3534
Met de
natan-couturier
in deluxebuurt
van parijs
De komende week warmt Parijs zich alweer op aan een weekje haute
couture. Dit seizoen zal Edouard Vermeulen er niet te zien zijn, maar de
bekendste Belgische couturier doet wel geregeld incognito de lichtstad
aan. Wij liepen voor de gelegenheid mee met de man achter Natan.
‘Inspiratie opdoen in Parijs, is er iets leukers?’
Door Veerle Windels, foto’s Marleen Daniëls
windowshoppen met
edouard vermeulen
windowshoppen met
edouard vermeulen
De komende week warmt Parijs zich alweer op aan een weekje haute
couture. Dit seizoen zal Edouard Vermeulen er niet te zien zijn, maar de
bekendste Belgische couturier doet wel geregeld incognito de lichtstad
aan. Wij liepen voor de gelegenheid mee met de man achter Natan.
‘Inspiratie opdoen in Parijs, is er iets leukers?’
Door Veerle Windels, foto’s Marleen Daniëls
2.
36
»
het parijs van
edouardvermeulen
Hij zit zichtbaar te glunderen op het
terras van L’Avenue. Het restaurant,
op de hoek van de Avenue Montaigne
en de Avenue François I, moet zowat
het mondainste uit de omtrek zijn,
maar dat bevalt Edouard Vermeulen
wel. Hij heeft er net een werklunch
op zitten met het personeel van zijn
Parijse boetiek. Het koffietje drinkt
hij liever buiten. Om even een frisse
neus te halen en te ontsnappen aan de
rist klanten die hem binnen hebben
herkend. ‘Toeval hoor, dat er dit keer
zoveel waren’, zegt hij, alsof hij zich
moet excuseren voor de aandacht.
Binnen zat daarnet ook de filmre-
gisseur Roman Polanski te lunchen,
maar Vermeulen had hem niet her-
kend. ‘Echt de place to be, toch?’
grapt hij minzaam.
Elk detail telt
De Avenue Montaigne is in coutu-
remiddens een bekend adres. Sinds
de jaren 1980 herbergt de bekendste
straat van het 8ste arrondissement
luxeboetieks met klinkende namen.
Van Jil Sander tot Céline, van Nina
Ricci tot Christian Dior, zowel haute-
couturelabels als luxueuze prêt-à-
portermerken hebben hier een boe-
tiek. In de straat is het dure auto’s kij-
ken en het aantal ‘ladies who lunch’
(en die voor de rest niet weten wat te
doen met hun tijd) is niet bij te hou-
den. De Avenue Montaigne lijkt won-
derwel aan de crisis te ontsnappen.
Klanten lopen binnen en buiten, niet
zelden met een overmaatse winkeltas
en een glimmende kredietkaart.
De buurt inspireert Edouard
Vermeulen. De ontwerper achter het
label Natan komt elke maand één of
twee dagen naar Parijs en wipt dan
binnen bij een paar adressen. ‘Ik
heb die energie nodig’, vertelt hij op
het terras. ‘Ik zou nog vaker moeten
komen, omdat de stad altijd inspi-
reert. In de kleinste details: een win-
keletalage, een manier van kleren
ophangen, alles kan me ideeën geven.’
Soms komt hij alleen, soms met
medewerkers, om rond te lopen en ter
plekke te brainstormen. ‘Parijs is voor
mij niet alleen maar die mooie stad
die iedereen bij een eerste bezoek ziet.
Parijs is ook werkmateriaal. Je voort-
durend afvragen wat zo’n plek je kan
bijbrengen. In Brussel kan het zo…
saai zijn. Niet dat er geen mooie win-
kels zijn, maar hier is het toch duide-
lijk anders. Zo’n etalage van Dior, zeg
nu zelf.’
Vermeulen geniet zichtbaar van de
opvallende vitrines van het huis waar
de Belg Raf Simons nu een jaar aan
zet is. ‘Ik vind het ronduit geweldig
hoe die huizen altijd maar de juiste
ontwerpers weten aan te trekken. The
right man in the right place, dat is Raf
Simons bij Dior. Door die dynamiek
overleeft het huis de tijd. Het blijft
boeien.’
Vermeulen wil de voordeur opendu-
wen, maar krijgt de kans niet. Dat
heb je met dit soort huizen, natuur-
lijk. Een mens wordt er op zijn wen-
ken bediend, van bij de voordeur. ‘Ik
ken de directrice van de Diorboetiek
al jaren’, zegt Vermeulen even later.
En met pretoogjes laat hij zich de
prachtige avondjurken, de accessoi-
res en de homecollectie met servies
en glazen welgevallen. ‘Huizen als dit
nemen voor alles een ontwerper in de
arm. Wij denken eens vijf minuten
na over een etalage en de dag nadien
maken we ze. Hier gaat er veel meer
denkwerk aan vooraf. Om nog maar
van het budget te zwijgen.’
