Visie op ICT
Zoek uit wat de onderstaande zaken betekenen en los de bijhorende vragen op.
Je kiest zelf hoe je dit op je Weebly rapporteert.
Dat kan in een Powerpoint presentatie, een andere presentatietool (Genial.ly, Prezi,…) of in een
Word document (PDF, Bookcreator,…) of indien je dat al kan in een leerfilm.
Onderwerp 1: Blended learning en hybride leren: Wat is het? Waarom zegt professor Jan Elen van
KUL "onderwijs zal blended zijn of zal niet zijn"? Wat kan het veranderen in je school? Waarom is het
zinvol om een cursus te redesignen aan de hand van blended learning? Wat met Corona? Wat is een
MOOC?
Onderwerp 2: SAMR: wat is het en geef een voorbeeld van toepassing in je onderwijscontext.
Bedenk een analoge activiteit (bijv. taak op papier) en digitaliseer ze via SAMR tot op niveau van
Redefinition.
 Het SAMR-model helpt bij het beschrijven van de didactische inzet van bepaalde
onderwijstechnologie. Het model is gebaseerd op vier niveaus substitution (= vervanging),
augmentation (= meerwaarde), modification (= aanpassing) en redefenition (=
transformatie). Een voorbeeld hiervan is dat kinderen op Bingel oefeningen kunnen maken
over dieren waarbij ze bepaalde lichaamsdelen van het dier moeten aanduiden. Wanneer ze
een lichaamsdeel niet kennen, kunnen ze dit altijd opzoeken via internet. Mijn voorbeeld
van een analoge activiteit is een fysieke les omvormen tot een online les.
 Substitution: De fysieke les over dieren en hun eigenschappen wordt vervangen
door een online les.
 Augmentation: Door een online les kunnen leerlingen onbekende dieren meteen op
het internet hoe het dier er uit ziet.
 Modification: Leerlingen zoeken op het internet op welke diersoorten in welk
continent leven.
 Redefenition: Door middel van een video de kinderen virtueel laten rondgaan in de
zoo en diersoorten benoemen.
Onderwerp 3: T-Pack: wat is het en wat betekent het voor jou als leraar. Argumenteer waarom het
nog zo vaak fout loopt in lagere scholen wanneer ICT (Media) wordt geïntegreerd. Op welke van de
drie componenten moet jij nog het meeste leerwinst boeken?
 T-pack is een module die de kennis en vaardigheden waarover de leerkracht moet
beschikken om technologie effectief te kunnen integreren in het onderwijs beschrijft. Deze
module is onderverdeeld in 3 stukken: technologische kennis, pedagogische kennis en
inhoudelijke kennis. Voor mij betekent het T-pack dat ICT belangrijk is, ook in de lagere
school. In lagere scholen loopt het wel nog vaak mis aangezien de huidige leerkrachten
amper of zelfs geen opleiding voor ICT hebben gekregen in de middelbare/hoge school. Ik
denk dat ik zelf het meeste moet leren over de technologische vaardigheden. Ik ken de basis
van technologie, maar mezelf er in verdiepen zou altijd handig zijn.
Onderwerp 4: Eindtermen ICT: Wat zijn in Vlaanderen de eindtermen. Wat is er aan het gebeuren in
het secundaire onderwijs?
 Alle huidige eindtermen voor het vak ICT zijn terug te vinden op volgende website:
https://onderwijsdoelen.be/
In het secundair onderwijs zijn er hervormingen doorgevoerd. ICT valt niet meer weg te
denken in de klassen waardoor elke leerling en leerkracht met ICT leert omgaan. Ook moet
het kansenongelijkheid tegen gaan. Niet iedereen heeft thuis een computer waardoor de
school zelf computers moet voorzien voor iedereen. Het leerproces kan verandert en verrijkt
worden door ICT. Alle leerlingen die ICT-competenties leren tijdens hun schooltijd vinden
later gemakkelijker een job.
Onderwerp 5: Vier in balans: Wat is het en wat loopt er vaak fout in scholen? Pas dit toe op een
stageschool of een school die je kent. Waar zitten de problemen? Wanneer ik zeg dat alles staat en
valt met een goeie visie, klopt dat dan? Geef een voorbeeld van techniekgedreven beslissingen.
