1gezondheidsvoorlichtingengedragsverandering brug 1_466917

7,631 views

Published on

Published in: Education
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
7,631
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
9
Actions
Shares
0
Downloads
160
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

1gezondheidsvoorlichtingengedragsverandering brug 1_466917

  1. 1. Gezondheidsvoorlichtingen gedragsverandering Deel 1 van 2 : Hoofdstuk 1 t/m 6 Ook verkrijgbaar : Deel 2 : Hoofdstuk 7 tot en met 13Bronvermelding:Titel: Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering : Een planmatigeaanpakVijfde drukAuteurs: J. Brug, P. van Assema en E.H.S. LechnerUitgever: Koninklijke Van Gorcum BVISBN: 9789023243366Aantal pagina’s boek: 356Aantal hoofdstukken boek: 13De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Jedient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat welnastreeft. Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden altijd aanhet bijbehorende studieboek erbij te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel worden diverseverwijzingen gemaakt naar het studieboek op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2008 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden.De uitgever van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragenkan je je wenden per email aan info@studentsonly.nl.
  2. 2. InhoudsopgaveDeel 1 De theorie van planmatige gezondheidsvoorlichtingHoofdstuk 1 Planmatige bevordering van gezond gedrag pag. 3Hoofdstuk 2 Analyse van volksgezondheid pag. 6Hoofdstuk 3 De analyse van gedrag pag. 9Hoofdstuk 4 Determinanten van gedrag pag. 11Hoofdstuk 5 Interventieontwikkeling pag. 14Hoofdstuk 6 Theorieën en methodieken van verandering pag. 16www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 2Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  3. 3. Hoofdstuk 1 Planmatige bevordering van gezond gedrag1.1Gezondheidsvoorlichting: een verzamelnaam voor verschillende activiteiten die zijn gerichtop bevordering van gezond(er) gedrag bij mensen. Kenmerken: mensen veranderen opvrijwillige basis, multidisciplinaire aanpak; enerzijds gericht op analyse vangezondheidsproblemen binnen de samenleving (de oorzaken van bepaald gedrag wordenonderzocht), anderzijds op beïnvloeding van gedrag waarbij begrip moet zijn voor de wijzewaarop de maatschappij is gestructureerd (er wordt gewerkt aan de hand van theorieën enmodellen). Aanpak is dus planmatig.1.2Primaire interventie: problemen waarvan de oorzaken bekend zijn, kunnen wordenaangepakt door mensen te wijzen op risicofactoren. Hiermee wordt een bepaaldgezondheidsprobleem gericht voorkomen. Secundaire preventie/vroegtijdige opsporing:gericht op het tijdig onderkennen van bepaalde aandoeningen, waardoor behandeling (nog)goed mogelijk is. Dit moet gebeuren middels goede (zelf)testen.Tertiaire preventie/zorg: na de diagnose wordt getracht de gevolgen van de ziekte/handicapzoveel mogelijk te beperken. Naast cure gaat het hier om care.Hoe wordt dit bereikt? - Voorlichting gericht op vrijwillige gedragsverandering: interventies en voorlichtingsprogramma’s. Het gaat om meer dan overdragen van informatie. - Regelgeving, sancties en controle: gezond gedrag wordt door de overheid afgedwongen. - Voorzieningen die gericht zijn op het mogelijk/makkelijker maken van gezond gedrag.Gezondheidsbevordering: voor een effectieve aanpak van de volksgezondheid is hetbelangrijk dat er een heel pakket is van maatregelen op het gebied vanvoorlichting/voorzieningen/regelgeving. Frustrerend hierbij zijn de zaken die juist nietbevorderend zijn (overheid verdient via accijns ook aan ongezond gedrag). Er spelen veelverschillende belangen mee. GVO= gezondheidsvoorlichting en –opvoeding.1.3Ecologische benadering: gericht op omgevingsfactoren en sociale groepsvorming. Ditbepaald voor een groot deel het gedrag van een individu. Educatieve benadering: gericht opvoorlichting aan individuen. Momenteel steeds meer aandacht voor ecologische benadering.Doelgroepen voor gezondheidsvoorlichting:Individueel niveau; lokaal niveau; groepsniveau (=interpersoonlijk); organisatieniveau ensamenlevingsniveau. (Richard, Potvin e.a. 1996.)Aanpak gericht op al deze doelgroepen is uiteraard het meest effectief. Verschillendedoelgroepen oefenen invloed op elkaar uit.1.4Op basis van nieuwe inzichten is een eenvoudig model ontwikkeld voorgezondheidsinterventies.Zie figuur 1.1; hfst 1; blz 23; het Model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting enGedragsverandering; Kok, Schaalma en Brug.