“Milan? Moet jeecht naar de universiteit?”,vraagt Thomas met een dun stemmetje aan zijn grote broer.
3.
“Ik vrees vanwel.”,antwoordt Milan opgewekt van achter de computer,“Ik ben net mijn beurzen aan het nakijken, en ik krijg er wel heel wat!”
4.
“Kan ik danniet met je mee?”Thomas kijkt smekend op van zijn boek.“Ik wil je wel helpen met je huiswerk! En anders ben ik de enige jongen hier in huis!”
5.
Milan omhelst zijnkleine broertje:“Sta hier dan maar eens goed je mannetje, knul! En papa is er ook nog, voor als je eens echte jongensdingen wil doen!”
6.
Die avond ishet voor Milan echt tijd om naar de universiteit te vertrekken. Deborah omhelst hem:“Veel succes, jongen. Weet dat je vader en ik vreselijk trots op je zijn!”
7.
Ook Lucas wenstzijn zoon veel succes.“En maak de meisjes op de campus niet te gek, jongen!”
8.
De andere kinderenkomen ook nog even afscheid nemen van hun grote broer.Maar veel tijd hebben ze niet meer, want daar komt de taxi de straat al in gereden.
9.
Milan kijkt nogeven om naar het huis waar hij is opgegroeid. Nu is het tijd voor zijn nieuwe leven als student.
10.
“Ik kan hetniet geloven.”,zegt Deborah even later tegen Lucas, wanneer de andere kinderen al naar bed zijn,“Onze tweede zoon is ook al naar de universiteit.”
11.
“En dat terwijlhet lijkt alsof hij pas gisteren voor het eerst in mijn armen lag…”Ze krijgt het wat moeilijk, en drukt zich steviger tegen Lucas aan.
12.
Dan trekt Lucashaar op schoot:“Niet huilen, meid! Ik denk dat ik wel een maniertje weet om je op te vrolijken…”
13.
Hij drukt zijnlippen op de hare, en begint haar vol passie te zoenen.
14.
En het duurtdie nacht nog heel lang voordat Lucas en Deborah in slaap vallen!
15.
Tess staat inde badkamer onzeker aan haar haren te pulken.Ze is gisteren naar de kapper geweest, maar voelt zich toch niet helemaal zeker over haar nieuwe kapsel.
16.
“Is het echtniet te kort?”,vraagt ze zich luidop af.
17.
“Nee hoor, Milanzal het prachtig vinden!”,klinkt opeens de stem van Fleur achter haar.Verschrikt draait ze zich om.
18.
“Milan? Wat heeftMilan hiermee te maken?”,vraagt ze, terwijl ze haar tweelingzus betrapt aankijkt.
19.
“Geef het tochtoe, Tessje. Iedere keer als iemand hier iets over Milan zegt, begin je te blozen en wend je snel je blik af.”
20.
“En ik weettoch hoe je bent. Ik ben immers je tweelingzus, ik merk dat echt wel!”
21.
“Je mag gerustzijn: als Milan je ziet, is hij zo verkocht!”,fluistert Fleur nog in Tess’ oor, terwijl ze haar nog eens stevig vast neemt.
22.
Even later arriveertMilan, en hij wordt meteen hartelijk verwelkomd door Piet:“Broertje, je bent er! Welkom!”