Vereenvoudigd voorbeeld multifactoriëleovererving haarkleur is een multifactorieel kenmerk Meerdere genetische factoren: polygenie ( ≠ monogeen, één genetische factor, zoals bij de Mendeliaanse kenmerken) Stel 3 loci gekoppeld met het kenmerk Aanmaak van zwart pigment Aanmaak van rood pigment Mogelijkheid tot pigmentvorming Bijkomende modificaties vanuit Intern milieu (vb. hormonen) Extern milieu: zonlicht
Kruising pikzwarte metbleekwitte 100 % mulatten Vraag: wat is de huidskleur van de kinderen van twee mulatten? 64 mogelijke allelencombinaties Zeven mogelijke fenotypes (pikzwart -> bleekwit) Elke fenotype heeft een bepaalde frequentie (kans).
Drempelpolygenie Bepaalde polygeneaandoeningen Effecten allelen niet optellen maar Ziekte wanneer een voldoende aantal defecte allelen aanwezig Kritische drempel (treshold): vanaf zoveel defecte allelen heb je een ziekte fenotype Hoe verder over die grens, hoe meer uitgesproken het fenotype (de ziekte). Waar de grens ligt is soms afhankelijk van het geslacht
19.
20.
21.
22.
23.
Genetische voorbeschiktheid: Cytosine vervangen door Thymine: cc ct tt tt groter risico op neuraal buis defect: HOGER VOORBESCHIKTHEID Foliumzuur toediening
24.
25.
Neuralebuisdefecten (NTD) Neurulatie:vorming van de neurale buis Vanaf vierde zwangerschapsweek Neurale buis ontwikkelt dan verder in hersenen en ruggemerg NTD meestal in overgangsgebied lendenen – stuit Spina bifida: “open rug” Ergste: thv hersenen: anencefalie (niet levensvatbaar), encefalocele (ook nog zeer beperkte levensvatbaarheid).
26.
27.
NTD Spina bifidaen anencefalie: zelfde oorzaken Wie kind met zichtbare of verborgen open rug bij volgende geboorte ook verhoogde kans op anencephalie Algemene incidentie: 1/700 (0,15%) levendgeborenen Twee keer zoveel bij meisjes geboren Herhalingsrisico = 2 à 3% Herhalingsrisico na twee aangetaste kindjes = 10% Wanneer tante of oom kindje met NTD, dan risico = 0,5% Wanneer broer of zus kindje met NTD, dan risico = 0,25% Detecteerbaar vanaf vijftiende zwangerschapsweek dmv vruchtwaterpunctie Omgevingsfactor: tekort aan foliumzuur Tijdens periode van neurulatie (heel vroeg in de zwangerschap!) Supplementatie van één maand voor de zwangerschap tot de eerste twee maanden
28.
Figure 1 .Anencéphalomyélie: a-vue antérieure; b-vue postérieure. Spécimen du Musée Dupuytren daté de 1897 Figure 2 . Schéma embryologique de l’évolution du tube neural
29.
Andere congenitale misvormingenHartafwijkingen (8/1000 = 0,8%) Monogene aandoening Genoom of chromosoommutatie Specifieke omgevingsfactor Vb. rubella (rode hond) Meestal onbekende oorzaak en dan denkt men aan polygene/multifactoriële achtergrond Gespelten lip en/of verhemelte (1 à 2 / 1000) Meestal polygene/multifactoriële achtergrond Pylorusstenose (3/1000) Afwijking thv sluitspier maaguitgang Correctie door heelkundige ingreep Kritische drempel ligt lager bij jongens dan bij meisjes Herhalingsrisico’s: zie tabel 8.1, kunnen uitleggen!
Multifactoriële kenmerken /aandoeningen - - - - - - - gen 1 gen 2 gen 5 gen 4 gen 3 gen 6 Pers 1 Pers 2 Pers 3 Pers 4 Drempel Omgevingsfactoren Individuele variatie en contributie tot kenmerk CME
Ziekten met eenmultifactoriële achtergrond De veelvoorkomende ziekten zijn meestal multifactorieel: het product van een moeilijk te ontwarren kluwen tussen erfelijke factoren en omgevingsfactoren (milieu-invloeden). Diabetes, coronaire aandoeningen, kanker, depressie en angststoornissen, schizofrenie, obesitas, alzheimer Begin meestal in de volwassen periode (al dan niet laat in de volwassen periode) Diabetes type 1, obesitas, psychiatrische aandoeningen kunnen al vanaf kindertijd (minderheid van alle multifactoriële zieken)
36.
