Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Eindverslag De delende stad

249 views

Published on

Lessen uit het Stadslab2050 traject 'De delende stad'.
Bevat:
- Inleiding project
- Omschrijving van de experimenten
- Organisatorische, strategische en inhoudelijke lessen
- Overkoepelende lessen

Published in: Environment
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Eindverslag De delende stad

  1. 1. inhoudelijk eindverslag Delende Stad
  2. 2. inhoudstafel I. introductie  pagina 3 II. experimenten  pagina 5 a. Een inclusieve delende stad  pagina 6 1. Verloop van het project  pagina 7 2. Lessen  pagina 9 3. Verankering  pagina 12 B. Buurtgericht delen  pagina 13 1. Verloop van het project  pagina 14 2. Lessen  pagina 19 3. Verankering  pagina 20 c. De stad deelt zelf  pagina 21 1. Verloop van het project  pagina 22 2. Lessen  pagina 24 3. Verankering  pagina 26 III. Overkoepelende lessen  pagina 27 IV. slotwoord  pagina 30 Colofon  pagina 32 EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2 STADslab2050 Delende Stadeindverslag
  3. 3. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 1. Introductie 3 1. INTRODUCTIE
  4. 4. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 1. Introductie 4 Stadslab2050 Het project ‘De Delende stad’ vond plaats binnen de thematische werking van Stadslab2050, een innova- tielabo van de stad Antwerpen. ‘We experimenteren een toekomst’ zeggen we. En dat menen we ook. Samen met bedrijven, burgers, organisaties en kennisinstellingen zoeken we oplossingen op stedelijke uitdagingen. Die zijn complex, met elkaar verweven. Al doende leren we hoe innovaties de duurzame stad van de toekomst kunnen vormgeven. De delende stad We omschrijven de deeleconomie vandaag als een verschuiving van (exclusief) bezit naar gebruik van goede- ren en diensten. Hoewel de deeleconomie een kleiner aantal transacties kent in vergelijking met andere consu- mentenmodellen, heeft deze wel een grote potentie in duurzaamheid. Dit vooral door het onbenutte potenti- eel te benutten. Eén boormachine volstaat eigenlijk om zes huishoudens te bedienen. De winst voor het milieu zit hem dus in de materialen die niet nodig zijn om die boren te produceren. Onder de juiste voorwaarden heeft deeleconomie zo een positieve impact op het milieu. Maar de deeleconomie heeft soms ook een negatief milieu-impact. Zo zou het kunnen dat accommodatie delen – zoals bij Airbnb – ervoor zorgt dat mensen meer kleinere reizen maken, vaak met het vliegtuig. Steden brengen veel mensen en goederen samen. De deeleco- nomie blijkt dan ook voornamelijk een stedelijk gegeven. Deze bevindingen vormde de basis voor het traject ‘Open stad-Deeleconomie’ in 2016: ‘Hoe kan deeleconomie bijdragen tot een duurzame stad?’. Na eerste experimenten rond de deeleconomie en inclu- siviteit (Bookmine) of sociale cohesie (Hoplr) werd een focus gelegd op een tweede centrale vraag: Wat is de rol Naast het leren uit drie concrete experimen- ten, wilde de stad en haar partners ook het toekomstperspectief van een duurzame delende stad onder de aandacht brengen bij (centrum) steden in Vlaanderen en meer specifiek de werking van de stad Antwerpen rond dit thema. van de overheid in de deeleconomie? We denken daar- bij aan afspraken met deelplatformen, stedelijke proble- men oplossen via deelinitiatieven en open data. Met de antwoorden op deze vraag wil de stad Antwerpen de ontwikkeling van een duurzame deeleconomie verder versnellen. Dankzij de financiële steun van Vlaanderen Circulair, kon een samenwerking worden opgezet met drie part- ners: de dienst stadsbeheer van de stad Antwerpen, Samenlevingsopbouw Antwerpen stad en Antwerp Management School. Onder begeleiding van Stadslab2050 werden drie trajecten opgezet om te komen tot concrete experimenten: a. Een inclusieve delende stad Samenlevingsopbouw Antwerpen Stad onderzocht waar het potentieel zit in materiaal en diensten delen voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Kan de deelecono- mie op die manier bijdragen aan een nieuwe vormen van solidariteit? b. Buurtgericht delen In het tweede experiment toonde Antwerp Management School dat ook bedrijven en organisaties stappen zetten naar een stedelijke deeleconomie. Hun gloednieuwe campus op het Mechelse Plein vormde de aanleiding om samen met de buurt op zoek te gaan naar gedeelde winst in een deeleconomie. c. De stad deelt zelf Wat als de stedelijke organisatie zelf aan het delen gaat? Met een centralisatie van diensten op de planning, onder- zocht de afdeling Stadsbeheer hoe delen past binnen haar werking. Kan de stad bijvoorbeeld haar eigen materiaal of ateliers delen met andere stadsactoren? Hoe kunnen we bestaande deelinitiatieven ondersteunen?
