12:24 Gods geestwerkt: Zijn woord gaat door
12:25 Barnabas en Saulus terug in Antiochië
13:1 Barnabas, Saulus + andere profeten/leraars in Antiochië
13:2,3 Gods geest werkt, Barnabas, Saulus afgezonderd
3.
Er waren nuin Antiochië, in de gemeente die daar is,
profeten en leraren Handelingen 13:1a
Antiochië:
in plaats van-hebben
(Syrisch Antiochië)
4.
naast Barnabas +ookSimeon, die Niger genoemd wordt, en Lucius de
Cyreneeër, naast Manaën, de samengevoede met Herodes de viervorst,
en Saulus. Handelingen 13:1b
profeten en leraren:
5 = 4 + 1
Barnabas – zoon
van profetie
Simeon: horende
Niger: zwart
Lucius: licht
Manaën - Menachem
vertrooster
Saulus: gevraagd
5.
Toen zij dande Heer
dienden en vastten,
zei de heilige geest:
Handelingen 13:2a
dienen = leitourgeo
(Hb.10:11)
6.
"Zonder voor mij
inieder geval
Barnabas en
Saulus af voor
het werk waartoe
Ik hen voor mij
geroepen heb.”
Handelingen 13:2b
afzonderen = aphorizo
Rom.1:1; Gal.1:15,16;
Ha.19:9; 2 Cor.6:17
7.
afzonderingen Paulus
1e :vanaf moederschoot - Gal.1:15
2e : roeping op weg naar Damascus - Hand.9
3e : in Antiochië door de heilige geest - Hand.13:2
4e : tot het evangelie van God - Rom.1:1
5e : van Barnabas en Johannes Marcus - Hand.15
6e : Paulus – leerlingen in school Tyrannus - Hand.19:9
7e : van de Joodse leiders definitief - Hand.28:28
8.
Toen, gevast engebeden en
de handen op hen gelegd
hebbend, lieten zij hen gaan
Handelingen 13:3
afzondering van Barnabas
en Johannes Marcus van de Joodse
medegelovigen
--> type van de groep uit de
Hebreeën die later samengevoegd
werd met de groep uit de natiën
9.
13:4,5- dienst startin Salamis in synagoge
13:-5 Johannes met Barnabas en Saulus, beeld van gelovige rest
13:6,7- Bar-Jezus bij proconsul, type van ongelovig volk
13:-7 dienst voortgezet aan 1 uit de natiën
10.
Zij inderdaad dan,
uitgezondendoor
de heilige geest,
kwamen naar
beneden naar
Seleucië, en
vandaar voeren
zij weg naar Cyprus.
Handelingen 13:4
Seleucië : vernoemd
naar Seleucus I-VI Nicator
Antiochië: naar
Antiochus I-XIII Soter
de opvolger
Cyprus: koper, kaphar
(beschermen)
11.
En gekomen inSalamis verkondigden zij het woord van God in de
synagogen van de Joden. Zij hadden nu ook Johannes als onderhorige.
Handelingen 13:5
Johannes: Jah zal
genadig zijn
Salamis: vredestad
onderhorige: onder-
roeier 1 Cor.4:1
12.
Geheel het eiland
nuovergestoken
tot Pafos vonden
zij een zekere
man, een magiër,
valse profeet,
Jood, wiens naam
Barjezus was,
Handelingen 13:6
Pafos: kokend? mooiste?
Bar-Jezus, zoon van Jozua,
type van afvallige massa
van Israël
13.
die tezamen wasmet de proconsul, Sergius Paulus, een intelligent man.
Deze, Barnabas en Saulus tot zich geroepen hebbend, zocht ernaar
het woord van God te horen. - Handelingen 13:7
proconsul: in-plaats-
van-bovenste, regeert
over senatoriaal gebied
Sergius: verwikkeld(?)
Paulus: klein, pauze
14.
13:8 Elymas probeertde proconsul van geloof af te houden
13:9-11- Paulus spreekt rechtens blindheid over Elymas uit
13:-11 Elymas wordt rechtens blind
13:12 de proconsul gelooft
15.
Hen weerstond nu
Elymas,de magiër
(want zo wordt zijn
naam vertaald),
zoekend de
proconsul weg te
draaien van het
geloof.
Handelingen 13:8
Elymas = alim,
wijze of alima,
de machtige
beeld van afvallig
religieus jodendom
16.
Saulus nu, dieook Paulus heet, vervuld van heilige geest, keek hem strak
aan, zei: "O jij, vol van alle bedrog en van iedere bedriegerij, zoon van de
tegenwerker, vijand van alle rechtvaardigheid, zal jij niet ophouden
de rechte wegen van de Heer te verdraaien? - Handelingen 13:9,10
17.
En nu, zie,de hand van
de Heer is tegen jou, en
jij zal blind zijn, en de zon
niet bekijken tot de
bestemde tijd."
Direct viel echter nevel
en duisternis over hem,
en rondgaand zocht
hij geleiders aan de hand.
Handelingen 13:11
Cf Rom.11:8-11,25-27
18.
Toen, waargenomen watgebeurd was, geloofde de proconsul,
zich verwonderend over het onderwijs van de Heer. Handelingen 13:12
Editor's Notes
#6 de Heer dienen = leitourgeo vastten = niet eten heilige geest sprak dmv iemand dè = binden