Presentatie FEV1

411 views
353 views

Published on

43 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • goeie presentatie!!!!! wel wat technisch!!
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Mooie statistische analyse. Ondanks het vrij technische en moeilijke onderwerp hebben jullie dit goed uitgelegd. Verduidelijking dmv. een praktisch voorbeeld vb. link met COPD was leuk geweest.
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Duidelijke methodiek met goede statistiek met grondige literatuurstudie. Tijdens presentatie werd zeer diep ingegaan op statistiek (en was soms moeilijk te volgen).
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Straf om dergelijke statistiek aan te durven en te presenteren. Goed gedaan. Mooie wetenschappelijke presentatie. Misschien iets meer de tijd nemen om deze informatie die niet bij iedereen vlot binnengaat uit te leggen.
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Mooi uitgewerkte statistische resultaten. Misschien meer toelichten om duidelijker te maken voor ons. Duidelijke powerpoint.
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
411
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
43
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Hierdoorsteltzich de vraagnaareenanderemanierom FEV1 uittedrukken. Erzijn reeds enkele studies die aantonendat FEV1/H3eenbetereassociatieheeft met mortaliteit en survival, dan FEV1%.Erzijnechternoggeen studies die eenverbandaantonentussen FEV1/H3 en hospitalisatie, cognitieve en fysischeprestatie.
  • Erzijn reeds enkele studies die aantonendat FEV1/H3eenbetereassociatieheeft met mortaliteit en survival, dan FEV1%. Miller et al keken al eensnaar FEV1. Zijconcludeerdendat FEV1 geengoede parameter is, geziendegelijkreferentiewaardenontbreken.Met spirometrischewaarden van eenwillekeurigepopulatie van bijna 12000 patiënten, werdenallerleiberekeningen met FEV1 gedaan in eenpogingeenbetere parameter tevinden.Als FEV1 gedeeldwerd door lengte3bijdeze 12000 patiëntenkwamhiereen histogram uitdatzeergoedovereenkomt met de normaleverdelingbinnen in eenpopulatie.FEV1 werd op eennoganderemanierberekend: FEV1 quotient. Hierbijwordt FEV1 gestandaardiseerddmv het geslachtsspecifiekelaagstepercentiel. Alsergekekenwerdnaarwat de mortaliteit het bestevoorspelde, dan was het FEV1Q, gevolgd door FEV1/H3.Wijhebbenbeslotenomverdertewerken van FEV1/H3. Eenverbandtussen FEV1/H3 en mortaliteit is reeds aangetoond.Erzijnechternoggeen studies die eenverbandaantonentussen FEV1/H3 en hospitalisatie, cognitieve en fysischeprestatie.
  • Vooronzestudiehebben we gebruikmogenmaken van de data van de BELFRAIL studie. Dezestudieheeftalsdoelmeerinzichttekrijgen over de epidemiologie en pathofysiologie van chronischeziektesbij de oudsteouderen en omtekijkennaar de interactietussengezondheid, frailty en invaliditeit in een multi-systeemaanpak. Dezestudielegt focus op 5 verschillendegebieden (cardialedysfunctie en chronischhartfalen, longfunctie, sarcopenie, nierinsufficientie, immunoscenescense = gradueelaftakelen van het immuunsysteem in kader van het ouderworden).Op dit moment zijnergegevensbeschikbaar tot 3 jaarna de start van de studie, duseen follow-up van 36 maanden.- ADL: 5 graden van moeilijkheidbij ADL (traplopen, 5 minutenstappenzonder rust, opstaan en gaanzitten in eenstoel, aan- en uitkleden, verplaatsing met eigen of openbaarvervoer, teennagelsknippen) Nunnally index voorrelevante shiftSPPB: voorspeltongunstigeevolutie op gebied van mortaliteit of nieuweinvaliditeit. Praktisch: tijdsmetingbij 3m zsm op en neerwandelen; 5x zsmopstaanuitstoel met gekruistearmen, jasjeaan en uittrekken, zolangmogelijkstaan met voeten op eenlijn (teen tegenhiel) Opdeling van scores per geslacht in quintielen, shift is relevantbijdaling van 2 of meerquintielenGrip strenght: jamar plus digital handhald dynamometer, 3 pogingen Opdeling van scores per geslacht in quintielen, shift is relevant bijdaling van 2 of meerquintielenGDS: geriatric depression scale 15, screening voordepressiebijouderen Shift is relevant bijdaling van meerdan tot minder dan 5 punten (scores tussen 0 en 15)MMSE: mild = 21-24, matig = 10-20, >10 = ernstig Relevantedalingwerdberekend met Nunnally index
  • De spirometrieswerdenbeoordeeldaan de hand van de criteria van de ATS en ETS.Van de 567 patiënten, hadden 440 patiënteneenspirometrie van level 1 of 2 volgens ETS. Erwerden in totaal 504 patiënten met acceptabelegegevens van spirometriegeincludeerd in de studie, gegevens 63 patiëntenkondennietmeegenomenworden.
