STABILITEIT BRICK 7-formaat

 BRICK 7 - FILOSOFIE
 FORMAAT

 VOORDELEN
 STABILITEIT
 SPOUWANKERS
 GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN
 DILATATIES
 VERWERKINGSMETHODEN
 EPB
BRICK 7 FILOSOFIE

• Energiezuinig en duurzaam bouwen
• Bewust omgaan met grondstoffen
• Rationeel energiegebruik
Reeds enkele jaren actuele thema’s
-> slanker formaat: BRICK 7- reeks
FORMAAT
VOORDELEN

 Minder productiegrondstoffen
 Minder productie-energie & minder transport
 Minder CO2-uitstoot bij productie
 Meer isolatieruimte

 Traditionele verwerking blijft mogelijk
 Budgetvriendelijk door verbeterde prijskwaliteitverhouding
NATURE7

NATURE7
Karaktervolle reeks met natuurlijk genuanceerde kleuren
sEptEm

sEptEm
Strakke, egaler gekleurde reeks
Rustique 7

Getrommelde/verouderde gecementeerde gevelsteen
STABILITEIT

CONTROLE STABILITEIT DOOR STUDIEBUREAU VAN HOORICKX

 SPOUWANKERS
 GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN
 DILATATIES
SPOUWANKERS

SPOUWANKERS

Verwerking klassieke voeg 10 à 12 mm:
- Traditioneel gemetseld met een klassieke
metselmortel en nadien opgevoegd met een
voegmortel
- In één keer gemetseld met een doorstrijkmortel en
nadien de voeg meteen platstrijken.
SPOUWANKERS

(*) Wapening is hier aan te raden maar naar sterkte toe niet verplicht.
SPOUWANKERS

(*) Wapening is hier aan te raden maar naar sterkte toe niet verplicht.
SPOUWANKERS

Verwerking dunne voeg van 4 à 6 mm:
-

Met dunbedmortel voor voegen tussen de 5 en 8 mm

-

Met lijmmortel voor voegen tussen de 4 en 8 mm

Geen verschil wat betreft aantal spouwankers.
Richtlijnen STS 22 en Eurocode 6 volgen.
Voor dunne voegen zijn wel platte spouwanker beschikbaar.
GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN

GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN
Deze tabellen zijn geldig voor gebouwen:
1. Van 2 bouwlagen van 3 m hoogte in geval dat de breedste van
de penanten tussen de gevelopeningen minstens 15% van de
som van de breedtes van de aanpalende gevelopeningen
bedraagt.
2. Van 3 bouwlagen van 3 m hoogte in geval dat de breedte van de
penanten tussen de gevelopeningen minstens 25 % van de som
van de breedtes van de aanpalende gevelopeningen bedraagt.

Ook geadviseerd voor paramentmuren van 100/90 mm.
Meer dan 3 bouwlagen (zowel 100/90 mm als 70 mm):
geveldragers
GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN

3 bouwlagen  penanten minstens 25% van de aanpalende
gevelopeningen
(0,25 x (2617 + 2016)) = 1158,25 mm > 989 mm
De penant is kleiner dan de minimaal toegelaten
penantbreedte bij 3 bouwlagen.
2 bouwlagen  penanten minstens 15% van de aanpalende
gevelopeningen
(0,15 x (2617 + 2016)) = 694,95 mm < 989 mm
De penant is groter dan de minimaal toegelaten
penantbreedte bij 2 bouwlagen.
BEWEGINGSVOEGEN

VERTICALE BEWEGINGSVOEGEN
De plaats van de bewegingsvoegen wordt onder meer bepaald
door de geometrie van het gebouw en is afhankelijk van het
muurtype en specifieke bouwdetails (bvb achter regenafvoer).
- bij discontinuïteiten in de geometrie van het metselwerk
- bij discontinuïteiten in de belasting van het metselwerk
BEWEGINGSVOEGEN

