9
BOERDERIJ 102 — no. 2 (11 oktober 2016)
genover elkaar. Zeker na deze zomer. Waterschap-
pen zijn gebonden aan richtlijnen en verschillende
belangengroepen, terwijl boeren vaak sceptisch zijn
over samenwerking. Dat moet en kan anders, stelt
ZLTO-voorman Huijbers. “Boeren moeten zich pro-
actief opstellen. Ze kunnen prima klimaatadaptief
waterbeleid aanleveren, inclusief schadecomponen-
ten voor als noodgedwongen land onder wat gezet
moet worden. Ofwel: zelf de oplossing zijn. Dat
maakt ze ook tot betrouwbare partners voor water-
schappen.” Als voorbeeld noemt hij het bodem- en
slootbeheer. “Met meer organische stof wordt de bo-
dem bijvoorbeeld een spons. Zo wordt water beter
vastgehouden, maar wordt de grond ook weerbaar-
der bij droogte.” Daar staat volgens ZLTO wel tegen-
over dat waterschappen moeten openstaan voor dit
lokale maatwerk en in extreme tijden niet vasthou-
den aan ‘rigide’ protocollen. Maatwerk waarvan de
schappen zeggen er open voor te staan.
Scherp aan de wind zeilen
Intussen heeft het kabinet het Deltaprogramma
2017 voorgelegd aan de Tweede Kamer. Daarin
wordt klimaatadaptatie sterker benadrukt. Maar er
zit nog geen financiering achter. Daarbij komt dat
waterschappen volgens de Unie niet hoeven bezui-
nigen, maar in de praktijk wel scherp aan de wind
moeten zeilen. Het zorgt soms voor lastige situaties.
Zoals bij het in 2014 gefuseerde waterschap
Vechtstromen in Drenthe en Twente. Dat schap wil
sinds de fusie één (Drents) beleid voeren. Concreet:
ongeveer 1.250 kilometer aan kleine waterlopen af-
stoten en 80 kilometer aan grote waterlopen over-
nemen. Het leidde recent tot veel onrust onder
vooral Twentse boeren. “Niks staat nog vast”, zegt
bestuurslid en teler Ria Broeze. “Maar feit is dat veel
boeren bang zijn dat hun buurman de sloten straks
niet meer onderhoudt. Al krijgen ze er ook extra
land – sloten – en zeggenschap voor terug en is het
niet gezegd dat wij in de eerste twee jaar geen hulp
meer zullen bieden.”
Het illustreert niettemin de gevoeligheid en scep-
sis. Samenwerking tussen boer en schap is essenti-
eel, maar de weg ernaartoe is soms moeizaam.
Theo Brummelaar
Het extreem natte weer zorgde in juni voor veel
problemen op de percelen. Vooral Brabant en Noord-
Limburg werden getroffen.
Hans Oosters, voorzitter
van de Unie van Water-
schappen, stelt dat veel
meer geld nodig is voor
de aanpak van water-
overlast.
“Het klimaat heeft ons in-
gehaald. De voorspelde
extreme regenval in 2050
valt nu al.”
Het watersysteem vol-
doet niet meer?
“Het systeem is geba-
seerd op klimaatscena-
rio’s die begin deze eeuw
door KNMI zijn opge-
steld. Maar die scenario’s
zijn achterhaald. De in-
tensiteit van de hoosbui-
en is anno 2016 veel gro-
ter dan gedacht. De laat-
ste jaren hebben water-
schappen zeer fors
geïnvesteerd. Bijvoor-
beeld in waterberging,
hogere gemaalcapaciteit
en het langer vasthouden
van water. Maar er moet
een flinke schep bovenop
om schade en overlast te
voorkomen. De aanzet
daartoe is het Deltapro-
gramma 2017 van het ka-
binet.”
Er is veel boerenkritiek
na deze zomer, terecht?
“Nee, dat vind ik niet. Alle
waterschappen hebben
aan hun zorgplicht vol-
daan. Meer dan dat zelfs.
Maar dat poetst de ernst
van de situatie in Zuid-
Nederland niet weg. Er
zullen uitzonderingen zijn
waar het mis is gegaan.
Maar op basis van onze
normeringen waren alle
watersystemen op orde.
