K4 M Manual

6,602 views
6,375 views

Published on

Published in: Travel, Business
1 Comment
1 Like
Statistics
Notes
  • merci merci merci :D echt handig thx
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
No Downloads
Views
Total views
6,602
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
10
Actions
Shares
0
Downloads
182
Comments
1
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

K4 M Manual

  1. 1. S.M. 3069A CB0H - CB0T BIJZONDERHEDEN CLIO MET MOTORTYPE K4M Raadpleeg MR 337voor de onderwerpen die hier niet beschreven worden. 77 11 202 679 OCTOBER 1998 Edition néerlandaise Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Régie Nationale des Usines De door de konstrukteur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit Renault SA . document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen gel- Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document eve- dend op het tijdstip dat dit boekwerk werd samengesteld. nals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de konstrukteur aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen tussentijds konstruktiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft schriftelijke toestemming van Régie Nationale des Usines Renault SA. aangebracht. C RENAULT 1998
  2. 2. Inhoud Blz. Blz. 07 AFSTELWAARDEN EN GEGEVENS 13 BRANDSTOFTOEVOER Inhouden - Soorten 07-1 Inspuitstukken 13-1 Spannen aandrijfriem hulporganen 07-3 Benzinedruk 13-2 Spannen distributieriem 07-5 Anti-dampbelsysteem 13-3 Vastzetten kopbouten 07-13 Bodemhoogte 07-14 Banden - wielen 07-15 Remdrukbegrenzer 07-16 Remmen 07-17 14 ANTI-LUCHTVERONTREINIGING Controlewaarden voortreinhoeken 07-18 Benzinedampabsorptiesysteem 14-1 Controlewaarden achtertrein- Carterventilatie 14-5 hoeken 07-19 16 STARTEN - LADEN 10 MOTOR EN ONDERZIJDE Dynamo 16-1 Startmotor 16-3 Identificatie 10-1 Oliedruk 10-2 Motor - Versnelingsbak 10-3 Carterpan 10-9 17 ONTSTEKING EN INSPUITING Steunplaat 10-12 Statische ontsteking 17-1 Algemeen 17-2 Plaats van de onderdelen 17-3 11 CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Bijzonderheden sequentiële inspui- ting 17-5 Distributieriem 11-1 Startvergrendelingsfunctie 17-7 Koppakking 11-5 Wisselwerking met airconditioning 17-8 Correctie stationair toerental 17-9 Adaptieve correctie stationair toe- rental 17-10 12 INLAATSPRUITSTUK - Mengselregeling 17-11 SMOORKLEPHUIS Adaptieve mengselcorrectie 17-13 Lamda sondes 17-16 Gegevens 12-1 Centrale regeling koelvloeistoftem- Demper inlaatluchtcircuit 12-4 peratuur 17-17 Inlaatluchttoevoer 12-5 Aansluitingen rekeneenheid 17-20 Smoorklephuis / actuator stationair Elektrisch schema 17-21 toerental 12-6 Inlaatspruitstuk 12-7 Beugel inspuitstukhouder 12-8 Uitlaatspruistuk 12-10
  3. 3. Inhoud Blz. Blz. 17 ONTSTEKING - INSPUITING (vervolg) 21 VERSNELLINGSBAK Storing Zoeken Identificatie 21-1 Storing Zoeken - Inleiding 17-23 Overbrengingsverhoudingen 21-2 Storing Zoeken - Storingsvlakjes 17-27 Inhoud - smeermiddelen 21-3 Storing Zoeken - Conformiteits- 17-88 Producten 21-4 controle Systematisch te vervangen onderde- Storing Zoeken - Toestand vlakjes 17-98 len 21-4 Storing Zoeken - Parameters 17-105 Bijzonderheden 21-5 Storing Zoeken - Stuursignalen 17-113 Storing Zoeken - Klachten 17-115 Storing Zoeken - Zoekschema’s 17-116 36 STUURINRICHTING Stuurbekrachtigingspomp 36-1 19 KOELSYSTEEM - MOTOROPHANGING 62 AIRCONDITIONING Vullen - ontluchten 19-1 Schematische voorstelling 19-2 Algemeen 62-1 Waterpomp 19-3 Compressor 62-2 Pendelophanging 19-5 Condensor 62-3 Ontlastventiel 62-4 Waterafscheider 62-5 Airco-leidingen 62-6 20 KOPPELING Drukgroep - Koppelingsplaat 20-1 Vliegwiel 20-4
  4. 4. GEGEVENS EN AFSTELWAARDEN Inhouden - soorten 07 Inhoud Orgaan in liters Oliesoort bij benadering * Motorblok Bij verversen EEG & Turkije (olie) BENZINE - 15 °C - 30 °C - 20 °C - 10 °C 0 °C + 10 °C + 20 °C + 30 °C ACEA A2/A3 15W40-15W50 ACEA A1*/A2/A3 10W30-10W40-10W50 ACEA A1*/A2/A3 0W30-5W30 ACEA A1*/A2/A3 0W40-5W40-5W50 Norm ACEA A1-98 * Olie voor zuinig rijden 4,25 K4M 4,75 (1) OVERIGE LANDEN De volgende specificaties gelden indien de voor Europa voor- geschreven oliesoorten niet voorhanden zijn: BENZINE - 15 °C - 30 °C - 20 °C - 10 °C 0 °C + 10 °C + 20 °C + 30 °C API SH/SJ 15W40-15W50 API SH/SJ 10W40-10W50 API SH/SJ 10W30 API SH/SJ 5W30 API SH/SJ 5W40-5W50 Olie voor zuinig rijden: Norm API SJ-IL SAC GF2 * Bijvullen m.b.v. peilstaaf (1) bij vervangen oliefilter 07-1
  5. 5. GEGEVENS EN AFSTELWAARDEN Inhouden - soorten 07 Inhoud in Orgaan Oliesoort Bijzonderheden liters Versnellingsbak Alle landen: TRANSELF TRX 75 W 80 W 3,4 JB3 (Norm API GL5 of MIL-L 2105 G of D) Bescherming tot - 20 °C ± 2 °C voor gematigd en Koelcircuit Glacéol RX koud klimaat. K4M 6,2 (type D) Bescherming tot - 37 °C ± 2 °C voor zeer koude landen 07-2
  6. 6. MET AIRCO GEGEVENS EN AFSTELWAARDEN Spanning aandrijfriem hulporganen 07 UITBOUWEN DYNAMO, STUURBEKRACHTIGINGSPOMP EN AIRCONDITIONINGSCOMPRESSOR Plaats de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los. Verwijder : - de spatplaat in de rechter wielkuip, - de grille, - de koplamp rechts voor. Draai met een verzette ringsleutel van 13 mm de automatische riemspanner in de hieronder aange- geven richting. Zet de spanrol vast met een in- bussleutel (1) van 6 mm. 14976R A Krukas B Airco-compressor C Dynamo D Stuurbekrachtigingspomp E Geleiderol T Automatische spanrol INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbou- wen. 14494-3R 07-3
  7. 7. ZONDER AIRCO WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spanning aandrijfriem hulporganen 07 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 1273 Riemspannningsmeter DYNAMO EN STUURBEKRACHTIGING 14977R 14888R Het spannen van de riem gebeurt met behulp van N.B.: De hulporganen-aandrijfriem heeft vier de bout (1) (met de twee bevestigingsbouten van groeven, terwijl de poelies op de krukas en de de spanrol losgedraaid). Vervolgens zet u de moer stuurbekrachtigingspomp er vijf hebben; let er (2) vast. bij het monteren op dat de BUITENSTE groef op beide poelies vrij blijft (E) . Aandrijfriem Riemspanning stuurbekrachti- (US = SEEM-eenheid) gingspomp Bij montage 108 ± 6 Min. werkspanning 60 A Krukas B Stuurbekrachtigingspomp C Dynamo T Spanrol → Controlepunt riemspanning 07-4