De afstand tussen bewegingsvoegen wordt onder meer
bepaald door

- De geometrie en het concept van het gebouw
- de hygrometrische krimp en zwel van de metselstenen
- de thermische krimp en zwelling van de metselstenen
-> Maximale tussenafstand dikte 7 cm = maximale
tussenafstand dikte 10 cm
Afstand kan verhoogd worden door gebruik van
metselwerkwapening. (zie presentatie Murfor)
BEWEGINGSVOEGEN

Eurocode 6 : de maximale afstand tussen de bewegingsvoegen
van ongewapende, niet-dragende buitenwanden in functie van
het type metselsteen:
BEWEGINGSVOEGEN

HORIZONTALE BEWEGINGSVOEGEN
Indien horizontale voegen noodzakelijk zijn om verticale
beweging van een buitenspouwblad van een spouwmuur toe te
laten, moet men bij het bepalen van de plaats eveneens
rekening houden met de geometrie van het gebouw, het
muurtype en specifieke bouwdetails.
- bij discontinuïteiten in de geometrie van het metselwerk

- bij discontinuïteiten in de belasting van het metselwerk
-> Tussenafstand maximum 9m
Meer info over bewegingsvoegen is terug te vinden in de STS22 en Eurocode 6.
VERWERKINGSMETHODEN

MORTELS
20 tot 30 % minder mortelverbruik bij de verwerking BRICK7

De keuze van de mortel hangt af van:
• de metseltechniek
• de gewenste voegbreedte
• het beoogde uitzicht van de voeg
• de initiële wateropname van de gevelsteen (zie TF)
VERWERKINGSMETHODEN

Rustique7

IW3

Normaal zuigend

1,5 < IW ≤ 4,0
kg/m².min

sEptEm

IW2

Weinig zuigend

0,5 < IW ≤ 1,5
kg/m².min

Nature 7 Brick
G,L,M,O,R,D,V,K

IW3

Normaal zuigend

1,5 < IW ≤ 4,0
kg/m².min

Nature 7 Brick
A,B,E,H,I,N,P,S,T

IW2

Weinig zuigend

1,5 < IW ≤ 4,0
kg/m².min

Nature7 Brick
Q,F,X,Y,U

IW1

Zeer weinig zuigend

IW ≤ 0,5 kg/m².min
VERWERKINGSMETHODEN

SOORTEN MORTELS

Bij voorkeur een geprefabriceerde mortel.
Steeds adviezen van de fabrikant raadplegen en opvolgen.
•

Genormaliseerd metselmortel
•
•

•

Zuivere cementmortel
Bastaardmortel (toevoeging van kalk)

Isolerende (lichtgewicht) metselmortel

Kan gebruikt worden om de thermische weerstand van het metselwerk te
verbeteren.
VERWERKINGSMETHODEN

SOORTEN MORTELS
•

Lijmmortel
•
•
•

•

Dunbedmortel
•
•
•

•

voegen van 4 tot 6 mm.
een hogere hechtsterkte dan de klassieke mortel
Aangebracht met lijmpomp, spuitzak,…

Voegen van 4 tot 7 mm
Vergelijkbaar uiterlijk als lijmmortel
Gelijkwaardige prestaties als de klassieke mortel

Doorstrijksmortel
•
•
•
•

Klassieke voegdikte
Mortel wordt in één keer “vol en zat” aangebracht
Afwerking van de voeg met voegspijker/voegijzer of een
pointmaster/voegroller
Navoegen is niet meer nodig.
VERWERKINGSMETHODEN

VERWERKINGSTIPS
 Kantelen van de gevelsteen: gevelsteen eerst vooraan neerleggen
en dan kantelen naar de achterzijde van het gevelvlak.
 Navoegen:
 Uitkrabben tot een uniforme dikte van minstens 10 mm
 Ondiep uitgekrabde voegen verhinderen een goede
verdichting van de voegmortel.
 Zo blijft de voorgeschreven verdeling van 85% legmortel en
15% voegmortel (STS 22)aangehouden.
Te
VERWERKINGSMETHODES

