
   competitie, heldendom, status.

3. Afstand naar het begrip ‘arbeid’ is groter
   dan ooit. Arbeid… Waz’da?
Anders?      Waarom?
Misschien.   Oorzaken.
Arbeid… Waz’da?

•      Arbeid ≠ ‘n baantje
•      Arbeid is tamelijk onzichtbaar
•      Veel keuze; binden kan ook voor eventjes
•      Veranderende samenleving;
       veranderende beroepen


Anders?      Waarom?
Misschien.   Oorzaken.
Wat is daar nu zo spannend aan?
De rebus.
Romantie
k.
De
nieuwe
raadgeve
r.




Anders?      Waarom?     En wat dan nog?
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.
Extreem!
De
ultieme
test.

(het
hoogst
haalbare)

Anders?      Waarom?     En wat dan nog?
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.
Beroepsec
ht.
Is het ‘te
checken’?
Dan is het
echt. Niet
te
checken?
Tja…
Anders?      Waarom?     En wat dan nog?
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.
Authentiek.




Anders?      Waarom?     En wat dan nog?
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.
R.m.nt.sch
                                 Extr..m
                                 B.r..ps.cht
                                 aUth.nt..k
                                 Str.ct..r



Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Tip 1.

Assembleer.
Gebruik diverse media,
zoals je ook diverse werkvormen in zet.
Methodeslavernij? Wil je vast niet.

Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Tip 2.

Gebruik de echte helden, hoed u voor
namaak.
Zet allerlei ‘helden’ in, die het leren
versterken. Het liefst… Helden die te
checken zijn via Google, Twitter, …
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Tip 3.

Structureer de beschikbare kennis.
Gebruik bijv.rss of een wiki om online
bronnen te structureren. Nog beter:
geef leerlingen daar een rol in
(meedoen is leuker dan afwachten).
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Tip 4.

Speel af en toe een spel. Geneer je
niet.
Gamen is leerzaam, zeker als het in
blended vorm wordt toegepast. Er zijn
zat games te vinden en ze kosten
niks, nada, niente. dan nog? Wat jij ermee kunt.
Anders? Waarom? En wat
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.   In relatie tot leren.
Tip 5.

Publiceren = leren
Leerlingen leren en onthouden 90%
van wat zij anderen vertellen.
Publiceren (online bijv. in vorm van
blog, wiki, forum, etc.) is makkelijker
dan ooit Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.
Anders?
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.   In relatie tot leren.
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.     Voorbeelden.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.     Voorbeelden.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.     Voorbeelden.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.     Voorbeelden.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Anders?      Waarom?     En wat dan nog? Wat jij ermee kunt.     Voorbeelden.
Misschien.   Oorzaken.   Effecten.       In relatie tot leren.
Anders?
Misschien.

De jeugd van tegenwoordig 2.2

  • 1.
    Waarom de jeugdvan tegenwoordig eigenlijk best heel bijzonder is. En wat jij daarvan kunt leren.
  • 3.
    Jeugd Hoe van hierop tegenwoordig inspelen? . Hoe niet? Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Voorbeelden. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 4.
    Niét volledig. Wélwaar. Herkenbaar? Waarschijnlijk wel. Nuttig? Dat bepaal je lekker zelf.
  • 6.
  • 8.
  • 10.
  • 11.
    Hoe heeft hettoch zo ver kunnen komen? Het 123’tje.
  • 13.
    1. The medium= The message Het medium heeft veel invloed op leren; het medium is een boodschap ansich. 2. Het brein reageert heftig op beloning; competitie, heldendom, status. Anders? Waarom? Misschien. Oorzaken.
  • 14.
    1. The medium= The message Het medium heeft veel invloed op leren; het medium is een boodschap ansich. 2. Het brein reageert heftig op beloning; competitie, heldendom, status. 3. Afstand naar het begrip ‘arbeid’ is groter dan ooit. Arbeid… Waz’da? Anders? Waarom? Misschien. Oorzaken.
  • 15.
    Arbeid… Waz’da? • Arbeid ≠ ‘n baantje • Arbeid is tamelijk onzichtbaar • Veel keuze; binden kan ook voor eventjes • Veranderende samenleving; veranderende beroepen Anders? Waarom? Misschien. Oorzaken.
  • 16.
    Wat is daarnu zo spannend aan? De rebus.
  • 17.
    Romantie k. De nieuwe raadgeve r. Anders? Waarom? En wat dan nog? Misschien. Oorzaken. Effecten.
  • 18.
    Extreem! De ultieme test. (het hoogst haalbare) Anders? Waarom? En wat dan nog? Misschien. Oorzaken. Effecten.
  • 19.
    Beroepsec ht. Is het ‘te checken’? Danis het echt. Niet te checken? Tja… Anders? Waarom? En wat dan nog? Misschien. Oorzaken. Effecten.
  • 20.
    Authentiek. Anders? Waarom? En wat dan nog? Misschien. Oorzaken. Effecten.
  • 22.
    R.m.nt.sch Extr..m B.r..ps.cht aUth.nt..k Str.ct..r Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 23.
    Tip 1. Assembleer. Gebruik diversemedia, zoals je ook diverse werkvormen in zet. Methodeslavernij? Wil je vast niet. Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 24.
    Tip 2. Gebruik deechte helden, hoed u voor namaak. Zet allerlei ‘helden’ in, die het leren versterken. Het liefst… Helden die te checken zijn via Google, Twitter, … Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 25.
    Tip 3. Structureer debeschikbare kennis. Gebruik bijv.rss of een wiki om online bronnen te structureren. Nog beter: geef leerlingen daar een rol in (meedoen is leuker dan afwachten). Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 26.
    Tip 4. Speel afen toe een spel. Geneer je niet. Gamen is leerzaam, zeker als het in blended vorm wordt toegepast. Er zijn zat games te vinden en ze kosten niks, nada, niente. dan nog? Wat jij ermee kunt. Anders? Waarom? En wat Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 27.
    Tip 5. Publiceren =leren Leerlingen leren en onthouden 90% van wat zij anderen vertellen. Publiceren (online bijv. in vorm van blog, wiki, forum, etc.) is makkelijker dan ooit Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Anders? Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 28.
    Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Voorbeelden. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 29.
    Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Voorbeelden. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 30.
    Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Voorbeelden. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 31.
    Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Voorbeelden. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 32.
    Anders? Waarom? En wat dan nog? Wat jij ermee kunt. Voorbeelden. Misschien. Oorzaken. Effecten. In relatie tot leren.
  • 33.