  8. 8. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spanning distributieriem 07 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 799 -01 Blokkeergereedschap distributiepoelies Mot. 1368 Aantrekgereedschap geleiderol distributie Mot. 1489 BDP-stift Mot. 1490 Blokkeergereedschap nokkenaspoelies Mot. 1496 Blokkeergereedschap nokkenassen ONMISBAAR GEREEDSCHAP Hoekverdraaisleutel Er zijn twee methodes voor het afstellen van de Plaats Mot. 1496 en zet het vast over de einden distributie. van de nokkenas. De eerste methode gebruikt u na het vervangen van enig onderdeel aan de voorzijde van de distri- butie waarvoor het niet nodig is geweest een of twee nokkenaspoelie(s) los te draaien. Afstellen van de distributie LET OP: het is van groot belang dat u het einde van de krukas, de boring in de poelie en de raak- vlakken tussen krukas en poelie grondig ontvet om motorschade te voorkomen als gevolg van het slippen van de poelie op de krukas. Plaats de inkepingen op de nokkenassen met be- hulp van Mot. 799-01 zoals hieronder is getekend. 14928R 14490S 07-5
  9. 9. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spannen distributieriem 07 Controleer of de krukas goed tegen de BDP-stift Aanbrengen van de riem Mot. 1489 aanligt (groef (5) van de krukas wijst omhoog). Bij het vervangen van de distributieriem moeten de spanrollen en de distributierol worden vervan- gen. Controleer bij montage van de spanrol of de nok goed in de groef (A) valt. 14489R 14505-1R2 14487-1R1 07-6
  10. 10. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spannen distributieriem 07 Monteer: Spannen van de riem - de distributieriem, - de spanrol en zet de bevestigingsbout vast met Verdraai de draaibare wijzer (A’) van de spanrol 7 Mot. 1368 met een koppel van 4,5 daN.m), tot 8 mm ten opzichte van de vaste wijzer (7) met behulp van een inbussleutel van 6 mm (in B). N.B.: stand (A) is de ruststand van de draaibare wijzer. 14487-2R N.B.: 14505-4R1 - de bout van de krukaspoelie van de aandrijf- riem hulporganen is opnieuw te gebruiken als Span de moer van de spanrol voor met 0,7 daN.m. de lengte onder de kop gemeten niet groter is dan 49,1 mm, anders moet u hem vervangen, Zet de bout van de krukaspoelie vast met 2 daN.m - smeer een nieuwe poeliebout niet met olie. en daarna over een hoek van 135° ± 15° (krukas Een gebruikte bout moet echter beslist met olie steunt op BDP-stift). worden gesmeerd. Verwijder het nokkenas-afstelgereedschap Mot. 1496 en BDP-stift Mot. 1489 . Draai de krukas twee omwentelingen rechtsom (distributiezijde), en schroef voor het einde van de tweede omwenteling de BDP-stift Mot. 1489 in het motorblok en draai de krukas langzaam en zonder schokken tegen de stift. Verwijder de BDP-stift. Houd de spanrol met een 6 mm inbussleutel tegen en draai de moer van de spanrol maximaal een omwenteling los Breng de draaibare wijzer in lijn met de vaste wij- zer en zet de moer definitief vast met 2,7 daN.m. 07-7
  11. 11. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spannen distributieriem 07 Controle van de spanning en van de afstelling Controle van de spanning Draai de krukas twee omwentelingen rechtsom (distributiezijde), en schroef voor het einde van de tweede omwenteling de BDP-stift Mot. 1489 in het motorblok en draai de krukas langzaam en zonder schokken tegen de stift. Verwijder de BDP-stift. Controleer of de wijzers van de spanrol in lijn lig- gen, herhaal anders de spanprocedure. Controle van de afstelling Controleer, voordat u de afstelling van de distri- 14490S butie controleert, of de wijzers van de spanrol in lijn liggen. Schroef de BDP-stift Mot. 1489 in het motorblok en draai de krukas langzaam en zonder schokken tegen de stift. Plaats (zonder forceren) het nokkenas-afstelge- reedschap Mot. 1496: de inkepingen in de nok- kenassen moeten horizontaal liggen. Als het ge- reedschap niet goed past, moet u de distributie en de riemspanning opnieuw afstellen. 14928R 07-8
  12. 12. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spannen distributieriem 07 De tweede methode gebruikt u na het vervangen Plaats Mot. 1496 en zet het vast over de einden van enig onderdeel aan de voorzijde van de dis- van de nokkenas. tributie waarvoor het nodig is geweest een of beide nokkenaspoelie(s) los te draaien. Afstellen van de distributie LET OP: het is van groot belang dat u het einde van de krukas en de nokkenas(sen), de boring in de poelies en de raakvlakken tussen krukas en poelie en nokkenas en poelie grondig ontvet om motorschade te voorkomen als gevolg van het slippen van de poelie op de krukas of de nokken- as. Draai de inkepingen van de nokkenassen zoals hieronder is getekend, door de nokkenassen te verdraaien met behulp van de oude poeliemoeren op de schroefdraad op de nokkenassen. 14928R Plaats de nokkenaspoelies en draai de (verplicht nieuwe) moeren vast tot op 0,5 tot 1 mm van de poelie. Controleer of de krukas goed tegen de BDP-stift Mot. 1489 aanligt (groef (5) van de krukas wijst omhoog). 14490S 14489R 07-9
  13. 13. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spannen distributieriem 07 Controleer bij montage of de nok van de spanrol Bij het vervangen van de distributieriem moeten goed in de groef (A) valt. de spanrollen en de distributierol worden vervan- gen. Draai de nokkenaspoelies zo dat de spaken met het Renault-logo vertikaal omhoog wijzen (A), leg distributieriem over de nokkenaspoelies en mon- teer het poelieblokkeergereedschap Mot. 1490 (zet Mot. 1490 vast in de bevestigingsgaten voor het distributiedeksel). 14505-1R2 Monteer: - de distributieriem, - de spanrol en zet de bevestigingsbout vast met Mot. 1368 met een koppel van 4,5 daN.m), 14487-1R2 14487-3S 14839R 07-10
  14. 14. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spannen distributieriem 07 Monteer de krukaspoelie van de aandrijfriem Verwijder het poelieblokkeergereedschap Mot. hulporganen en draai de bout ervan niet tegen 1490. de poelie vast (ruimte tussen bout en poelie 2 tot 3 mm). Verdraai de distributie zes omwentelingen met de uitlaatnokkenaspoelie met behulp van Mot. 799- N.B.: 01. - de bout van de krukaspoelie van de aandrijf- riem hulporganen is opnieuw te gebruiken als Houd de spanrol met een 6 mm inbussleutel tegen de lengte onder de kop gemeten niet groter is en draai de moer van de spanrol maximaal een dan 49,1 mm, anders moet u hem vervangen, omwenteling los - smeer een nieuwe poeliebout niet met olie. Een gebruikte bout moet echter beslist met olie Breng de draaibare wijzer (A’) in lijn met de vaste worden gesmeerd. wijzer (7) en zet de moer definitief vast met 2,7 daN.m. Spannen van de riem Plaats het poelieblokkeergereedschap Mot. 1490. Controleer of er nog steeds 0,5 tot 1 mm ruimte is tussen de nokkenaspoelies en hun moeren. Verdraai de draaibare wijzer (A) van de spanrol 7 tot 8 mm ten opzichte van de vaste wijzer (7) met behulp van een inbussleutel van 6 mm (in B). N.B.: stand (A) is de ruststand van de draaibare wijzer. 14839R 14505-4R1 Span de moer van de spanrol voor met 0,7 daN.m. 07-11