VERWERKINGSTIPS
 Optimale voegdikte bij dunne voeg
 ruwheid en onregelmatigheid stenen bepalen
voegdikte

 proefmuurtje is aangeraden
 via proefmuurtje (met voegdikte 4,5 en 6 mm)
ziet men de strakheid van de gevel
 Vlakheid van horizontale voeg (lintvoeg) bepaalt
strakheid en niet zozeer de dikte van de voeg
VERWERKINGSMETHODES

METSELVERBANDEN
 Halfsteens verband
VERWERKINGSMETHODES

METSELVERBANDEN
 Halfsteens verband
VERWERKINGSMETHODES

METSELVERBANDEN
 Wild verband

 1/3 verband
MEER ISOLATIERUIMTE

EPB (EnergiePrestatie en Binnenklimaat)




Energiepresatieregelgeving: sinds 2006, elk jaar strenger
Voor zowel nieuwbouw, als verbouwingen, zowel woningen als
kantoren, scholen,…
Andere drijfveren:
1.
2.
3.

Verhoging van het comfort
Reduceren van stookfactuur
Milieu bewust zijn

Energiezuiniger bouwen kan onder andere door



beter geïsoleerde muren
compacter en kleiner bouwen
Meer ruimte creëren voor isolatie via 7-formaat.
MEER ISOLATIERUIMTE

Standaard gevelsteen

Gevelsteen met ecologisch 7-formaat

Klassieke isolatiedikte van 5 naar 8 cm zonder uitbreiding
geveldikte of ruimteverlies.
MEER ISOLATIERUIMTE
MEER ISOLATIERUIMTE

Overzicht enkele U-waardes spouwmuur
BEN: Bijna Energie Neutraal

• E-peil ≤ E30

• Umax muur: 0,24 W/m²K

• K-peil ≤ K40
• Netto energiebehoefte voor verwarming ≤ 70
kWh/m²
• Oververhittingsfactor ≤ 6500 Kh
• Ventilatie-eisen
• Minimum aandeel hernieuwbare energie
Bedankt voor jullie aandacht.

