Faculteit Geneeskunde enFarmacie
Master in Management en Beleid van de
Gezondheidszorg
De implementatie van
veiligheidsrondes op
verpleegafdelingen in het UZ Brussel
Machteld Symoens
Rolnummer 91414
Academiejaar 2011 - 2012
Promotor: Prof. M. Noppen
Co-promotoren: Dhr. M. De Beukeleer
Dr. K. Beeckman
3.
Faculteit Geneeskunde enFarmacie
Master in Management en Beleid van de
Gezondheidszorg
De implementatie van
veiligheidsrondes op
verpleegafdelingen in het UZ Brussel
Machteld Symoens
Rolnummer 91414
Academiejaar 2011 - 2012
Promotor: Prof. M. Noppen
Co-promotoren: Dhr. M. De Beukeleer
Dr. K. Beeckman
4.
2
Abstract
Achtergrond
Hoewel de laatstejaren de wereldwijde aandacht voor patiëntveiligheid in de
gezondheidszorg sterk is toegenomen, blijkt dat globaal gezien de actieve betrokkenheid en
het zichtbaar engagement van het ziekenhuismanagement bij interventies om de
patiëntveiligheid te verhogen ondermaats is. Veiligheidsrondes kunnen een effectieve
oplossing bieden om een zichtbaar engagement te tonen omtrent het
patiëntveiligheidsbeleid, patiëntveiligheidsproblemen te identificeren en om medewerkers
te ondersteunen bij het verbeteren van de patiëntveiligheid en veiligheidscultuur, doordat
een kerngroep van het ziekenhuismanagement verpleegafdelingen bezoekt waarbij items
die de patiëntveiligheid kunnen beïnvloeden worden bekeken en besproken.
Doelstelling
Het hoofddoel van dit onderzoek was het ontwikkelen, implementeren, uitvoeren, evalueren
en optimaliseren van veiligheidsrondes op verpleegafdelingen in het Universitair Ziekenhuis
Brussel.
Methodologie
Op basis van het literatuuronderzoek en expert interviews werden inzichten over de
organisatie en het verloop van veiligheidsrondes maximaal geïntegreerd in een draaiboek.
Na een pilootstudie op negen verpleegafdelingen werden deze door middel van een SWOT-
analyse geëvalueerd door het ziekenhuismanagement, en werd het draaiboek aangepast.
Tijdens de hoofdstudie werden veiligheidsrondes uitgevoerd op acht verpleegafdelingen van
het UZ Brussel. Het verloop hiervan werd geëvalueerd via directe en niet-participerende
observatie waarvan de gegevens werden geregistreerd op basis van een semi-
gestructureerd observatieschema. De resultaten die voortkwamen uit de veiligheidsrondes
werden achteraf verwerkt via Microsoft Office Excel 2007 en SPSS.
Resultaten
Het draaiboek over het verloop van veiligheidsrondes werd bij 7 van de 8 veiligheidsrondes
correct uitgevoerd. Observatie-items die relevant zijn in het kader van patiëntveiligheid
werden verzameld in een bibliotheek, waaruit een set van vijf items werden geselecteerd
en geobserveerd tijdens de veiligheidsrondes binnen de hoofdstudie.
De aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van de identificatiebandjes bij patiënten
werden zowel tijdens de pilootstudie (n=166) als tijdens de hoofdstudie (n=143) bekeken.
Een compliance rond 75% werd gemeten tijdens de pilootstudie tegenover een compliance
van 90% tijdens de hoofdstudie.
5.
3
Een statistisch significantverschil tussen de pilootstudie en hoofdstudie werd vastgesteld
voor zowel de aanwezigheid (p=0.002), leesbaarheid (p=0.001) en correctheid (p=0.001)
van de identificatiebandjes.
Eveneens werd de bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten geobserveerd
(n=39) waaruit blijkt dat 15,4% niet over een bel beschikten. Vervolgens werd de
aanwezigheid van een alcoholdispenser, gevuld met alcoholgel, bekeken op elke
patiëntenkamer (n=151) waarbij een compliance van 99,3% werd gemeten. Observaties in
het kader van medicatieveiligheid toonden aan dat 33,3% van alle medicatiewagens niet
slotvast waren in tegenstelling tot de noodmedicatiekasten, die bij alle afdelingen
afgesloten waren.
Conclusie
Door middel van dit onderzoek werd een sterke aanzet gegeven betreffende de
implementatie van veiligheidsrondes op verpleegafdelingen in het UZ Brussel.
Een belangrijke uitdaging is weggelegd voor het ziekenhuismanagement om toekomstige
veiligheidsrondes adequaat te blijven uitvoeren, alsook om verbeteracties te identificeren,
uit te voeren en te communiceren aan het ziekenhuispersoneel met het oog op het
verbeteren van de patiëntveiligheid.
6.
4
Dankwoord
Met dit dankwoordwil ik me richten tot iedereen die een steun heeft betekend bij de
totstandkoming van deze thesis.
Vooreerst wil ik prof. M. Noppen bedanken om ondanks zijn vele professionele
verplichtingen promotor te willen zijn van deze thesis.
Een bijzonder woord van dank gaat uit naar mijn co-promotoren, mevr. Dr. Katrien
Beeckman en dhr. Marc De Beukeleer, voor het spenderen van hun tijd tijdens de vele
overlegmomenten en het geven van feedback en advies doorheen het soms moeilijke
denkproces die deze thesis met zich mee bracht.
Ook wil ik het ziekenhuismanagement bedanken omwille van hun professionele
samenwerking bij de ontwikkeling, implementatie en uitvoering van de veiligheidsrondes,
alsook alle verpleegafdelingen die hun medewerking verleenden binnen dit onderzoek.
Voorts gaat mijn dank uit naar mijn ouders die het mogelijk maakten om deze opleiding te
kunnen volgen en ondersteuning gaven bij lastige momenten.
Als laatste gaat mijn dank uit naar mijn vriend Pieter die een onvoorwaardelijke steun
betekende tijdens moeilijke momenten en begrip toonde voor de vele uren werk die deze
thesis opeiste.
7.
5
Inhoudsopgave
ABSTRACT ............................................................................................................... 2
DANKWOORD...........................................................................................................4
1. INLEIDING – PROBLEEMSTELLING .................................................................... 7
1.1 DEFINIËRING BEGRIP PATIËNTVEILIGHEID..................................................................... 9
1.2 PATIËNTVEILIGHEID BINNEN DE BELGISCHE CONTEXT ....................................................... 9
1.2.1 Internationale aanbevelingen....................................................................... 9
1.2.2 Een beleid in fasen: 4 pijlers.......................................................................11
1.3 HET ONTSTAAN VAN ONVEILIGE ZORG: EEN SYSTEEMBENADERING .......................................13
1.4 HET CREËREN VAN EEN DRAAGVLAK BINNEN HET ZIEKENHUIS: HET
VEILIGHEIDSMANAGEMENTSYSTEEM...........................................................................16
1.4.1 Organisatiecultuur.....................................................................................17
1.4.2 Patiëntveiligheidscultuur: een specifieke dimensie van organisatiecultuur.........18
1.4.3 Leiderschap en betrokkenheid van het ziekenhuismanagement .......................20
1.5 VEILIGHEIDSRONDES ...........................................................................................22
1.5.1 omschrijving veiligheidsrondes ...................................................................22
1.5.2 doelen van veiligheidsrondes ......................................................................23
2. DOELSTELLINGEN VAN DE THESIS....................................................................24
3. ONDERZOEKSOPZET .........................................................................................25
3.2 ONDERZOEKSMETHODE .........................................................................................25
3.2.1 Aan welke randvoorwaarden moeten veiligheidsrondes voldoen vooraleer ze
kunnen geïmplementeerd worden in de praktijk? ...........................................25
3.2.2 Hoe kunnen veiligheidsrondes in het UZ Brussel ontwikkeld en geïmplementeerd
worden, conform de richtlijnen die beschreven staan in de wetenschappelijke
literatuur? ................................................................................................26
3.2.3 In hoeverre worden de veiligheidsrondes uitgevoerd volgens het vooropgestelde
draaiboek?................................................................................................27
3.2.4 Hoe groot is de compliance op de verpleegafdelingen van de vooropgestelde
observatie-items die bekeken worden tijdens de veiligheidsrondes? .................30
8.
6
4. RESULTATEN.....................................................................................................32
4.1 RANDVOORWAARDENVOOR DE ORGANISATIE VAN VEILIGHEIDSRONDES ............31
4.1.1 Het uitvoeren van een veiligheidscultuurmeting ............................................31
4.1.2 Een observatieteam samenstellen ...............................................................32
4.1.3 Het tijdstip en de locatie bepalen ................................................................33
4.1.4 De werkwijze van het verloop van een veiligheidsronde bepalen .....................33
4.1.5 Het ziekenhuispersoneel informeren ............................................................35
4.1.6 Gegevens analyseren,opvolgen en communiceren aan het ziekenhuispersoneel 36
4.2 DE ONTWIKKELING VAN EEN DRAAIBOEK VOOR VEILIGHEIDSRONDES IN HET UZ BRUSSEL ...........39
4.2.1 Het uitvoeren van een veiligheidscultuurmeting ............................................39
4.2.2 De ontwikkeling van het draaiboek en de implementatie door middel van een
pilootstudie...............................................................................................39
4.2.3 De optimalisatie van de implementatie ........................................................42
4.3 DE OBSERVATIE VAN HET VERLOOP VAN DE VEILIGHEIDSRONDES.........................................47
4.4 COMPLIANCE VAN DE VERPLEEGAFDELINGEN ...............................................................51
4.4.1 Patiëntenidentificatie: de aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van
identificatiebandjes....................................................................................51
4.4.2 De bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten ................................53
4.4.4 Het correct sluiten van de medicatiewagens en medicatienoodkast..................56
5. DISCUSSIE – CONCLUSIE .................................................................................59
5.1 RANDVOORWAARDEN VAN VEILIGHEIDSRONDES EN DE ONTWIKKELING VAN EEN DRAAIBOEK .........59
5.2 DE OBSERVATIE VAN HET VERLOOP VAN DE VEILIGHEIDSRONDES.........................................60
5.3 DE COMPLIANCE VAN DE VERPLEEGAFDELINGEN .............................................................61
5.3.1 Patiëntenidentificatie: de aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van
identificatiebandjes....................................................................................61
5.3.2 De bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten ................................63
5.3.4 Het correct sluiten van de medicatiewagens en de medicatienoodkast .............64
5.4 BEPERKINGEN VAN HET ONDERZOEK ..........................................................................64
5.5 CONCLUSIE.......................................................................................................65
BIBLIOGRAFIE ........................................................................................................66
BIJLAGEN ..............................................................................................................71
9.
7
Lijst figuren entabellen
Lijst figuren
Figuur 1 : Schema van Ritter ...................................................................................13
Figuur 2 : Cultuurladder met vijf cultuurniveaus .........................................................19
Figuur 3 : Observatieschema ...................................................................................28
Figuur 4 : Onderzoeksactiviteiten tijdens de observatieperiode.....................................30
Figuur 5 : Dimensies vragenlijst The Hospital Survey on Patient Safety Culture..............32
Figuur 6 : Factoren van Vincent................................................................................37
Figuur 7 : Risico inventarisatie matrix .......................................................................37
Figuur 8 : Zeven essentiële stappen voor een effectieve implementatie van
veiligheidsrondes .....................................................................................38
Figuur 9 : Basisontwerp draaiboek............................................................................39
Figuur 10: Beleidsstructuur UZ Brussel.......................................................................40
Lijst tabellen
Tabel 1: Diensten voor diagnose en heelkundige behandeling (C-diensten)...................49
Tabel 2: Diensten voor diagnose en geneeskundige behandeling (D-diensten) en P-
dienst ......................................................................................................50
Tabel 3: Verschil in compliance tussen pilootstudie en hoofdstudie betreffende
patiëntenidentificatie .................................................................................51
Tabel 4: Verschil in compliance tussen C-diensten en D-diensten & P-dienst
betreffende patiëntenidentificatie ................................................................52
Tabel 5: Bereikbaarheid bel bij niet-mobiele patiënten C-diensten ..............................53
Tabel 6: Bereikbaarheid bel bij niet-mobiele patiënten D-diensten ..............................54
Tabel 7: Aanwezigheid alcoholdispenser en alcoholgel ...............................................55
Tabel 8: Resultaten voor het sluiten van medicatiekasten en noodmedicatiekast
C-diensten ...............................................................................................56
Tabel 9: Resultaten voor het sluiten van medicatiekasten en noodmedicatiekast
D-diensten ..............................................................................................57
Tabel 10: Sluiten van medicatiekasten en noodmedicatiekast P-dienst ..........................58
10.
8
1. Inleiding –probleemstelling
Deze thesis handelt over het implementeren van veiligheidsrondes op verpleegafdelingen in
het UZ Brussel, en is opgebouwd uit volgende delen:
In een eerste hoofdstuk zullen een aantal relevante begrippen nader toegelicht worden in
het kader van de patiëntveiligheid in ziekenhuizen.
Vooreerst zal het begrip patiëntveiligheid gedefinieerd worden, gevolgd door een
omschrijving van het Belgisch beleid inzake patiëntveiligheid. Vervolgens zal het ontstaan
van onveilige zorg gekaderd worden binnen een systeembenadering, waarbij de focus bij
het ontstaan van fouten eerder gelegd wordt bij het proces en/of het systeem waarin
mensen functioneren, dan bij het individu zelf. Hierbij zal eveneens de rol van het
ziekenhuismanagement beschreven worden.
In een volgend deel zal een beschrijving van het veiligheidsmanagementsysteem binnen
een ziekenhuis plaatsvinden, waarbinnen de begrippen organisatiecultuur en
patiëntveiligheidscultuur zullen gedefinieerd en toegelicht worden als kritische
succesfactoren bij de uitbouw van veilige zorg in ziekenhuizen.
Vervolgens zal het belang van een betrokken leiderschap aangehaald worden en zal de
problematiek betreffende de globale beperkte actieve betrokkenheid van het
ziekenhuismanagement bij acties om de patiëntveiligheid te verhogen, benaderd worden.
Hierbij zal het uitvoeren van veiligheidsrondes toegelicht worden als mogelijke oplossing.
Het tweede hoofdstuk maakt een beschrijving van de doelstellingen van deze thesis.
In het derde hoofdstuk wordt het onderzoeksopzet beschreven waarbij de
onderzoeksvragen en de onderzoeksmethode zullen behandeld worden.
Binnen het vierde hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek weergegeven per
gestelde onderzoeksvraag.
In het laatste hoofdstuk, de discussie en conclusie, zullen de resultaten op kritische wijze
worden geëvalueerd en zal een algemeen besluit getrokken worden.
11.
9
1.1 Definiëring begrippatiëntveiligheid
Sinds ‘the Institute of Medecine’ het aantal vermijdbare incidenten in de Amerikaanse
ziekenhuizen onderzocht en bundelde in de publicatie ‘To err is human’ in 1999, is de
wereldwijde aandacht voor patiëntveiligheid in de gezondheidszorg sterk toegenomen
(Frankel, Gandhi, & Bates, 2003).
Binnen de context van de Belgische ziekenhuizen wordt patiëntveiligheid omschreven als:
‘het (nagenoeg) ontbreken van (de kans op) aan de patiënt toegebrachte schade
(lichamelijk/psychisch) die is ontstaan door het niet volgens de professionele standaard
handelen van hulpverleners en/of door tekortkoming van het zorgsysteem.’
(Van Everdingen, 2006).
Patiëntveiligheid vormt eveneens een belangrijke voorwaarde voor een kwaliteitsvolle zorg
die patiëntgestuurd is en bovendien effectief, efficiënt, tijdig, billijk en veilig dient
uitgevoerd te worden. Hierbij betekent veilige zorg dat de patiënt geen schade lijdt door de
zorg of door het contact met het zorgsysteem (Strategische Werkgroep voor
Patiëntveiligheid van de Nationale Begeleidingscommissie voor Ziekenhuisperformantie,
2008).
1.2 Patiëntveiligheid binnen de Belgische context
Ondanks het uitwerken en implementeren van talrijke initiatieven om de patiëntveiligheid
te verhogen, blijkt uit onderzoek van het Nederlands instituut van de gezondheidszorg in
2007 dat er jaarlijks mogelijk 1735 patiënten sterven ten gevolge van vermijdbare
incidenten. Van alle gehospitaliseerde patiënten zou 2,3% vermijdbare schade oplopen.
Hoewel in België nog geen grootschalig onderzoek werd gedaan naar de omvang van
vermijdbare incidenten, wordt algemeen aangenomen dat de situatie in België gelijkaardige
resultaten zou opleveren (Leistikow, 2010).
1.2.1 Internationale aanbevelingen
Om de kwaliteit van de zorg te garanderen en de patiëntveiligheid in de ziekenhuizen te
optimaliseren, is het van belang dat de overheid hiertoe relevante beleidsingrepen
doorvoert (Hellings, 2009). De laatste jaren werden dan ook diverse nationale overheden
door internationale organisaties, zoals onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie en
de Europese Commissie, onder druk gezet om de patiëntveiligheidsproblematiek
beleidsmatig aan te pakken. (Strategische Werkgroep voor Patiëntveiligheid van de
Nationale Begeleidingscommissie voor Ziekenhuisperformantie, 2008)
12.
10
Hierbij werden eenaantal aanbevelingen opgesteld om de patiëntveiligheid te verbeteren.
Deze zijn eveneens nauw verwant aan de visie en het beleid van de federale
overheidsdienst Volksgezondheid waarbij gesteld wordt dat patiëntveiligheid een prioriteit is
en deel moet uitmaken van een integraal zorgbeleid dat zich toespitst op de rechten van de
patiënt:
- het bevorderen van een cultuur van veiligheid als prioriteit, waarbij de nadruk ligt op een
lerende cultuur en afgestapt wordt van een verwijt- en bestraffingcultuur.
- Het uitwerken van structuren, procedures en processen in een systeembenadering van
patiëntveiligheid, waarbij rekening wordt gehouden met de menselijke factoren.
- Het ontwikkelen van meldsystemen voor het verzamelen van gestandaardiseerde
informatie over aard en omvang van vermijdbare schade.
- Het systematisch analyseren van bestaande gegevensbronnen (systematische
rapportering van incidenten en defecten, klachten van patiënten, klinische databases…).
- Het in kaart brengen van risico’s voor onveilige zorg.
- Het gebruik van eenduidig gedefinieerde indicatoren voor een systematische en ‘real
time’ opvolging van patiëntveiligheid.
- Het ontwikkelen van opleidings- en bijscholingsprogramma’s voor alle zorgprofessionals
en het management waarin patiëntveiligheid een vast onderdeel wordt, met inbegrip van
de principes van klinische besluitvorming, risicobewustwording, risicocommunicatie,
risicopreventie en het omgaan met incidenten.
- Het aanmoedigen van de zorginstellingen, daarbij geholpen door beleidsmakers en
verzekeraars, om het risicobewustzijn te vergroten en om veiligheidsprogramma’s op te
zetten.
- Het informatief en actief betrekken van de patiënt/ familie in het zorgproces om de
veiligheid te verhogen.
- Het creëren van een juridisch kader opdat meldsystemen optimaal kunnen functioneren
en de melder van het incident beschermd wordt.
- Het oprichten van een nationaal centrum voor patiëntveiligheid. Dit centrum moet zich
richten op het formuleren van nationale doelstellingen op vlak van veiligheid; het
verspreiden van kennis over aard en omvang van vermijdbare schade en interventies
(best practices) gericht op het voorkomen van schade; het ontwikkelen van een
onderzoeksagenda; het opstarten en evalueren van nationale veiligheidscampagnes.
- Het ontwikkelen van een standaard begrippenkader voor patiëntveiligheid.
- Het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek naar patiëntveiligheid
(Strategische Werkgroep voor Patiëntveiligheid van de Nationale Begeleidingscommissie
voor Ziekenhuisperformantie, 2008)
13.
11
1.2.2 Een beleidin fasen: 4 pijlers
Een concrete uitwerking van het nationaal patiëntveiligheidsbeleid in België maakte opgang
in oktober 2007, ter gelegenheid van de eerste week van de patiëntveiligheid. Hieruit volgt
dat de Belgische federale overheid een beleid in het kader van patiëntveiligheid voert dat
berust op 4 pijlers:
1. Bewustmaking
Door het implementeren van diverse projecten die de patiëntveiligheid onder de aandacht
brengt, wil de overheid de gevoeligheid tot dit thema aanzienlijk verhogen. Sinds 1 juli
2007 kunnen Belgische ziekenhuizen een kwaliteitscontract afsluiten met de overheid
waarbij ziekenhuizen verplicht worden om aandacht te besteden aan de implementatie van
het patiëntveiligheidsbeleid binnen het organisatiebeleid.
2. Omgeving en instrumentarium
De overheid wil ziekenhuizen actief stimuleren tot de uitbouw van een samenhangend
managementsysteem voor patiëntveiligheid als onderdeel van het algemeen
ziekenhuisbeleid. De overheid wil hierbij begeleiding en ondersteuning bieden door
instrumenten en methoden te ontwikkelen die de patiëntveiligheid kunnen verhogen, zoals
bijvoorbeeld het implementeren van meldsystemen en de analyse van incidenten.
Eveneens werkt de overheid er aan om op een systematische en wetenschappelijk
gefundeerde manier veiligheidsindicatoren uit de Minimale Klinische Gegevens-registratie
en andere databanken samen te stellen. Aan de hand van deze gegevens wordt het
mogelijk om het patiëntveiligheidsniveau van de Belgische ziekenhuizen na te gaan en op
basis daarvan het kwaliteitsbeleid te bepalen.
Een ziekenhuisbreed managementsysteem moet erop gericht zijn om schade te voorkomen.
Naast retrospectieve instrumenten zoals indicatoren en meldsystemen moet ook aandacht
besteed worden aan processen die risicovolle ontwikkelingen in kaart brengen en bijsturen
voor ze zich voordoen.
3. Patiëntveiligheid in actie
Om tot effectieve en efficiënte acties te komen die de patiëntveiligheid bevorderen is het
van belang dat de ziekenhuizen vooraf gesensibiliseerd werden alsook dat een gepaste
omgeving werd gecreëerd met een passend patiëntveiligheidsinstrumentarium. Diverse
nationale ziekenhuiscampagnes in het kader van patiëntveiligheid werden reeds uitgevoerd
en zullen in de toekomst plaatsvinden. Hierbij wil de overheid procesondersteuning,
procesverbetering en processturing aanbieden.
14.
12
4. Verbreding
Volgens internationalewetenschappelijke publicaties wordt de patiëntveiligheid niet alleen
binnen de context van ziekenhuizen aangetast. Daarom wil de overheid nadat het
veiligheidsdenken en veiligheidshandelen dat verankerd en geïmplementeerd is binnen de
Belgische ziekenhuizen, de acties uitbreiden naar de deelsectoren (Strategische Werkgroep
voor Patiëntveiligheid van de Nationale Begeleidingscommissie voor
Ziekenhuisperformantie, 2008).
Op basis van de internationale aanbevelingen en het Belgisch beleid inzake
patiëntveiligheid kan geconcludeerd worden dat een systeemgerichte benadering bij het
ontstaan en beoordelen van onveilige zorg, alsook het bevorderen van een
patiëntveiligheidscultuur en het uitbouwen van een samenhangend
veiligheidsmanagementsysteem binnen het algemeen ziekenhuisbeleid, noodzakelijk is om
de patiëntveiligheid in ziekenhuizen te verhogen.
In wat volgt zal daarom dieper ingegaan worden op het ontstaan van onveilige zorg,
bekeken vanuit een systeembenadering. Vervolgens zal het veiligheidsmanagementsysteem
(VMS) toegelicht worden waarbij de focus zal liggen op de organisatiecultuur,
veiligheidscultuur en het belang van betrokken leiderschap. Tot slot zal het concept
veiligheidsrondes verduidelijkt worden, alsook de doelen ervan en de verantwoording voor
de keuze om veiligheidsrondes uit te voeren.
15.
13
1.3 Het ontstaanvan onveilige zorg: een systeembenadering
Sinds de publicatie van het rapport ‘To err is human’ is er een verandering opgetreden met
betrekking tot de houding ten aanzien van het beoordelen van fouten. Zo is er een evolutie
opgetreden waarbij de focus meer en meer gericht wordt op het proces, de cultuur en/of
het systeem waarin mensen functioneren, terwijl vroeger eerder de focus op de fout als een
probleem van het individu werd gelegd (Hellings, 2006).
