1 Daar ruistlangs de wolken een heerlijke Naam, die hemel en aarde verenigt te zaam. Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart Hij balsemt de wonden en heelt alle smart. Kent gij, kent gij, die Naam nog niet? Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!
4.
2 Die Naamis naar waarheid mijn Jezus ook waard, want Hij kwam om zalig te maken op aard; zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf, genade bij God door zijn zoenbloed verwierf. Kent gij, kent gij die Jezus niet, die, om ons te redden, de hemel verliet?
5.
3 Eens buigtzich ook alles voor Jezus in 't stof, en d'engelen zingen voortdurend zijn lof. O mochten w'om Jezus verheerlijkt eens staan, dan hieven wij juichend de jubeltoon aan: Jezus, Jezus, uw Naam zij d'eer, want Gij zijt der mensen en engelen Heer!
6.
Welkom bij dezeochtenddienst Voorganger ds Sijtsma Organist Joh de Vries Avonddienst door eigen gemeenteleden
1 Vreugde, vreugde,louter vreugde is bij U van eeuwigheid. Schepper, die 't heelal verheugde, bron van eeuw'ge vreugde zijt. Gij, die woont in licht en luister, drijft de schaduwen uiteen. Hij, die zoekend doolt in 't duister, vindt het licht bij U alleen.
9.
4 Open nuook onze ogen voor het ware vreugdelicht, opdat wij uw Naam verhogen, juichend voor uw aangezicht. Want in Christus komt Gij nader hem, die onder zonde zucht. Ieder wilt Gij zijn een Vader, die in Jezus tot U vlucht.
10.
Stil gebed &Votum en Groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
3 Het isook in de hemel niet, hoe vaak gij ook naar boven ziet en droomt van bovenaardse streken. Wat gij ook in de sterren leest, alleen de Geest beroert de geest, alleen het woord kan 't hart toespreken.
13.
4 Het woordvan liefde, vrede en recht is in uw eigen mond gelegd, is in uw eigen hart geschreven. Rondom u klinkt de stem van God: vrijspraak, vertroosting en gebod, vlak voor u ligt de weg ten leven.
1 Groot isuw trouw o Heer, mijn God en Vader. Er is geen schaduw van omkeer bij U. Ben ik ontrouw, Gij blijft immer dezelfde, die Gij steeds waart; dat bewijst Gij ook nu.
17.
Refrein: Groot isuw trouw o Heer, groot is uw trouw o Heer, iedere morgen aan mij weer betoond. AI wat ik nodig had, hebt Gij gegeven. Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
18.
2 Gij geeftons vrede, vergeving van zonden, en uw nabijheid, die sterkt en die leidt; kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst. Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
19.
Refrein: Groot isuw trouw o Heer, groot is uw trouw o Heer, iedere morgen aan mij weer betoond. AI wat ik nodig had, hebt Gij gegeven. Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
25 Er kwam eenwetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’
29.
27 De wetgeleerde antwoordde:‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’
30.
29 Maar de wetgeleerdewilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten.
31.
31 Toevallig kwam ereen priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.
32.
33 Een Samaritaan echter,die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde.
33.
35 De volgende morgengaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’
34.
37 De wetgeleerde zei:‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’
Refrein: Is jedeur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krr krr krr, doe ‘m open voor God Want de Heer wil bij je wonen En dan ben je nooit alleen
37.
Je hart isnet een huisje Waar het gezellig is Maar ‘t is er nog zo donker Er is iets wat is mis
38.
Refrein: Is jedeur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krr krr krr, doe ‘m open voor God Want de Heer wil bij je wonen En dan ben je nooit alleen
31 Wanneer de Mensenzoonkomt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt;
42.
33 de schapen zalhij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
43.
35 Want ik hadhonger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,
44.
36 ik was naakt,en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven?
45.
38 Wanneer hebben wiju als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed?
46.
39 Wanneer hebben wijgezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40 En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
47.
41 Daarop zal hijook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.
1 Heer, uwlicht en uw liefde schijnen, waar U bent zal de nacht verdwijnen. Jezus, licht van de wereld, vernieuw ons. Levend Woord, ja uw waarheid bevrijdt ons. Schijn in mij, schijn door mij.
50.
Refrein: Kom, Jezuskom, vul dit land met uw heerlijkheid. Kom Heil'ge Geest, stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard' vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
51.
2 Heer, 'kwil komen in uw nabijheid. Uit de schaduwen in uw heerlijkheid. Door het bloed mag ik U toebehoren. Leer mij, toets mij, uw stem wil ik horen. Schijn in mij, schijn door mij.
52.
Refrein: Kom, Jezuskom, vul dit land met uw heerlijkheid. Kom Heil'ge Geest, stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard' vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.