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 3Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  4. 4. In dit model zien we terug dat voorlichting een systematische aanpak vereist aan de hand vanmodellen/protocollen. Er zijn vijf stappen te doorlopen binnen deze aanpak beginnend bijanalyse van het gezondheidsprobleem en eindigend bij een evaluatie van de interventie en degekozen aanpak + de resultaten.1.5Het model is vooral nuttig omdat in de praktijk belangrijke stappen vaak wordenovergeslagen. Het model geeft dus een lijstje van stappen die je af kunt lopen om te zien of ergeen essentiële onderdelen zijn weggelaten. Het gaat daarbij vooral om het stellen van devragen: welk probleem, welke oorzaken/determinanten, welke aanpak past daarbij? Hetmaken van een juiste analyse is van groot belang. Wanneer dit niet gebeurt, bestaat de kansdat de verschillende onderdelen binnen het model niet op elkaar aansluiten. Dit zijn valkuilen.1.6Vooral de eerste twee stappen van het model (analyse van het probleem en het gedrag) vragenom aandacht: hierbij moet gewerkt worden met een heldere vraagstelling (1); er moetliteratuuronderzoek worden gedaan (2); er dient veel gebruik te worden gemaakt vanbestaande kennis en ervaring (3); er dient gebruik te worden gemaakt van wetenschappelijketheorieën/modellen (4); aangevuld door eigen onderzoek (5); trek uit het voorgaandeconclusies ten aanzien van ontwikkeling van oplossingen en interventies (6).www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 4Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  5. 5. 1.7Ethische dilemma’s van gezondheidsvoorlichting: ondanks nadruk op vrijwillige veranderingvan gedrag kan het leiden tot beperking van de autonomie van individuen omdat mengefixeerd is op het bereiken van resultaat. Dit leidt tot paternalistisch denken bijgezondheidsvoorlichters: het medische model. Buchanan (2006) zet hier het hoger-onderwijsmodel tegenover, waarin meer aandacht is voor autonomie. Grenzen ten aanzien vaningrijpen in autonomie van individu zijn zeer lastig te bepalen; wanneer iemand met zijngedrag ook de gezondheid van anderen schaadt, moet worden ingegrepen. Of als iemand nietmeer in staat is autonoom te handelen (bij verslaving of ziekten/handicaps). Voorlichtingmoet over het algemeen vooral gericht zijn op het nemen van eigen verantwoordelijkheid.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 5Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  6. 6. Hoofdstuk 2 Analyse van volksgezondheid2.1Bij analyse van volksgezondheid gaat het om de hele bevolking; analyse zal dus vooralkwantitatief van aard zijn. Aantal factoren zijn bij het onderzoek van belang: tijd(gezondheid verandert); plaats (verschillen tussen woonplaatsen, streken); sociale groepen,leeftijdsgroepen.Zie tabel 2.1; hfst 2; blz 35; Omschrijving van kwantitatieve mate voor de beschrijving van destaat van de volksgezondheid; Kunst en Van Lenthe.2.2In Nederland is de levensverwachting gemiddeld in vergelijking met andere Europese landen.In Nederland is de ‘ervaren gezondheid’ (hoe gezond voelt men zich?) relatief hoog. Gewonelevensverwachting: hoeveel jaar zal iemand gemiddeld leven?Gezonde levensverwachting: hoeveel jaar zal iemand leven in goede gezondheid? Lengte enkwaliteit van het leven zijn dus allebei van belang als indicator voor volksgezondheid.Internationaal gezien wordt onderzoek hiernaar gemeten met de QALE (Quality AdjustedLife Expectancy). Uit onderzoek naar QALE blijkt dat niet alleen de levensverwachting in NLis toegenomen, ook de leeftijd waarop men ernstige beperkingen ondervindt wegensgezondheidsproblemen komt steeds hoger te liggen. Gezonde levensverwachting neemt dustoe. Dit heet: compressie van morbiditeit.2.3Doodsoorzaakspecifieke sterfecijfer: in statistieken worden de doodsoorzaken in Nederlandbijgehouden. Hieruit blijkt dat aantal sterfgevallen aan long- en borstkanker in Nederlandrelatief hoog is.Prevalentiecijfer: percentage mensen dat aan een bepaalde aandoening lijdt, maar daar nietaan sterft.Incidentie: aantal mensen dat in een bepaalde periode een aandoening krijgt, gemeten per1000/100 000 inwoners, gedeeld door totale levensjaren van die inwoners.Herstel- en overlijdenscijfers zijn daarna van belang om te weten hoeveel van deze mensenzijn hersteld of juist overleden.2.4Naast deze meetinstrumenten is ook het meten van de impact van bepaalde aandoeningen opde kwaliteit van het leven van belang: ziekte- en sterftelast.Verloren levensjaren: leeftijd van overlijden afgezet tegen de levensverwachting. Dit kanook nog in verband worden gebracht met een bepaalde aandoening. Als deze aandoeningbijvoorbeeld minder zou voorkomen, zou de gemiddelde levensverwachting een x aantal jarenstijgen.Ziektejaren: het aantal jaren dat verloren gaat aan de ziekte, waarbij de impact op dekwaliteit van het leven dus groot is (burden of disease). Het jaar waarin deze impact hetgrootste was, krijgt een lage wegingsfactor, waarbij de waarde 1 staat voor een ‘normaal jaar’wat betreft de kwaliteit van leven. Deze maat wordt DALY (Disability-Adjusted Life Years)genoemd.