  5. 5. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 5 2. EXPERIMENTEN
  6. 6. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 6 Deelinitiatieven geven vaak aan dat het moeilijk is om mensen in maatschappelijk kwetsbare posities te berei- ken. Vele formele deelinitiatieven worden ook vooral gebruikt door hoger opgeleide personen uit de midden- klasse. Samenlevingsopbouw Antwerpen stad vzw (SAS) is al jarenlang actief in buurten van Antwerpen. Ze wil onder andere solidaire netwerken stimuleren tussen mensen met een diverse achtergrond. Dit doen ze door deelinitiatieven te organiseren. Het delen wordt gezien als middel om te komen tot solidariteit. Via het kader van de 7 B’s bekijkt SAS wat er nodig is om mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie bij deelinitiatieven te betrekken en een duurzame deeleconomie uit te bouwen in de stad. SAS zette daartoe een concreet experiment op: Delende scholen. Volgende startvragen werden geformuleerd: →→ Kunnen we via scholen de deeleconomie uitbreiden bij en met mensen in een kwetsbare positie? →→ Ontstaan er via delen nieuwe vormen van solidariteit? →→ Wat is de rol van de stad, om van Antwerpen een delende stad te maken waar mensen in een kwets- bare positie deel van uitmaken? 7 B’s 1. Begrijpbaarheid  Er werd veel tijd gestoken in het uitleg- gen van het concept. Wat doen we nu eigenlijk? Wat wordt er verwacht van de mensen? Niet iedereen kan lezen en schrijven. 2. Bekendheid  Het aanbod werd op een heel visuele manier bekend gemaakt bij de doelgroep. 3. Betaalbaarheid  Er waren geen financiële risico’s bij Boekdelen. Het initiatief was gratis en zonder boetes. 4. Betrouwbaarheid  Er werd een gezellige sfeer ­gecreëerd aan de schoolpoort. Je neemt tijd om vertrouwen met mensen op te bouwen door hen aan te spreken en zelf aanspreekbaar te zijn. 5. Bereikbaarheid  De initiatieven werden georganiseerd daar waar mensen sowieso al bijeenkomen, namelijk de schoolpoort. 6. Bruikbaarheid  Kinderen die pas leren lezen, vinden de boekenbakfiets heel interessant. 7. Beschikbaarheid  Mensen moeten hun vragen aan iemand kwijt kunnen. A. EEN INCLUSIEVE DELENDE STAD
  7. 7. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 7 1. Verloop van het project In twee lagere scholen in de wijk Kronenburg (De Bever en Sint Godelieve) werden deelinitiatieven opgezet. Er werd een initiatie ‘deelplatform Hoplr’ opgezet en er werd een inspira- tiedag ‘Gedeelde belangen?’ georganiseerd naar een brede doelgroep. Deelmarkten (najaar 2017) Er werden 3 deelmarkten georganiseerd in de twee scholen. Ouders en kinderen werden gestimuleerd om speelgoed, kinderkleding, kinderboeken,... die niet meer gebruikt werden mee te nemen naar school. In totaal hebben we hier 280 mensen mee aan het delen gezet. Boekdelen (najaar 2018) Met het BoekDelen stond SAS elke donderdag om 15.30u aan de schoolport van één van de twee scholen. Kinderen en ouders mogen boekjes meenemen uit de kinderboekenbak- fiets. Ze delen met andere woorden de boeken. Deelnemers noteren hun gsm-nummer, SAS verwittigt een paar dagen op voorhand via sms dat de bakfiets eraan komt. Twee vrijwilli- gers sorteren de boeken en staan mee aan de schoolpoort. De boeken werden geschonken door de bibliotheek van Deurne en mensen uit de buurt en omgeving. Op deze manier werden ongeveer 60 ouders per school bereikt. Vanuit deze werking ontstonden ook 5 ‘straatbibs’ in Deurne Noord, die het delen van boeken zichtbaar maken in de wijk. In de school De Bever staat er nu een vaste kinderboekendeel- kast waar ook de kinderen van het 5e en 6e leerjaar tijdens hun lessen gebruik van maken. Hoplr-sessies in scholen (voorjaar 2019) Tijdens deze sessie, georganiseerd door webpunt Dot.kom, kregen mensen te horen wat Hoplr was en hoe het werkte. Mensen werden aangemoedigd om Hoplr te gebruiken. De twee sessies gingen door in een school. Deze activiteit bracht in totaal slechts vier mensen op de been.
  8. 8. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 8 Gebruikersgroep (voorjaar 2019) Om na te gaan of mensen hun solidaire netwerken uitbouwden tijdens het experiment, hebben we zowel in het begin van het project als op het einde van het project bevragingen gedaan bij mensen die betrokken waren bij de deelactiviteiten. We peilden in een één-op-één inter- view naar hun verbinding met de buurt, aandacht voor duurzaamheid en interesse in deelactiviteiten. Inspiratiedag (najaar 2019) SAS organiseerde tot slot ook een inspiratiedag over de bovenstaande vragen (scholen, solidaire netwerken, rol van de stad). Deze dag werd georganiseerd i.s.m de Universiteit Antwerpen, Commonslab Antwerpen en Stadslab2050 en bracht veel deskundigen in het thema bij elkaar.
  9. 9. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 9 2. Lessen Kunnen we via scholen de deeleconomie uitbreiden bij en met mensen in een kwetsbare positie? Organisatorische lessen: →→ Om te delen in scholen is stockageruimte nodig. Niet in alle scholen is dat mogelijk. →→ Een formele structuur (bvb oudercomité, personeels- vergadering) waar deelactiviteiten aan kunnen opge- hangen worden, kan bijdragen aan het resultaat. Het bereiken van de ouders, hen activeren om deel te nemen, kost tijd. →→ Voor mensen die heel moeilijk Nederlands spreken is een digitaal platform te ingewikkeld. Mensen gaven tijdens de werving ook aan dat ze geen smartphone hadden of dat ze de digitale wereld niet vertrouwen. WhatsApp wordt wel vaker gebruikt, voor commu- nicatie in een sociaal netwerk, al bleek daar privacy van de gebruikers hier dan weer (zichtbaar telefoon- nummer) een struikelblok. Strategische lessen: →→ Scholen zijn een goede ‘vindplek’ om mensen in een kwetsbare positie te bereiken met deelinitiatieven. →→ Vertrouwen creëren bij leerkrachten en directies kost tijd. De activiteiten werden vaak eerst georganiseerd zonder rechtstreekse inmenging van de school, met instemming van de directie. Langzaam kwam de interesse en het vertrouwen in de werking. Nadien zagen we het thema ook terugkomen in de lessen. Inhoudelijke lessen: →→ Bij deelactiviteiten is vertrouwen heel belangrijk. Scholen kunnen voor dit vertrouwen bij de ouders zorgen. Toch merken we dat het aanspreken van mensen en de lage instap in de activiteit er vooral voor zorgde dat mensen deelnemen. →→ Een school kan de laagdrempeligheid nog meer verhogen (school als autoriteit).
