Welkom
Voorganger ds Sijtsma – van Oeveren
organist Joh. de Vries
Thema: “Ellende, verlossing en
dankbaarheid”
VDD ELB 203
Genade, zo oneindig groot ….
Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
Welkom
Voorganger ds Sijtsma – van Oeveren
organist Joh. de Vries
Thema: “Ellende, verlossing en
dankbaarheid”
P 138 – 1, 3
U loof ik Heer, met ……
Psalm 138 (LvdK) t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 138 (LvdK) t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 138 (LvdK) t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 138 (LvdK) t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
Stil gebed
Votum en Groet
Ere zij de Vader en de Zoon
En de Heilige Geest,
Als in den beginne, nu en immer,
En van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen.
Aanvangstekst
ZG 216 - 1, 2, 3, 5
God lof! Wij zijn genodigd tot
God lof! Wij zijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
God lof! Wij zijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
God lof! Wij zijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
God lof! Wij zijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
Verkort formulier
Als Geloofsbelijdenis
ELB 289 – 1, 2, 3
Ik geloof in God de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
Ik geloof in God de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
Ik geloof in God de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
Ik geloof in God de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
Ik geloof in God de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
Ik geloof in God de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
Viering aan tafel,
rondgang brood en wijn
G 358 – 6
U wil ik danken, grote Levensvorst
Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet (LvdK 358) t. P.D. Kuiper; m. W.H. Monk
Lezen Richteren 2 : 6 t/m 19 HSV
De toestand van Israël
onder de richters
6 Toen Jozua het volk had laten
gaan, waren de Israëlieten
weggegaan, ieder naar zijn erfelijk
bezit, om het land in bezit te
nemen.
7 En het volk diende de HEERE al
de dagen van Jozua en al de dagen
van de oudsten die lang geleefd
hadden na Jozua endie alle grote
daden van de HEERE gezien
hadden, die Hij voor Israël verricht
had.
8 Maar toen Jozua, de zoon van
Nun, de dienaar van de HEERE,
gestorven was, honderdtien jaar
oud,
9 en zij hem begraven hadden in
het gebied dat zijn erfelijk
bezit was, in Timnath-Heres, op
een berg van Efraïm, ten noorden
van de berg Gaäs,
10 en ook heel die generatie met
zijn vaderen verenigd was, stond
er na hen een andere generatie op,
die de HEERE niet kende, en
evenmin de daden die Hij voor
Israël verricht had.
11 Toen deden de Israëlieten wat
slecht was in de ogen van de
HEERE en zij dienden de Baäls.
2 Zij verlieten de HEERE, de God
van hun vaderen, Die hen uit het
land Egypte had geleid, en gingen
achter andere goden aan, goden
van de volken die rondom hen
woonden. Zij bogen zich voor hen
neer en verwekten de HEERE tot
toorn.
13 Want zij verlieten de HEERE en
dienden de Baäl en de Astartes.
14 Toen ontbrandde de toorn van
de HEERE tegen Israël en Hij gaf
hen over in de hand van
plunderaars, die hen
plunderden. Hij leverde hen over
in de hand van hun vijanden van
rondom, zodat zij niet meer konden
standhouden tegen hun vijanden.
15 Overal waarheen zij uittrokken,
was de hand van de HEERE tegen
hen, ten kwade, zoals de HEERE
gesproken en zoals de HEERE hun
gezworen had. Zij zaten zeer in het
nauw.
16 En de HEERE deed richters
opstaan, die hen verlosten uit de
hand van hen die hen plunderden.
17 Zij luisterden echter ook niet
naar hun richters, maar gingen als
in hoererij achter andere goden
aan en bogen zich voor hen
neer. Al snel waren zij afgeweken
van de weg die hun vaderen
gegaan waren, toen die luisterden
naar de geboden van de HEERE. Zíj
deden zo niet. 18 En wanneer de
HEERE voor hen richters liet
opstaan, was de HEERE met de
richter en verloste Hij hen uit de
hand van hun vijanden,
al de dagen van de richter,
want het berouwde de HEERE
vanwege hun gekerm over hen
die hen onderdrukten en die
hen in het nauw brachten.