Er heerst een toenemende aandacht voor de systeembenadering, waarbij verschillende
onderdelen binnen de organisatie een invloed hebben op elkaar en op de uitkomst van het
proces. Omdat in de beste organisaties fouten kunnen gemaakt worden moet gewerkt
worden aan systemen die een kwalitatieve zorg zoveel mogelijk garandeert en waarbij
fouten kunnen gezien worden als gevolgen in plaats van oorzaken van het falen van het
systeem (Leistikow, 2010; Hellings, 2006).
Omdat de patiëntveiligheid alleen kan verbeterd worden door gelijktijdig aandacht te
besteden aan het individu, de technieken die individuen moeten gebruiken en de
organisatie waarin gewerkt wordt, is het zinvol om het ontstaan van incidenten nader te
bekijken binnen de specifieke context van het ziekenhuis (Reason, 2000).
Binnen de gezondheidszorg werden reeds verschillende verdedigingsmechanismen
ingebouwd om incidenten te voorkomen, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van een
identificatiebandje bij de patiënt om een correcte patiëntenidentificatie te waarborgen. Toch
blijken de vele geleverde inspanningen om een kwalitatief hoogstaande zorg te verlenen
geen garantie om incidenten te vermijden. Ook barrières kunnen immers falen (De Neve,
2008; Willems, 2004).
Binnen deze context toont het schema van Ritter (zie figuur 1) aan dat fouten binnen een
ziekenhuis ontstaan door een samenhang van verschillende mechanismen en invloeden
(Hellings, 2006).
Figuur 1: Schema van Ritter (Hellings, 2006)
16.
14
Het schema vanRitter bestaat uit een opeenvolging van vier componenten die in
onderlinge samenhang het al dan niet ontstaan van incidenten kunnen beïnvloeden.
Hellings (2006) voegde er een vijfde component aan toe, namelijk de externe context.
Hiermee worden macro-economische factoren bedoeld zoals bijvoorbeeld het wetgevend
kader van waaruit de overheid het functioneren van de ziekenhuizen stuurt. Algemeen
gesteld gaat het dus om de context waarin de gezondheidszorg georganiseerd is in België
(De Neve, 2008).
De eerste component gaat over de relatie met de externe context en de organisatorische
context van een ziekenhuis. Hierbij spelen beleidsbeslissingen en managementprocessen
een rol bij het al dan niet ontstaan van een goede interne organisatie en een stimulerende
veiligheidscultuur die op hun beurt het ontstaan van incidenten al dan niet kunnen
versterken.
Omwille van het risico op organisatiegebonden tekortkomingen bij het ontstaan van
incidenten, worden in dit model hier de latente condities geplaatst. Latente condities
verwijzen naar zwaktes binnen een organisatie die intrinsiek een verhoogd risico op
onveiligheid inhouden, zoals onvoldoende opleiding, een permanent hoge werkdruk,
gebrekkige communicatie of niet-aangepaste werkschema’s.
Latente condities worden eveneens omschreven als onvermijdelijke organisatie- en
systeemgebonden pathogenen die kunnen leiden tot twee soorten effecten:
omstandigheden die het ontstaan van actieve fouten, met name onveilige, onjuiste of zelfs
onwettige handelingen, veroorzaken, zoals bijvoorbeeld tijdsdruk, onvoldoende uitrusting
en onderbezetting, en ondermijning van het veiligheidssysteem, zoals bijvoorbeeld
procedures die niet werkbaar zijn (De Neve, 2006; Hellings, 2006; Reason, 2000).
De tweede component omvat de verschillende eigenschappen van een werkomgeving.
Vertrekkende vanuit de organisatorische context van een ziekenhuis en de
veiligheidscultuur moet aandacht gegeven worden aan diverse kenmerken die de
werkomgeving typeren zoals teamwerking, de aanwezigheid van de nodige apparatuur en
technische mogelijkheden, de specifieke eigenschappen van elke patiënt en de
zorgbehoefte. Ook taakgerichte factoren spelen een belangrijke rol en worden ingedeeld in
de kenmerken van de taak, de omstandigheden waarin de taak moet uitgevoerd worden en
de processen of mechanismen die hiervoor opgesteld werden (Hellings, 2006).
De derde en vierde component gaan over het ontstaan van mogelijke actieve fouten, zoals
onveilige, onjuiste of zelfs onwettige handelingen, bij het verlenen van zorg aan patiënten
en de afwezigheid van barrières en verdedigingsmechanismen die mede van invloed
kunnen zijn bij het ontstaan van incidenten (Hellings, 2006).
17.
15
Uit het schemavan Ritter kan geconcludeerd worden dat de keuzes van het
ziekenhuismanagement en organisatieprocessen van invloed zijn en de context vormen van
het handelen van zorgverleners in de dagelijkse praktijk (Wagner et al., 2008).
Eveneens dient het ziekenhuismanagement het organisatorisch systeem, de processen en
de organisatiecultuur zo optimaal mogelijk te organiseren. Hierbij dringt zich de noodzaak
op van een stimulerende organisatiecultuur in het omgaan met fouten (Hellings, 2006).
Het inzicht in het ontstaan van incidenten leidt tot een pro-actief ‘clinical riskmanagement’
waarbij van het ziekenhuismanagement verwacht wordt dat ze op basis van inzichten,
concepten en activiteiten risico’s op schade die specifiek zijn voor en het gevolg zijn van
het contact van de patiënt met de gezondheidszorg, vermijden of tenminste beperken
(Vleugels, 2006).
Dergelijk pro-actief riskmanagement is een belangrijke verwachting naar de leiding van de
organisatie omdat de zorgverlener voor de realisatie van veilige zorg in belangrijke mate
afhankelijk is van de zorgorganisatie en van het zorgsysteem waarbinnen gewerkt wordt,
en de mate en de wijze waarop daarbinnen kwalitatieve zorg wordt nagestreefd (Hellings,
2006).
De uitdaging voor het ziekenhuismanagement bestaat erin om latente condities zoveel
mogelijk weg te werken in combinatie met het uitbouwen van een effectief veiligheidsbeleid
waarbinnen de uitbouw van een veiligheidsmanagementsysteem een noodzakelijke
voorwaarde vormt (Hellings, 2006, 2009).
18.
16
1.4 Het creërenvan een draagvlak binnen het ziekenhuis: het
veiligheidsmanagementsysteem
Veiligheidsmanagement wordt omschreven als een structurele aanpak voor de beheersing
van mogelijke risico’s die de veiligheid van de patiënt in gevaar (kunnen) brengen (FOD
VVVL, 2009).
Het ontwikkelen van een veiligheidsmanagementsysteem kan een adequate oplossing
bieden om het ziekenhuismanagement te ondersteunen bij het systematisch aanpakken
van patiëntveiligheidsproblemen door deze problemen in kaart te brengen, te analyseren,
te verbeteren en te vrijwaren (Van Everdingen, 2006).
De uitbouw van een samenhangend veiligheidsmanagementsysteem (VMS) is gericht op
het planmatig en structureel in kaart brengen, analyseren, verbeteren en borgen van de
veiligheid van patiënten en medewerkers en moet gezien worden als een integraal
onderdeel van een kwaliteitssysteem (De Neve, 2009; Van Everdingen, 2006).
Een patiëntveiligheidsmanagementsysteem bestaat minimaal uit de volgende 12
kernelementen, die elkaar chronologisch kunnen opvolgen, doorheen elkaar lopen of elkaar
overlappen maar in elke geval een continuüm moeten vormen opdat op een continue basis
aan verbetering kan gewerkt worden :
het opstellen van een patiëntveiligheidsplan
leiderschap en betrokkenheid van het management
inhoudelijke betrokkenheid van de verschillende disciplines in het ziekenhuis, in het
bijzonder van de artsen
het uitbouwen van een patiëntveiligheidscultuur
het opstellen van een meldsysteem voor bijna-incidenten en incidenten
het uitvoeren van een retrospectieve analyse van incidenten en bijna-incidenten
het opmaken van een prospectieve risico-inventarisatie
het systematisch opvolgen van eenduidig gedefinieerde patiëntveiligheidsindicatoren
het integreren van alle informatiebronnen van patiëntveiligheid
het betrekken van de patiënt als partner in het zorgproces, rekening houdend met
de culturele identiteit van de patiënt
het onderhouden van transmurale interactie (eerste lijn, thuiszorg)
het permanent verbeteren van veilige zorg (FOD VVVL, 2010).
19.
17
In het kadervan deze thesis zal de focus liggen op twee belangrijke kernelementen van het
VMS, nl. het uitbouwen van een patiëntveiligheidscultuur als specifieke dimensie van
organisatiecultuur en het belang van leiderschap en betrokkenheid van het
ziekenhuismanagement.
1.4.1 Organisatiecultuur
Een gezonde organisatiecultuur blijkt naast een hoge veiligheidscultuur een belangrijke
randvoorwaarde te zijn om de patiëntveiligheid te verhogen. Of zoals Reason het beschrijft:
‘We cannot change the human condition, but we can change the conditions under which
humans work’ (Hellings, 2006).
Organisatiecultuur wordt door Schein (1984) omschreven als:
‘Organizational culture is the pattern of shared basic assumptions – invented, discovered,
or developed by a given group as it learns to cope with its problems of external adaptation
and internal integration – that has worked well enough to be considered valid and,
therefore, to be taught to new members as the correct way to perceive, think, and feel in
relation to those problems.’
Reason stelt dat er geen standaard definitie voorhanden is maar dat een organisatiecultuur
minstens volgende essentiële aspecten moet bevatten:
‘Shared values (what is important) and beliefs (how things work) that interact with an
organization’s structure and control systems to produce behavioural norms (the way we do
things around here)’ (Hellings, 2006).
Organisatiecultuur hangt nauw samen met organisatieklimaat, waarbij De Cock volgende
omschrijving hanteert:
‘Organisatieklimaat is de samenhangende perceptie van een relatief stabiel geheel van
kenmerken van de interne omgeving van de organisatie, van tradities en waarden van de
organisatie en van de ervaringen van de leden opgedaan in de organisatie die op een
descriptieve wijze door de leden van de organisatie wordt weergeven.’ (Hellings, 2006).
Er kan gesteld worden dat de organisatiecultuur bepaald wordt door de samenstelling en de
aard van de personen die actief zijn binnen de organisatie, alsook door de
organisatiestructuur en de formele manier waarop verschillende rollen ingevuld worden.
Eveneens wordt de organisatiecultuur beïnvloed door de specifieke opdracht van de
organisatie, de specifieke waarden en overtuigingen die er leven en de interactieprocessen
tussen de leden van de organisatie (Hellings, 2006).
20.
18
1.4.2 Patiëntveiligheidscultuur: eenspecifieke dimensie van organisatiecultuur
De patiëntveiligheidscultuur wordt eveneens beschouwd als een kritische succesfactor bij
de uitbouw van veilige zorg in ziekenhuizen en kan mede van invloed zijn op het optreden
van fouten en het melden van en omgaan met fouten (De Neve, 2008; Wagner & Struben,
2007).
De patiëntveiligheidscultuur wordt voornamelijk gekenmerkt door een geïntegreerd patroon
van individueel gedrag en organisatiegedrag, gebaseerd op gedeelde waarden en
overtuigingen, dat er voortdurend naar streeft de kans dat de patiënt door het zorgproces
schade lijdt zo klein mogelijk te maken (Institute of Medicine, 2004).
Vleugels (2005) omschrijft twee aspecten van een veiligheidscultuur: ‘een cultuur die
aanvaardt dat instellingen en verstrekkers fouten (kunnen) maken’ en ‘een cultuur van
openheid en transparantie die het voor de organisatie en de individuen die in de organisatie
werken, mogelijk maakt uit die fouten te leren om de herhaling ervan in de toekomst te
voorkomen’.
In een dergelijke cultuur vraagt men zich niet af wie een fout heeft gemaakt, maar wel wat
er is misgegaan (VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
Volgens Reason zijn er vier kenmerken aanwezig die veiligheidscultuur typeren:
1. Rechtvaardig:
een eerlijke context is noodzakelijk waarin mensen worden aangezet om een open
communicatie te hanteren binnen een sfeer van vertrouwen, maar waar duidelijk een
onderscheid wordt gemaakt tussen aanvaardbaar en niet-aanvaardbaar gedrag.
2. Flexibel:
de organisatie houdt rekening met de context en de concrete omstandigheden, met
vertrouwen in de capaciteiten en de ervaring van de medewerkers.
3. Lerend:
de organisatie is in staat om uit haar ervaringen de juiste conclusies te trekken en bezit het
vermogen om de noodzakelijke aanpassingen te implementeren.
4. Rapporterend:
een context van vertrouwen is aanwezig waarin mensen bereid zijn over ‘errors’ te
rapporteren en dit systematisch kunnen doen op een eenvoudige, zinvolle en bruikbare
wijze (Hellings, 2009).
21.
19
De ontwikkeling vaneen veiligheidscultuur kan worden uitgelegd op basis van vijf
verschillende stadia, waarbij een ontkennende cultuur wordt gezien als het laagste niveau
van een patiëntveiligheidscultuur (Wagner & Struben, 2007).
Figuur 2: Cultuurladder met vijf cultuurniveaus (Wagner & Struben, 2007)
De veiligheidscultuur binnen de Belgische ziekenhuizen verandert. Na ontkenning komen de
meeste ziekenhuizen via de reactieve fase in het stadium waarin systemen worden
ontwikkeld om risico’s vast te stellen en te managen. Het doel is te komen tot een
vooruitstrevende veiligheidscultuur, waarin veilig handelen geïntegreerd is in de
dagdagelijkse praktijk.
Een ontkennende patiëntveiligheidscultuur wordt gekenmerkt door de opvatting dat er niets
misgaat binnen de organisatie en dat goede, kwalitatieve zorg wordt aangeboden.
Preventieve veiligheidsactiviteiten worden beschouwd als tijdsverspilling en er wordt weinig
tot niet geïnvesteerd in het verbeteren van de patiëntveiligheid.
Binnen een reactieve cultuur worden enkel veranderingen doorgevoerd nadat een incident
zich voordoet. Deze veranderingen zijn eenmalig en van korte duur.
Na de reactieve cultuur volgt de bureaucratische cultuur waarin systemen, draaiboeken,
regels en statistieken worden gemaakt om risico’s vast te stellen en te managen. Veelal
ontbreekt echter de implementatie en evaluatie ervan.
22.
20
De proactieve cultuurwordt gekenmerkt door een hoge prioriteit voor veiligheid. Binnen de
organisatie gebeuren voortdurende investeringen om de veiligheid te vergroten en worden
processen uitgevoerd met betrekking tot het implementeren en evalueren van
verbeteracties.
Het laatste stadium in de ontwikkeling van een patiëntveiligheidscultuur is de
vooruitstrevende cultuur waarbij veiligheid volledig geïntegreerd is in het handelen.
Dit laatste stadium vormt voor elke organisatie het einddoel bij het streven naar een zo
hoog mogelijk niveau van patiëntveiligheidscultuur zodat de kans op incidenten minimaal
wordt (Wagner & Struben, 2007).
1.4.3 Leiderschap en betrokkenheid van het ziekenhuismanagement
Hoewel interventies om de patiëntveiligheid te verhogen de laatste jaren een opgang
kennen, blijkt dat globaal gezien de betrokkenheid van het ziekenhuismanagement bij
acties om de patiëntveiligheid te verhogen, ondermaats is (Bader, & O’Malley, 2006).
Een mogelijke verklaring vormt de verouderde opvatting dat het ziekenhuismanagement
eerder primair verantwoordelijk is voor het financieel en operationeel beheer van de
organisatie. Niettegenstaande niet mag onderkend worden dat de taken van het
ziekenhuismanagement belangrijk zijn, dient meer aandacht te gaan naar het verbeteren
van de patiëntveiligheid door een actieve betrokkenheid en een zichtbaar engagement te
tonen bij initiatieven die de patiëntveiligheid en de cultuur kunnen verhogen (Bader, &
O’Malley, 2006 en Conway, 2008).
Zonder zichtbare steun en een betrokken leiderschap kan de patiëntveiligheidscultuur
slechts minimaal verbeteren. Door directe en regelmatige contacten met zorgverleners kan
het ziekenhuismanagement meer inzicht krijgen in patiëntveiligheidsproblemen om deze
inzichten vervolgens te kunnen vertalen in mogelijke specifieke verbeteracties (Graham,
Brookey, & Steadman, 2005).
23.
21
Om het ziekenhuismanagementte ondersteunen in het verhogen van hun betrokkenheid en
zichtbaarheid, heeft het Amerikaanse Institute for Healthcare Improvement vijf
kernactiviteiten opgesteld die richting gevend zijn voor een effectief leiderschap om
patiëntveiligheidsproblemen te reduceren (Conway, 2008):
1. Stel een heldere visie, missie en strategie op en communiceer dit duidelijk aan alle
betrokkenen binnen de organisatie
2. Kies zorgvuldig een deskundig opgeleid managementteam om
patiëntveiligheidsproblemen aan te pakken
3. Toon wilskracht en motivatie onder de vorm van een zichtbare en voortdurende
inzet, te beginnen bij de leiding van de organisatie om zo snel mogelijk meetbare en
systematische verbeteringen door te voeren.
4. Analyseer, ontwikkel en voer ondersteunende processen en concepten in die de
patiëntveiligheid kunnen verhogen
5. Neem deel aan acties die de patiëntveiligheid en de patiëntveiligheidscultuur kunnen
verbeteren zodat de effectiviteit, duurzaamheid en verspreiding ervan doorheen de
organisatie gerealiseerd kan worden.
24.
22
1.5 Veiligheidsrondes
Uit voorgaandeinzichten werd het belang aangetoond van een systeembenadering waarbij
keuzes van het ziekenhuismanagement en de organisatiecontext binnen een ziekenhuis in
sterke mate bepalend zijn voor het al dan niet ontstaan van onveilige zorg (Wagner et al.,
2008).
Rekening houdend met het feit dat fouten moeilijk te voorkomen zijn, is het belangrijk en
zinvol voor het bestuur van organisaties om niet alleen fouten te voorkomen maar om ook
in interactie te gaan met individuen binnen de organisatie over het ontstaan van fouten
(Cigularov, Chen, & Rosecrance, 2010). Daarom moet op zoek gegaan worden naar een
methode waarbij het ziekenhuismanagement actiever betrokken wordt bij initiatieven die
de patiëntveiligheid en de patiëntveiligheidscultuur kunnen verhogen.
Veiligheidsrondes vormen een effectieve oplossing voor het ziekenhuismanagement om een
zichtbaar engagement te tonen omtrent het patiëntveiligheidsbeleid,
patiëntveiligheidsproblemen te identificeren en medewerkers te ondersteunen bij het
verbeteren van de patiëntveiligheid en veiligheidscultuur (Frankel, Gandhi, & Bates, 2003;
Graham, Brookey, & Steadman, 2005; Botwinick, Bisognano, & Haraden, 2006; Frankel,
Grillo, & Pittman, 2006).
1.5.1 omschrijving veiligheidsrondes
Afhankelijk van de mate van veiligheidscultuur en de grootte en structuur van een
ziekenhuis, kunnen veiligheidsrondes op verschillende manieren uitgevoerd worden
(Frankel, Grillo, & Pittman, 2006; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
Toch blijkt uit de literatuur eenduidigheid bij de omschrijving van een veiligheidsronde.
Zo wordt een veiligheidsronde globaal omschreven als een relatief nieuwe manier dat
ontwikkeld is om gesprekken, interactie en feedback tussen zorgverleners en het hoger
management op gang te brengen met betrekking tot patiëntveiligheidsproblemen en
waarbij veiligheidsrondes worden uitgevoerd door een kerngroep van het hoger
management die op geregelde tijdstippen verschillende afdelingen van een ziekenhuis
bezoeken (Frankel et al., 2003; Frankel, Gandhi, & Bates, 2003; Graham, Brookey, &
Steadman, 2005; Botwinick, Bisognano, & Haraden, 2006; Frankel, Grillo, & Pittman,
2006).
25.
23
1.5.2 doelen vanveiligheidsrondes
Er bestaat consensus over het fundamenteel doel van het uitvoeren van veiligheidsrondes,
nl. het verbeteren van een patiëntveiligheidscultuur en het verhogen van de
patiëntveiligheid (Budrevics, & O'Neill, 2005; Frankel, 2008; Graham et al., 2005).
Naast deze belangrijke hoofddoelstelling hebben veiligheidsrondes nog een aantal andere
doelen, namelijk om het hoger management de mogelijkheid te geven oprechte interesse
en betrokkenheid te tonen naar de zorgverleners door actief te participeren in het proces
om de patiëntveiligheid te verbeteren. Eveneens wordt met het uitvoeren van
veiligheidsrondes beoogt om een veiligheidsbewustzijn te creëren, een beter inzicht over de
patiëntveiligheid van een afdeling te krijgen en ruimte te scheppen om van elkaar te leren
(Frankel et al., 2006; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
26.
24
2. Doelstellingen vande thesis
Veiligheidsrondes vormen een relatief nieuwe methode binnen de Belgische context van de
ziekenhuizen. Omdat het UZ Brussel wil starten met de implementatie van
veiligheidsrondes, wil het nagaan in welke mate veiligheidsrondes toepasbaar zijn binnen
de specifieke context van het UZ Brussel.
Daarom is het hoofddoel van dit onderzoek om een antwoord te krijgen op hoe
veiligheidsrondes kunnen ontwikkeld, geïmplementeerd en uitgevoerd worden op
verpleegafdelingen in het UZ Brussel.
Om dit hoofddoel te kunnen bereiken zal via een literatuuronderzoek nagegaan worden aan
welke randvoorwaarden veiligheidsrondes moeten voldoen vooraleer ze kunnen
geïmplementeerd worden in de praktijk.
Vervolgens zal gedurende het praktijkonderzoek een draaiboek ontwikkeld worden en
zullen zoveel mogelijk randvoorwaarden van veiligheidsrondes, die beschreven staan in de
wetenschappelijke literatuur, ontwikkeld en uitgevoerd worden.
Naast de ontwikkeling en implementatie van veiligheidsrondes binnen de specifieke context
van het UZ Brussel, zal op basis van observaties nagegaan worden in welke mate de
veiligheidsrondes voldoen aan de criteria die beschreven staan in de literatuur.
Eveneens zal het praktijkonderzoek nagaan in welke mate de verpleegafdelingen voldoen
aan de observatie-items in het kader van de patiëntveiligheid, die door het
ziekenhuismanagement bekeken worden tijdens de veiligheidsrondes.
Een kwantitatieve analyse van de resultaten en een vergelijking tussen de
verpleegafdelingen zullen hierop een antwoord bieden.
27.
25
3. Onderzoeksopzet
3.1 Onderzoeksvragen
Opbasis van de voorgaande gestelde doelstellingen worden volgende onderzoeksvragen
gesteld:
1. Aan welke randvoorwaarden moeten veiligheidsrondes voldoen vooraleer ze kunnen
geïmplementeerd worden in de praktijk?
2. In welke mate kunnen veiligheidsrondes in het UZ Brussel ontwikkeld en
geïmplementeerd worden, conform de richtlijnen die beschreven staan in de
wetenschappelijke literatuur?
3. In hoeverre worden de veiligheidsrondes uitgevoerd volgens het vooropgestelde
draaiboek?
4. Hoe groot is de compliance op de verpleegafdelingen van de vooropgestelde
observatie-items die bekeken worden tijdens de veiligheidsrondes?
3.2 Onderzoeksmethode
Om een overzichtelijke structuur te bewaren zal per onderzoeksvraag de gehanteerde
methodologie besproken worden.
3.2.1 Aan welke randvoorwaarden moeten veiligheidsrondes voldoen vooraleer ze
kunnen geïmplementeerd worden in de praktijk?
Om deze onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden werd een literatuuronderzoek
uitgevoerd omtrent de werkwijze van een veiligheidsronde en de voorwaarden die gesteld
worden vooraleer een veiligheidsronde kan geïmplementeerd worden in de praktijk.
Datacollectie – en analyse
De wetenschappelijke databases Pubmed en Web of Science werden geraadpleegd.
Omdat ‘walkround’ of ‘walkaround’ vrij recent gehanteerde termen zijn, werden geen
MeSH-termen gevonden die een exacte omschrijving weergeven van het concept
‘veiligheidsronde’. Omwille van de afwezigheid van MeSH-termen werd gezocht op basis
van ‘vrije tekst’. Hiervoor werden volgende termen afzonderlijk ingegeven: ‘walkround’,
‘walkrounds’, ‘walkaround’, ‘walk around’, ‘walkarounds’ en ‘walk arounds’.
28.
26
Vervolgens werden voorelk van deze termen systematisch volgende termen geplaatst:
‘safety’, ‘patient safety’, ‘leaderschip’ en ‘executive’.