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 6Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  7. 7. Zie tabel 2.4; hfst 2; blz 45; De tien aandoeningen met de grootste impact (gemeten inDALY’s) op de volksgezondheid in Nederland in 2003; De Hollander e.a. 2006.Naast persoonlijke gevolgen hebben ziekten ook financiële impact op een samenleving.Psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie en depressie zijn de duurste ziekten inNederland.2.5Bij beoordeling van de volksgezondheid moet rekening worden gehouden met veranderingenin de tijd. Deze kunnen vaak historisch verklaard worden.Epidemiologische transitie: - vanaf 19e eeuw structurele stijging levensverwachting - sterfte aan infectieziekten neemt af, maakt plaats voor kanker, hart- en vaatziekten (1875-1920) - laatste fase (na 1970) wordt gekenmerkt door delayed degenerative diseases (=uitstel van sterfte naar hogere leeftijd). Deze ontwikkeling komt voort uit industrialisatie en stijging van de welvaart (verbeterde kwaliteit gezondheidszorg).CBS maakt aan de hand van algemene huidige ontwikkelingen prognoses voor de toekomst.Daarnaast zijn er projecties: aan de hand van verschillende scenario’s wordentoekomstbeelden gemaakt.Voor doelgroepgerichtheid bij gezondheidsvoorlichting is inzicht in aandoeningen endoodsoorzaken aan de hand van leeftijdsgroepen ook van belang. Aan de hand vanleeftijdonderzoek kan ook worden vastgesteld vanaf welke leeftijd mensen last krijgen vanbepaalde aandoeningen, ook kunnen verschillen tussen generaties opgemerkt worden. Aan dehand van dit soort onderzoeken kan een levensloopperspectief (de manier waarop groei,ontwikkeling en veroudering als levensfases in de gezondheid van een individu verlopen)worden beschreven.2.6Grote verschillen zien we tussen verschillende groepen in de samenleving als het gaat omgezondheid/gezonde en gewone levensverwachting. Gezondheidsvoorlichting kan als doelhebben deze ongelijkheid te verkleinen.Belangrijke persoonskenmerken die invloed hebben op de gezondheid: 1. Sociaaleconomische positie: maatschappelijke status heeft grote invloed op de gezondheid. Het houdt onder meer in: opleidingsniveau, inkomensniveau. De laagste inkomensgroepen die in slechte materiële omstandigheden wonen, kennen de meeste gezondheidsproblemen. Zie tabel 2.5; hfst 2; blz 50; Opleidingsverschillen in prevalentie van verschillende aandoeningen; De Hollander e.a. 2003 2. Geografie: de grootste verschillen worden waargenomen tussen buurten binnen steden en dorpen. Hangt samen met sociaaleconomische verschillen. 3. Etniciteit: er is een duidelijk verband tussen etniciteit en lage sociaaleconomische positie.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 7Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  8. 8. 2.7Informatiebronnen voor GVO-ers als het gaat om de volksgezondheid: CBS (statistieken enprognoses), Landelijke Studie (gegevens van huisartsen), persoons-enquetes,ziekenhuisgegevens, ziektespecifieke registraties (voorbeeld: Kankerregistratie), websites,rapporten/publicaties van de GGD.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 8Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  9. 