  • - ADL: 5 graden van moeilijkheidbij ADL (traplopen, 5 minutenstappenzonder rust, opstaan en gaanzitten in eenstoel, aan- en uitkleden, verplaatsing met eigen of openbaarvervoer, teennagelsknippen) Nunnally index voorrelevante shiftSPPB: voorspeltongunstigeevolutie op gebied van mortaliteit of nieuweinvaliditeit. Praktisch: tijdsmetingbij 3m zsm op en neerwandelen; 5x zsmopstaanuitstoel met gekruistearmen, jasjeaan en uittrekken, zolangmogelijkstaan met voeten op eenlijn (teen tegenhiel) Opdeling van scores per geslacht in quintielen, shift is relevantbijdaling van 2 of meerquintielenGrip strenght: jamar plus digital handhald dynamometer, 3 pogingen Opdeling van scores per geslacht in quintielen, shift is relevant bijdaling van 2 of meerquintielenGDS: geriatric depression scale 15, screening voordepressiebijouderen Shift is relevant bijdaling van meerdan tot minder dan 5 punten (scores tussen 0 en 15)MMSE: mild = 21-24, matig = 10-20, >10 = ernstig Relevantedalingwerdberekend met Nunnally index
  • We zijnbegonnen met de populatie op tedelen in 4 kwartielenobv de FEV1/H3. Na de eerstestatistischeberekeningenzagen we vooraleen significant verschiltussen het eerste en slechtstekwartiel en de andere 3 kwartielen.Daaromwerdbesloten de populatie op tedelen in 2 groepen: het eerstekwartiel en de rest van de populatie
  • T-testWerdgebruiktomverschillen in FEV1/H3natekijken op statisischesignificantie.(Parametrischestatistischetoets die nagaat -   of het populatiegemiddelde van eennormaalverdeeldegrootheid, afwijkt van eenbepaaldewaarde -   of ereenverschil is tussen de gemiddelden van twee groepen in de populatieMet behulp van de toetskan je dan de overschrijdingskans of eenbetrouwbaarheidsintervalbepalen.Tegebruiken: -   alstoetsvoor de nulhypothesedat het gemiddeld van eennormaalverdeeldepopulatiegelijk is aaneenbepaalde, voorafgespecifieerde, waarde -   alstoetsvoor de nulhypothesedat de gemiddelden van twee normaalverdeeldepopulatiesaanelkaargelijkzijn)Nunnally: gebruiktbij ADL en MMSEDoor dezestatistischemethode is ereengroteredaadwerkelijkeveranderingnodigomklinischesignificantietebekomen.(Methode: pre-test scores wordendichter tot de mediaangebrachtdmv reliability scores, waarnaeen confidence intevalontwikkeldwordtvoordezeaangepaste pre-test scores. Dan wordener confidence intervals gebruiktom het verschilteberekenentussen de pre-test en post-test scores.)
  • Doordater504 patiënten met correctespirometrische data, warenkonden we betreffendemortaliteit en hospitalisatie de gegevens van dezepatiëntengebruiken.Voor mental decline warener van 379 patiëntengoedegegevensbeschikbaar en voor physical decline van 378 patiënten.
