Doelstellingen op de(geplagde)
graslanden.
• Vochtige en natte schraallanden.
• Bloemrijke en faunarijke hooilanden.
Dus: trofiegraad van de bodem naar beneden
brengen, waterstand omhoog, inundaties vanuit
de beek mogelijk maken en structuurrijke
vegetatie ontwikkelen.
•
12.
Hoe?
– maaien zonderbemesting (lange weg)
– plaggen (deels uitgevoerd, kostbaar, veel
landschappelijke impact)
– uitmijnen (N en K bemesting, geen P)
Voorkeur: snel, goed uitvoerbaar, betaalbaar
Is uitmijnen…
• …eensnelle(re) verschraling (afname
P – beschikbaarheid) door maaien met
gerichte N en K bemesting?
18.
weten = meten
•Uitgangssituatie (hier lokaal vrij gunstig)
• Hoe is de doellocatie gesitueerd t.o.v.
ecohydrologische omstandigeheden en daarmee
t.o.v. stofstromen in de bodem?
• Bodemopbouw?
• Wat is de trofiegraad van de bodem?
• Basenverzadiging?
• Zuurgraad?
• Zaadvoorraad doelvegetaties?
19.
5 jaar is(te) kort voor aanpassing van de
vegetatie en de spreiding is groot:
• Weinig verschil in bedekking van soorten
• Soms ook afname soortenrijkdom (onbemest)
• Engels raai neemt snel af in beide situaties
• Onbemest heeft zichtbaar lagere productie en wat
meer kruiden
• In bemeste delen meer voedselrijke grassen en
afname / geen toename kruiden
• Snelle verandering op plaggedeelten (pionier)
• Soms oppervlakkige verzuring (onbemest;
moerasstruisgras)
20.
Nieuwe vragen
• Watdoet het intensieve beheer met de fauna?
• Hoe ontwikkeld zich de basenbezeting (vooral
Ca)?
• Blijft het bodemleven bacterie gedomineerd
of krijgen fungi ook kansen?