19 Maar bij het sterven van de
richter gebeurde het dat zij
zich weer afkeerden
en nog verderfelijker handelden dan hun
vaderen, door achter andere goden aan te
gaan, die te dienen en zich daarvoor neer
te buigen. Zij gaven geen van hun daden
op en evenmin hun halsstarrige
levenswandel.
Opw 170
De hemel juicht
De hemel juicht (EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
De hemel juicht (EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
De hemel juicht (EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
De hemel juicht (EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
Ellende, verlossing en
dankbaarheid
G 481 – 1, 2, 4
O grote God die liefde zijt
O grote God die liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
O grote God die liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
O grote God die liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
O grote God die liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
O grote God die liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
O grote God die liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
Dankgebed en
voorbeden
Collecte
1ste diaconie
2de eigen gemeente
Slotlied G 44 – 1, 2, 3
Dankt, dankt nu allen God
Dankt, dankt nu allen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
Dankt, dankt nu allen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
Dankt, dankt nu allen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
Dankt, dankt nu allen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
Dankt, dankt nu allen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
Dankt, dankt nu allen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
Zegen,
en daarna
“God lof! Wij zijn genodigd tot
God lof! Wij zijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
Ellende, verlossing en dankbaarheid

Ellende, verlossing en dankbaarheid

  • 1.
    Welkom Voorganger ds Sijtsma– van Oeveren organist Joh. de Vries Thema: “Ellende, verlossing en dankbaarheid”
  • 2.
    VDD ELB 203 Genade,zo oneindig groot ….
  • 3.
    Genade, zo oneindiggroot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  • 4.
    Genade, zo oneindiggroot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  • 5.
    Genade, zo oneindiggroot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  • 6.
    Genade, zo oneindiggroot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  • 7.
    Welkom Voorganger ds Sijtsma– van Oeveren organist Joh. de Vries Thema: “Ellende, verlossing en dankbaarheid”
  • 8.
    P 138 –1, 3 U loof ik Heer, met ……
  • 9.
    Psalm 138 (LvdK)t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
  • 10.
    Psalm 138 (LvdK)t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
  • 11.
    Psalm 138 (LvdK)t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
  • 12.
    Psalm 138 (LvdK)t. W. Barnard; m. 1543 / Genève 1551
  • 13.
    Stil gebed Votum enGroet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  • 14.
    Aanvangstekst ZG 216 -1, 2, 3, 5 God lof! Wij zijn genodigd tot
  • 15.
    God lof! Wijzijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
  • 16.
    God lof! Wijzijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
  • 17.
    God lof! Wijzijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
  • 18.
    God lof! Wijzijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland
  • 19.
  • 20.
  • 21.
    Ik geloof inGod de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
  • 22.
    Ik geloof inGod de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
  • 23.
    Ik geloof inGod de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
  • 24.
    Ik geloof inGod de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
  • 25.
    Ik geloof inGod de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
  • 26.
    Ik geloof inGod de Vader (EL 289) t. J.R. Zijlstra; m. J. Zundel
  • 27.
  • 28.
    G 358 –6 U wil ik danken, grote Levensvorst
  • 29.
    Genadig Heer, dieal mijn zwakheid weet (LvdK 358) t. P.D. Kuiper; m. W.H. Monk
  • 30.
    Lezen Richteren 2: 6 t/m 19 HSV De toestand van Israël onder de richters
  • 31.
    6 Toen Jozuahet volk had laten gaan, waren de Israëlieten weggegaan, ieder naar zijn erfelijk bezit, om het land in bezit te nemen. 7 En het volk diende de HEERE al de dagen van Jozua en al de dagen van de oudsten die lang geleefd hadden na Jozua endie alle grote daden van de HEERE gezien hadden, die Hij voor Israël verricht had.
