Soorten-rijker = voedselarmer
Hoe bereiken we zsm een ‘schrale bodem’ voor
natuurdoelen?
Ligging de Roeghoorn
Situatie rond 1900 en 1950.
Situatie 2006.
12173
Sterk beïnvloede beek uit de jaren 60
Meerdere opgaven binnen
landinrichting
• Realisatie ehs – beekdalgraslanden
• Verminderen verdroging natuurgebieden
• Realisatie krw doelen waaronder
– Langzaam stromende laaglandbeek
– Verbeteren vismigratie
2008, hermeandering beek is
begonnen.
12173
2012, beek stroomt (over), geplagde
percelen hergroeien, drogere delen
gemaaid.
12173
Beeld na hermeandering.
Doelstellingen op de (geplagde)
graslanden.
• Vochtige en natte schraallanden.
• Bloemrijke en faunarijke hooilanden.
Dus: trofiegraad van de bodem naar beneden
brengen, waterstand omhoog, inundaties vanuit
de beek mogelijk maken en structuurrijke
vegetatie ontwikkelen.
•
Hoe?
– maaien zonder bemesting (lange weg)
– plaggen (deels uitgevoerd, kostbaar, veel
landschappelijke impact)
– uitmijnen (N en K bemesting, geen P)
Voorkeur: snel, goed uitvoerbaar, betaalbaar
Graven, maaien of ….
Is uitmijnen…
• …een snelle(re) verschraling (afname
P – beschikbaarheid) door maaien met
gerichte N en K bemesting?
weten = meten
• Uitgangssituatie (hier lokaal vrij gunstig)
• Hoe is de doellocatie gesitueerd t.o.v.
ecohydrologische omstandigeheden en daarmee
t.o.v. stofstromen in de bodem?
• Bodemopbouw?
• Wat is de trofiegraad van de bodem?
• Basenverzadiging?
• Zuurgraad?
• Zaadvoorraad doelvegetaties?
5 jaar is (te) kort voor aanpassing van de
vegetatie en de spreiding is groot:
• Weinig verschil in bedekking van soorten
• Soms ook afname soortenrijkdom (onbemest)
• Engels raai neemt snel af in beide situaties
• Onbemest heeft zichtbaar lagere productie en wat
meer kruiden
• In bemeste delen meer voedselrijke grassen en
afname / geen toename kruiden
• Snelle verandering op plaggedeelten (pionier)
• Soms oppervlakkige verzuring (onbemest;
moerasstruisgras)
Nieuwe vragen
• Wat doet het intensieve beheer met de fauna?
• Hoe ontwikkeld zich de basenbezeting (vooral
Ca)?
• Blijft het bodemleven bacterie gedomineerd
of krijgen fungi ook kansen?
Hoe verder?
• Eerst het woord aan de resultaten van de
afgelopen jaren.

Presentatie henk hut sbb

  • 1.
    Soorten-rijker = voedselarmer Hoebereiken we zsm een ‘schrale bodem’ voor natuurdoelen?
  • 2.
  • 3.
  • 4.
  • 5.
    Sterk beïnvloede beekuit de jaren 60
  • 6.
    Meerdere opgaven binnen landinrichting •Realisatie ehs – beekdalgraslanden • Verminderen verdroging natuurgebieden • Realisatie krw doelen waaronder – Langzaam stromende laaglandbeek – Verbeteren vismigratie
  • 7.
    2008, hermeandering beekis begonnen. 12173
  • 8.
    2012, beek stroomt(over), geplagde percelen hergroeien, drogere delen gemaaid. 12173
  • 10.
  • 11.
    Doelstellingen op de(geplagde) graslanden. • Vochtige en natte schraallanden. • Bloemrijke en faunarijke hooilanden. Dus: trofiegraad van de bodem naar beneden brengen, waterstand omhoog, inundaties vanuit de beek mogelijk maken en structuurrijke vegetatie ontwikkelen. •
  • 12.
    Hoe? – maaien zonderbemesting (lange weg) – plaggen (deels uitgevoerd, kostbaar, veel landschappelijke impact) – uitmijnen (N en K bemesting, geen P) Voorkeur: snel, goed uitvoerbaar, betaalbaar
  • 16.
  • 17.
    Is uitmijnen… • …eensnelle(re) verschraling (afname P – beschikbaarheid) door maaien met gerichte N en K bemesting?
  • 18.
    weten = meten •Uitgangssituatie (hier lokaal vrij gunstig) • Hoe is de doellocatie gesitueerd t.o.v. ecohydrologische omstandigeheden en daarmee t.o.v. stofstromen in de bodem? • Bodemopbouw? • Wat is de trofiegraad van de bodem? • Basenverzadiging? • Zuurgraad? • Zaadvoorraad doelvegetaties?
  • 19.
    5 jaar is(te) kort voor aanpassing van de vegetatie en de spreiding is groot: • Weinig verschil in bedekking van soorten • Soms ook afname soortenrijkdom (onbemest) • Engels raai neemt snel af in beide situaties • Onbemest heeft zichtbaar lagere productie en wat meer kruiden • In bemeste delen meer voedselrijke grassen en afname / geen toename kruiden • Snelle verandering op plaggedeelten (pionier) • Soms oppervlakkige verzuring (onbemest; moerasstruisgras)
  • 20.
    Nieuwe vragen • Watdoet het intensieve beheer met de fauna? • Hoe ontwikkeld zich de basenbezeting (vooral Ca)? • Blijft het bodemleven bacterie gedomineerd of krijgen fungi ook kansen?
  • 21.
    Hoe verder? • Eersthet woord aan de resultaten van de afgelopen jaren.