  • Kaplan Meier curve van mortaliteit, met het percentage van overleving uitgezet in tijd.De onderbroken lijn is de overleving van het kwartiel met de slechtste FEV1/H3waarden; de dikke lijn toont de overleving (of mortaliteit) van de rest van de populatie.Hierbij is een duidelijk verschil tussen de groepen op te merken, wat ook statistisch significant is. (Logrank test < 0,05 (het is zelfs < 0,001) dus een vergelijking van de populaties is toegestaan.)
  • Met de Kaplan Meier analyse onderzochten we de voorspellende waarde van FEV1 op de mortaliteit. Uiteraard zijn er nog factoren die mortaliteit beïvloeden. Deze tabel verduidelijkt welke factoren van invloed zijn op de mortaliteit. Bij een P-waarde kleiner dan 0,05 is er een significant effect, de grootte van dit effect wordt aangetoond met behulp van de Hazard Ratio, waarbij een hazard ratio van 1 aangeeft dat er geen effect is.Zoals verwacht, heeft een lage FEV1.Ht-3 een significante invloed op de mortaliteit, net zoals leeftijd. Van alle andere variabelen zijn enkel cardiovasculaire ziekte in de voorgeschiedenis en creatinine van > 2mg/dl van invloed op de mortaliteit.
  • Kaplan Meier curve voor hospitalisatieDe onderbroken dikke lijn toont het kwartiel met de slechtste FEV1/H3waarden; de dikke lijn toont de de rest van de populatie.Ook hier is een duidelijk verschil tussen de vergeleken groepen te zien, met een statistisch significante waarde.
  • Dezetabelgaat over de resultaten van FEV1/H3 in verhouding tot mental en physical decline.Van allepatiënten met correctegegevens (379 voor mental decline) is op T0 de FEV1/H3gemeten. Op het einde van de follow-up periodewerdgekeken of ersprake was van mental decline, waarna de populatie op basis van de al dannietaanwezige decline werdingedeeld in 2 groepen. Vervolgenswerd de waarde van FEV1/H3 op T0 van beidegroepenvergeleken. Patiëntenbijwieersprake was van mental decline, haddeneen significant lagere FEV1/H3danpatiënten die geen mental decline vertoonden.
  • Daarnaastwerdookweer de vergelijkinggemaakttussen het eerste en slechtstekwartiel en de rest van de populatie. Erkoneenstatistischsignificantetoename van mental decline in het slechtstekwartielvastgesteldworden.
  • Fysiekeachteruitgang: dezelfdeberekingwerdgedaanvoor physical decline (bij 378 patiënten). Ookhierwerdgevondendat de groep die aan het einde van de follow-up periode physical decline vertoonde, een significant lagere FEV1/H3 op T0hadden.
  • Daarnaastwerdookweer de vergelijkinggemaakttussen het eerste en slechtstekwartiel en de rest van de populatie. Voor physical was ergeenstatistischsignificantetoename in physical decline voor het eerstekwartiel in vergelijking met de rest van de populatie. .
  • Eenbijkomendevergelijkingtussen het eerste en slechtstekwartiel en het vierde en bestekwartiel van FEV1/H3, toondeweleenhogerrisico op physical decline in het slechtstekwartiel.Erzijneenaantalmogelijkeverklaringenwaaromergeensignificantetoename in fysiekeachteruitgangkangevondenwordentussen het eerstekwartiel en de rest van de populatie. Mogelijks was de opvolgingstermijn van 18-22 maanden te kort om een effect te tonen. Daarnaast zou de wijze waarop we fysieke achteruitgang hebben gedefinieerd (kwartielshift) het resultaat hebben beïnvloed.