Om de zoekstrategie te vereenvoudigen werden exclusie – en inclusiecriteria toegepast.
Enkel Engelstalig en gepubliceerd onderzoek werd weerhouden. Het zoeken naar relevante
artikels gebeurde grotendeels op basis van het abstract. Bij artikels zonder abstract werd
de globale inhoud van het artikel eerst overlopen. Artikels die geen verband hielden met de
onderzoeksvraag of die gingen over een andere context dan de gezondheidszorg, werden
verworpen.
Bij referenties naar belangrijke onderzoeken of rapporten werd het oorspronkelijk werk
opgezocht. Eveneens werd via het internet gezocht naar relevante documenten op
nationale en internationale websites van instanties die over wetenschappelijke expertise
bezitten in het kader van patiëntveiligheid en veiligheidsrondes. Hierbij werd het werk
gecontroleerd op relevantie met betrekking tot de onderzoeksvraag. Er werd geen rekening
gehouden met de datum van publicatie.
3.2.2 Hoe kunnen veiligheidsrondes in het UZ Brussel ontwikkeld en
geïmplementeerd worden, conform de richtlijnen die beschreven staan in de
wetenschappelijke literatuur?
A. De ontwikkeling van het draaiboek
Via een literatuuronderzoek over de definitie, doelen en randvoorwaarden van
veiligheidsrondes, werd getracht om deze inzichten te integreren in een draaiboek. Dit
gebeurde in combinatie met het bijwonen van vergaderingen met de medische directie, de
verpleegkundige directie, stafmedewerkers, de ziekenhuishygiënist en de
kwaliteitscoördinator, waar het organisatorische verloop van een veiligheidsronde werd
besproken. Hierbij werd gebruik gemaakt van participerende observatie waarbij de
onderzoeker zelf via gesprekken, rekening houdend met het methodologisch verloop van
een veiligheidsronde en de haalbaarheid en mogelijkheden binnen de specifieke context
van het UZ Brussel, een draaiboek kon ontwikkelen.
Eveneens werd het jaarverslag 2010 van het UZ Brussel doorgenomen om de organisatie-
en beleidsstructuur globaal beter te kunnen begrijpen bij de organisatie van de
veiligheidsrondes.
29.
27
B. De implementatiedoor middel van een pilootstudie
Na de ontwikkeling van het draaiboek, werd het draaiboek getest op negen
verpleegafdelingen, waarbij per patiënt drie observatie - items werden bekeken in het
kader van een correcte patiëntenidentificatie. Deze items werden op de visiterende
verpleegafdeling elektronisch geregistreerd in Microsoft Office Excel 2007.
Via observaties en een SWOT-analyse door het ziekenhuismanagement werd het verloop
van de pilootveiligheidsrondes geëvalueerd.
Eveneens werd via een korte schriftelijke vragenlijst gepeild naar de houding van het
ziekenhuispersoneel tegenover de invoering van veiligheidsrondes. De gegevens werden
achteraf verwerkt via ‘Snap Survey Software’ en Excel 2007.
C. De optimalisatie van de implementatie
Via de SWOT-analyse, de resultaten uit de vragenlijst en twee interviews bij deskundigen
met betrekking tot de uitvoering van veiligheidsrondes, werd het draaiboek bijgewerkt.
Op basis van gegevens uit de literatuur en de interviews werd een bibliotheek opgesteld die
een verzameling van observatie – items weergeeft in het kader van de patiëntveiligheid.
Deze bibliotheek werd gevalideerd door het ziekenhuismanagement van het UZ Brussel.
Eveneens werd het gebruik van interne informatie- en communicatiekanalen uitgebreid op
basis van de richtlijnen die beschreven staan in de literatuur.
3.2.3 In hoeverre worden de veiligheidsrondes uitgevoerd volgens het
vooropgestelde draaiboek?
Datacollectie
Om na te gaan hoe veiligheidsrondes worden uitgevoerd op de acht verpleegafdelingen,
werd gebruik gemaakt van directe en niet-participerende observatie waarbij de
onderzoeker het verloop van de veldsituatie rechtstreeks kon waarnemen maar een
observerende, beschouwende rol aannam zonder effectief deel te nemen aan de activiteiten
in het veld. De observaties gebeurden op basis van een semi-gestructureerd
observatieschema (zie figuur 3), waarbij vooraf te observeren items werden vastgelegd op
basis van gegevens uit de literatuur maar waarbij eveneens ruimte werd gelaten tot het
registreren van onverwachte bevindingen of knelpunten tijdens het verloop van de
veiligheidsrondes (Reulink, & Lindeman, 2005).
30.
28
Figuur 3: observatieschema
Onderzoekspopulatie
Naexclusie van de negen verpleegafdelingen die reeds deelnamen aan de pilootstudie,
werden de overige verpleegafdelingen ingedeeld volgens categorie, nl. heelkundige
verpleegafdelingen, geneeskundige verpleegafdelingen en moeder – kind
verpleegafdelingen. Op deze manier kon gekeken worden naar een gelijke verdeling van
de verschillende hoofdcategorieën van verpleegafdelingen. Vervolgens werden deze
31.
29
verpleegafdelingen beurtelings éénvoor één ad random toegewezen per dag waarop een
veiligheidsronde werd gehouden.
Dit resulteerde in een selectie van volgende acht verpleegafdelingen van het UZ Brussel:
1. EH51: trauma en orthopedie
2. EH 64: cardiologie
3. K1: pediatrie
4. EH 41: algemene heelkunde
5. VP 33: neurologie
6. VP 54: neurochirurgie
7. EH 62: endocrinologie en reumatologie
8. VP 53: infectieziekten
Zowel de verpleegkundigen die aanwezig waren op de verpleegafdeling op het ogenblik dat
de veiligheidrondes werden uitgevoerd, als de observatieteams die de veiligheidsrondes
uitvoerden, behoorden tot de te onderzoeken populatie.
De observatieteams bestonden uit de directeur, de stafmedewerkers en de diensthoofden
van het departement verpleegkunde, de medische directie, de stafmedewerker directie, de
kwaliteitscoördinator en de ziekenhuishygiënist.
Om ethische redenen werden de observanten mondeling op de hoogte gesteld van de
aanwezigheid en het doel van de onderzoeker waardoor deze een openlijke rol aannam.
Data-analyse
Om de gegevens die voortkomen uit de observaties te analyseren, werd gekozen om deze
te structureren in drie fasen, nl. een beschrijving-, interpretatie- en verklaringsfase
(Reulink, & Lindeman, 2005):
1. Beschrijvingsfase
Het is gangbaar de observatieperiode te beginnen met de beschrijving en inventarisatie van
personen, situaties, gebeurtenissen en handelingen, locaties en tijdsverloop.
2. Interpretatiefase
In deze fase ligt de focus op gerichte waarnemingen en de interpretatie van de gegevens binnen de
context van het onderzoek.
3. Verklaringsfase
Aan het einde van de observatieperiode kan er gezocht worden naar verklaringen voor de
waargenomen verschijnselen.
32.
30
Hoewel de beschrevenfasen afzonderlijk worden weergegeven, is het van belang om te
onderkennen dat deze fasen geleidelijk in elkaar overgaan en dat deze ook door elkaar
kunnen lopen (zie figuur 4).
Figuur 4: onderzoeksactiviteiten tijdens de observatieperiode (Reulink, & Lindeman, 2005)
Begin Halverwege Eind
3.2.4 Hoe groot is de compliance op de verpleegafdelingen van de vooropgestelde
observatie-items die bekeken worden tijdens de veiligheidsrondes?
Datacollectie
Tijdens de uitvoering van de veiligheidsrondes op de acht verpleegafdelingen werden vijf
verschillende items bekeken. Deze items werden op de visiterende verpleegafdeling
elektronisch geregistreerd in Microsoft Office Excel 2007.
Onderzoekspopulatie
De acht verpleegafdelingen, zoals beschreven bij de onderzoekspopulatie bij
onderzoeksvraag 3, behoren tot de onderzoekspopulatie.
Data-analyse
De kwantitatieve resultaten van de veiligheidsrondes werden achteraf verwerkt via
Microsoft Office Excel 2007. Via deze weg kan een kwantitatieve analyse van de resultaten
van de verpleegafdelingen gemaakt worden alsook een vergelijking van de resultaten
tussen de verpleegafdelingen met het oog op het al dan niet opzetten van verbeteracties.
Daarnaast werden de resultaten van de pilootstudie vergeleken met deze van de
hoofdstudie door middel van chi² toets.
VERKLAREN
BESCHRIJVEN INTERPRETEREN
33.
31
4. Resultaten
4.1 Randvoorwaardenvoor de organisatie van veiligheidsrondes
Om relevante informatie te bekomen over de werkwijze en randvoorwaarden van
veiligheidsrondes, werden vanuit de wetenschappelijke databases Pubmed en Web of
Science 17 artikels weerhouden.
Om de effectiviteit van veiligheidsrondes te maximaliseren, moeten deze benaderd worden
als onderdeel van een integraal veiligheidsmanagementsysteem. Het creëren van dergelijk
draagvlak biedt immers een basisvoorwaarde om de betrokkenheid van het
ziekenhuismanagement en de veiligheidscultuur te kunnen verhogen (Graham, Brookey, &
Steadman, 2005; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
In wat volgt zullen volgende randvoorwaarden voor de organisatie van veiligheidsrondes
besproken worden:
1. Het uitvoeren van een veiligheidscultuurmeting
2. Een observatieteam samenstellen
3. Het tijdstip en de locatie bepalen
4. De werkwijze van een veiligheidsronde bepalen
5. Het ziekenhuispersoneel informeren
6. Gegevens die voortkomen uit de veiligheidsrondes analyseren, opvolgen en
communiceren aan het ziekenhuispersoneel
4.1.1 Het uitvoeren van een veiligheidscultuurmeting
Voordat veiligheidsrondes kunnen geïmplementeerd worden is het opportuun om een
veiligheidscultuurmeting uit te voeren. Een veiligheidscultuurmeting is een perceptiemeting.
Dit betekent dat nagegaan wordt bij artsen en andere ziekenhuismedewerkers wat hun
beeld is van patiëntveiligheid in hun ziekenhuis. Op deze manier kan gepeild worden of de
organisatie over een voldoende basis van veiligheidscultuur beschikt, wat een essentiële
voorwaarde vormt om veiligheidsrondes adequaat uit te voeren (Frankel et al., 2006).
Bovendien kan een veiligheidscultuurmeting fungeren als nulmeting om de evolutie van
veranderingen in de veiligheidscultuur binnen een organisatie te kunnen meten (FOD VVVL,
2010; Frankel, Grillo, & Pittman, 2006).
Om de patiëntveiligheidscultuur te meten binnen ziekenhuizen zijn verschillende
gevalideerde meetinstrumenten beschikbaar, waarvan The Safety Attitudes Questionnaire
en The Hospital Survey on Patient Safety Culture het meest frequent gebruikt worden
(Frankel, Grillo, & Pittman, 2006).
34.
32
In de Belgischeziekenhuiscontext wordt de vragenlijst The Hospital Survey on Patient
Safety Culture gebruikt, die werd ontwikkeld door the Agency for Healthcare Research and
Quality (AHRQ) en vervolgens vanuit het Engels vertaald en gevalideerd werd naar het
Nederlands.
Dit instrument bestaat uit 42 vragen, gespreid over 12 dimensies die bestaan uit 10
veiligheidscultuurdimensies en 2 uitkomstdimensies (zie figuur 5) (Hellings, & Schrooten,
2008).
Figuur 5: Dimensies vragenlijst The Hospital Survey on Patient Safety Culture (Hellings, & Schrooten,
2008)
Dimensies vragenlijst The Hospital Survey on Patient Safety Culture
Tien veiligheidscultuur-dimensies:
D1. Manager/supervisor verwachtingen en acties die patiëntveiligheid bevorderen
D2. De wijze waarop de organisatie leert en voortdurend tracht te verbeteren
D3. Teamwerk binnen afdelingen
D4. Openheid naar communicatie
D5. Feedback en communicatie over veiligheid
D6. Niet bestraffende respons op fouten
D7. Bestaffing
D8. Ziekenhuismanagement ondersteuning voor patiëntveiligheid
D9. Teamwerk doorheen verpleegafdelingen
D10. Overdracht en transfer
Twee outcome dimensies:
O1. Globale perceptie over veiligheid
O2. Frequentie van ‘event’ rapportering
4.1.2 Een observatieteam samenstellen
Afhankelijk van de grootte en de beleidsstructuur van het ziekenhuis kan een
veiligheidsronde uitgevoerd worden door een observatieteam dat idealiter bestaat uit de
kwaliteitscoördinator, de medisch directeur, de verpleegkundig directeur en de algemeen
directeur (Frankel et al., 2003; Frankel et al., 2006; Levtzion-Korach et al., 2010;
Verschoor et al., 2007). In sommige wetenschappelijke artikels wordt hierbij de
aanwezigheid van de hoofdverpleegkundige en een notulist aan toegevoegd (Feitelberg,
2006; Frankel et al., 2005; Montgomery, 2008; Zimmerman, Ip, Daniels, Smith, & Shaver,
2008).
Wanneer veiligheidsrondes als nieuwe methodiek wordt ingevoerd in een ziekenhuis is het
opportuun dat de observatieteams geïnformeerd worden over de doelstellingen, het
concrete verloop en de te verwachten uitkomsten van veiligheidsrondes.
35.
33
Het opstellen vaneen draaiboek met inhoudelijke afspraken over het verloop en
voorbeeldvragen voor het aangaan van een gesprek over patiëntveiligheid kunnen
ondersteuning bieden. Meestal zal de kwaliteitscoördinator- of manager deze taak op zich
nemen (Budrevics, & O'Neill, 2005; Frankel, Haraden, Leonard, & Simmonds, 2009;
Montgomery, 2008).
4.1.3 Het tijdstip en de locatie bepalen
Veiligheidsrondes moeten minstens één keer per maand gehouden worden opdat ze als
effectief kunnen beschouwd worden. Bij het plannen ervan dient rekening gehouden te
worden met de beschikbaarheid van het aanwezige personeel zodat de dagelijkse werking
van de afdeling niet geschaad wordt (Feitelberg, 2006; Frankel, 2008; Frankel et al.,
2005).
Veiligheidsrondes duren gemiddeld 45 minuten tot maximum één uur (Frankel et al., 2003;
Matlow, Stevens, Urmson, & Wray, 2008; Montgomery, 2008; Verschoor et al., 2007).
Veiligheidsrondes kunnen zowel op patiëntgebonden als niet-patiëntgebonden afdelingen
uitgevoerd worden, hoewel de meerderheid van de geraadpleegde literatuur aantoont dat
veiligheidsrondes vooral op patiëntgebonden verpleegafdelingen plaatsvinden omwille van
het verlenen van de directe patiëntenzorg waarbij de meeste risico’s voor de patiënt zich
voordoen. (Frankel, Gandhi,& Bates, 2003; Graham, Brookey, & Steadman, 2005; Matlow,
Stevens, Urmson, & Wray, 2008; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
4.1.4 De werkwijze van het verloop van een veiligheidsronde bepalen
Veiligheidsrondes worden bij voorkeur lopend uitgevoerd doorheen de ziekenhuisafdeling
omwille van het informele en laagdrempelige karakter en om de zichtbaarheid van het
ziekenhuismanagement te bevorderen. Een open setting, zoals een afdeling,
vergemakkelijkt bovendien de mogelijkheid tot deelname van personeelsleden en de
openheid van de gesprekken die plaatsvinden (Frankel, Haraden, Leonard,& Simmonds,
2009; VMS Veiligheidsprogramma 2009).
Bij het begin van elke veiligheidsronde wordt doorgaans aan de medewerkers (eventueel
vooraf) gevraagd om hun vrijwillige deelname. Meestal participeren artsen en
verpleegkundigen aan veiligheidsrondes omwille van de directe zorg die zij verlenen aan
patiënten en het inzicht die zij hebben over potentiële patiëntveiligheidsproblemen, maar
ook andere disciplines zoals technici en bedienden kunnen deelnemen aan veiligheidsrondes
36.
34
omdat ook zijkunnen geconfronteerd worden met problemen die de patiëntveiligheid in
gevaar kunnen brengen (Feitelberg, 2006; Frankel et al., 2003; Graham, Brookey, &
Steadman, 2005; Levtzion-Korach et al., 2010).
Afhankelijk van de mate van veiligheidscultuur en de grootte en structuur van een
ziekenhuis, kunnen veiligheidsrondes op verschillende manieren uitgevoerd worden
(Frankel, Grillo, & Pittman, 2006; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
Zo bestaat er een groot verschil tussen het uitvoeren van een veiligheidsronde in
Amerikaanse ziekenhuizen waarbij veiligheidsrondes worden gehouden door middel van een
open gesprek en de medewerkers de richting van het gesprek kunnen bepalen, en de
Nederlandse ziekenhuizen waarbij een checklist veelal de structuur van een
veiligheidsronde bepaalt (Frankel, Grillo, & Pittman, 2006; Graham, Brookey, & Steadman,
2005; Montgomery, 2008; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
Veiligheidsrondes worden in Amerikaanse ziekenhuizen doorgaans gestart met het stellen
van specifieke vragen aan de deelnemers zoals: ‘Hebben er incidenten plaatsgevonden die
tot schade bij de patiënten hadden kunnen leiden?‘ of: ‘Kunt u denken aan situaties waarin
het systeem of uw omgeving op een structurele manier faalt?’. Op deze manier kan een
gesprek over potentiële veiligheidsproblemen op gang gebracht worden. Vervolgens
registreert de notulist zorgvuldig alle bevindingen die voortkomen uit de gesprekken
(Frankel, Grillo, & Pittman, 2006; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
Een uitgebreide lijst met voorbeeldvragen om de start tot een open gesprek te
vergemakkelijken is weergegeven in bijlage I.
In Belgische en Nederlandse ziekenhuizen wordt een veiligheidsronde meestal uitgevoerd
aan de hand van een checklist, waarbij ziekenhuisbrede en afdelingsgebonden
patiëntveiligheidsitems worden besproken (Nelis, 2012; Reijnders-Thijssen, 2012; VMS
Veiligheidsprogramma, 2009).
Een voorbeeld van een checklist is weergegeven in bijlage II.
37.
35
4.1.5 Het ziekenhuispersoneelinformeren
Een volgende randvoorwaarde om veiligheidsrondes te kunnen implementeren, is het
bepalen van de mate waarin het tijdstip en de locatie van de uit te voeren veiligheidsrondes
aan het ziekenhuispersoneel wordt meegedeeld, alsook de communicatiemethoden die
hierbij kunnen gehanteerd worden.
Aankondigen of niet
Afhankelijk van het niveau van veiligheidscultuur binnen het ziekenhuis kan een keuze
gemaakt worden door het ziekenhuismanagement om het tijdstip en de locatie van
veiligheidsrondes al of niet vooraf aan te kondigen. Een meerwaarde bij het aankondigen
van veiligheidsrondes is dat het ziekenhuispersoneel op voorhand kan nadenken over de
patiëntveiligheid op hun afdeling terwijl het vooraf aankondigen ook kan gezien worden als
een nadeel doordat de kans op sociaal wenselijk (veiligheids)gedrag verhoogd wordt. Een
mogelijke oplossing voor deze moeilijkheid biedt het kiezen voor een tussenvorm, waarbij
het ziekenhuispersoneel vooraf geïnformeerd wordt over het doel en de werkwijze van
veiligheidsrondes zonder dat het definitieve tijdstip meegedeeld wordt (Budrevics, & O'Neill,
2005; Frankel et al., 2003; VMS Veiligheidsprogramma 2009).
Communicatiemethoden
Zoals reeds aangehaald is het van essentieel belang dat het volledige verloop van een
veiligheidsronde door het ziekenhuismanagement duidelijk gedefinieerd en
gecommuniceerd wordt aan alle leden van de organisatie om mogelijke misvattingen te
vermijden (Frankel et al., 2006; VMS Veiligheidsprogramma, 2009).
Hierbij kunnen verschillende effectieve communicatiemethoden gehanteerd worden. Zo is
het aangewezen om elke medewerker een mail te sturen met daarin het doel en de
werkwijze van de veiligheidsronde en artikels te publiceren in het ziekenhuisblad over de
implementatie van veiligheidsrondes. Om de zichtbare betrokkenheid van het
ziekenhuismanagement te vergroten en om het initiatief veiligheidsrondes kracht bij te
zetten kan door het ziekenhuismanagement een specifieke ‘mission statement’ verspreid
worden, bijvoorbeeld onder de vorm van affiches, waarbij specifieke doelstellingen en
strategieën kunnen besproken worden binnen het algemeen kwaliteitsbeleid van het
ziekenhuis (Frankel, Grillo, & Pittman, 2006; Frankel, Haraden, Leonard, & Simmonds,
2009).
38.
36
4.1.6 Gegevens analyseren,opvolgen en communiceren aan het
ziekenhuispersoneel
Een laatste voorwaarde bij de voorbereiding van een veiligheidsronde is het opzetten van
een inhoudelijke en organisatorische structuur betreffende het analyseren, opvolgen en
communiceren van de bevindingen die voortkomen uit de veiligheidsrondes.
Hoewel hiervoor in ziekenhuizen verschillende manieren gebruikt worden, afhankelijk van
de grootte van het ziekenhuis en de beschikbare middelen die voorhanden zijn, zijn
minimale vereisten noodzakelijk om in een effectieve opvolging van de bevindingen uit
veiligheidsrondes te voldoen.
1. Een structurering van actiepunten:
De informatie vanuit de veiligheidsrondes kan worden ingedeeld in diverse categorieën.
Veelal wordt hiervoor gebruik gemaakt van de 7 factoren van Vincent die een uitgebreide
set van categorieën weergeven die de klinische praktijk kunnen beïnvloeden (zie figuur 6)
(Frankel et al., 2005; Graham, Brookey, & Steadman, 2005).
Ook kan ervoor gekozen worden om de verkregen data een prioriteitsscore toe te kennen
om te bepalen welke actiepunten voorrang moeten krijgen op andere (Feitelberg, 2006;
Frankel et al., 2005; Levtzion-Korach et al., 2010). Een mogelijke strategie om dit te
bewerkstelligen is het opmaken van een risico inventarisatiematrix. Figuur 7 geeft zo een
matrix weer waarbij zowel een inschaling van de ernst als van de kans wordt bepaald van
een probleem dat zich voordoet (Stuurgroep Veilige zorg, ieders zorg, 2009).
Om de actiepunten te structureren is het eveneens van belang om een onderscheid te
maken tussen actiepunten die betrekking hebben op de verpleegafdelingen en actiepunten
die structureel en organisatiebreed moeten benaderd worden. Zoals reeds werd gesteld in
punt 1, moet een proces opgezet worden om te bepalen wie verantwoordelijk is voor de
opvolging van afdelingsgebonden en organisatiebrede actiepunten (Frankel, Grillo, &
Pittman, 2006; Frankel, Haraden, Leonard, & Simmonds, 2009; VMS Veiligheidsprogramma
2009).
39.
37
Figuur 6 :Factoren van Vincent Figuur 7: Risico Inventarisatie Matrix
(Vincent, Taylor-Adams, & Stanhope, 1998 ) (Stuurgroep Veilige zorg, ieders zorg, 2009)
Factors that influence clinical
practice
Institutional context
Economic and regulatory context
National Health Service Executive
Clinical negligence scheme for trusts
Organisational and management factors
Financial resources and constraints
Organisational structure
Policy standards and goals
Safety culture and priorities
Work environment
Staffing levels and skills mix
Workload and shift patterns
Design, availability, and maintenance of
equipment
Administrative and managerial support
Team factors
Verbal communication
Written communication
Supervision and seeking help
Team structure
Individual (staff) factors
Knowledge and skills
Motivation
Physical and mental health
Task factors
Task design and clarity of structure
Availability and use of protocols
Availability and accuracy of test results
Patient characteristics
Condition (complexity and seriousness)
Language and communication
Personality and social factors
Frequentie Ernst
Catastrofaal
Ca
Groot
Gr
Matig
Ma
Klein
Kl
Wekelijks
We Zeer hoog
Zeer
hoog
Hoog Laag
Maandelijks
Ma
Zeer hoog Hoog Laag
Zeer
laag
Jaarlijks
Ja
Hoog Laag Laag
Zeer
laag
Minder dan
1 x per jaar
<Ja
Laag
Zeer
laag
Zeer
laag
Zeer
laag
2. Een multidisciplinair comité:
Om bevindingen uit de veiligheidsrondes te bespreken, te analyseren en op te volgen is het
van belang dat er een multidisciplinair comité wordt aangesteld dat minstens één keer in de
maand samen kan komen om verbeteracties op te stellen waar nodig. Belangrijk is om bij
het plannen van verbeteracties verantwoordelijken toe te wijzen die instaan voor de
opvolging van de acties en het meest bekwaam worden geacht om deze te kunnen
aanpakken (Frankel, Grillo, & Pittman, 2006; Frankel, Haraden, Leonard, & Simmonds,
2009; VMS Veiligheidsprogramma 2009).
