Tom vandenberghe werkdocument
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Tom vandenberghe werkdocument

on

  • 718 views

werkdocument

werkdocument

Statistics

Views

Total Views
718
Views on SlideShare
707
Embed Views
11

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 11

http://www.slideshare.net 10
http://0-eetstoornissen-0.wikidot.com 1

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft Word

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Tom vandenberghe werkdocument Document Transcript

  • 1. Inhoud TOC o "1-3" h z u Voldoet Fairburns Enhanced cognitive behavioral therapy voor eetstoornissen (de Jong & Daansen, 2009, p. 262-278)? PAGEREF _Toc293401711 h 2Context PAGEREF _Toc293401712 h 2De auteur: PAGEREF _Toc293401713 h 2De structuur: beschrijft kort hoe het artikel globaal is opgedeeld. PAGEREF _Toc293401714 h 4Lijsten PAGEREF _Toc293401715 h 5Interessante bronnen die je nog wil doornemen PAGEREF _Toc293401716 h 5Met organisaties betrokken bij het thema PAGEREF _Toc293401717 h 5Met specialisten PAGEREF _Toc293401718 h 5Definities en moeilijke woorden PAGEREF _Toc293401719 h 5Korte synthese: PAGEREF _Toc293401720 h 6Excel opdracht 1 PAGEREF _Toc293401721 h 7Excel opdracht 2 PAGEREF _Toc293401722 h 8Excel opdracht 3 PAGEREF _Toc293401723 h 8Krantenartikels PAGEREF _Toc293401724 h 9organisatie sociale kaart PAGEREF _Toc293401725 h 9Tekstkritiekmodel organisatie sociale kaart: ANBN PAGEREF _Toc293401726 h 9herstellingskritiek PAGEREF _Toc293401727 h 9oorsprongskritiek PAGEREF _Toc293401728 h 9interpretatiekritiek PAGEREF _Toc293401729 h 9bevoegdheidskritiek PAGEREF _Toc293401730 h 9rechtzinnigheidskritiek PAGEREF _Toc293401731 h 10Wetgeving PAGEREF _Toc293401732 h 10FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID PAGEREF _Toc293401733 h 102 JUNI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 17, § 1, 7°, en 17ter, A, 7°, en B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen PAGEREF _Toc293401734 h 10Bron: PAGEREF _Toc293401735 h 13Politieke context PAGEREF _Toc293401736 h 14Bronnen PAGEREF _Toc293401737 h 16<br />Voldoet Fairburns Enhanced cognitive behavioral therapy voor eetstoornissen (de Jong & Daansen, 2009, p. 262-278)?<br />Bibliografie:<br />Daansen, P., & de Jong, M. (2009). Voldoet Fairburns Enhanced cognitive behavioral therapy voor eetstoornissen? Tijdschrift voor psychotherapie, 35 (4), 262-278.<br />Context <br />2. Bekijk en beschrijf de onmiddellijke context van het artikel. Wat is het geheel rond het artikel (uit welk vak-tijdschrift komt het precies, welke organisatie geeft dit uit,…) en beschrijft kort dit geheel.<br />Het artikel komt uit het tijdschrift voor psychotherapie. Dit tijdschrift geeft informatie over nieuwe ontwikkelingen in de psychotherapie. Dit zowel voor buitenlandse als binnenlandse ontwikkelingen, opleidingen, onderzoeken,… De artikels in dit tijdschrift komen voornamelijk uit Nederland en Vlaanderen. <br />Het redactiebureau van dit tijdschrift is van Max Lauteslager die zelf psycholoog is. De hoofdredacteur van het tijdschrift is Thijs de Wolf. De uitgeverij is Bohn Stafleu en van Loghum. Dit is de grootste uitgeverij voor de gezondheidszorg in Nederland.<br />Het tijdschrift bestaat vooral uit artikels van specialisten rond bepaalde psychotherapeutische problemen. Er is ook een forum aanwezig in het tijdschrift waar lezers vragen kunnen opsturen en deze worden dan beantwoord binnen dit forum.<br />De auteur:<br />Wie schreef het artikel? Wordt er in het artikel zelf informatie gegeven over de auteurs(s)?<br />Het artikel werd geschreven door Peter Daansen en Martie de Jong. In het artikel wordt in de voetnoot kort uitgelegd wie de auteurs. Namelijk dat men beiden klinisch psycholoog/psychotherapeut is en werkzaam is voor PsyQ als manager en psychotherapeut bij eetstoornissen & obesitas.