Welkom bij deze ochtenddienst Voorganger ds Sijtsma Organist Joh de Vries Avonddienst door eigen  gemeenteleden
Lied VDD ELB 381  Daar ruist langs de wolken
1 Daar ruist langs de wolken een heerlijke Naam, die hemel en aarde verenigt te zaam. Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart Hij balsemt de wonden en heelt alle smart. Kent gij, kent gij, die Naam nog niet? Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!
2 Die Naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard, want Hij kwam om zalig te maken op aard; zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf, genade bij God door zijn zoenbloed verwierf. Kent gij, kent gij die Jezus niet, die, om ons te redden, de hemel verliet?
3 Eens buigt zich ook alles voor Jezus in 't stof, en d'engelen zingen voortdurend zijn lof. O mochten w'om Jezus verheerlijkt eens staan, dan hieven wij juichend de jubeltoon aan: Jezus, Jezus, uw Naam zij d'eer, want Gij zijt der mensen en engelen Heer!
Welkom bij deze ochtenddienst Voorganger ds Sijtsma Organist Joh de Vries Avonddienst door eigen  gemeenteleden
ELB 357 – 1, 4 Vreugde, vreugde, louter vreugde
1 Vreugde, vreugde, louter vreugde is bij U van eeuwigheid. Schepper, die 't heelal verheugde, bron van eeuw'ge vreugde zijt. Gij, die woont in licht en luister, drijft de schaduwen uiteen. Hij, die zoekend doolt in 't duister, vindt het licht bij U alleen.
4 Open nu ook onze ogen voor het ware vreugdelicht, opdat wij uw Naam verhogen, juichend voor uw aangezicht. Want in Christus komt Gij nader hem, die onder zonde zucht. Ieder wilt Gij zijn een Vader, die in Jezus tot U vlucht.
Stil gebed & Votum en Groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Het woord dat u ten leven riep Gezang 7 Vers 3 en 4
3 Het is ook in de hemel niet, hoe vaak gij ook naar boven ziet en droomt van bovenaardse streken. Wat gij ook in de sterren leest, alleen de Geest beroert de geest, alleen het woord kan 't hart toespreken.
4 Het woord van liefde, vrede en recht is in uw eigen mond gelegd, is in uw eigen hart geschreven. Rondom u klinkt de stem van God: vrijspraak, vertroosting en gebod, vlak voor u ligt de weg ten leven.
Gebed van verootmoediging
Groot is uw trouw o Heer, ELB 170 – 1, 2
1 Groot is uw trouw o Heer, mijn God en Vader. Er is geen schaduw van omkeer bij U. Ben ik ontrouw, Gij blijft immer dezelfde, die Gij steeds waart; dat bewijst Gij ook nu.
Refrein: Groot is uw trouw o Heer, groot is uw trouw o Heer, iedere morgen aan mij weer betoond. AI wat ik nodig had, hebt Gij gegeven. Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
2 Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden, en uw nabijheid, die sterkt en die leidt; kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst. Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
Refrein: Groot is uw trouw o Heer, groot is uw trouw o Heer, iedere morgen aan mij weer betoond. AI wat ik nodig had, hebt Gij gegeven. Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
Genadeverkondiging
Zegen, mijn ziel, de grote naam des HEREN Psalm 103 Vers 3 en 8
3 Hij is een God van liefde en genade, barmhartigheid en goedheid zijn de daden van Hem die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden, ons niet naar onze ongerechtigheden vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.
8 Hij heeft de hemel tot zijn troon verheven, Hij heerst als koning over al het leven. Looft engelen, zijn hoge majesteit,
krachtige helden, die aan alle oorden als boden meldt zijn goddelijke woorden, Hem zij uw dienst, Hem zij uw lied gewijd.
Gebed opening van ons hart
Lucas 10 : 25 - 37 Schriftlezing
25 Er kwam een wetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’
27 De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’
29 Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten.
31 Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.
33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde.
35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’
37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’
Is je deur nog op slot?
Refrein: Is je deur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krr krr krr,  doe ‘m open voor God Want de Heer wil bij je wonen En dan ben je nooit alleen
Je hart is net een huisje Waar het gezellig is Maar ‘t is er nog zo donker Er is iets wat is mis
Refrein: Is je deur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krr krr krr,  doe ‘m open voor God Want de Heer wil bij je wonen En dan ben je nooit alleen
We gaan, tot straks!
Matteüs 25 : 31 – 41
31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt;
33 de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
35 Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,
36 ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven?
38 Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed?
39 Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40 En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
41 Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.
Heer, uw licht en uw liefde schijnen, ELB 382 1, 2
1 Heer, uw licht en uw liefde schijnen, waar U bent zal de nacht verdwijnen. Jezus, licht van de wereld, vernieuw ons. Levend Woord, ja uw waarheid bevrijdt ons. Schijn in mij, schijn door mij.
Refrein: Kom, Jezus kom, vul dit land met uw heerlijkheid. Kom Heil'ge Geest, stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard' vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
2 Heer, 'k wil komen in uw nabijheid. Uit de schaduwen in uw heerlijkheid. Door het bloed mag ik U toebehoren. Leer mij, toets mij, uw stem wil ik horen. Schijn in mij, schijn door mij.