3. Feedback:
Het regelmatig communiceren van verbeteringen of lopende verbeteracties, die voortkomen
uit de veiligheidsrondes, aan het ziekenhuispersoneel is van cruciaal belang. Medewerkers
moeten immers weten dat hun opmerkingen worden gewaardeerd en dat deze kunnen
leiden tot veranderingen.
40.
38
Ook is hetvan belang om de afdeling expliciet te bedanken voor hun medewerking tijdens
de veiligheidsrondes als erkenning voor hun inspanningen (Frankel, Grillo, & Pittman, 2006;
Frankel, Haraden, Leonard, & Simmonds, 2009; VMS Veiligheidsprogramma 2009).
Samengevat kan gesteld worden dat een veiligheidsronde minstens uit zeven stappen moet
bestaan, waarbij een grondige voorbereiding, een goede planning en een cyclus van
informatie, analyse, actie en feedback essentieel zijn (zie figuur 8) (Frankel, Grillo, &
Pittman, 2006).
Figuur 8: Zeven essentiële stappen voor een effectieve implementatie van veiligheidsrondes
(Frankel, Grillo, & Pittman, 2006)
Zeven essentiële stappen voor een effectieve implementatie van veiligheidsrondes
1. Preparation — Ensure commitment and regular participation by leadership, secure
dedicated resources from quality and safety departments, and clearly communicate
process, scheduling, and feedback mechanisms for the rest of the organization.
2. Scheduling — Set WalkRounds months in advance and accommodate schedules of
executive team members, supporting patient safety staff, and other participants.
3. Conducting WalkRounds — Decide where to conduct the sessions. Sessions
should include opening and closing statements and a series of specific questions.
4. Tracking — Set up a robust process for tracking and ranking collected data.
5. Reporting — Share WalkRounds data with a multidisciplinary committee so that
action items may be assigned to management personnel.
6. Feedback — Establish a clearly delineated and formal structure for feedback to
frontline providers who participate in WalkRounds and to executive boards about
findings and actions taken to address them.
7. Measurement — Evaluate whether WalkRounds are effective in improving the
organization’s culture. A number of validated surveys are available to quantify
caregivers’ attitudes and perceptions of their working environments.
41.
39
4.2 De ontwikkelingvan een draaiboek voor veiligheidsrondes in het UZ
Brussel
4.2.1 Het uitvoeren van een veiligheidscultuurmeting
Vooraleer gestart werd met de invoering van veiligheidsrondes in het UZ Brussel, werd
nagegaan of er een voldoende basis van veiligheidscultuur aanwezig was.
Op basis van de resultaten van de ziekenhuisbrede veiligheidscultuurmeting in 2008 door
middel van de gevalideerde vragenlijst ‘The Hospital Survey on Patient Safety Culture’ , de
gemiddelde positionering van het UZ Brussel qua veiligheidscultuur ten opzichte van 81
andere acute ziekenhuizen en initiatieven die het UZ Brussel reeds ondernam (zoals o.a. de
jaarlijkse deelname aan de nationale campagne inzake patiëntveiligheid en de
aanwezigheid van een incidentmeldingsysteem in het UZ Brussel), kan geconcludeerd
worden dat het UZ Brussel over een voldoende basis van veiligheidscultuur beschikt om
veiligheidsrondes op een adequate manier te kunnen implementeren.
4.2.2 De ontwikkeling van het draaiboek en de implementatie door middel van
een pilootstudie
Op basis van het literatuuronderzoek over de randvoorwaarden van veiligheidsrondes werd
getracht deze inzichten maximaal te integreren in een draaiboek, rekening houdend met de
specifieke organisatorische context van het UZ Brussel en inhoudelijke beslissingen die
genomen werden tijdens vergaderingen met de ‘werkgroep veiligheidsrondes’ die in
september 2011 werd opgericht en bestaat uit de medische directie, de verpleegkundige
directie, stafmedewerkers, de ziekenhuishygiënist en de kwaliteitscoördinator.
Dit resulteerde in een basisontwerp van een draaiboek waarin volgende onderdelen werden
omschreven:
Figuur 9: Basisontwerp draaiboek
Basisontwerp draaiboek
1. Definitie veiligheidsronde
2. Doelen van een veiligheidsronde
3. Praktische uitvoering
3.1 Datum veiligheidsronde
3.2 Tijdstip
3.3 Aankondiging
3.4 Thema veiligheidsrondes
3.5 Managementteams
3.6 Het verloop van een veiligheidsronde
3.7 Gegevensregistratie en analyse
4. Aandachtspunten
42.
40
Zoals weergegeven infiguur 9 werd bij het begin van het draaiboek de definitie en de
doelstellingen van een veiligheidsronde beschreven om een eenduidige interpretatie van
het concept veiligheidsrondes te waarborgen.
Datum, tijdstip en locatie
Vervolgens werd de datum en het tijdstip vastgelegd door de werkgroep veiligheidsrondes
op basis van een inschatting van momenten waarop er een relatieve lage werklast is op de
verpleegafdelingen. Zo werd beslist om themagerichte pilootveiligheidsrondes met
betrekking tot patiëntenidentificatie te houden bij negen verpleegafdelingen waarbij per
observatieteam (zie verder) één pilootveiligheidsronde gehouden werd in de voormiddag
(om 11u) en twee in de namiddag (om 14u).
Samenstelling van de observatieteams
Op basis van de beleidsstructuur van het UZ Brussel (zie figuur 10), werden alle personen
die deel uitmaken van de werkgroep veiligheidsrondes weerhouden om deel uit te maken
van de observatieteams. Meer concreet gaat het over: de gedelegeerd bestuurder, de
stafmedewerker van de gedelegeerd bestuurder, de medische directeurs, de directeur
verpleegkunde en vroedkunde, 3 stafmedewerkers van het departement verpleegkunde en
vroedkunde, de verpleegkundige diensthoofden, de kwaliteitscoördinator en de
ziekenhuishygiënist.
Figuur 10: Beleidsstructuur UZ Brussel (UZ Brussel, 2011)
43.
41
Omwille van andereverplichtingen maakte de gedelegeerd bestuurder, de stafmedewerker
van de gedelegeerd bestuurder en de medische directie aanvankelijk geen deel uit van de
observatieteams. De overige leden van het ziekenhuismanagement werden ingedeeld in
drie teams waarbij gekeken werd naar een zo gelijk mogelijke verdeling van professionele
competenties per team.
Aankondiging
Voor dat pilootveiligheidsrondes plaatsvonden werd twee weken vooraf een
organisatiebrede aankondiging uitgevoerd via het verspreiden van affiches binnen het
ziekenhuis en een weergave ervan op de LED schermen. Op de affiches stonden de definitie
en doelstellingen van een veiligheidsronde vermeld, alsook het plaatsvinden van
pilootveiligheidsrondes gedurende de periode van 21 november tot 3 december 2011 in het
kader van de 14-daagse van de patiëntveiligheid.
Ook werden de hoofdverpleegkundigen ruim een maand op voorhand gebriefd tijdens de
departementsvergaderingen over het plaatsvinden van de pilootveiligheidsrondes en werd
hen de taak gegeven om deze informatie door te geven aan alle medewerkers die
werkzaam zijn op hun afdeling.
Het exacte tijdstip en de verpleegafdelingen waarbij veiligheidsrondes zullen plaatsvinden
werd niet op voorhand aan het ziekenhuispersoneel meegedeeld.
Het verloop van een veiligheidsronde
Bij het bepalen van de werkwijze bij het uitvoeren van een veiligheidsronde, werd gekozen
om deze gestructureerd te laten verlopen op basis van het observeren van items in het
kader van een correcte patiëntenidentificatie. Hierbij werd een elektronisch
registratiesysteem ontworpen in Microsoft Office Excel 2007 zodat meetbare items, zoals de
aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van zowel het identificatiebandje van de patiënt
als het bedkaartje, onmiddellijk konden geregistreerd worden op de visiterende
ziekenhuisafdeling.
Vervolgens werd het praktisch verloop van een veiligheidsronde omschreven, waarbij de
focus werd gelegd op het geven van voldoende informatie door de observatieteams met
betrekking tot de werkwijze, het doel en de gegevensverzameling, alsook het voldoende
tijd maken voor feedback na afloop van een veiligheidsronde.
Bedankingskaartjes, met een korte uitleg over veiligheidsrondes en een aantal tips met
betrekking tot een correcte patiëntenidentificatie, werden ontworpen en uitgedeeld aan alle
patiënten van de betrokken verpleegafdelingen (zie bijlage IV).
Het basisontwerp van het draaiboek voor veiligheidsrondes is te raadplegen in bijlage III.
44.
42
Eveneens werd viaeen korte schriftelijke vragenlijst gepeild naar de houding van het
ziekenhuispersoneel tegenover de invoering van veiligheidsrondes. Dit gebeurde op basis
van relevante gegevens uit het literatuuronderzoek die werden omgezet tot 5 stellingen.
Op basis van de resultaten blijkt dat meer dan de helft van de ondervraagden niet op de
hoogte was van de invoering van veiligheidsrondes in het UZ Brussel. Verder blijkt uit de
resultaten dat de respondenten op een positieve manier uiting geven bij de beantwoording
van de vijf stellingen
Ook werden na afloop twee semistructurele interviews afgelegd bij twee deskundigen die
relevante ervaringen bezitten aangaande het implementeren van veiligheidsrondes in een
ziekenhuis.
De kwantitatieve resultaten van de pilootveiligheidsrondes zullen verder in deze thesis
behandeld worden. Voor een gedetailleerde omschrijving van de pilootstudie wordt
verwezen naar het ‘Stageverslag: pilootstudie veiligheidsrondes’ dat op vraag kan
geraadpleegd worden.
4.2.3 De optimalisatie van de implementatie
Uit de evaluatie van de pilootstudie over veiligheidsrondes door middel van een SWOT-
analyse, bleken volgende zwaktes aanwezig te zijn:
Het tijdstip waarop de pilootveiligheidsrondes werden gehouden (om 11u en om 14u )
kon als positief ervaren worden omwille van de relatief lagere werklast om 11u en
omwille van de aanwezigheid van mogelijk bezoek om 14u. Op deze manier kon ook de
omgeving van de patiënt betrokken en geïnformeerd worden over het plaatsvinden van
veiligheidsrondes.
Anderzijds kon het tijdstip ook belemmerend werken doordat het risico bestond dat de
observatieteams ongelegen kwamen wanneer de patiënt bezoek heeft.
De toegankelijkheid van de laptops op basis van een login lukte niet op elke
ziekenhuisdienst.
Het niet deelnemen van de gedelegeerd bestuurder, de stafmedewerker van de
gedelegeerd bestuurder en de medische directie betekende een zwakte omwille van het
niet zichtbaar tonen van een betrokkenheid bij de aanpak van
patiëntveiligheidsproblemen.
45.
43
Er waste weinig eenduidigheid met betrekking tot het elektronisch registreren van de
verschillende items. Hierbij konden verschillende interpretaties bij de beoordeling van
items bediscussieerd worden.
1. Aanpassing van het draaiboek
Op basis van deze vastgestelde zwaktes werden volgende inhoudelijke en organisatorische
verbeteringen doorgevoerd, die eveneens werden opgenomen en bijgewerkt in het
draaiboek:
Datum, tijdstip en locatie
Omwille van de beschikbaarheid van het ziekenhuismanagement, de relatief lagere werklast
bij de verpleegafdelingen en de te observeren items, werd door de werkgroep
veiligheidsrondes gekozen om de veiligheidsrondes te laten plaatsvinden tussen 11u en
14u, en dit telkens op elke eerste donderdag en derde dinsdag van de maand waarbij 2
verpleegeenheden bezocht worden.
Aankondiging
Bij het aankondigen van de veiligheidsrondes werd gekozen voor een tussenvorm. Hierbij
werd het ziekenhuispersoneel vooraf via affiches en het intranet (zie verder: punt 2:
uitbreiding van de interne communicatie) geïnformeerd over het plaatsvinden van
veiligheidsrondes elke eerste donderdag en elke derde dinsdag van de maand tussen 11u
en 14u. Het exacte tijdstip per verpleegafdeling en de te bekijken observatie-items werden
niet vooraf aangekondigd.
Samenstelling van de observatieteams
Naast de directeur van het departement verpleeg- en vroedkunde, 3 stafmedewerkers van
het departement verpleegkunde en vroedkunde, de verpleegkundige diensthoofden, de
kwaliteitscoördinator en de ziekenhuishygiënist werden ook de gedelegeerd bestuurder, de
stafmedewerker van de gedelegeerd bestuurder en de medische directie geïncludeerd bij
het plannen en opstellen van de observatieteams.
Elk observatieteam bestond uit drie personen, waarvan de samenstelling werd bepaald op
basis van beschikbaarheid en waarbij zoveel mogelijk rekening werd gehouden met een
gelijke verdeling van professionele competenties.
46.
44
Bibliotheek veiligheidsrondes
Op basisvan gegevens uit de literatuur en de interviews werd een bibliotheek opgesteld die
een verzameling van observatie – items weergeeft die relevant zijn in het kader van
patiëntveiligheid. Deze bibliotheek werd gevalideerd door het ziekenhuismanagement van
het UZ Brussel.
Vanuit de ‘bibliotheek veiligheidsrondes’ werden volgende vijf observatie-items
geselecteerd door de werkgroep veiligheidsrondes, gerelateerd aan belangrijke prioriteiten
binnen het kwaliteitsbeleid van het UZ Brussel:
1. Patiëntenkamer: Alle patiënten zijn geïdentificeerd door middel van een
polsbandje dat correct en leesbaar is.
2. Patiëntenkamer: De patiëntenbel is binnen het bereik van de (immobiele)
patiënt.
3. Ziekenhuishygiëne: Op elke kamer zijn er gevulde alcoholdispensers.
4. Medicatie: De medicatiewagenkast is afgesloten en de sleutel is
verwijderd.
5. Medicatie: De decentrale medicatie-noodkast is op slot.
De volledige ‘bibliotheek veiligheidsrondes’ kan geraadpleegd worden in bijlage V.
Gegevensregistratie
Om de kans op een verkeerde interpretatie bij de registratie van de geobserveerde items te
verkleinen, werd per item een gedetailleerde weergave van de Excel sheets weergegeven
met een duidelijke toelichting van de verschillende antwoordmogelijkheden.
Eveneens werd beslist om bij elke veiligheidsronde een centrale laptop van het
verpleegkundige departement te reserveren en mee te nemen om problemen met de
toegankelijkheid van de laptops op de verpleegafdelingen te vermijden.
47.
45
Gegevensanalyse – enopvolging
Een gestructureerd systeem werd opgesteld om geïdentificeerde
patiëntveiligheidsproblemen te analyseren, op te volgen en mogelijke resultaten terug te
koppelen. Hierbij werd een indeling gemaakt tussen afdelingsgebonden en structurele
aandachtspunten:
Voor de aandachtspunten met een dienstgebonden karakter is het de taak van de
hoofdverpleegkundige om binnen twee weken na de veiligheidsronde een actieplan
met verbeteracties op te stellen en door te geven aan het desbetreffende
verpleegkundig diensthoofd. Deze heeft de taak om de uitvoering van verbeteracties
op te volgen en waar nodig terug te koppelen naar de kwaliteitscoördinator.
Aandachtspunten die inhoudelijk verder reiken dan de eigen dienst worden door het
observatieteam meegenomen ter bespreking in de ‘Werkgroep Veiligheidsrondes’.
Mogelijke verbeteracties die hieruit voortkomen, worden aan de betrokken
verpleegeenhe(i)d(en) gecommuniceerd.
De kwaliteitscoördinator staat in voor het beheer van de gegevens die voortkomen uit de
veiligheidsrondes.
De geoptimaliseerde versie van het draaiboek veiligheidsrondes kan geraadpleegd worden
in bijlage VI.
2. Uitbreiding van de interne communicatie
Om de communicatie over de implementatie van de veiligheidsrondes in het UZ Brussel
verder te optimaliseren, werden volgende interventies uitgevoerd:
Op 29 februari 2012 werd een presentatie gegeven aan de Medische Raad van het
UZ Brussel omtrent de werkwijze en het doel van veiligheidsrondes. Eveneens
werden de resultaten van de pilootstudie veiligheidsrondes toegelicht. Na een
grondige bespreking gaf de Medische Raad de volledige steun voor de implementatie
van veiligheidsrondes in het UZ Brussel.
Begin april 2012 werd een brief opgesteld met een toelichting van de werkwijze en
het doel van veiligheidsrondes, dat ondertekend werd door de gedelegeerd
bestuurder, de hoofdgeneesheer, de directeur Nursing en de kwaliteitscoördinator.
Deze brief werd bezorgd aan alle hoofdverpleegkundigen en medische diensthoofden
van het UZ Brussel. De brief is te raadplegen in bijlage VII.
48.
46
Op elkeverpleegafdeling werd een affiche in A3 formaat opgehangen in de gang en
in het briefinglokaal van de verpleegkundigen voordat de veiligheidsrondes van start
gingen. De affiches bevatten een meer beknopte en gestructureerde weergave van
de brief die werd bezorgd aan de hoofdverpleegkundigen en de medische
diensthoofden.
De affiche is te raadplegen in bijlage VIII.
Op het intranet van het UZ Brussel werd onder de rubriek ‘Patiëntveiligheid’ een link
‘Veiligheidsrondes’ aangemaakt, waarbij op het beginscherm dezelfde toelichting
over de inhoud en organisatie van veiligheidsrondes werd weergegeven zoals in de
brief die werd bezorgd aan de hoofdverpleegkundigen en de medische
diensthoofden. Ook werden de contactgegevens van de kwaliteitscoördinator
vermeld zodat het ziekenhuispersoneel een contactpunt had bij eventuele vragen of
opmerkingen omtrent de veiligheidsrondes.
Eveneens werden een aantal links toegevoegd, zoals de presentatie van de
pilootstudie en de resultaten, de bibliotheek veiligheidsrondes en een beknopte
versie van het draaiboek veiligheidsrondes waarbij geen details werden
weergegeven over de te bekijken observatie-items en het exacte tijdstip per
verpleegafdeling.
Een uitprint van het intranet is te raadplegen in bijlage IX.
49.
47
4.3 De observatievan het verloop van de veiligheidsrondes
Om na te gaan in hoeverre de veiligheidsrondes gestructureerd verlopen volgens het
(geoptimaliseerd) draaiboek dat vooraf werd opgesteld, werd de uitvoering van de
veiligheidsrondes op basis van een observatieschema geëvalueerd. Hierbij werd het verloop
van de veiligheidsrondes ingedeeld in drie hoofdfasen, nl. de aanvangsfase, de tussenfase
en de eindfase van een veiligheidsronde, om de observaties verder te structureren.
De resultaten van de observaties worden samengevat weergegeven in tabel 1 en 2 en
werden opgedeeld volgens type dienst, nl. diensten voor diagnose en heelkundige
behandeling (C-diensten), diensten voor diagnose en geneeskundige behandeling (D-
diensten) en pediatrie (P-dienst).
Voor wat betreft de aanvang van de veiligheidsrondes, waren alle
hoofdverpleegkundigen aanwezig op de verpleegafdeling en fungeerden ze als
eerste aanspreekpunt, met uitzondering van de afdeling EH 64 waar enkel de
adjunct-hoofdverpleegkundige aanwezig was.
Bij de helft van de verpleegafdelingen die bezocht werden, werd het verpleegkundig
team bij aanvang van de veiligheidsronde niet verzameld door het observatieteam
en stelde het observatieteam zichzelf niet voor aan het verpleegkundig team.
In bijna alle gevallen, met uitzondering van de verpleegafdeling VP 33, gaf het
observatieteam een uitleg over het doel, de gegevensverzameling en de
gegevensopvolging. Het tijdstip waarop dit gebeurde verschilde op drie
verpleegafdelingen (VP 53, EH 62 en K1), waarbij het feedbackmoment op het einde
van de veiligheidsronde gebruikt werd om uitleg te geven over het doel, de
gegevensverzameling en de gegevensopvolging.
Tijdens de veiligheidsrondes namen hoofdverpleegkundigen op vijf van de acht
verpleegafdelingen (EH 64, EH 41, VP 53, VP 33 en VP 54) zelf deel aan de
veiligheidsronde, terwijl op de overige drie verpleegafdelingen (EH 51, EH 62 en K
1) verpleegkundigen participeerden aan de veiligheidsronde.
Op bijna alle verpleegafdelingen verliep de elektronisch gegevensregistratie vlot.
Op de verpleegafdeling K1 verliep de registratie moeizaam omwille van een
onverwachte upgrade die de laptop uitvoerde op het moment van de
veiligheidsronde, waardoor aanvankelijk handmatig moest geregistreerd worden.
50.
48
Op de verpleegafdelingVP 54 verliep de registratie in het begin van de
veiligheidsronde traag omwille van een misvatting bij het scoren van een aantal
items bij de persoon die de gegevens registreerde.
Bij het uitvoeren van de veiligheidsrondes werden geen tekenen waargenomen die
een indicatie konden geven dat de praktijkwerking op de afdeling gehinderd werd.
Op het einde van de veiligheidsronde werd bij alle verpleegafdelingen een
feedbackmoment gehouden en werd het verpleegkundig team na afloop van de
veiligheidsronde verzameld om de resultaten te bekijken en mogelijke problemen te
bespreken. Ook werden afspraken gemaakt omtrent afdelingsgebonden en
structurele verbeteracties bij gesignaleerde problemen.
De duurtijd van de veiligheidsrondes varieerde tussen minstens 25 minuten en maximum
45 minuten.
Voor de verdere omschrijving van de inhoud van de feedback en verbeteracties, wordt
verwezen naar ‘hoofdstuk 4.4 compliance van de verpleegafdelingen’ verder in deze thesis,
waar deze omschreven werden.
De integrale observatieschema’s per ziekenhuisafdeling zijn te raadplegen in bijlage X.
51.
49
Tabel 1: Dienstenvoor diagnose en heelkundige behandeling (C-diensten)
Observatie-items VP 53 EH 51 EH 41 VP 54
Bij aanvang van de
veiligheidsronde
Aanwezigheid
hoofdverpleegkundige
Hoofdverpleegkundige als
eerste aanspreekpunt
Het observatieteam stelt
zich voor aan het
verpleegkundig team
-
Het observatieteam geeft
uitleg over:
- het doel
- de gegevensverzameling
- de gegevensopvolging
(tijdens feedback)
Tijdens de
veiligheidsronde
Verloop van de
gegevensregistratie
Vlotte registratie (patiënteninformatie-overzicht)
Bij de start moeizaam,
nadien vlot
Wordt de dagelijkse
praktijkwerking gehinderd?
Neen Neen Neen Neen
Het einde van de
veiligheidsronde
Wordt er voldoende
feedback gegeven?
Ja, alle verpleegkundigen werden terug samen verzameld in de briefingzaal om de resultaten te
bekijken en mogelijke problemen te bespreken.
Worden afspraken gemaakt
over verbeteracties?
Ja Ja Ja Ja
Duurtijd 30 min. 45 min. 40 min. 30 min.
52.
50
Tabel 2: Dienstenvoor diagnose een geneeskundige behandeling (D-diensten) en pediatrie
Observatie-items EH 64 VP 33 EH 62 K1
Bij aanvang van de
veiligheidsronde
Aanwezigheid
hoofdverpleegkundige
Adjunct-
hoofdverpleegkundige
Hoofdverpleegkundige als
eerste aanspreekpunt
Het observatieteam stelt
zich voor aan het
verpleegkundig team
- - -
Het observatieteam geeft
uitleg over:
- het doel
- de gegevensverzameling
- de gegevensopvolging
-
-
-
(tijdens feedback)
(tijdens feedback)
Tijdens de
veiligheidsronde
Verloop van de
gegevensregistratie
Vlotte registratie (patiënteninformatie-overzicht)
Moeizaam door upgrade
laptop
Wordt de dagelijkse
praktijkwerking gehinderd?
Neen Neen Neen Neen
Het einde van de
veiligheidsronde
Wordt er voldoende
feedback gegeven?
Ja, alle verpleegkundigen werden terug samen verzameld in de briefingzaal om de resultaten te
bekijken en mogelijke problemen te bespreken.