9. Hoofdstuk 3 De analyse van gedrag3.1De vraag is in hoeverre gedrag verantwoordelijk is voor het ontstaan van eengezondheidprobleem. Bij interventies zal dit eerst moeten worden geanalyseerd. Hoe kan eenindividu door middel van gedrag een ziekte voorkomen?Zie tabel 3.1; hfst 3; blz 56; Doelen van de analyse van gedrag; Van Lenthe, Kunst en Brug.3.2Risicofactoren bij het ontstaan van een gezondheidsprobleem zijn onder te verdelen in 3groepen: Persoonskenmerken (1); leefstijl en gedrag (2); en omgevingsfactoren (3). Bij veelvoorkomende ziekten/aandoeningen in Nederland blijkt gedrag een belangrijke factor te zijn.Risicogedragingen: roken, veel alcoholgebruik, overgewicht (te weinig bewegen). Aangeziendit gedragingen zijn die veranderd kunnen worden, richt de Nederlandse GVO zich vooralhierop. Onder persoonskenmerken vallen onder meer: erfelijke factoren, psychische factorenen somatische factoren.3.3Epidemiologie houdt zich bezig met onderzoek naar verband tussen gezondheidsproblemenen het gedrag van de bevolking. Causaliteit is voor GVO van groot belang. Pas als dezebewezen is, heeft het zin om gedrag te beïnvloeden.Causaliteit wordt duidelijk aan de hand van 6 voorwaarden:tijdsrelatie (oorzaak moet vóór het gevolg plaatsvinden), biologische plausibiliteit (verbandmoet biologisch gezien ‘logisch’ zijn), sterkte van het verband, consistentie, analogie (uiteerder onderzoek komt naar voren dat dit verband reëel is), dosis-effectrelatie (mate vanrisicogedrag moet verband houden met mate van aandoening).Kenmerken bij ieder onderzoek epidemiologie: - Twee soorten onderzoeksontwerp: 1. Experimenteel: een interventiegroep en een controlegroep (at random geselecteerd), waarbij de ene groep wel wordt blootgesteld aan de risicofactor en de andere groep niet. Daarna volgt een vergelijking. 2. Observationeel: drie voorbeelden: prospectief cohort onderzoek (het volgen over een langere periode, waarbij er follow-ups zijn, van een groep mensen) (1); patiënt-controle- onderzoek (gevallen die een bepaalde aandoening hebben worden vergeleken met mensen die het niet hebben: cases versus controlepersonen) (2); dwarsdoorsnede/cross-sectional (vragenlijsten worden ingevuld door een willekeurige groep mensen) (3). Daarnaast vinden ook onderzoeken plaats die meer uitgaan van een ecologische benadering. - meetmethoden: standaard medische onderzoeksmethoden, vragenlijsten over gedrag (=subjectief en niet zo betrouwbaar); - variabelen die verstorend werken/ confounders: zogenaamde risicofactoren die als zodanig worden benoemd, maar die bij nader inzien geen causaliteit kennen. Zij kunnen ruis opleveren en bij ieder onderzoek dient men dus alert te zijn op het risico op confounders; - Externe validiteit: in hoeverre kunnen de uitkomsten worden gegeneraliseerd? Na ieder onderzoek bekijkt men of de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar grotere groepen mensen.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 9Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  10. 10. De kwaliteit van het onderzoek en de manier waarop het is uitgevoerd, geven informatie overde betrouwbaarheid van de uitkomst.3.4Verbanden tussen gedrag – gezondheidsprobleem kunnen uitgedrukt worden door middel vande maten van associatie.Zie tabel 3.2; hfst 3; blz 66; Maten van associatie; Van Lenthe, Kunst en BrugDe beste maat voor het GVO is de PAR, omdat deze een combinatie maakt van het RR(relatieve risico) en de prevalentie van een risicofactor.Correlatieanalyse/regressieanalyse: meting van de variatie in de mate waarin risicogedragaanwezig is, waardoor verband tussen het gedrag en het gezondheidsprobleem preciezer kanworden onderzocht.Correlatiecoëfficiënt: meet de sterkte van het verband (niet de grootte).Regressiecoëfficiënt: geeft de effecten aan op het gezondheidsprobleem bij afname oftoename van de risicofactor.3.5Incidentie en prevalentie zijn maten voor bepaalde ziektebeelden; deze termen zijn ook vantoepassing op het meten van risicofactoren. Zo kan er gesproken worden over de incidentie ofprevalentie van overmatig alcoholgebruik. Ongezond gedrag kan verschillen als we kijkennaar de factoren: geslacht, leeftijd, sociaaleconomische positie, geografie, tijd, etniciteit.Ongezond gedrag kent bijvoorbeeld ook een levensloopperspectief: bepaalde gedragingenkomen vaker voor in een bepaalde levensfase. Zo zijn er ook verschillen tussen de seksen.Mensen met een lage sociaaleconomische positie leven vaker ongezond.3.6Drie stappen bij het vaststellen van interventiedoelen: maak verschil tussen risicofactorendie met gedrag te maken hebben en overige risicofactoren (1); omschrijf zo nauwkeurigmogelijk het gedrag dat zou moeten veranderen. Soms zijn er meerdere risicogedragingen tebenoemen; bepaal dan waar de prioriteit ligt aan de hand van de maten van associatie (zoalsPAR) (2); bepaal de doelgroep (3).3.7GVO-er kan meestal niet zelf een uitgebreid epidemiologisch onderzoek opzetten om decausaliteit tussen gedrag en gezondheidsproblemen te onderzoeken. Er zijn welinformatiebronnen die geraadpleegd kunnen worden: overzichten van risicofactoren(Nationaal Kompas Volksgezondheid) ; websites met daarop de meest recentewetenschappelijke uitkomsten.Zie tabel 3.4; hfst 3; blz 72; Overzicht van enkele Nederlandse websites met informatie overrisicofactoren van de meest voorkomende aandoeningen; Van Lenthe, Kunst en Brug.