Diabetes Diabetes type1 Jeugddiabetes Auto-immuunziekte: afbraak insuline producerende cellen Therapie: inspuiten van insuline Incidentie 1/500 Bepalen van de “erfelijkheidsgraad”: tweelingenonderzoek Concordantie ééneiige tweelingen = 40% Concordantie twee-eiige tweelingen < 6% Bewijs: erfelijke factoren (40% versus 6%) maar ook omgevingsfactoren (maar 40%) Vader aangetast, kans kind met ziekte: 5% Moeder aangetast, kans kind met ziekte: 2,5% Enkele genetische factoren zijn al gekend Omgevingsfactoren: mogelijks een virus
37.
Diabetes Diabetes type2 Meestal op rijpere leeftijd Hoewel in Amerika ook al kinderen (obesitas ‘epidemie’) Sterk geassocieerd met overgewicht en obesitas Organen zijn (in zekere mate) insuline resistent Therapie: vermageren, sporten, medicijnen, insuline toedienen Concordantie eeneiige tweelingen: zo’n 90%, bij twee-eiige tweelingen: zo’n 10%, dus duidelijk genetische inslag Herhalingskans eerstelijnsfamilieleden: 15 à 40% Toch duidelijke beïnvloeding mogelijk door aanpassing levensstijl, dus ook omgevingsfactoren spelen een rol
38.
Diabetes Diabetes type1 Diabetes type 2 Suikergehalte is te hoog in het bloed Probleem met insuline Complicaties thv voeten, ogen, nieren, hart en bloedvaten
39.
Coronaire aandoeningen Coronaireslagaderverkalking Verminderde bloedtoevoer naar hartspier leidt tot angina pectoris en wanneer bloedtoevoer volledig afgesloten: hartinfarct Genetische factoren : betrokken in cholesterol transport en cholesterol metabolisme Stijging van de concentratie “slechte cholesterol” in het bloed Omgevingsfactoren Roken, veel stress, veel verzadigde vetten eten (verhogen slechte cholesterol!), diabetes, te weinig groenten en fruit (anti-oxydanten, voedingsvezels), te weinig sport Ziekten van hart-en bloedvaten samen met kanker de belangrijkste doodsoorzaak in ons land.
40.
Coronaire aandoeningen OokMendeliaanse vorm: familiale hypercholesterolemie mutaties in gen LDL receptor -> defecte LDL receptor LDL = slechte cholesterol Functie: LDL receptor: transport LDL uit bloed naar lichaamscellen Gevolg defecte LDL receptor: te hoge LDL concentraties in bloed Autosomaal dominant overervingspatroon Heterozygoten ontwikkelen coronaire aandoening op relatief vroege leeftijd (40 à 50j) strikt dieet: vermijden van verzadigd vet! Cholesterolverlagende medicijnen Homozygoten voor ziektegen: veel ernstiger fenotype krijgen hartinfarcten vroeg in volwassen leven
HOOFDONTREK ( n = 179 zonder Down S) 0 5 10 15 20 25 ¨% aantal kinderen expected <p3 p3/10 p10/25 p25/50 p50/75 p75/90 p90/97 >p97 N=21 20 16 25 29 25 23 20 %
64.
% etiological diagnosis(genetic and acquired) according to head circumference 0 5 10 15 20 25 30 <p3 p3/10 p10/25 p25/50 p50/75 p75/90 p90/97 >p97 N=21 20 16 25 29 25 23 20 Mean% %
65.
0 5 1015 20 25 boys girls normal Head circumference distribution <p3 p3/10 p10/25 p25/50 p50/75 p75/90 p90/97 >p97 N=21 20 16 25 29 25 23 20 % No difference in head circumference between boys and girls
66.
45 50 5560 65 70 Mean IQ <p3 p3/10 p10/25 p25/50 p50/75 p75/90 p90/97 >p97 N=21 20 16 25 29 25 23 20 INTELLIGENCE AND HEADCIRCUMFERENCE
67.
0 5 1015 20 25 Known diagnosis (genetic and acquired (n=27) Unknowns (n = 152) HEAD CIRCUMFERENCE & ETIOLOGICAL DIAGNOSIS <p3 p3/10 p10/25 p25/50 p50/75 p75/90 p90/97 >p97
68.
FAMILIALE ANAMNESE alshulpmiddel bij DIAGNOSTIEK? Positieve Familiale anamnese (f.m.r.) : n = 109 14 etiologische diagnose (13%) * Bij veel gezinnen ‘multifactoriële mentale retardatie’ Negatieve Familiale anamnese (geen f.m.r) : n = 87 29 etiologische diagnose (33%) (zonder Down syndrome : 20%) * Groot aantal ‘ de novo’ genetische diagnoses
0 20 4060 80 100 Gen Verw. F-D- F-D+ F+D- F+D+ Totaal aantal Aantal MP-gezinnen Diagnostische categorie Multi-problem gezinnen in relatie tot diagnoses
71.
Wat hebben weom mee te werken? Anamnese Biometrie Dysmorfie: mineure en majeure