1.2 Present Continuous
Wanneer:Nu aan de gang.
+ to be + ww-ing
- to be + not + ww-ing
? to be … ww-ing
Signaalwoorden: Now, at the moment, Look!,
Listen!
5.
Present Continuous
Spelling
–Als een woord eindigd op een ‘e’, verdwijnt deze.
Having, caring
6.
HD 1.3 PresentSimple vs Present
Continuous
Present Simple Present Continuous
Wanneer: Altijd, nooit, Wanneer: Nu aan de gang.
regelmatig, feit
+ to be + ww-ing
+ ww (s) SHIt-regel - to be + not + ww-ing
- don’t/ doesn’t + werkwoord
? to be … ww-ing
? Do/ Does + werkwoord
Signaalwoorden: Now, at the
Signaalwoorden: always, moment, Look!, Listen!
never, sometimes, usually
7.
HD 1.4 PastSimple
Wanneer: Iets is het verleden begonnen en ook
weer gestopt
+ ww+ed / eigen vorm
- didn’t ww
? Did … ww
Signaalwoorden: Yesterday, …ago, last…
8.
Past Simple
Spelling
– Als het woord eindigt op een ‘e’, verdwijnt er een
‘e’ – lived
– Als het woord eindigt met medeklinker-y ied
studied
* Sommige werkwoorden hebben een eigen vorm,
deze MOET je leren. (p. 177/178 in TB)
9.
HD 1.6 Must<> Mustn’t
Must moeten, het is noodzakelijk, je kunt
niets anders
Mustn’t mag niet
Must never mag nooit
10.
HD 1.8 Plaatsvan bijwoord
always, never, sometimes, usually
Plaats:
– Voor het hoofdwerkwoord
He always buys flowers for his girl
– Na ‘to be’
They are never on time