<br />In het artikel werden ook twee bronnen gebruikt die reeds werden geschreven door deze auteurs:<br />Daansen, p., & Jong, M. de (in druk a). De cognitieve component. In S. Colijn, H? Snijders, M. Thunnissen, S. Bögels & W. Trijsburg (red.), Leerboek psychotherapie (h7). Utrecht: De tijdstroom.<br />Daansen, p., & Jong, M. de (in druk b). Cognitieve regulatie. In S. Colijn, H. Snijders, M. Thunnissen, S. Bögels & W. Trijsburg (red.), Leerboek psychotherapie (h31). Utrecht: De tijdstroom.<br />Wat vind je verder op internet over deze auteur(s). dit kan algemeen, maar probeer zeker ook de site van zijn werkplek?<br />Peter Daansen is psychotherapeut en ook initiatiefnemer van de actie ‘boulemia de baas’. Dit is een online behandel-programma. <br />Via de website van zijn werk zelf www.psyq.nl is er weinig informatie te vinden over de auteur zelf, er is zijn enkel drie verwijzingen naar geschreven teksten of bijdragen van Peter Daansen binnen een werk van PsyQ. En een verwijzing naar zijn voorzitterschap binnen PsyQ van een programmaraad. <br />Over Martie de Jong is er weinig tot niets van informatie te vinden over haar. Op de site van haar werk is slechts een verwijzing te vinden naar haar bijdrage in een artikel. <br />Wat vertellen de catalogi/databanken over de auteur(s); met andere woorden wat heeft deze auteur nog geschreven? <br />Libis: <br />Peter Daansen schreef ook 1 onderdeel van de reeks ‘Van A tot ggZ’. Namelijk het onderdeel leven met obesitas. En ook een onderdeel in de reeks ‘praktijkreeks gedragtherapie’, namelijk cognitieve gedragstherapie bij obesitas.<br />Van martie de jong is er niets te vinden binnen libis.<br />Springerlink:<br />Peter Daansen<br />Tijdschrift voor psychotherapie: Leven met obesitas, 2006, 32 (5), p 230-231<br />Directieve therapie: eetbuien en affectregulatie: het gebruik van dialectisch-gedragstherapeutische principes bij de behandeling van eetstoornissen, 2006, 26 (2), p 79-89<br />Tijdschrift voor psychotherapie: J.S. Beck (2005). Cognitive therapy for challenging problems. What to do when the basics don’t work, 2007 ,33 (4), p 181-183<br />Tijdschift voor psychotherapie: Johan Vanderlinden (2001). Boulimie en vreetbuien overwinnen. Een gids voor patiënt, gezin en hulpverlener, 2002, 28 (6), p 207-209<br />Tijdschrift voor psychotherapie: the anxious brain. The neurobiological basis of anxiety disorders and how to effectively treat them. 2008, 34(4), p 311-313<br />Psychopraxis: leven met obesitas, 2010, 2010 (2), p 22-25<br />Psychopraxis: boulimiadebaas: behandeling via het internet, 2008, 10(1), p 39-44<br />Tijdschrift voor psychotherapie: nieuwe ontwikkelingen in de cognitieve gedragstherapie, 2008, 34(2), p 125-135<br />Tijdschrift voor psychotherapie: handboek eetstoornissen, 2003, 29(6), p 307-309<br />Tijdschrift voor psychotherapie: treatment manual for anorexia nervosa. A family-based approach, 2004, 30(6), p 270-272<br />Martie de jong:<br />Directieve therapie: de module zelfbeeld in een groep: werkwijze en eerste bevindingen, 2006, 26(4), p 157-165<br />De structuur: beschrijft kort hoe het artikel globaal is opgedeeld. <br />Kent het een duidelijke structuur, is die logisch; of is het een lange doorlopende tekst?<br />De structuur is logisch opgebouwd. Men begint met een inleiding en legt kort de therapie uit om vervolgens een kritische reflectie te brengen over deze therapie en als slot een conclusie te formuleren. Het betreft ook geen doorlopende tekst waardoor het gestructureerd is in onderdelen. En ook twee afbeeldingen om de therapie te schetsen.<br />Wat zijn de tussentitels?