  10. 10. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 10 Ontstaan er via delen nieuwe vormen van solidariteit? Organisatorische lessen: →→ Bepaalde deelinitiatieven bemoeilijken een groeps- werking met de deelnemers zodat de deelnemers hun netwerk kunnen uitbouwen (bvb enkel tijdens de schooluren, nodige infrastructuur). →→ Het hart van de deelinitiatieven was de werkgroep Kronenburg, ontstaan vanuit twee oudergroepen. Daar werden de activiteiten besproken, vormge- geven en vrijwilligers gezocht. Hier waren telkens ongeveer 20 mensen aanwezig. De initiatieven vertrokken zo van onderuit. Inhoudelijke lessen: →→ Mensen doorverwijzen, in contact brengen met andere initiatieven is heel belangrijk om aan die solidariteit te werken. Men kwam via de deelinitia- tieven ook in contact met andere diensten en met vrijwilligerswerk. →→ Deelinitiatieven worden toegankelijk voor mensen in een kwetsbare positie wanneer we inzetten op de 7 B’s (zie inzet p.6)
  11. 11. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 11 Wat is de rol van de stad, om van Antwerpen een delende stad te maken waar mensen in een kwetsbare positie deel van uitmaken? Organisatorische lessen: →→ Om mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie te bereiken moet er ‘outreachend’ gewerkt worden. Bijvoorbeeld: Boekdelen aan de scholen, straatbibs in de straten. Het zijn ideeën om vanuit een bibliotheek te gaan werken en mensen aan te spreken die je anders nooit in een bibliotheek zou krijgen. De stad moet zich organiseren opdat ze zelf, of in partnerschap met intermediairen, die taak kan opnemen. →→ De deelinititiatieven mogen niet dichtslippen. Er moet blijvend geïnvesteerd worden om groepen van deelnemers en vrijwilligers open te houden door goede en gericht communicatie te voeren en de drempels van de groepen in kaart te brengen. Men vertrekt best al vanaf het begin met een diverse groep die ook effectief invloed kunnen uitoefenen op het concept van het initiatief. →→ Om een delende stad inclusief te maken, zal er extra geïnvesteerd moeten worden in begeleiding. Dat kan binnen de stedelijke organisatie, de organisatie waar gedeeld zal worden. Of het middenveld kan hiervoor aangesproken worden. →→ Een belangrijke taak is het koppelen van onbenutte goederen of capaciteiten aan geschikte partners en de buurt. →→ De stad kan helpen om analoge deelinitiatieven in de stad met elkaar af te stemmen en eventueel op te schalen.
  12. 12. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 12 3. Verankering De opgezette deelinitiatieven vanuit de twee lagere scholen in de wijk Kronenburg worden verdergezet. Samenlevingsopbouw gaat op zoek naar partners om een structurele samenwerking uit te bouwen zodat deze initiatieven ook gedragen worden door andere actoren. Zo is er een gesprek om Boekdelen een vast onderdeel te maken van de plaatselijke bibliotheek van Deurne. De deelmarkten worden georganiseerd door leerkrachten en leerlingen in de school de Bever. In 2020 zal ook het Huis van het Kind betrokken worden. Het project Delende scholen wordt in 2020 voorgesteld op het scholenoverleg van Deurne Noord. Ikdeel.be is een website voor scholen waar concrete voor- beelden staan rond het delen. In 2020 krijgt deze website een doorstart. De Deurnese scholen zullen mee worden opgenomen.
  13. 13. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 13 B. BUURTGERICHT DELEN Eind augustus 2018 verhuisde Antwerp Management School naar de nieuwe campus Boogkeers aan het Mechelseplein. Een unieke kans om via project ‘De Delende Stad’ contact te leggen met deze bruisende buurt aan de hand van deelexperimenten. Samen met Stadslab2050 bakende AMS drie deelprojecten af die in de loop van 2018 en 2019 konden worden uitgerold. Deze deelprojecten vormen onderdeel van een experiment rond deeleconomie op buurtniveau. Duurzaamheid was een belangrijk vertrekpunt voor de ontwikkeling van de nieuwe campus ‘Boogkeers’, die wordt omschreven als een ‘duurzaam ecosysteem’. Positieve lokale impact neemt hierin een belangrijke plaats. Dankzij project De Delende Stad, kon AMS de acties die hierrond in de pijplijn zaten concretiseren en als onderzoeksacties benaderen. Het doel was inzicht te verkrijgen in de impact van deelacties voor de buurt, vertrekkende vanuit de basiswerking van de organisatie. De experimenten vormden het kader om te leren begrij- pen welke meerwaarde AMS binnen de lokale buurtge- meenschap kan betekenen en waar hierrond de eigen grenzen liggen.
  14. 14. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 14 1. Verloop van het project Tussentijdse bijsturing en koppeling aan de bestaande AMS-projectwerking stond centraal om een goede syner- gie te vinden tussen het project en bestaande activitei- ten. Doorheen de loopduur van het ganse project werden 4 fasen doorlopen om tot maximale impact te komen: Fase 1: Acties tijdens de bouw (2017 – 2018) Waar mogelijk werd tijdens de bouw van de campus contact gelegd met de buurt. Dit om een relatie met de buurt op te bouwen. Ook na de verhuis naar de campus was het opzet een blijvende dialoog tussen AMS en de diverse buurtbewoners en buurtactoren. Fase 2: Opstart van de 3 deelprojecten (najaar 2018) Net na de verhuis in augustus 2018 werden de 3 deel- projecten stapsgewijs uitgerold. Hierbij werd rekening gehouden met de organisationele impact van de verhuis op de basiswerking van AMS. Fase 3: Bijsturing experimenten (voorjaar 2019) Dankzij de eerste buurtervaringen na de verhuis en het doorlopen van de verschillende deelprojecten werd scherp duidelijk welke deelacties meerwaarde oplever- den en welke niet en werden het project bijgestuurd om de impact te vergroten. Fase 4: Verankering in basiswerking (najaar 2019) In de laatste fase van het project werd gekeken welke vervolgacties AMS zelf kan opnemen nadat de project- steun wegvalt. Deze vervolgacties werden verankerd in de basiswerking zodat ook na het project deelacties naar de buurt gegarandeerd blijven.