 Het vier in balans model is een systeem dat aantoont hoe scholen optimaal gebruik kunnen
maken van ICT. Het probleem is dat scholen niet optimaal gebruik maken van ICT omdat veel
leerkrachten niet weten hoe ze ICT moeten gebruiken. Alles staat en valt met een goeie
visie. Een voorbeeld van techniekgedreven is dat de scholen in Vlaanderen allemaal
computers en Ipads krijgen van de overheid, maar wanneer de leerkracht de Ipads en
computers niet integreert in de lessen heeft de verandering geen zin.
Onderwerp 6: Fake news en clickbait: krijg je als gewone mens nog neutraal nieuws? Wanneer ik zeg
dat je zoekresultaten in Google beperkt worden zoals je filmkeuze in Netflix wat bedoel ik daar dan
mee? Wat is deepfake en waarom moet het je verontrusten? We hebben de natuurlijke reflex om
tekst kritisch te bekijken en beelden te aanvaarden als waarheid, is dat nog steeds een goed idee?
 Fake news betekent letterlijk vals nieuws. Clickbait betekent dat de titel van een artikel,
video,… moet uitlokken om erop te klikken. Als gewone mens krijgen we nieuws dat
aangepast is aan onze leefwereld. Zo worden ook onze zoekresultaten op google en Netflix
beperkt omdat we enkel films of zoekresultaten voorgeschoteld krijgen die aangepast zijn op
onze interesses. Deepfake is een techniek voor het samenstellen van menselijke beelden op
basis van artificiële intelligentie. Het is verontrustend omdat het internet ons iets kan
wijsmaken die totaal niet waar zijn. Alle teksten moeten vandaag de dag gedubbelcheckt
worden aangezien er veel fake news rondgaat. Dit geldt ook voor beelden.
Onderwerp 7: Auteursrecht en plagiaat: wat mag nu eigenlijk wel en wat niet? Wat zijn de meest
gemaakte fouten in onderwijs? Hoe kan je nakijken of een leerling iets al dan niet zelf heeft
geschreven?
 Het auteursrecht is het recht dat de auteurs beschermt en ze beslissen wat anderen wel en
niet mogen doen met zijn of haar werk. Plagiaat is dat je een werk van iemand anders
gebruikt alsof je het zelf hebt gemaakt. Plagiaat is illegaal tenzij je de auteur vermeld. De
meest gemaakte fouten in het onderwijs is dat er onbewust plagiaat wordt gepleegd door
jonge kinderen. Door dingen op te zoeken over het onderwerp, kan je checken of er al dan
niet plagiaat werd gepleegd.
Onderwerp 8: Flipped Classroom: wat is het? Bedenk een goede case voor je school (instructie wel in
de klas, niet thuis). Moet je die filmpjes als onderwijzer zelf maken? Kan dit door kinderen (Jonatan
academie)? Zie je een verband en /of mogelijkheden bij verbeteren of differentiatie? Mogelijkheden
bij Corona?
 Een Flipped Classroom is een klas waarin de theorie lessen thuis worden gegeven via online
onderwijs of video’s en het huiswerk wordt gehouden voor in de les. Mijn case is dat de
leerlingen filmpjes bekijken over de theorie in de klas, daarna proberen ze oefeningen te
maken. Lukt er iets niet? Dan staat de leerkracht paraat om bijkomende uitleg te geven. De
filmpjes kunnen door de leerkracht zelf gemaakt worden of de leerkracht zoekt goede
filmpjes die al bestaan en aansluiten bij de leerstof. Ik denk dat kinderen die de theorie goed
snappen zelf uitlegfilmpjes kunnen maken om hun medestudenten te helpen. Ik denk dat er
een algemeen uitleg filmpje moet zijn en dat de zwakkere leerlingen extra uitleg krijgen en
oefenen op de basis, terwijl de sterkere kinderen zelfstandig oefeningen kunnen maken.
Met corona denk ik dat de leerkrachten ook voor aangepast onderwijs moeten zorgen maar
fysieke lessen zijn niet weg te denken.