<br />inleiding<br />behandeling van eetstoornissen<br />anorexia nervosa<br />boulimia nervosa<br />eetbuistoornis<br />gemeenschappelijke kenmerken<br />transdiagnostiek<br />gefocuste behandeling of breed?<br />Effectiviteit<br />Kritiek<br />Mogelijke complicaties<br />Zijn het transdiagnostische model en CBT-E echt vernieuwend?<br />Conclusie<br />Hoe worden de referenties opgemaakt respectievelijk in de tekst en in de bronnenlijst?<br />Er wordt gebruik gemaakt van de APA stijl, namelijk in de tekst wordt de naam van de organisatie of de auteur genoteerd gevolgd door het jaar van publicatie dit alles tussen haakjes. In de bronnenlijst zelf worden de regels van APA ook gevolgd. <br />Wat valt je verder nog op inzake structuur?<br />de tekst wordt verduidelijkt dankzij enkel figuren om het model van Fairburns makkelijk uit te leggen. In de inleiding wordt vooral veel verwezen naar andere werken. <br />5. neem het artikel verder strikt vormelijk door. Verlies je niet in de inhoud. Daar is het niet om te doen. Onderlijn of breng kleur aan volgens een eigen logisch systeem. Bv. verwijzingen naar gedrukte en digitale bronnen onderlijn je, specialisten kleur je rood, essentiële begrippen, definities en moeilijke woorden kleur je geel, namen van instellingen of organisaties kleur je groen. <br />Zie pfd bestanden<br />Lijsten <br />Interessante bronnen die je nog wil doornemen <br />Daansen, P. , & Jong, M. de (in druk a). De cognitieve component. In S. Colijn, H. Snijders, M. Thunnissen, S. Bögels & W. Trijsburg (red.), Leerboek psychotherapie (H7). Utrecht: De Tijdstroom.<br />Daansen, P., & Jong, M. de (in druk b). Cognitieve regulatie. In S. Colijn, H. Snijder, M. Thunnissen, S. Bögels & W. Trijsburg (red.), Leerboek psychotherapie (H31). Utrecht: De Tijdstroom.<br />Goodsitt, A. (1997). Self psychology and the treatment of anorexia nervosa. In D.M. Garner & P.E. Garfinkel (Eds.), Handbook of treatment for eating disorder. New York: Guilford press.<br />Samoilov, A., & Goldfried, M.R. (2000). Role of emotions in cognitive-behavior therapy. Clinical Psychology: Science and Practice, 7, 373-385.<br />Trombos-instituut (2006). Multidisciplinaire richtlijn Eetstoornissen. Utrecht: Trimbos instituut.<br />Met organisaties betrokken bij het thema <br />WHO<br />Trimbos-instituut<br />Met specialisten<br />Christopher Fairburn<br />Vandereycken<br />Hill<br />Greenberg<br />Lietaer<br />Noordenbos<br />Seubring<br />Definities en moeilijke woorden<br />BMI: body mass index<br />WHO: wereldgezondheidsorganisatie<br />DMS-IV: diagnostic and statistical manual of mental disorders<br />Binge eating disorder (BED): eetbuistoornis<br />Transdiagnostisch model: naast individuele verschillen tussen patiënten komen ook gemeenschappelijke mechanismen voor volgens dit model<br />Purgeergedrag: ledigen van de maag<br />Dichotoom redeneren: foutieve gedachtegang die een negatief zelfbeeld in stand houdt of versterkt<br />Enchanced cognitive behavior therapy (CBT-E)<br />Gefocuste vorm (CBT-Ef): voornamelijk richt op kernpathologie<br />Bredere visie (CBT-Eb): voor complexe gevallen met de additionele pathologie, nl. extreem perfectionisme, basaal lage zelfwaardering, stemmingsintolerantie en interpersoonlijke problemen. <br />Monitoring: het checken van lichaamsvorm door in de spiegel te kijken, wegen, bestudering van de buik na eten of juist vermijden zichzelf in spiegel te zien .<br />Korte synthese: <br />In dit artikel wordt de nieuwe aanpak van Fairburn uitgelegd. Dit is een cognitieve benadering van de behandeling van eetstoornissen, CBT-E. Deze behandeling is gebaseerd op zijn transdiagnotische theorie in verband met eetstoornissen. De sterke en zwakke kanten van de behandeling worden getoond. <br />Volgen Fairburn zou elke behandeling moeten starten met CBT-E. Als er niet snel een verbetering optreedt wordt geadviseerd om de therapie te vervangen door een meer ervaringsgeoriënteerde therapie zoals het schematherapie of COMET.