  • De studieheeftkunnenaantonendatereenstatistisch significant verschil is in mortalitetna 3 jaar follow-up. De gemiddeldemortaliteit in het eerste en laagstekwartiel is 38,1%, waarditvoor de rest van de populatie 20,4% is.Ditverschil was nacorrectievoormogelijkevariabelennog steeds statistisch significant. De variabelen die van invloedzijn, zijn: eeftijd, CV-ziekte in voorgeschiedenis, creatinine > 2 mg/dlHieruit mag je dusconcluderendat FEV1/H3eengoedeprognostischewaardeheeftvoormortaliteit. Voorhospitalisatiehebben we hetzelfdeaankunnentonen. Na 3 jaar follow-up is in het slechtstekwartiel 65,9% van de patiëntenomeenbepaalderedengehospitaliseerdgeweest, tegenover 47,9% in de rest van de populatie.Dusookvoorhospitalisatie is FEV1/H3eengoedevoorspeller.
  • Na een follow-up periode van 2 jaarkonermeer mental decline aangetoondworden in het eerste en slechtstekwartiel in vergelijking met de rest van de populatie.Alsergekekenwerdnaar de groep met mental decline na 2 jaar in vergelijking met de groepwaargeen mental decline was na 2 jaar, konwordenaangetoonddat de eerstegroep op T0 eenlagere FEV1 had.Voorfysiekeachteruitgangkonenkelwordenaangetoonddaterenkeleenstatistisch significant verschil in FEV1/h3 was, wanneer het eerste, slechtste met het vierde, bestekwartielvergelekenwerd.Alsergekekenwerdnaar de groep met fysiekeachteruitgangna 2 jaar in vergelijking met de groepwaargeenfysiekeachteruitgang was na 2 jaar, konwordenaangetoonddat de eerstegroep op T0 eenlagere FEV1 had. Zoals reeds gezegdkan de korteopvolgingstermijn en de wijzewaarop fysieke achteruitgang hebben gedefinieerd (kwartielshift) het resultaat hebben beïnvloed.
  • Sterktes van de studie:De studie populatie: er is data gebruikt van een zeer grote heterogene groep die representatief is voor de oudste ouderen in BelgiëVoor het verzamelen van de data is gebruikt gemaakt van gestandaardiseerde vragenlijsten en gestandaardiseerde onderzoekenHuisartsen die deelnamen aan de studie kregen een traininscursus om de data correct en gestandariseerd te verzamelen
  • Welkeconclusieskunnen we trekkenuitdezestudie?Er is eendirectecorrelatietussenlage FEV1/H3 en mortaliteit en hospitalisatieLqge FEV1/H3 is eengoedevoorspeller van mental declineFEV1/H3 is eenmogelijkalternatiefvoor FEV1%. Erwordtbij FEV1/H3 rekeninggehouden met het postuur, waardoor het goedbruikbaar is in de ouderepopulatie.
  • FEV1 wordtmomenteelnietopgenomen in de Fraility index. Uit de resultaten die wijvonden in onsonderzoeken de literatuurstudie, waarbij FEV1/H3 eenbelangrijkeparamater is voor mortality, hospitalisatie en mentale decline, kan FEV1/H3 alswaardige parameter in de Fraility index opgenomenworden.Praktischeconsequenties:Momenteel is ernoggeen cut-off waardevoor FEV1/Ht3, welkewaardenemen we en hoe: via de Roc-curve bepalen?Watals we eenwaardevinden ‘at risk’: opstarten van medicatie, extra bewegingbijverzwakte, spieratrofischepatiëntenScreening bijoudere: screenen we iederenouderdan 80 jaar? De diagnose van COPD wordt nu al ondergediagnostiseerdWelkelengtenemen we: de huidige of de oorspronkelijkelengte of de spanwijte van de armen? Of gebruiken we gewoon de FEV1Q waarde, waarin de lengtenietopgenomenwordt maar het geslachtOp al dezevragen/onduidelijkenblijktdatverderonderzoeknodig is.