Onderwerp 9: Onderzoek heeft uitgewezen dat wie schrijft bij het noteren in de les meer onthoudt
dan wie tikt op een pc. Hoe zou dat kunnen komen? (denk aan hoe traag je schrijft en hoe snel
sommigen kunnen tikken tov wat de leerkracht zegt)
In dat geval geef ik aan studenten steeds het advies dat ze leerlingen moeten doen vertalen. Van het
ene medium naar het andere (tekst, stilstaand beeld, bewegend beeld en geluid) Leg uit waarom je
dat beter zo doet.
 Door te schrijven verwerk je wat er gezegd wordt. Als je typt, typ je letterlijk wat er gezegd
wordt en wordt er amper verwerkt. Door met de leerstof bezig te zijn, blijft deze ook beter
hangen. Wanneer je als leerkracht varieert met de oefeningen die je aanbiedt aan de
kinderen, kunnen de kinderen de informatie gebruiken en toepassen in verschillende
situaties.
Onderwerp 10: Webquests: Wat is het? Wat zijn de bouwstenen? Goeie voorbeelden en
verzamelsites? Onder welke Eindterm (diamant) valt dit? Zie je kansen voor differentiatie? Binnen
welke vakgebieden?
 Webquests zijn onderzoeksgerichte opdrachten waarbij de informatie afkomstig is van
bronnen op het internet. De bouwstenen van een webquest zijn een goede inleiding, een
opdracht, de werkwijze die wordt gehanteerd, de bronnen waaruit informatie werd gehaald,
de evaluatie en een conclusie. Er zijn kansen voor differentiatie als de leerkracht
makkelijkere en moeilijkere opdrachten uitdeelt. Het kan op elk vakgebied toegepast
worden.
Eens je werk klaar is ga je het moeten op het internet krijgen.
Zorg dat het daar publiek staat (niet verborgen) zodat ik het kan zien.
Van dar uit zet je het dan op je Weebly.
Probeer zelfredzaam te zijn en een oplossing te bedenken. Google het indien je niet weet hoe het
moet.
Pas als je er zelf niet uit geraakt gebruik je medestudenten als hulplijn.
Als ook zij het niet weten, kan je uiteraard ook nog bij mij terecht.
(document visie op ict, sd)

Visie op ICT.docx

  • 1.
    Visie op ICT Zoekuit wat de onderstaande zaken betekenen en los de bijhorende vragen op. Je kiest zelf hoe je dit op je Weebly rapporteert. Dat kan in een Powerpoint presentatie, een andere presentatietool (Genial.ly, Prezi,…) of in een Word document (PDF, Bookcreator,…) of indien je dat al kan in een leerfilm. Onderwerp 1: Blended learning en hybride leren: Wat is het? Waarom zegt professor Jan Elen van KUL "onderwijs zal blended zijn of zal niet zijn"? Wat kan het veranderen in je school? Waarom is het zinvol om een cursus te redesignen aan de hand van blended learning? Wat met Corona? Wat is een MOOC? Onderwerp 2: SAMR: wat is het en geef een voorbeeld van toepassing in je onderwijscontext. Bedenk een analoge activiteit (bijv. taak op papier) en digitaliseer ze via SAMR tot op niveau van Redefinition.  Het SAMR-model helpt bij het beschrijven van de didactische inzet van bepaalde onderwijstechnologie. Het model is gebaseerd op vier niveaus substitution (= vervanging), augmentation (= meerwaarde), modification (= aanpassing) en redefenition (= transformatie). Een voorbeeld hiervan is dat kinderen op Bingel oefeningen kunnen maken over dieren waarbij ze bepaalde lichaamsdelen van het dier moeten aanduiden. Wanneer ze een lichaamsdeel niet kennen, kunnen ze dit altijd opzoeken via internet. Mijn voorbeeld van een analoge activiteit is een fysieke les omvormen tot een online les.  Substitution: De fysieke les over dieren en hun eigenschappen wordt vervangen door een online les.  Augmentation: Door een online les kunnen leerlingen onbekende dieren meteen op het internet hoe het dier er uit ziet.  Modification: Leerlingen zoeken op het internet op welke diersoorten in welk continent leven.  Redefenition: Door middel van een video de kinderen virtueel laten rondgaan in de zoo en diersoorten benoemen. Onderwerp 3: T-Pack: wat is het en wat betekent het voor jou als leraar. Argumenteer waarom het nog zo vaak fout loopt in lagere scholen wanneer ICT (Media) wordt geïntegreerd. Op welke van de drie componenten moet jij nog het meeste leerwinst boeken?  