F9
gebed van Salomo:
1Koningen 8:22-53
22,23 lofprijzing – grootheid van God
24-26 gebed op het Woord
27 lofprijzing – grootheid van God
28,29 gebed om geopende ogen en oren
30-49 gebed om luisterend oor
50-51 gebed om vergeving
52 gebed om geopende oren en ogen
53 gebed op het Woord
4.
F9
Het gebeurde indie dagen, dat Hij naar buiten ging,
naar de berg, om te bidden; en Hij bleef heel de nacht
in het gebed van God Lucas 6:12
gebed is uit God:
5.
F9
En toen hetdag was geworden, riep Hij Zijn discipelen bij Zich en
koos er twaalf van hen uit, die Hij ook apostelen noemde:
Lucas 6:13
gevolg is uit God:
6.
F9
niet jullie hebbenMij uitgekozen,
maar Ik heb jullie uitgekozen,
en Ik heb jullie geplaatst
dat jullie zou heengaan en vrucht dragen
Johannes 15:16
vrucht dragen
7.
F9
gebed in deopperzaal
De Heer dankt Vader voor de discipelen
Johannes 17:6-9
8.
F9gebed in deopperzaal – Johannes 17
1-5 6-8 Verheerlijking-Erkenning 24 25-26
9-11 Eenheid 20-23
12-14 (Christus)....Bewaren discipelen (God) 15-19
VERHEERLIJKING VAN DE ZOON
1- Zoon 5
-1 Vader 4
2 Geschenk Eonisch Leven…Doel 3
ERKENNING
6 Naam 26
7-8 Zoon gezonden 25
DISCIPELEN BEWAREN
12-13 Woorden Doel Werken 18-19
14- Gegeven Woord Waarheid 17
-14 Niet van de wereld..... 15-16
9.
F9
Wat zeggen Lucas6:12,13 en Johannes 17:6-9?
* 12 discipelen waren van Vader
* gebed is van God
* de Heer ging in gebed om ze te kiezen
* Hij koos ze uit
* de Vader geeft ze aan de Zoon
Vader
Zoon
gebed/dank
12 discipelen
F9
Mirre = bitterheid lijden (smaak)
Zwart(e) slakschelp = zwart licht (ogen) -
Melkwit – gom/hars = stank dienst/gedrag (neus) -
Wit – wierook = goed aroma (smaak/reuk) - acceptatie G/M
Zout werd toegevoegd – bederfwerend , het lichaam van onze Heer zag
geen bederf. discipline in de dienst
12.
F9Ik dank mijnGod, bij elke herinnering aan jullie, altijd in iedere bede
van mij voor jullie allen met vreugde deze bede uitsprekend…..
Filippenzen 1:3,4
genade dank + vreugde
twee keer (smeek)bede, vanuit de genade
-ontbrekend in Tenach: dank-
genade
13.
F9Ik dank mijnGod……
wegens jullie deelhebben aan het evangelie Filippenzen 1:3-5