  • Presentatie FEV1

    1. 1. Short term prognosticvalue of FEV1 cubed inoctogenariansPromotor: Prof. J. DegrysePhilip Thys, Anouk Geenen, JasminPeeters, Jasmien Leupe
    2. 2. Inleiding
    3. 3. Forced expiratory volume in 1 seconde• Afhankelijk van leeftijd, geslacht en lengte• Een lage FEV1 is sterk geassocieerd met:o Een toename van de mortaliteito Een stijging van chronische inflammatoire merkerso Een daling van de cognitieve performantie• Cross-sectioneel• Predictief
    4. 4. FEV1%• Standaard : FEV1 uitgedrukt als een percentage van eenreferentiewaarde (FEV1%)• Tekortkomingen in het gebruik bij ouderen:o Beperkte datao Referentiewaardes „berekend‟ op niet-representatievepopulatieo Berekeningen slechts beperkt nauwkeurig• Grote variatie• Sterke afname van lengte
    5. 5. Alternatieven• 2 prominente alternatieven in de literatuuro FEV1 over lengte tot de derde (FEV1.Ht-3)• Correctie voor lengteo FEV1 als product van het geslacht-specifieke slechtstequartiel (FEV1Q)• Correctie voor geslachto Beide superieur tov FEV1% als predictieve waarde voormortaliteit• Zeer beperkte data betreffende predicitieve waarde voorfysieke en mentale achteruitgang
    6. 6. Eerste bevestiging• Miller et al1 en Pedone et al2:o FEV1.Ht-3 heeft beste Gauss curve als berekend inwillekeurige studiepopulatieo Bevestiging van FEV1.Ht-3 en FEV1Q als superieureprognostische factorvoor mortaliteit1 Miller, M. R., & Pedersen, O. F. (2010). New concepts for expressing forced expiratory volume in 1sarising from survival analysis. European Respiratory Journal, 35(4), 873–882.2 Pedone, C., Scarlata, S. et al. (2013). Alternative ways of expressing FEV1 and mortality in elderlypeople with and without COPD. European Respiratory Journal, 41(4), 800–805
    7. 7. Onderzoeksvraag• Wat is de predictieve waarde van FEV1.Ht-3 voor:o Mortaliteito Hospitalisatieo Mentale achteruitgango Fysieke achteruitgang• Waarom FEV1.Ht-3 ipv FEV1Q:o Sterke correctie voor lengteo Sterke afname van lengte bij oudereno Studie populatie: 80+
    8. 8. Materiaal en methode
    9. 9. Studie populatie• Data van BELFRAIL studie:o 567 patiënten van ≥ 80 jaaro Exclusie criteria• Dementie (MMSE <15/30)• Palliatieve patiënten• Medisch noodgeval• Belangrijkste data:o FEV1 en lengteo Mortaliteit (36 maanden)o Hospitalisatie (36 maanden)o Fysieke achteruitgang (20 maanden)o Mentale achteruitgang (20 maanden)
    10. 10. Spirometrie• Spirometrie werd beoordeeld volgens criteria van:o American Thoracic Societyo European thoracic society (4 levels)• 567 patiënten in totale populatie, waarvan:o 440 pt met level 1 en level 2 spirometrieo 504 pt geïncludeerd met acceptabele spirometrieo 63 pt niet geïncludeerd
    11. 11. Mentale en fysieke achteruitgang• Mentale achteruitgango MMSE (Edwards-nunnaly index)o Geriatric Depression Scale 15 (Score shift, cut-off:5)• Fysieke achteruitgango Short Physical Performance Battery (quintielen)o Grip strength (quintielen)o Activity of daily live (Edwards-Nunnaly index)
    12. 12. • Opdeling populatie in 2 groepeno Groep 1: 1e en slechtste kwartiel van de FEV1.Ht-3 distributieo Groep 2: rest van de studiepopulatieStatistische analyse
    13. 13. Statistische analyse• Mortaliteit en hospitalisatieo Kaplan-Meier analyseo Cox proportional hazards model
    14. 14. Statistische analyse• Mentale en fysieke performantieo Independent t-testingo Odds ratio• Statistisch significant werd gedefinieerd als een p waardelager dan 0.05