  15. 15. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 15 Acties Fase 1 Buurtdialoog tijdens bouw Van bij aanvang van de bouw van de nieuwe campus, twee jaar voor de verhuis eind augustus 2018, werden vanuit AMS de eerste buurtdialoog acties opgestart. Vanaf de start van de afbraak van de oude site tot aan de verhuis werd periodisch contact gezocht met de buurt. Dit had ondermeer tot doel de drempel met het lokale ecosysteem zo laag mogelijk te houden om overlast en frustratie door het bouwproject te beperken. Alle buren werden hiervoor op meerdere momenten uitgenodigd om de campus te komen ontdekken. Onderzoeksresultaten Vanuit de eerste momenten waarop AMS contact zocht met de individuele buren en buurtorganisaties bleek al snel dat de buurt rond het Mechelseplein een grote diversiteit kent, waarbij er geen dominante buurtwer- king aanwezig is waarlangs de buurtbewoners makkelijk te bereiken zijn. Contact leggen met de buurt bleek dan ook heel wat complexer dan bij aanvang van het project gedacht. Delen van een composteermachine. Onderzoek naar extra deelexperiment Nog voor de eerste deelexperimenten werden uitgerold, zette AMS een onderzoek op om het toekomstige afval- probleem van gebruikte koffiebekers samen met de buurt aan te pakken. Meerdere buurtorganisaties waaronder het ZNA Sint-Elisabeth en het Tropisch Instituut werden hierrond bevraagd en de verschillende gezamenlijke recy- clagemogelijkheden werden onderzocht. Na het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie voor aankoop van een buurtcomposteermachine werd echter beslist om van dit deelexperiment af te stappen en te kiezen voor de recyclagedienst ‘Collect a cup’ van afval- verwerker Renewi. Onderzoeksresultaten De diversiteit aan types gebruikte koffiebekers en afval- verwerking bleek onverwacht groot te zijn in de buurt. Bovendien maken de lage stadstarieven voor ophaling van ongesorteerd restafval dat de interesse voor duurza- mere alternatieve ophaal- of verwerkingssystemen voor papieren koffiebekers beperkt is. Een composteermachine in gebruik nemen, bleek voor AMS dan weer geen optie. Hiervoor was een te grote hoeveelheid GFT afval nodig om een klein percentage composteerbare koffiebekers te kunnen composteren.
  16. 16. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 16 Acties Fase 2 Om het succes van het project gedurende fase 2 te kunnen garanderen, koos AMS ervoor het project als één groot experiment te benaderen waarbinnen volgende 3 deelprojecten worden opgestart: 1. Delen van ondergrondse fietsenstalling 2. Delen van materialen en ruimte 3. Delen vanuit buurtdialoog Experiment 1: Delen van de ondergrondse fiestenstalling September 2018, een maand na de verhuis naar de nieuwe campus Boogkeers, werd gestart met het aanspreken van alle buurtorganisaties over het gebruik- maken van de ondergrondse fietsenstalling i.f.v. evene- menten. Bij elke contact met de buurtorganisaties greep AMS doorheen 2018 – 2019 de kans dit aanbod te herhalen. Begin 2019 bleek echter nog geen enkele organisatie gebruik gemaakt te hebben van de fietsenstalling. Hierop besliste AMS extra flexibiliteit rond gebruik van de fiet- senstalling aan te bieden. Er werd een flexibelere slui- tingstijd van de parking aangeboden, waarbij de bevei- ling van de fietsenstalling door beveiligingsmedewerkers behouden zou blijven tot aan de overeengekomen evene- mentiële sluitingstijd. Al snel bleek dat er ook voor deze flexibelere deelservice weinig interesse was. Onderzoeksresultaten Het gebrek aan interesse in de beveiligde fietsenstalling deedt AMS inzien dat lokale organisaties momenteel weining interesse tonen voor de fietsstallingsproblemen die hun bezoekers zelf ondervinden. Zowel het vinden van een correcte parkeerplaats als het veilig kunnen achterlaten van de fiets blijkt hoofdzakkelijk een bezorgd- heid van bezoekers, niet van evenementsorganisatoren. Dankzij de buurtdialoog (experiment 3) werd dit in de loop van 2019 ook bevestigd. In tegenstelling tot buurtorganisaties, bleek dat er bij individuele buurtbewoners wel vraag is naar een bevei- ligde fietsenstalling. Maar deze diende dan wel 7 dagen op 7 toegankelijk te zijn. Hierop starte AMS samen met de ‘Consulent Buurtparkeren’ van stad Antwerpen een onderzoek op waarbij werd onderzocht hoe de parking hiervoor geschikt kon gemaakt worden. Omdat het gebouw hier facilitair niet op voorzien is, blijkt dit momenteel een te groot veiligheidsrisico in te houden. De buurtverhuurdienst werd dan ook nog niet uitge- rold. De ‘Consulent Buurtparkeren’ kijkt nog na of in de nabije toekomst de verhuurdienst ook voor evenemen- tieel gebruik kan opgezet worden, waardoor het lokale gebruik van de fietsenstalling toch kan verhogen. Eind augustus 2019 werd de fietsenstalling tijdens de Mechelsepleinfeesten voor de eerste keer grootscha- lig evenementieel gebruikt. Dit werd mede mogelijk gemaakt dankzij de buurtdialoog (experiment 3), die maakte dat AMS extra energie stak in de samenwerking met de organisatoren om de feesten tot in de campus te krijgen.