Worden afspraken gemaakt
over verbeteracties?
Ja Ja Ja Ja
Duurtijd 45 min. 25 min. 30 min. 45 min.
53.
51
4.4 Compliance vande verpleegafdelingen
4.4.1 Patiëntenidentificatie: de aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van
identificatiebandjes
A. Pilootstudie versus hoofdstudie
De aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van de identificatiebandjes bij patiënten
werden zowel tijdens de pilootstudie (n=166) als tijdens de hoofdstudie (n=143) bekeken.
Algemeen kan gesteld worden dat in de pilootstudie een compliance tussen 75 en 80 %
waargenomen werd, terwijl de cijfers in de hoofdstudie allen rond de 90% lagen.
In tabel 3 worden de resultaten weergegeven en hieruit blijkt dat er een statistisch
significant verschil is tussen de pilootstudie en de hoofdstudie voor zowel de aanwezigheid
(p=0.002), leesbaarheid (p=0.001) en correctheid van de identificatiebandjes (p=0.001).
In de pilootstudie was het identificatiebandje aanwezig in 78,9% van de gevallen terwijl dit
in de hoofdstudie bij 91,6% van de gevallen aanwezig was. Bij de leesbaarheid van de
identificatiebandjes werd een compliance vastgesteld van 74,7 % tijdens de pilootstudie
tegenover 89,5% in de hoofdstudie. Voor de correctheid ervan was dit respectievelijk 75,3
% ten opzichte van 89,5% compliance.
Tabel 3: verschil in compliance tussen pilootstudie en hoofdstudie betreffende patiëntenidentificatie
Variabelen Pilootstudie
N(%)
Hoofdstudie
N(%)
p-waarde *
< 0.05
Aanwezigheid Ja 131 (78,9%) 131 (91,6%) 0.002
Neen 35 (21,1%) 12 (8,4%)
Leesbaarheid Ja 124 (74,7%) 128 (89,5%) 0.001
Neen 42 (25,3%) 15 (10,5%)
Correctheid Ja 124 (74,7%) 128 (89,5%) 0.001
Neen 42 (25,3%) 15 (10,5%)
Totaal (n) 166 143
* Resultaten Chi² toets
54.
52
B. C-diensten versusD-diensten & P-dienst
Voor wat het verschil tussen de C-diensten en de D-diensten & P-dienst betreft, is er geen
statistisch significant verschil waar te nemen (zie tabel 4). De resultaten voor wat betreft
de compliance betreffende patiëntenidentificatie zijn gelijklopend tussen beide soorten
verpleegafdelingen.
Tabel 4: verschil in compliance tussen C-diensten en D-diensten & P-dienst betreffende
patiëntenidentificatie
Variabelen C-diensten D-diensten en
P-dienst
p-waarde *
< 0.05
Aanwezigheid Ja 91% 92,3% 0.783
Neen 9% 7,7%
Leesbaarheid Ja 89,7% 89,2%
0.921
Neen 10,3% 10,8%
Correctheid Ja 89,7% 89,2% 0.921
Neen 10,3% 10,8%
Totaal (n) 78 65
* Resultaten Chi² toets
Feedback omtrent patiëntenidentificatie
Bij de verpleegafdelingen EH 51, VP 54 en K1 gaf het verpleegkundig team tijdens het
feedbackmoment aan dat bij het overgrote deel van de patiënten, die na een operatieve
ingreep en/of na verblijf op de afdeling intensieve zorgen terug getransporteerd worden
naar de verpleegafdeling, niet opnieuw een identificatiebandje werd aangebracht.
Het verpleegkundig team van de verpleegafdeling EH 41 gaf ook aan dat patiënten soms
zelf hun identificatiebandje uitdoen en dat de identificatiebandjes bij sommige patiënten
snijden in de huid.
Op basis van de feedback gaven de observatieteams aan dat dergelijke knelpunten verder
zullen besproken worden binnen de werkgroep veiligheidsrondes zodat er naar een
oplossing kan gezocht worden. Eveneens werd gevraagd aan de verpleegafdelingen om
erop toe te zien dat elke patiënt een identificatiebandje draagt dat leesbaar en correct is.
55.
53
Binnen deze contextwerd door de werkgroep veiligheidsrondes beslist om in het
operatiekwartier een printer te plaatsen zodat identificatiebandjes die verwijderd werden,
opnieuw kunnen aangebracht worden. Eveneens werden interne afspraken gemaakt met de
verantwoordelijken van het operatiekwartier en de dienst intensieve zorgen omtrent het
terug aanbrengen van de identificatiebandjes bij patiënten waarvan het verwijderd werd.
Deze interne afspraken worden verder opgevolgd door een stafmedewerker van het
departement overschrijdend procesbeheer.
4.4.2 De bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten
Het tweede item dat tijdens de veiligheidsrondes werd geobserveerd was de bereikbaarheid
van de bel bij niet-mobiele patiënten. Dit item werd niet opgenomen in de pilootstudie en
kon bijgevolg niet vergeleken worden.
Algemeen kan gesteld worden dat er bij 15,4% van de niet-mobiele patiënten geen bel
binnen bereik was. Meer specifiek zagen we dat 5/24 (20,8%) niet-mobiele patiënten op de
C-diensten geen bel hadden en 1/15 (6,7%) bij de D-diensten.
A. Diensten voor diagnose en heelkundige behandeling (C-diensten)
Zoals uit tabel 5 kan afgelezen worden, hadden 3 niet-mobiele patiënten op de afdeling VP
53 geen bel binnen bereik. Ook op de verpleegafdeling VP 54 was dit bij 2 niet-mobiele
patiënten het geval.
Tabel 5: bereikbaarheid bel bij niet-mobiele patiënten C-diensten
Dienst Aantal geobserveerde
patiënten
Oproepsysteem
Niet-mobiele patiënten Bel binnen bereik
EH 51 20 3 3
EH 41 27 1 1
VP 53 29 14 11
VP 54 24 6 4
56.
54
Feedback omtrentde bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten
Het verpleegkundig team van de verpleegafdeling VP 53 geeft aan dat de bedrading van de
bel bij sommige immobiele patiënten te kort was, waardoor de bel niet binnen bereik was.
Dit item werd besproken tijdens het feedbackmoment waarbij het observatieteam
aanraadde om een praktische herschikking van de kamers te overwegen door de nachttafel
te verplaatsen naar de andere kant van het bed en eventueel de zetel te verplaatsen zodat
de bel wel binnen bereik is. Eveneens werd geadviseerd om bellen met een langere
bedrading aan te vragen bij de technische dienst.
Dit probleem zal in de toekomst een meer structurele oplossing kennen wanneer deze
verpleegafdeling zal verhuizen naar een nieuw gebouw waarbij een langere bedrading
voorzien is voor de bel.
Het verpleegkundig team van de verpleegafdeling VP 54 gaf aan dat ze meer aandacht
zullen vestigen op de bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten.
B. Diensten voor diagnose een geneeskundige behandeling (D-diensten)
Uit tabel 6 blijkt dat de bel bij 1 niet-mobiele patiënt op de afdeling VP33 niet binnen bereik
was. Op de overige afdelingen (EH 64 en EH 62) werd bij geen enkele niet-mobiele patiënt
vastgesteld dat de bel niet binnen bereik was.
Tabel 6: bereikbaarheid bel bij niet-mobiele patiënten D-diensten
Dienst Aantal geobserveerde
patiënten
Oproepsysteem
Niet-mobiele patiënten Bel binnen bereik
EH 64 20 3 3
VP 33 27 7 6
EH 62 29 5 5
Feedback omtrent de bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten
Het verpleegkundig team van de verpleegafdeling VP 33 zal er meer op toezien dat de bel
binnen bereikbaarheid ligt van niet-mobiele patiënten.
57.
55
C. Pediatrie (P-dienst)
Erkon geen registratie plaatsvinden met betrekking tot de bereikbaarheid van de bel bij
niet-mobiele patiënten omdat op deze afdeling geen bel ter beschikking gesteld wordt aan
de kinderen vanwege hun te jonge leeftijd (0 tot 4 jaar). Verpleegkundigen zijn steeds
beschikbaar en ouders of familie kunnen bellen via een bel aan de kamerdeur wanneer
nodig.
4.4.3 De aanwezigheid van een alcoholdispenser met alcoholgel op elke
patiëntenkamer
A. Diensten voor diagnose en heelkundige behandeling (C-diensten)
Een vierde item dat werd bekeken tijdens de veiligheidsrondes was de aanwezigheid van
een alcoholdispenser gevuld met alcoholgel.
Zoals uit tabel 7 af te leiden valt, was er 100 % compliance voor wat betreft de
aanwezigheid van de alcoholdispensers met alcoholgel op elke patiëntenkamer bij de C- en
D-diensten. Bij de afdeling K1 werd één ongevulde alcoholdispenser vastgesteld. Na deze
vaststelling werd het kamernummer genoteerd door de verpleegkundige, waarna de
alcoholdispenser werd gevuld met alcoholgel.
Tabel 7: Aanwezigheid alcoholdispenser en alcoholgel
Dienst Geobserveerde
patiëntenkamers
(n)
Handhygiëne
Aanwezigheid alcoholdispenser Aanwezigheid alcoholgel
OK Niet OK OK Niet OK
C-
diensten
EH 51 19 19 0 19 0
EH 41 19 19 0 19 0
VP 53 19 19 0 19 0
VP 54 19 19 0 19 0
D-
diensten
EH 64 19 19 0 19 0
VP 33 19 19 0 19 0
EH 62 19 19 0 19 0
K 1 18 18 0 18 1
58.
56
4.4.4 Het correctsluiten van de medicatiewagens en medicatienoodkast
Tot slot werd het correct afsluiten van de medicatiewagens en medicatienoodkast
nagekeken. Globaal werd vastgesteld dat 8 van de 24 (33,3%) geobserveerde
medicatiewagens niet afgesloten waren in tegenstelling tot de noodmedicatiekasten, die bij
alle afdelingen afgesloten waren.
Meer specifiek bleek geen enkele medicatiekast op de P-dienst afgesloten te zijn. Met
betrekking tot de C-diensten bleken 3 van de 12 (25%) van de medicatiewagens niet op
slot te zijn. Bij de D-diensten bleken 2 van de 9 (22,2%) medicatiewagens niet afgesloten
en was geen meting mogelijk bij 2 van de 9 (22,2%) medicatiewagens omwille van de
ingebruikname ervan op het moment van observatie.
A. Diensten voor diagnose en heelkundige behandeling (C-diensten)
Bij de verpleegafdelingen EH 51 en VP 54 waren de medicatiewagens en noodmedicatiekast
correct afgesloten (tabel 8). Bij de verpleegafdeling EH 41 waren twee medicatiewagens
niet afgesloten en stak de sleutel er nog op. Bij de verpleegafdeling VP 53 was
medicatiewagen 2 niet afgesloten en was eveneens de sleutel aanwezig.
Tabel 8: Resultaten voor het sluiten van medicatiekasten en noodmedicatiekast C-diensten
Diensten Medicatiewagen 1 Medicatiewagen 2 Medicatiewagen 3 Noodmedicatie –
kast *
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten
EH 51
EH 41
VP 53
VP 54
* de noodmedicatiekast wordt afgesloten door middel van een elektronisch cijferslot.
59.
57
Feedback omtrenthet sluiten van de medicatiewagens en noodmedicatiekast
Op basis van de resultaten bij de verpleegafdelingen EH 51 en VP 54 werd door het
observatieteam gevraagd om er op toe te zien dat de medicatiewagens steeds na gebruik
worden gesloten met verwijdering van de sleutel. Eveneens werd aan alle
verpleegafdelingen gevraagd of elke verpleegkundige beschikt over een sleutel om de
medicatiewagens correct te kunnen afsluiten, wat ook zo bleek te zijn.
Medicatiewagens die niet afgesloten bleken te zijn werden onmiddellijk na de vaststelling of
na afloop van de feedback correct afgesloten.
B. Diensten voor diagnose een geneeskundige behandeling (D-diensten)
Zowel bij de verpleegafdeling EH 64 als bij de afdeling VP 33 was medicatiewagen 1 niet
afgesloten en werd vastgesteld dat de sleutel nog op de medicatiewagen zat (tabel 9). Bij
verpleegafdeling EH 64 kon het sluiten van zowel medicatiewagen 2 als 3 niet geobserveerd
worden omwille van ingebruikname op het moment van observatie.
Tabel 9: Resultaten voor het sluiten van medicatiekasten en noodmedicatiekast D-diensten
Diensten Medicatiewagen 1 Medicatiewagen 2 Medicatiewagen 3 Noodmedicatie –
kast *
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten
EH 64 NVT** NVT NVT NVT
VP 33
EH 62
* de noodmedicatiekast wordt afgesloten door middel van een elektronisch cijferslot.
** NVT = niet van toepassing (er is geen medicatiewagen of de medicatiewagen is in gebruik op het
moment van observatie)
60.
58
Feedback omtrenthet sluiten van de medicatiewagens en noodmedicatiekast
Aan de hand van de resultaten bij de verpleegafdelingen EH 64 en VP 33 werd door het
observatieteam gevraagd om er op toe te zien dat de medicatiewagens steeds na gebruik
worden gesloten met verwijdering van de sleutel. Eveneens werd aan alle
verpleegafdelingen gevraagd of elke verpleegkundige beschikt over een sleutel om de
medicatiewagens correct te kunnen afsluiten, wat ook zo bleek te zijn. Medicatiewagens die
niet afgesloten bleken te zijn werden onmiddellijk na de vaststelling of na afloop van de
feedback correct afgesloten.
C. Pediatrie (P-dienst)
Zoals blijkt uit tabel 10, werd bij de afdeling K1 vastgesteld dat geen enkele
medicatiewagen slotvast bleek te zijn. Enkel de noodmedicatiekast was slotvast omwille
van het elektronisch cijferslot.
Tabel 10: Sluiten van medicatiekasten en noodmedicatiekast P-dienst
Diensten Medicatiewagen 1 Medicatiewagen 2 Medicatiewagen 3 Noodmedicatie –
kast *
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten Sleutel
afwezig
Afgesloten
K1
* de noodmedicatiekast wordt afgesloten door middel van een elektronisch cijferslot.
Feedback omtrent het sluiten van de medicatiewagens en noodmedicatiekast
Op basis van deze resultaten werd aan het verpleegkundig team gevraagd om er op toe te
zien dat de medicatiewagens steeds na gebruik worden afgesloten met verwijdering van de
sleutel. Eveneens werd gevraagd of elke verpleegkundige beschikt over een sleutel om de
medicatiewagens correct te kunnen afsluiten. Dit bleek niet zo te zijn. Daarom werd met de
hoofdverpleegkundige afgesproken om te inventariseren wie van de verpleegkundigen nog
geen sleutel heeft en deze zo snel mogelijk te bestellen.
61.
59
5. Discussie –conclusie
Binnen dit onderzoek lag de focus op het ontwikkelen, implementeren, uitvoeren en
evalueren van veiligheidsrondes op verpleegafdelingen in het Universitair Ziekenhuis
Brussel.
5.1 Randvoorwaarden van veiligheidsrondes en de ontwikkeling van een
draaiboek
Randvoorwaarden waaraan veiligheidsrondes moeten voldoen vooraleer ze kunnen
geïmplementeerd worden in de praktijk, werden door middel van een wetenschappelijke
literatuurstudie beschreven. Hierbij was het mogelijk om deze inzichten grotendeels te
integreren bij de ontwikkeling en optimalisatie van het draaiboek, rekening houdend met de
specifieke context van het UZ Brussel.
Meer specifiek konden organisatorische aspecten bepaald worden, zoals het vastleggen van
het tijdstip waarop veiligheidsrondes worden uitgevoerd, de locatie, de werkwijze en het
verloop van de veiligheidsrondes en de samenstelling van de observatieteams.
Eveneens kon een bibliotheek ontwikkeld worden met observatie-items die relevant zijn in
het kader van patiëntveiligheid, waaruit een set van vijf items werd geselecteerd en
geobserveerd tijdens de veiligheidsrondes.
Verschillende informatie- en communicatiekanalen konden ingezet worden om de
veiligheidsrondes optimaal te introduceren in het UZ Brussel, zoals het gebruik van het
intranet, het ophangen van affiches met uitleg over de veiligheidsrondes en een brief van
het hoger management omtrent de implementatie van veiligheidsrondes.
Ook kon een gestructureerd systeem opgesteld worden om geïdentificeerde
patiëntveiligheidsproblemen te analyseren, op te volgen en mogelijke resultaten terug te
koppelen. Meer concreet werden vastgestelde patiëntveiligheidsproblemen ingedeeld in
afdelingsgebonden en organisatiebrede, structurele verbeteracties. Hierbij werd bepaald
dat de betrokken verpleegkundige diensthoofden in opvolging voorzien ten aanzien van
verbeteracties die afdelingsgebonden zijn, terwijl structurele verbeteracties om de zes
weken worden geanalyseerd en besproken binnen de werkgroep veiligheidsrondes die
bestaat uit leden van het ziekenhuismanagement.
De aanbeveling om een prioriteitsscore toe te kennen aan de vastgestelde
patiëntveiligheidsproblemen en deze in te delen in categorieën, zoals aangeraden wordt
door Frankel et al (2005) en Graham, Brookey, & Steadman (2005), kon niet worden
geïmplementeerd omwille van de beperktheid aan te observeren items tijdens de
veiligheidsrondes. Dit is echter wel wenselijk bij de uitvoering van toekomstige
veiligheidsrondes, indien er zou beslist worden om een veelheid aan items te bekijken,
62.
60
zodat actiepunten kunnengerangschikt worden volgens prioriteiten gelinkt aan het
kwaliteitsbeleid van het UZ Brussel.
Binnen deze context is het eveneens zinvol om, bij de bespreking, het analyseren en het
opvolgen van organisatiebrede verbeteracties binnen de werkgroep veiligheidsrondes, een
(elektronisch) werkdocument te hanteren zodat alle informatie op een overzichtelijke
manier kan aangewend en beheerd worden door de kwaliteitscoördinator. Hierbij is het van
belang om o.a. een verantwoordelijke toe te wijzen bij elke verbeteractie, een deadline te
bepalen voor de oplossing van het probleem en in terugkoppeling te voorzien naar de
betrokken, zoals ook aanbevolen wordt door Reijnders-Thijssen (2012).
Uit de literatuur bleek dat het van belang is om verbeteringen of lopende verbeteracties
regelmatig te communiceren opdat medewerkers weten dat hun opmerkingen worden
gewaardeerd en kunnen leiden tot veranderingen (Frankel, Grillo, & Pittman, 2006;
Frankel, Haraden, Leonard, & Simmonds, 2009; VMS Veiligheidsprogramma, 2009). Tot op
heden werden geen verbeteringen of lopende verbeteracties gecommuniceerd. Daarom is
het wenselijk om dit binnen een zo kort mogelijke termijn te doen via het intranet en/of via
het ziekenhuismagazine.
5.2 De observatie van het verloop van de veiligheidsrondes
Naast het uitwerken van een draaiboek voor het uitvoeren van veiligheidsrondes werd door
middel van een gestructureerde niet-participatieve observatie afgetoetst in welke mate de
veiligheidsrondes verliepen zoals vooropgesteld werd.
Hoewel kan gesteld worden dat de veiligheidsrondes globaal een vlot verloop kenden en
grotendeels volgens het draaiboek verliepen, werd op sommige verpleegafdelingen
afgeweken van het verloop zoals beschreven. Zo werd bij de helft van de
ziekenhuisafdelingen die bezocht werden het verpleegkundige team bij aanvang van de
veiligheidsronde niet verzameld door het observatieteam en stelde het observatieteam
zichzelf niet voor aan het verpleegkundig team. Binnen de context van een open
communicatie, het tonen van een zichtbaar engagement en het bevorderen van een
veiligheidscultuur, verdient het de aanbeveling om bij toekomstige veiligheidsrondes een
verhoogde aandacht te vestigen op het kort verzamelen van het verpleegkundig team,
gevolgd door een korte voorstelling van het observatieteam en de mededeling dat er een
veiligheidsronde zal gehouden worden.
63.
61
Een andere afwijkingbetrof de samenstelling van het observatieteam. Voor de aanvang van
de veiligheidsronde werd door het observatieteam beslist om een extra observatielid mee
te laten participeren. Deze beslissing kan verklaard worden doordat de leden van het
observatieteam nog niet vertrouwd waren met het uitvoeren van een veiligheidsronde
omdat geen van hen deelnam aan de pilootstudie. Bovendien bestond het observatieteam
uit personen die in beperkte mate contact hadden met de verpleegkundige afdelingen, wat
ervoor kan gezorgd hebben dat er een te grote drempel ontstond.
Uit deze vaststellingen kan geconcludeerd worden dat er nood is aan een beter evenwicht
bij de samenstelling van de observatieteams, tussen personen die dikwijls in contact staan
met de verpleegafdelingen en zij waarbij dit minder het geval is. Het is aangeraden om de
kwaliteitscoördinator te laten participeren bij elke veiligheidsronde, wat ook door de
literatuur wordt aanbevolen (Frankel et al., 2003; Frankel et al., 2006; Levtzion-Korach et
al., 2010; Verschoor et al., 2007).
Eveneens is het zinvol om de briefing met het observatieteam voor de aanvang te laten
leiden en structureren door de kwaliteitscoördinator omwille van zijn expertise en
coördinerende functie inzake patiëntveiligheid.
5.3 De compliance van de verpleegafdelingen
5.3.1 Patiëntenidentificatie: de aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van
identificatiebandjes
Wat betreft de compliance van de identificatiebandjes betreffende de aanwezigheid,
leesbaarheid en correctheid, blijkt dat verpleegafdelingen uit de hoofdstudie opmerkelijk
betere resultaten behalen dan de verpleegafdelingen uit de pilootstudie. Zo werd voor alle
criteria een compliance rond 75% gemeten tijdens de pilootstudie, tegenover een
compliance van 90% tijdens de hoofdstudie.
Hoewel het moeilijk blijkt om causale redenen voor dit verschil te identificeren, kan een
mogelijke oorzaak gezocht worden bij het inzetten van meerdere interne informatie- en
communicatiekanalen na het plaatsvinden van de pilootstudie, om de methodiek
veiligheidsrondes optimaal te introduceren binnen het UZ Brussel. Alle bezochte
verpleegafdelingen bleken op de hoogte te zijn van het plaatsvinden van de
veiligheidsrondes. Dit kwam onder andere tot uiting doordat de verpleegkundige teams dit
ook expliciet mondeling konden aangeven en sommige verpleegafdelingen het draaiboek en
de bibliotheek veiligheidsrondes via het intranet hadden afgeprint en opgehangen in het
briefinglokaal.
64.
62
Om de behaalderesultaten met betrekking tot de compliance van de identificatiekaartjes in
het UZ Brussel te kunnen beoordelen, werd een Amerikaans onderzoek geraadpleegd.
Uit dit tweejarig onderzoek, waarbij identificatiebandjes (n=1.757.730) werden
gecontroleerd op fouten bij 217 ziekenhuizen, daalde het gemiddelde foutenpercentage
tussen de aanvang van het onderzoek en de beëindiging van het onderzoek van 7,40%
naar 3,05% (p=0.001). Hierbij bleek dat 53 ziekenhuizen in staat waren een
foutenpercentage tussen 0.20 en 0.30% te behalen. Belangrijke succesfactoren die deze
ziekenhuizen aanhaalden om in een correcte patiëntenidentificatie te voorzien waren het
vastleggen en continu opvolgen van een procedure waarin duidelijke organisatorische
afspraken in neergeschreven staan, het identificeren en analyseren van probleemgevoelige
locaties, het herhaaldelijk uitvoeren van metingen, het opleiden van personen aangaande
een correcte patiëntenidentificatie en het gebruik van identificatiebandjes met barcode
(Howanitz, Renner, & Walsh, 2002).
Op basis van dit onderzoek kan gesteld worden dat het foutenpercentage aangaande een
correcte patiëntenidentificatie bij het UZ Brussel positief evolueerde tussen de uitvoering
van de pilootstudie en de hoofdstudie maar dat het wenselijk is om inspanningen te leveren
om dit foutenpercentage verder te doen dalen waarbij een 100% compliance het streefdoel
is. Hierbij kan het belang van een systeembenadering aangehaald worden, waarbij het de
uitdaging vormt voor het ziekenhuismanagement om het organisatorisch (zorg)systeem en
management- en werkprocessen zo optimaal mogelijk te organiseren bij het streven naar
een kwalitatieve, veilige zorg (Hellings, 2006).