T-pack is een module die de kennis en vaardigheden waarover de leerkracht moet beschikken om technologie effectief te kunnen integreren in het onderwijs beschrijft. Deze module is onderverdeeld in 3 stukken: technologische kennis, pedagogische kennis en inhoudelijke kennis. Voor mij betekent het T-pack dat ICT belangrijk is, ook in de lagere school. In lagere scholen loopt het wel nog vaak mis aangezien de huidige leerkrachten amper of zelfs geen opleiding voor ICT hebben gekregen in de middelbare/hoge school. Ik denk dat ik zelf het meeste moet leren over de technologische vaardigheden. Ik ken de basis van technologie, maar mezelf er in verdiepen zou altijd handig zijn. Onderwerp 4: Eindtermen ICT: Wat zijn in Vlaanderen de eindtermen. Wat is er aan het gebeuren in het secundaire onderwijs?  Alle huidige eindtermen voor het vak ICT zijn terug te vinden op volgende website: https://onderwijsdoelen.be/
  • 2.
    In het secundaironderwijs zijn er hervormingen doorgevoerd. ICT valt niet meer weg te denken in de klassen waardoor elke leerling en leerkracht met ICT leert omgaan. Ook moet het kansenongelijkheid tegen gaan. Niet iedereen heeft thuis een computer waardoor de school zelf computers moet voorzien voor iedereen. Het leerproces kan verandert en verrijkt worden door ICT. Alle leerlingen die ICT-competenties leren tijdens hun schooltijd vinden later gemakkelijker een job. Onderwerp 5: Vier in balans: Wat is het en wat loopt er vaak fout in scholen? Pas dit toe op een stageschool of een school die je kent. Waar zitten de problemen? Wanneer ik zeg dat alles staat en valt met een goeie visie, klopt dat dan? Geef een voorbeeld van techniekgedreven beslissingen.  Het vier in balans model is een systeem dat aantoont hoe scholen optimaal gebruik kunnen maken van ICT. Het probleem is dat scholen niet optimaal gebruik maken van ICT omdat veel leerkrachten niet weten hoe ze ICT moeten gebruiken. Alles staat en valt met een goeie visie. Een voorbeeld van techniekgedreven is dat de scholen in Vlaanderen allemaal computers en Ipads krijgen van de overheid, maar wanneer de leerkracht de Ipads en computers niet integreert in de lessen heeft de verandering geen zin. Onderwerp 6: Fake news en clickbait: krijg je als gewone mens nog neutraal nieuws? Wanneer ik zeg dat je zoekresultaten in Google beperkt worden zoals je filmkeuze in Netflix wat bedoel ik daar dan mee? Wat is deepfake en waarom moet het je verontrusten? We hebben de natuurlijke reflex om tekst kritisch te bekijken en beelden te aanvaarden als waarheid, is dat nog steeds een goed idee?  Fake news betekent letterlijk vals nieuws. Clickbait betekent dat de titel van een artikel, video,… moet uitlokken om erop te klikken. Als gewone mens krijgen we nieuws dat aangepast is aan onze leefwereld. Zo worden ook onze zoekresultaten op google en Netflix beperkt omdat we enkel films of zoekresultaten voorgeschoteld krijgen die aangepast zijn op onze interesses. Deepfake is een techniek voor het samenstellen van menselijke beelden op basis van artificiële intelligentie. Het is verontrustend omdat het internet ons iets kan wijsmaken die totaal niet waar zijn. Alle teksten moeten vandaag de dag gedubbelcheckt worden aangezien er veel fake news rondgaat. Dit geldt ook voor beelden. Onderwerp 7: Auteursrecht en plagiaat: wat mag nu eigenlijk wel en wat niet? Wat zijn de meest gemaakte fouten in onderwijs? Hoe kan je nakijken of een leerling iets al dan niet zelf heeft geschreven?  Het auteursrecht is het recht dat de auteurs beschermt en ze beslissen wat anderen wel en niet mogen doen met zijn of haar werk. Plagiaat is dat je een werk van iemand anders gebruikt alsof je het zelf hebt gemaakt. Plagiaat is illegaal tenzij je de auteur vermeld. De meest gemaakte fouten in het onderwijs is dat er onbewust plagiaat wordt gepleegd door jonge kinderen. Door dingen op te zoeken over het onderwerp, kan je checken of er al dan niet plagiaat werd gepleegd. Onderwerp 8: Flipped Classroom: wat is het? Bedenk een goede case voor je school (instructie wel in de klas, niet thuis). Moet je die filmpjes als onderwijzer zelf maken? Kan dit door kinderen (Jonatan academie)? Zie je een verband en /of mogelijkheden bij verbeteren of differentiatie? Mogelijkheden bij Corona?  Een Flipped Classroom is een klas waarin de theorie lessen thuis worden gegeven via online onderwijs of video’s en het huiswerk wordt gehouden voor in de les. Mijn case is dat de leerlingen filmpjes bekijken over de theorie in de klas, daarna proberen ze oefeningen te
  • 3.
