SPOUWANKERS
SPOUWANKERS
Verwerking klassieke voeg10 à 12 mm:
- Traditioneel gemetseld met een klassieke
metselmortel en nadien opgevoegd met een
voegmortel
- In één keer gemetseld met een doorstrijkmortel en
nadien de voeg meteen platstrijken.
SPOUWANKERS
Verwerking dunne voegvan 4 à 6 mm:
-
Met dunbedmortel voor voegen tussen de 5 en 8 mm
-
Met lijmmortel voor voegen tussen de 4 en 8 mm
Geen verschil wat betreft aantal spouwankers.
Richtlijnen STS 22 en Eurocode 6 volgen.
Voor dunne voegen zijn wel platte spouwanker beschikbaar.
14.
GEOMETRIE VAN DEGEVELVLAKKEN
GEOMETRIE VAN DE GEVELVLAKKEN
Deze tabellen zijn geldig voor gebouwen:
1. Van 2 bouwlagen van 3 m hoogte in geval dat de breedste van
de penanten tussen de gevelopeningen minstens 15% van de
som van de breedtes van de aanpalende gevelopeningen
bedraagt.
2. Van 3 bouwlagen van 3 m hoogte in geval dat de breedte van de
penanten tussen de gevelopeningen minstens 25 % van de som
van de breedtes van de aanpalende gevelopeningen bedraagt.
Ook geadviseerd voor paramentmuren van 100/90 mm.
Meer dan 3 bouwlagen (zowel 100/90 mm als 70 mm):
geveldragers
15.
GEOMETRIE VAN DEGEVELVLAKKEN
3 bouwlagen penanten minstens 25% van de aanpalende
gevelopeningen
(0,25 x (2617 + 2016)) = 1158,25 mm > 989 mm
De penant is kleiner dan de minimaal toegelaten
penantbreedte bij 3 bouwlagen.
2 bouwlagen penanten minstens 15% van de aanpalende
gevelopeningen
(0,15 x (2617 + 2016)) = 694,95 mm < 989 mm
De penant is groter dan de minimaal toegelaten
penantbreedte bij 2 bouwlagen.
16.
BEWEGINGSVOEGEN
VERTICALE BEWEGINGSVOEGEN
De plaatsvan de bewegingsvoegen wordt onder meer bepaald
door de geometrie van het gebouw en is afhankelijk van het
muurtype en specifieke bouwdetails (bvb achter regenafvoer).
- bij discontinuïteiten in de geometrie van het metselwerk
- bij discontinuïteiten in de belasting van het metselwerk
17.
BEWEGINGSVOEGEN
De afstand tussenbewegingsvoegen wordt onder meer
bepaald door
- De geometrie en het concept van het gebouw
- de hygrometrische krimp en zwel van de metselstenen
- de thermische krimp en zwelling van de metselstenen
-> Maximale tussenafstand dikte 7 cm = maximale
tussenafstand dikte 10 cm
Afstand kan verhoogd worden door gebruik van
metselwerkwapening. (zie presentatie Murfor)
18.
BEWEGINGSVOEGEN
Eurocode 6 :de maximale afstand tussen de bewegingsvoegen
van ongewapende, niet-dragende buitenwanden in functie van
het type metselsteen:
19.
BEWEGINGSVOEGEN
HORIZONTALE BEWEGINGSVOEGEN
Indien horizontalevoegen noodzakelijk zijn om verticale
beweging van een buitenspouwblad van een spouwmuur toe te
laten, moet men bij het bepalen van de plaats eveneens
rekening houden met de geometrie van het gebouw, het
muurtype en specifieke bouwdetails.
- bij discontinuïteiten in de geometrie van het metselwerk
- bij discontinuïteiten in de belasting van het metselwerk
-> Tussenafstand maximum 9m
Meer info over bewegingsvoegen is terug te vinden in de STS22 en Eurocode 6.
20.
VERWERKINGSMETHODEN
MORTELS
20 tot 30% minder mortelverbruik bij de verwerking BRICK7
De keuze van de mortel hangt af van:
• de metseltechniek
• de gewenste voegbreedte
• het beoogde uitzicht van de voeg
• de initiële wateropname van de gevelsteen (zie TF)
VERWERKINGSMETHODEN
SOORTEN MORTELS
Bij voorkeureen geprefabriceerde mortel.
Steeds adviezen van de fabrikant raadplegen en opvolgen.
•
Genormaliseerd metselmortel
•
•
•
Zuivere cementmortel
Bastaardmortel (toevoeging van kalk)
Isolerende (lichtgewicht) metselmortel
Kan gebruikt worden om de thermische weerstand van het metselwerk te
verbeteren.
23.
VERWERKINGSMETHODEN
SOORTEN MORTELS
•
Lijmmortel
•
•
•
•
Dunbedmortel
•
•
•
•
voegen van4 tot 6 mm.
een hogere hechtsterkte dan de klassieke mortel
Aangebracht met lijmpomp, spuitzak,…
Voegen van 4 tot 7 mm
Vergelijkbaar uiterlijk als lijmmortel
Gelijkwaardige prestaties als de klassieke mortel
Doorstrijksmortel
•
•
•
•
Klassieke voegdikte
Mortel wordt in één keer “vol en zat” aangebracht
Afwerking van de voeg met voegspijker/voegijzer of een
pointmaster/voegroller
Navoegen is niet meer nodig.
24.
VERWERKINGSMETHODEN
VERWERKINGSTIPS
Kantelen vande gevelsteen: gevelsteen eerst vooraan neerleggen
en dan kantelen naar de achterzijde van het gevelvlak.
Navoegen:
Uitkrabben tot een uniforme dikte van minstens 10 mm
Ondiep uitgekrabde voegen verhinderen een goede
verdichting van de voegmortel.
Zo blijft de voorgeschreven verdeling van 85% legmortel en
15% voegmortel (STS 22)aangehouden.
Te
25.
VERWERKINGSMETHODES
VERWERKINGSTIPS
Optimale voegdiktebij dunne voeg
ruwheid en onregelmatigheid stenen bepalen
voegdikte
proefmuurtje is aangeraden
via proefmuurtje (met voegdikte 4,5 en 6 mm)
ziet men de strakheid van de gevel
Vlakheid van horizontale voeg (lintvoeg) bepaalt
strakheid en niet zozeer de dikte van de voeg
MEER ISOLATIERUIMTE
EPB (EnergiePrestatieen Binnenklimaat)
Energiepresatieregelgeving: sinds 2006, elk jaar strenger
Voor zowel nieuwbouw, als verbouwingen, zowel woningen als
kantoren, scholen,…
Andere drijfveren:
1.
2.
3.
Verhoging van het comfort
Reduceren van stookfactuur
Milieu bewust zijn
Energiezuiniger bouwen kan onder andere door
beter geïsoleerde muren
compacter en kleiner bouwen
Meer ruimte creëren voor isolatie via 7-formaat.