WelkomVoorganger ds PootOrganist Johannes de Vries
VDD ELB 144De Geest des Heren die het levenen vrijheid is en helder licht,
1De Geest des Heren die het levenen vrijheid is en helder licht,weerspiegelt in ons opgeheven,niet meer omsluierd aangezicht.God is de Geest die ons geleidtvan heerlijkheid tot heerlijkheid.
2Het licht dat wij aanschouwen mogen,dat door geen duister wordt bedekt,het evangelie ons voor ogen,dat ons voorgoed tot leven wekt,is Christus in wiens heerlijkheidhet beeld van God ons begeleidt.
3De God, die sprak in den beginne:'Licht schijne in de duisternis',verlicht ook heden hart en zinnenvan ieder die in Christus is.Wij zien in Christus' aangezichtGods eigen ongeschapen licht.
WelkomVoorganger ds PootOrganist Johannes de Vries
P 99 – 1, 8God is Koning
1God is Koning, Hij / sticht zijn heerschappij.Volken, hoort zijn stem. / Buigt u, beeft voor Hem,die met macht gekroond / op de cherubs troont.Aarde, word bewogen, / beef voor zijn vermogen.
8Maakt Hem nu tezaam / groot, verheft zijn naam.Buigt u voor Hem neer, / Hij is onze Heer,die met macht gekroond / op de Sion troont.Houdt Hem hoog in ere! / Heilig is de HERE.
P 68 – 7, 8God zij geprezen met ontzag
7God zij geprezen met ontzag.Hij draagt ons leven dag aan dag,zijn naam is onze vrede.Hij is het die ons heeft gered,die ons in ruimte heeft gezeten leidt met vaste schreden.
Hij die het licht roept in de nacht,Hij heeft ons heil teweeggebracht,dat wordt ons niet ontnomen.Hij droeg ons door de diepte heen,de HERE Here doet alleenons aan de dood ontkomen.
8Hij klieft het hoofd van wie Hem haat,de vijand die Hem wederstaat;God heeft het woord gesproken:Ik doe u keren naar uw huis,Ik haal u door het water thuis,
dan zult gij zijn gewroken!Uw feeststoet zal men zien, o Heer,mijn Koning, in uw wederkeer,uw tempel en uw tuinen.Muziek zal U ter zijde gaan,ik hoor de tamboerijnen slaan,weerklinken de bazuinen.
P 67 – 2De volken zullen U belijden,
2De volken zullen U belijden,o God, U loven al te zaam!De landen zullen zich verblijdenen juichen over uwen naam.
Volken zult Gij rechten, / hun geding beslechtenin gerechtigheid,volken op deez' aarde, / die uw arm vergaarde,die Gij veilig leidt.
Lezen Jes. 50
1 Zo zegt de HERE: Waar toch is de scheidbrief uwer moeder, waarmede Ik haar verstoten heb? Of wie van mijn schuldeisers is het, aan wie Ik u verkocht heb? Zie, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht en om uw overtredingen is uw moeder verstoten. 2 Waarom was er niemand, toen Ik kwam, en antwoordde niemand, toen Ik riep?
Is mijn hand dan werkelijk te kort om te verlossen, of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door mijn dreigen leg Ik de zee droog en maak Ik rivieren tot een woestijn; hun vis wordt stinkend, omdat er geen water is, en sterft van dorst. 3 Ik kleed de hemelen in het zwart en geef hun een rouwgewaad tot bedekking.
4 De Here HERE heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. 5 De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. 6 Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken
mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel. 7 Maar de Here HERE helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden. 8 Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren? Laten wij samen naar voren treden.
Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij. 9 Zie, de Here HERE helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren? Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren. 10 Wie onder u vreest de HERE, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des HEREN en steune op zijn God.
11 Zie, gij allen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust, gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt. Van mijn hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggen.
Lezen Rom. 8 : 31 – 39De zekerheid des geloofs
31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? 33 Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt;
34 wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opge-wekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. 35 Wie zal ons schei-denvan de liefde van Christus? Verdruk-kingof benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? 36 Gelijk geschreven staat:OmUwentwil worden wij de ganse dag ge-dood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. 38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, 39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.
Opw 244Welzalig de man, die niet wandelt
Welzalig de man, die niet wandeltin de raad der goddelozen.Die niet staat op de weg der zondaars,noch zit in de kring der spotters,maar aan des Heren wetzijn welgevallen heeft.