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 10Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  11. 11. Hoofdstuk 4 Determinanten van gedrag4.1Wat zijn de belangrijkste factoren die het gedrag van mensen bepalen? Bijgedragsdeterminatieanalyse is het doel om inzicht te krijgen in hoe gedragsverandering totstand kan komen. Je moet er achterkomen welke determinanten belangrijk zijn én welkerelatief gemakkelijk veranderbaar zijn.4.2Over het ontstaan van gedrag bestaan verschillende theorieën: de Klassieke en OperanteConditioneringstheorie en de Sociaal-Cognitieve theorie. Deze gaan uit van gedrag alsreactie op een stimulus. Deze reacties vinden bewust of onbewust (niet-intentioneel) plaats.Gedrag in het verleden (past behaviour) kan dienen als indicatie voor gedrag in de toekomst.Ons gedrag kan daarnaast worden bepaald door: biopsychologische determinanten (genetischbepaald gedrag of verschillen man/vrouw). Verschil in factoren die direct of indirect invloeduitoefenen op gedrag wordt aangeduid met de termen: proximaal (directe invloed), distaal(meer indirect) en ultiem (indirect).4.3Persoonlijke en omgevingsdeterminanten staan centraal bij gezondheidsgedrag.Persoonlijke determinanten: - kennis en bewustzijn: mate van zelfkennis en aan-/afwezigheid van een bewuste houding ten aanzien van de eigen gezondheid en het gedrag; - eigen-effectiviteitsverwachting of waargenomen gedragscontroles: hoe schat iemand zichzelf in als het gaat om gedragsverandering? (Bandura 1986) en hoe moeilijk denkt die persoon dat het zal zijn?; - gedragsintentie: in hoeverre is iemand geneigd te willen veranderen? - risico-inschatting: in hoeverre denkt iemand dat hij zelf echt risico loopt als het gaat om bepaalde ziekten/aandoeningen? - attitude en uitkomstverwachtingen: attitudes zijn redelijk stabiel, beliefs geven aan welke verwachtingen iemand heeft, - subjectieve norm en ervaren sociale invloed: invloed van belangrijke personen en omgeving; wat anderen verwachten (normative beliefs) en in hoeverre iemand daaraan wil voldoen (motivation to comply); modelling: nadoen van gedrag dat men ziet in de eigen omgeving. - geanticipeerde spijt en morele verplichting: mate waarin iemand schuld en spijt ervaart wanneer hij niet voldoet aan bepaalde wensen en verwachtingen, en verantwoordelijkheidsgevoel. - Persoonlijkheidskenmerken: iemands karakter/persoonlijkheid bepaalt in hoeverre hij openstaat voor veranderingen e.d. Onderscheid tussen vijf persoonlijkheidskenmerken (Ajzen 2005): extraversion, conscientiousness, openness to experience, agreeableness, neuroticism.Omgevingsdeterminanten (basis voor de ecologische benadering): sociale omgeving,politieke omgeving, fysieke omgeving, economische omgeving.Sommige determinanten zijn meer direct van invloed dan anderen. Niveaus: mesoniveau(familie/nabije omgeving; contextbepalend); microniveau (directeomgeving waarin wordt geopereerd en alle factoren die daarbij een rol spelen); macroniveau(niveau van politiek en samenleving, economie).www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 11Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  12. 12. 4.4Determinanten staan in verband met elkaar. Er is sprake van wederzijdse beïnvloeding. Hunrelatie wordt aan de hand van verschillende modellen bestudeerd en ganalyseerd.Sociaal-Cognitieve Theorie: verwachtingen bepalen gedrag van de mens. Er is eendynamisch proces van beïnvloeding gaande tussen de persoon, de omgeving, en het eigengedrag (of: de aandoening). Verwachting komen vanuit de omgeving, maar ook vanuit depersoon zelf (self-efficacy)Zie figuur 4.1; hfst 4; blz 91; Wederzijds determinisme; BanduraMensen gedragen zich aan de hand van wederzijdse verwachtingen en beïnvloeding, maar ookvia modelling: kopiëren van gedrag van anderen of lering daaruit trekken. Voorts stelt eenmens zichzelf ook doelen, waarbij hij eigen strategieën ontwikkelt (self-control).Theorie van Gepland Gedrag: gedrag valt te voorspellen aan de hand van gedragsintentie.Ook hierbij spelen eigen intenties/opvattingen en die van anderen een doorslaggevende rol.Zie figuur 4.2; hfst 4; blz 92; Theorie van Gepland Gedrag; AjzenNa de intentie vindt uitvoering plaats; deze leidt tot feedback: uitvoering wordtteruggekoppeld naar de