<br />Schematherapie:<br />Een therapeutische behandeling die gericht is op patiënten met moeilijk behandelbare psychische stoornissen zoals o.a. persoonlijkheidsstoornissen. Schematherapie is een therapeutische benadering waarin elementen uit cognitieve, gedragstherapeutische en psychody-namische modellen, hechtings- en Gestalt-modellen met elkaar worden gecombineerd. De therapie heeft als doel oude disfunctionele schema's bij patiënten te onderkennen en te doorbreken. De therapie wordt tegenwoordig gezien als een effectieve behandeling voor een breed scala van psychische problemen, vooral ook voor patiënten die voorheen moeilijk te behandelen waren. <br />COMET:<br />Deze studie evalueert een korte trapsgewijze cognitief-gedragsinterventie voor de behandeling van laag zelfrespect van patiënten met een eetstoornis. COMET is gebaseerd op inzicht en bevinden van experimentele psychologie. <br />Excel opdracht 1<br />Excel opdracht 2<br />Excel opdracht 3<br />Krantenartikels<br />Zelfs 7-jarigen ongelukkig met hun lijf'uit: Het Nieuwsblad, 22/02/2011, p.16<br />Preventie en behandeling anorexia moet beteruit: Het Belang van Limburg, 18/02/2011, p.5<br />Hulp voor kinderen met eetstoornis blijft uituit: Gazet van Antwerpen, 18/02/2011, p.7<br />Mechelen steunt mensen met eetstoornissenuit: Het Nieuwsblad, 14/02/2011, p.70<br />inloopmobiel eetstoornissenuit: Gazet van Antwerpen, 14/02/2011, p.70<br />organisatie sociale kaart<br />Tekstkritiekmodel organisatie sociale kaart: ANBN<br />herstellingskritiek<br />De organisatie ANBN (vereniging Anorexia Nervosa- Boulimia Nervosa) bestaat uit vrijwilligers en een deeltijds psychologe. Het zijn dan ook deze mensen die de site beheren met copyright aan de verenging AN-BN vzw. <br />oorsprongskritiek<br />De informatie die men publiceert op de site is betrouwbaar, men refereert steeds naar de schrijver van de teksten en dit blijken meestal professoren te zijn. Er zijn vooral literatuurbronnen maar ook getuigenissen van personen met een eetstoornis. De organisatie is ook opgericht door ouders van kinderen met eetstoornissen waardoor deze verhalen door hen geschreven zijn. De auteur stelt vooral een objectieve kijk op de zaak. Deze heeft informatie uit verschillende literatuurbronnen over wat anorexia en boulimia nu precies is. Er zijn ook enkele subjectieve getuigenissen aanwezig wat zorgt dat de drempel lager wordt. <br />interpretatiekritiek<br />De auteur neemt meestal niet zelf een standpunt in maar bundelt informatie van verschillende professoren. Uiteraard zijn deze vooral van mening dat er iets moet worden gedaan aan eetstoornissen. De auteur zelf produceert geen eigen mening in de termen van ‘ik denk’. Als er al een eigen mening geformuleerd wordt dan is het uit eigen ervaring als ex-patiënt van eetstoornissen. <br />bevoegdheidskritiek<br />De auteur is betrokken partij in de zin dat hij meestal zelf een ouder is van een kind met eetstoornissen, er is ook een medewerker die zelf eetstoornissen had en er zijn ook professionelen in de organisatie zoals psychologen. Bij de meesten ligt deze problematiek dus nauw aan het hart. De meeste auteurs zijn zelf geen deskundige in de zin van professioneel maar wel ervaringsdeskundige. Maar de teksten die ze publiceren komen vooral van andere professoren waardoor het wel deskundige informatie is die op de site verschijnt. <br />rechtzinnigheidskritiek<br />De auteur houdt ook geen informatie achter, er zijn allerlei linken te vinden naar andere sites met meer uitleg en de referentie van de oorspronkelijke auteurs van de teksten zijn ook steeds aanwezig waardoor je steeds meer informatie kunt opzoeken. <br />Wetgeving<br />FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID<br />2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 17, § 1, 7°, en 17ter, A, 7°, en B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen<br />ALBERT II, Koning der Belgen,Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.