Binnen dit kader ondernam het ziekenhuismanagement, op basis van de resultaten uit deze
thesis, recent het initiatief om een procedure uit te schrijven omtrent een correcte
patiëntenidentificatie. Toch is het wenselijk om een in de nabije toekomst een grootschalig
onderzoek omtrent patiëntenidentificatie in het UZ Brussel uit te voeren zodat een breder
en specifieker beeld kan verkregen worden van mogelijke identificatieproblemen die het
relatief hoge foutenpercentage kunnen verklaren met het oog op gerichte verbeteracties.
De deelname van het UZ Brussel aan het validatieonderzoek omtrent het meten en
analyseren van een indicator patiëntenidentificatie in het kader van het protocol
‘Kwaliteitsindicatoren Vlaamse Ziekenhuizen’, gestuurd door de Vlaamse overheid en
waaraan diverse actoren binnen de gezondheidszorg deelnemen, kan hierbij een
belangrijke aanzet vormen (Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, 2012).
65.
63
Betreffende de onderlingevergelijking tussen de resultaten van de verschillende type
diensten aangaande de compliance van de identificatiebandjes, werd vastgesteld dat deze
gelijklopende resultaten behalen. Er werd echter wel een verschil in oorzakelijke factoren
vastgesteld tijdens de feedbackmomenten. Zo geven de C-diensten en de P-dienst aan dat
bij het overgrote deel van de patiënten, die na een operatieve ingreep en/of na verblijf op
de afdeling intensieve zorgen terug getransporteerd worden naar de verpleegafdeling, niet
opnieuw een identificatiebandje werd aangebracht. Dit verschil kan mogelijk verklaard
worden doordat bij patiënten van de C-diensten en de P-dienst veel heelkundige
behandelingen worden uitgevoerd en ze daardoor vaker in contact komen met het
operatiekwartier en de afdeling intensieve zorgen dan de D-diensten, die instaan voor de
diagnose en geneeskundige behandeling van patiënten. Eveneens werd aangegeven dat
patiënten soms zelf hun identificatiebandje verwijderen en dat deze bandjes soms snijden
in de huid.
Vanuit deze vaststellingen is het opportuun om bij structurele tekortkomingen die
verpleegkundige teams weergeven, specifieke kenmerken van type diensten in acht te
nemen zodat mogelijke verbeteracties op een efficiënte manier kunnen ingedeeld,
doorgevoerd en opgevolgd worden.
5.3.2 De bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten
Met betrekking tot de bereikbaarheid van de bel bij niet-mobiele patiënten, bleek het
overgrote deel van deze patiënten over een bel te beschikken. Bij het aantal patiënten
waarbij dit niet het geval was, was de oorzaak te wijten aan een verminderde alertheid van
het verpleegkundig team, met uitzondering van één verpleegafdeling waarbij een
structureel probleem aan de basis lag omwille van een te korte bedrading van de bellen.
Binnen dit onderzoek werd een vaste set van vijf items geobserveerd. Het is zinvol om bij
de bepaling van de te observeren items bij veiligheidsrondes in de toekomst, rekening te
houden met specifieke kenmerken die bepaalde diensten onderscheiden van andere en
hierbij de selectie van de te observeren items op aan te passen.
5.3.3 De aanwezigheid van een alcoholdispenser met alcoholgel op elke
patiëntenkamer
Tijdens dit onderzoek werd vastgesteld dat bijna alle verpleegafdelingen een maximale
score behaalden betreffende de aanwezigheid van de alcoholdispensers met alcoholgel.
Enkel op de P-dienst kon één ongevulde dispenser waargenomen worden. Een mogelijke
oorzaak hiervoor kan gelegd worden bij de grootschalige nationale campagnes inzake
handhygiëne die tweejaarlijks worden georganiseerd door de federale overheid (FOD VVVL,
66.
64
2009). Uit deliteratuur blijkt immers dat de effectiviteit van dergelijke campagnes
verhoogd wordt mits ze regelmatig herhaald worden en bestaan uit een veelheid van
gecombineerde interventies, zoals o.a. scholing, de promotie van handalcohol en audit met
feedback (Naikoba, & Hayward, 2001).
5.3.4 Het correct sluiten van de medicatiewagens en de medicatienoodkast
Als laatste observatie-item werden de medicatiewagens en de noodmedicatiekast in het
kader van medicatieveiligheid geobserveerd. Hierbij bleek dat alle medicatiewagens slechts
bij drie verpleegafdelingen correct afgesloten waren. Behalve bij de P-dienst was het niet
sluiten van de medicatiewagens te wijten aan een verminderde alertheid en werd geen
structureel probleem vastgesteld. Dit was echter wel het geval bij de P-dienst waarbij geen
enkele medicatiewagen slotvast bleek te zijn doordat niet alle verpleegkundigen beschikten
over een sleutel.
5.4 Beperkingen van het onderzoek
Hoewel dit onderzoek een meerwaarde kan betekenen bij het verbeteren van de
patiëntveiligheid en patiëntveiligheidscultuur binnen het UZ Brussel, is het opportuun om
een aantal beperkingen binnen dit onderzoek kort te bespreken:
De resultaten met betrekking tot de compliance van de geobserveerde items dienen
kritisch benaderd te worden, daar de het om momentopnames per verpleegafdeling
gaat en er geen aaneenschakeling van meerdere observatiemomenten per
geobserveerd item en per afdeling konden uitgevoerd worden. Zoals reeds werd
aangegeven is een vervolgonderzoek met betrekking tot een correcte
patiëntenidentificatie is wenselijk.
Eveneens kan bediscussieerd worden in welke mate er al dan niet een verhoogd
gewenst veiligheidsgedrag aanwezig was doordat de verpleegafdelingen op de
hoogte waren van de momenten waarop mogelijks een veiligheidsronde kon
uitgevoerd worden.
Het inplannen van de veiligheidsrondes betekende een moeilijkheid omwille van het
afstemmen van het tijdstip waarop deze het beste worden uitgevoerd op de
verpleegafdelingen en de beperkte beschikbaarheid van het ziekenhuismanagement.
Daarom is het wenselijk om een jaarschema op te stellen zodat de veiligheidsrondes
ruim op voorhand kunnen ingepland worden.
67.
65
Eveneens kande bedenking gemaakt worden in hoeverre verschillende
leiderschapsstijlen bij leden van het ziekenhuismanagement van invloed zijn bij de
bereidheid van de verpleegkundige teams om te spreken over tekortkomingen die
de patiëntveiligheid in gevaar kunnen brengen. Binnen deze context valt het aan te
bevelen om bij de samenstelling van de observatieteams zoveel mogelijk een
evenwicht te bewaren tussen verschillen in leiderschapsstijlen.
Binnen dit onderzoek konden slechts vijf observatie-items bekeken worden doordat
veiligheidsrondes voor de eerste maal werden uitgevoerd en men de tijdsimpact
ervan niet optimaal kon inschatten. Daarom is het aangeraden om in een uitbreiding
van de te observeren items te voorzien bij de uitvoering van toekomstige
veiligheidsrondes.
Bij slechts 8 verpleegafdelingen konden veiligheidsrondes uitgevoerd worden. Het
was echter niet mogelijk om deze uit te voeren bij een groter aantal
verpleegafdelingen omwille van de beperkte tijdsduur van dit onderzoek en de
tijdsimpact die de pilootstudie en het ontwikkelen van de methodiek
veiligheidsrondes binnen het UZ Brussel vergde.
Voorts is verder onderzoek nodig om de impact van veiligheidsrondes te kunnen meten op
de veiligheidscultuur. Omdat een ziekenhuisbrede meting werd uitgevoerd tijdens de
periode dat de veiligheidsrondes in het UZ Brussel werden geïmplementeerd, kan deze
meting fungeren als nulmeting om toekomstige evoluties waar te kunnen nemen omtrent
de ondersteuning van het ziekenhuismanagement aangaande patiëntveiligheid.
5.5 Conclusie
Algemeen kan geconcludeerd worden dat veiligheidsrondes op een voldoende effectieve
manier konden worden ontwikkeld en geïmplementeerd op verpleegafdelingen van het UZ
Brussel. Toch zal het voor het ziekenhuismanagement een uitdaging vormen om een
blijvend engagement te tonen bij het opvolgen en daadwerkelijk uitvoeren en
communiceren van structurele verbeteracties die de patiëntveiligheid kunnen verhogen.
68.
66
Bibliografie
1. Bader, B.,& O’Malley, S. (2006). 7 Things Your Board Can Do to Improve Quality
and Patient Safety. GreatBoards.org Newsletter. Spring 2006 VI(I) geraadpleegd via
http://www.greatboards.org/newsletter/2006/spring/spring2006_greatboards.pdf
2. Botwinick, L., Bisognano ,M., & Haraden, C. (2006). Leadership Guide to Patient
Safety. Geraadpleegd via
http://www.ihi.org/knowledge/Pages/IHIWhitePapers/LeadershipGuidetoPatientSafet
yWhitePaper.aspx
3. Budrevics, G., & O'Neill, C. (2005). Changing a culture with patient safety
walkarounds. Healthcare Quarterly, 8, 20-25. Geraadpleegd via
http://www.longwoods.com
4. Cavanagh, P., Hulme, A., Frankel, A., & Clarke, J. (Ed.). (2009). Leadership for
Safety: Supplement 1: Patient Safety WalkRounds. Geraadpleegd via
http://www.patientsafetyfirst.nhs.uk/ashx/Asset.ashx?path=/How-to-guides-2008-
09-19/How%20to%20Guide%20for%20Leadership%20WalkRounds%20(pdf)
5. Cigularov, K., Chen, P., & Rosecrance, J. (2010). The effects of error management
climate and safety communication on safety: A multi-level study. Accident Analysis
and Prevention, 42:1498–1506. doi:10.1016/j.aap.2010.01.003
6. Conway, J. (2008). Getting boards on board: Engaging governing boards in quality
and safety. Joint Commission Journal on Quality and Patient Safety, 34(4), 214-220.
Geraadpleegd via
http://www.ihi.org/knowledge/Pages/Publications/GettingBoardsonBoard.aspx
7. De Neve, J. (2008). 'Hoe veilig is onze zorg? behoefte aan samenhangend
veiligheidsmanagementsysteem in het ziekenhuis'. Neuron. 13(5), 263-267.
Geraadpleegd via http://www.health.belgium.be
8. Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en
Leefmilieu. (2009). ‘U bent in goede handen’ nationale campagne handhygiëne.
Geraadpleegd via
http://www.health.belgium.be/internet2Prd/groups/public/@public/@dg1/@acutecar
e/documents/ie2faq/19065032.pdf
69.
67
9. Federale overheidsdienstVolksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en
Leefmilieu. (2010). Kwaliteit en patiëntveiligheid in Belgische ziekenhuizen anno
2009: rapportage over het contract ‘coördinatie kwaliteit en patiëntveiligheid 2008-
2009’ Geraadpleegd via
http://www.health.belgium.be/eportal/Healthcare/Healthcarefacilities/Patientsafety/
Coordinationpatientqualityands/Reportcontract20082009/index.htm?fodnlang=nl
10. Feitelberg, S. (2006). Patient safety executive walkarounds. The Permanente
Journal,10(2), 29-36. Geraadpleegd via http://www.ncbi.nlm.nih.gov
11. Frankel, A. (2008). WalkRounds improve patient safety. Gaining feedback to provide
exceptional patient care. Healthcare Executive, 23(2), 23-28. Geraadpleegd via
http://web.ebscohost.com
12. Frankel, A., Gandhi, T.,& Bates, D. (2003). Improving patient safety across a large
integrated health care delivery system. International Journal of Health Care.15
(Suppl.1), i31-40. doi: 10.1093/intqhc/mzg075
13. Frankel, A., Graydon-Baker, E., Neppl, C., Simmonds, T., Gustafson, M.,& Gandhi,
T. (2003). Patient Safety Leadership WalkRounds. Joint Commission Journal on
Quality and Patient Safety. 29(1), 16-26. Geraadpleegd via http://www.npsf.org
14. Frankel, A., Grillo, S., Baker, E., Huber, C., Abookire, S., Grenham, M.,… Gandhi, T.
(2005). Patient Safety Leadership WalkRounds at Partners Healthcare: learning from
implementation. Joint Commission Journal on Quality and Patient Safety. 31(8),
423-37. Geraadpleegd via http://www.patientsafetyresearch.org
15. Frankel, A., Grillo, S., Horowitz, L., Page, M., Pittman, M., Thomas, E., & Sexton, B.
(2008). Revealing and resolving patient safety defects: the impact of leadership
WalkRounds on frontline caregiver assessments of patient safety. Health Services
Research, 43(6), 2050-66. doi: 10.1111/j.1475-6773.2008.00878.x
16. Frankel, A., Grillo, S.,& Pittman, M. (2006). The Patient Safety Leadership
WalkRounds Guide. Geraadpleegd via
http://www.wsha.org/files/82/Appendix%20P_pslwalkrounds.pdf
70.
68
17. Frankel, A.,Haraden, C., Leonard, M.D., & Simmonds, T. (2009). The essential
guide for patient safety officers. Oakbrook Terrace, U.S.: Joint Commission
Resources.
18. Graham, S., Brookey, J., & Steadman, C. (2005). Patient Safety Executive
Walkarounds. In K. Henriksen, J. Battles, E. Marks, & D. Lewin (eds.). Advances
in Patient Safety: From Research to Implementation. Rockville: Agency for
Healthcare Research and Quality. Geraadpleegd via http://www.ncbi.nlm.nih.gov
19. Hellings, J. (2006). Patiëntveiligheid in ziekenhuizen: Enkele inzichten, een blik op
de organisatiecultuur en een globale stand van zaken vanuit de literatuur.
Geraadpleegd via
http://www.zol.be/Internet/uploadedFiles/Patientveiligheid/Referenties/pati%C3%A
Bntveiligheid%20paper.pdf
20. Hellings, J. (2009). Patiëntveiligheid in ziekenhuizen: Basisinzichten en verkenning
van veiligheidscultuur. Mechelen: Kluwer.
21. Hellings, J., & Schrooten, W. (2008). Cultuur Patiëntveiligheid in Belgische
ziekenhuizen [PowerPoint-presentatie]. Geraadpleegd via
http://www.health.belgium.be/filestore/15898532/ANNEX1_WARD%20SCHROOTEN
_15898532_nl.ppt
22. Howanitz, P., Renner, S., & Walsh, M. (2002). Continuous wristband monitoring
over 2 years decreases identification errors: a college of American Pathologists Q-
Tracks Study. Archives of Pathology & Laboratory Medicine, 126(7): 809-15.
Geraadpleegd via http://www.ncbi.nlm.nih.gov
23. Institute of Medicine. (2004). Patient Safety - Achieving a new standard for care.
Washington DC; The National Academies.
24. Jessa Ziekenhuis, (2010). Observatiebibliotheek veiligheidsronde. Intern document.
Hasselt, Jessaziekenhuis.
25. Leistikow, I. (2010). Patiëntveiligheid, de rol van de bestuurder. Utrecht: Reed
business.
71.
69
26. Levtzion-Korach, O.,Frankel, A., Alcalai, H., Keohane, C., Orav, J., Graydon-Baker,
E.,… Bates, D. (2010). Integrating incident data from five reporting systems to
assess patient safety: making sense of the elephant. The Joint Commission Journal
on Quality and Patient Safety. 36(9), 402-10. Geraadpleegd via
http://psnet.ahrq.gov
27. Linden, T. (2009). The value of WalkRounds: using WalkRounds to lead more
effectively. Healthcare Executive. 24(6), 76-8. Geraadpleegd via
http://web.ebscohost.com
28. Matlow, A., Stevens, P., Urmson, L., & Wray, R. (2008). Improving patient safety
through a multi-faceted internal surveillance program. Healthcare quarterly. 11(3),
101-108. Geraadpleegd via http://www.longwoods.com
29. Montgomery, V. (2008). Impact of Staff-Led Safety Walk Rounds. In K. Henriksen,
J. Battles, M. Keyes, & M. Grady (eds.). Advances in Patient Safety: New Directions
and Alternative Approaches. Rockville: Agency for Healthcare Research and Quality.
Geraadpleegd via http://www.ncbi.nlm.nih.gov
30. Naikoba, S., & Hayward, A. (2001). The effectiveness of interventions aimed at
increasing handwashing in healthcare workers – a systematic review. Journal of
Hospital Infection, 47 (3), 173–180. doi:10.1053/jhin.2000.0882
31. Nelis, T. (2012). Veiligheidsrondes, interview met stafmedewerker patiëntveiligheid
van het Jessaziekenhuis Hasselt, 3 februari 2012, Jessaziekenhuis Hasselt.
32. Reason, J. (2000). Human error: models and management. British Medical Journal,
320, 768-770. doi:10.1136/bmj.320.7237.768
33. Reijnders-Thijssen, P. (2012). Veiligheidsrondes, interview met manager
patiëntveiligheid van Maastro Clinic te Maastricht, 24 februari 2012, Maastro Clinic
Maastricht (Nederland).
34. Reulink, N., & Lindeman, L. (2005). Kwalitatief onderzoek. Geraadpleegd via
http://www.cs.ru.nl/~tomh/onderwijs/om2%20(2005)/om2_files/syllabus/kwalitatie
f.pdf
72.
70
35. Rode Kruisziekenhuis (2010). Checklist veiligheidsronde RKZ. Geraadpleegd via
http://www.vmszorg.nl/Documents/Tools_Extras/Veiligheidssysteem/Veiligheidsrond
es_Checklist_RodeKruisziekenhuis.pdf
36. Schein, E. (1984). Coming to a New Awareness of Organizational Culture. MIT Sloan
Management Review, 25(2), 3-16. Geraadpleegd via http://sloanreview.mit.edu
37.Solberg, B. (2010). Patiëntveiligheidsronde checklist (PVR +) verpleegafdeling.
Academisch ziekenhuis Maastricht - Universitair Medisch Centrum Maastricht.
Geraadpleegd via www.patientveiligheid.org
38. Scott, T., Mannion, R., Marshall, M., & Davies, H. (2003). Does organizational
culture influence health care performance? A review of the evidence. Journal Of
Health Services Research & Policy, 8 (2), 105-117. http://www.ncbi.nlm.nih.gov
39. Strategische Werkgroep voor Patiëntveiligheid van de Nationale
Begeleidingscommissie voor Ziekenhuisperformantie. Federale overheidsdienst
Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. (2008).
Patiëntveiligheid in actie: het vermijdbare vermijden. Strategische nota
patiëntveiligheid. Geraadpleegd via
http://www.health.belgium.be/eportal/Healthcare/Healthcarefacilities/Patientsafety/
Policy/index.htm
40. Struben, V., & Wagner, C. (2007). De patiëntveiligheidscultuur in ziekenhuizen.
Tijdschrift voor verpleegkundigen, 5, 34-38. Geraadpleegd via http://www.nivel.nl
41.Stuurgroep Veilige zorg, ieders zorg. (2009). Praktijkgids Prospectieve Risico
Inventarisatie (PRI). Geraadpleegd via
http://www.veiligezorgiederszorg.nl/praktijkgids-pri.pdf
42. Thomas, E., Sexton, J., Neilands, T., Frankel, A. & Helmreich, R. (2005). The effect
of executive walk rounds on nurse safety climate attitudes: a randomized trial of
clinical units. BMC health services research. 5 (1), 28. doi:10.1186/1472-6963-5-28
43. Universitair Ziekenhuis Brussel (2011). Beleidsstructuur Verpleegkundig
Departement UZ Brussel. Intern document. Jette, Universitair Ziekenhuis Brussel.
73.
71
44. Universitair ziekenhuisBrussel. (2011). Overleg kwaliteitsverbeteringsproject. Intern
document. Jette, Universitair ziekenhuis Brussel.
45. Van Everdingen, J. (2006). Praktijkboek patiëntveiligheid. Houten: Bohn Stafleu van
Loghum.
46. Verschoor, K., Taylor, A., Northway, T., Hudson, D., Van Stolk, D., Shearer, K., …
Miller, G. (2007). Creating a safety culture at the Children's and Women's Health
Centre of British Columbia. Journal of Pediatric Nursing. 22(1), 81-6.
doi:10.1016/j.pedn.2006.08.012
47. Vincent, C., Taylor-Adams,. S, & Stanhope N. (1998). Framework for analysing risk
and safety in clinical medicine. British Medical Journal, 316(7138), 1154–1157.
Geraadpleegd via http://www.ncbi.nlm.nih.gov
48. Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. (2012). Kwaliteitsindicatoren voor
ziekenhuizen. Geraadpleegd via http://www.zorg-en-gezondheid.be
49. VMS Veiligheidsprogramma. (2009). Praktijkgids Veiligheidsrondes. Geraadpleegd
via
http://vmszorg.nl/Documents/Tools_Extras/Veiligheidssysteem/web_2009.0110_pra
ktijkgids_veiligheidsrondes.pdf
50. Wagner, C., Smits, M., van Wagtendonk, I., Zwaan, L., Lubberding, S., Merten, H.,
& Timmermans, D. (2008). Patiëntveiligheid in Nederland. Oorzaken van incidenten
en onbedoelde schade in ziekenhuizen. Systematische analyse van
incidentmeldingen op afdelingen SEH, chirurgie en interne geneeskunde.
Geraadpleegd via
http://www.vmszorg.nl/Documents/Over%20het%20programma/rapport_oorzakens
tudie_NivelEmgo.pdf
51. Willems, R. (2004). Hier werk je veilig, of je werkt hier niet; Sneller Beter - De
veiligheid in de zorg. Geraadpleegd via
http://www.nvza.nl/uploaddb/downl_object.asp?atoom=4433&VolgNr=27
52. Zimmerman, R., Ip, I., Daniels, C., Smith, T., & Shaver, J. (2008). An evaluation of
patient safety leadership walkarounds. Healthcare Quarterly, 11, 16-20.
Geraadpleegd via http://www.longwoods.com
73
Bijlage I :voorbeeldvragen (VMS Veiligheidsprogramma, 2009)
Voor het aangaan van een gesprek over patiëntveiligheid met medewerkers zijn een aantal
aanknopingspunten geformuleerd:
“Kunt u zich gebeurtenissen herinneren die in de afgelopen dagen hebben geleid tot een
langer verblijf van de patiënt?”
Bijvoorbeeld: afspraken die niet zijn nagekomen, verkeerde medicijnen gegeven, miscommunicatie.
“Hebben er incidenten plaatsgevonden die tot schade bij de patiënten hadden kunnen
leiden?”
Bijvoorbeeld: het verkeerd programmeren van een infuuspomp, pakken van een verkeerde dosis van
een medicijn.
“Zijn er incidenten gebeurd waarvan u denkt dat die tot schade aan de patiënt hebben
geleid?”
Bijvoorbeeld: infecties, chirurgische complicaties, bijwerkingen van medicijnen.
“Is op de afdeling bekend waar de grootste risico’s liggen?”
Zo ja, worden deze besproken tijdens teamoverleggen en overdrachtsmomenten?
“Wordt er over incidenten gesproken tijdens de visites? Worden deze dan geregistreerd in
het incidentmeldingssyteem?”
“Hoe en waar komt informatie over geanalyseerde meldingen terug?”
“Welke omgevingsaspecten kunnen mogelijk leiden tot schade aan de patiënt?”
Bijvoorbeeld: verplaatsing van de patiënt binnen het ziekenhuis, communicatie, informatica- en
computerproblemen.
“Kunt u denken aan situaties waarin het systeem of uw omgeving op een structurele
manier faalt?”
Bijvoorbeeld: niet genoeg informatie beschikbaar hebben, doelen die niet realiseerbaar zijn.
“Is er iets wat ik als manager kan doen om een volgend incident te voorkomen?”
Bijvoorbeeld: meer informatie nodig, meer teamwork.
“Welke specifieke interventie heeft u van uw manager nodig om de zorg voor patiënten
veiliger te maken?”
Bijvoorbeeld: het samenstellen van een multidisciplinaire groep om een probleem te analyseren
“Op welke manier kunnen we nog meer uit de Veiligheidsrondes halen?”
Bijvoorbeeld: vaker informeel overleg, vaker individueel overleg in plaats van groepsdiscussies, het
geven van tijd om problemen te bespreken.
76.
74
Bijlage II :voorbeeld checklist veiligheidsronde (Solberg, 2010)
77.
75
Bijlage III :basisontwerp draaiboek
Draaiboek veiligheidsrondes
78.