  15. 15. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Spannen distributieriem 07 Controleer of de poelie goed tegen de BDP-stift Controle van de spanning en van de afstelling rust Mot. 1489. Controle van de spanning Draai de krukas twee omwentelingen rechtsom (distributiezijde), en schroef voor het einde van de tweede omwenteling de BDP-stift Mot. 1489 in het motorblok en draai de krukas langzaam en zonder schokken tegen de stift. Verwijder de BDP-stift. Controleer of de wijzers van de spanrol in lijn lig- gen, herhaal anders de spanprocedure. Houd de spanrol met een 6 mm inbussleutel tegen en draai de moer van de spanrol maximaal een omwente- ling los Breng de draaibare wijzer in lijn met de vaste wij- zer en zet de moer definitief vast met 2,7 daN.m. Controle van de afstelling 14489S Controleer, voordat u de afstelling van de distri- Zet de bout van de krukaspoelie van de aandrijf- butie controleert, of de wijzers van de spanrol in riem hulporganen vast met 2 daN.m en daarna lijn liggen. over een hoek van 135° ± 15° (krukas steunt op BDP-stift). Schroef de BDP-stift Mot. 1489 in het motorblok en draai de krukas langzaam en zonder schokken Zet de moer van de inlaatnokkenaspoelie vast met tegen de stift. 3 daN.m en daarna over een hoek 84°. Plaats (zonder forceren) het nokkenas-afstelge- Zet de moer van de uitlaatnokkenaspoelie vast reedschap Mot. 1496: de inkepingen in de nok- met 3 daN.m en daarna over een hoek 84°. kenassen moeten horizontaal liggen. Als het ge- reedschap niet goed past, moet u de distributie Verwijder het afstelgereedschap Mot. 1496, het en de riemspanning opnieuw afstellen. blokkeergereedschap Mot. 1490 en de BDP-stift Mot. 1489. 14490S 07-12
  16. 16. MOTOR EN ONDERZIJDE Vastzetten cilinderkopbouten 07 VASTZETTEN KOPBOUTEN De kopbouten kunt u hergebruiken als de lengte onder de kop niet meer bedraagt dan 117,7 mm (anders dient u alle bouten te vervangen). Aantrekmethode Om de bouten met het juiste koppel te kunnen vastzetten moet u de eventueel in de boutgaten achtergeble- ven olie eerst met een spuitje opzuigen. Nieuwe bouten worden niet met olie gesmeerd, maar bij hergebruik van oude kopbouten smeert u de kop- pen en de schroefdraad met olie. Zet alle bouten in onderstaande volgorde vast met 2 daN.m. 14500R Controleer of alle bouten goed zijn aangetrokken met 2 daN.m en voer dan per bout een hoekverdraaiïng uit van 240° ± 6°. De kopbouten worden vervolgens niet meer nagetrokken. 07-13
  17. 17. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Bodemhoogte 07 Voor Achter maat X (in mm) Type auto H1 - H2 = ... mm H4 - H5 = ... mm L en R CB0H 92,2 ± 7,5 8±5 - CB0T L’Het verschil tussen links en rechts mag bij eenzelfde as niet meer bedragen dan 5 mm, waarbij de bestuur- derszijde altijd het hoogst moet liggen. Na correctie van de bodemhoogte moeten altijd de remdrukbegrenzer en de koplampen worden afgesteld. MEETPUNTEN 13491R4 N.B. : De maat H5 wordt gemeten vanaf het hart van het verende scharnierpunt. H2 = Gemeten vanaf de onderkant van het subframe en de grond, ter hoogte van de vooras. 07-14
  18. 18. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Wielen en banden 07 Bandenspanning (in bar) (1) Type auto Velg Bandenmaat Voor Achter CB0H 6 J 14 185/60 R 14 H 2,3 2,1 CB0T (1) Bij volle belasting en snelweggebruik. Aantrekkoppel wielbouten: 9 daN.m Slingering velg: Max. 1,2 mm 07-15
  19. 19. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Remdrukbegrenzer 07 Remdruk Controledruk (1) (in bar) Inhoud tank Type auto (en bestuurder in de auto) Voor Achter CB0H 0 100 56 - 18 CB0T 90966S (1) Controle door middel van twee diagonaal gemonteerde manometers. 07-16
  20. 20. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Remmen 07 Diameter trommels of dikte schijven(in mm) Max slingering velg (in mm) Type auto Voor Achter Normaal Mini Normaal Maxi (1) Voor Achter CB0H 20,6 17,6 203,2 204,5 0,07 - CB0T (1) remtrommel: maximaal toegestane diameter bij slijtage. Dikte remblokken/-voering (in mm) (met grondplaat) Type auto Voor Achter Remvloeistof Nieuw Mini Nieuw Mini CB0H 4,6 (1) SAE J1703 18,2 6 2 CB0T 3,3 (2) DOT 4 (1) oplopende remschoen. (2) aflopende remschoen. 07-17
  21. 21. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Controlewaarden van de voortreinhoeken 07 HOEKEN WAARDEN STAND AFSTELLING VOORTREIN LANGSHELLING 4° H5-H2 = 32 mm 3°30’ ±30’ H5-H2 = 51 mm 3° H5-H2 = 70 mm 2°30’ H5-H2 = 89 mm NIET AFSTELBAAR Max. verschil links/rechts = 1° 93012-1S WIELVLUCHT 0°54’ H1-H2 = 17 mm - 0°25’ ±30’ H1-H2 = 89 mm - 0°34’ H1-H2 = 115 mm 0°05’ H1-H2 = 179 mm NIET AFSTELBAAR Max. verschil links/rechts = 1° 93013-1S DWARSHELLING 8°30’ H1-H2 = 17 mm 10°50’ H1-H2 = 89 mm ±30’ 11°20’ H1-H2 = 115 mm 12°00’ H1-H2 = 179 mm NIET AFSTELBAAR Max. verschil links/rechts = 1° 93014-1S SPORING Afstellen door (Voor 2 wielen) de stelhuls van de spoor- (uitspoor) ONBELAST stangen te verdraaien + 0°16’ ± 20’ 1 slag = 30’ (3 mm) + 1,6 mm ± 2 mm 93011-1S VASTZETTEN RUBBER LAGERBUSSEN - ONBELAST - 81603S1 07-18
  22. 22. WAARDEN EN AFSTELLINGEN Controlewaarden van de achtertreinhoeken 07 STAND VAN DE HOEKEN WAARDEN AFSTELLING ACHTERTREIN WIELVLUCHT - 0°57’ ± 20’ ONBELAST NIET AFSTELBAAR 93013-2S SPORING (Voor 2 wielen - toespoor) ONBELAST NIET AFSTELBAAR - 0°41’ ± 30’ - 4 mm ± 3 mm 93011-2S VASTZETTEN VAN RUBBER LAGERBUSSEN - ONBELAST - 81603S1 07-19
  23. 23. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Identification 10 Versnellings- Inhoud Boring Slag Compressie- Type auto Motor bak (cm 3) (mm) (mm) verhouding CB0H K4M 748 JB3 1 598 79,5 80,5 10/1 CB0T Bijbehorend werkplaatshandboek: Mot. K4M. 10-1