Het is ook een precair
systeem. De laatste jaren
is sterk ingezet op water
vasthouden ten tijde van
droogte. Maar dan is het
lastig om water snel af te
voeren bij forse regenval.
Dat is niet zomaar om te
draaien. Andersom zou
ook geklaagd worden als
er onvoldoende water is
bij extreme droogte. Dat
blijft een wankel even-
wicht.”
Hoe moet het beter?
“Dit extreme weer komt
sneller en zal blijven. We
moeten daarom sterker
inzetten op preventie;
meer gemaalcapaciteit
en waterberging, snellere
afvoer. Daarnaast wordt
samenwerking een sleu-
telwoord. Inzicht, erva-
ring en mogelijkheden
van boeren zijn nodig; re-
gionaal maatwerk. We
moeten echt in de haar-
vaten van het gebied zit-
ten. Essentieel is hoe we
qua ruimtelijke ordening
met elkaar omgaan. De
watertoets – controle op
klimaatbestendigheid –
wordt nu vaak te vrijblij-
vend uitgelegd. Dat geldt
niet alleen voor boeren.
Recent overstroomde de
kelder met alle kwetsbare
elektrische apparatuur in
het VU Medisch Zieken-
huis in Amsterdam. Niet
door het klimaat, maar
door een kapotte leiding.
Dat moet in 2016 niet
meer kunnen.”
Is er nieuw geld voor
preventie?
“Nog niet. Maar ik ben
ervan overtuigd dat het
Rijk het Deltaprogramma
financieel gaat steunen.
Daarnaast hebben water-
schappen zelf de laatste
jaren meer budget vrijge-
maakt voor klimaatmaat-
regelen.”
Maar er wordt toch ook
bezuinigd?
“Nee, het geld wordt wel
slimmer en effectiever in-
gezet. Als er minder wa-
terlopen worden gecon-
troleerd en boeren meer
zelf kunnen doen, is dat
geen bezuiniging. Water-
schappen zijn nu meer
knelpuntgestuurd. Dat
betekent dat ze het extra
geld bijvoorbeeld gebrui-
ken voor een hogere ge-
maalcapaciteit en het
vasthouden en bergen
van water. Daar profiteren
boeren juist van.”
‘Samenwerking wordt de sleutel’
FOTO:FREDLIBOCHANT
Naam: Hans Oosters (54).
Organisatie: Unie van
Waterschappen. Functie:
voorzitter.
P R O F I E L

klimaatartikel 4

  • 1.
    9 BOERDERIJ 102 —no. 2 (11 oktober 2016) genover elkaar. Zeker na deze zomer. Waterschap- pen zijn gebonden aan richtlijnen en verschillende belangengroepen, terwijl boeren vaak sceptisch zijn over samenwerking. Dat moet en kan anders, stelt ZLTO-voorman Huijbers. “Boeren moeten zich pro- actief opstellen. Ze kunnen prima klimaatadaptief waterbeleid aanleveren, inclusief schadecomponen- ten voor als noodgedwongen land onder wat gezet moet worden. Ofwel: zelf de oplossing zijn. Dat maakt ze ook tot betrouwbare partners voor water- schappen.” Als voorbeeld noemt hij het bodem- en slootbeheer. “Met meer organische stof wordt de bo- dem bijvoorbeeld een spons. Zo wordt water beter vastgehouden, maar wordt de grond ook weerbaar- der bij droogte.” Daar staat volgens ZLTO wel tegen- over dat waterschappen moeten openstaan voor dit lokale maatwerk en in extreme tijden niet vasthou- den aan ‘rigide’ protocollen. Maatwerk waarvan de schappen zeggen er open voor te staan. Scherp aan de wind zeilen Intussen heeft het kabinet het Deltaprogramma 2017 voorgelegd aan de Tweede Kamer. Daarin wordt klimaatadaptatie sterker benadrukt. Maar er zit nog geen financiering achter. Daarbij komt dat waterschappen volgens de Unie niet hoeven bezui- nigen, maar in de praktijk wel scherp aan de wind moeten zeilen. Het zorgt soms voor lastige situaties. Zoals bij het in 2014 gefuseerde waterschap Vechtstromen in Drenthe en Twente. Dat schap wil sinds de fusie één (Drents) beleid voeren. Concreet: ongeveer 1.250 kilometer aan kleine waterlopen af- stoten en 80 kilometer aan grote waterlopen over- nemen. Het leidde recent tot veel onrust onder vooral Twentse boeren. “Niks staat