<br />Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003, 9 juli 2004, 27 april 2005 en 27 december 2005, en § 2, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997, en bij de wet van 10 augustus 2001;<br />Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;<br />Gelet op het voorstel van de Technische geneeskundige raad, gedaan tijdens zijn vergadering van 28 april 2009;<br />Gelet op het advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 28 april 2009;<br />Gelet op de beslissing van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen van 22 juni 2009;<br />Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 22 juli 2009;<br />Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 27 juli 2009;<br />Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 oktober 2009;<br />Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 19 november 2009;<br />Gelet op advies 47.521/2 van de Raad van State, gegeven op 3 maart 2010;<br />Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,Hebben Wij besloten en besluiten Wij :<br />Artikel 1. In artikel 17, § 1, 7°, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 oktober 1998 en 27 februari 2002, worden de volgende verstrekking en toepassingsregels ingevoegd na de verstrekking 455711-455722 :« 455895-455906<br />Onderzoek uitgevoerd met radiologische absorptiometrie met dubbele energie (Dual Energy X-ray Absorptiometry : DXA) om de T-score te berekenen ter hoogte van de lumbale wervelkolom (L1-L4 of L2-L4) en van de heup (volledige zone of zone van de hals) … . . N 72Het onderzoek wordt vergoed bij volgende patiënten :1° groep 1 : vrouwen van meer dan 65 jaar met een familiale geschiedenis van osteoporose namelijk een heupfractuur bij familie van de eerste of tweede graad;<br />2° groep 2 : ongeacht de leeftijd of het geslacht, indien één of meer van de volgende risicofactoren aanwezig zijn :a) niet oncologische low impact wervelfractuur;b) antecedent van een perifere low impact fractuur met exclusie van fractuur ter hoogte van vingers, tenen, schedel, gelaat of van de cervicale wervelzuil;c) patiënten met een voorgeschreven corticotherapie van meer dan drie maand opeenvolgend aan een equivalent van > 7.5 mg prednisolone/dag;d) oncologische patiënten onder anti-hormonale therapie of in menopauze als gevolg van de oncologische therapie;e) patiënten met minstens één van de volgende risico aandoeningen :<br />1° reumatoïde artritis;<br />2° evolutieve niet behandelde hyperthyreoïdie;<br />3° hyperprolactinemie;<br />4° langdurig hypogonadisme (inbegrepen therapeutische orchidectomie of langdurige behandeling met een « gonadotrophine-releasing-hormone » (GnRH) analoog);<br />5° renale hypercalciurie;<br />6° primaire hyperparathyreoïdie;<br />7° osteogenesis imperfecta;<br />8° Ziekte/Syndroom van Cushing;<br />9° <anorexia> nervosa met Body Mass Index < 19 kg/m2;<br />10° vroegtijdige menopauze (< 45 jaar).<br />Het onderzoek kan herhaald worden na vijf jaar volgens dezelfde toepassingsregels.De aanvragende arts deelt in alle gevallen de volgende klinische risicovariabelen mee aan de uitvoerende arts namelijk de exacte leeftijd, het geslacht, het gewicht, de lengte, al dan niet vroegere fracturen, heupfracturen bij verwanten tot de tweede graad, roken, gebruik van corticoïeden, reumatoïede arthritis, secundaire osteoporosis en het gebruik van meer dan 3 eenheden alcohol per dag.