  17. 17. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 17 Experiment 2: Delen van materiaal en ruimte Experiment 2 ging van start met de huur en plaatsing van een Bringme Box om het delen van materiaal met buurtbewoners te vergemakkelijken. Gedurende het najaar van 2018 werd gekeken of de Box via de online dienstverlening van Bringme werd opgepikt door buurt- bewoners. Dit bleek geenszins het geval, dus werd onder- zocht of een digitaal deelplatform hier verbetering in kon brengen. Ondanks vergevorderde contacten met Peerby Groups werd er echter beslist niet verder te gaan met de uitrol van een deelplatform. Enerzijds bleken de kost voor huur van de Bringme Box en de opzet van het deelplat- form aanzienlijk hoger dan voorzien. Anderzijds werd na de verhuis duidelijk dat de facilitaire dienst van AMS geen vragende partij meer was om materialen met de buurt te delen. Onderzoeksresultaten Na de verhuis naar de Boogkeers werd het AMS staps- gewijs duidelijk waar de grootste deelwaarde van AMS zit: in het kunnen aanbieden van het eigen gebouw en de dynamiek van het eigen netwerk om de buurt nog meer te kunnen doen bruisen. Mede door de vele posi- tieve reacties tijdens de Grand Opening van de campus op 22/02/2019 en de buurtdialoog op 21/03/2019 (experiment 3) koos AMS hier extra op in te zetten en besliste het op zoek te gaan naar een mogelijkheid om de verschillende festiviteiten rond het 60 jarig jubi- leum in 2019 te kunnen delen met de buurt. Onder de vorm van het Future Forward Festival (28 t.e.m. 31/08/2019) werd een vierdaags jubileum eventconcept uitgewerkt dat een integraal onderdeel vormde van de Mechelsepleinfeesten.
  18. 18. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 18 Experiment 3: Delen vanuit buurtdialoog Het laatste experiment dat AMS opstartte was het opzet- ten van een buurtdialoog via twee stakeholder engage- ment workshops. →→ Workshop 1 op 21/03/2019: 26 individuele buurtbe- woners gaven via de Hexagon tool aan welke verbe- teracties ze voor de buurt wensten. →→ Workshop 2 op 28/08/2019: 18 vertegenwoordigers van buurtorganisaties herhaalden de oefening van workshop 1 en gaven via de Hexagon tool aan welke verbeteracties vanuit de eigen organisatie voor de buurt gewenst zijn. Onderzoeksresultaten Alhoewel door de lage opkomst de workshopresulta- ten niet representatief zijn voor de buurt, gaven ze AMS wel een duidelijk beeld over welke rol ze dient op te nemen om echt van waarde te kunnen zijn voor de buurt. Toekomstige deelacties zijn dankzij de workshop terug- gebracht tot de eigen kernactiviteiten van kennisdeling en community building, waarbij eigen medewerkers en studenten zullen worden betrokken.
  19. 19. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 19 2. Lessen Ondanks dat niet alle opgestarte experimenten succesvol eindig- den, beschouwt AMS het eindresultaat van het project welde- gelijk als waardevol. Mede dankzij de inzichten ontstaan uit de diverse experimenten verkreeg AMS een duidelijk beeld van haar rol binnen de buurt. Volgende leerelementen staan vanaf nu voor AMS centraal bij elke toekomstige deelactie: Houd deelacties dicht bij de eigen kernactiviteiten Deelactiviteiten voor de buurt zijn enkel te realiseren indien het interne draagvlak behouden blijft. Sluiten de activiteiten nauw aan bij de kernactiviteiten van de organisatie, dan zal ook bij onvoor- ziene wijzigingen de steun behouden blijven. Staan deelactivitei- ten te ver verwijderd van de kernactiviteiten, dan verlies je vaak de interne steun om te bijsturen waar nodig. Connecteren met de buurt heeft nood aan constante en repetitieve acties Een stadsbuurt bestaat veelal uit een divers, complex en weinig verbonden ecosysteem. Hiermee connecteren vereist toewijding en doorzettingsvermogen. Van bij aanvang van een project dient ingecalculeerd te worden dat dit een zeer tijdsintensief proces kan zijn. Hou je hier geen rekening mee, dan is de kans groot dat de gewenste impact nooit zal bereikt worden. Integreer deelkennis in de ontwerpfase van een gebouw Facilitaire praktijkkennis rond delen wordt onvoldoende meege- nomen tijdens de volledige ontwerpfase van een gebouw. Enkel wanneer je dit wel doet kunnen deelacties zonder meerprijs en zonder facilitaire wijzigingen uitgerold worden. Tijdens het project werd duidelijk dat er binnen stad Antwerpen zeer veel praktijkken- nis beschikbaar is, maar dat deze kennis maar mondjesmaad tot bij AMS kwam. Omdat deze pas in zicht kwam toen het gebouw al was gerealiseerd, leverde dit onvoldoende meerwaarde op. Stad Antwerpen had dan ook van bij het prille begin van de bouw actiever betrokken moeten worden om tot sterkere deelkeuzes te komen.
  20. 20. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 20 3. Verankering De resultaten en ervaringen hebben AMS ertoe aange- zet om toekomstige deelacties sterker in te bedden in de eigen basiswerking. Mede dankzij prof. Wayne Visser, die betrokken was bij de de opzet van experiment 3, werden voor de nieuwe lichting Fulltime Master studenten 2019 binnen hun Global Leadership Skills development track de mogelijkheid gecreëerd om duurzame acties voor en met de buurt op te zetten. In oktober 2019 kozen 2 studententeams ervoor om hun project te focussen op positieve impact voor de buurt. →→ Team 1 herbekijkt momenteel het experiment rond recyclage van papieren koffiebekers. Ze hebben tot doel lokale organisaties aan te zetten zelf actie te ondernemen om het afvalprobleem hierrond te verkleinen. →→ Team 2 startte een ‘nudging’ project op, waarbij getracht wordt om in samenwerking met verschil- lende cultuurorganisaties uit de buurt, het probleem van sigarettenpeuken die achtergelaten worden op de grond, aan te pakken. Beide teams konden zo snel connecties leggen met geïnteresseerde buurtorganisaties i.f.v. verdere samenwerking. Daarnaast worden momenteel ook gekeken hoe ook in 2020 de samenwerking met de Mechelsepleinfeesten te bestendigen en wordt nagegaan hoe buurtorganisaties in de toekomst nog makkelijker gebruik kunnen maken van de AMS ruimtes bij onderbezetting. De fietsenstalling blijkt beschikbaar voor gebruik door lokale organisaties.
