HET MOEIZAME STREVEN NAAR EEN INCLUSIEF BELEID
De oorsprong van een modewoord 25 jaar geleden : ‘Mijn welzijn niet verkregen kan worden ten koste van de ander of zonder de ander’ Met voorlopers van maatzorg en trajectbegeleiding    Proberen verschillende persoonlijke problematieken aan te pakken Eind jaren 80 : Hele samenleving : Betrokken bij uitwerken van oplossingen  = INCLUSIEF WELZIJNSBELEID
Een paradigma in het armoedebeleid Inclusief beleid: Zorg van armoedebestrijding mag niet ingesloten worden als apart domein.  ( Het moet ‘geïncludeerd’ worden) Een inclusief beleid is er niet voor de armen, maar ontstaat voor hen. Inclusief= Uitsluiting voorkomen & uitsluitingsprocessen stop zetten Moeizame tocht naar inclusief armoedebeleid was ingezet.
De eerste kritieken Kritiek op strategisch gebruik :  Het inclusiviteitsconcept dat op een structureel preventief beleid mikt = Mooi maar vaag  2 inhoudelijke kritieken = -Basisinstituties en sociale voorzieningen : te vaak verward in inclusiviteitsverhaal. -Het overbodig maken van welzijnssector : Leidt tot een geprogrammeerde overbodigheid van de zorg
De eerste wegversmalling Inclusief beleid : PARTICIPATIE Beleidsprioriteit 1997 : Het bestrijden van armoede en het creëren van maximale ontplooiïngskansen Complexe problemen vragen om inclusieve aanpak , zowel op Vlaams als lokale niveau. Inclusiviteit -> Synoniem van geïntegreerd werken over de sectoren heen.
Centraal geïntegreerd? Inclusief beleid volgens VICA : Het armoede beleid wordt opgenomen in het normale beleid. Op vele terreinen tegelijk en samenhangend maatregelen treffen
Lokaal integraal ? Een inclusief lokaal beleid voeren met gemeenten = gemeenten moeten een actieve regisseursrol aanmeten    Ze hebben noch ambitie, noch capaciteit voor regisseursrol.
Preventief ? Tegenstelling tussen harde sectoren en de zachte welzijnssector : Minder benadrukt. Gevolg : Aanzienlijke stijlsverandering in welzijnssector. = ‘ Nieuwe zakelijkheid’
Structureel ? Het beleid kleurt inclusiever door verbeteringen in de aanpak van armoede , maar evenzeer door zwakkere definiëring van de term. Behoefte aan duidelijker operationalisering

Joke Powerpoint[1]

  • 1.
    HET MOEIZAME STREVENNAAR EEN INCLUSIEF BELEID
  • 2.
    De oorsprong vaneen modewoord 25 jaar geleden : ‘Mijn welzijn niet verkregen kan worden ten koste van de ander of zonder de ander’ Met voorlopers van maatzorg en trajectbegeleiding  Proberen verschillende persoonlijke problematieken aan te pakken Eind jaren 80 : Hele samenleving : Betrokken bij uitwerken van oplossingen = INCLUSIEF WELZIJNSBELEID
  • 3.
    Een paradigma inhet armoedebeleid Inclusief beleid: Zorg van armoedebestrijding mag niet ingesloten worden als apart domein. ( Het moet ‘geïncludeerd’ worden) Een inclusief beleid is er niet voor de armen, maar ontstaat voor hen. Inclusief= Uitsluiting voorkomen & uitsluitingsprocessen stop zetten Moeizame tocht naar inclusief armoedebeleid was ingezet.
  • 4.
    De eerste kritiekenKritiek op strategisch gebruik : Het inclusiviteitsconcept dat op een structureel preventief beleid mikt = Mooi maar vaag 2 inhoudelijke kritieken = -Basisinstituties en sociale voorzieningen : te vaak verward in inclusiviteitsverhaal. -Het overbodig maken van welzijnssector : Leidt tot een geprogrammeerde overbodigheid van de zorg
  • 5.
    De eerste wegversmallingInclusief beleid : PARTICIPATIE Beleidsprioriteit 1997 : Het bestrijden van armoede en het creëren van maximale ontplooiïngskansen Complexe problemen vragen om inclusieve aanpak , zowel op Vlaams als lokale niveau. Inclusiviteit -> Synoniem van geïntegreerd werken over de sectoren heen.
  • 6.
    Centraal geïntegreerd? Inclusiefbeleid volgens VICA : Het armoede beleid wordt opgenomen in het normale beleid. Op vele terreinen tegelijk en samenhangend maatregelen treffen
  • 7.
    Lokaal integraal ?Een inclusief lokaal beleid voeren met gemeenten = gemeenten moeten een actieve regisseursrol aanmeten  Ze hebben noch ambitie, noch capaciteit voor regisseursrol.
  • 8.
    Preventief ? Tegenstellingtussen harde sectoren en de zachte welzijnssector : Minder benadrukt. Gevolg : Aanzienlijke stijlsverandering in welzijnssector. = ‘ Nieuwe zakelijkheid’
  • 9.
    Structureel ? Hetbeleid kleurt inclusiever door verbeteringen in de aanpak van armoede , maar evenzeer door zwakkere definiëring van de term. Behoefte aan duidelijker operationalisering