En diens wet overpeinstbij dag en bij nacht.Want hij is als een boomgeplant aan waterstromen.Die zijn vrucht geeft op tijd,welks loof niet verwelkt, alles gelukt.
G 127 – 1, 3Gaat, stillen in den lande,
1Gaat, stillen in den lande,uw Koning tegemoet,de intocht is ophandenvan Hem die wondren doet.Gij die de Heer verwacht,laat ons voor alle dingenHem ons hosanna zingen.Hij komt, Hij komt met macht.
3Hoort toe, gij zwaarbeproefden,uw Koning is niet ver!Voor wie in 't duister toefden,rijst nu de morgenster.De Heer geeft in de noodzijn wonderbare bijstand;Hij slaat de laatste vijand,Hij overwint de dood.
G 93 – 1, 4, 5Bij 't steken der bazuinen
1Bij 't steken der bazuinengaat in een punt des tijdsover der wereld puinenGods licht op, klaar en weids.En die in Christus zijnontmoeten blij elkander,ontkomen aan de schijn,geheel en al veranderd.
4Als Gods bazuinen klinkenen als het morgenroodte middernacht zal blinken,o strenge, bittre dood,waar is uw zege dan,waar is uw scherpe schadeaan vrouw en kind en man,uw rijk van ongenade?
5Tiran die onomwondenverdelgt in stad en land,al is door onze zondende wet ook op uw hand,Gode zij dank dat Hijuw schrikbewind deed falen.In Christus zullen wijde lauwerkrans behalen.
Danken en bidden
Collecte1ste kerktelefoon2de eigen gemeente
Slotlied P 111 – 5Zijn volk heeft Hij voorgoed bevrijd
5Zijn volk heeft Hij voorgoed bevrijden zijn verbond staat voor altijd,een licht hoog op de berg ontstoken.Heilig en zeer te duchten iszijn naam in de geschiedenis.Nooit wordt wat Hij belooft verbroken.
Zegen3 x amen

ds Poot

  • 1.
  • 2.
    VDD ELB 144DeGeest des Heren die het levenen vrijheid is en helder licht,
  • 3.
    1De Geest desHeren die het levenen vrijheid is en helder licht,weerspiegelt in ons opgeheven,niet meer omsluierd aangezicht.God is de Geest die ons geleidtvan heerlijkheid tot heerlijkheid.
  • 4.
    2Het licht datwij aanschouwen mogen,dat door geen duister wordt bedekt,het evangelie ons voor ogen,dat ons voorgoed tot leven wekt,is Christus in wiens heerlijkheidhet beeld van God ons begeleidt.
  • 5.
    3De God, diesprak in den beginne:'Licht schijne in de duisternis',verlicht ook heden hart en zinnenvan ieder die in Christus is.Wij zien in Christus' aangezichtGods eigen ongeschapen licht.
  • 6.
  • 7.
    P 99 –1, 8God is Koning
  • 8.
    1God is Koning,Hij / sticht zijn heerschappij.Volken, hoort zijn stem. / Buigt u, beeft voor Hem,die met macht gekroond / op de cherubs troont.Aarde, word bewogen, / beef voor zijn vermogen.
  • 9.
    8Maakt Hem nutezaam / groot, verheft zijn naam.Buigt u voor Hem neer, / Hij is onze Heer,die met macht gekroond / op de Sion troont.Houdt Hem hoog in ere! / Heilig is de HERE.
  • 10.
    P 68 –7, 8God zij geprezen met ontzag
  • 11.
    7God zij geprezenmet ontzag.Hij draagt ons leven dag aan dag,zijn naam is onze vrede.Hij is het die ons heeft gered,die ons in ruimte heeft gezeten leidt met vaste schreden.
  • 12.
    Hij die hetlicht roept in de nacht,Hij heeft ons heil teweeggebracht,dat wordt ons niet ontnomen.Hij droeg ons door de diepte heen,de HERE Here doet alleenons aan de dood ontkomen.
  • 13.
    8Hij klieft hethoofd van wie Hem haat,de vijand die Hem wederstaat;God heeft het woord gesproken:Ik doe u keren naar uw huis,Ik haal u door het water thuis,
  • 14.
    dan zult gijzijn gewroken!Uw feeststoet zal men zien, o Heer,mijn Koning, in uw wederkeer,uw tempel en uw tuinen.Muziek zal U ter zijde gaan,ik hoor de tamboerijnen slaan,weerklinken de bazuinen.
  • 15.
    P 67 –2De volken zullen U belijden,
  • 16.