Refrein: Kom, Jezus kom, vul dit land met uw heerlijkheid. Kom Heil'ge Geest, stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard' vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
Verkondiging
Neem mijn leven, laat het, Heer Gezang 473 : 1,5, 9 en 10
1 Neem mijn leven, laat het, Heer, toegewijd zijn aan uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot uw lof en dienst bereid.
5 Neem mijn wil en maak hem vrij, dat hij U geheiligd zij. Maak mijn hart tot uwe troon, dat uw Heilge Geest er woon'.
9 Neem en zegen alle vreugd, al 't geluk dat mij verheugt. Maak dat ik mij nimmer schaam mens te wezen in uw naam.
10 Neem ook mijne liefde, Heer, 'k leg voor U haar schatten neer. Neem mijzelf en voor altijd ben ik aan U toegewijd.
Gebeden
Collecte: 1 ste  voor het jeugdwerk   2 de  voor de kerk
Wegen Gods, hoe duister zijt gij Gezang 292 : 1 en 2
1 Wegen Gods, hoe duister zijt gij, maar we omvleuglen ons het hoofd voor 't verblindend licht der toekomst, die 't verrukte hart gelooft!
Blijve 't middel ons verholen, God maakt ons zijn doel gewis door de onfeilbre profetieen van zijn vast getuigenis.
2 Aan de eindpaal van de tijden ziet ons oog de geest van 't kwaad, moe geworsteld en ontwapend, tot geen afval meer in staat.
Als de Here God in allen, en in allen alles is, zal het licht zijn, eeuwig licht zijn, licht uit licht en duisternis.
Zegen 3 x amen
Vanavond om 19.00 uur Zangdienst verzorgt door eigen gemeenteleden

Verkondiging

  • 1.
    Welkom bij dezeochtenddienst Voorganger ds Sijtsma Organist Joh de Vries Avonddienst door eigen gemeenteleden
  • 2.
    Lied VDD ELB381 Daar ruist langs de wolken
  • 3.
    1 Daar ruistlangs de wolken een heerlijke Naam, die hemel en aarde verenigt te zaam. Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart Hij balsemt de wonden en heelt alle smart. Kent gij, kent gij, die Naam nog niet? Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!
  • 4.
    2 Die Naamis naar waarheid mijn Jezus ook waard, want Hij kwam om zalig te maken op aard; zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf, genade bij God door zijn zoenbloed verwierf. Kent gij, kent gij die Jezus niet, die, om ons te redden, de hemel verliet?
  • 5.
    3 Eens buigtzich ook alles voor Jezus in 't stof, en d'engelen zingen voortdurend zijn lof. O mochten w'om Jezus verheerlijkt eens staan, dan hieven wij juichend de jubeltoon aan: Jezus, Jezus, uw Naam zij d'eer, want Gij zijt der mensen en engelen Heer!
  • 6.
    Welkom bij dezeochtenddienst Voorganger ds Sijtsma Organist Joh de Vries Avonddienst door eigen gemeenteleden
  • 7.
    ELB 357 –1, 4 Vreugde, vreugde, louter vreugde
  • 8.
    1 Vreugde, vreugde,louter vreugde is bij U van eeuwigheid. Schepper, die 't heelal verheugde, bron van eeuw'ge vreugde zijt. Gij, die woont in licht en luister, drijft de schaduwen uiteen. Hij, die zoekend doolt in 't duister, vindt het licht bij U alleen.
  • 9.
    4 Open nuook onze ogen voor het ware vreugdelicht, opdat wij uw Naam verhogen, juichend voor uw aangezicht. Want in Christus komt Gij nader hem, die onder zonde zucht. Ieder wilt Gij zijn een Vader, die in Jezus tot U vlucht.
  • 10.
    Stil gebed &Votum en Groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  • 11.
    Het woord datu ten leven riep Gezang 7 Vers 3 en 4
  • 12.
    3 Het isook in de hemel niet, hoe vaak gij ook naar boven ziet en droomt van bovenaardse streken. Wat gij ook in de sterren leest, alleen de Geest beroert de geest, alleen het woord kan 't hart toespreken.
  • 13.
    4 Het woordvan liefde, vrede en recht is in uw eigen mond gelegd, is in uw eigen hart geschreven. Rondom u klinkt de stem van God: vrijspraak, vertroosting en gebod, vlak voor u ligt de weg ten leven.
  • 14.
  • 15.
    Groot is uwtrouw o Heer, ELB 170 – 1, 2
  • 16.
    1 Groot isuw trouw o Heer, mijn God en Vader. Er is geen schaduw van omkeer bij U. Ben ik ontrouw, Gij blijft immer dezelfde, die Gij steeds waart; dat bewijst Gij ook nu.
  • 17.
    Refrein: Groot isuw trouw o Heer, groot is uw trouw o Heer, iedere morgen aan mij weer betoond. AI wat ik nodig had, hebt Gij gegeven. Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
  • 18.
    2 Gij geeftons vrede, vergeving van zonden, en uw nabijheid, die sterkt en die leidt; kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst. Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
  • 19.