76
Draaiboek veiligheidsrondes
1. Definitie
Eenveiligheidsronde is een instrument dat ontwikkeld is om gesprekken, interactie en
feedback tussen ziekenhuismedewerkers en het hoger management op gang te brengen
met betrekking tot patiëntveiligheid en waarbij veiligheidsrondes worden geleid door een
kerngroep van het hoger management die op geregelde tijdstippen verschillende afdelingen
van een ziekenhuis bezoeken (Frankel et al., 2003).
Een veiligheidsronde is een instrument om het hoger management te ondersteunen bij het
uitvoeren van interventies om de patiëntveiligheid te bevorderen en biedt het een kans om
een zichtbaar engagement te tonen door te luisteren naar onderwerpen en problemen
m.b.t. patiëntveiligheid (Frankel en Cavanagh, 2009).
2. Doel
Het verhogen van de patiëntveiligheidscultuur en de patiëntveiligheid.
Mogelijkheden creëren voor het hoger management om oprechte interesse en
betrokkenheid te tonen door het vervullen van een actieve rol in het proces om de
patiëntveiligheid te verbeteren.
Het creëren van een veiligheidsbewustzijn m.b.t. patiëntveiligheid
Een beter inzicht krijgen over de patiëntveiligheid van een afdeling
Ruimte scheppen om van elkaar te leren
Interventies uitvoeren na een zorgvuldige gegevensverzameling en data-analyse
Consequent feedback geven aan het personeel over de gegevensverzameling en de
uitvoering van interventies
79.
77
3. Praktische uitvoering
3.1Datum veiligheidsronde
Dinsdag 22 november 2011.
3.2 Tijdstip
Voormiddag:
Briefing om 10u30, grote vergaderzaal directie.
Start veiligheidsronde om 11u.
Namiddag:
Briefing om 13u30, grote vergaderzaal directie.
Start veiligheidsronde om 14u.
3.3 Aankondiging
Er gebeurt een aankondiging via affiches die 2 weken op voorhand verspreid worden
doorheen het ziekenhuis. Op de affiches staat vermeld dat er veiligheidsrondes zullen
uitgevoerd worden gedurende de periode van 21 november tot 3 december in het kader
van de week van de patiëntveiligheid. Het exacte tijdstip en de verpleegafdelingen waarbij
veiligheidsrondes zullen plaatsvinden wordt niet op voorhand meegedeeld.
Alle hoofdverpleegkundigen worden op de eerstkomende departementsvergaderingen op de
hoogte gebracht dat de veiligheidsrondes zullen plaatsvinden. Het is hun opdracht dit te
kaderen naar de verpleegkundigen toe. Eveneens dient gecommuniceerd te worden dat bij
veiligheidsrondes de klemtoon wordt gelegd op de identificatie van veiligheidsgerelateerde
problemen in een ‘blame free’ cultuur en dat het management verpleegkundigen wil
ondersteunen bij het verbeteren van de patiëntveiligheid.
3.4 Thema veiligheidsronde
Tijdens de veiligheidsrondes op 22 november 2011 zal de focus liggen op
patiëntenidentificatie. Meer concreet zal de aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van
zowel het identificatiebandje van de patiënt als het bedkaartje nagekeken worden. Ook zal
worden nagegaan of het identificatiebandje overeenstemt met het bekaartje van de patiënt.
80.
78
3.5 Managementteams
Volgende personenzullen deel uitmaken van de managementteams:
Naam Functie
Dhr. Ceulemans Paul stafmedewerker directie verpleegkunde -
informatie systeem verpleegkundige
Dhr. De Beukeleer Marc kwaliteitscoördinator - coördinator
patiëntveiligheid
Mevr. De Koster Katelijne diensthoofd verpleegkundige diensten
Dhr. Jacobs Freddy stafmedewerker directie verpleegkunde
Mevr. Scheers Rin stafmedewerker directie verpleegkunde
Mevr. Van hege Sally diensthoofd verpleegkundige diensten
Mevr. Vanschoenwinkel Ria directeur verpleegkunde
Mevr. Verbraeken Nicole ziekenhuishygiënist
81.
79
Volgende indeling werdgemaakt om de managementteams samen te stellen:
Team 1 Team 2 Team 3
Mevr. K. De Koster
Mevr. R. Scheers
Dhr. M. De Beukeleer
Mevr. S. Van hege
Dhr. P. Ceulemans
Mej. M. Symoens
Mevr. R. Vanschoenwinkel
Mevr. N. Verbraeken
Dhr. F. Jacobs
Ziekenhuisafdeling Ziekenhuisafdeling Ziekenhuisafdeling
Om 11u:
EH 52
(trauma en orthopedie)
Om 11u:
Materniteit
Om 11u:
VP44
(gastro – enterologie)
Om 14u:
EH 19
(urologie – gyneacologie)
EH 63
(hartchirurgie)
Om 14u:
K2
(pediatrie)
IZ 13
(intensieve zorgen)
Om 14u:
VP34
(hemato - oncologie)
EH 61
(geriatrie)
Bij de verdeling van de teams werd vermeden dat verantwoordelijken van
verpleegafdelingen bij deze afdelingen een veiligheidsronde hielden en dit om onbewust
subjectief gedrag te vermijden.
82.
80
3.6 Het verloopvan een veiligheidsronde
1. Bij aankomst
Bij aankomst op de verpleegeenheid fungeert de hoofdverpleegkundige als eerste
contactpersoon. Het managementteam stelt zich voor en er wordt een korte uitleg gegeven
over het plaatsvinden van de veiligheidsronde alsook over het doel ervan.
Vervolgens verzameld de hoofdverpleegkundige alle aanwezige verpleegkundigen en wordt
een korte uitleg gegeven over de werking, het doel, de gegevensverzameling en anonieme
verwerking van de gegevens. Nadien duidt de hoofdverpleegkundige in functie van
beschikbaarheid en/of relevantie een verpleegkundige aan die zal deelnemen aan de
veiligheidsronde.
2. Bezoek afdeling
Tijdens de veiligheidsronde zullen, afhankelijk van het thema, verschillende items
nagekeken worden. De bevindingen zullen direct elektronisch worden geregistreerd in een
Excel bestand.
Patiënten die rechtstreeks betrokken worden bij de veiligheidsrondes krijgen een
bedankingskaartje voor hun medewerking.
3. Afsluiten van de veiligheidsronde
Na elke veiligheidsronde wordt een korte samenvatting gegeven over de bevindingen en
resultaten. Ook wordt steeds tijd gemaakt voor feedback om te luisteren naar opmerkingen
vanuit de verpleegeenheden. Tot slot wordt de verpleegeenheid bedankt voor de
medewerking en wordt een bedankingskaartje afgegeven.
83.
81
3.7 Gegevensregistratie -en analyse
Zoals eerder gesteld zal tijdens de veiligheidsrondes op 22 november 2011 de focus liggen
op patiëntenidentificatie. Concreet zal de aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van
zowel het identificatiebandje van de patiënt als het bedkaartje nagekeken worden. Ook zal
worden nagegaan of het identificatiebandje overeenstemt met het bekaartje van de patiënt.
De bevindingen worden onmiddellijk elektronisch geregistreerd in een Excel bestand via
een PC op de visiterende afdeling.
Achtereenvolgens worden volgende items gecontroleerd:
1. De aanwezigheid van het identificatiebandje bij de patiënt.
2. De aanwezigheid van het bedkaartje
3. De leesbaarheid van het identificatiebandje
4. De leesbaarheid van het bedkaartje
5. De correctheid van het identificatiebandje
De correctheid van het identificatiebandje zal worden gecontroleerd d.m.v. actief vragen naar de
naam van de gecontroleerde patiënt (vb. Beste meneer, mevrouw, wat is uw naam?) alsook op
basis van de actuele patiëntenlijst van de verpleegeenheid.
6. De correctheid van het bedkaartje
7. De overeenstemming tussen het identificatiebandje en het bedkaartje
Alle patiënten die op het ogenblik van de veiligheidsronde op de afdeling/kamer zijn,
worden in de meting geïncludeerd. Indien bij een gehospitaliseerde patiënt geen meting
mogelijk is, wordt als score ‘GM’ (geen meting) ingevuld.
Er is geen meting mogelijk in volgende gevallen:
1. Afwezig
2. Status patiënt
3. Taalprobleem (= geen Nederlands, Frans of Engels)
84.
82
4. Aandachtspunten
Belangrijkis dat de veiligheidsrondes gepercipieerd worden in een positieve cultuur,
eerder dan een controle top-down. Deze visie past ook in VIKA waar gestimuleerd
wordt om incidenten/fouten te melden zodat hieruit kan geleerd worden zonder de
vinger te wijzen naar wie de fout gemaakt heeft.
De eerste veiligheidsrondes op dinsdag 22 november 2011 zijn ter kennismaking,
ook om de methodologie te toetsen. Dit dient ook meegedeeld te worden bij de
aanvang van de veiligheidsrondes.
Elk lid van het managementteam draagt een witte schort.
De controle wordt discreet uitgevoerd, rekening houden met de toestand van de
patiënt en eventueel bezoek.
De managementteams blijven steeds samen tijdens de veiligheidsrondes.
Tijdens de briefing wordt afgesproken wie de taak op zich neemt om de bevindingen
elektronisch te registreren.
85.
83
Bijlage IV :bedankingskaartje patiënten (UZ Brussel, 2011)
86.
84
Bijlage V :Bibliotheek veiligheidsrondes (VMS Veiligheidsprogramma, 2009;
Jessa ziekenhuis, 2010; Rode Kruis ziekenhuis, 2010; Solberg, 2010; UZ Brussel, 2011).
87
Bijlage VI :Geoptimaliseerde versie draaiboek
Draaiboek veiligheidsrondes
Machteld Symoens
Master Management en Beleid van de Gezondheidszorg
Vrije Universiteit Brussel
90.
88
Inhoud
1. DEFINITIE ....................................................................................................89
2.DOEL ...........................................................................................................89
3. PRAKTISCHE UITVOERING ..............................................................................90
3.1 Planning ........................................................................................................90
3.2 Het verloop van een veiligheidsronde ................................................................90
3.3 Thema veiligheidsronde ...................................................................................91
3.4 Observatieteams.............................................................................................92
3.5 Gegevensregistratie .....................................................................................903
3.6 Gegevensanalyse- en opvolging........................................................................96
3.7 Aandachtspunten ............................................................................................96
Bijlage I: gedetailleerde planning van de veiligheidsrondes ...........................................97
91.
89
Draaiboek veiligheidsrondes
1. Definitie
Eenveiligheidsronde is een instrument dat ontwikkeld is om gesprekken, interactie en
feedback tussen ziekenhuismedewerkers en het ziekenhuismanagement op gang te
brengen met betrekking tot patiëntveiligheid en waarbij veiligheidsrondes worden geleid
door een kerngroep van het ziekenhuismanagement die op geregelde tijdstippen
verschillende afdelingen van een ziekenhuis bezoeken (Frankel et al., 2003).
Een veiligheidsronde is een instrument om het zieeknhuismanagement te ondersteunen bij
het uitvoeren van interventies om de patiëntveiligheid te bevorderen en biedt het een kans
om een zichtbaar engagement te tonen door te luisteren naar onderwerpen en problemen
m.b.t. patiëntveiligheid (Frankel en Cavanagh, 2009).
2. Doel
Het verhogen van de patiëntveiligheidscultuur en de patiëntveiligheid.
Mogelijkheden creëren voor het hoger management om oprechte interesse en
betrokkenheid te tonen door het vervullen van een actieve rol in het proces om de
patiëntveiligheid te verbeteren.
Het creëren van een veiligheidsbewustzijn m.b.t. patiëntveiligheid
Een beter inzicht krijgen over de patiëntveiligheid van een afdeling
Ruimte scheppen om van elkaar te leren
Interventies uitvoeren na een zorgvuldige gegevensverzameling en data-analyse
Consequent feedback geven aan het personeel over de gegevensverzameling en de
uitvoering van interventies
92.
90
3. Praktische uitvoering
3.1Planning
De veiligheidsrondes gaan begin mei 2012 van start. In een eerste fase (2012) zullen alle
verpleegeenheden éénmaal worden bezocht. Vanaf 2013 zullen alle verpleegeenheden
jaarlijks minstens 2x bezoek krijgen van een observatieteam.
Tijdens de maanden juli en augustus vinden geen veiligheidsrondes plaats.
De veiligheidsrondes worden ingepland op elke eerste donderdag en derde dinsdag van de
maand waarbij telkens 2 verpleegeenheden tussen 11u en 14u zullen bezocht worden.
Een veiligheidsronde duurt maximum 1u30.
Een gedetailleerde planning van de veiligheidsrondes vanaf mei tot december 2012 zit in
bijlage I.
3.2 Het verloop van een veiligheidsronde
Bij aankomst
Bij aankomst op de verpleegeenheid fungeert de hoofdverpleegkundige als eerste
contactpersoon. Het observatieteam stelt zich voor en er wordt een korte uitleg gegeven
over het plaatsvinden van de veiligheidsronde alsook over het doel ervan.
Vervolgens verzameld de hoofdverpleegkundige alle aanwezige verpleegkundigen en wordt
een korte uitleg gegeven over de werking, het doel, de gegevensverzameling en anonieme
verwerking van de gegevens. Nadien duidt de hoofdverpleegkundige in functie van
beschikbaarheid en/of relevantie een verpleegkundige aan die zal deelnemen aan de
veiligheidsronde.
Bezoek afdeling
Tijdens de veiligheidsronde zullen, afhankelijk van het thema, verschillende items
nagekeken worden die geselecteerd zijn uit de bibliotheek veiligheidsrondes. De
bevindingen zullen direct elektronisch worden geregistreerd in een Excel bestand.
Patiënten die rechtstreeks betrokken worden bij de veiligheidsrondes krijgen een
bedankingskaartje voor hun medewerking.
Afsluiten van de veiligheidsronde
Na elke veiligheidsronde wordt een korte samenvatting gegeven over de bevindingen en
resultaten. Ook wordt steeds tijd gemaakt voor feedback om te luisteren naar opmerkingen
vanuit de verpleegeenheden. Tot slot wordt de verpleegeenheid bedankt voor de
medewerking.
93.
91
3.3 Thema veiligheidsronde
Vanuitde ‘bibliotheek veiligheidsrondes’ werden volgende observatie-items geselecteerd:
Observatie-items
Patiëntenkamer Alle patiënten zijn geïdentificeerd door middel van een
polsbandje dat correct en leesbaar is.
Patiëntenkamer De patiëntenbel is binnen het bereik van de (immobiele)
patiënt.
Patiëntenkamer -
ziekenhuishygiëne
Op elke kamer zijn er gevulde alcoholdispensers.
Medicatie De medicatiewagenkast is afgesloten en sleutel is
verwijderd.
Medicatie De decentrale medicatie-noodkast is op slot.
94.
92
3.4 Observatieteams
De samenstellingvan de observatieteams wordt bepaald op basis van een rotatiesysteem
van onderstaande lijst van personen. Een observatieteam bestaat steeds uit drie personen.
Naam Functie
Dhr. Ceulemans Paul stafmedewerker directie verpleegkunde -
informatie systeem verpleegkundige
Dhr. De Beukeleer Marc kwaliteitscoördinator - coördinator
patiëntveiligheid
Mevr. De Koster Katelijne diensthoofd verpleegkundige diensten
Dhr. Jacobs Freddy stafmedewerker directie verpleegkunde
Dhr. Noppen Marc gedelegeerd bestuurder
Mevr. Scheers Rin stafmedewerker directie verpleegkunde
Dr. Schots Jan hoofdgeneesheer – medisch directeur
Dr. Steenssens Laurette medisch directeur
Mevr. Van hege Sally diensthoofd verpleegkundige diensten
Mevr. Vanschoenwinkel Ria directeur verpleegkunde
Mevr. Verbraeken Nicole ziekenhuishygiënist
Dhr. Walravens Maarten stafmedewerker directie
95.
93
3.5 Gegevensregistratie
Alle patiëntendie op het ogenblik van de veiligheidsronde op de afdeling/kamer zijn,
worden in de meting geïncludeerd.
Zoals eerder gesteld zullen volgende items bekeken en onmiddellijk elektronisch
geregistreerd worden in een Excel bestand op de visiterende afdeling:
1. Alle patiënten zijn geïdentificeerd door middel van een polsbandje dat
correct en leesbaar is.
De aanwezigheid, leesbaarheid en correctheid van het identificatiebandje zal bekeken
worden. Deze criteria kunnen gescoord worden door (zie tabel 1):
Ja
Nee
Er is geen meting mogelijk in volgende gevallen:
Afwezigheid (= de patiënt is niet aanwezig op de kamer door bijvoorbeeld een
onderzoek)
Status patiënt (= er kan geen meting plaatsvinden omdat er bijvoorbeeld een
verzorging bezig is)
Taalprobleem (= geen Nederlands, Frans of Engels)
Tabel 1: registratiesysteem identificatiebandje
96.
94
2. De patiëntenbelis binnen het bereik van de (immobiele) patiënt.
De mobiliteit van de patiënt en de bereikbaarheid van de bel zal bekeken worden.
Deze criteria kunnen gescoord worden door (zie tabel 2):
Ja
Nee
Wanneer de patiënt echter afwezig is kan niet bepaald worden of de patiënt al dan niet
mobiel is en of de bel binnen bereik is. Ook wanneer de patiënt wel aanwezig is maar er
bijvoorbeeld een verzorging of toiletbezoek bezig is, kan niet bepaald worden of de patiënt
al dan niet mobiel is en of de bel binnen bereik is. In dit geval wordt de score ‘afwezigheid
patiënt’ of ‘status patiënt’ ingevuld.
Tabel 2: registratiesysteem patiëntenkamer
97.
95
3. Op elkekamer zijn er gevulde alcoholdispensers.
De aanwezigheid van een alcoholdispenser zal bekeken worden alsook of er alcoholgel
aanwezig is in de alcoholdispensers.
Deze criteria kunnen gescoord worden door:
Ja
Nee
4. De medicatiewagenkast is afgesloten en de sleutel is verwijderd.
Volgende criteria zullen bekeken worden: de kast is afgesloten en de sleutel zit niet op de
kast.
Deze criteria kunnen gescoord worden door (zie tabel 3):
Ja
Nee
NVT (= niet van toepassing; er is geen medicatiewagenkast aanwezig of de
medicatiewagenkast is in gebruik)
5. De decentrale medicatie-noodkast is afgesloten.
Volgende criteria zullen bekeken worden: de kast is afgesloten.
Deze criteria kunnen gescoord worden door (zie tabel 3):
Ja
Nee
NVT (= niet van toepassing; er is geen noodkast aanwezig of de noodmedicatiekast is in
gebruik)
Tabel 3 : registratiesysteem medicatie
98.
96
3.6 Gegevensanalyse -opvolging
Zoals eerder gesteld is het de bedoeling dat na afloop van de veiligheidsrondes steeds tijd
gemaakt wordt voor feedback van de bevindingen, voor het bespreken van de mogelijke
aandachtspunten en te luisteren naar opmerkingen vanuit de verpleegeenheden.
Voor de aandachtspunten met een dienstgebonden karakter is het de taak van de
hoofdverpleegkundige om binnen 2 weken na de veiligheidsronde een actieplan met
verbeteracties op te stellen en door te geven aan het desbetreffende verpleegkundig
diensthoofd. Deze heeft de taak om de uitvoering van verbeteracties op te volgen.
Aandachtspunten die inhoudelijk verder reiken dan de eigen dienst worden door het
observatieteam meegenomen ter bespreking in de ‘Werkgroep Veiligheidsrondes’. Mogelijke
verbeteracties die hieruit voortkomen, worden aan de betrokken verpleegeenhe(i)d(en)
gecommuniceerd.
3.7 Aandachtspunten
De observatieteams verzamelen om 10u50 aan de vergaderzaal directie nursing en
vertrekken samen naar de te bezoeken verpleegafdelingen.
Belangrijk is dat de veiligheidsrondes gepercipieerd worden in een positieve cultuur,
eerder dan een controle top-down. Deze visie past ook in VIKA waar gestimuleerd
wordt om incidenten/fouten te melden zodat hieruit kan geleerd worden zonder de
vinger te wijzen naar wie de fout gemaakt heeft.
Elk lid van het observatieteam draagt een witte schort.
De observaties worden discreet uitgevoerd, rekening houden met de toestand van
de patiënt en eventueel bezoek.
De observatieteams blijven steeds samen tijdens de veiligheidsrondes.
Tijdens de briefing wordt afgesproken wie de taak op zich neemt om de bevindingen
elektronisch te registreren.
99.
97
Bijlage I: gedetailleerdeplanning van de veiligheidsrondes
Observatie teamleden
mei/12 jun/12 sep/12 okt/12 nov/12 dec/12
do 3
11u-14u
di 15
11u-14u
do 7
11u-14u
di 19
11u-13u
do 6
11u-14u
di 18
11u-14u
do 4
11u-14u
di 16
11u-14u
do 8
11u-14u
di 20
11u-14u
do 6
11u-14u
di 18
11u-14u
freq./pers.
Mevr. Beeckman Katrien 1 1
Dhr. Ceulemans Paul 1 1 1 3
Dhr. De Beukeleer Marc 1 1 1 3
Mevr. De Koster Katelijne 1 1 1 3
Dhr. Jacobs Freddy 1 1 1 3
Prof. dr. Noppen Marc 1 1 1 3
Mevr. Scheers Rin 1 1 1 3
Dr. Schots Jan 1 1 1 3
Dr. Steenssens Laurette 1 1 1 3
Mevr. Van hege Sally 1 1 1 3
Mevr. Vanschoenwinkel Ria 1 1 1 3
Mevr. Verbraeken Nicole 1 1 1 3
Dhr. Walravens Maarten 1 1 2
Aantal teamleden/ronde 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
Verpleegeenheden
EH51 K1 VP33 EH62
EH64 EH41 VP53 VP54
100.
98
Bijlage VII :Brief engagement ziekenhuismanagement
20 April 2012
Geachte,
Patiëntveiligheid staat in het UZ Brussel centraal. We willen inspelen op vernieuwende
initiatieven die de patiëntveiligheid kunnen verhogen. Daarom start het UZ Brussel met het
uitvoeren van veiligheidsrondes waarbij een observatieteam met leden van het management op
de verpleegeenheden langs komt om de status van patiëntveiligheid gerelateerde facetten vast
te stellen en te bespreken.
De veiligheidsrondes gaan begin mei van start, in een eerste fase (2012) zullen alle
verpleegeenheden éénmaal worden bezocht. Vanaf 2013 zullen alle verpleegeenheden jaarlijks
minstens 2x bezoek krijgen van een observatieteam. Tijdens de maanden juli en augustus
vinden geen veiligheidsrondes plaats.
De veiligheidsrondes worden ingepland op elke eerste donderdag en derde dinsdag van de
maand waarbij telkens 2 verpleegeenheden tussen 11u en 14u zullen bezocht worden.
Tijdens elke veiligheidsronde zal een selectie van verschillende patiëntveiligheid gerelateerde
items worden geobserveerd en nagekeken, deze worden geselecteerd uit een bibliotheek1
. De
bevindingen worden rechtstreeks elektronisch geregistreerd zodat de resultaten ervan
onmiddellijk gekend zijn. Het is dan ook de bedoeling na afloop van de veiligheidsrondes steeds
tijd te maken voor feedback van de bevindingen, voor het bespreken van de mogelijke
aandachtspunten en te luisteren naar opmerkingen vanuit de verpleegeenheden.
Voor de aandachtspunten met een dienstgebonden karakter is het de taak van de
hoofdverpleegkundige om binnen 2 weken na de veiligheidsronde een actieplan met
verbeteracties op te stellen en door te geven aan het desbetreffende diensthoofd.
Aandachtspunten die inhoudelijk verder reiken dan de eigen dienst worden door het
observatieteam meegenomen ter bespreking in de ‘Werkgroep Veiligheidsrondes’.
1
De bibliotheek ‘veiligheidsrondes’ bevat een overzicht van te observeren items die belangrijk zijn voor de
veiligheid van elke patiënt (raadpleegbaar op intranet, onder ‘Patiëntveiligheid’).
101.
99
Mogelijke verbeteracties diehieruit voortkomen, worden aan de betrokken
verpleegeenhe(i)d(en) gecommuniceerd.
Dit project werd eind februari voorgesteld op de Medische Raad, die na een grondige bespreking
haar toestemming en steun heeft gegeven voor de implementatie ervan in het UZ Brussel.
Heel wat lopende initiatieven in het kader van patiëntveiligheid illustreren dat het streven naar
een veilige zorg van de patiënten een bekommernis is van de vele medewerkers. Met dit
initiatief, dat volledig past in de visie van het UZ Brussel, willen we dit streven naar een
patiëntveilige omgeving nog versterken.
We wensen u dan ook nu reeds te bedanken voor uw steun en medewerking aan dit project.