nog vast”, zegt bestuurslid en teler Ria Broeze. “Maar feit is dat veel boeren bang zijn dat hun buurman de sloten straks niet meer onderhoudt. Al krijgen ze er ook extra land – sloten – en zeggenschap voor terug en is het niet gezegd dat wij in de eerste twee jaar geen hulp meer zullen bieden.” Het illustreert niettemin de gevoeligheid en scep- sis. Samenwerking tussen boer en schap is essenti- eel, maar de weg ernaartoe is soms moeizaam. Theo Brummelaar Het extreem natte weer zorgde in juni voor veel problemen op de percelen. Vooral Brabant en Noord- Limburg werden getroffen. Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Water- schappen, stelt dat veel meer geld nodig is voor de aanpak van water- overlast. “Het klimaat heeft ons in- gehaald. De voorspelde extreme regenval in 2050 valt nu al.” Het watersysteem vol- doet niet meer? “Het systeem is geba- seerd op klimaatscena- rio’s die begin deze eeuw door KNMI zijn opge- steld. Maar die scenario’s zijn achterhaald. De in- tensiteit van de hoosbui- en is anno 2016 veel gro- ter dan gedacht. De laat- ste jaren hebben water- schappen zeer fors geïnvesteerd. Bijvoor- beeld in waterberging, hogere gemaalcapaciteit en het langer vasthouden van water. Maar er moet een flinke schep bovenop om schade en overlast te voorkomen. De aanzet daartoe is het Deltapro- gramma 2017 van het ka- binet.” Er is veel boerenkritiek na deze zomer, terecht? “Nee, dat vind ik niet. Alle waterschappen hebben aan hun zorgplicht vol- daan. Meer dan dat zelfs. Maar dat poetst de ernst van de situatie in Zuid- Nederland niet weg. Er zullen uitzonderingen zijn waar het mis is gegaan. Maar op basis van onze normeringen waren alle watersystemen op orde. Het is ook een precair systeem. De laatste jaren is sterk ingezet op water vasthouden ten tijde van droogte. Maar dan is het lastig om water snel af te voeren bij forse regenval. Dat is niet zomaar om te draaien. Andersom zou ook geklaagd worden als er onvoldoende water is bij extreme droogte. Dat blijft een wankel even- wicht.” Hoe moet het beter? “Dit extreme weer komt sneller en zal blijven. We moeten daarom sterker inzetten op preventie; meer gemaalcapaciteit en waterberging, snellere afvoer. Daarnaast wordt samenwerking een sleu- telwoord. Inzicht, erva- ring en mogelijkheden van boeren zijn nodig; re- gionaal maatwerk. We moeten echt in de haar- vaten van het gebied zit- ten. Essentieel is hoe we qua ruimtelijke ordening met elkaar omgaan. De watertoets – controle op klimaatbestendigheid – wordt nu vaak te vrijblij- vend uitgelegd. Dat geldt niet alleen voor boeren. Recent overstroomde de kelder met alle kwetsbare elektrische apparatuur in het VU Medisch Zieken- huis in Amsterdam. Niet door het klimaat, maar door een kapotte leiding. Dat moet in 2016 niet meer kunnen.” Is er nieuw geld voor preventie? “Nog niet. Maar ik ben ervan overtuigd dat het Rijk het Deltaprogramma financieel gaat steunen. Daarnaast hebben water- schappen zelf de laatste jaren meer budget vrijge- maakt voor klimaatmaat- regelen.” Maar er wordt toch ook bezuinigd? “Nee, het geld wordt wel slimmer en effectiever in- gezet. Als er minder wa- terlopen worden gecon- troleerd en boeren meer zelf kunnen doen, is dat geen bezuiniging. Water- schappen zijn nu meer knelpuntgestuurd. Dat betekent dat ze het extra geld bijvoorbeeld gebrui- ken voor een hogere ge- maalcapaciteit en het vasthouden en bergen van water. Daar profiteren boeren juist van.” ‘Samenwerking wordt de sleutel’ FOTO:FREDLIBOCHANT Naam: Hans Oosters (54). Organisatie: Unie van Waterschappen. Functie: voorzitter. P R O F I E L