  24. 24. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliedruk 10 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 836-05 Oliedruk controleset ONMISBAAR MATERIAAL Lange dop van 22 mm CONTROLE De oliedruk moet bij warme motor (ongeveer 80°C) worden gecontroleerd. Samenstelling van de controleset Mot. 836-05 87363R1 U gebruikt B+F Sluit de manometer aan op de plek van het olie- drukcontact. Controlewaarden oliedruk Bij stationair toerental 1 bar Bij 3 000 tr/min. 3 bar 10-2
  25. 25. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Aandrijfgroep 10 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 1040-01 Hulpframe voor uit- en inbouwen van de aandrijfgroep Mot. 1159 Steungereedschap motor op subframe Mot. 1202 Slangklemtang - het hitteschild (A) en de schakelstang, AANTREKKOPPELS (in daN.m) Voorste subframebouten 6,2 Achterste subframebouten 10,5 Bouten pendelkap op motor rechts voor 6,2 Moer pendelkap op motor rechts voor 4,4 Moer pendelrubber op langsbalksteun links voor 6,2 Bout schokdemperpoot 18 Bout remklauw 4 Bout kruisstukje stuurkolom 3 Wielbouten 9 15427R UITBOUWEN - de uitlaatklem (B) tussen katalysator en ex- pansiepot. Maak de stekker van de lambda Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. sonde (C) los. - de gevlochten massastrip op de versnellings- Bouw de accu en de beschermplaat onder de mo- bak, tor uit. - de voorste schildbumper, - de inlaatluchtslang, Tap af: - het koelsysteem (onderste radiateurslang), - de versnellingsbakolie en de motorolie indien nodig, - het aircocircuit (indien aanwezig) met een vulstation. Bouw uit : - de voorwielen, - de grille, - de voorbumper, - de trekstangen subframe/carrosserie, - de remklauwen (en de ABS opnemers indien aanwezig) en hang ze aan de veerpoten, - de bouten van de schokdemperpoten, 10-3
  26. 26. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Aandrijfgroep 10 - de bevestigingen van het expansievat en duw Verwijder: dit uit de weg, - de steun van de rekeneenheid inspuiting. Maak - de bevestigingen van de katalysator op het de 90-polige stekker los alsook de stekker van de spruitstuk. Zet de katalysator vast aan de crashsensor. voorste uitlaatbuis en duw het geheel uit de weg, - de vacuïmslang op het spruitstuk, - het luchtfilterhuis bij (4). 13088R2 Maak los: - de slang van de rembekrachtiger, 14843R5 - de kachelslangen, N.B.: Pas op voor de vacuüm-aansluiting naar de rembekrachtiger. Als deze aansluitig breekt moet het complete spruitstuk vervangen. 13084R 10-4
  27. 27. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Aandrijfgroep 10 - de relaishouder (4), het stekkerblok (5), de Verwijder: steunplaat (6) en maak de zekeringhouder (7) - de bovenste radiateurbevestigingen, hiervan los, - de bevestigingen van de aircoleidingen (indien aanwezig), en de flens (8) en leg het geheel op de motor, N.B : Dicht de openingen in de airco-leidingen en in het ontlastventiel af met met pluggen om bin- nendringen van vocht te voorkomen. 15475R - de stekker op het dampabsorptievat, - de slang op het spruitstk voor het dampabsorp- tievat, - de gas- en koppelingskabels. 14174R Haak het stuurbekrachtigingsreservoir los en plaats dit op de motor. - de moer en de nokbout van het stuurkolom- kruisstukje. Druk hiervoor de beschermkap te- rug. 10-5
  28. 28. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Aandrijfgroep 10 BIJZONDERHEDEN VAN AUTO’S MET EEN AIRBAG Plaats een blokje hout tussen de steun van de hul- IN HET STUURWIEL porganen en het subframe. LET OP: Om iedere kans op beschadiging van de draaibare doorvoer te voorkomen moet u de volgende voorzorgen in acht nemen : - voordat u de stuurkolom losmaakt van het rondsel, moet u ervoor zorgen dat HET STUUR- WIEL IN DE MIDDENSTAND GEBLOKKEERD STAAT met behulp van een blokkeerhulp en gedurende de gehele duur van de reparatie niet kan verdraaien, - bij de minste of geringste twijfel over het cor- rect gecentreerd zijn van de draaibare door- voer moet u het stuurwiel uitbouwen en de doorvoer centreren volgens de methode die staat aangegeven in hoofdstuk 88 "AIRBAG". TER HERINNERING: dit mag alleen gebeuren door speciaal opgeleid personeel. 14172S Plaats Mot.1159 tussen subframe en motorblok. Verwijder de kap van de pendelophanging. 99024R2 15424R 10-6
  29. 29. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Aandrijfgroep 10 Leg een blok hout tussen versnellingsbak en sub- Zet het hulpframe Mot. 1040-01 vast onder het frame. subframe. Bouw uit : - de moer (1), en tik met een bronzen drevel, zodat het bevestigingstapeind van de pendel- ophanging vrijkomt. 98755R1 Laat de hefbrug zakken tot het hulpframe de grond raakt. 13086R Verwijder de subframebouten en breng de hef- brug voorzichtig omhoog zodat de aandrijfgroep - de trekstangen (3), vrijkomt. - de benzineaanvoer- en -retourleiingen. N.B.: markeer de stand van Mot. 1159 op sub- frame indien de bak en de motor worden geschei- den. 14175R1 10-7
  30. 30. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Aandrijfgroep 10 INBOUWEN Plaats twee draadstiften Mot.1233-01 in de gaten van de voorste subframebouten van de carrosserie voor het uitlijnen van het subframe. Zet de subframebouten vast met : - 6,2 daN.m aan de voorkant, - 10,5 daN.m aan de achterkant. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbou- wen. Monteer de hitteschilden. Monteer de remklauwbouten met Loctite FRENBLOC en zet ze vast met het voorgeschreven aantrekkoppel. Druk een paar keren op het rempedaal zodat de remzuigers aanliggen tegen de remblokken. Vul : - de versnellingsbak en de motor met de voorgeschreven oliesoorten, - en ontlucht het koelsysteem (zie hoofdstuk 19), - het aircocircuit (indien aanwezig) met het vulstation. 10-8