verwachtingen. Op die manier kan iemand zichzelf corrigeren en hetgedrag veranderen. Dit model heeft een voorspellende waarde wanneer het gedrag duidelijkgespecificeerd is in actie, doel van de actie, context, tijdstip.ASE model: Nederlands model dat lijkt op Theorie van Gepland Gedrag. ASE= Attitude,Sociale invloed, Eigen-effectiviteitsverwachting. Verschillen:ASE spreek niet specifiek over opvattingen van anderen (de subjectieve normen) maar oversociale invloed in het algemeen. Ook sociale druk en modelling worden meegenomen alsfactoren (1). Er wordt een andere term gebruikt voor Waargenomen gedragscontrole: eigen-effectiviteitsverandering. Inhoud van de termen is echter sterk gelijk (2).Het Health Belief Model : in hoeverre mensen openstaan voor preventie engedragsverandering uit gezondheidsbevorderende overwegingen hangt samen metwaargenomen dreiging en de voordelen die gedragsverandering zal opleveren versus denadelen.Zie figuur 4.3; hfst 4; blz 95; Het Health Belief Model; Lechner, Kremers, Meertens en DeVries.Mensen hebben over het algemeen een cue to action nodig. Het is een oud model(jaren vijftig) en heeft ook kritiek gehad. Het zou teveel een verzameling variabelen zijn (1);het biedt weinig duidelijkheid over hoe er gemeten moet worden (2).De Protectie Motivatie Theorie: de theorie gaat uit van het idee dat mensen hun gedragzullen veranderen wanneer er sprake is van angst/bedreiging. Hieraan liggen twee processenten grondslag: de inschatting van het eigen vermogen om met de dreiging om te gaan. In hetgeval van gevaar voor eigen gezondheid: in hoeverre denkt iemand vatbaar te zijn (1); deinschatting van de ernst/aard van de dreiging zelf (2).Zie figuur 4.4; hfst 4; blz 96; De Protectie Motivatie Theorie; Lechner, Kremers, Meertens enDe Vries.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 12Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  13. 13. Adaptieve respons: gedrag gericht op het beschermen van de gezondheid. Maladaptieverespons: gedrag dat slecht is voor de gezondheid.4.6Modellen die inzicht geven in het proces van gedragsverandering:Het Stages of Change-concept: binnen deze theorie wordt indeling gemaakt in vijf fasen vanverandering: precontemplatie (1), contemplatie (2), preparation (3), action (4) en maintenance(5). Bij gezondheidsvoorlichting zal men rekening moeten houden met de fase waarin iemandzich bevindt. Daardoor is dit concept goed bruikbaar voor de beroepspraktijk.Het Precaution Adoption Process Model: in dit model staan centraal de verschillende stadiavan bewustzijn; in hoeverre is iemand zich bewust van het gezondheidsprobleem?Zie figuur 4.5; hfst 4; blz 98; Het Stages of Change-concept vergeleken met het PrecautionAdoption Process Model; naar Sutton 2005.Omdat er weinig modellen over gedragsverandering bestaan, hebben genoemde tweemodellen veel invloed gehad. Er is ook veel kritiek geweest, met name op het Stages ofChange-concept. Er is weinig empirisch bewijs dat dit model ondersteunt (1); het is teeenvoudig/simplistisch (2). De laatste jaren zijn dan ook veel pogingen gedaan om nieuwemodellen te ontwikkelen.4.7Algemene kenmerken van ecologische modellen (afgekort EM):-in EM staat de volgende hypothese centaal: gedrag wordt direct beïnvloed door omgeving;– EM maken onderscheid tussen verschillende typen omgevingsinvloeden en verschillendeniveaus;- EM gaan uit van interactie tussen al deze invloeden en niveaus. Juist die interactie en de rolvan de verschillende factoren daarin, zorgt dat EM interessant zijn. Voorbeeld van EM:Het ANGELO Model: Analysis Grid For Environments Linked To Obesity.Zie figuur 4.6; hfst 4; blz 101; Het ANGELO Model; Swinburn e.a. 1999.4.8Adviezen voor het gebruik van determinantenanalyse met behulp van theoretische modellen: - Houdt steeds voor ogen wat het doel is van een determinantenanalyse; binnen de GVO is zo’n analyse geen doel op zichzelf (1); - Het is heel belangrijk om het juiste theoretische kader te kiezen; welke dat is, wordt bepaald door de onderzoeksvraag (2); - afhankelijk van de onderzoeksvraag is het goed mogelijk om bepaalde modellen/theorieën te combineren; hierover moet goed worden nagedacht (3); - aangezien de insteek GVO is, zal ook rekening gehouden moeten worden met de mate waarin bepaalde determinanten veranderbaar zijn (4).www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 13Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  14. 