Presentatie brick7 18 oktober 2013

  • 2.
    STABILITEIT BRICK 7-formaat BRICK 7 - FILOSOFIE  FORMAAT  VOORDELEN  STABILITEIT  SPOUWANKERS  GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN  DILATATIES  VERWERKINGSMETHODEN  EPB
  • 3.
    BRICK 7 FILOSOFIE •Energiezuinig en duurzaam bouwen • Bewust omgaan met grondstoffen • Rationeel energiegebruik Reeds enkele jaren actuele thema’s -> slanker formaat: BRICK 7- reeks
  • 4.
  • 5.
    VOORDELEN  Minder productiegrondstoffen Minder productie-energie & minder transport  Minder CO2-uitstoot bij productie  Meer isolatieruimte  Traditionele verwerking blijft mogelijk  Budgetvriendelijk door verbeterde prijskwaliteitverhouding
  • 6.
    NATURE7 NATURE7 Karaktervolle reeks metnatuurlijk genuanceerde kleuren
  • 7.
  • 8.
  • 9.
    STABILITEIT CONTROLE STABILITEIT DOORSTUDIEBUREAU VAN HOORICKX  SPOUWANKERS  GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN  DILATATIES
  • 10.
    SPOUWANKERS SPOUWANKERS Verwerking klassieke voeg10 à 12 mm: - Traditioneel gemetseld met een klassieke metselmortel en nadien opgevoegd met een voegmortel - In één keer gemetseld met een doorstrijkmortel en nadien de voeg meteen platstrijken.
  • 11.
    SPOUWANKERS (*) Wapening ishier aan te raden maar naar sterkte toe niet verplicht.
  • 12.
    SPOUWANKERS (*) Wapening ishier aan te raden maar naar sterkte toe niet verplicht.
  • 13.
    SPOUWANKERS Verwerking dunne voegvan 4 à 6 mm: - Met dunbedmortel voor voegen tussen de 5 en 8 mm - Met lijmmortel voor voegen tussen de 4 en 8 mm Geen verschil wat betreft aantal spouwankers. Richtlijnen STS 22 en Eurocode 6 volgen. Voor dunne voegen zijn wel platte spouwanker beschikbaar.
  • 14.
    GEOMETRIE VAN DEGEVELVLAKKEN GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN Deze tabellen zijn geldig voor gebouwen: 1. Van 2 bouwlagen van 3 m hoogte in geval dat de breedste van de penanten tussen de gevelopeningen minstens 15% van de som van de breedtes van de aanpalende gevelopeningen bedraagt. 2. Van 3 bouwlagen van 3 m hoogte in geval dat de breedte van de penanten tussen de gevelopeningen minstens 25 % van de som van de breedtes van de aanpalende gevelopeningen bedraagt. Ook geadviseerd voor paramentmuren van 100/90 mm. Meer dan 3 bouwlagen (zowel 100/90 mm als 70 mm): geveldragers
  • 15.
    GEOMETRIE VAN DEGEVELVLAKKEN 3 bouwlagen  penanten minstens 25% van de aanpalende gevelopeningen (0,25 x (2617 + 2016)) = 1158,25 mm > 989 mm De penant is kleiner dan de minimaal toegelaten penantbreedte bij 3 bouwlagen. 2 bouwlagen  penanten minstens 15% van de aanpalende gevelopeningen (0,15 x (2617 + 2016)) = 694,95 mm < 989 mm De penant is groter dan de minimaal toegelaten penantbreedte bij 2 bouwlagen.
  • 16.
    BEWEGINGSVOEGEN VERTICALE BEWEGINGSVOEGEN De plaatsvan de bewegingsvoegen wordt onder meer bepaald door de geometrie van het gebouw en is afhankelijk van het muurtype en specifieke bouwdetails (bvb achter regenafvoer). - bij discontinuïteiten in de geometrie van het metselwerk - bij discontinuïteiten in de belasting van het metselwerk
  • 17.
    BEWEGINGSVOEGEN De afstand tussenbewegingsvoegen wordt onder meer bepaald door - De geometrie en het concept van het gebouw - de hygrometrische krimp en zwel van de metselstenen - de thermische krimp en zwelling van de metselstenen -> Maximale tussenafstand dikte 7 cm = maximale tussenafstand dikte 10 cm Afstand kan verhoogd worden door gebruik van metselwerkwapening. (zie presentatie Murfor)
  • 18.
    BEWEGINGSVOEGEN Eurocode 6 :de maximale afstand tussen de bewegingsvoegen van ongewapende, niet-dragende buitenwanden in functie van het type metselsteen:
  • 19.