We geven nog graag volgende informatie mee over veiligheidsrondes:
Definitie van Veiligheidsrondes:
Een veiligheidsronde is een instrument dat ontwikkeld is om gesprekken, interactie en feedback
tussen ziekenhuismedewerkers en het management te stimuleren om de patiëntveiligheid te
verbeteren. Veiligheidsrondes worden geleid door een kerngroep van het management die op
geregelde tijdstippen verschillende afdelingen van een ziekenhuis bezoeken met als doel om een
beter inzicht te krijgen over de patiëntveiligheid van een ziekenhuisafdeling. (Frankel et al., 2003).
Waarom?
Het verhogen van de patiëntveiligheidscultuur en de patiëntveiligheid
Een actievere rol van het management stimuleren in het proces om de patiëntveiligheid en
kwaliteit van de zorg te verbeteren
Het creëren van een bewustzijn met betrekking tot patiëntveiligheid
Ruimte scheppen om van elkaar te leren
Door middel van wederzijdse feedback oplossingen zoeken na een zorgvuldige
gegevensverzameling en probleemanalyse
Meer informatie met ondermeer de bibliotheek van te observeren items en het draaiboek van
veiligheidsrondes, kan u vinden op het intranet onder de rubriek ‘Veiligheidsrondes’, hiervoor klikt u
op de intranet homepage op ‘Kwaliteit’, vervolgens op ‘Patiëntveiligheid’.
102
Bijlage X :Observatieschema’s
Afdeling: EH 51
Observatieteam: Mevr. De Koster Katelijne ; Mevr. Scheers Rin ; Dhr. Ceulemans Paul
Duurtijd veiligheidsronde: 45 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
Wanneer het observatieteam vraagt naar de
hoofdverpleegkundige antwoordt een
verpleegkundige dat hij in gesprek zit maar
dat ze hem zal gaan halen.
Non-verbaal:
bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
angstige of ongeruste blikken waar te
nemen.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De hoofdverpleegkundige is in gesprek
maar is meteen bereid om even tijd te
maken. Hij verzamelt alle
verpleegkundigen zodat iedereen kan
luisteren naar de uitleg die het
observatieteam geeft over de werking en
het doel van de veiligheidsrondes. De
hoofdverpleegkundige vraagt aan de
verpleegkundigen wie bereid is om mee te
lopen met de veiligheidsronde. Spontaan
bieden zich twee verpleegkundigen aan.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
105.
103
Tijdens de veiligheidsronde
Hoeverloopt de gegevensregistratie? Omdat twee verpleegkundigen meelopen
met een patiënten-informatieoverzicht, is
het eenvoudig om o.a. te registreren of de
patiënt mobiel is of niet.
Wordt de dagelijkse praktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen
Het einde van de veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Ja, alle verpleegkundigen werden door de
hoofdverpleegkundige terug samen
geroepen in de briefingzaal om de resultaten
te bekijken en mogelijke problemen te
bespreken.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
Ja, patiënten die geen identificatiebandje
bleken te hebben kregen onmiddellijk na de
vaststelling ervan een nieuw. Eveneens
werd geconstateerd dat een patiënt geen
bedkaartje had. Ook dit werd onmiddellijk
rechtgezet door de verpleegkundigen.
Opmerkingen:
Tijdens het feedbackmoment werd aangegeven dat ongeveer 50% van de patiënten
geen identificatiebandje aan heeft wanneer ze terug op de kamer komen een
operatieve ingreep.
Er was een goede medewerking van het verpleegkundig team en er heerste een
ontspannen sfeer. De veiligheidsronde leek niet bedreigend over te komen en een
aantal verpleegkundigen gaven mondeling aan dat ze de uitvoering van
veiligheidsrondes een positief initiatief vonden.
Alle patiënten kregen een bedankingskaartje voor hun deelname aan de
veiligheidsronde. De patiënten reageerden positief wanneer de identificatiebandjes
werden bekeken door o.a. te zeggen: ‘het is goed dat U dat komt doen’.
106.
104
Afdeling: EH 64
Observatieteam:Mevr. De Koster Katelijne ; Mevr. Scheers Rin ; Dhr. Ceulemans Paul
Duurtijd veiligheidsronde: 45 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
er werden geen verbale reacties
waargenomen.
Non-verbaal:
bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
verbaasde of ongeruste blikken waar te
nemen. Quasi alle verpleegkundigen zitten
in de verpleegpost en zijn aan het werken
op de computer of verslagen aan het lezen.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig Neen, maar de adjunct
hoofdverpleegkundige was aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De adjunct hoofdverpleegkundige werd als
eerste aangesproken en was meteen bereid
om zelf mee te lopen met de
veiligheidsronde.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
Tijdens de veiligheidsronde
Hoe verloopt de gegevensregistratie? De gegevensregistratie verliep vlot, mede
omwille van de beschikbaarheid van een
patiënten-informatieoverzicht van de
verpleegkundige waardoor o.a. de mobiliteit
en de status van de patiënt (bijvoorbeeld bij
verzorging of toiletbezoek) vlot kan
geregistreerd worden.
Wordt de dagelijkse praktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen
107.
105
Het einde vande veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Ja, alle verpleegkundigen werden door de
adjunct hoofdverpleegkundige terug samen
geroepen in de briefingzaal om de resultaten
te bekijken en mogelijke problemen te
bespreken.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
Ja. De medicatiewagenkast bleek niet op
slot te zijn. Bij de vaststelling hiervan werd
de medicatiewagenkast meteen
vastgemaakt.
Opmerkingen:
Bij aankomst van het observatieteam werd de adjunct hoofdverpleegkundige
aangesproken over het plaatsvinden van de veiligheidsronde op haar
verpleegafdeling. Hoewel deze hierover geen informatieoverdracht had
doorgekregen via de hoofdverpleegkundige, werd spontaan haar medewerking
verleend bij het uitvoeren van de veiligheidsronde.
Het observatieteam vergat voor de start van de veiligheidsronde om alle
verpleegkundigen bijeen te laten verzamelen, mede omwille van de bereidwillige
medewerking van de adjunct hoofdverpleegkundige. Tijdens de eerste observatie
besefte het observatieteam dat ze de aanwezige verpleegkundigen niet
geïnformeerd hadden over de werking en het doel van veiligheidsrondes. Vervolgens
werd alsnog aan de adjunct hoofdverpleegkundige gevraagd om alle
verpleegkundigen te verzamelen en kreeg iedereen de nodige informatie.
108.
106
Afdeling: K1
Observatieteam: Mevr.Van hege Sally, dhr. De Beukeleer Marc en dhr. Jacobs Freddy
Duurtijd veiligheidsronde: 45 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
Er werden geen verbale reacties
waargenomen.
Non-verbaal:
Bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
angstige of ongeruste blikken waar te
nemen.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig en
stelt voor dat de verpleegkundigen die
aangesteld zijn om een aantal kinderen
specifiek op te volgen, ook meegaan in de
kamer van het desbetreffende kind zodat ze
een vertrouwd gezicht te zien krijgen.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team -
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
Tijdens de veiligheidsronde
Hoe verloopt de gegevensregistratie? Elke verpleegkundige heeft een patiënten-
informatieoverzicht zodat vlot kan
geregistreerd worden (i.f.v. afwezigheden:
in speelkamer of op onderzoek).
De gegevensregistratie verloopt moeizaam
omwille van een upgrade van de laptop aan
het begin van de veiligheidsronde. Gegevens
werden handmatig, schriftelijk genoteerd op
een blanco uitprint van het scoreformulier in
109.
107
Excel en nadienovergetypt ter plekke
wanneer de upgrade voltooid was.
Binnen het observatieteam werd een
persoon aangeduid die de taak om de
gegevens te registreren op zich nam.
Wordt de dagelijkse praktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen, ondanks drukte op de afdeling.
Het einde van de veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Ja, alle verpleegkundigen werden door de
hoofdverpleegkundige terug samen
geroepen in de briefingzaal om de resultaten
te bekijken en mogelijke problemen te
bespreken.
De resultaten werden elektronisch
weergegeven op de laptop zodat alle
verpleegkundigen een duidelijk zicht hebben
op de resultaten.
Het observatieteam gaf voldoende uitleg
over de gegevensopvolging en over de
indeling naar afdelingsgebonden en
dienstoverschrijdende actiepunten. Ook
werd de link naar de veiligheidsrondes
getoond op het intranet en werd uitleg
gegeven bij de informatie die geraadpleegd
kan worden.
Het observatieteam vraagt expliciet aan de
verpleegkundigen of er nog vragen of
opmerkingen zijn. Ook vraagt het
observatieteam naar het al dan niet
bedreigend overkomen door observaties te
doen in hun werkomgeving.
Een aantal verpleegkundigen knikken ‘nee’
en twee verpleegkundigen zeggen expliciet
dat ze geen problemen hebben met de
huidige werkwijze en dat ze het positief
vinden dat er veiligheidsrondes gehouden
worden.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
Ja, de hoofdverpleegkundige zal een
inventaris opmaken van de
verpleegkundigen die nog geen sleutel
hebben van de medicatiekasten.
110.
108
Opmerkingen:
Er kongeen registratie plaatsvinden m.b.t. het binnen bereik zijn van de bel bij niet-
mobiele patiënten omdat op deze afdeling geen bel ter beschikking gesteld wordt
aan de kinderen vanwege hun te jonge leeftijd (tussen 0 en 4 jaar).
Verpleegkundigen zijn steeds beschikbaar en ouders of familie kunnen bellen via een
bel aan de kamerdeur wanneer nodig.
Het verpleegkundig team geeft tijdens de feedback aan dat ongeveer 1 op de 3
patiënten die terugkomen van de dienst IZ geen identificatiebandje meer aan
hebben.
De medicatiekasten bleken niet op slot te zijn en niet alle verpleegkundigen bezitten
over een sleutel van de medicatiekasten.
111.
109
Afdeling: EH 41
Observatieteam:Mevr. Van hege Sally, dhr. De Beukeleer Marc en dhr. Jacobs Freddy
Duurtijd veiligheidsronde: 40 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
er werden geen verbale reacties
waargenomen.
Non-verbaal:
bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
verraste of angstige blikken waar te nemen.
Een aantal verpleegkundigen zitten in de
verpleegpost aan de computer te werken
terwijl andere verpleegkundigen aan het
werk zijn op de afdeling.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De hoofdverpleegkundige werd als eerste
aangesproken en was meteen bereid om
zelf mee te lopen met de veiligheidsronde.
Ze verzamelt alle verpleegkundigen zodat
iedereen kan luisteren naar de uitleg die het
observatieteam geeft over de werking en
het doel van de veiligheidsrondes.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
Tijdens de veiligheidsronde
Hoe verloopt de gegevensregistratie? De gegevensregistratie verliep vlot, mede
omwille van de beschikbaarheid van een
patiënten-informatieoverzicht van de
verpleegkundige waardoor o.a. de mobiliteit
en de status van de patiënt (bijvoorbeeld bij
verzorging of toiletbezoek) vlot kan
112.
110
geregistreerd worden.
Binnen hetobservatieteam werd een
persoon aangeduid die de taak om de
gegevens te registreren op zich nam.
Wordt de dagelijkse praktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen
Het einde van de veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Ja, alle verpleegkundigen werden door de
hoofdverpleegkundige terug samen
geroepen in de briefingzaal om de resultaten
te bekijken en mogelijke problemen te
bespreken.
De resultaten worden elektronisch
weergegeven via een projector zodat alle
verpleegkundigen een duidelijk zicht hebben
op de resultaten.
Het observatieteam gaf voldoende uitleg
over de gegevensopvolging en over de
indeling naar afdelingsgebonden en
dienstoverschrijdende actiepunten. Via de
projector werd de link naar de
veiligheidsrondes getoond op het intranet en
werd uitleg gegeven bij de informatie die
geraadpleegd kan worden.
Het observatieteam vraagt expliciet aan de
verpleegkundigen of er nog vragen of
opmerkingen zijn. Ook vraagt het
observatieteam naar het al dan niet
bedreigend overkomen door observaties te
doen in hun werkomgeving. Een aantal
verpleegkundigen knikken ‘nee’ en twee
verpleegkundigen zeggen expliciet dat ze
geen problemen hebben met de huidige
werkwijze en dat ze het positief vinden dat
er veiligheidsrondes gehouden worden.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
Ja, het verpleegkundig team zal alerter zijn
voor de aanwezigheid van de
identificatiebandjes, zal erop toezien dat
elke niet-mobiele patiënt een bel binnen
bereik heeft en er zal meer op toegezien
worden dat de medicatiewagenkasten
afgesloten zijn.
113.
111
Opmerkingen:
De verpleegkundigengeven aan dat patiënten soms zelf hun identificatiebandje
uitdoen. Ook geven ze aan dat de identificatiebandjes bij sommige mensen snijden
in de huid.
Bij de observatie van de bereikbaarheid van de bel merkt het observatieteam op dat
de bel niet aangesloten is op het belsysteem. De hoofdverpleegkundige sluit
onmiddellijk de bel terug aan en test deze op haar werkzaamheid.
Er was een goede medewerking van het verpleegkundig team en er heerste een
ontspannen sfeer.
114.
112
Afdeling: VP 33
Observatieteam:Mevr. Vanschoenwinkel Ria, mevr. Beeckman Katrien, dr. Schots Jan,
dhr. Jacobs Freddy
Duurtijd veiligheidsronde: 25 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
er werden geen verbale reacties
waargenomen.
Non-verbaal:
bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
verraste of angstige blikken waar te nemen.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De hoofdverpleegkundige werd als eerste
aangesproken en was meteen bereid om
zelf mee te lopen met de veiligheidsronde.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team -
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
-
-
-
Tijdens de veiligheidsronde
Hoe verloopt de gegevensregistratie? De gegevensregistratie verliep vlot, mede
omwille van de beschikbaarheid van een
patiënten-informatieoverzicht van de
hoofdverpleegkundige waardoor o.a. de
mobiliteit en de status van de patiënt
(bijvoorbeeld bij verzorging of toiletbezoek)
vlot kan geregistreerd worden.
Binnen het observatieteam werd een
persoon aangeduid die de taak om de
gegevens te registreren op zich nam.
115.
113
Wordt de dagelijksepraktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen
Het einde van de veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Het verpleegkundig team werd na afloop van
de veiligheidsronde door de
hoofdverpleegkundige samen geroepen in de
briefingzaal om de resultaten te bekijken en
mogelijke problemen te bespreken.
De resultaten werden elektronisch
weergegeven via een projector zodat alle
verpleegkundigen een duidelijk zicht hadden
op de resultaten.
De resultaten werden nadien elektronisch
opgeslaan op de afdeling.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
Het identificatiebandje dat niet leesbaar was
zal asap vervangen worden. Er zal meer op
toegezien worden dat de
medicatiewagenkast afgesloten is en dat de
bellen binnen bereik zijn van niet-mobiele
patiënten.
Opmerkingen:
Verpleegkundigen werd bij het toekomen van het observatieteam niet
bijeengeroepen, het observatieteam stelde zichzelf niet voor bij de aanvang van de
veiligheidsronde.
Bij de feedback werd eerder ingegaan op de resultaten dan het samen zoeken of
bespreken van mogelijke oplossingen of problemen inzake de enkele items die niet
in orde waren.
Het doel, de manier van gegevensverzameling en gegevensopvolging werd niet
besproken.
116.
114
Afdeling: VP 53
Observatieteam:Mevr. Vanschoenwinkel Ria, mevr. Beeckman Katrien, dr. Schots Jan,
dhr. Jacobs Freddy
Duurtijd veiligheidsronde: 30 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
er werden geen verbale reacties
waargenomen.
Non-verbaal:
bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
verraste of angstige blikken waar te nemen.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De hoofdverpleegkundige werd als eerste
aangesproken en was meteen bereid om
zelf mee te lopen met de veiligheidsronde.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team -
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
Tijdens de veiligheidsronde
Hoe verloopt de gegevensregistratie? De gegevensregistratie verliep vlot, mede
omwille van de beschikbaarheid van een
patiënten-informatieoverzicht van de
verpleegkundige waardoor o.a. de mobiliteit
en de status van de patiënt (bijvoorbeeld bij
verzorging of toiletbezoek) vlot kan
geregistreerd worden.
Binnen het observatieteam werd een
persoon aangeduid die de taak om de
gegevens te registreren op zich nam.
Wordt de dagelijkse praktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen
117.
115
Het einde vande veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Het verpleegkundig team werd na afloop van
de veiligheidsronde door de
hoofdverpleegkundige samen geroepen in de
briefingzaal om de resultaten te bekijken en
mogelijke problemen te bespreken. Ook
kregen ze een korte uitleg over het doel, de
gegevensverzameling en de
gegevensopvolging.
Wanneer het observatieteam vraagt of alle
verpleegkundigen op de hoogte zijn van de
invoering van de veiligheidsrondes, knikt
iedereen instemmend. (in het briefinglokaal
hangt de A3 affiche van de veiligheidsrondes
en ook de bibliotheek veiligheidsrondes
hangt aan het magnetisch bord ter inzage).
De resultaten werden elektronisch
weergegeven via een projector zodat alle
verpleegkundigen een duidelijk zicht hebben
op de resultaten.
Het observatieteam vraagt expliciet aan de
verpleegkundigen of er nog vragen of
opmerkingen zijn. De verpleegkundigen
geven aan dat er geen vragen zijn. De
hoofdverpleegkundige sluit af met de
melding dat het observatieteam steeds
welkom is.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
I.v.m. de onbereikbaarheid van de bel bij 3
immobiele patiënten werd besproken om
ofwel een praktische herschikking van de
kamers te overwegen door de nachttafel te
verplaatsen naar de andere kant van het
bed en eventueel de zetel te verplaatsen
zodat de bel wel binnen bereik is en de
bedrading niet te kort is, ofwel bellen te
bestellen bij de technische dienst die een
langere bedrading hebben.
Opmerkingen:
Verpleegkundigen werd bij het toekomen van het observatieteam niet
bijeengeroepen, het observatieteam stelde zichzelf niet voor bij de aanvang van de
veiligheidsronde.
118.
116
Afdeling: EH 62
Observatieteam:Dr. Steenssens Laurette, dhr. Walravens Maarten, mevr. Sally van Hege
(vervanging dhr.De Beukeleer Marc)
Duurtijd veiligheidsronde: 30 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
er werden geen verbale reacties
waargenomen.
Non-verbaal:
bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
verraste of angstige blikken waar te nemen.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De hoofdverpleegkundige werd als eerste
aangesproken. Omwille van een gepland
overleg werd gevraagd aan een
verpleegkundige om deel te nemen aan de
veiligheidsronde.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team -
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
Tijdens de veiligheidsronde
Hoe verloopt de gegevensregistratie? De gegevensregistratie verliep vlot, mede
omwille van de beschikbaarheid van een
patiënten-informatieoverzicht van de
verpleegkundige waardoor o.a. de mobiliteit
en de status van de patiënt (bijvoorbeeld bij
verzorging of toiletbezoek) vlot kan
geregistreerd worden.
Binnen het observatieteam werd een
persoon aangeduid die de taak om de
gegevens te registreren op zich nam.
119.
117
Wordt de dagelijksepraktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen
Het einde van de veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Het verpleegkundig team werd na afloop van
de veiligheidsronde door de
hoofdverpleegkundige samen geroepen in de
briefingzaal om de resultaten te bekijken en
mogelijke problemen te bespreken.
Wanneer het observatieteam vraagt of alle
verpleegkundigen op de hoogte zijn van de
invoering van de veiligheidsrondes, knikt
iedereen instemmend. (in het briefinglokaal
en in de gang hangt de A3 affiche van de
veiligheidsrondes).
Er wordt alsnog een korte uitleg gegeven
over het doel, de gegevensverzameling en
de gegevensopvolging, alsook het
beschikbaar stellen van een aantal
instrumenten op intranet.
De resultaten werden elektronisch
weergegeven en toegelicht via de laptop
zodat alle verpleegkundigen een duidelijk
zicht hadden op de resultaten.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
Aan het verpleegkundig team wordt
gevraagd om alert te blijven dat elke patiënt
een identificatiebandje draagt.
Opmerkingen:
Het verpleegkundig team werd bij het toekomen van het observatieteam niet
bijeengeroepen, het observatieteam stelde zichzelf niet voor aan het verpleegkundig
team bij de aanvang van de veiligheidsronde.
Zowel in het briefinglokaal als in de gang hangt een affiche over de
veiligheidsrondes. Op de tafel van het briefinglokaal ligt de bibliotheek
veiligheidsrondes zodat iedereen kan voorbereid worden op items die kunnen
bekeken worden tijdens ene veiligheidsronde.
Op de medicatiekasten hangt een sticker om de alertheid van de verpleegkundigen
te verhogen m.b.t. het sluiten van de kasten.
120.
118
Afdeling: VP 54
Observatieteam:Dr. Steenssens Laurette, dhr. Walravens Maarten, mevr. Sally van Hege
(vervanging dhr.De Beukeleer Marc)
Duurtijd veiligheidsronde: 30 min.
Voor de start van de veiligheidsronde
Reacties verpleegkundigen bij aankomst Verbaal:
er werden geen verbale reacties
waargenomen.
Non-verbaal:
bij aankomst kijken de verpleegkundigen
naar het observatieteam; er zijn geen
verraste of angstige blikken waar te nemen.
De hoofdverpleegkundige is aanwezig
De hoofdVPK wordt als eerste persoon
aangesproken over het plaatsvinden van de
veiligheidsronde.
De hoofdverpleegkundige werd als eerste
aangesproken en was meteen bereid om
zelf mee te lopen met de veiligheidsronde.
Omdat het voltallig verpleegkundig team
aanwezig is in de briefingzaal, stelt het
observatieteam zich daar kort voor en geeft
de melding dat er een veiligheidsronde zal
gehouden worden.
Het observatieteam stelt zich voor aan het
verpleegkundig team
Het observatieteam geeft een heldere uitleg
over:
1. het doel van de veiligheidsrondes
2. de gegevensverzameling
3. de gegevensopvolging
Tijdens de veiligheidsronde
Hoe verloopt de gegevensregistratie? In het begin van de veiligheidsronde verliep
de registratie moeizaam doordat het de
eerste keer was dat het desbetreffend lid
van het observatieteam deze taak op zich
nam. Zo was er verwarring over het
registreren van de patiënt als ‘afwezig’ en
het leeglaten van het registratieveld bij een
lege kamer.
121.
119
Omwille van debeschikbaarheid van een
patiënten-informatieoverzicht van de
hoofdverpleegkundige, kon o.a. de mobiliteit
en de status van de patiënt (bijvoorbeeld bij
verzorging of toiletbezoek) vlot geregistreerd
worden.
Wordt de dagelijkse praktijkwerking
gehinderd door de uitvoering van de
veiligheidsronde?
Neen
Het einde van de veiligheidsronde
Wordt na afloop van de veiligheidsronde
voldoende tijd gemaakt voor feedback?
Het verpleegkundig team werd na afloop van
de veiligheidsronde door de
hoofdverpleegkundige samen geroepen in de
briefingzaal om de resultaten te bekijken en
mogelijke problemen te bespreken.
Wanneer het observatieteam vraagt of alle
verpleegkundigen op de hoogte zijn van de
invoering van de veiligheidsrondes, knikt
iedereen instemmend. (in het briefinglokaal
en in de gang hangt de A3 affiche van de
veiligheidsrondes).
Er wordt alsnog een korte uitleg gegeven
over het doel, de gegevensverzameling en
de gegevensopvolging, alsook het
beschikbaar stellen van een aantal
instrumenten op intranet.
De resultaten werden elektronisch
weergegeven en toegelicht via de laptop
zodat alle verpleegkundigen een duidelijk
zicht hadden op de resultaten.
De hoofdverpleegkundige en
verpleegkundigen geven aan dat de patiënt
die geen identificatiebandje aan had,
terugkwam van de dienst intensieve zorgen.
Er wordt aangegeven dat bijna alle
patiënten, die getransporteerd werden naar
intensieve zorgen en het OK, terugkeren
zonder identificatiebandje.
Worden er duidelijke afspraken gemaakt
met de hoofdverpleegkundige over de
gegevensopvolging en evt. verbeteracties?
De verpleegkundigen worden er alert op
gemaakt om de bel binnen het bereik te
leggen van patiënten die niet-mobiel zijn (bij
2 niet-mobiele patiënten was de bel niet
binnen bereik).
Het observatieteam geeft aan dat het
probleem met de identificatiebandjes op het
OK en IZ intern zal bekeken worden en dat
er gezocht wordt naar een oplossing.