14. Hoofdstuk 5 Interventieontwikkeling5.1Intervention mapping: via een planmatige beslisstructuur (=protocol) kan een programmaworden ontworpen voor gezondheidsbevorderende interventies. Intervention mapping isverdeeld in zes stappen. Door te werken met Intervention Mapping kunnen theorieën enonderzoeksgegevens op een systematisch manier worden verwerkt in concreteuitvoeringsplannen. De activiteiten gericht op GVO zullen op die manier daadwerkelijk goedonderbouwd zijn; verbinding tussen praktijk en theorie. Hiermee wordt voorkomen dat er tesnel een causaliteit of oplossing wordt gezien voor een bepaald gezondheidsprobleem.Stap 1: inzicht in een bepaald gezondheidsprobleem inclusief de oorzaken aan de hand vanempirisch onderzoek en analyses.Zie figuur 5.1; hfst 5; blz 109; Intervention Mapping; Schaalma en Kok.5.2Stap 2: veranderingsdoelen. Bij het kiezen van specifieke gedragsdoelen moet wordenbekeken wat een doelgroep moet doen, wie de verandering zal moeten teweegbrengen en wathet gevolg zal zijn van de interventie en de gedragsverandering. Ook subgedragingen moetenworden geformuleerd.Daarna zullen bij de gedragsdeterminanten prioriteiten moeten worden gesteld aan de handvan belangrijkheid en veranderbaarheid. Indien nodig, dienen vervolgens doelgroepen ensubgroepen verder gespecificeerd te worden. Bij het benoemen van subgroepen wordtgesproken over doelgroepsegmentatie.In een matrix worden veranderingsdoelen aangegeven. Veranderingsdoel: wat moet dedoelgroep leren en/of veranderen? Per subgroep worden aparte doelen genoemdZie tabel 5.1; hfst 5; blz 112; Voorbeelden van specifieke veranderingsdoelen; Schaalma2000.5.3Stap 3: methodieken en technieken. Hoe moeten de doelen bereikt worden op een theoretischonderbouwde en verantwoorde wijze? Er zijn veel methodieken voorhanden. Daarom is hetvan groot belang dat goed wordt afgewogen (aan de hand van de geformuleerde doelen endoelgroepen) welke het meest geschikt zijn.Vervolgens moeten de methodieken vertaald worden naar praktische technieken.Zie tabel 5.3; hfst 5; blz 115; Voorbeelden van theorieën, methodieken en praktischetechnieken; Schaalma 20005.4Stap 4: Ontwerpen van het programma en uitvoering. In deze fases moet al het voorgaande,met name de praktische technieken, worden samengevoegd in één samenhangend programmavan uitvoering. Bij de stappen in de uitvoering van een voorlichtingsprogramma dient ookrekening gehouden te worden met theorieën over bijvoorbeeld gedragsverandering (Stage ofChanges-concept). Daarnaast moet worden nagedacht over: wie de voorlichting gaat doen(boodschapper), welke boodschap gebracht moet worden, via welk kanaal, en aan wie hetgericht is (ontvanger).www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 14Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  15. 15. Zie figuur 5.2; hfst 5; blz 117; Persuasion Communication Model; Bartholomew e.a. 2006Belangrijk is dat de materialen en technieken worden uitgetest, zodat het geperfectioneerd kanworden.Stap 5: uitvoering van het programma; Stap 6: evaluatie.5.5Vanaf 2000 is Intervention Mapping (afgekort IM) gebruikt voor verschillende GVOprogramma’s. Hierdoor is duidelijk geworden dat het werken met IM leidt tot meertransparantie: het wordt veel inzichtelijker waarom is gekozen voor een bepaalde aanpak. Ditis ook van belang voor beslissingen in de toekomst. Werken met IM is echter geen garantievoor succes. Dit hangt immers ook af van andere factoren zoals het beschikbare budget entijd.5.6De praktijk van een GVO-er is vaak weerbarstig. Er kan een gebrek aan tijd zijn; weinigtoegang tot wetenschappelijke kennis enz. Dit mag geen reden zijn om IM helemaal niet tegebruiken. Ook op kleine schaal en met minder tijd kan IM als houvast gebruikt worden.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 15Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  16. 16. Hoofdstuk 6 Theorieën en methodieken van verandering6.1Er bestaan zeer veel methodieken die zijn afgeleid van wetenschappelijke theorieën. Hierworden alleen de belangrijkste behandeld. Voor het werk van GVO is altijd een combinatievan theorieën en methodieken nodig.6.2Theoretische methodiek: het algemene proces van beïnvloeding van determinanten vangedrags- en omgevingscondities wordt in de theorie beschreven. In IM wordt het begripmethodiek als volgt beschreven: idee over de wijze waarop gedragsverandering tot stand kankomen op basis van een theorie. Deze methodieken worden vertaald in ideeën, concretematerialen en activiteiten: praktische technieken.6.3Algemene methodieken/uitgangspunten: - er