  31. 31. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter 10 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 1233-01 Subframe draadstiften AANTREKKOPPELS (in daN.m) - de bout (1) en draai bout (2) los van het reac- tiestangetje, Voorste subframebouten 6,2 Achterste subframebouten 10,5 Bouten ondercarter 1,4 Bout van kruisstukje stuurkolom 3 Bout reactiestangetje 6,2 Wielbouten 9 UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de massakabel van de accu los. 13359R1 Tap de motorolie af. - de onderste schildbumperbevestiging, Bouw uit: - de bevestigingen (3) van de trekstangen, - de voorwielen en het rechter spatscherm, - de subframe bouten en vervang deze één voor - de moer en de bout van het kruisstukje van de één door de draadstiften Mot. 1233-01. stuurkolom nadat u de beschermkap hebt weg- gedrukt, LET OP: Om iedere kans op beschadiging van de draaibare doorvoer te voorkomen moet u de volgende voorzorgen in acht nemen : - voordat u de stuurkolom losmaakt van het rondsel, moet u ervoor zorgen dat HET STUUR- WIEL IN DE MIDDENSTAND GEBLOKKEERD STAAT met behulp van een blokkeerhulp en gedurende de gehele duur van de reparatie niet kan verdraaien, - bij de minste of geringste twijfel over het cor- rect gecentreerd zijn van de draaibare door- voer moet u het stuurwiel uitbouwen en de doorvoer centreren volgens de methode die staat aangegeven in hoofdstuk 88 "AIRBAG". TER HERINNERING: dit mag alleen gebeuren door speciaal opgeleid personeel. 14175R - de fuseekogels en de spoorstangkogels, - de trekstangen subframe/carrosserie, - de schakelstang bij de bak, 10-9
  32. 32. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter 10 Laat het subframe geleidelijk zakken met de draadstiften Mot. 1233-01 tot de afstan- den X1 = 9 cm is bereikt. 13507R2 Verwijder: - de bevestiging op het ondercarter van de kabelboom, - het ondercarter. 10-10
  33. 33. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter 10 INBOUWEN Breng een strook RHODORSEAL 5661 aan bij (A) aan weerszijden van het lager N° 1 en bij (B) op de afsluitplaat. 10061-1R3 Monteer het ondercarter met een nieuwe pak- king. Span de bouten voor met een aantrekkop- pel van 0,8 daN.m, gevogd door het spiraalsgewijs 14506-1R aantrekken met een aantrekkoppel van 1,4 daN.m. 10-11
  34. 34. MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Steunplaat 10 UITBOUWEN INBOUWEN Plaats de auto op een tweekoloms hefbrug. Monteer de steunplaat (controleer of deze bij A goed tegen het ondercarter steunt en zet de bou- Verwijder: ten vast met het voorgeschreven aantrekkoppel, - de linker spatplaat en de schuldbumper, volgens onderstaande tabel. - de dynamo (zie hoofdstuk16 "Dynamo"), - de bevestigingen van de airco-compressor en bevestig deze aan de carrosserie, Aantrekvolgorde Aantrekkoppel - de bevestigingen van de kabelbundel op de steunplaat en maak op de stuurbekrachtigings- 1 5,3 daN.m pomp de stekker los van het drukcontact, 2 2,1 daN.m Bouw de steunplaat uit. 3 11 daN.m 14492-2R Vor montage vande aandrijfriem voor de hulpor- ganen, raadpleeg hoofdstuk 07 "Spanning aan- drijfriem hulporganen". Ga verder te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 10-12
  35. 35. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Distributieriem 11 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 799 -01 Poelieblokkeergereedschap Mot. 1273 Riemspanningsmeter Mot. 1368 Spangereedschap distributieriem- spanrol Mot. 1487 Montagegereedschap afsluitdop inlaatnokkenas Mot. 1488 Montagegereedschap afsluitdop uitlaatnokkenas Mot. 1489 BDP-stift Mot. 1490 Nokkenaspoelie blokkeergereed- schap Mot. 1496 Nokkenas -afstelgereedschap ONMISBAAR MATERIAAL Motorsteun Hoekverdraaisleutel Plaats de motorsteun over de motor. AANTREKKOPPELS (in daN.m of/en ° ) Wielbouten 10 Spanrolbout 4,5 Krukaspoeliebout 2 + 135° ± 15° Spanrolmoer 2,7 Bouten pendelophanging rechts voor op de motor 6,2 Bouten uitslagbegrenzer pendelophanging rechts voor 6,2 UITBOUWEN 14279S Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. N.B.: Zorg ervor dat de drukvlakken van de mo- Maak de massakabel van de accu los. torsteun goed op de onbuigzame delen van het voorscherm steunen. Bouw uit : - het rechter voorwiel, - de spatplaat in de rechter wielkuip. 11-1
  36. 36. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Distributieriem 11 Bouw uit : Maak los: - de kap van de pendelophanging en de uitslag- - de kabelbundel van het bovenste distributie- begrenzer deksel en druk deze opzij, - de benzineleidingen op het middelste distribu- tiedeksel. 15424R - de aandrijfriem hulporganen(zie hoofdstuk 07 15426R "Spanning aandrijfriem hulporganen"). Maak de stekkers (3) en de slang (4) los. Bouw uit: - de inlaatluchtdemper, - de afsluitdoppen van de nokkenassen, door- Bouw de beugel (5) uit, evenals de bevestigings- boor deze in het midden om ze los te maken, bout bij (6) van de kabelbundel. - de plug van het BDP-controlegat. 14491-1R 11-2
  37. 37. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Distributieriem 11 Afstellen van de distributie Controleer of de inkepingen in de nokkenassen horizontaal liggen, zie onderstaande tekening. Draai de inkepingen van de nokkenassen naar be- neden, zie de onderstaande tekening. 14490S 14491S Bouw uit : - de krukaspoelie waarbij u de krukas met een Schroef de BDP-stift Mot. 1489 in het motorblok grote schroevendraaier tegenhoudt, en draai de krukas een omwenteling langzaam en - het middelste distributiedeksel (1), zonder stoten rechtsom (distributiezijde) tot hij - het bovenste deksel (2). tegen de stift rust. 14487-7R 14489R 11-3
  38. 38. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Distributieriem 11 Ontspan de distributieriem door de moer van de INBOUWEN spanrol (1) los te draaien. Bij het vervangen van de distributieriem moeten N.B. : De krukas poelie is niet met en spie ge- de spanrollen en de distributierol worden vervan- borgd. Let erop dat hij bij het uitbouwen van de gen. riem niet loraakt. Monteer: Om de distributieriem los te maken verwijdert u - de distributieriem strikt volgens de methode in de spanrol (2) met Mot. 1368. hoofdstuk 07 "Spannen van de distributie- riem", - de aandrijfriem hulporganen(zie hoofdstuk 07 "Spanning aandrijfriem hulporganen"), - de nieuwe doppen: • van de inlaatnokkenas (Mot. 1487), • van de uitlaatnokkenas (Mot. 1488), 14487-2R2 LET OP: het is van groot belang dat u het einde van de krukas, de boring in de poelie en de raak- vlakken tussen krukas en poelie grondig ontvet om motorschade te voorkomen als gevolg van het slippen van de poelie op de krukas. 14890R - de pendelophanging rechts en de reactiestang en zet deze onderdelen met de voorgeschreven aantrekkoppels vast. Raadpleeg hoofdstuk 19 "Pendelophanging" 11-4