    Refrein: Groot isuw trouw o Heer, groot is uw trouw o Heer, iedere morgen aan mij weer betoond. AI wat ik nodig had, hebt Gij gegeven. Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
  • 20.
  • 21.
    Zegen, mijn ziel,de grote naam des HEREN Psalm 103 Vers 3 en 8
  • 22.
    3 Hij iseen God van liefde en genade, barmhartigheid en goedheid zijn de daden van Hem die niet voor altijd met ons twist,
  • 23.
    die ons nietdoet naar alles wat wij deden, ons niet naar onze ongerechtigheden vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.
  • 24.
    8 Hij heeftde hemel tot zijn troon verheven, Hij heerst als koning over al het leven. Looft engelen, zijn hoge majesteit,
  • 25.
    krachtige helden, dieaan alle oorden als boden meldt zijn goddelijke woorden, Hem zij uw dienst, Hem zij uw lied gewijd.
  • 26.
  • 27.
    Lucas 10 :25 - 37 Schriftlezing
  • 28.
    25 Er kwam eenwetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’
  • 29.
    27 De wetgeleerde antwoordde:‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’
  • 30.
    29 Maar de wetgeleerdewilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten.
  • 31.
    31 Toevallig kwam ereen priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.
  • 32.
    33 Een Samaritaan echter,die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde.
  • 33.
    35 De volgende morgengaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’
  • 34.
    37 De wetgeleerde zei:‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’
  • 35.
    Is je deurnog op slot?
  • 36.
    Refrein: Is jedeur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krr krr krr, doe ‘m open voor God Want de Heer wil bij je wonen En dan ben je nooit alleen
  • 37.
    Je hart isnet een huisje Waar het gezellig is Maar ‘t is er nog zo donker Er is iets wat is mis
  • 38.
    Refrein: Is jedeur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krr krr krr, doe ‘m open voor God Want de Heer wil bij je wonen En dan ben je nooit alleen
  • 39.
    We gaan, totstraks!
  • 40.
    Matteüs 25 :31 – 41
  • 41.
    31 Wanneer de Mensenzoonkomt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt;
  • 42.
    33 de schapen zalhij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
  • 43.
    35 Want ik hadhonger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,
  • 44.
    36 ik was naakt,en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven?
  • 45.
    38 Wanneer hebben wiju als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed?
  • 46.
    39 Wanneer hebben wijgezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40 En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
  • 47.
    41 Daarop zal hijook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.
  • 48.
    Heer, uw lichten uw liefde schijnen, ELB 382 1, 2
  • 49.
    1 Heer, uwlicht en uw liefde schijnen, waar U bent zal de nacht verdwijnen. Jezus, licht van de wereld, vernieuw ons. Levend Woord, ja uw waarheid bevrijdt ons. Schijn in mij, schijn door mij.
  • 50.
    Refrein: Kom, Jezuskom, vul dit land met uw heerlijkheid. Kom Heil'ge Geest, stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard' vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
  • 51.
    2 Heer, 'kwil komen in uw nabijheid. Uit de schaduwen in uw heerlijkheid. Door het bloed mag ik U toebehoren. Leer mij, toets mij, uw stem wil ik horen. Schijn in mij, schijn door mij.
  • 52.
    Refrein: Kom, Jezuskom, vul dit land met uw heerlijkheid. Kom Heil'ge Geest, stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard' vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
  • 53.
  • 54.
    Neem mijn leven,laat het, Heer Gezang 473 : 1,5, 9 en 10
  • 55.
    1 Neem mijnleven, laat het, Heer, toegewijd zijn aan uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot uw lof en dienst bereid.
  • 56.
    5 Neem mijnwil en maak hem vrij, dat hij U geheiligd zij. Maak mijn hart tot uwe troon, dat uw Heilge Geest er woon'.
  • 57.
    9 Neem enzegen alle vreugd, al 't geluk dat mij verheugt. Maak dat ik mij nimmer schaam mens te wezen in uw naam.
  • 58.
    10 Neem ookmijne liefde, Heer, 'k leg voor U haar schatten neer. Neem mijzelf en voor altijd ben ik aan U toegewijd.
  • 59.
  • 60.
    Collecte: 1 ste voor het jeugdwerk 2 de voor de kerk
  • 61.
    Wegen Gods, hoeduister zijt gij Gezang 292 : 1 en 2
  • 62.
    1 Wegen Gods,hoe duister zijt gij, maar we omvleuglen ons het hoofd voor 't verblindend licht der toekomst, die 't verrukte hart gelooft!
  • 63.
    Blijve 't middelons verholen, God maakt ons zijn doel gewis door de onfeilbre profetieen van zijn vast getuigenis.
  • 64.
    2 Aan deeindpaal van de tijden ziet ons oog de geest van 't kwaad, moe geworsteld en ontwapend, tot geen afval meer in staat.
  • 65.
    Als de HereGod in allen, en in allen alles is, zal het licht zijn, eeuwig licht zijn, licht uit licht en duisternis.
  • 66.
  • 67.
    Vanavond om 19.00uur Zangdienst verzorgt door eigen gemeenteleden