  21. 21. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 21 C. DE STAD DEELT ZELF ‘Wat als de stad zelf deelt?’ Dat was de startvraag voor de enthousiaste medewerkers van de afdeling Stadsbeheer van de stad Antwerpen, verantwoorde- lijk voor alle logistieke processen zoals stadsreiniging, evenementen, groenbeheer, stadsvloot,… Ze werkten een ambitienota uit voor een nieuw logistiek centrum, waarbij gestreefd werd naar een zo open mogelijke site. De deeleconomie werd hier mee in opgenomen als doelstelling. De eerste vraag die de dienst Stadsbeheer zich stelde, was: Wat kunnen we delen? Welke ‘idle assets’ of onge- bruikte of onderbenutte capaciteit heeft de stad en hoe kunnen die gedeeld worden met andere stadsactoren? Daaruit volgden heel wat organisatorische leervragen: →→ Welke deelplatformen bestaan er? Kunnen we die als stad gebruiken? →→ Vertreken we vanuit het aanbod of de vraag? →→ Hoe kunnen we medewerkers (en zo ook burgers) warm maken voor de deeleconomie?
  22. 22. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 22 1. Verloop van het project De ondernomen stappen kunnen worden onderverdeeld in drie grote blokken: Definiëren en ideegeneratie (najaar 2017) In de voorbereidende fase werden drie workshops met zowel interne medewerkers als externe deelnemers (experts in deeleconomie) georganiseerd. Hierin werd het deelpotentieel van een nieuw logistiek centrum verkend. Onder begeleiding van toekomst- en design­ bureau Pantopicon werden volgende thema’s uitgediept:  →→ ongebruikte capaciteiten van het logistieke centrum onderzoeken →→ concrete experimenten ontwerpen →→ concepten aftoetsen De uitkomst van deze drie workshops was dat een expe- riment rond het delen van stadsmaterialen met burgers en verenigingen het grootste potentieel had om op te starten en uit te leren. Met dit experiment wilde de stad vraag en aanbod van materialen in kaart brengen, onder- zoeken welk platform hiervoor nodig is en welke logistiek ontstaat. Kortom, de eerder vermelde leervragen aftoet- sen in de praktijk. Cocreëren (najaar 2018) Materialen delen Om experimenten vorm te kunnen geven, werd het thema verder verkend. Er werden gesprekken aange- knoopt met experts en betrokken actoren. Hoe gaan andere stadsactoren of steden om met de deeleconomie? Heel wat ervaring werd gedeeld met reeds bestaande deelplatformen in andere steden zoals Fablab+, Tournevie, uitleendienst Werkhaven, Deeldepot van Edegem. Uit intern overleg bleek dat delen met burgers niet moge- lijk was omdat medewerkers geen materiaal van de stad
  23. 23. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 23 mogen meenemen naar huis voor private doeleinden (om misbruik te voorkomen). We stelden vast dat de stad als organisatie nog niet de eerste verkennende stappen kon zetten in het delen van materialen. Daarom werd geko- zen om de doelgroep te vernauwen tot organisaties en verenigingen. Na een oplijsting van mogelijke materialen die de stad kon delen, kwamen heel wat praktische vragen naar boven: Wat bij ongevallen en schade? Interferentie met het dagelijks werk? Het resultaat was een beperkte lijst aan materialen die we als stad willen en kunnen delen. In co-creatieworkshops werden geïnteresseerde part- ners samengebracht rond het delen van materialen (bvb. Kringwinkel, Ecomat, Samenlevingsopbouw,…) en van ateliers (bvb. Fablab, Studio Start, Hou’t Hart, VDAB, Zaalzoeker,…). Ondanks het potentieel voor het delen van materialen, bleek de tijd nog niet rijp om hierrond te experimenteren. De verschillende partners waren hun rol hierin nog aan het verkennen, waardoor ze zich nog niet konden engageren tot een experiment. Ruimte delen Naast materialen kwam ook een bijkomende opportu- niteit op de radar: het delen van atelierruimte (schrijn­ werkerij in de Havanastraat) na de werkuren. Er werd een open oproep gelanceerd naar partners die een samen- werking wilden aangaan voor zes maanden om te experi- menteren rond het delen van materialen en het atelier. Voor het delen van het atelier kwam de stad tot een samenwerking met Hou’t Hart, een organisatie die hout- workshops organiseert met recuperatiehout. Er kwam ook samenwerking met Fabnet, een startup die techno- logie leverde om het gebruik en de toegang tot machines te monitoren. Testen (voorjaar 2019) Na de voorbereidingen was het tijd om effectief aan het testen te gaan met het delen van ruimte. Samen met Hou’t hart organiseerde de stad houtbewerkingswork- shops in het houtatelier van de stad. Er werd een samen- werkingsovereenkomst opgesteld en afgesloten, huis- houdelijke regels besproken, afspraken gemaakt over de toegang en brandverzekering, de medewerkers van het atelier werden ingelicht,… zodat de workshops vlot van start konden gaan. Tussentijds was er regelmatig overleg om bij te sturen waar nodig en het naleven van de afspraken te evalue- ren. Het naleven van veiligheidsafspraken was voor de stad essentieel. Er vonden in totaal 14 workshops plaats. Hou’t Hart gebruikte het atelier ook als werkruimte om workshops op andere locaties voor te bereiden.