  39. 39. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 799 -01 Blokkeergereedschap poelies distributie Mot. 1202 Tang voor klembanden Mot. 1273 Riemspanningsmeter Mot. 1311 -06 Uitbouwgereedschap benzineleidingen Mot. 1368 Montagegereedschap geleiderol distributie Mot. 1448 Afstandstang voor klembanden Mot. 1487 Montagegereedschap plug inlaatnokkenas Mot. 1488 Montagegereedschap plug uitlaatnokkenas Mot. 1489 BDP-stift Mot. 1490 Blokkeergereedschap nokkenaspoelies Mot. 1491 Montagegereedschap nokkenas keerring Mot. 1496 Afstelgereedschap nokkenas ONMISBAAR GEREEDSCHAP Motorsteun Hoekverdraaisleutel AANTREKKOPPELS (in daN.m of/en ° ) UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekoloms hefbrug. Wielbouten 10 Bout geleiderol 4,5 Maak de accukabels los. Bout poelie hulporganenriem 2 + 135° ± 15° Verwijder de linker beschermplaat onder de mo- Moer spanrol 2,7 tor. Moer nokkenaspoelies 3 + 84° Bout kleppendeksel 1,2 Tap het koelsysteem af via de onderste radiateur- Bout olie-afscheider 1,3 slang. 11-5
  40. 40. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 Bouw de distributieriem uit. Raadpleeg hoofdstuk Bouw uit/maak los: 11 "Distributieriem". - de gaskabel, - de beschermplaat vande hoofd-inspuitbuis, Breng het motorsteungereedschap Mot. 1159 aan - de nokkenaspoelies met Mot. 1490 (zet Mot. tussen het subframe en het motorblok. Verwijder 1490 vast in de bevestigingen van het distribu- de hulpsteun (aangebracht tijdens het verwijde- tiedeksel), ren van de distributieriem). 99024R2 14839R - de slangen (1) en (2) voor benzineaanvoer en - afvoer, met Mot. 1311-06, en duw deze uit de weg. 14844R2 11-6
  41. 41. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 Maak de stekker (3) los, evenals de stekkers van de bobines Verwijder/maak los: - het luchtfilterhuis (4), (maak hiervoor het ex- pansievat los en druk dit uit de weg), 14843R - de katalysatorbevestigingen. Maak de katalysa- tor los van het uitlaatspruitstuk en zet hem vast aan de uitlaat, - het smoorklephuis (5), - de stekker (6) van de lambda sonde, - de beugel (7) en het hijsoog (8), 14849-1R - de vacuümslang van de rembekrachtiger, 11-7
  42. 42. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 - de luchtverdeler, - de bobines, - de olie-afscheider, 14497-3S 11-8
  43. 43. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 - de bouten van het kleppendeksel. Verwijder deze vertikaal door met een bronzen drevel tegen de uitsteeksels (1) te tikken. Gebruik tevens een schroevedraaier bij (2) voor het loswrikken (wikkel de uiteinden van de schroevedraaier in tape om het aluminium oppervlak te spa- ren. 14497-4R2 11-9
  44. 44. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 - de nokkenassen en de kleptuimelaars, - de uitgaande koelvloeistofslangen op de kop en de stekker van de koelvloeistoftemperatuur- zender, - de bevestigingen van de kabelsteun bij (10), - de hijsbeugel (11), 14889R 11-10
  45. 45. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 Verwijder tenslotte de cilinderkop. 14500S REINIGEN CONTROLE VAN HET KOPPAKKINGVLAK De pakkingvlakken van de aluminium onderdelen Controleer met een rij en voelermaatjes of de mogen beslist niet schoon worden geschraapt. cilinderkop vlak is. Maximale vervorming 0,05 mm. Los de achtergebleven pakkingresten op met Décapjoint. Wij raden u aan om handschoenen te De cilinderkop mag niet worden gevlakt. dragen tijdens het reinigen. Controleer de cilinderkop op scheurtjes. Breng het product aan op de te reinigen delen; laat het ongeveer 10 minuten inwerken en veeg het metaal met een houten spatel schoon. Het is van het grootste belang dat u zorgvuldig te werk gaat en dat er geen vuil of pakkingresten in de oliekanalen naar de nokkenas terecht komen: deze oliekanalen bevinden zich zowel in het motorblok als in de cilinderkop. Indien de oliesproeiers verstopt raken zullen de nokkenassen namelijk snel slijten. 11-11
  46. 46. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 INBOUWEN Denk goed aan het volgende bij uitbouwen- inbouwen van de cilinderkop: - de hydraulische klepstoters moeten opnieuw op druk worden gebracht als deze gedurende langere tijd niet werkzaam zijn geweest. Druk tegen het bovenste deel (A) om te controleren of u de klepstoters op druk moet brengen. Indien u het zuigertje in de stoter kunt wegdrukken, moet de complete klepstoter in dieselbrandstof onderdompelen alvorens hem te monteren. 14499R2 11-12
  47. 47. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 - Controleer: • of het hitteschild van de uitlaat goed is gemonteerd tussen de lambda sonde en het spruitstuk (om te voorkomen dat de stekker van de achterste sonde door hitte worden beschadigd), • of de onderste inlaatluchtverdeler goed in lijn ligt met de cilinderkop en bij (A) tegen het kleppendeksel steunt, met de lipjes (B) tegen die van het kleppendeksel. 15148R De onderste inlaatluchtverdeler wordt vastgezet met een aantrekkoppel van 2,1 daN.m. Plaats de zuigers haverwege hun werkslag om contact met de kleppen te voorkomen bij montage van de nokkenassen. Controleer de ligging van de koppakking en monteer de cilinderkop. Controleer de lengte van de kopbouten en zet de ze vast zoals voorgeschreven in hoofdstuk 07 "Vastzetten kopbouten". 15154S 11-13
  48. 48. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 Monteer: Plaats de groeven van de nokkenas in de hieron- - de kleptuimelaars, der aangegeven stand. - de nokkenassen. LET OP: Er mag geen olie op het pakkingvlak van het kleppendeksel komen. N.B.: De nokkenassen zijn bij (A) voorzien van een merkteken. 14490S 14518R N.B. : de pakkingvlakken moeten schoon, droog en vetvrij zijn (geen vingerafdrukken) Verklaring merkteken: - de tekens (B) en (C) zijn uitsluitend van belang Breng met een verfroller Loctite 518 aan op het voor de leverancier, pakkingvlak van het kleppendeksel, tot deze een - het teken (D) identificeert de nokkenas: rode kleur krijgt. AM =Inlaatnokkenas EM =Uitlaatnokkenas XXX XXX XX B C D 14517S 11-14
  49. 49. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 Monteer het kleppendeksel en zet de bouten als volgt vast: Aantrekmethode Aantrekkoppel Montage Vastzetvolgorde Losmaakvolgorde (daN.m) Handeling n° 1 22-23-20-13 - 0,8 1 t/m 12 Handeling n° 2 14 t/m 19 - 1,2 21 en 24 Handeling n° 3 - 22-23-20-13 - Handeling n° 4 22-23-20-13 - 1,2 14497-4R1 11-15
  50. 50. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 N.B.: de pakkingvlakken moeten schoon, droog en vetvrij zijn (geen vingerafdrukken) Breng met een verfroller Loctite 518 aan op het pakkingvlak van het kleppendeksel, tot deze een rode kleur krijgt. 14516S Monteer de olie-afscheider en zet de bouten vast met 1,3 daN.m in de onderstaande volgorde. 14497-3R 11-16