dient effectieve communicatie plaats te vinden; het moet de aandacht trekken en begrijpelijk zijn voor de doelgroep; - tailoring: in de communicatie moet rekening worden gehouden met de doelgroep, wat is voor hen relevant, waardoor worden ze aangesproken? Dit leidt tot voorlichting-op- maat; - door middel van het geven van positieve feedback wanneer het gewenste gedrag vertoond wordt, bekrachtig je de boodschap; - door middel van voorlichting kun je mensen meer inzicht geven in hun eigen (slechte) gedrag waardoor zelfregulatie toeneemt; - om gewenst gedrag te stimuleren, moeten mensen in staat worden gesteld dit gedrag te vertonen: creëren van middelen en juiste omgevingscondities.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 16Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  17. 17. 6.4Veel voorkomende theoretische methodieken voor verandering in gedragsdeterminanten: - kennis(overdracht): de wijze van overdragen van kennis moet de ontvanger stimuleren de kennis te verwerken/onthouden; - gezondheidsrisico’s moeten gecommuniceerd worden aan de hand van twee soorten benaderingen: numerieke (kansinformatie en beïnvloeding van kanspercepties) en contextuele (informatie over oorzaken en gevolgen: geeft vaak een schrikeffect); - methodieken gericht op attitudeverandering. Je wilt dat mensen bepaalde ideeën/veronderstellingen/vooroordelen/meningen herzien, waardoor ook hun gedrag (positief) zal veranderen. Overtuigingskracht is hierbij van belang, evenals het inspelen op emoties. Soms kun je ook juist de attitude bevestigen/versterken: dit heet inoculatie. - Sociale invloed kan worden gebruikt/gemobiliseerd: misverstanden over wat de meeste mensen denken/doen corrigeren (false consensus of false uniqueness); mensen weerbaarder maken tegen de sociale norm; sociale steun mobiliseren. - Werken aan de eigen-effectiviteitsverwachting door middel van vaardigheidstrainingen (leren door observeren aan de hand van bijvoorbeeld rollenspellen en oefenen van gewenst gedrag) of (her)attributietrainingen (= verklaringen die mensen hebben voor hun gedrag; deze zijn vaak niet correct en zorgen dat mensen gedrag niet veranderen); - Doorbreken van slecht gewoontegedrag door: laten nadenken over die gewoonten, geven van feedback, benoemen van de consequenties van het gedrag, belonen van nieuw en gewenst gedrag, implementatie-interventies (vage voornemens omzetten in een helder actieplan dat past binnen de routine van het dagelijks leven, waardoor nieuwe gewoonten worden bestendigd).www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 17Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.
  18. 18. 6.5Methodieken voor verandering/ beïnvloeding van omgevingsdeterminanten: - algemene methodieken: stimuleren van participatie in besluitvorming van de betreffende doelgroep (1); advocacy (pleitbezorging) waarmee onderwerpen aan de orde worden gesteld binnen organisaties en de samenleving. Lobbyen kan door de media te mobiliseren rond een bepaald onderwerp, of door invloed uit te oefenen op beleidsvorming (media advocacy en policy advocacy) (2); mensen voorbeelden laten zien van omgevingsbeïnvloeding waarbij ze worden gestimuleerd hetzelfde te doen, eventueel met ondersteuning door trainingen (3); mensen stimuleren doordat ze merken dat omgevingsbeïnvloeding mogelijk is, omdat de middelen er zijn (facilitatie) (4). - Methodieken gericht op verandering van de sociale omgeving: inzet van massamedia (entertainment education: mensen op een leuke manier iets laten leren over sociale normen, hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van modelling) (1); inzet van sociale netwerken (die een bepaalde sociale norm uitdragen en ondersteunen) (2). - Methodiek gericht op organisaties: organisaties kunnen zich inzetten om gedragsverandering op het gebied van gezondheid te stimuleren bij het personeel. Dit verloopt via stadia die vergelijkbaar zijn met individuele veranderingsprocessen: bewustwording, adoptie, implementatie en institutionalisering. - Methodiek gericht op wijken of communities: wijkorganisaties kunnen betrokken worden bij het aanspreken van individuen. Er wordt vaak gewerkt met empowerment; - Methodiek gericht op wet- en regelgeving: soms zijn de regels strijdig met de gezondheidsverandering die wordt nagestreefd. GVO kan zich dan richten op eigen lobby-werk/advocacy.www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! 18Bron : Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering – J. Brug, e.a.

×