11
Want ik maaku bekend, broeders, dat
het evangelie, hetwelk door mij
verkondigd is, niet is naar de mens.
2
3.
12
Want ik hebhet ook niet van een mens
ontvangen of geleerd, maar door
openbaring van Jezus Christus.
3
4.
1
Paulus, een apostel,niet vanwege
mensen, noch door een mens, maar
door Jezus Christus, en God, de
Vader, die Hem opgewekt heeft uit
de doden...
-Galaten 1-
4
5.
13
Want gij hebtgehoord van mijn
vroegere wandel in het Jodendom...
5
6.
3
Ik ben eenJood, te Tarsus in Cilicie
geboren, doch in deze stad (=Jeruzalem)
opgevoed, aan de voeten van Gamaliel
opgeleid met nauwgezette inachtneming
van de wet onzer vaderen, een ijveraar
voor God evenals gij allen heden zijt.
-Handelingen 22-
6
7.
13
... ik hebde gemeente Gods bovenmate
vervolgd en getracht haar uit te roeien...
7
8.
9
Ik voor mijwas tot de slotsom
gekomen, dat ik tegen de naam van
Jezus, de Nazarener, fel moest
optreden...
-Handelingen 26-
*** 8
9.
10
wat ik danook gedaan heb te
Jeruzalem; en ik heb vele van de heiligen
in gevangenissen opgesloten, waartoe ik
de volmacht van de overpriesters
ontvangen (lett. verkregen) had; en als zij
zouden omgebracht worden, heb ik mijn
stem eraan gegeven.
-Handelingen 26-
*** 9
10.
11
En in allesynagogen trachtte ik hen
dikwijls door toepassing van straffen tot
lastering te dwingen en in tomeloze
woede tegen hen heb ik hen vervolgd, tot
zelfs in de buitenlandse steden.
-Handelingen 26-
***
1
0
11.
14
en in hetJodendom heb ik het verder
gebracht dan vele van (mijn) tijdgenoten
onder mijn volk...
1
1
12.
14
... als hartstochtelijkijveraar voor mijn
voorvaderlijke overleveringen.
hartstochtelijke = lett. extreme(re)
1
2
13.
15
Maar toen hetHem, die mij van de
schoot mijner moeder aan afgezonderd...
1
3
14.
5
Maar nu zegtde HERE, die mij VAN DEVAN DE
MOEDERSCHOOT AAN vormdeMOEDERSCHOOT AAN vormde tot zijn
knecht...
6
Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij
tot een knecht zoudt zijn om de stammen
van Jakob weder op te richten en de
bewaarden van Israel terug te brengen;
Ik stel u tot een licht der volken, opdat
mijn heil reike tot het einde der aarde.
-Jesaja 49- (vergl. Hand.13:47!)
1
4
15.
15
Maar toen hetHem, die mij van de
schoot mijner moeder aan afgezonderd
en door zijn genade geroepen heeft (lett.
roept), behaagd had,
1
5
16.
13
... hoewel ikvroeger
een godslasteraar en een
vervolger en een
geweldenaar was. Maar
mij is ontferming
bewezen (...) 14
en zeer
overvloedig is de
GENADE van onze Here
geweest...
-1Timotheüs 1-
CV: overweldigend
1
6
17.
15
Maar toen hetHem... behaagd had,
16
zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik
Hem onder de heidenen verkondigen
zou...
1
7
18.
7
Maar daarentegen, alszij zagen, dat aan
mij het Evangelie der voorhuidEvangelie der voorhuid
toebetrouwd was, gelijk aan Petrus [dat]
der besnijdenis...
-Galaten 2- (SV)
1
8
19.
16
... opdat ikHem onder de heidenen
verkondigen zou ben ik geen ogenblik te
rade gegaan met vlees en bloed...
1
9
20.
15
En ik zeide:Wie zijt Gij, Here? En de
Here zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt.
16
Maar richt u op en sta op uw voeten;
want hiertoe ben Ik u verschenen om u
aan te wijzen als dienaar en getuige
daarvan, dat gij Mij gezien hebt EN DAT
IK U VERSCHIJNEN ZAL, 17
u verkiezende
uit dit volk en de heidenen, waarheen Ik
u zend...
Handelingen 26
2
0
21.
17
ook ben ikniet naar Jeruzalem gereisd
tot hen, die reeds vóór mij apostelen
waren...
2
1
22.
17
... maar ikben naar Arabië vertrokken
en vandaar naar Damascus teruggekeerd.
2
2
23.
Het woord Hagarbetekent DE BERG SINAÏDE BERG SINAÏ
IN ARABIËIN ARABIË.
Galaten 4:25
Arabië
2
3
24.
18
Daarop ging ikdrie jaar later naar
Jeruzalem, om Kefas te bezoeken , en ik
bleef vijftien dagen bij hem;
te bezoeken=> Grieks: historeo
= lett. te verhalen
CV: to relate my story
2
4
25.
19
en ik zaggeen ander van de apostelen
dan Jakobus, de broeder des Heren.
2
5
26.
20
Wat ik uschrijf, zie, voor het
aangezicht van God, ik lieg niet.
2
6
27.
21
Daarna ben ikgegaan naar de streken
van Syrië en van Cilicië.
2
7
28.
22
En ik wasaan de gemeenten van
Christus in Judea van aanzien onbekend.
2
8
29.
23
Alleen hoorden zijtelkens: hij, die ons
vroeger vervolgde, verkondigt nu het
geloof, dat hij tevoren trachtte uit te
roeien. 24
En zij verheerlijkten God in mij.
2
9