  • 32.
    8 Maar toenJozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEERE, gestorven was, honderdtien jaar oud, 9 en zij hem begraven hadden in het gebied dat zijn erfelijk bezit was, in Timnath-Heres, op een berg van Efraïm, ten noorden van de berg Gaäs,
  • 33.
    10 en ookheel die generatie met zijn vaderen verenigd was, stond er na hen een andere generatie op, die de HEERE niet kende, en evenmin de daden die Hij voor Israël verricht had. 11 Toen deden de Israëlieten wat slecht was in de ogen van de HEERE en zij dienden de Baäls.
  • 34.
    2 Zij verlietende HEERE, de God van hun vaderen, Die hen uit het land Egypte had geleid, en gingen achter andere goden aan, goden van de volken die rondom hen woonden. Zij bogen zich voor hen neer en verwekten de HEERE tot toorn. 13 Want zij verlieten de HEERE en dienden de Baäl en de Astartes.
  • 35.
    14 Toen ontbranddede toorn van de HEERE tegen Israël en Hij gaf hen over in de hand van plunderaars, die hen plunderden. Hij leverde hen over in de hand van hun vijanden van rondom, zodat zij niet meer konden standhouden tegen hun vijanden.
  • 36.
    15 Overal waarheenzij uittrokken, was de hand van de HEERE tegen hen, ten kwade, zoals de HEERE gesproken en zoals de HEERE hun gezworen had. Zij zaten zeer in het nauw. 16 En de HEERE deed richters opstaan, die hen verlosten uit de hand van hen die hen plunderden.
  • 37.
    17 Zij luisterdenechter ook niet naar hun richters, maar gingen als in hoererij achter andere goden aan en bogen zich voor hen neer. Al snel waren zij afgeweken van de weg die hun vaderen gegaan waren, toen die luisterden naar de geboden van de HEERE. Zíj deden zo niet. 18 En wanneer de HEERE voor hen richters liet opstaan, was de HEERE met de richter en verloste Hij hen uit de hand van hun vijanden,
  • 38.
    al de dagenvan de richter, want het berouwde de HEERE vanwege hun gekerm over hen die hen onderdrukten en die hen in het nauw brachten. 19 Maar bij het sterven van de richter gebeurde het dat zij zich weer afkeerden
  • 39.
    en nog verderfelijkerhandelden dan hun vaderen, door achter andere goden aan te gaan, die te dienen en zich daarvoor neer te buigen. Zij gaven geen van hun daden op en evenmin hun halsstarrige levenswandel.
  • 40.
  • 41.
    De hemel juicht(EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
  • 42.
    De hemel juicht(EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
  • 43.
    De hemel juicht(EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
  • 44.
    De hemel juicht(EL 123) t. & m. N. & T. Richards; v. E. Zuiderveld
  • 45.
  • 46.
    G 481 –1, 2, 4 O grote God die liefde zijt
  • 47.
    O grote Goddie liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
  • 48.
    O grote Goddie liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
  • 49.
    O grote Goddie liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
  • 50.
    O grote Goddie liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
  • 51.
    O grote Goddie liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
  • 52.
    O grote Goddie liefde zijt (LvdK 481) t. J. Wit; m. J. Schop
  • 53.
  • 54.
  • 55.
    Slotlied G 44– 1, 2, 3 Dankt, dankt nu allen God
  • 56.
    Dankt, dankt nuallen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
  • 57.
    Dankt, dankt nuallen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
  • 58.
    Dankt, dankt nuallen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
  • 59.
    Dankt, dankt nuallen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
  • 60.
    Dankt, dankt nuallen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
  • 61.
    Dankt, dankt nuallen God (LvdK 44) t. M. Rinckert; v. J. Wit; m. J. Crüger
  • 62.
    Zegen, en daarna “God lof!Wij zijn genodigd tot
  • 63.
    God lof! Wijzijn genodigd tot (ZG 216) t. A.F. Troost; m. anoniem, Engeland