  24. 24. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 24 2. Lessen Organisatorische lessen Uit de experimenten van Stadsbeheer kunnen heel wat relevante inzichten getrokken worden: →→ Het delen van ruimte en materiaal is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt. Er zijn verregaande afspraken nodig en het kostenplaatje (extra verzeke- ringskost, personeelsinzet,…) is niet gering. →→ Materiaal delen is niet gelukt in Antwerpen, ondanks goede voorbeelden zoals de vloot die via het deelplatform cambio gedeeld wordt met burgers. Er werd geen initiatief gevonden dat voldoende dicht ligt bij de huidige werking van de organisatie, waardoor haar werking niet geschaad wordt. →→ Bij het delen van ruimte komt heel wat kijken op het vlak van logistiek, veiligheid, opleiding en scholing, schade, privacy werknemers,… Op organisatorisch vlak werden grote interne hordes genomen:  • een organisatie kreeg toegang tot de gebouwen na de werkuren;  • toestemming vanuit de Gemeenschappelijke Preventiedienst om de machines te laten gebrui- ken door derden;  • de opmaak en ondertekening van een samen- werkingsovereenkomst rond ruimte delen; • verzekeringstechnisch werd een kader voorzien. →→ Een partnerschap heeft tijd nodig om te groeien. We leerden dat zes maanden te kort is om dit ten volle te kunnen benutten. We zagen bvb. dat er op het einde van het experiment samenwerkingen ontston- den tussen OC Luchtbal (ontmoetingscentrum) en Karel de Grote Hogeschool. Tijd is van groot belang om elkaars vertrouwen te winnen en tot waarde- volle samenwerkingen te komen.  →→ Het cocreatief proces verliep soms moeizaam. Eens de samenwerkingsovereenkomst getekend was, werd de samenwerking losser gelaten. Een meer participatieve samenwerking had moeilijkheden kunnen vermijden. →→ Het belang van communicatie is niet te onderschat- ten. In de verschillende fasen werden diverse part- ners betrokken. Om tot succesvolle pilootprojecten te komen, moet de stad met iedereen op het juiste moment kunnen communiceren en terugkoppelen. Inhoudelijke lessen →→ Het delen van materialen bleek een gevoelig thema voor een stedelijke organisatie. Er bleek een percep- tieprobleem. Welk signaal geven we immers aan de burger wanneer we materiaal of ruimte teveel hebben? Dit in tegenstelling tot de beoogde doel- stelling van het optimaler inzetten van de toege- kende budgetten. →→ Het traject werd aanbodgedreven aangevat, maar al snel bleek dat het aanbod niet overeen kwam met de vraag. We leerden om te vertrekken vanuit de vraagzijde.  →→ Het verschil tussen ‘delen’ en ‘uitlenen’ werd meer- dere keren in vraag gesteld. De stad heeft verschil- lende uitleendiensten (bvb. sport- en spelmateri- alen, zaalzoeker,…). Rond deze concepten worden nog veel vragen gesteld.  →→ Een goed partnerschap is cruciaal voor het slagen van deelprojecten. Er moet een duidelijke win- win zijn tussen de doelstellingen van alle acto- ren. Gaandeweg bleek het engagement van part- ners moeilijk te verankeren. Het nieuwe logistieke centrum was bijvoorbeeld een interessant perspec- tief op lange termijn. Wanneer hierrond onzekerheid ontstond, werd het moeilijk om partners te blijven engageren.
  25. 25. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 25 Strategische lessen →→ Dit traject maakt duidelijk dat de grootste uitdaging ligt in een mentaliteitswijziging. Die is nodig om als stedelijke organisatie zelf te gaan delen. De moei- lijkheid zit niet in technologie, planning of logis- tiek, maar wel in het vertrouwen dat nodig is om materialen gedeeld te gebruiken (met externen of binnen de organisatie). Dit vertrouwen kan gewaar- borgd zijn binnen de eigen organisatie, maar wordt vaak ook voorzien via platformen of intermediaire actoren. →→ Een stadsbrede visie op de rol van de stad in de deel- economie is noodzakelijk willen we hiermee verder gaan. Een duidelijk kader maakt dat de visie minder bedrijfs- en persoonsafhankelijk is, maar geeft ook aan hoe ver onze rol als stad kan gaan. Waar staan we voor als stad? Wat is het draagvlak in de stede- lijke organisatie?  →→ Voortschrijdend inzicht leerde dat de stad een rol als facilitator kan opnemen, in plaats van organisator. We zijn een ‘spin in het web’ van de deeleconomie geworden: de stad heeft een breed netwerk en kan actoren met elkaar verbinden. De rol als ‘matchma- ker’ hebben we ook met succes gespeeld in dit expe- riment; zo hebben bijvoorbeeld de Kringwinkel en Ecomat elkaar gevonden en zullen ze in de toekomst nog verder gaan samenwerken.  →→ Veel tijd werd gestoken in het initiëren, opvolgen,… Dit vraagt een groot engagement vanuit de stad. Wil de stad verder met het delen van ruimte of breder, moet dit vooraf zeker mee in rekening genomen worden.
  26. 26. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 2. Experimenten 26 3. Verankering De weg voor delen binnen de stad is verder geplaveid, het potentieel is er. De zinvolle leerlessen uit dit project zullen meegenomen worden in de ontwikkeling van het nieuwe logistieke centrum. In de aanloop hiernaar zal alvast tussen stadsdiensten meer gedeeld worden, om zo de mentaliteitswijziging meer ingang te doen vinden. Het is daarbij belangrijk om kleine succesverhalen te delen. Als vervolg op dit project loopt een conceptsubsidie van Stedenbeleid Vlaanderen om de maatschappelijke impact van het logistiek centrum te vergroten. Bijkomend werd er stadsbreed een beleidsnota goedgekeurd over gedeeld ruimtegebruik (“Optimaal is het nieuwe normaal”). De conceptsubsidie kan helpen om de gemaakte beleidskeu- zes concreettoe te passen op de site van de Technische Cluster.