    BEWEGINGSVOEGEN HORIZONTALE BEWEGINGSVOEGEN Indien horizontalevoegen noodzakelijk zijn om verticale beweging van een buitenspouwblad van een spouwmuur toe te laten, moet men bij het bepalen van de plaats eveneens rekening houden met de geometrie van het gebouw, het muurtype en specifieke bouwdetails. - bij discontinuïteiten in de geometrie van het metselwerk - bij discontinuïteiten in de belasting van het metselwerk -> Tussenafstand maximum 9m Meer info over bewegingsvoegen is terug te vinden in de STS22 en Eurocode 6.
  • 20.
    VERWERKINGSMETHODEN MORTELS 20 tot 30% minder mortelverbruik bij de verwerking BRICK7 De keuze van de mortel hangt af van: • de metseltechniek • de gewenste voegbreedte • het beoogde uitzicht van de voeg • de initiële wateropname van de gevelsteen (zie TF)
  • 21.
    VERWERKINGSMETHODEN Rustique7 IW3 Normaal zuigend 1,5 <IW ≤ 4,0 kg/m².min sEptEm IW2 Weinig zuigend 0,5 < IW ≤ 1,5 kg/m².min Nature 7 Brick G,L,M,O,R,D,V,K IW3 Normaal zuigend 1,5 < IW ≤ 4,0 kg/m².min Nature 7 Brick A,B,E,H,I,N,P,S,T IW2 Weinig zuigend 1,5 < IW ≤ 4,0 kg/m².min Nature7 Brick Q,F,X,Y,U IW1 Zeer weinig zuigend IW ≤ 0,5 kg/m².min
  • 22.
    VERWERKINGSMETHODEN SOORTEN MORTELS Bij voorkeureen geprefabriceerde mortel. Steeds adviezen van de fabrikant raadplegen en opvolgen. • Genormaliseerd metselmortel • • • Zuivere cementmortel Bastaardmortel (toevoeging van kalk) Isolerende (lichtgewicht) metselmortel Kan gebruikt worden om de thermische weerstand van het metselwerk te verbeteren.
  • 23.
    VERWERKINGSMETHODEN SOORTEN MORTELS • Lijmmortel • • • • Dunbedmortel • • • • voegen van4 tot 6 mm. een hogere hechtsterkte dan de klassieke mortel Aangebracht met lijmpomp, spuitzak,… Voegen van 4 tot 7 mm Vergelijkbaar uiterlijk als lijmmortel Gelijkwaardige prestaties als de klassieke mortel Doorstrijksmortel • • • • Klassieke voegdikte Mortel wordt in één keer “vol en zat” aangebracht Afwerking van de voeg met voegspijker/voegijzer of een pointmaster/voegroller Navoegen is niet meer nodig.
  • 24.
    VERWERKINGSMETHODEN VERWERKINGSTIPS  Kantelen vande gevelsteen: gevelsteen eerst vooraan neerleggen en dan kantelen naar de achterzijde van het gevelvlak.  Navoegen:  Uitkrabben tot een uniforme dikte van minstens 10 mm  Ondiep uitgekrabde voegen verhinderen een goede verdichting van de voegmortel.  Zo blijft de voorgeschreven verdeling van 85% legmortel en 15% voegmortel (STS 22)aangehouden. Te
  • 25.
    VERWERKINGSMETHODES VERWERKINGSTIPS  Optimale voegdiktebij dunne voeg  ruwheid en onregelmatigheid stenen bepalen voegdikte  proefmuurtje is aangeraden  via proefmuurtje (met voegdikte 4,5 en 6 mm) ziet men de strakheid van de gevel  Vlakheid van horizontale voeg (lintvoeg) bepaalt strakheid en niet zozeer de dikte van de voeg
  • 26.
  • 27.
  • 28.
  • 29.
    MEER ISOLATIERUIMTE EPB (EnergiePrestatieen Binnenklimaat)    Energiepresatieregelgeving: sinds 2006, elk jaar strenger Voor zowel nieuwbouw, als verbouwingen, zowel woningen als kantoren, scholen,… Andere drijfveren: 1. 2. 3. Verhoging van het comfort Reduceren van stookfactuur Milieu bewust zijn Energiezuiniger bouwen kan onder andere door   beter geïsoleerde muren compacter en kleiner bouwen Meer ruimte creëren voor isolatie via 7-formaat.
  • 30.
    MEER ISOLATIERUIMTE Standaard gevelsteen Gevelsteenmet ecologisch 7-formaat Klassieke isolatiedikte van 5 naar 8 cm zonder uitbreiding geveldikte of ruimteverlies.
  • 31.
  • 32.
  • 33.
    BEN: Bijna EnergieNeutraal • E-peil ≤ E30 • Umax muur: 0,24 W/m²K • K-peil ≤ K40 • Netto energiebehoefte voor verwarming ≤ 70 kWh/m² • Oververhittingsfactor ≤ 6500 Kh • Ventilatie-eisen • Minimum aandeel hernieuwbare energie
  • 34.