Unit 1
Havo 2




  H.D 1.1 – 1.8
H.D 1.1 Present Simple

Wanneer: Altijd, nooit, regelmatig, feit

+ ww (s)  SHIt-regel
- don’t/ doesn’t + werkwoord
? Do/ Does + werkwoord

Signaalwoorden: always, never, sometimes,
  usually
Present Simple

   Spelling (soms veranderd de spelling)
    –   Does, Goes
    –   Y-ies tries, studies
    –   S-klank es, watches, boxes
1.2 Present Continuous

Wanneer: Nu aan de gang.

+ to be + ww-ing
- to be + not + ww-ing
? to be … ww-ing

Signaalwoorden: Now, at the moment, Look!,
  Listen!
Present Continuous

   Spelling
    –Als een woord eindigd op een ‘e’, verdwijnt deze.
    Having, caring
HD 1.3 Present Simple vs Present
Continuous

Present Simple                 Present Continuous

Wanneer: Altijd, nooit,        Wanneer: Nu aan de gang.
  regelmatig, feit
                               + to be + ww-ing
+ ww (s)  SHIt-regel          - to be + not + ww-ing
- don’t/ doesn’t + werkwoord
                               ? to be … ww-ing
? Do/ Does + werkwoord
                               Signaalwoorden: Now, at the
Signaalwoorden: always,           moment, Look!, Listen!
   never, sometimes, usually
HD 1.4 Past Simple

Wanneer: Iets is het verleden begonnen en ook
 weer gestopt

+ ww+ed / eigen vorm
- didn’t ww

? Did … ww

Signaalwoorden: Yesterday, …ago, last…
Past Simple

   Spelling
     – Als het woord eindigt op een ‘e’, verdwijnt er een
       ‘e’ – lived
     – Als het woord eindigt met medeklinker-y  ied

     studied
     * Sommige werkwoorden hebben een eigen vorm,
       deze MOET je leren. (p. 177/178 in TB)
HD 1.6 Must <> Mustn’t


   Must  moeten, het is noodzakelijk, je kunt
    niets anders
   Mustn’t  mag niet
   Must never  mag nooit
HD 1.8 Plaats van bijwoord

   always, never, sometimes, usually

   Plaats:
    –   Voor het hoofdwerkwoord
            He always buys flowers for his girl
    –   Na ‘to be’
            They are never on time

Havo 2 unit 1

  • 1.
    Unit 1 Havo 2 H.D 1.1 – 1.8
  • 2.
    H.D 1.1 PresentSimple Wanneer: Altijd, nooit, regelmatig, feit + ww (s)  SHIt-regel - don’t/ doesn’t + werkwoord ? Do/ Does + werkwoord Signaalwoorden: always, never, sometimes, usually
  • 3.
    Present Simple  Spelling (soms veranderd de spelling) – Does, Goes – Y-ies tries, studies – S-klank es, watches, boxes
  • 4.
    1.2 Present Continuous Wanneer:Nu aan de gang. + to be + ww-ing - to be + not + ww-ing ? to be … ww-ing Signaalwoorden: Now, at the moment, Look!, Listen!
  • 5.
    Present Continuous  Spelling –Als een woord eindigd op een ‘e’, verdwijnt deze. Having, caring
  • 6.
    HD 1.3 PresentSimple vs Present Continuous Present Simple Present Continuous Wanneer: Altijd, nooit, Wanneer: Nu aan de gang. regelmatig, feit + to be + ww-ing + ww (s)  SHIt-regel - to be + not + ww-ing - don’t/ doesn’t + werkwoord ? to be … ww-ing ? Do/ Does + werkwoord Signaalwoorden: Now, at the Signaalwoorden: always, moment, Look!, Listen! never, sometimes, usually
  • 7.
    HD 1.4 PastSimple Wanneer: Iets is het verleden begonnen en ook weer gestopt + ww+ed / eigen vorm - didn’t ww ? Did … ww Signaalwoorden: Yesterday, …ago, last…
  • 8.
    Past Simple  Spelling – Als het woord eindigt op een ‘e’, verdwijnt er een ‘e’ – lived – Als het woord eindigt met medeklinker-y  ied studied * Sommige werkwoorden hebben een eigen vorm, deze MOET je leren. (p. 177/178 in TB)
  • 9.
    HD 1.6 Must<> Mustn’t  Must  moeten, het is noodzakelijk, je kunt niets anders  Mustn’t  mag niet  Must never  mag nooit
  • 10.
    HD 1.8 Plaatsvan bijwoord  always, never, sometimes, usually  Plaats: – Voor het hoofdwerkwoord  He always buys flowers for his girl – Na ‘to be’  They are never on time