Paulus kwam inRome
…..maar schreef deze brief vanuit Korinte
4.
4:23-25 basis vande verzoening
5:1,2 resultaat: vrede met God
5:3-5 niet alleen dat: ook roemen in verdrukkingen
5:6-8 reden: liefde van God in Christus
5:9,10 veel meer: gered van verontwaardiging in Zijn leven
5:11- resultaat: vreugde in God
5:-11 verzoening ontvangen
Romeinen 5:1
Wij dan,gerechtvaardigd uit geloof,
hebben vrede met God
wij: alle gelovigen in deze
tijd van genade
Abram geloofde God,
die de doden opwekt
voorbereidend werk, doorGod in Genesis 2:
IEUE Alueim (de Heer God):
maakte de hemelen en de aarde
had het niet laten regenen op aarde
formeerde de mens uit de bovenste laag van de aarde
blies de adem van de levenden in zijn neus
plantte een hof in Eden
plaatste daarin de mens die Hij formeerde
deed alle geboomte in de hof uitspruiten
et cetera (meer dan 20 werkwoorden)
9.
Adam en Christus:
Adamwas/is type van Christus Rom. 5:14
Adam, 7x genoemd in Paulus’ brieven
Adam zondigde…..
Adam zondigde… endat had
enorme gevolgen
Wij echter, hebben vrede met God....
door onze Heer Jezus Christus
13.
door Wie ookwij toegang (naartoe-leiding) hebben
door het geloof, tot in deze genade, waarin wij staan
- Romeinen 5:2
bescherming (‘bedekking’) Verzoening
14.
Adam zondigde….. Romeinen5:12
wij staan in deze genade Romeinen 5:2
Gods werk, Zijn plan:
door het geloof (van Jezus Christus)
En wij roemenin de verwachting van de
heerlijkheid van God Romeinen 5:2
God spréékt en dat wekt verwachting:
Gods voornemen doet dat en helpt de
evt. apathie/verdoving verdwijnen.
17.
Toch niet alleenzo, maar wij
mogen ook roemen in de
verdrukkingen… Romeinen 5:3
18.
wetend, dat deverdrukking
volharding bewerkt (neer-werkt)…
en volharding beproefdheid,
en beproefdheid verwachting
Romeinen 5:3,4
de volharding van Job
(vijandig benaderd)
Jakobus 5:11
ziende, dat deliefde van God in onze harten
uitgegoten is door heilige geest die ons gegeven is
Romeinen 5:5
de liefde van God doordringt alles wat Hij doet
in Zijn plan – met iedere gelovige
Geloof (vers 1,2)
Verwachting (vers 2,4,5)
Liefde (vers 5)