    15. 15. Resultaten
    16. 16. • Geïncludeerde patiënten per parameter:Parameter nMortaliteit 504Hospitalisatie 504Mentale achteruitgang 379Fysieke achteruitgang 378Studie populatie
    17. 17. Mortaliteit
    18. 18. • Mortaliteit na 3 jaar follow-upo Slechtste kwartiel:• 38.1% (SD, 4.37)o Rest van de studie populatie:• 20.4% (SD, 2.49)Mortaliteit
    19. 19. Mortaliteit
    20. 20. Hospitalisatie
    21. 21. • Hospitalisatie na 3 jaar follow-upo Slechtste kwartiel:• 65.9% (SD, 4.55)o Rest van de studie populatie:• 47.9% (SD, 2.85)Hospitalisatie
    22. 22. Patiënten met mentale achteruitgangPatiënten zonder mentale achteruitgangwat is hun oorspronkelijke FEV1.Ht-3 ?Mentale achteruitgang
    23. 23. Slechtste kwartiel van de FEV1.Ht-3 distributieRest van de studiepopulatiesignificante toename van mentale achteruitgang bijpatiënten in het slechtste FEV1.Ht-3 kwartielMentale achteruitgang
    24. 24. Patiënten met fysieke achteruitgangPatiënten zonder fysieke achteruitgangwat is hun oorspronkelijke FEV1.Ht-3 ?Fysieke achteruitgang
    25. 25. Fysieke achteruitgangSlechtste kwartiel van de FEV1.Ht-3 distributieRest van de studiepopulatiegeen significante toename van fysieke achteruitgangbij patiënten in het slechtste FEV1.Ht-3 kwartiel
    26. 26. Slechtste kwartiel van de FEV1.Ht-3 distributieBeste kwartiel van de FEV1.Ht-3 distributiewél een significante toename van fysiekeachteruitgang patiënten in het slechtste FEV1.Ht-3 kwartielOpvolgingstermijn te kort?Definitie van fysiekeachteruitgang te streng?Fysieke achteruitgang
    27. 27. Discussie
    28. 28. Prognostische waarde• Mortaliteit na 3 jaar follow-upo Slechtste kwartiel: 38,1% (SD, 4.37)o Rest van de populatie: 20,4% (SD, 2.49) FEV1.Ht-3 is een goede voorspeller voor mortaliteit• Hospitalisatie na 3 jaar follow-upo Slechtste kwartiel: 65,9% (SD, 4.55)o Rest van de populatie: 47,9% (SD, 2.85) FEV1.Ht-3 is een goede voorspeller voor hospitalisatie
    29. 29. Mentale en fysieke achteruitgang• Mentale achteruitgang na 2 jaar follow-upoo Meer achteruitgang in slechtste kwartiel vs. rest van depopulatie• Fysieke achteruitgang na 2 jaar follow-upoo Enkel toegenomen fysieke achteruitgang in slechtste kwartielwanneer vergeleken met het beste kwartielMentale achteruitgang FEV1.Ht-3 op T0Aanwezig na 2 jaar FU LagerAfwezig na 2 jaar FU HogerFysieke achteruitgang FEV1.Ht-3 op T0Aanwezig na 2 jaar FU LagerAfwezig na 2 jaar FU Hoger
    30. 30. Sterktes• Sterktes van de studieo Grote heterogene populatieo Gestandaardiseerde vragenlijsteno Gestandaardiseerde onderzoekeno Huisartsen kregen een trainingscursus om data correcten gestandariseerd te verzamelen
    31. 31. Zwaktes• Zwaktes van deze studieo Afname van lengte in de folluw-up periode:• oorspronkelijke lengte• huidige lengte• spanwijdte: arm tot armo Geen vergelijking met FEV1Qo Geen reversibiliteit bij longfunctieo Exclusiecriteria
    32. 32. Directe correlatie tussen lage FEV1.Ht-3 bij ouderen eno Mortaliteito HospitalisatieFEV1.Ht-3 is prognostisch voor mentale achteruitgangFEV1.Ht-3 is een mogelijk alternatief voor FEV1%Conclusie
    33. 33. FEV1.Ht-3 als kandidaat “frailty marker”?Praktische consequenties:- wanneer „at risk‟: cut-off waarde?- wat bij „at risk‟: behandelen?- screenen?- welke lengte parameter?- FEV1Q?: sex-specifieke slechtste percentiel Verder onderzoek is nodigToekomst
    34. 34. Dank u

    ×