<br />De uitvoerende arts is vergund door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en voldoet aan de regelgeving van het ARBIS (koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen).<br />De DXA-resultaten worden uitgedrukt onder vorm van gestandaardiseerde BMD-waarden.De uitvoerende arts berekent op basis van de uitslag van de osteodensitometrie en van de klinische risicovariabelen meegedeeld door de aanvrager met behulp van het FRAX-algoritme een globaal fractuurrisico.<br />Frax is een algoritme ontwikkeld door het Wereldgezondheidsorganisatie Collaborating Centre for Metabolic Bone Diseases, gelocaliseerd in de University of Sheffield Medical School die een 10 jarige probabiliteit op een fractuur berekent en uitdrukt in een percentage. »Art. 2. In artikel 17ter, A, 7°, van dezelfde bijlage, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 oktober 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1994 en 9 oktober 1998, worden de volgende verstrekking en toepassingsregels ingevoegd na de toepassingsregel die volgt op de verstrekking 466690-466701 :« 466616-466620<br />Onderzoek uitgevoerd met radiologische absorptiometrie met dubbele energie (Dual Energy X-ray Absorptiometry : DXA) om de T-score te berekenen ter hoogte van de lumbale wervelkolom (L1-L4 of L2-L4) en van de heup (volledige zone of zone van de hals) … . . N 72Het onderzoek wordt vergoed bij volgende patiënten :1° groep 1 : vrouwen van meer dan 65 jaar met een familiale geschiedenis van osteoporose namelijk een heupfractuur bij familie van de eerste of tweede graad;<br />2° groep 2 : ongeacht de leeftijd of geslacht; indien één of meer van de volgende risicofactoren aanwezig zijn :a) niet oncologische low impact wervelfractuur;b) antecedent van een perifere low impact fractuur met exclusie van fractuur ter hoogte van vingers, tenen, schedel, gelaat of van de cervicale wervelzuil;c) patiënten met een voorgeschreven corticotherapie van meer dan 3 maand opeenvolgend aan een equivalent van > 7.5 mg prednisolone/dag;d) oncologische patiënten onder anti-hormonale therapie of in menopauze als gevolg van de oncologische therapie;e) patiënten met minstens één van de volgende risico aandoeningen :1° reumatoïde artritis;2° evolutieve niet behandelde hyperthyreoïdie;<br />3° hyperprolactinemie;<br />4° langdurig hypogonadisme (inbegrepen therapeutische orchidectomie of langdurige behandeling met een « gonadotrophine-releasing-hormone » (GnRH) analoog);<br />5° renale hypercalciurie;<br />6° primaire hyperparathyreoïdie;<br />7° osteogenesis imperfecta;<br />8° Ziekte/Syndroom van Cushing;<br />9° <anorexia> nervosa met Body Mass Index < 19 kg/m2;<br />10° vroegtijdige menopauze (< 45 jaar).<br />Het onderzoek kan herhaald worden na vijf jaar volgens dezelfde toepassingsregels.De uitvoerende arts is vergund door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en voldoet aan de regelgeving van het ARBIS (koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen).<br />De DXA-resultaten worden uitgedrukt onder vorm van gestandaardiseerde BMD-waarden.De uitvoerende arts berekent voor zijn/haar patiënt op basis van de uitslag van de osteodensitometrie en van de klinische risicovariabelen (namelijk de exacte leeftijd, het geslacht, het gewicht, de lengte, al dan niet vroegere fracturen, heupfracturen bij verwanten tot de tweede graad, roken, gebruik van corticoïeden, reumatoïede arthritis, secundaire osteoporosis en het gebruik van meer dan 3 eenheden alcohol per dag), met behulp van het FRAX-algoritme een globaal fractuurrisico.Frax is een algoritme ontwikkeld door het Wereldgezondheidsorganisatie Collaborating Centre for Metabolic Bone Diseases, gelocaliseerd in de University of Sheffield Medical School die een 10 jarige probabiliteit op een fractuur berekent en uitdrukt in een percentage. »Art. 3. Artikel 17ter, B, van dezelfde bijlage, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 oktober 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1994, 18 februari 1997, 31 augustus 1998, 9 oktober 1998, 30 mei 2001 en 27 maart 2003, wordt aangevuld als volgt :« r) 466616-466620, als ze wordt verricht door een geneesheer-specialist voor reumatologie of voor nucleaire geneeskunde. »Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.Art. 5. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.<br />Gegeven te Nice, 2 juni 2010.ALBERT<br />Van Koningswege :De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie,Mevr. L. ONKELINX<br />Bron:<br />Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 17, § 1, 7°, en 17ter, A, 7°, en B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. 2 juni 2010. Laurette Onkelinx.<br />Politieke context<br />Groen! roept Vlaamse overheid op om ZORRA opnieuw structureel te ondersteunen<br />door Mieke Vogels (Groen!) op 10 november 2008 in "Gezin, welzijn en zorg"<br />Groen! wil dat de Vlaamse Minister voor Gelijke kansen ZORRA opnieuw structureel ondersteunt en dit met een jaarlijkse subsidie van 60.000 euro. Een habbekrats in vergelijking met de miljoenen die geïnvesteerd werden in de beeldvorming over het BAM project en een kruimel in het budget van de rijke Vlaamse regering. Op 11 november tijdens de Vrouwendag zal Groen! deze eis op tafel leggen. Ook in het Groen!-programma voor de Vlaamse verkiezingen van 2009 zal beeldvorming over vrouwen worden opgenomen.<br />Er schort wat met onze beeldvorming over vrouwen. Als Barbie een echte vrouw was, dan kon die vrouw enkel op handen en voeten lopen want met haar proporties kan ze niet rechtop staan. Als etalagepoppen echte vrouwen waren, dan zouden hun heupen te smal zijn om kinderen te baren. Marilyn Monroe had maat 46 maar onze hedendaagse rolmodellen wurmen zich in een maatje 34. Zeventig procent van de vrouwen voelen zich schuldig na drie minuten in een vrouwenblad gebladerd te hebben. Je zou voor minder als je dag in, dag uit met je afwijkingen van het niet te bereiken ideaal wordt geconfronteerd.<br />De relatie van vrouwen met hun lichaam is vaak complex en soms zelfs problematisch. Uit een internationaal Dove-onderzoek in samenwerking met de Harvard universiteit waarbij 4000 vrouwen tussen 15 en 64 jaar werden aangesproken, bleek dat slechts 2% van de vrouwen over de hele wereld zichzelf mooi vindt. Reeds vanaf 12 jaar starten velen met het dragen van make-up, het volgen van diëten of het ontwikkelen van eetstoornissen. En 1 op de 10 vrouwen zegt ooit te kampen hebben gehad met een of andere eetstoornis, zoals anorexia of (vr)eetbuien. 67% van de vrouwen voelt zich dermate onzeker over het uiterlijk dat ze moeite hebben om bepaalde activiteiten uit te voeren, zoals naar school gaan, sporten of simpelweg hun mening geven. Veel vrouwen hebben het blijkbaar moeilijk om hun lichaam te aanvaarden zoals het is.<br />Het wordt hen daarbij echter niet gemakkelijk gemaakt door de maatschappij en door de media en reclamewereld in het bijzonder. Er worden steeds hogere en onrealistischere eisen aan het uiterlijk van vrouwen opgelegd. Fotomodellen wegen vandaag gemiddeld 23% minder dan de gemiddelde vrouw, terwijl ze wel worden voorgesteld als het ideaal. Ter vergelijking, de gemiddelde Belgische vrouw weegt 66,7kg en dat voor een lengte van 164,5m. Knijp daar dan 23% vanaf en de ideale vrouw weegt nog amper 50 kg.<br />Voor de gewone vrouw in de straat wordt het dan ook hoe langer hoe moeilijker om te beantwoorden aan de perfectie uit de modebladen. Vóór je 18e verjaardag word je overspoeld door gemiddeld 200.000 reclameboodschappen. 