    2De volken zullenU belijden,o God, U loven al te zaam!De landen zullen zich verblijdenen juichen over uwen naam.
  • 17.
    Volken zult Gijrechten, / hun geding beslechtenin gerechtigheid,volken op deez' aarde, / die uw arm vergaarde,die Gij veilig leidt.
  • 18.
  • 19.
    1 Zo zegtde HERE: Waar toch is de scheidbrief uwer moeder, waarmede Ik haar verstoten heb? Of wie van mijn schuldeisers is het, aan wie Ik u verkocht heb? Zie, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht en om uw overtredingen is uw moeder verstoten. 2 Waarom was er niemand, toen Ik kwam, en antwoordde niemand, toen Ik riep?
  • 20.
    Is mijn handdan werkelijk te kort om te verlossen, of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door mijn dreigen leg Ik de zee droog en maak Ik rivieren tot een woestijn; hun vis wordt stinkend, omdat er geen water is, en sterft van dorst. 3 Ik kleed de hemelen in het zwart en geef hun een rouwgewaad tot bedekking.
  • 21.
    4 De HereHERE heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. 5 De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. 6 Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken
  • 22.
    mijn gelaat hebik niet verborgen voor smadelijk speeksel. 7 Maar de Here HERE helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden. 8 Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren? Laten wij samen naar voren treden.
  • 23.
    Wie zal mijntegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij. 9 Zie, de Here HERE helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren? Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren. 10 Wie onder u vreest de HERE, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des HEREN en steune op zijn God.
  • 24.
    11 Zie, gijallen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust, gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt. Van mijn hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggen.
  • 25.
    Lezen Rom. 8: 31 – 39De zekerheid des geloofs
  • 26.
    31 Wat zullenwij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? 33 Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt;
  • 27.
    34 wie zalveroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opge-wekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. 35 Wie zal ons schei-denvan de liefde van Christus? Verdruk-kingof benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? 36 Gelijk geschreven staat:OmUwentwil worden wij de ganse dag ge-dood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
  • 28.
    37 Maar indit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. 38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, 39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.
  • 29.
    Opw 244Welzalig deman, die niet wandelt
  • 30.
    Welzalig de man,die niet wandeltin de raad der goddelozen.Die niet staat op de weg der zondaars,noch zit in de kring der spotters,maar aan des Heren wetzijn welgevallen heeft.
  • 31.
    En diens wetoverpeinstbij dag en bij nacht.Want hij is als een boomgeplant aan waterstromen.Die zijn vrucht geeft op tijd,welks loof niet verwelkt, alles gelukt.
  • 32.
    G 127 –1, 3Gaat, stillen in den lande,
  • 33.
    1Gaat, stillen inden lande,uw Koning tegemoet,de intocht is ophandenvan Hem die wondren doet.Gij die de Heer verwacht,laat ons voor alle dingenHem ons hosanna zingen.Hij komt, Hij komt met macht.
  • 34.
    3Hoort toe, gijzwaarbeproefden,uw Koning is niet ver!Voor wie in 't duister toefden,rijst nu de morgenster.De Heer geeft in de noodzijn wonderbare bijstand;Hij slaat de laatste vijand,Hij overwint de dood.
  • 35.
    G 93 –1, 4, 5Bij 't steken der bazuinen
  • 36.
    1Bij 't stekender bazuinengaat in een punt des tijdsover der wereld puinenGods licht op, klaar en weids.En die in Christus zijnontmoeten blij elkander,ontkomen aan de schijn,geheel en al veranderd.
  • 37.
    4Als Gods bazuinenklinkenen als het morgenroodte middernacht zal blinken,o strenge, bittre dood,waar is uw zege dan,waar is uw scherpe schadeaan vrouw en kind en man,uw rijk van ongenade?
  • 38.
    5Tiran die onomwondenverdelgtin stad en land,al is door onze zondende wet ook op uw hand,Gode zij dank dat Hijuw schrikbewind deed falen.In Christus zullen wijde lauwerkrans behalen.
  • 39.
  • 40.
  • 41.
    Slotlied P 111– 5Zijn volk heeft Hij voorgoed bevrijd
  • 42.
    5Zijn volk heeftHij voorgoed bevrijden zijn verbond staat voor altijd,een licht hoog op de berg ontstoken.Heilig en zeer te duchten iszijn naam in de geschiedenis.Nooit wordt wat Hij belooft verbroken.
  • 43.