  51. 51. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 Monteer: - de bobines die u vastzet met 1,3 daN.m, - het inlaatspruitstuk (met nieuwe pakking), zet de bouten hiervan vast met 0,9 daN.m in onderstaande volgorde, 14497-1R - het smoorklephuis, zet de bouten (A) vast met 1,3 daN.m, - het luchtfilterhuis, zet de bouten vast met 0,9 daN.m, - de nokkenaskeerringen, gebruik Mot. 1491 in combinatie met de oude moeren (B). 14892R1 11-17
  52. 52. CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Koppakking 11 OP TIJD ZETTEN VAN DE DISTRIBUTIE LET OP : Ontvet grondig de neus van de krukas, de boring van de distributiepoelie, de raakvlak- ken van de krukaspoelie en de uiteinden van de nokkenassen. Dit is nodig om verschuiving van de distributie-onderdelen (en motorschade) te voor- komen . Monteer de distributieriem en houd u daarbij strict aan de voorgeschreven methode van hoofdstuk 07 "Spannen distributieriem"). Monteer de aandrijfriem van de hulporganen, en raadpleeg daarbij hoofdstuk 07 "aandrijfriem hulporganen"). Monteer nieuwe afdichtpluggen: • voor de inlaatnokkenas (Mot. 1487), • voor de uitlaatnokkenas (Mot. 1488), 14890R Monteer de rechter pendelophanging en de koppel-reactiestang. Raadpleeg hoofdstuk 19 "Pendelophanging" voor de voorgeschreven aan- trekkoppels. Ga verder in omgekeerde volgorde van uitbou- wen. Vul en ontlucht het koelsysteem, raadpleeg hoofdstuk 19 "Vullen - Ontluchten". 11-18
  53. 53. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Gegevens 12 Type Type Type auto inspuiting bak Type Indice Boring Slag Inhoud Compressie- Katalysator Emissie- (mm) (mm) (cm 3) verhouding norm Multipunt CB0H ◊ C75 sequentieel JB3 K4M 748 79,5 80,5 1598 10/1 EU 96 CB0T ◊ C79 Statische ontsteking Temperatuur °C 0 20 40 80 90 Opname-element luchttemp. Type NTC 5290 à 6490 2400 à 2600 1070 à 1270 - - Weerstand in Ohm Opname-element koelvloeistoftemp. - 3060 à 4045 1315 à 1600 300 à 370 210 à 270 Type NTC Weerstand in Ohm Controles bij stationair toerental* Benzine*** Uitlaatgassen** (octaangetal Toerental (tr/min.) CO (%) (1) C02 (%) CH (ppm) Lambda (λ) Super ongelood 750 ± 50 0,5 max. 14,5 min. 100 max. 0,97 < λ < 1,03 (95) (1) bij 2500 tr/min mag het CO-% maximaal 0,3 bedragen. * Bij een koelvloeistoftemperatuur hoger dan 80°C. Controle na ongeveer 30 seconden met 2500 tr/min. stabiel toerental draaien. ** De wettelijk toegestane maxima kunnen per land verschillen. *** Ook geschikt voor ongelood 91 octaan. 12-1
  54. 54. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Gegevens 12 OMSCHRIJVING MERK/TYPE BIJZONDERHEDEN Rekeneenheid SIEMENS "SIRIUS" 90-polig Inspuiting - Multipunt sequentieel Ontsteking - Statisch met vier bobines MAGNETI Stappenmotor stationair Weerstand: 53 ± 5 Ω bij omgevingstemperatuur MARELLI Geïntegreerd in smoorklephuis Weerstand baan : 1 200 ± 240 Ω Weerstand sleepcontact < 1 050 Ω Smoorklepweerstand CTS Aansl. gas los volgas A-B 1 250 Ω 1 250 Ω A-C 1 245 Ω 2 230 Ω B-C 2 230 Ω 1 245 Ω ELECTRIFIL Geïntegreerde stekker Opname element vliegwiel of Weerstand= 200 à 270 Ω SIEMENS Geïntegreerd in dampabsorptievat Elektroklep dampabsorptievat SAGEM Weerstand: 26 ± 4 Ω à 23 °C Weerstand: 14,5 Ω Inspuitstukken WEBER Lekopbrengst: 0,7 cm3/minuut maximaal Storing zoeken OPTIMA 5800 Opname element NTC (zie tabel) JAEGER luchttemperatuur Weerstand: 2 500 Ω à 20 °C Opname element NTC (zie tabel) JAEGER koelvloeistoftemperatuur Weerstand: 3 500 Ω à 20 °C DELCO Type piëzo-electrisch Opname element druk ELECTRONICS Afdichtring altijd vervangen Type piëzo-elektrisch Pingeldetector SAGEM Aantrekkoppel: 2 daN.m Aansl. 80 (massa) en 45 (signaal rekeneenheid) Weerstand verwarmingselement Voorste lambda sonde BOSCH R = 9 Ω bij omgevingstemperatuur Arm mengsel = 840 mV ± 70 Rijk mengsel= 20 mV ± 50 aansl. 76 (massa) en 44 (signaal rekeneenheid) Weerstandverwarmingselement Achterste lambda sonde BOSCH R = 3,4 Ω bij omgevingstemperatuur Spanning bij volgas= 600 mV ± 50 Spanning bij gas los= 150 mV ± 50 12-2
  55. 55. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Gegevens 12 OMSCHRIJVING MERK/TYPE BIJZONDERHEDEN Eén bobine per cilinder Bobines NIPPONDENSO Primaire weerstand: 0,5 Ω ± 0,02 Secondaire weerstand: 7 500 Ω ± 1 100 BOSCH 6 kΩ ± 1,5 Bougies RFC 50L2ZE Aantrekkoppel: 2,5 ± 5 daN.m Inlaatspruitstukdruk - 350 mb ± 30 stationair Vóór Na catalysator catalysator 1 500 tr/min 30 23 Tegendruk uitlaat - 3 000 tr/min 108 84 4 500 tr/min 211 153 5 500 tr/min 321 266 Benzine-dompelpomp WALBRO Druk: 3 bar ± 0,06 à 80 l/h Geregelde druk Benzinedrukregelaar - Onderdruk nul: 3 ± 0,2 bar Bij 500 mbar onderdruk : 2,5 ± 0,2 bar Benzinefilter - Aan voorzijde tank 12-3
  56. 56. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Demper inlaatluchtcircuit 12 Het inlaatluchtcircuit is uitgerust met een demper (1) voor het onder- drukken van bepaalde drukgolven en het verminderen van het aanzuig- geluid. 14852R 12-4
  57. 57. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Inlaatluchtcircuit 12 AANTREKKOPPELS (daN.m) Bout luchtfilterhuis 0,9 UITBOUWEN Druk het luchtfilterhuis naar rechts om hem te verwijderen. Het huis past tussen de voorruit- Maak los: plaat, de motor en de rembekrachtiger. - de accu, - de vacuumslang van de rembekrachtiger INBOUWEN (spruitstukzijde), Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbou- - de actuator (1), wen. - de slang voor de benzinedampen (2). N.B.: wees voorzichtig met de vacuümaansluiting Druk het expansievat uit de weg zonder dit uit te van het spruitstuk naar de rembekrachtiger. Als bouwen. deze breekt moet u het gehele inlaatspruitstuk vervangen. Verwijder: - de inlaatluchtdemper, - de bevestigingsbouten van het luchtfilter (3). 14843R1 12-5
  58. 58. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Smoorklephuis/stationair regeling 12 AANTREKKOPPELS (in daN.m) Smoorklephuis 1,5 Luchtfilterhuis 0,9 UITBOUWEN SMOORKLEPHUIS UITBOUWEN STATIONAIR REGELAAR (actuator) Maak de accukabels los. Bouw uit/maak los: - de stekker van de stappenmotor, Bouw het luchtfilterhuis uit, raadpleeg hoofdstuk - de slang van de EGR, 12 "Inlaatluchtcircuit"). - de drie bevestigingsbouten. Maak los: - de gaskabel, - de stekker van de smoorklepweerstand. Verwijder de twee bouten (1) van het smoor- klephuis. 14843S Ga bij het uitbouwen te werk in omgekeerde vol- gorde van uitbouwen en houd u strikt aan het voorgeschreven aantrekkoppel van de drie beves- tigingsbouten. Controleer de stand en de staat 14849R4 van de afdichtring bij montage. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbou- wen. Vervang na het uitbouwen altijd de afdichtring van het smoorklephuis. Gebruik indien nodig wat vet om de ring te plaat- sen. 12-6