200.000 perfect geretoucheerde lijven, dagelijks op je netvlies: daar moet wel iets van blijven hangen.<br />Groen! vindt het dan ook belangrijk om tegengas te geven en vrouwen weerbaar te maken tegen dit spervuur van onrealistische vrouwbeelden. We moeten onze dochters leren dat er niets mis is met een met een buikje of met borsten die niet voldoen aan de Playboy-normen. “Ik pas niet in het plaatje, so what?”, dat is de gezonde en zelfbewuste houding die Groen! bij vrouwen wil stimuleren.<br />Kritisch kijken naar en reageren op vrouwonvriendelijke of rolbevestigende beelden in media en reclame kan daarbij helpen. Met dit doel werd in 1996 ZORRA opgericht: Zien, Opsporen en Reageren op Reclame en Advertenties, een denktank en mediawaakhond inzake gender en reclame. ZORRA organiseerde van 1999 tot en met 2006 ook een jaarlijkse publieksprijs voor roldoorbrekende of vrouwvriendelijke reclame die veel weerklank kende in de pers en reclamewereld en bij het grote publiek. ZORRA was een goed draaiend project en werd alom als gesprekspartner inzake man/vrouwbeelden in media en reclame gerespecteerd.<br />In 2006 werden alle subsidies aan ZORRA echter stopgezet door de Vlaamse Regering. Ook de Publieksprijs werd vanaf dan niet meer georganiseerd wegens een gebrek aan middelen. In september 2008 heeft het Europees parlement echter een resolutie aangenomen die de lidstaten vraagt de nodige initiatieven te nemen tegen seksistische beledigingen of een vernederend beeld van vrouwen en mannen in reclame en marketing. In de resolutie wordt expliciet gesteld dat het beeld dat marketing en reclame ophangen van het ideale lichaam, een nadelige invloed kan hebben op het gevoel van eigenwaarde en worden reclamemakers opgeroepen om voorzichtig te zijn met het tonen van bijzonder magere vrouwen om reclame te maken voor producten. Ook wordt het belang benadrukt van goede voorbeelden in de media en reclamewereld.<br />Heel concreet vraagt het Europees Parlement ook dat de lidstaten officieel een prijs van reclamemakers voor reclamemakers en een publieksprijs toekennen om reclame te belonen die het best genderstereotypen doorprikt en een positief of opwaarderend beeld schetst van vrouwen, mannen of de relaties tussen vrouwen en mannen. Met andere woorden, net wat ZORRA al sinds 1999 deed, maar dus wegens een gebrek aan financiële ondersteuning door de Vlaamse Regering moest stopzetten. Vlaanderen was op dit vlak de beste van de Europese klas, maar we hebben onze voorsprong vrijwillig opgegeven omdat er opeens andere prioriteiten waren.<br />Bronnen<br />Daansen, p., & Jong, M. de (in druk a). De cognitieve component. In S. Colijn, H? Snijders, M. Thunnissen, S. Bögels & W. Trijsburg (red.), Leerboek psychotherapie (h7). Utrecht: De tijdstroom.<br />Daansen, p., & Jong, M. de (in druk b). Cognitieve regulatie. In S. Colijn, H. Snijders, M. Thunnissen, S. Bögels & W. Trijsburg (red.), Leerboek psychotherapie (h31). Utrecht: De tijdstroom. <br />Daansen, P., & de Jong, M. (2009). Voldoet Fairburns Enhanced cognitive behavioral therapy voor eetstoornissen? Tijdschrift voor psychotherapie, 35 (4), 262-278.<br />Goodsitt, A. (1997). Self psychology and the treatment of anorexia nervosa. In D.M. Garner & P.E. Garfinkel (Eds.), Handbook of treatment for eating disorder. New York: Guilford press.<br />Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 17, § 1, 7°, en 17ter, A, 7°, en B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. 2 juni 2010. Laurette Onkelinx.<br />Samoilov, A., & Goldfried, M.R. (2000). Role of emotions in cognitive-behavior therapy. Clinical Psychology: Science and Practice, 7, 373-385.<br />Trombos-instituut (2006). Multidisciplinaire richtlijn Eetstoornissen. Utrecht: Trimbos instituut.<br />