Privéchauffeur
Stilzitten is tijdens zo’n bezoek aan
Parijs niet aan de orde. Vermeulen
gaat graag te voet, maar hij boekt wel
steevast dezelfde chauffeur om zich
net iets sneller te kunnen verplaat-
sen. Ook nu weer. De ontwerper gaat
de vitrine bekijken bij Nina Ricci en
loopt binnen bij Prada, waar hij een
H
‘Een etalage,
een manier
van kleren
ophangen,
alles kan me
hier ideeën
geven’
3.
38
pantalon wil passenen de mooie stof-
fen van het label monstert.
Niet veel later mogen we mee met de
privéchauffeur. Vermeulen wil abso-
luut de expo van de Tunesisch-Franse
ontwerper Azzedine Alaïa zien in
het vernieuwde Musée Galliera,
enkele straten verderop. ‘Die man is
een mythe’, zegt Vermeulen. ‘Ik vind
zijn werk fantastisch. Zo vrouwelijk,
zo subtiel gemaakt en bovendien:
je ziet nooit of het een zomer- of een
wintercollectie is. Alaïa staat boven
de seizoenen en lijkt zich niks aan te
trekken van het modesysteem. Hij
presenteert zijn collecties als hij daar
zin in heeft. Hij leeft als het ware op
een eiland. Ik vraag me wel af hoeveel
vrouwen die kleren kunnen dragen.
Tja, dat is een bedenking die ik altijd
maak. Mijn klanten willen kleren
die ze elke dag kunnen dragen, niet
alleen iets om eens een uur in recht te
staan en te scoren.’
De tentoonstelling van Alaïa beklijft,
ook Vermeulen. Daarna wil hij niet
meteen de auto in. ‘Wandelen door
Parijs is heerlijk’, zegt hij. Heeft
hij ooit een eigen appartement in
Parijs overwogen? Het antwoord
komt razendsnel. ‘Nooit. Dat zou
absurd zijn’, zegt hij. ‘Weet je wat
zo’n optrekje hier kost? In plaats van
zo’n ontiegelijk bedrag neer te tel-
len, geniet ik des te meer van een
mooi hotel, een lekkere lunch en mijn
privéchauffeur in Parijs.’ Hij lacht om
zoveel eigen wijsheid. De nuchterheid
van een man uit Ieper, dat ook.
Shoppen met Máxima
In de bar van het Georges V-hotel
staan de flessen champagne klaar
om ontkurkt te worden. Vermeulen
houdt het nog even bij koffie. Straks
zullen er bubbels genoeg zijn,
want net als de andere leden van
de Brussels Exclusive Labels mag
hij straks aan het aperitief op de
Belgische ambassade.
Er rest ons nog een halfuurtje om
door te bomen over het vak van cou-
turier. Vermeulen heeft er een onge-
looflijke verjaardag op zitten. Dertig
jaar in het vak. Hofleverancier, zowel
in België als in Nederland. Een win-
kel in Parijs en verscheidene goed
draaiende boetieks in eigen land. Wat
wil een mens nog meer? Vermeulen
bekijkt het filosofisch. ‘Ik kom aan
in de herfst van mijn carrière’, zegt
hij. ‘Ik heb de modewereld zien evo-
lueren. Vrouwen zijn minder trouw
dan vroeger aan de merken die ze in
huis halen. Ze kopen overal. Klanten
kopen bij mij een jasje, maar halen
de pantalon in een goedkopere keten.
Het heeft onze manier van werken er
niet gemakkelijker op gemaakt.’
Over het koningshuis mag hij weinig
vertellen. Dat hij weleens met prin-
ses Máxima de Brusselse Louizalaan
afliep omdat ze zin had om te wan-
delen – ‘ze mag dat nooit zomaar in
Nederland’ – dat verklapt hij wel. En
dat het hofleverancierschap voor- en
nadelen heeft. ‘Ik maak nog maar
weinig trouwjurken op maat’, zegt hij.
‘Vroeger was dat nochtans het leeu-
wendeel van mijn business.’
Dat maatwerk blijkt niet meteen
in de lift te zitten. Toch is het een
ambacht dat we niet mogen verlie-
zen, vindt Vermeulen. ‘Er zullen altijd
klanten zijn die voor dat metier willen
betalen. Mensen die iets unieks wil-
len en niet meelopen met de stroom.
Maar Brussel is Parijs niet.’
Bekijk het filmpje van Edouard
Vermeulens bezoek aan Parijs op
www.standaard.be/natan
het parijs van
edouard vermeulen
‘Klantenkopen
bijmijeen
jasje,maarde
pantalonineen
goedkopere
keten.Hetheeft
onzemaniervan
werkenerniet
gemakkelijker
opgemaakt’
einDe