  59. 59. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Inlaatspruitstuk 12 AANTREKKOPPEL (daN.m) Bouten spruitstuk 1 Bouten luchtfilterhuis 0,9 Bouten smoorklephuis 1,5 UITBOUWEN INBOUWEN Maak de accukabels los. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbou- wen. Bouw het luchtfilterhuis uit, raadpleeg hoofdstuk 12 "Inlaatluchtcircuit"). N.B.: Houd de voorgeschreven aantrekvolgorde en aantrekkoppels aan voor de bouten van het Maak los: spruitstuk en het smoorklephuis. - de stekker vande smoorklepweerstand, - de stekker van het opname element druk, Houd er rekening mee dat de spruitstuk -of - de stekker van de penbobines, smoorklephuispakking vervangen moet worden. - de stekker van het opname element luchttem- peratuur, - de gaskabel. Verwijder: - de twee bevestigingsbouten (A) van he smoor- klephuis, - de bouten van het inlaatspruitstuk. 14497-1R 12-7
  60. 60. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Houder inspuitstukken 12 AANTREKKOPPELS (daN.m) Bouten houder inspuitstukken 2,1 Bouten hoofdinspuitbuis 0,9 UITBOUWEN Verwijder: - de poelie van de stuurbekrachtigingspomp, Maak de accukabels los. - de drie bevestigingsbouten van de stuurbekra- chtigingspomp. Duw het stuurbekrachtigingsreservoir uit de weg. Druk de stuurbekrachtigingspomp uit de weg Verwijder: zonder de leidingen los te maken. - de beschermplaat van de hoofd-inspuitbuis. - de beugel van de kabelbundel van de inspui- Verwijder de bevestigingsbouten van de houder ting. en bouw deze uit. Maak los: - de benzineaanvoer- en -retourslang (1 en 2), - de vacuümslang van de drukregelaar, - de inspuitstukken. 14503R1 14844R5 Verwijder de spatlap rechts voor. Blokkeer de spaner van de aandrijfriem voor de hulporganen. Bouw de aandrijfriem uit. BELANGRIJK: Een uitgebouwde aandrijfriem moet altijd worden vervangen. Raadpleeg hoofdstuk 07 "Spannen aandrijfriem hulporga- nen". 12-8
  61. 61. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Houder inspuitstukken 12 INBOUWEN Vervang de pakking. Controleer of de inlaatluchtdemper (bij A) in lijn ligt met de cilinderkop en bij (B) tegen het kleppendeksel steunt. 15148R G a verder te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Houd u aan de voorgeschreven aantrekkoppels voor de bevestigingen van de houder. Vervang de aandrijfriem van de hulporganen, raadpleeg hoofdstuk 07 "Spanning aandrijfriem hulp- organen". 12-9
  62. 62. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Uitlaatspruitstuk 12 ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 1495 Demontage-gereedschap voorste lambda sonde AANTREKKOPPELS (daN.m) Bouw de katalysator uit. U kunt het subframe en- kele millimeters laten zakken om het verwijderen Voorste lambda sonde 4,5 te vereenvoudigen (raadpleeg hoofdstuk 31 van Spruitstukmoeren 1,8 MR 337). Moer 3-punts beugel 2 Let erop dat u de leiding van de katalysator en het Bout hitteschild 1 hitteschild niet beschadigt. UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los. Bouw het luchtfilterhuis uit (raadpleeg hoofdstuk 12 "Luchtfilterhuis"). Maak de stekker (1) van de lambda sonde los en bouw hem uit met Mot. 1495. Verwijder het bovenste hitteschails van het uit- laatspruitstuk. Maak de voorste uitlaatbuis los. 15448-1S 14849R1 15448S 12-10
  63. 63. INLAATSPRUITSTUK - SMOORKLEPHUIS Uitlaatspruitstuk 12 Verwijder de beugel (1) tussen uitlaatspruitstuk en motorblok. 14848R Neem hem vervolgens via de rechterzijde weg. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbou- wen. N.B.: Controleer of het hitteschild goed ligt tussen de lambda sonde en het spruitstuk. Anders wordt de stekker van de lambda sonde beschadigd door de terugslaande hitte. Vervang de afdichtingen van het spruitstuk en de 3-punts bevestiging. Vervang ook alle bevestigingsmoeren. LET OP: Een beschadigd hitteschild moet altijd worden vervangen om brandgevaar te voorko- men. 12-11
  64. 64. BRANDSTOFTOEVOER Inspuitstukken 13 AANTREKKOPPELS (daN.m) Bouw uit/maak los: - het beschermrubber van de hoofd-inspuitbuis, Bouten hoofdinspuitbuis 0,9 - de snelsluitingen van de benzineaanvoer en - retourleidingen, zonder deze dicht te knijpen. Maak de slangen vrij, De inspuitstukken bij de K4M-motor zijn van het - de vacuümslang van de drukregelaar, merk WEBER en zijn met klemveren aan de hoofd- - de bevestigingsbouten van de hoofd- inspuitbuis gemonteerd. inspuitbuis, - de stekkers van de inspuitstukken, De benzine stroomt continu rond het huis van het - de klemveren van de inspuitstukken. inspuitstuk waardoor luchtbelvorming wordt voorkomen en warme starts worden vergemakke- INBOUWEN lijkt. Vervang altijd de afdichtringen van de inspuit- stukken. UITBOUEN Houd u strikt aan de aantrekkoppels voor de be- LET OP: Houd bij het verwijderen van de inspuits- vestigingen van de hoofd-inspuitbuis. tukken rekening met de resterende ben- zine(druk). Becherm de dynamo tegen wegstro- mende benzine. 14846S 14844S Maak de accukabels los. 13-1
  65. 65. BRANDSTOFTOEVOER Benzinedruk 13 CONTROLE VAN DE BENZINEDRUK EN DE POMPOPBRENGST ONMISBAAR SPECIAAL GEREEDSCHAP Mot. 1311 -04 Wartel voor drukmeteing Mot. 1311 -01 Controleset benzinedruk (met manometer Mot. 1311 -02 Aansluitingen druk metingen ONMISBAAR MATERIAAL Maatbeker 2 000 ml Maak de benzine-aanvoerleiding los en sluit in Laat de benzinepomp draaien door de startmotor plaats hiervan het t-stuk aan, voorzien van de ma- te activeren. nometer. Noteer de druk en de hoeveelheid benzine in de Maak de benzine-retourslang los. Breng in plaats maatbeker. hiervan een slang aan die in de maatbeker uit- mondt. Bij het aanbrengen van onderdruk moet de benzi- nedruk dalen. Afgelezen druk : 3 bar ± 0,3 berekende min. opbrengst : 1,3 liter/minuut Controle overdrukklep pomp. Voed de benzinepomp door de retouropening dicht te houden. De druk moet zich op de mano- meter rond 5 bar stabiliseren. 14845S 13-2

×