    maken. Lukt eriets niet? Dan staat de leerkracht paraat om bijkomende uitleg te geven. De filmpjes kunnen door de leerkracht zelf gemaakt worden of de leerkracht zoekt goede filmpjes die al bestaan en aansluiten bij de leerstof. Ik denk dat kinderen die de theorie goed snappen zelf uitlegfilmpjes kunnen maken om hun medestudenten te helpen. Ik denk dat er een algemeen uitleg filmpje moet zijn en dat de zwakkere leerlingen extra uitleg krijgen en oefenen op de basis, terwijl de sterkere kinderen zelfstandig oefeningen kunnen maken. Met corona denk ik dat de leerkrachten ook voor aangepast onderwijs moeten zorgen maar fysieke lessen zijn niet weg te denken. Onderwerp 9: Onderzoek heeft uitgewezen dat wie schrijft bij het noteren in de les meer onthoudt dan wie tikt op een pc. Hoe zou dat kunnen komen? (denk aan hoe traag je schrijft en hoe snel sommigen kunnen tikken tov wat de leerkracht zegt) In dat geval geef ik aan studenten steeds het advies dat ze leerlingen moeten doen vertalen. Van het ene medium naar het andere (tekst, stilstaand beeld, bewegend beeld en geluid) Leg uit waarom je dat beter zo doet.  Door te schrijven verwerk je wat er gezegd wordt. Als je typt, typ je letterlijk wat er gezegd wordt en wordt er amper verwerkt. Door met de leerstof bezig te zijn, blijft deze ook beter hangen. Wanneer je als leerkracht varieert met de oefeningen die je aanbiedt aan de kinderen, kunnen de kinderen de informatie gebruiken en toepassen in verschillende situaties. Onderwerp 10: Webquests: Wat is het? Wat zijn de bouwstenen? Goeie voorbeelden en verzamelsites? Onder welke Eindterm (diamant) valt dit? Zie je kansen voor differentiatie? Binnen welke vakgebieden?  Webquests zijn onderzoeksgerichte opdrachten waarbij de informatie afkomstig is van bronnen op het internet. De bouwstenen van een webquest zijn een goede inleiding, een opdracht, de werkwijze die wordt gehanteerd, de bronnen waaruit informatie werd gehaald, de evaluatie en een conclusie. Er zijn kansen voor differentiatie als de leerkracht makkelijkere en moeilijkere opdrachten uitdeelt. Het kan op elk vakgebied toegepast worden. Eens je werk klaar is ga je het moeten op het internet krijgen. Zorg dat het daar publiek staat (niet verborgen) zodat ik het kan zien. Van dar uit zet je het dan op je Weebly. Probeer zelfredzaam te zijn en een oplossing te bedenken. Google het indien je niet weet hoe het moet. Pas als je er zelf niet uit geraakt gebruik je medestudenten als hulplijn. Als ook zij het niet weten, kan je uiteraard ook nog bij mij terecht. (document visie op ict, sd)