  27. 27. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 3. Overkoepelende lessen 27 3. OVERKOEPELENDE LESSEN
  28. 28. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 3. Overkoepelende lessen 28 Welke overkoepelende lessen over de rol van een lokale overheid in de versnelling naar een duurzame delende stad trekken we uit dit project? We vatten de vele inzichten samen in vijf overkoepelende lessen. Het ‘deelparadigma’ als leidraad Voor aanvang van het traject hanteerde Stadslab2050 volgende definitie van de deeleconomie: ‘Een systeem, een economie, die d.m.v. internettechnologie gedistri- bueerde groepen van mensen met elkaar verbindt met het oog op betere benutting van goederen, vaardighe- den en andere.’ (Nesta, 2014). Deze definitie is een goede omschrijving van de trend die ontstond begin 2000. We merken echter dat er al snel discussie ontstaat over welke initiatieven in de stad al dan niet voldoen aan de voorwaarden: →→ Lokale besturen worstelen met de vraag wanneer hun goederen ‘onderbenut’ zijn (delen vs. uitlenen). →→ Initiatieven vanuit een sociale insteek gebruiken vaak bewust géén internettechnologie. We beschouwen daarom vandaag het achterliggende deelparadigma ‘van exclusief bezit naar gedeeld gebruik’ als een eenduidige en meer uitnodigende insteek om als overheid aan de slag te gaan met de deeleconomie. We merken daarbij dat ook het begrip van deze maatschap- pelijke verandering weinig gekend is binnen de stedelijke organisatie (en daarbuiten). Ondanks de hype rond de deeleconomie begin de jaren 2000, blijkt deeleconomie nog geen ‘gemeen goed’. De stad als spin in het web Deelinitiatieven die te ver af staan van de kernopdracht van de initiatiefnemer zijn vaak niet robuust. Succesvolle initiatieven ontstaan veelal door het samenbrengen van de juiste partners op het juiste moment. Willen we een duurzame deeleconomie uitbouwen in de stad, dan is het belangrijk om die verbindingen te maken. Daarin blijkt een belangrijke strategische rol weggelegd voor een lokale bestuur, als ‘spin in het web’. Om deze rol ten volle op te nemen zien we de nood aan: →→ een up-to-date overzicht van wat er momenteel speelt in de stad, zowel intern als extern. →→ een inhoudelijke visie op de rol van de deeleconomie in de stad, gekoppeld aan de beleidsdoelstellingen en een concreet engagement van de stad. Naar het voorbeeld van het Actieplan Deeleconomie van de gemeente Amsterdam. Risicomanagement verdiepen Delen is niet nieuw. Sinds de mens bezit heeft, wordt er vermoedelijk gedeeld. Wat de deeleconomie deed uitbrei- den en versnellen, was het potentieel van de internet- technologie. Die kon de risico’s verminderen om ook met personen buiten je sociale netwerk te gaan delen. Willen we een duurzame delende stad bouwen, dat zal er verder werk moeten gemaakt worden van dat ‘risicomanage- ment’. Deelinitiatieven en -platformen doen dat op schaal van hun gebruikers en ook intermediaire actoren (vb Samenlevingsopbouw) kunnen hier een belangrijke rol spelen. Een lokaal bestuur kan dit op een bovenliggend niveau opnemen. We denken bijvoorbeeld aan: →→ inzetten op dialoog met en tussen deelinitiatieven in functie van gedragen regelgeving (bijvoorbeeld rond publieke belangen zoals overlast, discriminatie,…). →→ het vertrouwen tussen (buurt)bewoners versterken.
  29. 29. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 3. Overkoepelende lessen 29 Aanpassen aan nieuwe businessmodellen Door het relatief nieuwe karakter van de deeleconomie zal het nodig zijn om organisatorische, praktische en technologische drempels weg te werken. Een deeleco- nomie bloeit echter in een setting van vertrouwen. Met wie kunnen we wat gaan delen en wat zijn daarbij de (nieuwe) spelregels? Nieuwe, mature businessmodelllen uit markt maken het eenvoudiger om als lokale over- heid materialen of ruimte te gaan delen (vb.Cambio). We merken dat hier nog pontentieel ligt in het aanpas- sen van bestaande/nieuwe businessmodellen zodat een overheid (net als andere organisaties) samenwerkingen kan aangaan zonder een grote impact op de bedrijfsvoe- ring. Een stad die zelf wil instappen in de deeleconomie, zal anderzijds ook zelf een omgeving moeten creëren waarin delen eenvoudiger wordt. We denken hierbij aan volgende acties: →→ ontdekken van de vernieuwende businesmodelllen die de markt rijk is; →→ medewerkers meenemen in het verhaal (en het potentieel) van de deeleconomie; →→ tijd en middelen creeëren voor experimenten en pilootprojecten met externe partners. Delen van ruimte als vliegwiel Dit project toonde het potentieel van het delen van ruimte als mogelijk versterkend mechanisme voor een verdieping van de werking van de stad rond de deeleco- nomie. De stad Antwerpen bouwde al heel wat expertise op rond dit thema en toont ambitie via sprekende pilo- ten. Voorbeelden zijn Zaalzoeker, buurtparkeren, atelier- ruimte delen,… Om vanuit ruimtedelen een stadsbrede dynamiek te versnellen denken we bijvoorbeeld aan: →→ goede voorbeelden, expertise en aanbod van onder- steuning vanuit de stad in de spotlights zetten en verwijzen naar het grotere potentieel van de deeleconomie. →→ positieve initiatieven in regelgeving verankeren (bvb. delen van ruimte in nieuwe/gerenoveerde gebouwen).
  30. 30. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 4. Slotwoord 30 4. SLOTWOORD
  31. 31. EINDVERSLAG PROJECT » DE DELENDE STAD « — 4. Slotwoord 31 Dankzij dit traject werden heel wat inzichten opgehaald over de rol van de stad in een toekomstige duurzame deeleconomie. Het potentieel van de deeleconomie, met haar brede waaier aan vormen en mogelijkheden, werd opnieuw bevestigd. Lokale besturen staan vaak nog aan het begin van een brede implementatie van deeleconomie in hun beleid. Al groeit het besef dat de verschuiving van bezit naar gebruik al enkele jaren werd ingezet en nog aan vaart zal winnen. Net als haar partners zoekt ook de stad Antwerpen verder via nieuwe piloot­projecten naar de mogelijkheden in de toekomst.
  32. 32. Colofon Redactie Stadslab2050: Luk Lafosse AMS: Roel De Rijck Stadsbeheer stad Antwerpen: Lise Belmans, Sigrid Van Lokeren, Annelies Jacobs, Stien Mercelis Samenlevingsopbouw: Joke Verlaet, Hafida Dalaa, Ellen Van Doren Fotografie Frederik Beyens, Jonathan Ramael, AMS, Samenlevingsopbouw, stad Antwerpen Lay-out Duall, Benjamin Martijn

×