Clusteren
Sake Jan Velthuis
Inhoud
• wat is het?
• hoe moet dat?
Clusteren
Je begrijpt de wereld doordat je de entiteiten die het bevat relateert aan elkaar door
middel van hun verschillen en overeenkomsten. (Tyron & Bailey, 1970)
Clusteren is het proces van categorievorming van entiteiten en het toekennen van
individuen aan de juiste groep. (Rokach, 2002)
Clusteren
• Door clusters te maken vereenvoudig je de wereld
waardoor je minder hoeft na te denken.
• Je creëert orde in de chaos.
Kenmerken
• Homogeen van binnen (overeenkomsten binnen het cluster zijn
groot)
• Heterogeen van buiten (verschillen met andere clusters zijn groot)
• Bij goede clustering is de kans op toewijzen van een verkeerd
individu aan de groep klein, maar zijn er voldoende clusters om
het begrijpelijk te houden.
Opdracht
• Ga in groepen van 3 personen de verkregen
puzzelstukjes clusteren. Beschrijf op basis waarvan je
clusters hebt gemaakt (onderscheidingsprincipe).
Methoden
• Er zijn 2 hoofdgroepen clustermethodes (Farley & Raferty, 1998)
• Hiërarchische methodes
• partitionerende methodes
Hiërarchische methodes
• Top-Down: Alle objecten behoren in eerste instantie tot 1
cluster, daarna wordt deze onderverdeeld in meerdere sub-
groepen. De subgroepen worden vervolgens onderverdeeld
in sub-subgroepen.
• Bottom - Up: Alle objecten zijn een eigen cluster en worden
daarna samengevoegd tot clusters, die op hun beurt weer
worden samengevoegd.
construeren van clusters door ze recursief te partitioneren tot
een gewenste structuur is bereikt
Hiërarchische methodes
Opdracht
• maak van je opleidingsspecifieke competenties
gebruik van een top-down approach en een
bottum-up approach. Creëer nieuwe subgroepen
en clusters.
Partitionerende Methode
• De bedoeling is om de onderdelen in te delen bij
de groep waar ze het beste thuishoren.
De individuele onderdelen worden toegekend aan
een vooraf bepaalde partitionering (organisatie van
clusters)
Opdracht
• Deel de verkregen lijst van mogelijke competenties
in bij de groepen van de toetsmatrijs van de minor.
Creëer binnen die groepen subgroepen.

Clusteren

  • 1.
  • 2.
    Inhoud • wat ishet? • hoe moet dat?
  • 3.
    Clusteren Je begrijpt dewereld doordat je de entiteiten die het bevat relateert aan elkaar door middel van hun verschillen en overeenkomsten. (Tyron & Bailey, 1970) Clusteren is het proces van categorievorming van entiteiten en het toekennen van individuen aan de juiste groep. (Rokach, 2002)
  • 4.
    Clusteren • Door clusterste maken vereenvoudig je de wereld waardoor je minder hoeft na te denken. • Je creëert orde in de chaos.
  • 5.
    Kenmerken • Homogeen vanbinnen (overeenkomsten binnen het cluster zijn groot) • Heterogeen van buiten (verschillen met andere clusters zijn groot) • Bij goede clustering is de kans op toewijzen van een verkeerd individu aan de groep klein, maar zijn er voldoende clusters om het begrijpelijk te houden.
  • 6.
    Opdracht • Ga ingroepen van 3 personen de verkregen puzzelstukjes clusteren. Beschrijf op basis waarvan je clusters hebt gemaakt (onderscheidingsprincipe).
  • 7.
    Methoden • Er zijn2 hoofdgroepen clustermethodes (Farley & Raferty, 1998) • Hiërarchische methodes • partitionerende methodes
  • 8.
    Hiërarchische methodes • Top-Down:Alle objecten behoren in eerste instantie tot 1 cluster, daarna wordt deze onderverdeeld in meerdere sub- groepen. De subgroepen worden vervolgens onderverdeeld in sub-subgroepen. • Bottom - Up: Alle objecten zijn een eigen cluster en worden daarna samengevoegd tot clusters, die op hun beurt weer worden samengevoegd. construeren van clusters door ze recursief te partitioneren tot een gewenste structuur is bereikt
  • 9.
  • 10.
    Opdracht • maak vanje opleidingsspecifieke competenties gebruik van een top-down approach en een bottum-up approach. Creëer nieuwe subgroepen en clusters.
  • 11.
    Partitionerende Methode • Debedoeling is om de onderdelen in te delen bij de groep waar ze het beste thuishoren. De individuele onderdelen worden toegekend aan een vooraf bepaalde partitionering (organisatie van clusters)
  • 12.
    Opdracht • Deel deverkregen lijst van mogelijke competenties in bij de groepen van de toetsmatrijs van de minor. Creëer binnen die groepen subgroepen.